Posts tonen met het label spreken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label spreken. Alle posts tonen

vrijdag 20 oktober 2017

Speel geen spelletjes met satan!

“Ik zal niet meer veel met u spreken; want de overste dezer wereld komt, en heeft aan Mij niets.”
Johannes 14 : 30

Veel christenen onderschatten de gevaarlijke aanwezigheid van satan




In deze tijd waarin Halloween – nota bene op 31 oktober! – heel populair is geworden, lezen we over 'de overste der wereld' die komt. Daarnet zat ik achter een bus met een macabere plaat over een tentoonstelling over Halloween. Afschuw en horror geven mensen tegenwoordig blijkbaar een kick. Het spookhuis van vroeger voldoet niet meer. Hoe meer bizar, spectaculair en stuitend, hoe 'beter'. Hoe ver gaat die invloed van satan, dat mensen er geen probleem in zien?

Wij leven in een tijd, die omgekeerd is aan de tekst. De Koning van hemel en aarde komt en Hij zal alles in de hel wegwerpen, waar Hij niets aan heeft. Dat is de realiteit van de eindtijd. Daartegenover staat de werkelijkheid voor Gods kinderen: "En wij verwachten die dag met een groot verlangen, omdat we eindelijk bij Hem zullen zijn, Die ons heeft liefgehad met een eeuwige liefde!”

Spreken

Allereerst lezen we in de tekst dat Jezus vertelt dat Hij niet veel meer met Zijn jongeren zal spreken. Denk het je eens in dat Jezus het zwijgen ertoe gaat doen. Vind je dat ook niet aangrijpend en beangstigend? Is de situatie 'als God zwijgt' erger dan de hel voor je? Dan vind je Halloween walgelijk en vind je dat soort afbeeldingen, films en games ook weerzinwekkend en godslasterlijk. Dan is elke affiniteit met de hel, de satan en de demonen, iets dat je op grote afstand wilt houden. Jezus zegt in de tekst dat de overste van deze wereld 'niets aan Hem heeft'. Dat kon alleen Hij zeggen. En doordat dat ook zo is, moeten christenen de satan niet onderschatten. Want hij weet juist heel goed dat hij aan hen juist heel veel heeft. Maar daarover zo meteen.
Jezus zal niet veel meer met Zijn jongeren converseren. Dat betekent dat er een breuk aanstaande is en dat ze op eigen benen moeten gaan staan. Daarover was Hij in voorgaande verzen ook al best duidelijk. Toch denk ik dat deze woorden bij de discipelen een 1-dimensionale werkelijkheid hebben opgeroepen: radiostilte met Jezus; nu breekt het 'grote niets' aan. Echter, Jezus had ook gesproken over die andere Trooster, Die dingen aan hen zou leren (dus wel degelijk tot hen zo spreken), Die 'indachtig' zou maken en de kwartjes zou laten vallen (Hij riep Jezus' woorden weer tot leven in hen). Indirect bleef er dus spraken van het 'spreken van Jezus'.

Komen

Jezus doorzag de werkelijk problematiek als geen ander. Hij zag de satan komen. In Lukas 10 komen de zeventig discipelen weer terug bij Jezus, nadat ze overal het evangelie hebben gepreekt en wonderen hebben verricht; en opgetogen vertellen ze: “Heere, ook de duivelen zijn ons onderworpen, in Uw Naam”. Die euforie ontnam Jezus hen tóen al direct door te zeggen: Ik zag den satan, als een bliksem, uit den hemel vallen. Ziet, Ik geve u de macht, om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal u enigszins beschadigen. Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.”
Jezus richtte toen reeds hun oog op de werkelijkheid achter de werkelijkheid. Het is mooi als je 'machtiger' bent dan de duivelen, maar daarin ligt geen vastigheid. Je ziet dat terug in heel veel films, strips en games, waarin 'het goede' altijd momenten beleeft dat het niet is opgewassen tegen 'het kwade'. De meeste films lopen goed af, maar ze dragen allen hetzelfde motto: de macht van 'het goede' moet groter zijn dan de macht van 'het kwade'. Altijd weer is er de angst dat 'het kwaad' de kop op steekt. Die angst moet worden weggenomen door tegenkracht.
Maar dat is niet de weg die Jezus wijst. Zo zul je het nooit redden en altijd weer zal het dan ongewis blijven of 'het kwaad' misschien niet toch weer nieuwe wapens heeft uitgevonden, dat het je te slim af is… Zo zal de vernietiging alsnog het laatste woord hebben.
Daarin zie je dat deze wereld behekst is door angst, omdat er in de wereld nooit vastigheid en zekerheid bestaat over de definitieve overwinning. Als de mensheid het in eigen kracht moet fixen, zijn we ten dode opgeschreven. Want vergis je niet: de overste dezer wereld komt (en is gekomen!). Jezus zag hem al uit de hemel vallen. En denk niet dat dat vlak voor de zondeval gebeurde!
Jezus kreeg daar in Lukas 10 een voorproef van Zijn overwinning op Golgotha, over dood, graf en hel heen! En nu breekt dat moment aan, waarop Hij wel dwars door de dood in de heerlijkheid van Zijn Vader zal terugkeren, maar Hij ziet ook Zijn jongeren… die zullen met die 'overste dezer wereld' in conflict gaan komen!
Nogmaals, vergis je niet in de macht van satan. Dat zeg ik niet om je bang te maken, maar speel geen spelletje met hem. Jezus verbiedt het je, omdat je op Hem moet vertrouwen. Doe als Luther – nu we het toch over 31 oktober hebben – die menigmaal door satan werd belaagd en hem telkens weer duidelijk liet merken dat Luthers zekerheid vast lag in Jezus Christus en Die gekruisigd! Maar Luther is er evenzeer een toonbeeld van dat je niet moet spotten met satan. Zijn macht is reëel en vele malen vernietigender dan de sterkste macht van een mens. De pot inkt van Luther kon satan niet wegjagen; zijn zingen van psalmen daarentegen wel!

Verstoren

Jezus stelt dat de satan wel komt, maar aan Hem niets heeft. Toch zie ik Hem kruipen in de hof; toch hoor ik Hem angstig en afgemat roepen aan het kruis: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” Je kunt misschien zeggen dat daar niet de satan aan het werk was, maar dat de breuk met Zijn Vader, vanwege de zondelast, Hem radeloos van angst maakte. Ik wil dat wel be-amen, want vlak naast de macht van satan de macht van de zonde ook niet uit! Toch is het waar dat satan aan Hem niets had.
Satan kwam in de arena van Goede Vrijdag op Jezus aan om Hem uit het zadel te wippen, Hem te laten struikelen in zonde, Hem te verleiden de makkelijke weg te kiezen. Dat zou hem echter niets baten, omdat hij misrekende met de macht van Jezus over zonde en angst.
Maar denk nu niet dat Jezus satan zozeer heeft overwonnen dat hij niets meer kan. De kop van de slang is wel vermorzeld, maar zijn staart kan nog rake klappen uitdelen. Dit ‘monster van Loch Ness’ weet dat zijn tijd nog maar kort is. Daar is de Bijbel duidelijk over. En elke satanische wereldmacht reageerde hetzelfde: als het merkte dat de ondergang nabij was, werden ze nietsontziend en allesverwoestend. Als overwinnen geen optie meer is, dan moet er maar zoveel mogelijk kapot! Als satan Jezus niet heeft kunnen tackelen, dan moeten Zijn kinderen het maar ontgelden. Natuurlijk weet de satan wel dat hij met die actie Jezus’ overwinning niet meer ongedaan kan krijgen. Maar hij zal er alles aan doen om Hem zoveel mogelijk te krenken. En wees eerlijk: onze Heere en Heiland is nergens zo zeer door gekrenkt als dat Zijn bruid Hem ontrouw is, Zijn Vader smaad en een karikatuur van Hem maakt door theologische of ongelovige theorieën. Onze bruidegom is nergens zo door gekrenkt als door het negeren van Hem, het bedroeven en uitblussen van de Geest en het vergeten van de grote Huwelijksdag, de Jongste Dag. Bedenk dat Jezus naar je staat te kijken als je je inlaat met zaken als Halloween, zaken die horen bij het rijk van satan. Voor Hem was de dood naast de Godverlatenheid het meest onterende dat er bestond; hoe kunnen wij er dan een gezellig griezelfeestje van maken? De dood is net als de satan, onze vijand, omdat ze Christus' vijanden zijn!
En voordat je denkt dat ik alleen inzoom op Halloween… dat geldt voor alle zaken die ons van Hem afhouden, die ons Zijn grote Dag doen vergeten en die ons hinderen om de lof aan Hem te brengen in het midden van de gemeente en in ons gezin. Laat niets de relatie met de HEERE verstoren!

donderdag 7 september 2017

De zegginskracht van Jezus’ tafelgesprek

“Deze dingen heb Ik tot u gesproken, bij u blijvende.”
Johannes 14 : 25
Het laatste Avondmaal, geschilderd tussen 1495–1498 door Leonardo da Vinci (4,6 m x 8,8 m);
locatie: Santa Maria delle Grazie

Godsdienstigheid is een abstract, afstandelijk en vooral beschouwelijk theoretisch gebeuren. Logisch dat je daarin vervalt in wettische regeltjes en dogmatisch leeg gepraat. Maar geloof is een levende en levendige zaak van persoonlijke verbondenheid met de Heere Jezus. Een relatie waarin Hij met je communiceert, tot je spreekt, zoals het in de tekst staat.

Jezus spreekt ‘tot u’, dat betekent in de tekst ‘tot Zijn jongeren’. Let erop dat er al een scheiding aan vooraf is gegaan: Judas de Kwade heeft de zaal al verlaten. Hij moet de intimiteit van dit moment missen, wat ertoe leidt dat hij zich in pure waanzin te pletter gooit in een gitzwart ravijn.
Maar hoe zit het met die jongeren die nog wel aan tafel zitten? Is voor hen die intimiteit van Jezus’ tafelgesprek iets waar ze intens van opleven? Als er iemand was die wist wat hij ging doen, dan was het wel Judas (al was zijn vastbesloten plan iets dat hij zelf niet eens doorzag!)… maar de andere elf stonden eveneens voor een groot ‘ravijn’, als Judas even later… Met dit verschil dat zij geen sprong durfden maken, omdat iets hen naar hun Meester toe trok. Maar niettemin was het ravijn van onzekerheid donker voor hen en niet te overzien.

Jezus’ stem moet doorkliefd zijn geweest van emotie over Zijn naderend lijden en sterven. En mensen als Judas de Goede hebben dat wel aangevoeld, maar niet kunnen duiden. Zij voelden zich dan ook wel aangesproken door Jezus, als Hij zegt “Deze dingen heb Ik aan júllie verteld…”, alleen konden ze die dingen nog niet plaatsen.
Zo concreet sprak Jezus over de toekomende, aanstaande, dingen. Die dingen pasten niet in hun denken; het beeld dat zij van Jezus en Zijn Koninkrijk hadden was zo totaal anders. Maar de afgelopen tijd is daar stukje bij beetje erosie ingekomen; dat beeld is barsten gaan vertonen en brokkelde langzaam maar zeker af.
Al die tijd heeft Jezus al tegen hen gesproken, al drie jaar lang, maar ze komen er langzamerhand achter dat Jezus al die tijd iets ánders heeft gezegd, dan zij zich hadden ingebeeld. Op zo’n moment kun je blokkeren. Je bent het verband van de dingen kwijt, terwijl Jezus toch doorpraat. Hoe heerlijk moeten de woorden in de komende verzen voor hen zijn geweest. Maar zover is het nog niet.

Er waren ook mooie en goede momenten geweest, waarop Jezus evenzeer tegen hen had gesproken. Toen Hij de gelijkenissen uitlegde; toen Hij ruimte liet voor vragen; toen Zijn stappen in het verhaal kleiner waren en zij Hem beter konden volgen. Hoe heerlijk was die intimiteit! Zo zou het hier aan tafel ook moeten zijn.
Ken je dat? Dat Jezus heel specifiek tot jou spreekt bij het Avondmaal? Hoe heerlijk is dat! Misschien was het de vorige keer wel, of de keer daarvoor… En nu… nu verwacht je dat het weer net zo intiem, zo direct en intens, zal zijn.
Misschien is het goed niet een té concreet plaatje in je hoofd te maken van hoe het zou moeten gaan. De kans is groot dat het tegenvalt en de satan je probeert wijs te maken dat Jezus niets tegen jou heeft gezegd. Wees ervan overtuigd dat Jezus er ís!
Soms spreekt Hij direct en concreet, maar soms ook laat Hij je iets zíen of vóelen, dat je aan het dénken zet. Input voor de Heilige Geest, om er later mee aan het werk te kunnen gaan. Verwacht niettemin veel van de Heere Jezus aan Zijn Tafel. Want merkbaar of niet, Hij communiceert met je. Hij heeft grotelijks (enorm) begeerd dit Avondmaal met je te vieren. Tóen 'eer Ik ga lijden’, nu ‘nadat Ik geleden heb’. Je kunt er niet genoeg bij stilstaan, Zijn lijden. Wat een impact heeft dát gehad! Hoe heeft Hij juist daarin gesproken… tot Zijn Vader én tot jou en mij!

woensdag 6 september 2017

Wat Jezus wil vertellen

Deze dingen heb Ik tot u gesproken, bij u blijvende.”
Johannes 14 : 25
Het laatste Avondmaal, geschilderd tussen 1495–1498 door Leonardo da Vinci (4,6 m x 8,8 m);
locatie: Santa Maria delle Grazie

Dit ogenschijnlijk weinigzeggende vers markeert een keerpunt in de gebeurtenissen rond de discipelen. Jezus komt tot een afronding en luidt een nieuw accent in. Als Hij spreekt over ‘deze dingen’, wat bedoelt Hij dan?

Je zou kunnen zeggen dat het hele voorgaande gesprek daartoe behoort. De dingen die Jezus vertelde over Zijn aanstaande hemelvaart; Zijn afwezigheid en toch weer in zekere zin Zijn aanwezigheid door de Heilige Geest; de eenheid tussen Hem en de Vader. Maar ik denk dat Hij vooral doelt op dat liefhebben van Hem en hoe je dan omgaat met Zijn geboden, Zijn gehele Woord.

Het klinkt allemaal heel theoretisch, maar na dit vers zullen we gaan zien dat met die theoretische kennis die Hij nu in hen legt, de Heilige Geest straks aan de slag gaat. Zijn geboden onthouden en onderhouden gaat het effect hebben van een toenemende liefde en aanbidding van Hem over Zijn liefde en wijsheid, waarmee Hij alles tot in detail in de hand heeft in ons leven!

Het is deze Herder en Leraar, Die inderdaad alles tot in detail weet en bestuurt, Die ons aan Zijn tafel nodigt. Waarom? Omdat Hij ons door en door kent en concludeert dat we dat nodig hebben. Als Hij met macht en toch ook met takt spreekt tegen Zijn jongeren die tamelijk in verwarring zijn, hoeveel te meer zal Hij met macht en takt spreken rondom het Avondmaal? Als Jezus spreekt wordt niet persé alles in één keer duidelijk, maar je krijgt er wel voldoende overdenking en beleving uit, dat je er weer tegen kunt. Hij nodigt aan tafel en geeft niet alleen uitleg in woorden, maar ook in daden. Hij laat de tekenen van Zijn lijden zien. Ja, Hij toont ze zelfs aan blinden door te laten smaken/proeven hoe Hij is én hoe Zijn Vader is. Want Ze zijn één, de Vader en de Zoon nietwaar? Dat had Jezus daarnet nog gezegd!

Hij laat je merken dat Hij van je af weet en van je houdt. Tilt je uit boven de golven van dit leven, boven het tumult dat er misschien wel in je eigen huis of hart is. Hij laat je even vanuit een ander perspectief kijken naar het leven van alle dag; ook naar jouw leven met Hem en misschien moet daar wel wat rechtgezet worden naar de toekomst toe. En… het belangrijkste, Hij zet je weer stil bij wat Hij Zelf deed om jou zalig te maken: Zie je dat? Vergeet je het niet? Stempelt dit je leven? En merken anderen door jou iets van Mij? Wat mag ik van je vragen? Hoe ver laat je me toe in je leven? Vertrouw je me? Voel je hoe goed Ik het met je meen? En voel je veilig bij Mij. Vertel me maar wat er aan scheelt. Kom maar bij Mij. Kijk, deze dingen heb Ik tot je gesproken en Ik heb het zelfs voor je zwakke geloof gevisualiseerd. Zodat je niet meer hoeft te twijfelen… En zodat de Heilige Geest je verder kan leiden. Niet alleen met de kennis van nu, maar vooral ook met de wetenschap van straks…

maandag 12 oktober 2015

Hoe moet God het onder woorden brengen voor ons?

Wat Jezus vertelt kun je onvoorwaardelijk geloven als een kind


En hetgeen Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij;
Johannes 3 : 32a

Wel eens bij stilgestaan hoe ingrijpend en vernederend het is geweest dat de Heere Jezus moest gaan leren praten? Hij moest Zich, als de almachtige God bij de hand laten nemen om de taal van mensen te leren spreken. Zijn vernedering is vele male dieper, dan we zo oppervlakkig in de Schrift lezen.

Zien en horen

Deze paar – ogenschijnlijk niet zo indrukwekkende – woorden gaven me direct al een schok, toen ik ze las. De rest van het vers komt de volgende keer wel. Hier staan machtige woorden; maar hier staat tussen de regels ook iets aangrijpends en vernederends. God de Zoon is al van eeuwigheid af (wat een rare uitdrukking eigenlijk; immers, de eeuwigheid kent geen beginpunt) gewend om de taal van Zijn Vader te spreken. Ze verstonden Elkaar en hadden – met eerbied gesproken – aan een half woord genoeg. Ze waren het ook volmaakt in alles met Elkaar eens. Niet in de laatste plaats over het feit dat de Zoon Zich zou aanbieden als Offer voor de zonde van de mensen.
Ze verlustigden Zich in elkaar en ook de Heilige Geest had daarin een onbeschrijfelijke en intense rol. In die hemelse en vooral Goddelijke harmonie was het nooit zoeken naar woorden. Maar nu komt het moment waarop God de Zoon het menselijk vlees aanneemt en geboren wordt. Alles wat Hij voordien had gehoord en gezien moet Hij nu in andere woorden gaan verwoorden. De taal der mensen.
Iemand die is geëmigreerd weet er iets van, hoe het is om voortaan een andere taal te moeten spreken wil er communicatie mogelijk zijn. Vooral in het begin is het nog zoeken naar woorden, maar al doende leert men. Dat voelt – lijkt me – de eerste jaren best hinderlijk. Je blijft altijd nog in je hoofd de woorden omzetten naar je moedertaal. Maar op den duur gaat er bovenin een knop om en gaat het wel een beetje als vanzelf. Toch kan er een moment komen, waarop je een bezoek brengt aan je vaderland en daar spreekt men je moedertaal nog gewoon. Dan komt er weer een conflict met die knop bovenin en gooi je er telkens woorden tussendoor uit die vreemde taal; omdat je dat zo gewend bent geweest de afgelopen tijd.
Wij mensen zijn sinds de torenbouw van Babel verbaal gehandicapt. Jezus niet. En toch moest Hij voortdurend zoeken naar woorden die pasten bij Zijn hemelse 'moedertaal'. Menselijke woorden die enigermate tot uitdrukking konden brengen wat Hij had gezien en gehoord. Jezus was dé grote Oog- en Oorgetuige. Hij kon erover spreken, hoe het er in de hemel aan toe gaat. Hij is het ook Die ons Zijn Vader verklaart (uittekent en uitlegt). Hij zocht naar woorden om dat hoge en hemelse onder woorden te brengen.

Spreken

Getuigen gaan in de regel pas spreken als zij tot getuige worden (op)geroepen. Daarom heeft Jezus niet enorm veel verteld over de hemel en Zijn Vader. Alleen dat wat er toe deed en wat wij dragen konden. Wat aan de orde kwam in Zijn onderwijs. En tegelijk was het voldoende om ons een goed beeld te geven van Wie Zijn Vader is, wat de hemel inhoudt en wat God van ons verwacht en vraagt.
Hij sprak erover met allerlei soorten mensen. In de eerste plaats Zijn discipelen; de schare en Zijn tegenstanders die Hem op de voet volgden. Maar Hij sprak er soms ook heel persoonlijk over met mensen als Nicodémus, de Samaritaanse Vrouw, Zacheüs, Maria Magdalena, Petrus, Johannes de Doper (al lezen we daarover niet direct iets in de Schrift; we kunnen het slechts concluderen uit een aantal zaken). Ook sprak Hij met de rabbijnen in de tempel, toen Hij 12 jaar was. En natuurlijk moet er – al is er niets over opgeschreven – in huis bij Maria en de werkplaats bij Jozef het nodige gezegd zijn.
Wat moet dat voor Jozef – voor Maria ook wel, maar anders – zijn geweest, te spreken met deze Zoon waar hij zelf helemaal buitenstond. Geen bloedband en ook in bijna alles anders dat hij. Geen herkenning met zijn eigen karaktertrekken of gewoonten. Zou Jezus weleens bij Jozef aan zijn voeten hebben gezeten? Zou Hij ademloos geluisterd hebben wanneer Jozef vertelde over de grote werken Gods, waar Jozef zelf nooit bij was geweest? Jozef moest zijn Zoon vertellen uit overlevering.
En daar zit het contrast met onze tekst. Jezus vertelt niet uit overlevering, maar uit wat Hijzelf heeft gezien en gehoord. Volgens de Kanttekeningen was dat over hetgeen "waarvan Hij uit Zichzelf volkomen en zekere kennis had". Hij had het immers Zelf gezien en gehoord?!

Als Zijn spreken dan zo waarachtig en betrouwbaar is, waarom geloven mensen Hem niet? Dat lezen we ook in de volgende verzen. En… waarom twijfel ik dan nog zo vaak?

dinsdag 23 december 2014

Als je Jezus hoort praten, hoor je Zijn Vader

"Want Ik heb uit Mijzelven niet gesproken; maar de Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen zal, en wat Ik spreken zal."
Johannes 12 : 49

Als in de velden van Efratha de engel verschijnt en de Kerstboodschap brengt, dan geloof je direct dat die boodschap niet uit zijn eigen brein voortkwam. Die is voorgeschreven door God de Vader: zo en zo moet je het die herders daar en daar gaan vertellen. Feilloos voert de engel zijn taak uit. Zoals alle engelen alles feilloos doen! Geen eigen interpretaties… en toch zelfstandige geesten! Het zijn geen robots, maar feilloos secuur uitvoerend om zo God op het allerhoogst te behagen!
Bij engelen kun je je daar nog wel wat bij voorstellen. Maar nu een ander voorbeeld uit een totaal andere hoek: Bileam! De spiritist die Balak inhuurde om Israël te vervloeken (spiritueel te blokkeren). Onderweg ontmoet hij ook een engel. Deze zegt hem: "Ga heen met deze mannen; maar alleenlijk dat woord, wat Ik tot u spreken zal, dat zult gij spreken" (Num. 22:35). Dat woord van de engel was een herhaling van wat God reeds in de nacht ervoor tegen Bileam had gezegd: "en nochtans zult gij dat doen, hetwelk Ik tot u spreken zal" (Nu. 22:20). Bileam is een slaafs voorbeeld. De engel is een toegewijd en vrijwillig voorbeeld.

Maar… wat merkwaardig dat je dit nu ook leest over de Heere Jezus! Heb je daar wel eens bij stil gestaan? Want, zo staat het er toch? God de Vader heeft een gebod, een voorgedicteerde tekst, gegeven die Jezus op aarde moest gaan uitspreken. Hoe zit dat? Was Jezus in die zin eigenlijk gewoon een bode, een engel (want het woord engel betekent in het hebreeuws hetzelfde als bode)?
Nog een ander voorbeeld: Johannes de Doper. Hoe wordt hij genoemd? De 'stem' van de roepende in de woestijn. Vaak denk je daarbij aan ons spreekwoord; als iemand niet naar je luistert, terwijl je hem toch goede raad geeft dan zeggen we vaak: "ik ben als een stem van een roepende in de woestijn". Zinloos eigenlijk. Nee, dat betekent het niet. Ds. J. Westerink vertelde dat enige jaren geleden op de Haamstede Conferentie. De 'stem' betekent eigenlijk de 'speaker', het medium, waardoor het geluid tot ons komt. En wie is de roepende? Johannes? Nee, het moet eigenlijk zo geschreven worden: 'de stem van de Roepende'! God spreekt en wij kunnen Hem horen door Zijn bode, Johannes in dat geval.

Terug naar Jezus' woorden. God de Vader heeft Hem een gebod gegeven. Jezus spreekt menselijk. En hier niet voor het eerst. Reeds in Johannes 7 lezen we: "Jezus antwoordde hun, en zeide: Mijn leer is Mijne niet, maar Desgenen, Die Mij gezonden heeft. Zo iemand wil Deszelfs wil doen, die zal van deze leer bekennen, of zij uit God is, dan of Ik van Mijzelven spreek. Die van zichzelven spreekt, zoekt zijn eigen eer; maar Die de eer zoekt Desgenen, Die Hem gezonden heeft, Die is waarachtig, en geen ongerechtigheid is in Hem." (Joh. 7:16-18).
Jezus praat geen gedicteerd verhaal na. Maar in de eeuwigheid heeft Hij in de Raad des Vredes met Zijn Vader gesproken. Samen hebben Zij het reddingsplan voor de mens gemaakt. En de Zoon had als uitgangspunt: de eer van Zijn Vader. De Vader had als uitgangspunt: Zijn rechtvaardigheid moet onaangetast blijven. En beiden hadden daarbij eveneens de mens op het oog! De Zoon is zozeer vol van Zijn Vader dat Hij in de volheid des tijds gaat laten zien hoe Zijn Vader is en hoe welmenend Hij is, maar ook hoe zeer gekrenkt in Zijn eer door de walgelijke zonden van de mens!
Hierover waren de Vader en de Zoon het 100% eens (en waarover niet?) dat het alleen op deze wijze mogelijk was. En conform die afspraken, die tot heerlijkheid van Zijn Vader waren, spreekt en handelt nu de Zoon. Terecht wijzen de Kanttekenaren erop dat je met 'gebod' ook 'leer' kunt bedoelen. Het is de leer, die niet wettisch en systematisch en kil-afstandelijk is, maar voluit God uitbeeldt en aanprijst. Er zit leven in. 

Zacharias, de vader van de profeet Johannes de Doper, was zelf ook profeet. Wát een profetie en een finesses zitten er in zijn lofzang. Daar kon Bileam niet aan tippen; hoewel… "Ik zal hem zien, maar nu niet; ik zal hem aanschouwen, maar niet nabij. Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israël opkomen" (Num. 24:17a). Bileam kreeg van verre te zien, dat de Messias zou komen. Helaas bleef hij eeuwig op afstand! Maar Zacharias niet. Zing maar mee met hem, met de dagtekst in je achterhoofd:
Lof zij den God van Israël,
Den HEER, die aan Zijn erfvolk dacht,
En, door Zijn liefderijk bestel,
Verlossing heeft teweeg gebracht;
Een hoorn des heils heeft opgerecht;
't Geen Davids huis was toegezegd,
Dat wil Hij ons nu schenken;
Gelijk Gods trouw, van 's aardrijks ochtendstond,
Door der profeten wijzen mond,
Zich hiertoe aan de vaderen verbond.
God had hun, tot hun troost, gemeld,
Hoe Zijn genâ ons redden zou
Van onzer haat'ren wreed geweld;
Nu blijkt Zijn onverwrikb're trouw;
Nu toont Hij Zijn barmhartigheid,
Van ouds den vaad'ren toegezeid,
En dat Hij wil gedenken
Aan 't heilverbond, aan dien gestaafden eed,
Dien Hij weleer aan Abram deed,
Aan Zijn verbond, dat van geen wank'len weet.


Hij speld' ons, dat wij t' allen tijd,
Wanneer die blijde heildag rees,
Van 's vijands dienstbaar juk bevrijd,
Hem dienen zouden zonder vrees,
Naar 't heilig recht, in ware deugd.
O dierbaar kind, o stof van vreugd,
Geschenk van 't Alvermogen,
Elk noem' u Gods profeet, en geev' u eer;
Gij treedt voor 't aanschijn van den HEER,
En baant Zijn weg door leven en door leer.


Dus wordt des HEEREN volk geleid,
Door 't licht, dat nu ontstoken is,
Tot kennis van de zaligheid,
In hunne schuldvergiffenis;
Die nooit in schoner glans verscheen,
Dan nu, door Gods barmhartigheên,
Die, met ons lot bewogen,
Om ons van zond' en ongeval t' ontslaan,
Een ster in Jakob op doet gaan,
De zon des heils doet aan de kimmen staan. (Denk aan Bileam)


Voor elk, die in het duister dwaalt,
Verstrekt deez' zon een helder licht.
Dat hem in schâuw des doods bestraalt,
Op 't vredepad zijn voeten richt.