Posts tonen met het label voorbereiding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label voorbereiding. Alle posts tonen

woensdag 6 september 2017

Wat Jezus wil vertellen

Deze dingen heb Ik tot u gesproken, bij u blijvende.”
Johannes 14 : 25
Het laatste Avondmaal, geschilderd tussen 1495–1498 door Leonardo da Vinci (4,6 m x 8,8 m);
locatie: Santa Maria delle Grazie

Dit ogenschijnlijk weinigzeggende vers markeert een keerpunt in de gebeurtenissen rond de discipelen. Jezus komt tot een afronding en luidt een nieuw accent in. Als Hij spreekt over ‘deze dingen’, wat bedoelt Hij dan?

Je zou kunnen zeggen dat het hele voorgaande gesprek daartoe behoort. De dingen die Jezus vertelde over Zijn aanstaande hemelvaart; Zijn afwezigheid en toch weer in zekere zin Zijn aanwezigheid door de Heilige Geest; de eenheid tussen Hem en de Vader. Maar ik denk dat Hij vooral doelt op dat liefhebben van Hem en hoe je dan omgaat met Zijn geboden, Zijn gehele Woord.

Het klinkt allemaal heel theoretisch, maar na dit vers zullen we gaan zien dat met die theoretische kennis die Hij nu in hen legt, de Heilige Geest straks aan de slag gaat. Zijn geboden onthouden en onderhouden gaat het effect hebben van een toenemende liefde en aanbidding van Hem over Zijn liefde en wijsheid, waarmee Hij alles tot in detail in de hand heeft in ons leven!

Het is deze Herder en Leraar, Die inderdaad alles tot in detail weet en bestuurt, Die ons aan Zijn tafel nodigt. Waarom? Omdat Hij ons door en door kent en concludeert dat we dat nodig hebben. Als Hij met macht en toch ook met takt spreekt tegen Zijn jongeren die tamelijk in verwarring zijn, hoeveel te meer zal Hij met macht en takt spreken rondom het Avondmaal? Als Jezus spreekt wordt niet persé alles in één keer duidelijk, maar je krijgt er wel voldoende overdenking en beleving uit, dat je er weer tegen kunt. Hij nodigt aan tafel en geeft niet alleen uitleg in woorden, maar ook in daden. Hij laat de tekenen van Zijn lijden zien. Ja, Hij toont ze zelfs aan blinden door te laten smaken/proeven hoe Hij is én hoe Zijn Vader is. Want Ze zijn één, de Vader en de Zoon nietwaar? Dat had Jezus daarnet nog gezegd!

Hij laat je merken dat Hij van je af weet en van je houdt. Tilt je uit boven de golven van dit leven, boven het tumult dat er misschien wel in je eigen huis of hart is. Hij laat je even vanuit een ander perspectief kijken naar het leven van alle dag; ook naar jouw leven met Hem en misschien moet daar wel wat rechtgezet worden naar de toekomst toe. En… het belangrijkste, Hij zet je weer stil bij wat Hij Zelf deed om jou zalig te maken: Zie je dat? Vergeet je het niet? Stempelt dit je leven? En merken anderen door jou iets van Mij? Wat mag ik van je vragen? Hoe ver laat je me toe in je leven? Vertrouw je me? Voel je hoe goed Ik het met je meen? En voel je veilig bij Mij. Vertel me maar wat er aan scheelt. Kom maar bij Mij. Kijk, deze dingen heb Ik tot je gesproken en Ik heb het zelfs voor je zwakke geloof gevisualiseerd. Zodat je niet meer hoeft te twijfelen… En zodat de Heilige Geest je verder kan leiden. Niet alleen met de kennis van nu, maar vooral ook met de wetenschap van straks…

dinsdag 5 september 2017

Als Jezus bij ons verblijft

“Deze dingen heb Ik tot u gesproken, bij u blijvende.”
Johannes 14 : 25
Het laatste Avondmaal, geschilderd tussen 1495–1498 door Leonardo da Vinci (4,6 m x 8,8 m);
locatie: Santa Maria delle Grazie

Het is weer een voorbereidingsweek op het Heilig Avondmaal. Door omstandigheden ben ik bij deze tekst aangekomen en wil deze week over de woorden in dit vers nadenken. Elke keer wil ik kort een ander woordenpaar belichten. Vandaag “Ik… bij u…”

Die woorden-combi doet sterk denken aan het “Ik voor u…” uit het Avondmaalsformulier. Het accent ligt ook hier in de dagtekst bij de persoon van de Heere Jezus. Zijn woorden doen er toe. Maar Zijn aanwezigheid is nog eens te meer essentieel. Er zal voor de discipelen straks een tijd aanbreken waarin Jezus wel dingen tot hen spreekt, maar niet meer zo dicht bij hen zal zijn.
De waarde van Zijn aanwezigheid zullen ze echter pas gaan ervaren, als Hij niet meer lichamelijk bij hen is. Ze zullen op een andere manier Zijn aanwezigheid gaan ervaren, genieten.

En zo is het ook bij het Avondmaal. Voor een moment genieten we Jezus' aanwezigheid bij het Avondmaal. Hij neemt ons bij wijze van spreken even apart, ook al zitten we te midden van tientallen broeders en zusters. Even is Hij bij ons en wij bij Hem. Geniet van dat moment, hoe kort het ook duurt en hoeveel spanning erbij kunnen opspelen.
Even valt ook alles weg, want je mag bij Hem komen om alles bij Hem te laten. Hij laat het je zien en proeven dat je bij Hem aan het juiste adres bent. Dat de scheiding tussen zondaar en de heilige God is opgeheven en dat Hij daar de Bewerkstelliger van is geweest.

“Ik bij u…” Laat die woorden op je inwerken. Er staat niet op een beschouwelijke manier: Hij bij ons, of Hij bij mij. Nee, het staat er geschreven als een directe aanspraak door Jezus Zelf. Het zijn Zijn woorden, het is Zijn stem die tot jou zegt: “Ik bij jou…” Als voorproef van straks, wanneer wij niet alleen voor eeuwig bij Hém zijn, maar Híj ook voor eeuwig bij ons is. En dat is geen constatering van feiten, maar een uiting van Zijn liefde en persoonlijke wil. Hij wil bij je zijn. Ja, als je de Statenvertaling letterlijk leest zelfs ‘blijven’!
Psalm 5 – ik heb dat vorige week ook al aangehaald en zondag zongen we juist dát vers – bezingt dat op een intense manier:

't Rechtvaardig volk zult Gij belonen,
Terwijl Gij, HEER, hen overdekt,
Hun tot een veilig schild verstrekt.
Gij zult goedgunstig hen bekronen,
Ja, bij hen wonen.

zondag 7 december 2014

Heilig Avondmaal – 3. maandag

Opwekking en aansporingen

Laat daarom ook jouw verlangen wakker gemaakt worden en je in beweging brengen (á Brakel noemt dat "dat je begeerte gaande wordt gemaakt"). Mag ik je helpen om je verlangen brandend te maken? Ik wil je op een paar dingen wijzen.

Allereerst iets over het kerkgebouw. De plek waar het Heilig Avondmaal wordt gehouden is eigenlijk een stukje hemel op aarde: een voorportaal van de hemel. We kunnen Jacob met recht naspreke in Genesis 28:16b-17: "Gewisselijk is de HEERE aan deze plaats, en ik heb het niet geweten! En hij vreesde, en zeide: Hoe vreselijk (ontzagwekkend) is deze plaats! Dit is niet dan een huis Gods, en dit is de poort des hemels!" Boven die plek doet de hemel zich open, de stralen van Gods heerlijkheid en genade dalen er op neer en vervullen die plaats met Zijn aanwezigheid.

De Vader komt tot hen met Zijn goedgunstigheid en laat zien en merken hoe vriendelijk Hij is voor Zijn gunstgenoten, door tegen hen te zeggen: "Ammi, Ruchama". Dat betekent: Mijn volk over wie Ik Mij ontferm. Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid. Ik ben hier speciaal naar u gekomen om Mijn genoegen en Mijn liefde aan u bekend te maken en die te laten voelen!

De Heere Jezus, de Bruidegom, komt in Zijn liefde tot hen, daar aan Zijn tafel, om met hen avondmaal te houden, en daar samen mét hen van te genieten. Hij kijkt de kring rond en ziet ze in liefde en met vermaak één voor één aan!

Daar is de Heilige Geest aan het werk: Hij vervult hun ziel met licht, genade en allerlei vertroosting.

En daar zijn menigten van engelen, die zich er in vermaken (ervan genieten) dat de Heere God zo genadig naar Zijn kinderen is toegekomen. Zij letten op het gedrag van allen die daar aanzitten en letten nauwkeurig op wat hen allemaal bezighoudt. Hier zien zij iemand die bezwijkt van verlangen. Daar is er een die dronken is van de liefde tot de HEERE. Ginds is er iemand helemaal vol van Jezus. En daar is er weer een die zijn ziel neerbuigt in droefheid. Er is er ook een bij wie de dodelijke benauwdheid in zijn ogen te zien is, omdat zijn hart zich zo beklemd voelt, of zo hard is dat er niet eens een zucht uit lijkt te kunnen opstijgen. En kijk, daar biggelen stille tranen over iemands wangen, omdat de Trooster, die hun zou kunnen vertroosten, zo ver weg lijkt. Ginds is er een die juist heel sterk in het geloof staat en op Gods waarheden en beloften staat, als was het een rots. Hier houdt er een zich heel stevig vast aan de Heere (á Brakel zegt eigenlijk: die kleeft Hem achteraan). Daar leunt er iemand liefelijk op haar Liefste. En daar is er een bezwaard met zijn zonden en komt daarom met die zware last hier bij Jezus om verlost te worden. En zie, daar komt een klein kind in het geloof in alle eenvoud aangelopen. En die daar, even verderop, die ontvangen stromen van genade en vertroosting, zodat hun hart er overvol van wordt. Al dat verlangend uitzien, dat reikhalzen, het zuchten, alle tranen, de liefdesuitingen… alles is gericht op Jezus en eindigt in God. In dát Middelpunt komt uiteindelijk alles wat er gebeurt aan tafel samen. En dat zien de engelen allemaal met verwondering en vermaak gebeuren en ze verheerlijken God, vanwege Zijn genade en goedheid over deze mensen.

Hier is het huisgezin van God samen, hier zijn de geestelijke vrienden bij elkaar, om zich in de aanwezigheid van hun hemelse Vader en hun hemelse Bruidegom te vermaken. Komt je hart al in beweging – als je dit zo ziet en overdenkt – om daar ook bij te zijn? Wil je ook zo graag, samen met hen, je verlustigen in de HEERE? Ja, zelfs een verdorde en sombere ziel zal nog zeggen: "Ik wil er ook heen om een zegen te ontvangen!"

Wat je te zien krijgt en mag proeven

Daar aan tafel mee aanzitten is alsof je wordt gebracht in 'de binnenkamer van de Bruidegom' (zoals Salomo dat beschrijft in Hoogl. 1:4) of in 'het paleis van de Koning' (zoals wordt gezongen in Ps. 45:16). Het is de plek waar allerlei wonderen worden getoond, die geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en die in geen mensenhart zijn opgekomen, maar die God heeft bereid voor hen die Hem liefhebben. Wát een heerlijke dingen laat de Heere je daar zien! Wát een zoete dingen krijg je te smaken. 
Daar laat Hij Zijn kinderen kijken in de diepten van Zijn vrijwillige, eeuwige verkiezing: dat Hij ze al van eeuwigheid heeft gekend, liefgehad en dat Hij tóen al zorgde dat ze de eeuwige zaligheid – die alle verstand te boven gaat – zouden krijgen. 
Daar laat Hij hun Zijn verbond der verlossing zien, de Raad des Vredes tussen Jehova (God de Vader) en de Man, Wiens naam Spruite (Zach. 6:12) is (God de Zoon); met al de voorwaarden en beloften, de gewillige aanstelling tot Borg voor de uitverkorenen, door de Zoon. En hoe dat verbond juist hun vastigheid en zaligheid is.
Daar openbaart Hij hen Zijn onbegrijpelijke wijsheid in de manier waarop Hij hen naar de zaligheid brengt. Dat Hij ze eerst onder de macht van de zonde liet komen tot het besef dat ze God misten en liet inzien dat ze vervreemd van God waren. En dat Hij ze daarna, toen Hij hen Zijn wonderlijke barmhartigheid betoonde, daar weer uit hielp. Daar toont Hij hen het werk van de verlossing; zo zien ze Jezus in het vlees komen; ze volgen Hem van kribbe naar kruis. Ze zien Hem preken, goed doen, lijden en sterven. Ze kijken daar niet naar alsof het enkel een historische gebeurtenis is, maar werkelijk, levend en van dichtbij; dat al deze volmaakte daden van de Heere voor hen persoonlijk moesten geschieden. Bij al die afzonderlijke dingen blijven ze als het ware een poosje stilstaan en ze verwonderen zich er diep over! De Heere laat hen al die wonderlijke wegen zien, waar langs Hij hen heeft getrokken en geleid, tot hier toe. Maar Hij laat hen ook iets zien van de toekomende heerlijkheid. Wát worden ze dáár intens door verblijd (á Brakel noemt het: "tot verrukkens toe"). De HEERE verzekert en verzegelt hen hier van Zijn eeuwige liefde voor hen; Hij laat hen zien hoe vast hun zaligheid ligt in Hem. En Hij laat ze weer gaan van Zijn tafel, nadat Hij hen een liefelijke kus als hartelijke groet heeft gegeven.

Heilig Avondmaal – 2. de voorbereidingszondag

Drempels

Ook al zien sommigen wel in dat voorbereiding nodig is, toch laat menigeen zich gemakkelijk afhouden van het voorbereiden, door allerlei drempels, zoals:
  1. uitstellen van de voorbereiding; dan wordt er wel gezegd: "Ja, ik moet, ik wil, ik zal gaan beginnen met de voorbereiding". Maar uiteindelijk is het: "Als dit eerst gedaan is, of als dat is gebeurd", of "ik ben nú niet voldoende in vorm." Van uitstel komt meestal afstel. De tijd glipt door je vingers en de gelegenheid die je meende te hebben vervliegt, totdat je opeens geconfronteerd wordt met de toebereide Avondmaalstafel voorin de kerk. En zelfs dán vind je je nog te onbekwaam, om het laatste restje tijd te gebruiken voor een kleine voorbereiding, zodat je totaal onvoorbereid blijft!
  2. de listen van de duivel; hij is druk bezig om je zoveel mogelijk druk te laten zijn met andere dingen, zodat je voor de voorbereiding geen tijd meer overhoudt. Of hij wekt in je hart allerlei begeerten op, zodat je in zonde valt. Je voelt je als kaf in de wind heen en weer geslingerd; zo probeert hij je hart op te jagen zodat het geen rust heeft om de dingen kalm te overdenken.
  3. het ter discussie stellen van het aangaan; soms maakt men er een vraag van óf men wel zal aangaan. Er wordt dan van alles opgesomd, dat nog in de weg staat: ik loop nog zo vaak in het duister, ik ben nog zo vaak ongelovig of wisselvallig. Zou het toch niet beter zijn dat ik dit keer afblijf? En zo in dubio staande – alsof de keuze aan ons is of we wel of niet aangaan – verstrijkt de tijd en vervliegt de lust tot voorbereiden. Echter, als we voor onszelf vaststellen dat we móeten gaan, of ons voornemen dat we zúllen gaan, dan worden we veel ernstiger tot voorbereiden aangezet.
  4. het is een heel zware klus; als men wil gaan beginnen met de voorbereiding, dan komt het werk zo kolossaal en onmogelijk op ons af, dat we ons er veel te onbekwaam voor vinden. Het kost zó'n grote inspanning om jezelf zo nauwkeurig te onderzoeken. Het verdriet over de zonde, het bidden, het houden van een vastendag in deze week, zijn dingen die wel érg zwaar voor je zijn, nietwaar? Dus laat je het er maar bij zitten of je stelt het dag na dag uit. Of je begint wel heel aarzelend met lood in de schoenen, maar je had veel evangelischer (standvastiger en bijbelgetrouwer steunend op Gods beloften) te werk moeten gaan. Je kunt je beter stilhouden en biddend uitzien naar Gods Geest in je, Die je door het Woord duidelijk zal maken wat je doen moet. Want het zal niet door kracht en geweld geschieden, maar door Gods Geest.
  5. het valt zo erg tegen; soms gebeurt het tijdens de voorbereiding dat je jezelf tegenvalt; je meende beter in staat te zijn om je voor te bereiden, dan dat het uiteindelijk ging. Het lijkt wel of je je steeds geestelozer, verwarder, voelt en je tast steeds meer in het duister, dan dat je hiervoor deed. Voor je gevoel lijk je meer op een dode dan op een levende gelovige. Het maakt je moedeloos en je laat het voorbereidingswerk er maar bij zitten. En dat, terwijl je er aan zou moeten worden herinnerd dat de Heere juist nú op een bijzondere manier te hulp wil schieten met extra genadegaven! Daarom: loop niet weg van dit voorbereidingswerk, maar grijp moed en (ver)wacht (op) de HEERE; Hij zal uw hart versterken.

Hoe ziet een goede voorbereiding eruit?

Je zou het werk van de voorbereiding in drie punten kunnen samenvatten: verlangen in je hart opwekken, jezelf beproeven, jezelf versieren.

Allereerst iets over dat verlangen dat in ons moeten worden opgewekt. Dat uit zich in een verlangen om samen met het volk van God te zijn. Om samen met de "feesthoudende menigte" (Ps. 42) voor de HEERE te mogen verschijnen. Om daar het goede voor de uitverkorenen te mogen zien, zich te verblijden met het volk van de Heere en zich te beroemen met Zijn erfdeel. Je hoort dat verlangen bij David, als hij zingt: "Een ding heb ik van den HEERE begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des HEEREN, om de liefelijkheid des HEEREN te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijn tempel" (Ps. 27:4) en "Mijn ziel dorst naar God, naar den levenden God; wanneer zal ik ingaan, en voor Gods aangezicht verschijnen?" (Ps. 42:3).
Immers, hoe verdrietig was hij toen hij dat moest missen, toen hij moest vluchten: "Ik gedenk daaraan, en stort mijn ziel uit in mij, omdat ik placht heen te gaan onder de schare, en met hen te treden naar Gods huis, met een stem van vreugdegezang en lof, onder de feesthoudende menigte" (Ps. 42:5) en "O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone" (Ps. 120:5).
En hoe blij was David als hij weer bij het volk van God in de tempel mocht zijn! "Ik verblijd mij in degenen, die tot mij zeggen: Wij zullen in het huis des HEEREN gaan. Onze voeten zijn staande in uw poorten, o Jeruzalem!" (Ps. 122:1b-2).

zaterdag 6 december 2014

Heilig Avondmaal – 1. zaterdag vóór de voorbereidingszondag

De praktijk van het Heilig Avondmaal in voorbereiding, bediening en nabetrachting.


De praktijk

Dat wat het beste is voor Gods kinderen, wordt vaak het meest bestreden; door de duivel en door al zijn aanhangers. Een van die zaken die door satan onder vuur worden genomen is het Heilig Avondmaal. Wat ligt er een sluier van misverstanden en dwalingen over, waardoor verduisterd wordt, waar het bij het Avondmaal werkelijk om gaat! In het vorige hoofdstuk van De Redelijke Godsdienst kun je daar voldoende over lezen. Maar… als de duivel de waarheid niet meer kan verduisteren, gebruikt hij een ander wapen: de beoefening ervan verstoren of beletten. Dit kan hij doen door allerlei onrust en onlust in de gemeente en het persoonlijke leven te brengen (tot zelfs tijdens de bediening van het Avondmaal toe!), waardoor de zegen wordt weggenomen. Of hij bestormt er de gelovigen mee in de aanloop naar, of de voorbereiding op, het Heilig Avondmaal, door ze tot zonde te verleiden en daarmee tot ongeloof. Of door ze vol te stoppen met van alles, waardoor ze hun tijd verwaarlozen en niet tot werkelijke voorbereiding toe komen! Daarom moet elke gelovige juist op dit moment heel erg op zijn of haar hoede zijn en zich beijveren om dit sacrament tot zijn of haar persoonlijk nut te gebruiken. Daar is zowel een goede voorbereiding voor nodig, als een goede bediening én een goede nabetrachting.


De voorbereiding

Daarom is het nodig dat iedereen, die profijt wil hebben van het Avondmaal, zich op een goede manier daarop voorbereidt. Waarom?
  1. Omdat elke gelovige last blijft houden van zijn oude mens, die hem zo graag vervult met aardsgerichtheid, dat je gaat lijken op de gewichten van een klok, die als vanzelf naar beneden zakken. Hierdoor voel je je vaak zo onbekwaam om zo iets bijzonders te mogen gaan doen. Juist daarom moet je jezelf opbeuren, aanvuren (verwakkeren) en geestelijk aan te sporen om deze geestelijke dingen te gaan doen.
  2. Iedereen wordt door de HEERE ook bekeken, of hij een bruiloftskleed aan heeft (denk aan de gelijkenis van de koninklijke bruiloft, Matth. 22:11-12); dat betekent of zijn of haar hart wel op een goede manier gericht is op de dingen die de HEERE aan het Avondmaal wil laten zien en proeven! Het is daarom nodig vantevoren een bruiloftskleed aan te trekken, om op die manier een aangename gast (voor Christus) te zijn.
  3. Daarbij komt: het is nogal een buitengewoon iets, het Heilig Avondmaal! We naderen immers tot God op een bijzondere manier en zó dichtbij! We zitten daar als 'bondgenoot' te midden van andere 'bondgenoten' aan. We zitten aan de tafel van de HEERE Zelf, in Zijn Licht en we genieten daar van Zijn tekenen en zegelen: Zijn gekruisigd lichaam en Zijn vergoten bloed. En omdat de HEERE geheiligd wil zijn in degenen die tot Hem naderen, mogen we best wel eens goed nadenken over de vraag: "Waarmee zal ik de HEERE tegemoet gaan en mij buigen voor de hoge God?" (Micha 6:6). Daarom moeten we ons ook op een buitengewone manier voorbereiden op dit buitengewone werk (het Avondmaal).
  4. Het is trouwens ook een opdracht van de HEERE Zelf, om ons van te voren goed voor te bereiden.
    Toen de HEERE tot Zijn volk wilde afdalen vanaf de berg Sinaï, gaf de HEERE dit bevel aan Mozes: "Heilig ze heden en morgen, en dat ze hun kleren wassen en bereid zijn tegen de derde dag" (Ex. 19:10-11).
    Als Israël door een wonder van de HEERE droogvoets door de Jordaan zou gaan, klonk het bevel: "Heiligt u, want morgen zal de HEERE wonderheden in het midden van ulieden doen." (Joz. 3:5)
    Toen Mozes dichterbij de brandende braambos kwam, klonk Gods stem: "Trek uw schoenen uit van uw voeten, want de plaats waarop u staat is heilig land" (Ex. 3:5).
    Toen Samuël Isaï en de oversten van Bethlehem uitnodigde voor het offerfeest, zei hij: "Heiligt u, en komt met mij ten offer." (1 Sam. 16:5).
    En wanneer de priesters tot het altaar naderen om te offeren, moesten zij zich eerst wassen.
    Zo moeten wij ons ook voorbereiden, wanneer we naar de tafel van het Avondmaal zullen gaan!
  5. Ook blijkt doorgaans dat je (meer) zegen ontvangt, als je je ook goed voorbereidt. Ik zeg nadrukkelijk 'doorgaans', want het gebeurt zeker ook dat een gelovige de voorbereiding versloft, doordat hij zich tot op het laatst toe er maar moeilijk op kan concentreren en dat hij tóch op het laatst zo'n diepe indruk krijgt van zijn verdorvenheid, zijn nietigheid of zondigheid. En dat hij evenwel toch zó vol overgave de Heere Jezus kan aannemen en Gods vrije genade kan aanbidden en zo oprecht opstaat uit die lauwe, dorre – en dus zondige – gesteldheid, dat hij tóch vol geloof aangaat en voelbare vertroosting voor zijn zien ontvangt, zodat hij verwonderd moet zeggen: "Heb ik ook hier gezien naar Die, Die mij aanziet?" (Gen. 16:13).
    En aan de andere kant komt het ook voor dat een gelovige veel werk maakt van zijn voorbereiding, maar dat toch tijdens de voorbereiding en/of aan de tafel alles duister, troebel of in ieder geval zwakgelovig blijft. En als hij al iets van licht mocht hebben gehad tijdens de voorbereiding, dat dat helemaal lijkt weg te vallen aan tafel in duisternis en dorheid, alsof het hem zomaar overvalt. Hij ging misschien nog goedsmoeds naar de tafel, maar keerde verdrietig en teleurgesteld terug.
    Echter, hoewel dit kan gebeuren, moeten ik de voorbereiding niet achterwege laten! Want het is mijn plicht; ik heb Gods (aangewezen) weg in de slaan. En… doorgaans geeft de HEERE Zijn zegen op een serieuze voorbereiding en geeft Hij iets dat ik graag wilde ontvangen, óf iets dat de HEERE nuttiger voor mij vond. Zijn belofte zal waarheid worden: "U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met uw gehele hart" (Jer. 29:13). Immers, je geweten zal je niet beschuldigen van traagheid (of nalatigheid bij de voorbereiding), maar zal vrede vinden in je oprechte pogingen (!).
Uit al deze vijf punten kun je voldoende opmaken dat de voorbereiding echt wel noodzakelijk en goed is.

Wilhelmus à Brakel – De Redelijke Godsdienst – Deel I, Hoofdstuk 41, het Heilig Avondmaal

Morgen begint de voorbereiding op het Heilig Avondmaal. Ooit vond ik een antiquarisch boekje, uitgegeven door Den Hertog met slechts het 41e hoofdstuk van Deel 1 van de Redelijke Godsdienst: "Praktijk van het Heilig Avondmaal in de voorbereiding, betrachting en nabetrachting." Al doorlezend, verdeelde ik het boek in stukjes die je dagelijks zou kunnen lezen, rondom het Avondmaal, te beginnen bij de zaterdag vóór de voorbereidingszondag en lopend tot de zaterdag ná de bediening van het Avondmaal. Het leek me een goede gewoonte om ook een week van nabetrachting in te voegen… Zo heb je ook in die week ná het Avondmaal nog een aantal zaken die je aandacht vragen en je doen terugdenken aan die bijzondere gemeenschapsoefening met de HEERE.
Ik weet dat de Redelijke Godsdienst wat ouwelijk is van taalgebruik, maar het is qua inhoud het overdenken waard. De vervulling van een langgekoesterde wens om die tekst met eigen woorden door te geven lijkt met deze blogsite binnen handbereik. Waarom zou ik nog langer wachten? Ik neem je dagelijks mee; de stukjes zijn niet allemaal even lang, dus soms kost het iets meer tijd. Maar het is het waar. Wat wat ik graag zou willen is, dat je mijn 'hertaling' slechts gebruikt om ook de eigenlijke tekst eens te lezen. Ik beoog geen perfecte hertaling, maar een met eigen woorden doorgeven van wat ik gelezen heb. Dus over de woordkeuze mogen we best van mening verschillen; als we de kern maar in het oog houden.

Als je via e-mail elke dag wilt bijblijven, geef je e-mail dan door, rechts in de balk naast de blogs, waar staat: "Geef me je e-mail, dan houd ik je op de hoogte van nieuwe Bijbelstudies".