Posts tonen met het label Avondmaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Avondmaal. Alle posts tonen

woensdag 6 september 2017

Wat Jezus wil vertellen

Deze dingen heb Ik tot u gesproken, bij u blijvende.”
Johannes 14 : 25
Het laatste Avondmaal, geschilderd tussen 1495–1498 door Leonardo da Vinci (4,6 m x 8,8 m);
locatie: Santa Maria delle Grazie

Dit ogenschijnlijk weinigzeggende vers markeert een keerpunt in de gebeurtenissen rond de discipelen. Jezus komt tot een afronding en luidt een nieuw accent in. Als Hij spreekt over ‘deze dingen’, wat bedoelt Hij dan?

Je zou kunnen zeggen dat het hele voorgaande gesprek daartoe behoort. De dingen die Jezus vertelde over Zijn aanstaande hemelvaart; Zijn afwezigheid en toch weer in zekere zin Zijn aanwezigheid door de Heilige Geest; de eenheid tussen Hem en de Vader. Maar ik denk dat Hij vooral doelt op dat liefhebben van Hem en hoe je dan omgaat met Zijn geboden, Zijn gehele Woord.

Het klinkt allemaal heel theoretisch, maar na dit vers zullen we gaan zien dat met die theoretische kennis die Hij nu in hen legt, de Heilige Geest straks aan de slag gaat. Zijn geboden onthouden en onderhouden gaat het effect hebben van een toenemende liefde en aanbidding van Hem over Zijn liefde en wijsheid, waarmee Hij alles tot in detail in de hand heeft in ons leven!

Het is deze Herder en Leraar, Die inderdaad alles tot in detail weet en bestuurt, Die ons aan Zijn tafel nodigt. Waarom? Omdat Hij ons door en door kent en concludeert dat we dat nodig hebben. Als Hij met macht en toch ook met takt spreekt tegen Zijn jongeren die tamelijk in verwarring zijn, hoeveel te meer zal Hij met macht en takt spreken rondom het Avondmaal? Als Jezus spreekt wordt niet persé alles in één keer duidelijk, maar je krijgt er wel voldoende overdenking en beleving uit, dat je er weer tegen kunt. Hij nodigt aan tafel en geeft niet alleen uitleg in woorden, maar ook in daden. Hij laat de tekenen van Zijn lijden zien. Ja, Hij toont ze zelfs aan blinden door te laten smaken/proeven hoe Hij is én hoe Zijn Vader is. Want Ze zijn één, de Vader en de Zoon nietwaar? Dat had Jezus daarnet nog gezegd!

Hij laat je merken dat Hij van je af weet en van je houdt. Tilt je uit boven de golven van dit leven, boven het tumult dat er misschien wel in je eigen huis of hart is. Hij laat je even vanuit een ander perspectief kijken naar het leven van alle dag; ook naar jouw leven met Hem en misschien moet daar wel wat rechtgezet worden naar de toekomst toe. En… het belangrijkste, Hij zet je weer stil bij wat Hij Zelf deed om jou zalig te maken: Zie je dat? Vergeet je het niet? Stempelt dit je leven? En merken anderen door jou iets van Mij? Wat mag ik van je vragen? Hoe ver laat je me toe in je leven? Vertrouw je me? Voel je hoe goed Ik het met je meen? En voel je veilig bij Mij. Vertel me maar wat er aan scheelt. Kom maar bij Mij. Kijk, deze dingen heb Ik tot je gesproken en Ik heb het zelfs voor je zwakke geloof gevisualiseerd. Zodat je niet meer hoeft te twijfelen… En zodat de Heilige Geest je verder kan leiden. Niet alleen met de kennis van nu, maar vooral ook met de wetenschap van straks…

dinsdag 5 september 2017

Als Jezus bij ons verblijft

“Deze dingen heb Ik tot u gesproken, bij u blijvende.”
Johannes 14 : 25
Het laatste Avondmaal, geschilderd tussen 1495–1498 door Leonardo da Vinci (4,6 m x 8,8 m);
locatie: Santa Maria delle Grazie

Het is weer een voorbereidingsweek op het Heilig Avondmaal. Door omstandigheden ben ik bij deze tekst aangekomen en wil deze week over de woorden in dit vers nadenken. Elke keer wil ik kort een ander woordenpaar belichten. Vandaag “Ik… bij u…”

Die woorden-combi doet sterk denken aan het “Ik voor u…” uit het Avondmaalsformulier. Het accent ligt ook hier in de dagtekst bij de persoon van de Heere Jezus. Zijn woorden doen er toe. Maar Zijn aanwezigheid is nog eens te meer essentieel. Er zal voor de discipelen straks een tijd aanbreken waarin Jezus wel dingen tot hen spreekt, maar niet meer zo dicht bij hen zal zijn.
De waarde van Zijn aanwezigheid zullen ze echter pas gaan ervaren, als Hij niet meer lichamelijk bij hen is. Ze zullen op een andere manier Zijn aanwezigheid gaan ervaren, genieten.

En zo is het ook bij het Avondmaal. Voor een moment genieten we Jezus' aanwezigheid bij het Avondmaal. Hij neemt ons bij wijze van spreken even apart, ook al zitten we te midden van tientallen broeders en zusters. Even is Hij bij ons en wij bij Hem. Geniet van dat moment, hoe kort het ook duurt en hoeveel spanning erbij kunnen opspelen.
Even valt ook alles weg, want je mag bij Hem komen om alles bij Hem te laten. Hij laat het je zien en proeven dat je bij Hem aan het juiste adres bent. Dat de scheiding tussen zondaar en de heilige God is opgeheven en dat Hij daar de Bewerkstelliger van is geweest.

“Ik bij u…” Laat die woorden op je inwerken. Er staat niet op een beschouwelijke manier: Hij bij ons, of Hij bij mij. Nee, het staat er geschreven als een directe aanspraak door Jezus Zelf. Het zijn Zijn woorden, het is Zijn stem die tot jou zegt: “Ik bij jou…” Als voorproef van straks, wanneer wij niet alleen voor eeuwig bij Hém zijn, maar Híj ook voor eeuwig bij ons is. En dat is geen constatering van feiten, maar een uiting van Zijn liefde en persoonlijke wil. Hij wil bij je zijn. Ja, als je de Statenvertaling letterlijk leest zelfs ‘blijven’!
Psalm 5 – ik heb dat vorige week ook al aangehaald en zondag zongen we juist dát vers – bezingt dat op een intense manier:

't Rechtvaardig volk zult Gij belonen,
Terwijl Gij, HEER, hen overdekt,
Hun tot een veilig schild verstrekt.
Gij zult goedgunstig hen bekronen,
Ja, bij hen wonen.

dinsdag 6 september 2016

Welke stip heb jij op je horizon staan?

"Jozef dan woonde in Egypte, hij en het huis zijns vaders; en Jozef leefde honderd en tien jaren."
Genesis 50 : 22






Dit stuk steen is waarschijnlijk een fragment van een beeld van Jozef;
na (computer)reconstructie ziet het er zó uit als hiernaast

"Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen!", zingt Psalm 133. Dat gezamenlijk optrekken en bij elkaar wonen, zich over elkaar ontfermen, is altijd een kenmerk van de christelijke gemeente geweest. Maar, omdat Psalm 133 het in het Oude Testament al onderstreept, lijkt het me een heel normaal, aartsvaderlijk gebruik.

In een week van nabetrachting is het een heel gepast onderwerp om over na te denken. Immers, het laatste deel van het Avondmaalsformulier spreekt daar ook onomwonden over. "Daarbenevens, dat wij ook door dien Geest onder elkander, als lidmaten van één lichaam, in waarachtige broederlijke liefde verbonden worden; gelijk, de Heilige Apostel spreekt: "één brood (is het, zo) zijn wij velen één lichaam, dewijl wij allen ééns broods deelachtig zijn". Want gelijk uit vele graankorrels één meel gemalen, en één brood gebakken wordt, en uit vele beziën, samengeperst zijnde, één wijn en drank vliet, en zich ondereen vermengt: alzo zullen wij allen, die door het waarachtig geloof Christus ingelijfd zijn, door broederlijke liefde, om Christus', onzes lieven Zaligmakers, wil, die ons te voren zo uitnemend heeft lief gehad, allen te zamen één lichaam zijn, en zulks niet alleen met woorden, maar ook met de daad jegens elkander bewijzen."
Er wordt zelfs nadrukkelijk om gebeden: "Daartoe helpe ons de almachtige, barmhartige God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, door zijn Heiligen Geest.. Amen."

Weer terug in de wereld

Het valt me op – misschien is het toevallig – dat er niet staat dat Jozef en zijn familie bij elkaar in Gosen zijn gaan wonen (afgezonderd van de rest), maar dat ze samenwonen in Egypte. Ze trekken zich niet terug uit de wereld, maar nemen er hun plek gewoon weer in. De broers en hun families gaan als schaapherders aan het werk; ook al waren de Egyptenaars daar niet zo van gecharmeerd. En Jozef vervult zijn leidinggevende functies op regeringsgebied weer.
Onderwijl waren ze zich van elkaars aanwezigheid bewust, ook al schrijft de Bijbel daar niet uitvoerig over. De broers hadden zich dienstknechten van de God van hun vader genoemd. Ze waren zich dus bewust van hun goddelijk beroep en het feit dat de HEERE als de grote Opperherder over hen waakte en voor hen zorgde. En Jozef… diende Eén en Diezelfde God, weliswaar in een sociaal ander milieu en met heel ander soort werk, maar toch! En … ook hij is, net als zijn broers, priester in zijn gezin. Zijn kinderen worden door hem opgevoed in het spoor van Gods geboden en verbond. We lezen in het volgende vers dat zijn kleinkinderen 'op zijn schoot' worden geboren. Niet letterlijk natuur, maar daarover de volgende keer. Hij was dus ook als opa betrokken bij de opvoeding van zijn kinds-kinderen.
Ondertussen leefde hij met toekomstperspectief. Ik vermoed dat hij wel wist dat hij niet meer terug naar Kanaän zou gaan, maar die kleinkinderen zouden er op Gods tijd wél naar toe gaan. En wat als ze helemaal niets van het leven met de HEERE wisten? Wat, als ze helemaal niet wisten wat ze daar dan moesten gaan doen? Bij Joden spreekt dat traditionele en van-generatie-op-generatie-leven veel meer dan bij ons. Hoe ver Joden ook over deze wereld zijn uitgezworven, ze kennen die verbondenheid en leven in een – zij het vaak zionistisch – verlangen naar 'huis'. Geven we dat onze kinderen en kleinkinderen ook door? Na de Avondmaalstafel is er vast en zeker wel wat door te geven, aan te wijzen, te onderstrepen. En er is het samen leven door Eén en Dezelfde Geest. Elkaar liefde bewijzen is wat anders dan zoet en lievig doen. Het is zoeken naar elkaars gezondheid, elkaar opscherpen en betrokken zijn op elkaars zaligheid. In bergtopmomenten en in de dalen van afdwalen. Met het oog op die Dag…

Als het einde komt

In dit ene vers wordt ruim een halve eeuw samengevat. Jozef heeft nog een dikke vijftig jaar zo geleefd in Egypte. Uitziende naar de dag van zijn ontbinding. De Messias Die was beloofd en Die uit Juda zou worden geboren, was nog niet gekomen. Ik weet niet hoe Jozef zich Hem precies heeft voorgesteld. In de volheid des tijds had men in ieder geval een danig vertekend beeld van de Messias. Tóen ze Hem dan uiteindelijk zag, herkenden ze Hem niet eens!
In de tussentijd dat Jozef naar Egypte was verkocht, koos Juda een vrouw uit de Kanaänieten, de dochter van Hira. We kennen de geschiedenis van zijn zoons (één trouwde met Thamar, maar overleed nog voor hij een zoon had; zijn broer Onan wilde geen zoon verwekken bij zijn schoondochter die weduwe was). Let erop dat we dan dus een generatie later zitten, als Thamar uiteindelijk haar schoonvader Juda misleidt, zwanger van hem wordt en een tweeling baart. Dat is allemaal nog in Kanaän gebeurd. Die jonge jongens zijn mee naar Egypte gegaan en daar opgegroeid. Maar hun vader (die eigenlijk ook een beetje hun opa was) was reeds op jaren. Het is zeer aannemelijk (ook omdat Juda een stuk ouder was dan Jozef) dat Juda jaren eerder is overleden dan Jozef. Mogelijk zelfs zijn ál zijn broers al overleden, wanneer Jozef sterft. Gods beloften leken niet uit te komen en tóch verwachtte Jozef de vervulling ervan met een vast geloof. Dat zal ook in de komende verzen blijken.
Jozef sterft – evenals zijn vader, opa en overgrootvader – "in het geloof, de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien, en geloofd, en omhelsd, en hebben beleden, dat zij gasten en vreemdelingen op de aarde waren" (Hebreeën 11 : 13). Jozef met al zijn rijkdom, eer en macht was dus een vreemdeling op aarde. Het beste moest nog komen. En dat brak aan toen hij 110 jaar was! 
Hoe leef jij eigenlijk op aarde? Lijkt dat hier een beetje op? Heb jij – om het hedendaags te zeggen in managementtaal – ook diezelfde stip op jouw horizon staan? Wat is jouw reisdoel?
  1. Neem voor jezelf eens de tijd om te overdenken waar jouw 'stip op de horizon' staat: m.a.w. waar wil je aan het einde van dit leven uitkomen?
  2. Welke plaats neemt daarbij Gods Woord en Gods Geest in?
  3. Wat doe je ondertussen, in het leven van alle dag, met het oog op die toekomst? Merken anderen daar iets van bij jou (horen ze er iets over)?

zaterdag 3 september 2016

Spreken naar je hart of in je hart?

"Zo troostte hij hen, en sprak naar hun hart."
Genesis 50 : 21b

'Spreken naar iemands hart' is ook een blik gunnen in je eigen hart


Jozef doet meer dan alleen goede dingen beloven. Hij troost zijn broers en spreekt 'naar hun hart'. Wat betekent dat eigenlijk. En ligt daarin ook een lijn naar het Avondmaal? 

Ik houd het deze avond voor de Avondmaalszondag kort. Geef stof door om zelf over na te denken en wellicht zet dat in het licht van het Avondmaal aan het denken. Geeft het een hernieuwd zicht op Christus, de Gastheer.

Troosten

Jaren geleden kwam ik bij een echtpaar op huisbezoek. De vrouw had op een standaard in huis het boekje van Petrus Immens 'De godvruchtige avondmaalganger' openliggen. "Ik heb het boekje van mijn moeder gekregen; zij las er altijd in en nu heb ik het," zei ze ons. "Kijk, ik heb het altijd openliggen bij 'Van de bemoediging'; dat heb ik nodig." Daarmee was het gesprek over het boek en de inhoud ervan klaar, voor haar. Het boek zelf las ze niet. Ik vrees dat, als je zo met deze dingen omgaat, troost wel een erg uitgemergeld begrip aan het worden is. Is troost iets magisch? Een boek dat je op een bepaalde bladzijde open legt?
Als Jozef zijn broers troost dan moet hij meer uit de kast halen dan alleen geld en goederen om ze te kunnen onderhouden. In leven houden is blijkbaar niet voldoende; de broers hadden troost nodig; dat had hij wel gezien. Hij gaat dus met hen in gesprek. En ik denk stellig dat hij daarbij niet op zijn troon is blijven zitten, maar naast hen kwam zitten. Hij legde hen zijn hart bloot en maakte actief werk van de band die zij met elkaar hadden. Die bleek door angst omvlochten en dat hecht niet!
Het woord dat er voor 'troosten' is gebruikt betekent naast 'bemoedigen' ook 'medelijden hebben met'. Ik hoor daarin de woorden van de Hebreeënbriefschrijver: "Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde." Deze medelijdende Hogepriester is morgen onze Gastheer. Bij Hem komt je thuis. Hij is in staat alles van je af te nemen… zelfs je zonden. Zou je niet komen?

Naar het hart spreken

Hoe troost Jozef dan? De tekst vertelt dat hij 'naar het hart van de broers spreekt.' Dat is een lastige term. Als je in de Bijbel naar die uitdrukking zoekt, komt je o.a. de volgende drie dingen tegen:
  • We kennen allemaal de geschiedenis van Dina die door Sichem werd verkracht. Toch dankt hij haar niet af (Genesis 34), maar "zijn ziel kleefde aan Dina, Jakobs dochter; en hij had de jonge dochter lief, en sprak naar het hart van de jonge dochter." Hij probeerde de dingen recht te zetten en haar voor zich te winnen. Hij riep daartoe de overredingskracht van zijn vader in om vader Jacob om toestemming te vragen. Hier zou je nog een zeer dubieus gevoel bij kunnen hebben.
  • Ruth vertelt tegen Boaz dat hij met zijn bewonderende woorden (Ruth 2) over Ruths liefde voor haar schoonmoeder 'naar haar hart heeft gesproken'. Boaz' woorden hebben haar hart geraakt én getroost (vers 13). Ze vraagt of ze mag blijven op zijn akker en ergens daar begint de liefde tussen Boaz en Ruth te ontluiken.
  • Jesaja (40:2) mag een blijde boodschap brengen aan het volk: "Spreekt naar het hart van Jeruzalem, en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij van de hand des HEEREN dubbel ontvangen heeft voor al haar zonden." Deze tekst komt nog het dichtst bij onze dagtekst. De tijd van boete en berouw is over. De strafmaat is vol; troostrijke woorden met toekomstperspectief mogen klinken.
Is dat laatste ook niet wat er in het Avondmaal ook gebeurt? Ons hart wordt omhoog geheven, waar Christus is. Hij is boven, het offer is gebracht. Het heeft inderdaad veel, ja alles, gekost, maar de prijs is voldaan, de strafmaat is vol; troostrijke woorden met toekomstperspectief mogen klinken: "Gedenkt en gelooft dat het dierbaar lichaam en het dierbaar bloed van onze Heere Jezus Christus is gebroken en gestort tot een verzoenen van ál onze zonden!" Het Hoofd Christus is boven… eenmaal zal ook het lichaam (de Bruid) thuis worden gehaald.
Naar je hart spreken… Je zou het licht kunnen opvatten als 'juist die woorden spreken dat je graag zou willen horen', maar dat is het niet. Het is 'juist die woorden spreken die voor de Sprekende het juiste effect ín jouw hart geven'. Zoals een boetseerder juist daar zijn vingers in de klei zet, waar hij de juiste vorm wil creëren die hem de meeste vreugde schenkt. Een vat ter ere.
In het troosten heeft God de vrije hand. Hij weet als geen ander de juiste woorden te spreken naar jouw persoonlijk hart. Omdat Hij jouw hart heeft gemaakt, kent en doorgrondt. Lever je maar uit en weest verzekerd van werkelijke troost. De HEERE weet wel hoe dat moet. Aan Zijn tafel een voorsmaak van de eeuwige heerlijkheid. Een vooruitzicht op de Stad die fundamenten heeft. Hij is er de Bouwmeester van. Wát een God en HEERE, wát een Middelaar en Hogepriester, wát een Gastheer en Bruidegom!
Hij heeft je in Zijn hart gesloten, zou Hij dan niet in jouw hart spreken? Daarin toont Hij iets van Zijn Eigen hart. Snap je dat? En in het offer van Christus toont de Vader ons Zijn Eigen hart. Spreek maar HEERE, Uw dienstknecht hoort!

vrijdag 2 september 2016

Ik zal je onderhouden


"Nu dan, vreest niet! Ik zal u en uw kleine kinderen onderhouden."
Genesis 50 : 21a

Onderhouden: "Uit deze inzetting des Heiligen Avondmaals van onzen Heere Jezus Christus zien wij, dat Hij ons geloof en betrouwen op zijn volkomen offerande (die eenmaal aan het kruis geschied is) als op den enigen grond en fondament onzer zaligheid wijst, waar Hij onzen hongerigen en dorstigen zielen tot een waarachtige spijs en drank des eeuwigen levens geworden is. Want door zijn dood heeft Hij de oorzaak van onzen eeuwigen honger en kommer, namelijk de zonde, weggenomen, en ons den levendmakenden Geest verworven; opdat wij door dien Geest (die in Christus als in het Hoofd, en in ons als zijn lidmaten, woont) met Hem waarachtige gemeenschap zouden hebben, en al zijn goederen, het eeuwige leven, de gerechtigheid en de heerlijkheid deelachtig worden.

Mooie woorden over de HEERE en Zijn barmhartigheid impliceren nog niet altijd mooie daden van mensen. Jozef kan alles wel mooi op een rijtje hebben – met zijn betoog over Gods plan – en dat ook nog bewogen uitleggen, maar onderwijl kan hij vanuit zijn positie rustig zijn broers uitbuiten of wegjagen. Niet dat ik dat van Jozef verwacht en ik denk ook dat de broers – na Jozefs woorden niet zulke dingen hebben gedacht – maar waar ik op doel is dat woorden met daden gepaard moeten gaan. Daar komt het op aan.
"Toon mij uw geloof uit uw werken, en ik zal u uit mijn werken mijn geloof tonen," zo daagde Jacobus zijn lezers uit. Over die woorden is nogal wat verschil van inzicht. Je kunt er een wedijver in lezen waarbij beiden hun geloof uit hun daden bewijzen. Maar andere uitleggers wijzen erop dat het woord 'uit' in de eerste zin moet worden vertaald met 'zonder'. Dan betekent het: bewijs jij je geloof maar zónder daden, ík zal het bewijzen vanuit mijn daden. Hoe het ook zij, de uitkomst is natuurlijk dat we wel mooie vrome en theologisch/bevindelijk zeer doorwrochten zegswijzen kunnen bezigen, maar dat neemt nog niet weg dat geloof zonder werken dood is. Hoe mooi er ook wordt gepraat. Evenzeer is het waar dat we verloren gaan wanneer we alleen maar mooie werken hebben en geen geloof in Jezus Christus.

Geloven zonder vrees

Terug naar de tekst. Opnieuw benadrukt Jozef dat de broers niet moeten vrezen. Hun woorden ademen klaarblijkelijk angst en vrees uit. Dat wegwuiven van vrees is typisch een karaktertrek van de HEERE; hoewel Hij vrees inboezemt. Dat ligt niet in eerste instantie aan Hem, maar aan onze breuk met Hem. Kijk maar naar Adam en Eva. Toen God naderde (hoeveel tijd heeft er gezeten tussen het eten en de ontmoeting met God?) schrokken ze. Ze duiken niet weg, wanneer ze ontdekken dat ze naakt zijn (dan lossen ze hun probleem enkel op door de aanblik op hun schaamte aan elkaar te onttrekken), maar wanneer God nadert (dan verstoppen ze zich). Hem kunnen ze niet onder ogen komen en ook hun provisorische ondergoed biedt niet voldoende bescherming.
Er zitten ook bij deze ontmoeting tussen de broers en Jozef twee kanten aan die vrees. Hun vrees komt voort uit angst voor de straf of de verdervende reactie van hem die ze onder ogen komen. En hun vrees wordt ook aangejaagd door de spanning die ontstaat vanuit het besef dat ze hier eigenlijk niet mogen komen. De toegang was dicht; althans in hun optiek. Daar konden zij vanuit zichzelf geen enkele verandering in brengen. Zij konden Jozef niet tot barmhartigheid bewegen. In hoeverre niet ergens diepweg toch die drang in hun verootmoediging zat weet ik niet; God weet het. Maar… het stelt ons vooral de vraag: proberen wij die vrees weg te redeneren? Of proberen we met zogenaamde bevindelijke deemoedigheid God tot barmhartigheid te bewegen? Praten we met grote woorden van slijkzoekende vernedering, zodat het hart van God zou moeten breken? Praten we God voor: U heeft helemaal gelijk als U ons zou wegdoen…? Of smeken we Hem om oprechte verootmodiging, wetend dat het ons ten ene male ontbreekt aan puur, ondubbelzinnig berouw?
De HEERE geeft bovenal puur, ondubbelzinnig. Als Zijn Geest je vervult met berouw, hoef je niet te twijfelen of het wel echt is. Als Hij zegt – en daarin is de HEERE beduidend anders dan welk mens ook – "vreest niet", dan is de vrees ook weg; dan valt er niets meer te vrezen. "Nu dan…" Nogmaals, kort samengevat: "Vreest niet!"

Stil en gerust leven

Jozef voegt bij zijn woorden een belofte die hij ook kan waarmaken, gezien zijn macht en invloed: "Ik zal u en uw kleine kinderen onderhouden." Niet vrezen; wees maar gerust, je kunt een stil en gerust leven leiden, daar in Gosen. Jozef spreekt niet over de lengte van deze belofte; die was immers eindig… Jozef zou eens overlijden (hij was nu reeds op leeftijd maar zou zeker nog een halve eeuw leven). Tevens zou het volk niet eindeloos in Gosen blijven; ze moesten eenmaal weer terug naar Kanaän, nietwaar? Voor die tijd belooft hij hen een stil en gerust leven. Hij zal doen wat in zijn vermogen ligt. 'Onderhouden', 'voorzien van ál het nodige' betekent dat.
Ook in het Avondmaal belooft de HEERE, zoals Hij ook in de Doop beloofde, een gezegend leven in Zijn nabijheid. Voor de tijd die wij hier op aarde zijn, maar in nog veel heerlijkere realiteit in het Beloofde Land! Hij belooft, wat Hij ook kan waarmaken, gezien Zijn macht en invloed. Kom maar, zeul geen ballast aan goddeloosheid noch godsdienstigheid mee. Laat Mij je dragen, maar zonder dingen die niet nodig zijn te dragen. Ik zal je voorzien van ál het nodige, om Mij te dienen, anderen tot het heil met jaloersheid te trekken én om eindelijk in het Beloofde Land aan te komen.
Stil en gerust… dat is het vertrouwen van een kind aan de borst van zijn of haar moeder. Het vertrouwen van een kleuter die de hand van zijn of haar vader beet houdt. Al de weg leidt mij mijn Heiland… Jezus ga ons voor! Wie maar de Goede God laat zorgen. Waar de weg mij brengen moge, aan des Vaders trouwe hand loop ik met gesloten ogen naar het onbekende (nu ja, onbekend!) land.
  1. Geloof je de gewisse belofte dat je zonden zijn vergeven om Christus' wil?
  2. Vertrouw je de HEERE op Zijn Woord? En laat je Hem dus voor je zorgen?
  3. Hoe staat het met het verlangen naar het Beloofde Land? Wat is de kern van dat verlangen?

woensdag 31 augustus 2016

Gods plannen hoger dan onze plannen

"Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden."
Genesis 50 : 20

Daar buigen de 'korenschoven' en de 'sterren' voor Jozef

Het blijft voor ons kleine mensenverstand gevaarlijk en moeilijk om Gods plannen na te rekenen. Maar als de HEERE je soms toch iets laat zien van Zijn plannen en doelen met jouw leven, raak je vervuld met aanbidding van God en barmhartigheid naar anderen. Dat zien we hier gebeuren, in onze dagtekst.

De Avondmaalstafel is ook zo'n plek bij uitstek waar de HEERE Zijn kinderen aan het hart drukt en even uittilt boven het alledaagse, om onze hoofden op te heffen naar de hemel, waar Christus is. Dan zie je alles weer even in het juiste perspectief.

Gods goede plannen met zondaren

Jozef windt er geen doekjes om: "Jullie hebben kwade plannen tegen mij bedacht." Je zou de woorden, als je ze zo leest, als dreigend kunnen zien. Echter, ik denk dat de broers aan Jozefs toon wel hoorden dat er iets geweldig moois achteraan kwam. En inderdaad, zo is het ook: "Maar God… heeft het ten goede gedacht!"
Wat moet er een schok door de broers zijn gegaan, denk je niet? Dat ze kwade dingen hadden bedacht, konden ze zelf ook wel bedenken. Denk aan het treiteren van Jozef, het hem niet voor vol aanzien toen hij zijn dromen vertelde. Maar denk zeker ook aan dat moordplan, dat uiteindelijk leidde tot de verkoop van Jozef aan de karavaan die op weg was naar Egypte. Vergeet ook de sinistere leugens niet die ze met elkaar bedachten en waarmee ze vader Jacob alle hoop hadden ontnomen Jozef ooit nog te zien. Dat familieschandaal, dat de doofpot in moest en dat ze – hoe is het mogelijk – altijd onder de stolp hebben kunnen houden. Die leugen is al die jaren niet uitgelekt! Wat een loden last, temeer toen ze die vreemde onderkoning onder ogen kwamen!
Ze hadden er vast en zeker spijt van. Maar nu te horen dat ze met al hun boosaardigheid precies moesten meewerken in Gods plan, dat is toch wel een enorme ontgoocheling. Erachter komen dat je met al je tegenspartelen juist tóch gebruikt werd in Gods grote raadsplan… om stil van te worden. Al dat kwaad gebruikte God om hun behoud veilig te stellen. Dat moet hen geduizeld hebben!

Smaakt en ziet dat de HEERE goed is

En wat was dat plan dan? Een groot volk in leven houden, terwijl zij een broer wilden doden, of althans elimineren. Had Jozef daar niet in Egypte terecht gekomen, dan hadden zij de hongerdood gestorven.
Ik zocht de dood, maar God schonk het leven! Ik bewandelde een eigen weg die mijn dood had kunnen worden, maar de HEERE zocht mijn behoud! Merkwaardige en ontluisterende ontdekking die in pure aanbidding moet eindigen.
Ja maar, Jozef, doe je niet aan inlegkunde? Hoor wat hij zegt: "gelijk het te dezen dage is". De Kanttekeingen zeggen: "Dat is, gelijk het heden blijkt, en voor alle mensen openbaar is." Kijk dan! Iedereen kan het zien en ervaren dat de HEERE goed is! Juist die boze broers zijn er het bewijs van.
Tja, voor ik mij verhef boven die broers, buig ik mijn hoofd en ben zelf ook het bewijs van Gods goedheid. Ik ben er nog… en dat had ik niet verdiend. Ik kan nu niet direct iets aanwijzen waarom God mij één dag langer zou laten leven. Maar Hij doet het. Dat moet wel uit Hemzelf komen. Dat vertelt ook iets over Zijn innerlijk: Barmhartig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid. Zou ik daarom geen loflied vol aanbidding zingen aan Zijn tafel?
  1. Denk eens na over de woorden uit het Avondmaalsformulier: "Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven." Welke gedachten komen bij je boven en welke teksten hebben voor jou hiermee te maken? Bedenk dat deze Zaligmaker tevens de Gastheer is aan de tafel.

zondag 29 november 2015

De spijze van Jezus Christus

"Geliefden in den Heere, dewijl de Heere nu aan Zijn tafel onze zielen gespijzigd heeft,
zo laat ons al te zamen Zijn Naam met dankzegging prijzen…"

"En ondertussen baden Hem de discipelen, zeggende: Rabbi, eet.

Maar Hij zeide tot hen: Ik heb een spijs om te eten, die gij niet weet.

Zo zeiden dan de discipelen tegen elkander: Heeft Hem iemand te eten gebracht?

Jezus zeide tot hen: Mijn spijs is, dat Ik doe den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft,
en Zijn werk volbrenge."
Johannes 4 : 31-34

Als Jezus over drinken praat, tegen de Samaritaanse vrouw, dan spreekt Hij over totaal ander water dan zij. Zo ook in onze dagtekst: hier spreekt Hij over totaal ander eten, dan wat de discipelen bedoelden. Ook bij hen duurt het even voordat ze doorhebben dat Jezus ergens anders over spreekt. Wat is dat 'eten' waarover Jezus spreekt. En heeft dat ook iets te zeggen over de spijze aan Zijn Tafel, zoals we die vandaag mochten smaken?

Hemelse spijze

Toen Elia in de woestijn uitgeput in slaap was gevallen, maakte een engel hem wakker en zei: "Sta op en eet, want de weg zal voor u teveel zijn." Eten is in het gewone leven belangrijk om je werk te kunnen doen. Maar eten kan soms ook plezier verschaffen. Dan genieten we van wat we proeven en we praten er met elkaar over, hoe lekker het is. Voedsel komt tot zijn recht als we het met smaak eten en wanneer onze honger wordt gestild.
Het eten waar Jezus op doelt is in geestelijk opzicht ook zo iets, waar Hij met smaak van geniet en dat Zijn innerlijke honger, Zijn drive, stilt en bevredigt. Waar geniet Jezus dan van? Hier vertelt Hij iets over het mysterie van de verbondenheid tussen de Vader en de Zoon. De Vader geniet ervan hoe Zijn Zoon in al Zijn werk Hém bedoelt en verheerlijkt. En de Zoon geniet ervan om in alles de wil van de Vader volkomen te doen.
Als de Vader zondaren wil zaligen, maar toch ook recht moet doen aan Zijn gerechtigheid, dan zal de Zoon dat 'probleem' oplossen op een onwaarschijnlijk heerlijke manier. Hij zal het niet doen met de minste inzet, ter waarde van een 5,5, maar Hij zal dat zó volkomen doen dat een 10 nog te mager is qua beoordeling. Daarin schept de Zoon zó'n genoegen, dat het als het ware net zo is als met eten: een honger die om verzadiging vraagt. En reken maar dat de Zoon van verzadigen weet!
Gods wil doen – dat is het bijzondere aan het leven van het geloof – wordt ook de verzadiging, het dagelijks 'eten', van al Gods kinderen. Ze doen niets liever dan dat. Zo wordt ook iets zichtbaar van het leven in de hemel, waar de engelen eveneens een onverzadigbare honger hebben om God te dienen, te aanbidden en lief te hebben.
Iets daarvan heb je misschien wel gesmaakt aan de Tafel des HEEREN. Wat duurde het maar kort. Wat had je graag langer gebleven, je laten verzadigen met Hem en Zijn passie om Zijn Vader volkomen te dienen. Maar het kon niet langer duren, want de tafel werd gesloten en je moest weer gaan. Maar niet zonder Hem! Het betekent niet dat je het nu verder zonder Hem moet doen!

Werkzame spijze

Na de dankzegging/nabetrachting op het Avondmaal, vanavond, kreeg je als het ware weer nieuwe spijze mee. We keken niet alleen terug naar de Tafel, die nog er nog stond als herinnering. We keken ook vooruit, naar de Bruiloft van het Lam. Naar het moment dat we altijd bij de HEERE zullen zijn. Dat we Hem zien zoals Hij is en nooit meer honger hebben; ook geen geestelijke honger, laat staan kommer!
Maar zover is het ook nog niet. We worden niet geroepen om lijdzaam te gaan zitten (af)wachten. Maar werkzaam te zijn met de spijze die we ontvingen. En ook werkzaam te zijn met de spijze waarover Jezus hier spreekt: de wil van God doen… Hoe voelde je in de aanloop naar de Avondmaalsviering de begeerte om zonder zonde te zijn. Om geen enkele hindernis te hebben zitten tussen God en je ziel. Des te meer voel je dat, bij het vertrek uit de Avondmaalszaal, de wereld weer in.
Hoe nodig hebben we de Heilige Geest, Die altijd bij ons is en Christus met ons hart verenigt. Hoe nodig is het door Hem te worden geleid. Jezus is de Zoon van God, maar in deze dingen die we in onze dagtekst lezen, mag Hij zeker een Voorbeeldfiguur voor ons zijn. Zoals Hij het deed en beleefde, daarin had de Vader zo'n groot behagen. Zouden wij er dan niet ook een groot behagen in scheppen? Zowel in Hem, onze Zaligmaker, als in de Vader, die het doel van ons leven is.
Jezus sprak over de inhoud van de spijze: "dat Ik Zijn werk volbreng". Het verlossingswerk kunnen wij niet nadoen; godezijdank niet. Maar in het leven der dankzegging is er werk te over om te doen. Werk van de Vader: om zondaars op te roepen zich te bekeren; om dwalenden terug te roepen; om twijfelende tobbers bij te staan en te vertroosten; om aangevochtenen te versterken, bij de arm te nemen en samen ons te verlustigen in Gods Woord, luisterend naar Zijn stem; om werktuigen van Satan te weerstaan. Werk te over en daar is spijze voor nodig. Zo zie je dat de spijze aan Zijn Tafel ons aanzet om in het dagelijks leven gezond geestelijk voedsel te zoeken; om staande te kunnen blijven, weerbaar en dienstbaar te zijn en verlangend, totdat Hij komt! Naar Zijn komst heb ik zo'n 'honger'. Zijn komst is het die mijn heil volmaakt!

vrijdag 27 november 2015

Oog in oog met de Messias: dat gaat jou ook overkomen!

De Samaritaanse vrouw staat oog in oog met de Messias Yeshua (Jezus)


"De vrouw zeide tot Hem: Ik weet, dat de Messias komt (Die genaamd wordt Christus);
wanneer Die zal gekomen zijn, zo zal Hij ons alle dingen verkondigen.
Jezus zeide tot haar: Ik ben het, Die met u spreek.
En daarop kwamen Zijn discipelen en verwonderden zich, dat Hij met een vrouw sprak.
Nochtans zeide niemand: Wat vraagt Gij, of: Wat spreekt Gij met haar?
Zo verliet de vrouw dan haar watervat, en ging heen in de stad en zeide tot de lieden:
Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus?"
Johannes 4 : 25-29

De vrouw dacht een aardige discussie te openen, om de aandacht van haar zondige leven af te leiden. Maar dat het hierop zou uitlopen, had ze niet kunnen dromen. Heel stellig zei ze te weten dat de Messias zal komen. Ze werd echter overrompeld door het feit dat Hij reeds gekomen is. Met als gevolg dat ze het aan iedereen wil vertellen; net als de herders, nadat die de Messias ook met ogen van het geloof hadden zien liggen in de kribbe.

Christus verwachten

Je kunt zeggen wat je wilt, maar deze Samaritaanse vrouw wachtte even sterk op de Messias als de Joden in Jeruzalem; misschien nog wel sterker. "Ik weet dat de Messias komt", zei ze. Dan heeft ze er ook van gehoord, dat Hij komen zal. Ze heeft die verwachting overgenomen. Misschien er zich wel een totaal verkeerd beeld van gevormd, net als de Joden; maar toch… Als je haar woorden zo beluistert dan zou je haar misschien wel in het rijtje van Simeon en Anna kunnen plaatsen. Die behoorden ook tot een groep die de Verlossing (de Messias) verwachtten (Lukas 2 : 28). Alleen staat daar nog iets onderscheidenlijks bij: "de verlossing te Jeruzalem verwachten"; daarin onderscheiden de Joden zich van de Samaritanen.
In ieder geval is de oproep dat de Messias komt doorgedrongen en heeft vorm gekregen in een houding van verwachten. Komende zondag begint de Adventstijd weer; ook zo'n oproep: "Hij komt!". En afgelopen zondag klonk eveneens zo'n soort oproep: De Meester komt en roept u komende zondag aan Zijn tafel. Is gaandeweg deze week de verwachting gegroeid? Zie je uit naar Hem, om Hem te ontmoeten aan Zijn tafel? Is Hij je alles geworden en wil je niets liever dan bij Hem zijn? Hij verwacht je!

Christus ontmoeten

De vrouw moet geschrokken zijn. Misschien heeft ze nog even gedacht dat het niet serieus was. Maar het lijkt er in ieder geval op dat ze toch snel over haar twijfel en verbazing heen was. Jezus gaat geen hele discussie met haar aan over wat ze nu precies verwacht, hoe ze verwacht en hoeveel verwachting ze nu precies heeft opgebouwd. "Ik ben het, Die met u spreek!" Wat zal er nu gebeuren? Zal de vrouw neervallen aan Zijn voeten? Zal ze net als Maria en Elisabeth een lofzang aanheffen? Zal ze…
Plots komen de discipelen eraan. Ze kijken met opgetrokken wenkbrauwen van de vrouw naar Jezus. Hun blikken spreken boekdelen en ze moeten het ook van elkaar hebben gezien; dat kun je wel zo'n beetje opmaken uit de manier waarop Johannes het verwoordt. Maar… niemand durft iets te zeggen. Wat een vervelend tijdstip! Precies nu, middenin zo'n zwaargeladen gesprek!
Zoals we niets weten van de echte ontmoeting tussen Petrus en Jezus na Zijn opstanding, zo weten we ook niet het fijne van deze openbaring in het hart van de vrouw. Jezus' woorden doen me denken aan Jozef die zich aan zijn broers bekendmaakt: "Ik ben Jozef!" Die openbaring had vrees teweeg gebracht. Ken je dat ook als je aan de Avondmaalstafel denkt? Maar in dit gedeelte lezen we niets over wat er in het hart van de Samaritaanse gebeurt. Het enige dat we ervan lezen is opwinding en verrukking.

Christus verkondigen

Zoals Maria de voeten van haar opgestane Heiland niet mocht vastpakken, zo lijkt ook deze vrouw de wereld te worden ingestuurd, bij Jezus vandaan. Evenzo zal het gaan, als we weer opstaan van de Tafel en de wereld in moeten gaan. Maar hoe? De Samaritaanse geeft in ieder geval een goed voorbeeld.
De discipelen – die zijn teruggekeerd – veroorzaken in het Bijbelgedeelte, maar ook in de ontmoeting met Jezus, een danige interruptie. De lijn van het verhaal lijkt te worden onderbroken, maar toch kan ik me aan de indruk niet onttrekken dat God onverminderd blijft doorschrijven. Onderwijl dat de vrouw weggaat, geeft Jezus alvast onderwijs over de oogst. 
Maar voor dit moment letten we op de vrouw. Ze gaat weg en klampt ieder aan die het maar horen wil, net als bij de herders in Bethlehem. "En als zij Het (Jezus) gezien hadden, maakten zij alom bekend het woord, dat hun van dit Kindeken (Jezus) gezegd was. En allen, die het hoorden, verwonderden zich over hetgeen hun (over Jezus) gezegd werd van de herders." (Lukas 3 : 17-18). We horen in diezelfde lijn de Samaritaanse zeggen: "Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus?"
Mag je praten over je bekering? Dat hangt ervan af; wat wil je ermee zeggen? Is het een illustratie die iets goeds en wonderlijks zegt over de HEERE? Is het iets, waar een ander wat mee kan? Geeft het voldoende aan Wie de HEERE is? Maar pas op dat je met je verhaal niet zelf in het middelpunt komt te staan. Niettemin mogen jongeren, misschien je eigen kinderen wel, merken en horen dat God ook vandaag nog net zo werkt als in de dagen van de Bijbel. De God van Abraham, Izak en Jacob is dezelfde als de God die Zich met deze Samaritaanse bemoeit en tot leven wekt; en Hij is ook vandaag niet veranderd!
Kijk wat deze vrouw roept: "Deze Man heeft verteld wat ik gedaan heb; mijn zonde kon niet langer verstopt blijven; ik moet er mee breken! Hij heeft me weggestuurd, maar ook weer teruggeroepen, samen met mijn man. Kom ga met ons en doe als wij!" Ze wist dat de Messias alles zou verkondigen, maar nu verkondigt ze zelf! De oproep aan de Tafel zal komende zondag klinken: "Verkondig Zijn dood, totdat Hij komt." Welnu, doe als zij.

woensdag 25 november 2015

Is Jezus jouw val of jouw opstanding?

Simeon bezingt het kindje Jezus met deze woorden: "Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israël, en tot een teken, dat wedersproken zal worden", geschilderde door Greg Olson (1958-)



"De vrouw zeide tot Hem: Heere, ik zie, dat Gij een profeet zijt.
Onze vaders hebben op dezen berg aangebeden;
en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden.
Jezus zeide tot haar: Vrouw, geloof Mij, de ure komt,
wanneer gijlieden, noch op dezen berg, noch te Jeruzalem, den Vader zult aanbidden."
Johannes 4 : 19-21

Simeon kun je met recht een profeet noemen. Hij voorzegde dat Jezus een val en een opstanding voor velen in Israël zou zijn. En de oude man voegde daar nog aan toe dat Hij ook werd gezet tot een teken dat wedersproken zou gaan worden. Hoe heeft hij gelijk gekregen. Tot op de huidige dag wordt er gediscussieerd over Jezus; zijn er allerlei visies op Hem binnen de islam, het jodendom én ook binnen de christelijke kerken. De Samaritaanse vrouw zag Hem aanvankelijk als een groot profeet.

Wat zie jij in Jezus?

Zo dicht bij het Levende Water… maar de vrouw gaat niet weg, haalt niet haar man. Ze kijkt hem onderzoekend aan en lijkt allerminst onder de indruk (hoewel zal blijken dat ze dat wel degelijk was!). Haar uitroep "Ik zie dat Gij een profeet zijt…" is niet een belijdenis, maar een inschatting en een reden, om Hem met 'brandende vragen' te bestoken. Weet je hoe gevaarlijk zo'n actie is? Van uitstel kan afstel komen!
Voor dat we luisteren naar wat ze Jezus vraagt, de vraag: wat zie jij in Jezus? Een profeet? Een voorbeeldfiguur? Een onbereikbare? Een … Of komt de naam 'mijn Liefste' weleens over je lippen? De bruid uit het Hooglied tekent Hem wel zo. Daar hoef je niet spiritueel voor te zijn. Als Hij alles voor je is en steeds meer voor je wordt, dan is er sprake van liefde! Als Zijn stem dan klinkt in de oproep om tot de tafel van het Verbond te komen, dan veer je toch op?

Wie heeft de beste kerk?

Jezus een Teken dat wedersproken zal worden? Wat is dat? Het griekse woord betekent 'betwisten' of 'je tegen iemand verzetten' of 'weigeren om met iemand te maken willen hebben'. De persoon van de Messias zal al dit soort gevoelens oproepen. Men heeft een bepaald beeld van Hem, maar hoe anders zal Hij blijken te zijn. Daar zal ook aanstonds het gesprek over gaan. Maar eerst schuift daar een schijnbaar andere kwestie tussen.
De vrouw draait zich half om en wijst naar de Gerizim, de grote berg aan de zuidkant van Sichem; ten noorden van de stad ligt de berg Ebal.



"Daar aanbidden wij God en onze voorvaderen deden dat ook, al generaties lang. Jullie beweren dat het alleen in Jeruzalem mag." De vrouw stelt niet echt een vraag, maar Jezus voorziet die niet-gestelde vraag al en snijdt haar de pas af. Het is een afleidingsmanoeuvre, die Hij direct doorziet. Weliswaar geeft Hij antwoord, maar dat gaat het bevattingsvermogen van de vrouw te boven. Daarmee blijkt zij wel godsdienstig interessant te willen lijken, maar nog zo onkundig te zijn. Een les voor allen die willen meepraten op godsdienstig vlak, maar zelf geen deelgenoot van het heil zijn. Niet: zwijg dan maar liever. Maar: check je motivatie waarmee je jouw vragen stelt.
Er is geen 'beste' kerk. De kerk is geen doel op zich, maar een middel in Gods hand. Hebben we niet te staan naar zuiverheid? Zeker wel. Maar niet om die zuiverheid te cultiveren. We moeten er juist mee woekeren; om het dienstbaar te maken aan de uitbreiding van Gods Koninkrijk. En daar past concurrentie totaal niet bij!
De Messias was dan ook niet de meest succesvolle Leider, maar Hij kwam om de mens met God de Vader te herenigen. Snap jij het verschil? Het staat of valt met Jezus Christus; maar het gaat uiteindelijk om God de Vader. "En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden Dien, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen" (1 Kor. 15 : 28).

Hoe wil de Vader gediend worden?

Hoe wil God nu gediend worden? Zijn onze godsdienstige verrichtingen nu een hindernis om God te dienen, of een instrument en stimulans? Met de laatste woorden van vers 21 lijkt Jezus zowel Jeruzalem als Gerizim van tafel te vegen. Hoe zit het dan met de beloften voor Jeruzalem die nog uitstaan? Nou, die blijven rechtovereind staan.
Maar waar Jezus op doelt is dat we van het heiligdom geen cultus moeten maken, maar een ontmoetingsplek. Sterker nog: God Zelf zal er een ontmoetingsplek maken, want Hij roept Zijn gemeente rondom Zijn Woord. Waar twee of drie in Mijn Naam samen zijn, ben Ik in het midden. En, opdat wij vast zullen geloven – en onze twijfel steekt telkens weer irritant de kop op – roept Hij ook rondom Zijn Tafel, om onze zwakke zielen te spijzigen en te laven. Zo doet God dat.
Daar kun je misschien avonden over debatteren, of het niet anders kan en waarom het nou zó precies moet. Maar zo heeft het God goed gedacht. Niet wij maken de dienst uit, maar Hij. Daarom doet Gerizim er niet toe; daarom doet ten diepste Jeruzalem er ook niet toe (ondanks de nog uitstaande beloften). God is niet aan tijd of plaats gebonden. Hij wil aanbeden worden in Geest en waarheid. En wat dat betekent zullen we morgen zien.
Zie je dat de mens niet centraal staat, met al zijn godsdienstigheid? Ook niet met al zijn zondekennis en dogmatische knowhow. God is niet gediend van wat wij allemaal aan boord denken te hebben. Hij wil gediend zijn en Hij schept er een behagen in om zwakke zielen te versterken met een eenvoudige stukje brood en een eenvoudig beetje wijn. Tekenen die iets vertellen, laten zien en smaken. Iets vertellen, waar woorden tekort schieten. Maar wat alles te maken heeft met: Wie is Jezus voor jou? De Vader liet duidelijk horen dat Hij een behagen schept in Zijn Zoon en Diens verlossingswerk. Schep jij ook zo'n behagen in Hem?

dinsdag 24 november 2015

Ik heb geen Man

"Ik heb geen man", zei ze, maar ten diepste miste ze de Man, Die voor haar stond!

"De vrouw antwoordde en zeide: Ik heb geen man.
Jezus zeide tot haar: Gij hebt wel gezegd: Ik heb geen man.
Want gij hebt vijf mannen gehad, en dien gij nu hebt, is uw man niet;
dat hebt gij met waarheid gezegd."
Johannes 4 : 16-17

De jongste zoon uit de gelijkenis, dacht dat hij wel veel vrienden had in zijn zondige leventje, maar uiteindelijk stond hij er alleen voor. Al helemaal als je bedenkt dat hij zo, onbekeerd, de eeuwigheid in had kunnen gaan. Hoeveel mensen buiten de kerk leven ook zo achteloos door. Maar… hoeveel mensen binnen de kerk liggen ook niet echt wakker van hun onbekeerde leven. En als je wel bekeerd bent, lig je dan ook weleens 'wakker' van de zonde die je zomaar weer aankleeft? Ook sinds de vorige Avondmaalstafel?

Niet eenzaam

Er is op internet een boekje te vinden waarin aantekeningen bij diverse Bijbelgedeelten staan; zo ook bij ons tekstfragment "ik heb geen man". Daarin wordt nogal breed ingegaan op de vraag hoe het nu precies zat met die vijf voorgaande mannen en wat die huidige 'man' nu voor iemand was. Omdat er niet speciaal negatief over die vijf voorgaande mannen wordt gesproken, zou je ook kunnen denken dat deze mannen waren overleden. Of dat zij door middel van een scheidbrief deze vrouw hadden verlaten, ingewisseld voor een andere.

Ik moet eerlijk zeggen dat – hoe ik ook naar deze tekst kijk – ik nergens hard kan maken dat deze vrouw een overspelige vrouw was. Wij hebben er al snel van gemaakt dat ze vijf mannen had versleten… maar onze dagtekst zwijgt daarover. Wel is Jezus scherp, als Hij zegt: "Die je nu hebt is je man niet". Het voornoemde boekje draait de situatie zelfs om: "De man die je nu hebt, gedraagt zich niet als je man". Hij onttrekt zich aan de verantwoordelijkheid en plichten, die een man voor zijn vrouw zou moeten hebben. Zo naar deze vrouw kijkend, zou je haar beklagenswaardig gaan vinden.
Echter, ik blijf toch nog zitten me haar eigen woorden in vers 29: "Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb…" Het lijkt er toch wel op dat deze vrouw eerlijk voor de HEERE is geworden en haar leven zelf ook bestempelt als zondig. Ze zegt niet: "… alles wat mij is overkomen"! Dat is een waardevol aspect.
Ze is eerlijk: Ik heb gedaan wat kwaad was in Uw oog. Ken je dat? Al heeft de hele wereld gezondigd en was iedereen om je heen veel slechter dan jij, dan nog blijft het onverteerbaar dat jij ook niet tot Gods eer hebt geleefd. Om de vraag van gisteren te herhalen: wat moet jij gaan 'halen' van Jezus? Waar moet jij mee breken? Welke zonde moet jij aan Zijn voeten kwijt raken? Wat staat er in de weg naar de Avondmaalstafel? Ga dan heen… en kom terug!

Maar wel alleen

Laten we de situatie van de vrouw toch weer even terugplaatsen in de setting van "vijf mannen versleten en samenwonen met een man die eigenlijk met een andere vrouw was getrouwd". Onze tijd is vergeven van zulke relaties. Juist deze dagen hoorde ik die walgelijke reclame weer op de radio van SecondLove: "Ben jij gelukkig getrouwd? Ik ook. Ga naar…" Getrouwd zijn en flirten met iemand die de jouwe niet is en zelfs niet kán zijn, want jij bent getrouwd!
Er moet uitdaging in het leven blijven, vindt de mens anno 2015. De Samaritaanse vrouw had die uitdagingen ook intens gezocht, net zoals de bloedvloeiende vrouw hulp en heil had gezocht bij allerlei doktoren. Maar haar leven was een aaneenschakeling geworden van teleurstellingen. Alleen was ze niet; ze hoefde nooit alleen te zijn. Aan elke vinger één. En toch…
Dorst; onlesbare dorst. En toen was er dat Levende Water, dat haar om niet werd aangeboden. Nou, om niet, ze moest er wel haar man voor gaan halen. De zonde moest eraan! Want anders zou ze niet alleen temidden van haar turbulente leven alleen zijn; als ze voor God moest verschijnen zou ze 'moederziel alleen' staan, met lege handen, zonder Borg.
Wat een wonder dat deze onmisbare Borg haar zocht… en vond! In een ferme streek haalde Hij de wond open: "Dat heb je naar waarheid geantwoord: ik heb geen man". Ik ben een godsdienstige Samaritaanse, met wel zes mannen, maar … dé Man Die ik nodig heb, heb ik niet. Met recht heb je gezegd – amen gezegd op – dat je er buiten staat. Misschien besef je het nu nog niet, maar later zul je begrijpen wat je hier bij deze Jacobsbron hebt beleden. We hebben Jacob tot een vader, maar wat helpt het? Je moet God tot een Vader hebben! Pas dan, ja, pas dan ben je nooit meer alleen. In leven en in sterven, het eigendom, de Bruid, van mijn getrouwe Zaligmaker!
Zou deze vrouw naast je aan de Avondmaalstafel mogen zitten, aanstaande zondag?

maandag 7 september 2015

Hoe is het toch mogelijk?




“En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.”
Johannes 3 : 19

Kwam Nicodémus verder niet meer aan het woord? Of is het vers van vandaag een antwoord op zijn vraag die niet is opgeschreven? Het lijkt namelijk alsof de Heere Jezus hier een gedachtesprongetje maakt, door over het oordeel te beginnen. Alsof iets Hem juist dit punt nader heeft doen uitleggen. De Bijbelverklaring van Dächsel legt hier kort de vinger bij en vermoedt hier een verwonderde vraag van Nicodémus.

Hoe is het mogelijk?

Had Nicodémus eerder in het gesprek gevraagd aan Jezus: “Hoe is dat toch mogelijk, dat wedergeboren worden?”, nu lijkt hij zich verwonderd af te vragen: “Hoe is het toch mogelijk dat mensen nog steeds niet tot geloof komen?”

“Vroeger verwonderde zich Nikodemus dat de mens moest worden wedergeboren en kon hij niet denken, hoe dat moest plaats hebben. Begrijpen wij hem juist, dan heeft hij zich nu verwonderd hoe een mens niet wedergeboren kan worden en heeft zijn ziel gevraagd hoe het mogelijk was, dat er toch zodanigen waren, die niet geloven en daarom al geoordeeld zijn. Daarop geeft de Heere hem in het volgende antwoord. En dit is het door de ongelovige zelf gevelde oordeel, waarvan Ik zo-even sprak (vs. 17 v.). Daarin bestaat het, dat in Mij, de nu verschenen Messias het licht persoonlijk in de wereld gekomen is, om het uiterste tot hun redding te doen, het licht dat reeds in het begin van de schepping in een bepaalde betrekking tot de mensen stond en hen ook toen nog probeerde te verlichten, toen zij zich aan de duisternis hadden overgegeven (Hoofdstuk 1: 4 v. ). En de mensen hebben in plaats van zich aan de genadige werking van het licht over te geven, de duisternis, d. i. hun vervreemding van God, hun valse door het eigen hart verzonnen vrijheid en haar met de dienst van de wereld en het vlees overeenstemmende grondstellingen, liever gehad dan het licht. Voor het licht trokken zij zich schuw en snel, ja met een dadelijk scherp uitgedrukten afkeer terug, want hun werken waren boos en omdat zij wel voelden dat deze door het licht werden geopenbaard en veroordeeld en zij ze dan moesten opgeven, als zij gemeenschap wilden hebben met het licht, gaven zij liever deze gemeenschap prijs dan die werken van hen.”

Ik weet, het is niet van doorslaggevend gewicht of dit nu werkelijk zo heeft plaatsgevonden, maar ik werd wel getroffen door deze geruisloze vraag van Nicodémus en dat zou ons aller vraag moeten zijn: Wat moet de HEERE nog meer doen? Hoe is het toch mogelijk dat er nog zoveel mensen onbekeerd in deze wereld rondlopen, en… wat is het nog veel onbegrijpelijker dat er nog zoveel mensen jaar in jaar uit onbekeerd in de kerk zitten? Hoe is het mogelijk dat de nodiging tot de Avondmaalstafel zó indringend en laagdrempelig was gisteren en nog steeds dezelfde mensen blijven zitten? Hoe is het mogelijk dat, als we horen wat het verlangen van de HEERE Zelf is, dat wij er achteloos langsheen leven met quasi vrome clichées die allen zijn terug te voeren op een ongelovig ‘ja-maar’. De eerlijk-onbekeerde afblijver staat op één lijn met de man zonder bruiloftskleed.
Terug naar onze tekst: hoe is het mogelijk? Waarom blijven mensen wie ze zijn? Wat weerhoudt hen ervan om tot geloof te komen, terwijl het hen zo indringend wordt verkondigd en zo dicht aan het hart wordt gelegd?
Ik moet nog wel even een nuancering aanbrengen voor slechte lezers. Het is niet zo dat alle avondmaalmijders per definitie onbekeerd zijn, zoals ook niet alle avondmaalgangers per definitie bekeerd zijn (al mag je dat laatste natuurlijk wel verwachten!). Dat laatste bewijst de gelijkenis van de Koninklijke bruiloft wel in de persoon van de man zonder bruiloftskleed. Inderdaad zitten in het ‘kamp’ van avondmaalmijders ook kleingelovigen die het maar niet voor mogelijk kunnen houden dat de HEERE hén roept. Zou je ze ‘mensen mét bruiloftskleed maar vóór de drempel van de feestzaal’ kunnen noemen? Ik moet wel zeggen dat ik dat maar moeilijk een plaats kan geven, omdat het de HEERE zo tekort doet; maar de HEERE oordeelt daar vast anders over. Toch blijf ik hopen en bidden dat het geloof zo mag doorbreken dat zij ook tot ruimte komen. En dan niet zo dat ze terugkijken en in hun lange vertwijfeling een bevestiging zien dat de HEERE je soms lang laat wachten (want dat is de grootste leugen die wordt verspreid door schijngelovigen onder kleingelovigen), maar dat ze met schaamte terugdenken aan al die tijd dat ze de HEERE hebben laten wachten en daardoor anderen des te meer aanmoedigen om hun twijfel en ongelovigheid af te leggen en te staan naar zekerheid!

Helaas is het mogelijk!

Wat weerhoudt mensen ervan om tot geloof te komen? Jezus’ oordeel en antwoord is snoeihard en vlijmscherp. De reden waarom mensen – terwijl ze het Licht zien schijnen – de duisternis blijven verkiezen ligt in het feit dat hun werken boos zijn. Tot het Licht komen, Jezus de Koning van je hart laten zijn, is alles uit handen geven.
Je mag al van ‘geluk’ spreken dat Adam en Eva tevoorschijn kwamen na de zondeval. Blijkbaar is Gods machtswoord toch nog effectiever dan wij denken. Wat hen betreft waren ze gewoon blijven zitten, wachten tot God weer verdween; dan konden ze zichzelf blijven en doorgaan op de weg die ze waren ingeslagen. Ze moeten aan alles gemerkt hebben dat het fout zat met wat ze deden. Ze móeten haarfijn aangevoeld hebben dat ze God zo niet onder ogen konden komen en dat dat onherroepelijk gevolgen zou hebben voor hun status in het Paradijs.
Toch denk ik dat zij niet wisten wat ‘schuldbelijdenis’ was. Dat kenden ze niet. Ze kenden nu wel het verschil tussen goed en kwaad en waren, volgens de woorden van de satan, aan God gelijk (maar slechts op dát niveau: het kennen van kwaad en goed). Maar schuldbelijdenis was hen niet ingeschapen; ze kenden het niet. Dat hoefde ook niet, want ze waren in ware gerechtigheid en heiligheid geschapen; daar zat nergens een logeerkamertje voor schuldbelijdenis in. Je ziet dat direct al in hun reacties: dat wijzen naar de ander.
Ook is het zo dat de slang gelijk had gekregen. Hij had gezegd “Je zult de dood niet sterven, maar als God zijn, kennende het goed en het kwaad”. Inderdaad, ze waren niet gestorven; Gods woorden bleken dus loze dreigingen, nietwaar? Zie je hoe listig satan is? Hij krijgt af en toe ‘gelijk’ in wat hij beweert en dat lijkt te bevestigen dat hij de waarheid spreekt.
Haarfijn ontrafelt Jezus het probleem van verstokt ongeloof: sinds de zondeval hebben de mensen het duister liever dan het Licht, want hun werken zijn boos. Die werken passen totaal niet bij het Licht. Het houdt dus niet op met ‘komen tot het Licht’. Het kan niet blijven bij ‘komen zoals je bent’. Het moet er ook van komen dat je ‘niet blijft wie je bent’. Je werken moeten anders worden.

En zelfs na ontvangen genade zijn onze dagelijkse zonden nog pijlen van satan die je te binnen brengen: “Zie je nou wel dat het allemaal niks voorstelt, dat geloof van jou? Moet je kijken wat je allemaal denkt, begeert, voelt, zegt en doet! Zeg nou zelf…” Er is echter één verschil met het ongeloof waar Jezus hier op doelt. En dat ligt in het feit wat je zonden met je doen. Vind je het prima zo of smart het je dat je de HEERE verdriet doet en niet voldoet aan het beeld dat Hij van je wil maken? Vullen de zonden je met schaamte en brengen ze je tot dat nieuwe, dat je er bij de schepping niet bij kreeg: schuldbelijdenis.
Durf jij je zonden in het licht van Gods heiligheid neer te leggen? Om ze eeuwig kwijt te raken in het zondengraf dat Jezus heeft gedolven voor de zonden van al Gods kinderen? Hoe is het mogelijk… dat is waarachtig een goeie vraag, maar dan zo: Hoe is het mogelijk dat ik ondanks zoveel genade nog zoveel zonde doe? Hoe is het mogelijk dat de HEERE niet moe wordt van het zonden vergeven? Hoe is het mogelijk dat Jezus’ offer tien werelden van zondaars zou kunnen zaligen? Die verwondering zal blijven en zal de aanbidding doen aanzwellen in het volle licht voor Gods troon: “Gij zijt waardig te ontvangen alle eer, aanbidding en dank tot in alle eeuwigheid!

woensdag 2 september 2015

Christus de tweede Adam en de tweede slang?



"En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe."
Johannes 3 : 14-15

Wie de titel van deze bijbelstudie leest zal wellicht zijn wenkbrauwen fronsen. Christen de tweede slang? Dat Hij de tweede Adam is, kunnen we nog wel plaatsen, maar de tweede slang?! Het is enerzijds zo'n bekende zin, die Jezus hier gebruikt, maar anderzijds zo'n merkwaardige vergelijking. Hij neemt het historische voorval uit Numeri 21 en laat dat illustratie zijn voor de kern van Zijn werk op aarde. De koperen slang uit Numeri 21 krijgt een diepere lading en mag vanaf nu een afschaduwing, een heenwijzing, zijn voor allen die deze geschiedenis lezen. Of… wat het dat al in Mozes' dagen?

Vergelijking

Het is soms een 'kunst' om in een geschiedenis uit het Oude Testament een typering aan te wijzen van Christus. Mozes was een type van Christus en Jozef, Abel, Samuël, Salomo… Inderdaad zitten er typische dingen in hun werk of karakter die kenmerkend zijn voor Christus. Al moet je voorzichtig zijn daar overgeestelijke lading aan te geven, want van 'type-aanduidingen kunnen aanwijzen' word je niet zalig. Wel kunnen sommige personen als illustratie dienen voor Christus en Zijn werk. Zo ook deze koperen slang.
Het liep helaas slecht af met die slang. In de dagen van Hizkia bedreef men afgoderij met dat koperen ding en ontleende er allerlei occulte gaven aan. De koning vernietigde het ding om zo de afgoderij uit te roeien. Lees maar in 2 Koningen 18: "En hij verbrijzelde de koperen slang, die Mozes gemaakt had, omdat de kinderen Israëls tot die dagen toe haar gerookt hadden; en hij noemde haar Nehustan." Met de naamgeving 'Nechushtan' degradeerde Hizkia de koperen slang tot 'ding van koper'.
Maar de vergelijking die Jezus in die koperen slang ten opzichte van Zichzelf maakt is van een hogere orde. Hij neemt dat later verafgoodde ding weer in haar oorspronkelijke betekenis en hing er de lading 'redding' aan.

Verhoging

Op dezelfde manier als Mozes de slang verhoogde in de woestijn, moet ook de Zoon des mensen worden verhoogd. Er moest geen aanbidding van het ding geven, maar van Jehova, de Verbondsgod Die dit middel ter verlossing gaf. Zou Jezus met dit voorbeeld misschien ook de aandacht van Zichzelf willen wenden en op Zijn Vader richten?
Het tweede vergelijkingspunt met de koperen slang is het volgende. Hoe werd de slang gemaakt en zichtbaar verhoogd? We lezen in vers 8 van Numeri 21: "Maak u een vurige slang, en stel ze op een stang". En zo deed Mozes het ook. Slang: er staat in de grondtekst 'seraph', hetzelfde woord al voor een engel! In dit verband ging het natuurlijk om een 'vurige' (giftige) slang. En deze moest worden bevestigd op een stang, een banier of mast. Je moet eerder denken aan een houten stok dan aan een metalen stang.
De HEERE beval een 'vurige slang' te maken en Mozes maakt een 'koperen slang'. Daar staat echt een ander woord; al weet ik niet of er veel betekenisverschil in zit. In ieder geval is dus 'vurige slang' een seraph en 'koperen slang' is in het hebreeuws een dubbel, bijna enigszins hetzelfde klinkend, woord: 'nachosheth nachash'.
En deze koperen slang moest worden verhoogd. Iedereen moest hem kunnen zien, zodat niemand ooit kon zeggen: "Ja, ik heb hem niet kunnen zien…" Temidden van de poel der zonde, toont God overduidelijk Zijn genade!
Het zien op de koperen slang richtte stervende zondaars weer op en vernieuwde hun leven.
Wat denk je: gaan al die vergelijkingen niet op bij Christus?
  • Hij wendde de aandacht af van Zichzelf en toonde de mensheid het barmhartige hart van Zijn Vader;
  • Hij, de seraph, de Engel des Heeren, hing als slang, als misdadiger, in mijn plaats;
  • Waar de koperen slang schitterde in de brandende zon, daar versmachtte Christus in de brandende zon en onder de hitte van Gods toorn;
  • Hij hing daar duidelijk zichtbaar voor iedereen;
  • Hij werd verhoogd , opdat Hij gevallen Adamskinderen, door op Hem te zien, weer tot leven zou brengen, oprichten, ja, verhogen tot in alle eeuwigheid.


Verlossing

Dat laatste benadrukt Jezus ook in vers 15: "Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe." In de geschiedenis van Mozes lezen we het volgende: "En Mozes maakte een koperen slang, en stelde ze op een stang; en het geschiedde, als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan, en hij bleef levend" (Numeri 21 : 9). Natuurlijk vertegenwoordigt dat enkelvoudige 'iemand' al die mensen die keken en genezen werden. Elk individu afzonderlijk, geloof en wedergeboorte zijn persoonlijke zaken.
Toch zie ik ook dat bijna letterlijk in vervulling gaan op Golgotha. Daar hing iemand, gebeten door de slang der zonde; nog even en hij zou sterven aan dit kruis. Echter… zijn blik werd getrokken door de middelste Kruiseling. Hij leerde in enkele seconden (en hoeveel meer tijd hadden de gebetenen in het kamp van Israël?) werkelijk zien op Jezus. En toen hoorde hij die hemelse klanken: "Heden zult bij met Mij in het paradijs zijn!" Niet een vrome farizeër of een van degenen die de verlossing te Jeruzalem verwachtten, maar een moordenaar staat hier symbool voor al die 'gebetenen' die werkelijk leerden zien op Christus en hebben ervaren dat er genade op Zijn lippen is uitgestort!
Verlossing door Zijn bloed… Die 'vurige slang' was slechts een koper ding. Dat kon niet zaligen. Maar deze Jezus is hét Lam van God dat de zonde der wereld wegdraagt.

Leer mij, o Heer, uw lijden recht betrachten,
in deze zee verzinken mijn gedachten:
o liefde die, om zondaars te bevrijden,
zo zwaar moest lijden.


'k Zie U, God zelf, in eeuwigheid geprezen,
tot in de dood als mens gehoorzaam wezen,
in onze plaats gemarteld en geslagen,
de zonde dragen.


Dit breekt mijn trots. Waar zou ik nog op bogen?
Ik lig in ’t stof, maar God komt mij verhogen,
nu ik van vijand Gods en tegenstander
in vriend verander.


Daar Ge_U voor mij hebt in de dood gegeven,
hoe zou ik naar mijn eigen wil nog leven?
Zou ik aan U voor zulk een bitter lijden
mijn hart niet wijden?

zaterdag 28 februari 2015

Voorbereiding HA – Wat staat een Opwekking in de weg?

"Zo keerde hij weder van achter hem af, en nam een juk runderen, en slachtte het, en met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees…"
1 Koningen 19 : 21a

"Velen ook dergenen, die ijdele kunsten gepleegd hadden, brachten de boeken bijeen, en verbrandden ze in aller tegenwoordigheid; en berekenden de waarde derzelve, en bevonden vijftig duizend zilveren penningen. Alzo wies het Woord des Heeren met macht, en nam de overhand."
Handelingen 19 : 19-20


Verlangen naar een opwekking

Verlang je ook naar een opwekking? Of een doorbreken van de Geest in de gemeente? Want ten diepste is dat eveneens een opwekking die aan een bredere opwekking voorafgaat. Van Paulus lezen we in Handelingen 19 dat hij twee jaar in Efeze preekt en bijzondere krachten doet. Het is daar op dat moment het grensgebied van satans koninkrijk. Vanuit de Joden is er enorm veel verzet tegen Paulus' prediking. Paulus scheidt zich daarom af van de synagoge en trekt zich terug in de vergaderzaal van de rethorica-school van Tyrannus. Daar kwamen de Grieken vaak bij elkaar om de welsprekendheid te leren en te beoefenen. Grieken (maar ook Joden) wandelden daar gemakkelijker binnen dan bij de 'kerk' van de Joden.
Het was evangeliseren wat de klok sloeg, zou je verwachten. Dat valt te bezien. Want we lezen enkel over grote, indrukwekkende tekenen. Daar zijn sommige charismatische groepen erg van gecharmeerd. Echter, ik vrees dat we hier toch moeten zeggen dat – de tekenen ten spijt – het Woord van God nog niet werkelijk tot de mensen doordrong. Er waren geestelijke boosheden in de lucht. Het was een felle strijd tussen de satan en zijn engelen en de engelen des HEEREN. Grootse tekenen kentekenen de botsingen in deze strijd. Maar de vrucht op de prediking blijft eigenlijk nog uit.

Belemmering voor een opwekking

Er waren Joden (de zonen van Sceva) die zo behept waren met die indrukwekkende tekenen, dat zij Paulus gingen imiteren (vers 13-17). De satan lachte er echter om en zou deze jongens hebben verscheurd, als God niet had ingegrepen. De jongens hadden de naam van Jezus genoemd, maar ze kenden Hem niet persoonlijk. Ze noemde Hem 'Jezus over wie Paulus preekt'. Ken je ook zulke mensen die praten over God en Christus, maar tegelijk ook laten horen en merken dat ze Hem niet persoonlijk kennen? Kijk voor zulke mensen uit, want ze weerstaan de satan niet, maar worden door hem – zo God het niet verhoedt – overmeesterd. En als jij daarbij zou staan, zou je eenzelfde oordeel overkomen!
God greep echter in om de naam van Jezus in deze te zuiveren. Hij laat de mensen in Efeze – zowel Joden als Grieken – zien en merken dat er een enorm verschil is tussen deze zonen van Sceva en Paulus. En toen gebeurde het: "en er viel een vreze over hen allen, en de Naam van den Heere Jezus werd groot gemaakt. En velen dergenen, die geloofden, kwamen, belijdende en verkondigende hun daden." 
Dit was het moment waarnaar Paulus hevig had verlang. Het werk van de Geest brak door! Mensen staarden zich niet langer blind op die wondertekenen, maar ze zagen opeens het probleem, waardoor een opwekking uitbleef. Er kwam vrees over allen, heilig ontzag voor de HEERE. En – daar blijkt het waarachtige van het geloof – de gelovigen gingen de naam van Jezus groot maken. Vrees en blijdschap horen onlosmakelijk bij elkaar! Geen euforie of extase, maar diepe eerbied en verheuging over Wie de HEERE is!
De gelovigen gaan iets doen: 1. ze kwamen; 2. ze belijden; 3 ze verkondigen. Er komen mensen onder de indruk van de waarheid dat Jezus werkelijk de Messias is. Hem hebben ze nodig. Ze kwamen, staat er; ze doen een stap dichterbij. Dat maakt hun tongen los en ze belijden die waarheid (en daarmee hun oude, occulte onwaarheid). En tenslotte verkondigen ze dat ook openlijk. We worden met deze woorden niet opgeroepen om onze zonden breed en publiek uit te meten, maar deze occult-belaste mensen hadden voorheen openlijk hun nep-waarheid verkondigd. Om die ongedaan te maken moesten ze nu ook openlijk vertellen wat wél waar was: het geloof in Jezus Christus de Gekruisigde!

Ruim baan voor een opwekking

Nogmaals die vraag: Verlang je ook naar een opwekking? Of een doorbreken van de Geest in de gemeente? Wel, dan mag het niet bij woorden blijven. We lezen in de dagtekst dat de bekeerden ook openlijk tot daden komen. Niet alleen het openlijk vertellen van hun onwaarheid van eertijds, maar ook een openlijk afzweren. Alles wat er tussen de HEERE (zelfs na ontvangen genade) en jouw ziel zit, moet weg. Als dat openlijk is uitgeleefd en anderen wellicht ook tot zonde heeft aangezet, moet het ook openlijk worden beleden en afgezworen. Metterdaad! Ook in het kleinere geheel van de gemeente of zelfs in het gezin! Maar als niemand daar iets van heeft geweten, dan alleen jij en de HEERE, dan hoeft dat ook niet van de daken te worden geschreeuwd. Want het moet niet zo zijn dat wij met ons bekeringsverhaal iets gaan worden. Wel moet resoluut met de zonde worden gebroken. Metterdaad! 
Elisa brak met zijn verleden en dat was niet direct een zondig verleden. Toch maakte hij metterdaad duidelijk naar allen die hem voorheen gekend hadden als een toegewijd boerenbedrijfsleider, dat zijn nieuwe leven een geheel andere kant op zou gaan. Hij liet dat zien door zijn gereedschap te verbreken en te verbranden en zijn trekdieren te offeren tot een liefelijke reuk voor de HEERE.
De mensen in Efeze brachten al hun toverboeken en occulte en satanische literatuur (misschien ook wel hun sensuele en erotische lectuur of hun waardeloze filosofische lectuur of hun 'flutrommannetjes'?) bij elkaar en staken het in brand. De waarde wordt nog wel opgeteld, maar… het is slechts de waardebepaling van het offer. Weldra is het niets meer waard… stof en as. Het moet uit de weg geruimd!
Met het wegbranden van deze belastende zaken en zonden wordt de tegenstand in het hart van de gelovigen gebroken en kan de Geest krachtig doorwerken. Wat een vrucht ontstaat er hierdoor: "Alzo wies het Woord des Heeren met macht, en nam de overhand" (vers 20).

Zeg eens, wat zit er nog in jouw hart, in jullie gezin, in jullie gemeente tussen de HEERE en jou/jullie, waar de Heilige Geest wordt tegengehouden en de grote vrucht uitblijft (en daarmee ook de vruchtbaarheid te midden van deze goddeloze wereld)? Wat staat de zeggingskracht nog in de weg, waardoor de gemeente niet groeit en het binnen de gemeente – of binnen je gezin of in je eigen leven – zo dor blijft. We worden in het Heilig Avondmaal (en ook in de voorbereiding daarop) geroepen en vermaand om vruchtbaar te zijn voor de HEERE! Het kan toch niet zo zijn dat je al jaren met hetzelfde aantal Avondmaalsgangers aan tafel zit? Het kan toch niet zo zijn dat je nog nooit aan het Avondmaal hebt deelgenomen? Daar mag je toch niet in berusten? Het kan toch ook niet zo zijn dat er slechts enkelen in jouw gemeente naar het Avondmaal gaan? Dan is er toch wezenlijk iets mis? Of vind jij dat de gewoonste zaak van de wereld (kerk)? Stilstand is achteruitgang… groei is hoop. Vraag jezelf af (en laat ook anderen zich dat afvragen) of dat echt wel remonstrantse uitdrukkingen zijn. Zijn ze misschien niet snoeihard bijbelsgefundeerd? Een week van voorbereiding is er bij uitstek voor geschikt om je dit soort vragen te stellen!

donderdag 18 december 2014

Heilig Avondmaal – 14. vrijdag

De belijdenis van de Heere Jezus

Tot de nabetrachting hoort tenslotte ook de belijdenis van de Heere Jezus. Het Heilig Avondmaal verplicht je om de dood van de Heere Jezus te verkondigen, totdat Hij terugkomt op de wolken. Schaam je niet voor Christus, schaam je niet voor Zijn leer, Zijn kerk, Zijn kinderen en Zijn zaak (bij 'zaak' kun je denken aan de hele onderneming van Christus, waarmee Hij Zijn Kerk vergadert uit deze wereld en Zijn Koninkrijk; je zou het woord 'zaak' ook als een juridische term kunnen zien, zoals een rechtszaak; maar het grondwoord voor 'zaak' betekent allereerst: 'ten behoeve van' of 'ter wille van').
Kom vrijmoedig uit voor Hem, laat met je spreken, je daden, de gezelschappen waarin je je bevindt, zien en merken dat je bij Christus hoort! Wees blij als er zich een gelegenheid voordoet dat je kunt laten horen of zien hoe heerlijk, hoe vol zaligheid, hoe dierbaar Jezus Christus voor je is.
Verblijdt je, als de mensen je smaden vanwege de Heere Jezus (en niet vanwege jouw zondige daden!) en schroom niet om verdrukking te lijden om wille van de Naam van Christus. En als de HEERE het goed acht om je te verheerlijken, door je als martelaar tot bloedgetuige van Zijn zaak te roepen, weiger die kroon niet, maar neem hem dankbaar en met blijdschap aan.

Tot slot

Zalig zijn zij, die iets laten zien van wat we hiervoor allemaal hebben overdacht met betrekking tot de voorbereiding, de viering van het Heilig Avondmaal zelf en de nabetrachting ervan. Als zij het meeste daarvan in hun leven herkennen, zijn ze er het best aan toe; maar ook 'hinkenden' komen met Jacob in Kanaän aan! De oprechtheid van je hart is bij God aangenaam en geeft ook steun om te geloven.
Velen hebben wel de lust tot deze dingen, maar klagen dat zij ze niet hebben (of herkennen); en zij hebben er helaas ook reden toe, maar waar komt dat door? Zeker, de schuld ligt bij henzelf, omdat ze traag zijn in het zoeken; ze vinden het allemaal veel te zwaar, te moeilijk. Maar ja, wie niet arbeidt, zal ook niet eten; wie niet bidt, zal ook niet ontvangen; wie niet zoekt zal ook niet vinden.
Zoals God in het alledaagse leven alleen op het gebruik van middelen de lichamelijke zegeningen geeft, zo doet Hij dat ook in het geestelijke. Daarom: begeer deze dingen en wees actief in het zoeken ervan. Leef dicht bij de HEERE en wees een open boek voor Hem (A Brakel zegt eigenlijk "vertoon uzelf dikwijls zo aan de HEERE, zoals gij zijt"). Zeg Hem eerlijk hoe je bent: zo zondig, zo traag, zo lusteloos, zo duister (in het geloof). Laat hem eerlijk zien wat er aan scheelt: hoe groot je onmacht is, om met het zwakke geloof tegen de weerstand van de Oude Adam (de oude mens) te strijden en te overwinnen; ja, hoe moeilijk het vaak is om zelfs met het werk te beginnen!
Bidt de HEERE om je met Zijn genade te ondersteunen. Bidt om de Heilige Geest, Die je aanzet tot willen en zoeken en houdt de HEERE Zijn beloften maar voor. Dan zul je zien dat de HEERE zal horen en genade zal geven. Want het is voor de HEERE aangenaam, als je Hem wel wil zoeken en als je bidt om de Heilige Geest om meer actief te zijn met en voor Hem. En ondanks je machteloos gevoel, zal je ziel er meer dan eens levendiger door worden! Je zult er een 'stil' (biddend verwachtend) hart door krijgen, grotere verlichting en meer vertroosting.

Ik wens je toe dat de HEERE, Die goed is, je dát laat zoeken én vinden!

woensdag 17 december 2014

Heilig Avondmaal – 13. donderdag

Laat zien dat je bij Christus hoort

Bij de nabetrachting hoort ook dat je openlijk laat zien dat je een christen, een bondgenoot van Christus, bent. "Draagt dan voortaan Christus' livrei", zegt A Brakel (een livrei is een ambtskostuum van een lakei aan het koninklijk hof). Hoe doe je dat? Door zo te wandelen (en je zo te gedragen), zoals Christus gedaan heeft (1 Joh. 2:6). Zodat allen, die jou zien, je herkennen dat je bij Jezus hoort (Hand. 4:13). Hoe wordt dat zichtbaar?
  • Door de liefde: "Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander" (Joh. 13:35).
    Heb de HEERE lief, en koester de liefde van Jezus voor jou. Laat (van daaruit) ook liefde zien en merken aan alle gelovigen, omdat Jezus hén ook liefheeft en zíj op hun beurt ook van Jezus houden. Laat jouw liefde niet worden getemperd, doordat zij gebreken en onvolmaaktheden hebben; die komen niet voort uit een ongelovig hart (maar uit zwakheid, die jij zelf ook ondervindt).
    En laat de liefde van je hart ook uitgaan naar álle mensen, zoals een licht of vuur, dat zowel goeden als slechten verlicht en verwarmt.
  • Door nederigheid en zachtmoedigheid: "Leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart" (Matth. 11:29).
    Nu je gekozen hebt voor Jezus, om van Hem te ontvangen eer, liefde en bescherming, wat moet je dan nog langer met de eer en liefde van mensen en met de goederen van deze wereld? Als je nu de eergierigheid en geldgierigheid hebt afgezworen, dan zal nederigheid en zachtmoedigheid gaan oplichten in je leven.
    Alles wat je hebt, heb je gekregen van je geliefde Jezus; dus wees maar klein in jezelf en laat jezelf kennen in de omgang als vriendelijk: draag eerbare kleren, maar zonder pronk; laat het ook zien en merken in je huishouding; en op alle plaatsen waar nederigheid te pas komt. En als jou onrecht wordt aangedaan – of er ontstaat een andere gelegenheid waarbij toorn zou kunnen opwellen in je hart – wees dan op je hoede voor die toorn of voor wraak; laat daarentegen zien dat je zachtaardig bent en verdraagzaam; en dat je zelfs je vijanden kunt liefhebben en hen goed kunt doen.
  • Door weldadigheid: wat deed Jezus altijd wel (goed) aan anderen! Wie ging er ooit ongetroost bij Hem vandaan? Laat dat ook in jouw leven zien: troost de bedroefden, bezoek de zieken, wees milddadig aan armen. En als je weinig of geen geld hebt om te geven, wees dan in ieder geval vriendelijk voor hen, en laat medelijden voelen. Laat alzo je licht schijnen onder de mensen en toon je geloof uit je werken!

dinsdag 16 december 2014

Heilig Avondmaal – 12. woensdag

De wereld verlaten

De nabetrachting bestaat ook uit het versmaden (negatief waarderen) en verlaten (links laten liggen) van de wereld:
"Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld" (1 Joh. 2:15-16).

Wees eerlijk, waarom zou je de wereld níet willen verlaten? Immers:
  • Dat zit namelijk inbegrepen in het verbond waarin je bent opgenomen en dat in het Avondmaal opnieuw werd bezegeld. Het houdt in: in God alléén heb ik al mijn lust, mijn rust, mijn blijdschap, mijn vergenoeging (dat betekent: ik heb er volkomen genoeg aan) en mijn vreze en toewijding. De wereld daarentegen niet! Die is nu voor mij slechts een middel om te worden gebruikt (om te kunnen leven, zolang ik hier op aarde ben). Ik loop er doorheen als een vreemdeling, om zo mijn vaderland te bereiken.
  • De wereld is enkel vuilheid; zij ligt toch in het boze? En jij bent juist schoongewassen in het bloed en door de Geest van Christus! Zou je jezelf dan weer vuil willen maken? De HEERE heeft je geroepen of getrokken uit deze droevige en boze wereld, net als Hij Abraham uit Ur riep en Israël uit Egypte. Zou jij er dan toch weer naar terug willen keren?
  • Die twee – God en de wereld – staan recht tegenover elkaar. Wie de ene bemint, haat de Ander; wie de Ene bemint, haat de ander. Niemand kan twee heren dienen: "Zo wie een vriend van de wereld wil zijn, die wordt gezien als een vijand van God" (Jak. 4:4).
  • De wereld níet verlaten is niets minder dan overspelige liefde. De Bruidegom Jezus, met Wie je – bij wijze van spreken – ondertrouwd bent, zal er zeer jaloers over zijn. Het is ook tot oneer van Hem, alsof je ziel niet genoeg heeft aan Hem alleen! Alsof Jezus je niet kan verzadigen, zodat je naast Hem toch nog wat anders moet hebben. Alsof Hij niet goed en vriendelijk genoeg is, om Zijn Bruid te verlevendigen en verheugen.
  • Ook is het zo dat de HEERE het zeker zal belonen, wanneer je uit liefde tot Hem al het aardse goed en genot verlaat. Het verloochenen van alles wat je op aarde probeert te bekoren, zal Hij belonen met overvloedige vertroosting.
  • En wees eerlijk: wat is de wereld met al haar 'heerlijkheid', maar zónder Jezus? Niets anders dan ijdelheid, leeg en loos!
  • Zeg eens, geliefde, waar komt alle verwarring, droefheid, verdriet en moeite vandaan? Toch nergens anders van, dan van de wereld? Die vijand probeert je óf op een vleiende manier, óf op een gewelddadige manier telkens weer te verwonden. Ga je dan je eigen verdriet opzoeken? Heb je al niet lang genoeg die bittere smaak van de wereld geproefd?
Daarom: stap er resoluut uit (dat betekent niet, door te sterven, maar door de bekoring van de wereld als iets waardeloos te negeren) en laat je wandel (zowel je dagelijkse doen en laten, als ook je domicilie, je vaderland) voortaan in de hemel zijn!

maandag 15 december 2014

Heilig Avondmaal – 11. dinsdag

De wandel met God

Ook de dagelijkse omgang met de HEERE hoort bij de nabetrachting; evenals het voortdurend biddend opzien tot Hem (om Zijn hulp, wijsheid en kracht).
"Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht" (Gen. 17:1).
"Henoch wandelde met God" (Gen. 5:24).

Daarvoor is het nodig dat we God zien als een verzoend Vader, dankzij het offer van Zijn Zoon Jezus Christus. Ook al brandt het geestelijk licht soms maar matig, of val je in zonden, of komt er strijd in je leven, zo moet je tóch vasthouden aan de onwankelbaarheid van Gods verbond. Want het verbond staat of valt niet met ons gevoel, of met ons staan of vallen. Nee het ligt vast in de de onveranderlijkheid van God:
"Bergen zullen wijken, en heuvelen wankelen, maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer" (Jes. 54:10).
"Ik, de HEERE, wordt niet veranderd; daarom zijt gij, o kinderen van Jacob, niet verteerd." (Mal.3:6)

Dus, laat je niet te snel ontnemen wat je van de HEERE hebt gekregen! Sta vast in het geloof en wees dapper. En als je vanuit je gevoel geen duidelijke conclusie kunt trekken over je geestelijke staat (of je nu wel echt gelooft of niet), trekt die conclusie dan vanuit een rationeel oordeel (vanuit je nuchtere overdenking en oordeel over alles dat binnenin je hart speelt en gebeurt). En zeg:
"Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor, dat gij wel der zonde dood zijt maar Gode levend zijt in Christus Jezus, onze Heere" (Rom. 6:11).
"Als die dit oordelen, dat indien één voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn" (2 Kor. 5:15).

Stel je de HEERE gedurig voor ogen (Ps. 16:6). Leef in een voortdurend gesprek met Hem. Nu eens biddend, dan weer om raad vragend, of aanhankelijk, of verwachtend, of eerbiedig aanbiddend, of stil in Hem rustend, dan weer dankend, maar ook je 'tot Zijn dienst aanbiedend' (Heere, wat wilt U dat ik doen zal). Leer zo op een heel natuurlijke manier dagelijks met Hem te leven, te wandelen (A Brakel noemt het: "gewen je aan de HEERE"; laat dat de life-style van elke dag worden).

Van zo'n omgang met de HEERE is heil te verwachten en troost, tevredenheid, heiligheid en zaligheid. Want op die manier wordt je ziel zich bewust dat Gods rechtvaardigheid eigenlijk enkel licht, heerlijkheid en zuiverheid is. Je gaat Hem steeds meer lief krijgen, je in Hem verheugen. Temeer, omdat de HEERE in Zijn rechtvaardigheid niet uit is op je verderf, maar op je behoud. Hij wil je helpen. Dat heeft Christus als Borg voor je verdiend! Als je zo met de HEERE omgaat – Zijn goedheid en 'algenoegzaamheid' (dat je aan Hem volledig genoeg hebt) – geeft dat een heerlijke smaak in je geestelijk leven. Je vindt dan echt geen lust meer in de omgang met anderen die de HEERE niet dienen; nee, naast (of in plaats van) de HEERE geeft ook niets op aarde je meer echt lust; immers, je vindt en hebt alles in God:
  • Zijn heiligheid: we kunnen die glans niet verdragen van nature, maar daarin zien we wel onze zondigheid weerspiegeld; dat brengt schaamte met zich mee en zo vergaat de lust tot de vergankelijke en zondige dingen van deze wereld. 
  • Zijn liefde: als je daardoor wordt bestraald, 'zo vermaak je je wonderlijk' (je geniet intens van Gods volheid en rijkdom) en je wordt 'verwarmd in wederliefde'.
  • Zijn wil: dit is de opperste en souvereine wil, waartegen jouw eigengereide wil het altijd aflegt; als je in tijden van lijden komt, of voor allerlei keuzes komt te staan, ga je steeds meer Gods wil liefhebben.
  • Zijn hoogheid en heerlijkheid: hiervoor verliest elk schepsel op aarde zijn aanzien en begeerlijkheid; je ziel buigt zich voor de HEERE en aanbidt Hem in diepe eerbied en geeft Hem eer en heerlijkheid.
  • Zijn almacht: deze is op zichzelf al een geweldig feit; maar wanneer de HEERE met Zijn almacht ook nog gaat werken in schepselen, dan verdwijnt elke kracht die zich tegen je ziel zou kunnen verheffen als sneeuw voor de zon.
  • Zijn wijsheid: deze openbaart zich in al Gods werken, zowel in de natuur (de schepping) als in de genade (het geestelijk leven). Daarbij verbleekt zelfs de grootste wijsheid van een mens; je hart wordt stil, klein en tevreden onder Gods wijze regering.
  • Zijn waarheid en trouw: immers je kent Gods beloften en je gelooft ze ook; en je kunt er gerust en zeker van zijn dat de HEERE doet wat Hij belooft! Je ervaart als het ware de vervulling van Zijn beloften al, nog vóór dat ze werkelijk vervuld zijn. 
Als je dit mag genieten, word je een bedachtzaam (weloverwogen) en standvastig (evenwichtig) mens. Je kent namelijk in alles een stille onderwerping (of overgave) aan de HEERE, wat je ook tegenkomt op je levensweg ("Hij weet wat goed voor mij is"). Er groeit ook een zekere dapperheid (durf en doorzettingsvermogen) in je, bij het uitvoeren van je dagelijks plicht; je mag genieten van het werk dat de HEERE je te doen geeft (en dat ook voor Hem gedaan mag worden). Je laat veel gemakkelijker de uitkomst/de afloop van alle gebeurtenissen over – in een zekere gelatenheid – aan de HEERE (dingen brengen je niet meer zo gemakkelijk van je stuk). Dit is pas écht een vrolijk leven; hier vloeit een zuivere heiligheid uit. Je gaat elke deugd (alle dingen die op zich goed zijn) die níet geschiedt met het zicht op Christus, zien als ondeugdelijk (tekort).

Zo'n dagelijkse wandel met de HEERE is de hemel op aarde.
"En alzo zullen wij altijd met de HEERE wezen. Zo dan, vertroost elkander met deze woorden" (1 Thess. 4:17-18).

David zegt hierover:
"Verzadiging van vreugde is bij Uw aangezicht; liefelijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk" (Ps. 16:11).
"Ik zal Uw aangezicht in gerechtigheid aanschouwen; ik zal verzadigd worden met Uw beeld, als ik zal opwaken" (Ps. 17:15).

Je kunt dit inderdaad kort samenvatten met het woord 'hemel', maar het gaat tegelijkertijd ons begrip te boven. Als je zo wandelt met de HEERE – en je steeds meer gewent aan die levensstijl – ontvang je ook veel vrijmoedigheid om telkens je nood aan de HEERE te klagen; om al je begeerten in het gebed aan Hem voor te leggen; en ook om de vervulling van deze dingen van Hem af te smeken. Je zult merken dat de HEERE een antwoordende en verhorende God is! Let hier maar eens op:
"Roep tot Mij en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekendmaken grote dingen en vaste dingen, die gij niet weet." (Jer. 33:2).

Zie daar de uitnemende gelukzaligheid van de omgang met God. Vanwege het feit dat je met God in een verbond leeft – en dat verbond ook aan je is bezegeld in het Avondmaal, eergisteren – heb je het voorrecht om met de HEERE, ootmoedig, te wandelen! En dat is tegelijk ook je plicht! 'Gewen je aan de HEERE' (laat dat wandelen als het ware de gewoonste zaak van de wereld voor je zijn), heb vrede en word blinkend (A Brakel legt dat laatste woord niet uit en het klinkt ons misschien wat vreemd in de oren; maar mijns inziens bedoelt hij hiermee, dat je 'reiner' en 'heiliger' begeert te leven voor de HEERE).