Posts tonen met het label God de Vader. Alle posts tonen
Posts tonen met het label God de Vader. Alle posts tonen

zaterdag 9 juni 2018

De profeet voorzegt de Profeet

Hoofdstuk 12

Deze heeft hen uitgeleid, doende wonderen en tekenen in het land van Egypte, en in de Rode zee, en in de woestijn, veertig jaren. Deze is de Mozes, die tot de kinderen Israëls gezegd heeft: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen.
Handelingen 7 : 36-37

Het is opmerkelijk hoeveel Stefanus verzwijgt van Mozes. Hij heeft het niet over Mozes’ halstarrige houding, zijn driften en zijn moedeloosheid over het ongeloof van het volk. Hij schildert hem enkel uit als een profeet die tekenen en wonderen deed. Het lijkt wel alsof Stefanus zichzelf een beetje uittekent voor de oren van het opgehitste volk.
Zondigen tegen beter wetenWaarom staat Stefanus zo uitgebreid stil bij Mozes. Ik had die vraag nog niet goed overdacht, maar in de Kanttekening las ik dit: “Hier toont Stefanus dat hij tegen Mozes niet leert als hij Jezus Christus predikt, dewijl Mozes zelf van Hem geprofeteerd heeft.” Met het diep ingaan op Mozes laat Stefanus dus zien dat hij niets tegen Mozes heeft. Zijn eerste beschuldigers zeiden in hoofdstuk 6: “Wij hebben hem horen spreken lasterlijke woorden tegen Mozes en God.” De ­beschuldigers die daarna kwamen zeiden: “Deze mens houdt niet op lasterlijke woorden te spreken tegen deze heilige plaats en de wet. Want wij hebben hem horen zeggen, dat deze Jezus, de ­Nazarener, deze plaats zal verbreken, en dat Hij de zeden veranderen zal, die ons Mozes overgeleverd heeft.” Stefanus laat dus ook zien in dit verweer dat Mozes een goed zicht had op Jezus Christus!
Stefanus doet alsof Mozes zelf al die wonderen deed. Hij wil Mozes geen goddelijke eer geven, maar hij zoomt in op die wonderen waar tegenover het volk juist zoveel ongeloof en haat stelt!
Dat is de zonde die voor Stefanus ‘live’ werden uitgeleefd door de massa die hem naar het Sanhedrin heeft geleid. Ja, het Sanhedrin zélf betreedt met vast tred hetzelfde pad, als waarmee ze ook Jezus en al de profeten van het Oude Testament de dood in hebben gedreven.

Veertig jaar wonderen
Hoe ver kun je gaan, als je tegenover veertig jaar wonderen, hulp en zegen even zoveel jaren dwarsliggen en opstand zet? Over die veertig jaar omzwerving wilden de Joden maar liever niet te veel horen. Je mocht spreken over hun afmatting, hun ‘afzien’ en hun lijden, zowel in dorst en honger als in verdrukking van vijanden. Maar je mocht niet spreken over de oorzaak van die dingen: ongeloof en botte tegenstand. Was het niet juist deze Mozes die voor het volk had gepleit toen God dat hele zooitje had willen wegvagen?

Veertig jaar tekenen
Het waren niet alleen wonderen die door Mozes werden verricht. Wonderen staan niet op zichzelf! Daar zouden we vandaag de dag ook eens meer bij moeten stilstaan. De wonderen van genezing zijn geen doel op zich. De wonden van uitredding hebben een ander doel dan ‘lekker leven’ en ‘doorgaan met waarmee je bezig was’. Dat nare woordje ‘bekering’ (tot inkeer komen) zit er onlosmakelijk aan verbonden.
Nee, er is ook sprake van ‘tekenen’, zo zegt Stefanus. Die veertig jarige reis door de woestijn stond bol van allerlei hints en heen­wijzingen naar iets anders. Naar Iemand anders! Eigenlijk moet je zeggen dat het volk veertig jaar lang langs al die hints en heenwijzingen heen heeft geleefd. Hoeveel tekenen krijg je vandaag de dag mee van God? Niet alleen elke zondag, maar toch zeker ook juist die dag?!


Mozes’ profetieën
Wat was Mozes eigenlijk? Een prins, een generaal, een leider, een held… en ja toch ook een moordenaar! Hij was ook de kroniekschrijver van het volk Israël; zijn kronieken lezen we in Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Je zou hem ook de ‘man van de wet’ kunnen noemen. Maar kennen we hem ook als een profeet? We hebben zijn Psalm, Psalm 90, de Oudejaarspsalm. Het is die man, die zulke diepe en prachtige dingen kon zeggen over God:
“Gij zijt ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht.”
“Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.”
“Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en als een nachtwaak.”
“Want wij vergaan door Uw toorn; en door Uw grimmigheid worden wij ­verschrikt.”
“Gij stelt onze ongerechtigheden voor U, onze heimelijke zonden in het licht Uws aanschijns.”
“Wie kent de sterkte Uws toorns, en Uw verbolgenheid, naardat Gij te vrezen zijt? Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.”
“Verzadig ons in den morgenstond met Uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen, en verblijd zijn in al onze dagen. Verblijd ons naar de dagen, in dewelke Gij ons gedrukt hebt, naar de jaren, in dewelke wij het kwaad gezien hebben.”
“En de liefelijkheid des HEEREN, onzes Gods; zij over ons”


De Messias
Hoe veelkleurig praat hij over God?! Maar luister eens wat Mozes, aldus Stefanus, zegt over de Messias! Hij zegt: “De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij…” Hij heeft dus al voorzegt dat de Messias niet een ­opzienbarend figuur zal zijn. Het zal een soort Mozes zijn. Gewoon iemand uit het volk! Let daar dus op, want voor je het weet kijk je ‘over Hem heen’ en ga je voorbij aan Zijn aanwezigheid. Dat ‘als ik’ duidt zeker ook, volgens Stefanus op de wonderen die de Messias zal doen, net als Mozes. Aan Mozes’ wonderen en tekenen hadden ze voorbij geleefd; zo zal het ook gaan met de Messias!
Johannes wist Mozes niettemin wel te ­onderscheiden van Jezus, als hij schrijft in Joh. 1:17-18 “Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.”
Er is verschil. Mozes gaf de wet van God door. Maar wat Mozes niet kon, kon Jezus: genade van God aanbrengen! En… het grootste verschil met Mozes is, dat Jezus God heeft gezien. Mozes kon het niet aan, maar Jezus wel. Sterker nog, Hij kende God door en door. Wat een verschil is dat?! Daarom was Hij bij uitstek zo geschikt om genade aan te brengen. Omdat Hij de ingrediënten van genade kende! Moet je eens over nadenken.

De Messias horen
Nog één groot verschil lijkt Stefanus hier te onderstrepen. De Messias zal even ongedacht en onverwacht komen als Mozes; eveneens uit het volk gekomen. Maar Stefanus zegt erbij: “Dien zult bij horen.” Wat bedoelt hij – en achter hem Mozes – met deze woorden? Het is zo dat Petrus deze woorden ook gebruikt in zijn Pinksterpreek. Maar ze komen niet bij de discipelen zelf vandaan. Mozes had dit inderdaad gezegd in Deut. 18. Daar stelt hij de profetie en de profeten van het Woord van God tegenover de guichelaars en alle andere afgodenpredikers. “Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de HEERE, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen.” En Mozes zegt hier ook stellige dingen over hoe we die profetie moeten duiden: komt het uit, dan blijkt dat het het Woord van God is geweest. Als we er dan niet direct voluit geloof aan hechtten, dan toch zeker na afloop. Het is de zonde tegen de Heilige Geest als we ons verharden en die woorden van God aanwijzen als godslasterlijk. Je merkt dat Stefanus hier tussen de regels door iets aan de Joden vertelt over Jezus’ profetieën!
Het volk was juist door de wet van Mozes gehouden om de profetie te geloven en op te volgen. God had het Zelf geboden! God de Vader had in dit verband ook nog iets specifieks gezegd over Jezus, dat Petrus – als getuige van de verheerlijking van Jezus – in zijn achterhoofd moet hebben gehad, toen hij Mozes’ woorden citeerde: “Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem!”
We hebben in Jezus niet te maken met zomaar een profeet, maar met dé Profeet, ja, met de Zoon van God; een Zoon in Wie de Vader al Zijn welbehagen, Zijn diepste genot en meest intense vreugde heeft. Zou je Hem dan niet horen?

God aanbidden
Zijn niet Jezus’ woorden bij uitstek woorden die je moet gehoorzamen? Wat heeft Hij niet allemaal gezegd over de wet van Mozes? Of over de liefde tót de Vader en de liefde ván de Vader? Hij kende als geen ander de Vader tot in het diepst van Zijn ziel. Hij kende de intenties van Zijn Vader en Hij vertelde ons erover.
In Hem hebben we enorm goed kunnen zien Wie de Vader is. Mozes heeft dat allemaal niet zelf kunnen zien en duiden. Het was de Heilige Geest Die hem daar woorden voor gaf. En het is diezelfde Geest Die Stefanus vol vuur laat preken. Reken maar dat de Joden hier iets van hebben gemerkt. Hier staat niet zomaar een man uit het volk. Hier staat niet zomaar een volgeling van Jezus, maar hier staat een profeet te prediken die Gods Woord brengt.
Ze voelden vanuit Deuteronomium 18 de klem om hier iets mee te doen. Mozes stond voor hen en stelde hen voor de keus: “Wat doe je met Gods Woord, Dat hier wordt gepreekt? Neem je het aan en buig je of verwerp je het en recht je je rug? Deze man kant zich niet tegen mij, Mozes, maar hij valt mij bij. Hij kant zich niet tegen God en Zijn wet, maar hij verkondigt die wet op Gods bevel. Dus… wat doe je?”
Je kunt je levendig voorstellen wat het antwoord werd, toen ze hun oren dichtstopten en briesend op Stefanus aanvielen. Maar voor we verder gaan lezen toch die vraag: Wat doe jij met Gods Woord? Als dat morgen, zondag, gepreekt wordt, leg je het dan aan de kant en vind je het allemaal teveel liefde en teveel Jezus en te weinig de zondige mens en zijn walgingopwekkende zondestaat? Of val je dit Woord bij en leef je op in God, aanbid je Hem nederig, heel je leven, conform Psalm 96?
Aanbidt Hem need’rig al uw leven,
Hem, die, in ‘t heiligdom verheven,
Een Godd’lijk licht van zich verspreidt;
Leer, aarde, voor Zijn majesteit,
Leer voor Zijn aangezichte beven.

zaterdag 9 september 2017

Blijft Jezus toch op aarde?

“Deze dingen heb Ik tot u gesproken, bij u blijvende.”
Johannes 14 : 25
Het laatste Avondmaal, geschilderd tussen 1495–1498 door Leonardo da Vinci (4,6 m x 8,8 m);
locatie: Santa Maria delle Grazie

Eigenlijk had ik gisteren deze overdenking willen schrijven, maar het kwam er niet van. En nu denk ik, misschien is dit wel een beter tijdstip. Je zult dit waarschijnlijk lezen na de Avondmaalsviering. Hoe was het? Had je ook het gevoel dat je er zou willen blijven? Dat je altijd dichtbij Jezus kon zijn? ‘Blijvende…’ dat is het woord dat in onze tekst heel vertrouwd en tegelijk heel raar klinkt!

Ja, je zou willen dat Jezus bleef, maar Zijn onderwijs ging nu juist over dat het zo nodig was dat Hemelvaart er kwam. Zijn hemelvaart was essentieel; en daar begonnen we een tijd geleden dit hoofdstuk ook mee! Waarom zegt Jezus dan nu in dit vers dat Hij deze dingen vertelt, ‘bij u blijvende’? Je zou het haast vertalen met: ‘want Ik blijf bij jullie’ of ‘nu Ik bij jullie blijf’. Maar dat klopt toch niet met het feit dat Hij binnen afzienbare tijd zal opvaren naar de hemel? Dat wist Jezus toch al wel?

Hoe vertalen andere vertaling dit dan?
  • “…terwijl Ik bij u verblijf. Maar de Trooster…” (HSV)
  • “…nu ik nog bij jullie ben. Later zal de pleitbezorger…” (NBV)
  • “…nu ik nog bij jullie ben. Later zullen jullie…” (BGT; Bijbel in Gewone Taal)
  • “…terwijl Ik nog bij u verblijf; maar de Trooster…” (Nieuwe Vertaling 1951)
Je ziet dat alleen de Nieuwe Vertaling de zin laat doorlopen naar het volgende vers. En ik denk ook dat dat juist is. Enerzijds is het goed het ‘bij u blijvende’ te vertalen met ‘terwijl Ik nog bij jullie verblijf’ of ‘nu Ik nog ben bij jullie’. Anderzijds ontneem je de lezers iets, dat in het grondwoord zit opgesloten en dat in geen enkele vertaling goed uit de verf komt.

Het woord ‘verblijven’ betekent in de grondtaal ‘tijdelijk verblijven’ of ‘wachten’. Er zit enerzijds de lading in van ‘voortduren’ en ‘niet verdwijnen’ of zelfs ‘niet veranderen’. En dat zouden ze maar al te graag hebben. Anderzijds kan het woord ook dit betekenen: ‘wachten op iemand.’ of ‘opwachten’, ja zelfs ‘verwachten’!
En kijk dan nog eens naar Jezus, daar aan tafel bij Zijn discipelen, die niets liever willen dan dat het altijd zo bleef… terwijl Jezus probeert duidelijk te maken dat ze van hier weg moeten, de wereld in. En dat het door lijden tot heerlijkheid gaat. Jezus zit daar het tijdstip van de Vader af te wachten én met Zijn jongeren de komst van de Heilige Geest al ruim van te voren te verwachten. Hij meer dan zij, maar toch!
En dit zou voor hen de allerbeste weg worden! Eeuwig beter qua Jezus’ werk! Maar ook enorm beter, qua het werk van de Heilige Geest, want Die zou gaan werken met het materiaal dat Jezus achterliet: Zijn woorden van daarnet!

Als we aan Zijn tafel Zijn dood gedenken, dan belijden we: het was inderdaad de allerbeste weg! En als we van de tafel mogen opstaan, en misschien al weer een dag aan het werk zijn in deze wereld, dan mogen belijden dat we ook verwachten: “wij verwachten Jezus’ Dag met een groot verlangen!”
En tot aan die Dag? Zullen we ervaren dat Hij met ons ‘verwacht’, met ons verblijft, in ons woont en werkt en door ons Zijn Koninkrijk en het hele wereldgebeuren voortstuwt naar die grote Dag!
Aan Zijn tafel wilde Hij versterking geven voor onderweg. Want de tafel is het eindstation niet. Daar aan tafel moet het niet zo blijven, want dan komt die grote Dag nooit! Nee, Jezus kiest de beste weg. En je zult zelf ervaren dat Hij tegelijk in de hemel is én heel dichtbij je hier op aarde. “Deze dingen – over het ‘blijven in Mij’, ‘het houden van Mijn woorden’ en ‘het liefhebben van Mij en Mijn Vader’ – heb Ik tot je gesproken, terwijl Ik intens bij je blijf én toch naast Mijn Vader zit. Dicht bij het Vuur! Voor als er wat geregeld moet worden in jouw leven op aarde… En om jou te verzekeren dat We de zaak van het 'eeuwig bij Mij zijn’ uiterst serieus nemen, elke dag 24/7!” Wat een macht heeft deze Heiland, daar naast Zijn Vader in de hemel én dicht bij mij hier op aarde!

zaterdag 2 september 2017

De rechtzinnige keerzijde van de liefde tot God

 “Die Mij niet liefheeft, die bewaart Mijn woorden niet; en het Woord dat gijlieden hoort, is het Mijne niet, maar des Vaders, Die Mij gezonden heeft.”
Johannes 14 : 24

We moeten bij God de Vader uitkomen, de bedenker van Zijn Eigen Woord!

Waar in de prediking en in het gemeente-denken de gouden middenweg wordt verlaten, belanden we in de berm van vrijzinnige of rechtzinnige God-loosheid. Jezus heeft vlak hiervóór het Evangelie gepredikt, de heerlijke kant van het leven met Hem geschilderd.

Maar er zit ook een andere kant aan de prediking van het geluk en de zegen. Waar we God negeren, of waar we ons enkel richten op Zijn wetten/regels zonder Hem erbij te bedoelen, lopen we óók een toekomst tegemoet: de anti-zaligheid. Allereerst de vraag: wordt die andere kant wel benoemd in de gemeente en in de prediking? En zo ja: naar welke kant dan? Het is zo goedkoop om mensen weg te zetten die geen zin hebben in de kerk en het geloof. Die lopen natuurlijk regelrecht naar de hel, wordt er dan gezegd. Maar waar lopen mensen heen die jaar en dag onveranderd in de kerk zitten? Of zij die zich richten op de regeltjes, maar de Bedenker van die regels niet kennen? Je kunt als een moslim perfect de plichten nakomen, je leven intomen, uiterlijk voorbeeldig leven, bewegen en praten, maar waarom doe je dat? Is die zogenaamde liefde tot Gods wet een lifestyle zonder dat je een levende relatie met de Ontwerper van die lifestyle hebt? Dan lig je evenzeer verworpen en loop je naar de hel. Nota bene met open ogen, terwijl je de goddeloze kroegtijgers, de hoeren en tollenaars in een 21e-eeuws jasje, kunt omschrijven als mensen die met gesloten ogen naar de verlorenheid lopen.

De andere kant van de medaille

Ik vraag me in alle ernst af wie Jezus voor ogen heeft, als hij zegt: “Die Mij niet liefheeft, die bewaart Mijn woorden niet”. Je bent namelijk gauw geneigd te denken dat dat dan wel over goddeloze gasten gaat die opgaan in de wereld. Maar zou Hij niet heel goed juist die mensen bedoelen, die zeggen Zijn wetten, woorden, te bewaren (conserveren), en die volgens Hem, omdat ze Hem niet persoonlijk liefhebben, daarom helemaal niet bezig zijn Zijn woorden te bewaren (in praktijk brengen)?
Als Jezus namelijk spreekt over de wereld die de Heilige Geest niet kan ontvangen, dan richt Hij zich misschien nog wel het meest tot die godsdienstige wereld, die er uiterlijk bij hoort, maar er door het ontbreken van de liefde tot Hem volledig buiten staat.
Die andere kant van de medaille zit dus gewoon in de kerk, misschien wel naast je in de kerkbank of… erger nog: ben jij het? Herken je (je in) die profielschets van 'uiterlijk vroom' en 'zwaarwichtig of ingewikkelde theologische zaken', maar als het gaat over het hart van het Evangelie en het eigen hart, dan staat de wagen stil? Je kunt er kort of lang over praten; het heeft geen zin: alles staat of valt met de liefde tot de Heere Jezus. Wat vind jij van Christus?

De andere Eigenaar van het Woord

Je kunt wellicht zwaarwichtige dingen zeggen over Jezus' woorden; misschien gebruik je Zijn woorden wel om andere te laten zien dat zij er nog helemaal buiten staan. Misschien gebruik je Zijn woorden wel om er Hem mee te laten buikspreken. Let dan goed op, want Jezus opent een onverwachte deur: “Die woorden, die Ik spreek, zijn niet van mij, maar van Mijn Vader!” Goochelen met de Bijbel is goochelen met Gods Vaderlijke Woord. En dat is bloedlink! Want als jouw constructie lijkt te kloppen en Hij geeft er een klein tikje tegen, zou het zomaar eens kunnen instorten. Omdat het niet gegrond blijkt op de Steenrots! Omdat het de draagkracht van de liefde miste. Omdat het was gelijmd met eigengemaakt vroom cement van uiterlijke schijn.
Slaafs naleven van Gods geboden, inzettingen en rechten is de dood en níet het leven! Ik denk daarbij aan dingen als 'christenen moeten ook de joodse feesten gaan vieren', of 'de tweede feestdagen van Kerst, Pasen, Pinksteren en zelfs Goede Vrijdag, zijn maar menselijke bedenksels, dus die moet je niet houden', of 'het houden van de sabbat is het enige juiste; de zondag is een foute instellen', of 'we moeten in het zwart gaan en gebogen onder de zondelast lopen', 'alle preken met afsnijdend zijn: de wet moet erin gegooid worden en de mens moet als zondaar worden gepredikt' …
Ik sprak eens iemand over de preken in onze gemeente, die zei 'dankbaar te zijn dat we nog elke zondag mochten horen dat we zondaren zijn'. Hij had een klepel zien hangen, een klok horen luiden, maar hij maakte er zijn eigen carillon van. Ik ben mensen tegengekomen die wat op mijn kleding hadden aan te merken, omdat ze zich niet konden voorstellen dat een kind van God ooit zulke kleuren en kleren zou dragen. Veel succes in Afrika of Azië… Ik kom teveel mensen tegen die de mond vol hebben van de leer (en het blijft vaak vaag wat ze dan precies bedoelen), maar het als heel lastig ervaren als er dan gevraagd wordt naar hun Heer! Want ja, je kunt je mond wel vol hebben van leer en leefregels, maar als het leven eruit is en de liefde tot de HEERE niet de bodem is van jouw liefde tot de leer… dan is het alles net zo ijdel als de godsdienstigheid van de indiaan, de bosneger, de moslim, de hindoe en de boeddhist… Vraag maar aan Luther!

Tot slot nog iets over mensen die juist heel druk met Jezus zijn. Je zou zeggen, wat is daar fout mee. Op zich niets, maar… waarom verwijst Jezus naar Zijn Vader? Ik kom die mensen vaak tegen in evangelische kringen, maar in een iets gewijzigde versie komen ze ook onder refo's veel voor! De invalshoek is iets verschillend, maar het effect is even ontwrichtend. Je kunt je heel blind staren op Jezus, maar het moet je echt tot de Vader brengen. Hij deed het werk op Golgotha niet voor Zichzelf, maar puur voor Zijn Vader: en dan zo dat Hij zondaars weer in een rechte verhouding tot Zijn Vader bracht.
Niet voor niets zegt Jezus hier dat wat Hij zegt niet Zíjn woorden zijn, maar de woorden van Zijn Vader. Kijk nog eens goed naar jouw Godsbeeld. Is dat correct in balans? Blijft de Vader niet te zeer buiten schot? En… is er voldoende ruimte voor de Heilige Geest? Niet om allerlei spirituele ervaringen en gaven te creëren, niet om de aandacht op de Geest Zelf te vestigen, maar beiden, zowel God de Zoon als God de Heilige Geest, richten Zichzelf en ons op de Vader, op Zijn heerlijke troon. En rondom die troon liggen al onze kronen. En naast de troon, de zetel van Christus, het Lam dat geslacht is. En de volheid van de Geest omringt en verbindt. Dát is de hemel. Ben jij erheen op weg?

woensdag 30 augustus 2017

Heb je Jezus lief?

Die Mijn geboden heeft en dezelve bewaart, die is het die Mij liefheeft;
en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader geliefd worden;
en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelven aan hem openbaren.

Johannes 14 : 21



Jezus legt aan Zijn discipelen uit wat het betekent om Hem lief te hebben

Je hebt van die Bijbelteksten die uiterst remonstrants klinken. Vandaag hebben we er weer zo eentje. Strak lezend wat er staat, zou je dus denken dat je eerst moet geloven en dan gaan Jezus en de Vader je liefhebben. En als dat zo is zul je ook meer te zien krijgen van God. Geloof is dan een soort sleutel op een deur. Jij moet die deur zien open te maken met die sleutel en dan gebeuren er allemaal bijzondere dingen. Zulke teksten lezend snap ik wel dat de remonstranten van weleer, en die van vandaag de dag, niet veel fantasie hoeven te gebruiken om tot hun dwalingen te komen. Zeker, omdat zij (terecht soms) vinden dat orthodoxe refo’s God tot een despoot en grillig wezen maken, bij Wie je maar nooit weet waar je aan toe bent.
De vraag is echter, of we recht doen aan de tekst, om hem zo te lezen. Natuurlijk zul je zeggen: je probeert alles te modelleren naar je eigen beeldvorming. Maar laten we eens kijken hoe de zin is opgebouwd? Misschien moeten we er eerst een paar andere vertalingen bijhalen.

HSV: Wie Mijn geboden heeft en die in acht neemt, die is het die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft, hem zal Mijn Vader liefhebben; en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.
NBG 51: Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.
NBV: Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en ik zal mij aan hem bekendmaken.
Willibrord: Wie mijn geboden onderhoudt, die hij heeft ontvangen, hij is het die Mij liefheeft. En wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader bemind worden; ook Ik zal hem beminnen en Ik zal Mij aan hem openbaren.
Basisbijbel: Je houdt pas echt van Mij als je niet alleen wéét wat Ik zeg, maar ook dóet wat Ik zeg. En de Vader zal van elk mens houden die van Mij houdt. En Ik zal van hem houden en ervoor zorgen dat hij Mij echt leert kennen.

Schernierpunt

Je ziet dat de NBV en de Basisbijbel met een hink-stap-sprong de foute weg in slaan. Zij maken er inderdaad een remonstrantse tekst van. Je moet opletten wat er in de tekst staat: “…die is het…” Als werd de vraag vooraf gesteld: “Wie houdt er nu eigenlijk van U, Heere Jezus?” Waarop Jezus antwoordt: “Hij of zij die Mijn geboden heeft (weet) en ze bewaart (in acht neemt/tot uitvoering brengt).” Dat is geen voorwaarde vooraf, maar een constatering achteraf.

Extended love

En Jezus gaat dat nog scherper uittekenen: “…en die Mijn liefheeft (hij of zij dus, die Ik hiervoor heb uitgetekend), zal merken dat niet alleen Ík hem of haar liefheb, maar ook Mijn Vader heeft die persoon lief.” Dat liefhebben is dus veel breder dan alleen Jezus. Jezus liefhebben is ook geen doel op zich, maar een deel van de heling die plaatsvindt, na de breuk in Genesis 3.

Crescendo

Jezus doet er nog een schepje bovenop, als Hij Zijn liefde verklaart aan zondaars die Zijn geboden willen houden. Die dus vol liefde omgaan met alle woorden die Hij hen doorgaf en waarin Hij Zich openbaarde. ‘Geboden’ is zo’n veelomvattend begrip. Het is veel meer dan alleen de 10 Geboden! Jezus zegt Zichzelf aan die persoon te ‘openbaren’. Is dat het topje van de trap naar de hemel? Nee, zie het meer als ondersteuning voor onderweg naar de hemel. Geen klimpartij, maar een weg over heuvels en door diepe dalen. Een weg waarop de satan alles in stelling zal brengen, om de gelovige te doen struikelen.
En wat belooft Jezus dan juist? Dat Hij de gelovige meer en meer wil verlichten door Zijn kennis, aldus de Kanttekeningen, en dat Hij Zijn zaligmakend bezig-zijn en Zijn genade ook wil laten ervaren, laten voelen. De Kanttekeningen verwijzen daarbij naar wat Jezus in vers 23 zegt (en daar kom ik nog op terug een volgende keer, omdat het daar net even anders wordt omschreven!) en naar 2 Kor. 3:18. Daar staat: “En wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.”
Het is nu nog allemaal, hoe intens en heerlijk ook, ten dele. Hoe intens en heerlijk zal het stráks zijn, als we volmaakt Hem zullen zien, zoals Hij is. Als Hij Zich volkomen zal openbaren! En ons volmaakt zal laten leven en delen in de genade van het zalig hemelleven. Als je daar nú al smaak van krijgt, dan kun je die dalen aan! Dan heeft de satan veel minder grip op je en zijn verleidingen en afleidingen minder interessant. Er zijn wel betere dingen om mee bezig te zijn!

Maar ja, leg dat een kerkmens maar eens uit die wel Jezus’ geboden tot op de millimeter ontleed, maar die die geboden niet weet te waarderen, omdat de liefde eruit gefileerd is. Als jij er zo eentje bent, o bekeer je dan, want je leeft met goud in je handen, maar je staat er volledig vreemd tegenover! Je hebt het niet door, maar het blijkt dat je Jezus niet liefhebt! Zo zie je maar dat je wel de geboden kunt bewaren, net als die man met dat ene talent, maar aldoor uit angst naar de Jongste Dag kijkt, wetend dat God een grimmig en hard Heerschap is. “Echter, wie Mijn liefheeft,” zegt Jezus, “die zal als vanzelf Mijn geboden ook bewaren, koesteren en liefhebben.” Nee, geen wettisch leven, maar een leven in liefde. Want elk gebod licht een tipje van de sluier van straks op en toont mij een aspect van Zijn wezen! Wat wil je nog meer?

maandag 17 juli 2017

Wij hebben drie aanspreekpunten bij God!

"En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven,
opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid…"
Johannes 14 : 16

Er is iets wezenlijks veranderd – door Jezus’ hemelvaart – met onze verhouding tot God de Vader


Misschien vind je dit wel een uitgekauwde tekst. Er is al zo vaak over deze tekst gepreekt rond Pinksteren. Vandaag bezien we de tekst vanuit hemelvaart en kijken we wat er zo bijzonder is aan deze tekst. Lazen we soms nog steeds ergens overheen?

Waarom belooft Jezus niet gewoon dat de Heilige Geest eraan komt? Waarom zegt hij 'Ik zal de Vader bidden (vragen)…"? Dat is direct al een gedachte die ik nog nooit heb horen bepreken. Vervolgens spreekt Jezus over een 'andere' Trooster. Hij doelt op de Heilige Geest, maar wie is dan de 'eerdere' Trooster? Tenslotte: wat betekent dat woordje 'opdat'? Is er een reden te vinden in de voorgaande zin, een hobbel die genomen moet worden, om tot een doel te komen? Zit er nog wat tussen, wat geregeld moet worden, waarna, als dat is opgelost, de Heilige Geest eeuwig kan blijven?

Een serie beloften

"En Ik zal…" Waar heeft dat mee te maken? Het woord 'en' verbindt iets; maar wat? Is er een link tussen 'geloven in Jezus' en 'Zijn voorbede'? Dan zou Jezus net als de afgoden zijn: jij geeft wat en Ik geef wat terug. Laten we de verzen (12-17) eens op een rij zetten; in vers 12 begint Jezus eigenlijk met Zijn uitleg over de essentie van Zijn heengaan (hemelvaart):
Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden:
  • Die in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en zal meerder doen, dan deze; want Ik ga heen tot Mijn Vader.

  • En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen; opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde. Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen.

  • Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden.

  • En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid; namelijk den Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn.

Al eerder zagen we dat een aantal verzen bij elkaar hoort en ook de tekst van vandaag hoort daarbij. Jezus somt op wat Hij allemaal gaat doen door Zijn hemelvaart en welk effect dat op Zijn jongeren zal hebben:
  1. Ze zullen grote werken gaan doen, meer nog dan wat Jezus heeft gedaan (al blijven die werken wel illustraties bij de boodschap!);
  2. Wat ze daarvoor nodig hebben – en elke situatie is weer anders – mogen ze aan Hem vragen (uitgangspunt is altijd wel: wordt Mijn Vader er door verheerlijkt?);
  3. Ze kunnen niet op eigen houtje gaan handelen, maar door het houden van Zijn geboden en opdrachten (in alle facetten) moeten ze laten zien dat ze Jezus liefhebben;
  4. Ze hoeven dat ook niet in eigen kracht te doen: Jezus zal naar lichaam niet meer aanwezig zijn bij hen, maar Hij zal de Heilige Geest in hen laten zijn. Dan zullen ze nóg beter tot eer van Zijn Vader kunnen zijn dan nu.
Het is een 'all-inclusive-pakket voor getuigen van Christus'. Je ziet, Jezus doet geen half werk! Hij zet Zichzelf weg als een Trooster, maar spreekt over Zijn Plaatsvervanger als over een 'andere' Trooster. Hij gaat heen naar Zijn Vader en het wordt er alleen maar beter op, voor zowel Zijn apostelen als alle gelovigen die door hen zullen worden toegebracht tot het Koninkrijk.

Een Plaatsvervanger

Je zou verwachten dat, zoals een generaal in de strijd dicht bij zijn soldaten blijft, Jezus juist nú dicht bij Zijn apostelen blijft. Maar nee, Hij probeert hen duidelijk te maken dat Hij weggaat. Dan denk je toch als bekrompen redenerend mens: Jezus is toch God? Hij hoeft toch niet persé daar in de hemel te zijn om dingen bij Zijn Vader gedaan te krijgen? Dat kan toch ook perfect hier vanaf de aarde? God is toch almachtig? Hij hoort elk gebed, nietwaar? En zeker dat van Zijn Zoon. Maar nee, het gaat toch anders. Blijkbaar wil Jezus voor alles naar Huis om nóg dienstbaarder voor Zijn jongeren te zijn.
Ik moet zeggen dat mijn verstand hier ophoudt. Natuurlijk zijn Gods wegen hoger dan die van mij. Maar Hij kent toch ook Zijn zwakke jongeren? Dicht bij hen zijn is toch verreweg het beste voor hen, zou je zeggen? Waarom koos Hij dan toch de afstand?
Een dominee zei hierover onlangs: op aarde kon Jezus wel bij Zijn discipelen zijn, maar nu Hij in de hemel is en Zijn Geest heeft uitgestort kan Hij ín hen zijn! Dat is wel een ding om te overdenken. Door weg te gaan kon Hij nóg dichterbij hen zijn dan Hij al was! Diepe gedachte!

Daarnaast zouden de jongeren zich focussen op Jezus (God de Zoon), maar zou Zijn Vader toch onbedoeld op de achtergrond blijven. Door weg te gaan bracht Jezus Zijn jongeren in direct contact met Zijn Vader. Ze mochten via Hem bidden, maar beter was om zélf tot de Vader te bidden en Jezus erbij te roepen. Hoe dat moest, zou juist de Heilige Geest hen leren. Het was een nieuwe manier van bidden en een nieuwe manier van geloven. Geen andere manier in de zin van dat het opeens iets heel anders was. Maar ze zouden op een nieuwe manier tegenover God de Vader komen te staan. De offers uit het Oude Verbond zouden er niet meer tussen staan. Doordat Jezus met Zijn offer de definitieve punt had gezet achter die offers, zou de directe weg tot de Vader weer open zijn.

Een oneindige verbetering


Die directe toegang tot God de Vader wordt door Paulus in de Hebreeënbrief ook uitgelegd: "Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd." (Hebr. 4 : 16). Er lijkt dus een soort 'nieuwe troon' in de hemel opgericht te zijn, dankzij Jezus' offer. En wij ontvangen vrijmoedigheid om ons rechtstreeks naar die troon (waarop de Vader zit) te wenden.
En in hoofdstuk 10: “Waar nu vergeving derzelve is, daar is geen offerande meer voor de zonde. Dewijl wij dan, broeders, vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, op een versen en levenden weg, welken Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vlees…” (Hebr. 10 : 18-19). Dus ook die directe toegang is een nieuwe weg, een nieuwe manier van 'naderen tot God'. Ik vermoed dat wij ons die geestelijke cultuurschok in de 21e eeuw niet meer zo kunnen voorstellen, maar voor de discipelen en alle Joden van die tijd was dat een ingrijpende verandering. Daar was de Heilige Geest voor nodig om niet buiten mensen maar ín mensen die knop om te zetten!

En naast het feit dat dat al een enorme verbetering betekende, is Zijn eeuwige nabijheid evenzeer een oneindige verbetering. Zoals God middels de regenboog beloofde de aarde nooit meer te verdoen door water, zo belooft Hij door de 'regenboog' van Zijn Geest dat Hij ons nooit meer zal verlaten. Hoe ook het leven bedreigend kan zijn, Hij verlaat Zijn kinderen nooit meer. Hij maakt dat ze niet als wezen treuren over Zijn 'heengaan', maar dat ze juist intens doortinteld zijn van Zijn gelukkige nabijheid. De zending van die andere Trooster heeft dus een heel speciaal doel (vandaar dat woordje 'opdat'): eeuwige, blijvende, nabijheid.
Zie je dat Jezus telkens weer Zijn Vader op de voorgrond probeert te krijgen? En dat juist daardoor een intense verbetering op stapel staat in onze tekst? Hij wil niets doen zonder Zijn Vader. Daarom lezen we in de tekst dat de Zoon aan de Vader zal bidden (vragen; eigenlijk extra attenderen), wat wij van Hem begeren. Maar vooraf belooft Hij al de verhoring. Hij kent de Vader door en door. Maar er is Hem alles aan gelegen dat ook wij Zijn Vader zo goed (en steeds beter) leren kennen. Dus zo hebben wij Gods aanspreekpunt hier op de aarde (de Heilige Geest) in ons en in de hemel zelfs een dubbel aanspreekpunt (zowel de Zoon als de Vader)!

vrijdag 6 januari 2017

De preek slaat in als een bom

"En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht."
Lukas 4 : 32

De preek slaag in als een bom: mensen worden 'verslagen'; de engelsman noemt dat 'astonished': met verbazing geslagen!


Er worden wat een profielen opgesteld voor predikanten. Niet enkel nutteloze elementen en voorwaarden, waaraan zij moeten voldoen. Maar… hoeveel profielen kenmerken zich door dit: de predikant moet met macht spreken?

Direct dringt zich de vraag op: wat voor macht? Gezag? Afstand? Dominantie? Impressie? Expressie? Intrigerend? Interessant? Populair? Aansprekend? En denk vooral niet dat deze karaktertrek enkel voor God Zelf geldt. Wat dacht je van Johannes de Doper? Wat dacht je van Elia? Of Henoch? Hoe zou een predikant zich kunnen meten met deze groten? Ik zou haast zeggen, voor minder mag het niet. Immers, een predikant behoort toch 'geroepen' te zijn door God Zelf? Dan moet zijn prediking toch wel met macht zijn? En dat zal ook wat uitwerken.


Geraakt in een leerdienst

Dat woordje 'versloegen' trof me direct. Ik zet eerst wat vertalingen onder elkaar:
  1. StatenVertaling:  En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.
  2. Herziene StatenVertaling: En zij stonden versteld van Zijn onderricht, want Zijn woord was met gezag.
  3. Lutherse Vertaling: En zij verwonderden zich over zijne leer, want zijn woord was met macht.
  4. Leidse Vertaling: en zij stonden versteld over zijn onderricht; want hij sprak met gezag.
  5. Nieuwe BijbelVertaling: En zij stonden versteld over zijn leer, want zijn woord was met gezag.
  6. Het Boek: Zij waren verbaasd over wat Hij hun leerde, want Hij sprak als iemand met gezag, die wist waarover Hij het had.
  7. King James: And they were astonished at his doctrine: for his word was with power.
Het merkwaardig is dat we bij het zoeken naar een vertalingen het karakter van het woord zijn kwijtgeraakt: door iets geslagen worden. Je hoort in de SV nog een beetje die klap terug. Verbazen is eigenlijk ook een softe vertaling; het is 'door verbazing getroffen'. Die bliksemschicht zou meer zichtbaar moeten zijn. 'Versteld staan' kun je ook bij een acrobatiek kunstje en 'verwonderen' kun je ook bij een mooi schilderij van Rembrandt. Maar 'getroffen' worden door iets, uit het veld geslagen worden, dát is wat er gebeurde in deze leerdienst van Jezus.
En ik zie dat terug bij de preken van Johannes, van Petrus op de eerste Pinksterdag, bij Elia op de Karmel en – om er niet meer te noemen – ook bij Nathan die voor David staat.

Geroerd door een gastpredikant

Al sinds mensenheugenis luisteren mensen in de kerk selectief. Een onkerkelijke op straat, die onvoorbereid iets hoort verkondigen, is ontvankelijker dan de doorsnee kerkmens die onderuitgezakt de preek kritisch analyseert. Hij of zij in de kerk heeft namelijk een matrix over het oor liggen. Is gespitst op bepaalde klanken, woorden, termen en houdingen van de predikant. Althans, dat risicio is enorm groot! Die matrix kan zowel negatief als positief getint zijn. Een goede predikant moet:
  • preken over Gods liefde
  • een mens zijn ziel verklaren
  • het Evangelie brengen
  • de doemwaardigheid van een ziel aanwijzen
  • een mens in extase weten te brengen
  • christocentrisch preken
  • de wet prediken
  • zijn preek in een climax opbouwen
  • iets nieuws weten te brengen
  • mij dichterbij God de Vader brengen
  • duidelijk praten
  • laten horen hoe Gods volk leeft, denkt en doet
  • bevinding etaleren
  • puriteinen citeren
  • de jeugd aanspreken
  • laten zien waar je allemaal over moet worstelen
  • mij bekeren
  • veel oudvaders citeren
  • Calvijns lijn aanhouden
  • de onmogelijkheid van de mens laten zien
  • het goede boodschappen
  • Lloyd Jones, Spurgeon, Lewis, Piper of Keller citeren
  • verlossing voorstellen
  • Christus uitstallen
Als een of meer van die 'voorwaarden' aan de orde zijn geweest dan kan de beoordeling gaan starten en valt het kwartje naar de goede of de verkeerde kant. De prediker moet het schaap met zeven poten zijn; zijn preek moet onmogelijk veilig en volledig zijn, zodat álles klopt (maar tegelijk is alle leven eruit). Daarentegen zijn er ook die vinden dat preken juist de dogmatiek uit zijn verband rukken is. Maar al dat soort houdingen maken een scheiding tussen het eigen hart en de prediking (lees liever: God Zelf).

Gereflecteerd aan de schriftgeleerden

Deze leerdienst van Jezus was geen veilige preek; geen 'precies passend systeem' van spitsvondig dogmatische hoogstandjes. Deze preek was een preek met macht. Een bliksemschicht daalde neer en trof de mensen. En bracht hen in opperste verwarring. Dit was anders dan ze gewend waren. Het bed werd opgeschud en alle systemen klopten opeens niet meer. Hoe zat dat dan met de wet? Hoe zat dat met de onwaardigheid van een mens? Hoe zat dat met de heiligheid des Heeren? Hoe zat dat dan met de Messias Die zou komen om Zijn Verbondsvolk te bevrijden?
Hoe zat dat met al mijn leesbrillen, waarmee ik altijd naar de Bijbel keek en probeerde te ontcijferen wat er stond? Ik dacht dat ik het wist?! Maar nu… De rabbi's hadden altijd gezegd … De oudvaders spraken toch altijd over … De Schriftgeleerden wezen toch altijd weer op…
Je hoort het de mensen in verwarring denken. In Markus 1 : 22 lezen we: "En zij versloegen zich over Zijn leer; want Hij leerde hen als macht hebbende, en niet als de schriftgeleerden." In Mattheüs 7, aan het einde van de Bergrede lezen we vanaf vers 28 eveneens: "En het is geschied als Jezus deze woorden geëindigd had, dat de scharen zich ontzetten over Zijn leer; want Hij leerde hen als macht hebbende, en niet als de schriftgeleerden."
En hier in de synagoge van Kapernaüm gebeurt precies hetzelfde. Ze ontzetten zich over het gezag van Jezus’ woorden. Het sinistere is dat dat 'spreken met macht' blijkbaar een contrast vormt met hoe de Schriftgeleerden altijd preekten! En ik denk dat dat ook de bedoeling van de evangelisten is geweest met deze woorden. Die Schriftgeleerden waren altijd maar aan het nabauwen geweest; hadden dingen geroepen, maar altijd in de vragende vorm, zich verschuilend achter God Die je toch nooit kon begrijpen. Bijbelstudie moest meer vragen oproepen dan voordat je begon. Er was een hele cultus ontstaan die verdacht veel leek op die van de onbekende God, die je maar beter kon tevredenstellen met je offers, dan die te vertoornen met foute vragen.
En ik denk dat er in onze dagen opnieuw zo'n cultus binnen de kerk is, gewijd aan de grote onbekende God van de Bijbel. In de eerste plaats aan de kant van de vrij- en lichtzinningheid waar God wordt gereduceerd tot tussen je oren. Maar dat zit aan de anderekant naadloos aan tegen die offervaardigheid en psychische zelfkastijding aan de rechterkant van het kerkelijk spectrum, waar we maar niet teveel vragen moeten stellen; wie kan immers God begrijpen? Laten we maar dom napraten. Je kunt beter met je eigen doemwaardigheid bezig zijn dan met het aanbod van genade; je mocht eens met een gestolen Jezus de bietenbrug op gaan!

Kerk van Nederland en predikers op alle(rlei) kansels: wát laten jullie zien en horen van Jezus' Vader? "Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft…" Een kind moet toch Zijn Vader (steeds beter) leren kennen?! Tegen Filippus zeiden de Grieken: "Wij wilden Jezus wel zien!" Tegen de prediker vandaag roepen we: "Ik wil mijn Vader zo graag zien!"
Ik lees geen woord over de inhoud van de preek in Kapernaüm, maar Jezus is er Zelf duidelijk over waar Zijn leerdiensten mee waren gevuld: Zijn Vader verheerlijken en uitschilderen in woorden die mensen konden begrijpen en bevatten. Hij sprak over de Vader, niet alleen omdat Hij de Zoon was (dat ook!), maar omdat Hij de Vader kénde uit eigen ondervinding.
En dáár zit de grote open zenuw in Kapernaüm en in grote delen van de kerk in onze dagen. Dát gaat een klap, een schok geven, wanneer een prediker door God gezonden en met de Heilige Geest overkleed spreekt. En ze zijn er Gode zij dank! Maar let op hoe ze worden bekritiseerd; als zouden ze geen twee wegen leren, te weinig in de mens wroeten en zijn doodstaat verklaren of wat voor jargon men daar ook op loslaat. Een schisma aanbrengend tussen buigen en bukken; ontdekt is nog niet verlost; maar wanneer is het dat dan wel? Eindeloze discussies, met name door mensen die het hoogste woord voeren over hun eerlijke onbekeerdheid.
De kanttekeningen vertellen bij Jezus' 'spreken met macht' dat het gaat om 'spreken met Goddelijke autoriteit en met een bijzondere beweeglijkheid en vrijmoedigheid'. Nou, laat de prediker zich daar vandaag eens aan spiegelen: ben ik zo HEERE? En laat de luisteraar daar om bidden en zichzelf daar eveneens aan spiegelen. Immers de kerkganger van zondag is de prediker van maandag op de werkvloer?

maandag 14 november 2016

Jezus' tekstkeuze voor Zijn preek

"…en (Jezus) stond op om te lezen. En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja;
en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was:"
Lukas 4 : 16b-17

We staan vandaag stil bij Jezus' tekstkeuze in de rol van Jesaja

Hoe komen predikanten aan het tekstgedeelte waar zij hun preken over maken? Dat kan heel verschillend zijn. Soms nemen ze zich voor een serie preken te houden over een bepaald persoon of thema; al dan niet met een specifiek doel. Dan zoek je Bijbelgedeelten bij het onderwerp. Soms is er aanleiding om in bepaalde situaties of probleemgevallen Gods Woord op een bijzondere plaats te laten openvallen voor de gemeente, om te horen wat God tot de gemeente zegt over dat of dat onderwerp. Ik ga even voorbij aan het gebed en de afhankelijke houding aan God, die een specifieke plek in de tekstkeuze behoren te hebben. Vroeger had je predikers – en ze er nog wel; ze zijn vaak niet universitair geschoold – die pas op de kansel tot een tekstkeuze kwamen. Zij lieten de Bijbel willekeurig openvallen, lazen een heel hoofdstuk en kozen tijdens het lezen de tekst die voor hen begon 'op te lichten'. Het klinkt heel mysterieus – of hoe je dat ook wilt noemen – maar die fractie van een seconde bepaalde waar de dienst over ging. Je vraagt je dan wel af wat de functie van de te zingen psalmen in de dienst dan is/was; het zullen vaak cliché-psalmen zijn, vrees ik.

Dat klinkt allemaal wel heel religieus en mystiek, maar of dat de bedoeling is van Gods Woord betwijfel ik. Je moet de gemeente toch duidelijk bouwen en leiden. En als je dan al zo omgaat met je tekstkeuze, dan moet er ook een stuk pastoraat aan verbonden zijn, voor allen die dit niet kunnen volgen of er juist door in de knoop geraken. Ik meen dat dit niet verstandig is – vooral niet voor gastpredikers; zo maken we van de gemeente van God een soort sektarische karikatuur. Om maar te zwijgen van alle merkwaardige, soms zelfs cliché-matige, dwalingen die dan vanaf de kansel kunnen klinken!
Een goed voorbereide preek kan evenzeer harten treffen en de gemeente merkt heus wel of het Woord door de dienaar is heengegaan of dat hij slechts een formele mededeling van iets statisch – en zelfs iets doodigs – verkondigt. We leven in een tijd waarin toehoorders vaak vindingrijker en breder georiënteerd zijn dan de doorsnee predikant, omdat zij wel met twee benen in de maatschappij van deze tijd staan en de predikant het 'echte leven' helaas menigmaal enkel kent van de verhalen die gemeenteleden hem vertellen. Gemeenteleden worden overspoeld met prikkels, meningen en leerstellingen uit de politiek en het bedrijfsleven en over allerlei maatschappelijke zaken, die aan teveel predikanten voorbijgaat, omdat die zich daarvoor vaak afsluiten.

Liturgie

Het is vooraf misschien handig vast te stellen dat een joodse synagogedienst er heel anders uitzag dan onze reformatorische kerkdienst. Wij kennen een veel passiever liturgie. Er gaat niemand opstaan om het woord te nemen of te vragen. Men volgt gedwee de keuze van de te zingen psalmen. Men aanvaardt de lezing van het Bijbelgedeelte als een voldongen feit; evenals de tekstkeuze die de predikant maakt of heeft gemaakt. Hooguit vindt daar in de daaropvolgende dagen mail- of telefooncontact over. Men zingt en geeft geld in de collecte en dat is dan zo'n beetje de enige bezigheid – naast het gaan zitten en weer opstaan – van de kerkganger in de dienst. Verder is het luisteren; ook als er namens jou of voor jou wordt gebeden door de predikant.
De synagogedienst moet ons refo's tamelijk rommelig en wellicht zelfs onheilig overkomen. Er wordt daarentegen ook extreem heilige waarde gehecht aan zaken die bij ons heel 'gewoon' zijn. De boekrol wordt met een grote eerbiedigheid behandeld en men wil zelfs het papier niet aanraken; men gebruikt de bekende jat om de woorden aan te wijzen die men gaat lezen.
Als de Schriftlezing heeft plaatsgehad, wordt de rol weer opgeborgen en begint de 'preek'; eigenlijk de 'exegese'. Ik zou niet weten of er ook sprake is van 'toepassing' in de betekenis zoals wij die kennen. Jezus zal daar in ieder geval zometeen een bijzonder tintje aan geven; met alle gevolgen van dien.
Er is iemand die de boekrol 'aangeeft'. Wat voor iemand zou dat zijn? De overste van de synagoge? Hebben wij ook zo'n figuur? Wellicht de koster of de voorlezer? Maar wat mij bijzonder opvalt is dat die man aan Jezus niet de totale vrijheid laat om zelf een tekstgedeelte uit te kiezen. Hij beperkt Diens keuze tot 'De profetie van Jesaja'. Daaruit moet in deze dienst worden gepreekt. Is Jesaja dus aan de beurt? Was dat een algemeen geldende liturgie? Dat kennen wij in de wat oecumenischer ingestelde kerken ook, alsmede de Rooms Katholieke Kerk. Elke zondag heeft een naam en thema. En die vastgestelde liturgie trekt soms zelfs door in de gebeden die worden gedicteerd. In de kerkgeschiedenis van Engeland is het beruchte 'Book of Common Prayer' (met alle aversie daartegen) er een aardig voorbeeld van. Iemand als Koelman zette zich juist scherp af tegen alle vormen van 'voorgeprogrammeerde liturgie'; hij noemde formuliergebeden dan ook 'stilstaand water'.
Zelf ben ik ook altijd wat allergisch voor zulke vastgestelde liturgische lijnen. Dat beperkt ons ook in de confrontatie met de gehele Schrift. Elk jaar hetzelfde protocol? Nee, dat lijkt me bepaald ongezond. En wees eerlijk, het is heel verfrissend als een predikant eens een totaal onbekend Bijbelgedeelte openslaat. Als hij de gave heeft de gemeente mee te nemen in dit gedeelte, brengt hij ook een stuk enthousiasme voor het Woord over. Hoewel we voorzichtig moeten zijn met menselijk enthousiasme en op het gevoel in spelen, kan dit toch ook weer niet geheel ontbreken. Als een predikant fungeert als een soort pianola of draaiorgel en slechts zijn 'draaiboek' afwerkt, is hij keihard bezig de gemeente af te stompen en jongeren weerzin te doen ontwikkelen tegen de kerk(dienst). Dus een levende liturgie doet er wel degelijk toe. Prof. Immink heeft over de protestantse liturgie een mooi boek geschreven, met de titel 'Het Heilige gebeurt'.

Tekstkeuze

We lezen in de tekst dat Jezus opstond om te lezen. Een tekstverwijzing wordt gemaakt naar Nehemia 8 : 5-6 waar de wet van God weer aan het volk wordt voorgelezen en waarbij het volk staat en luistert; terwijl de uitleggers tussen het volk door liepen om alles uit te leggen. Vanaf een soort kansel klonk de verkondiging van Gods Woord en Wet.
Hoe dat in Jezus dagen precies was in de synagoge, weet ik niet, maar ik vermoed dat het volk daar wel zat en luisterde naar de lezing van de Schrift die staande werd gedaan; echter als Jezus gaat preken, gaat Hij weer zitten.
Het beeld dat ik hiervoor schetste – over een type charismatisch-mystieke voorgangers dat de Bijbel met een klap laat openvallen en dan lukraak ('geleid door de Geest') een tekst prikt – lijkt hier opeens door Jezus te worden uitgebeeld. Weliswaar heeft de schifting al plaatsgehad (de rol van Jesaja was vooraf uitgekozen), maar die Bijbelrol bestaat nog steeds uit een groot aantal chapiters. En denkend aan het boek van de profeet Jesaja, heb je denk ik levenslang stof genoegd. Abraham Hellenbroek schreef er een achttal dikke pillen over (de Evangelische Jesaja), dus menig predikant zou er ook prima vier jaar lang mee uit de voeten kunnen.
Echter, Jezus rolt het bijbelboek niet lukraak open. Er staat "als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats…". Blijkbaar zocht Hij heel bewust naar juist dát specifieke gedeelte dat over Hem ging. Dit hadden Zijn toehoorders niet zien aankomen, omdat zij iets anders lazen op die plaats; maar dat gaat Jezus veranderen! Sterker nog, Jezus gaat twee schriftgedeelten met elkaar in verband brengen en aan elkaar plakken, zo zal blijken. De Kanttekeningen merken hierbij op: "want sommige van deze woorden staan Jesaja 61:1 en sommige Jesaja 42:7".
Uiteraard is Jezus alwetend, want Hij is God! Het Woord dat hier wordt opengerold, kende Hij al vanuit de eeuwigheid. Hij en Zijn Vader hadden het er al over gehad, dat 'in de tijd' Jesaja dit zou gaan verkondigen. Jesaja ontving deze woorden en profeteerde deze als de mond van God op aarde. Maar de woorden waren bedacht in de hemel. En er is niets verborgen voor de Zoon, dat de Vader wel weet of van plan is. Wat moet dit voor Jezus in Zijn mensheid een enorme versterking zijn geweest, dat Zijn Vader Hem die woorden aanreikt! Want ik vermoed wel dat de overste van de synagoge Hem deze rol van Jesaja aanreikte, maar ten diepste is het Zijn hemelse Vader Die Hem deze rol aanreikt. God de Vader is – met eerbied – de 'Jat' Die Jezus de tekst aanwijst. Hij zocht wat Zijn Vader hem aanwees en… Hij vond de plaats die Zijn Vader bedoelde.
Wat Zijn Vader aanwees zullen we de komende keren bespreken, maar ik wens alle predikers toe dat ze zó gepassioneerd, betrokken en verwachtingsvol de Bijbel openen, biddend tot God om hen dát aan te wijzen wat Hij tot de gemeente te zeggen heeft. Ik denk dat dat heel Bijbels is. Maar ik ben er ook vast van overtuigd dat dit heel heilzaam en zegenrijk voor de gemeente is.

zondag 12 juni 2016

Als je kind er buiten blijkt te staan

Judas, uit 'Icons of the Bible',
gefotografeerd door James C. Lewis
De fotograaf James C. Lewis kon het niet nalaten onder Judas' naam naast 'Disciple' ook de toevoeging 'Betrayer of Jesus Christ' te plaatsen. Ik neem het hem niet kwalijk… iedereen weet precies wie Judas Iskarioth was, wat een Judaskus is en een enkeling zal weten dat er nog een betere was, Judas Jakobi (Thaddeüs in het hebreeuws), in de vriendenkring rond Jezus. Je moet de Yin-Judas (de duistere) duidelijk scheiden van de Yang-Judas (de verlichte), nietwaar? We hebben ons oordeel vrij snel klaar als het over Judas gaat, maar wat zouden onze oordelen doen met de vader en moeder van Judas, als zij ons hoorden praten?

Jaren geleden hoorde ik een meditatie van ds. J.J. Poort over de moordenaar aan het kruis. Jezus sprak: "Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn…" Dominee Poort nam de luisteraars mee naar de moeder van de jongen die door deze man was vermoord. Genade? Voor de moordenaar van mijn kind? Lekker makkelijk zeg, net voor de poorten van de dood. Dat 'effe anders kijken naar zo'n bekende situatie' trof me wel in mijn tienerjaren. Gisteren werd ik door onze dominee gewezen op het boek van ds. H. Veldkamp met de titel 'Dubieuze posten' vanwege mijn vragen over Manasse. Interessant om te lezen hoe deze theoloog ons even anders laat kijken naar bijvoorbeeld de bekering van Manasse. Het is inderdaad maar de vraag of er sprake van een bekering was… de Bijbel zegt er eigenlijk niet echt iets duidelijks over. Wat ik leerde uit dit boek was dat er meerdere kanten aan zo'n verhaal zitten. En met Judas is dat eigenlijk ook. Ik wil me verplaatsen in de vader en moeder van hem en ik probeer te schetsen – in navolging van een bijbelstudie die ik afgelopen seizoen hield over 'Verduiveld gedrag', waarin ik ook Judas beschreef – wat er in hem moet zijn gebeurd rondom zijn afhaken.

"En Judas, die Hem verried, antwoordde en zeide: Ben ik het, Rabbi? 
Hij zeide tot hem: Gij hebt het gezegd."
Mattheüs 26 : 25

Je zult maar zo'n kind hebben

Wat zal er door Simon en zijn vrouw in Kerioth gegaan zijn, toen hen het bericht bereikte dat hun zoon Juda zichzelf van het leven had beroofd? "Juda, gij zijt het," had vader Jacob geroepen. Ze hadden hun zoon naar deze aartsvader vernoemd; hij was een zoon die hen hoop gaf. Toen hij later te kennen gaf dat hij zich had aangesloten bij de groep rond Jezus van Nazareth, had Simon nog even gedacht dat het een van de vele bevrijdingslegertjes was. Verzet tegen de Romeinse overheersers had hij altijd al toegejuicht. Zijn vrouw had bezorgd gekeken, maar toen bleek dat die Nazarener een rabbi was, zonder zwaard en geweld, had het hen enigszins gerustgesteld. Waar kon je kind beter terechtkomen dan aan de voeten van een rabbi?
Toen echter onrustbarende geruchten over die Jezus van Nazareth de ronde deden, als zou Hij de Zoon van God zijn, was de angst weer naar de oppervlakte gekomen. Judas, die stille, super zelfstandige zoon was in een sekte terecht gekomen! En daar hadden ze er al een paar van gehad, de afgelopen tijd. Theudas bijvoorbeeld; of wat dacht je van Judas de Galileër, die een tijdje na hem van zich deed spreken? Ook al een Judas… zou het in de naam zitten? Nee, zij hadden hun zoon toch écht vernoemd naar stamvader Juda… Uit hem zou immers de Messias voortkomen, die een heerser in Israël zou zijn? Wel, heel simpel, dat kon die Jezus van Nazareth (uit Galiléa) nooit zijn! Waar was hun zoon toch in terecht gekomen?
Lange tijd hadden ze niets meer van Judas vernomen. Wel geruchten over die Jezus. Bij tijd en wijle trok Hij met Zijn volgelingen naar de tempel in Jeruzalem. Het leek hen toch wel een trouw volgeling van de wetten van Mozes. Maar die opzienbarende verhalen… die wonderen en die confrontaties met de geestelijke leiders in Jeruzalem.
Een keer hadden ze Judas gespot in Jeruzalem, toen ook Simon en zijn vrouw waren opgegaan naar de tempel voor het Loofhuttenfeest. Ze hadden hem zien staan te midden van een groep, dichtbij die Jezus, Die opeens was begonnen te spreken in het openbaar: "Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien." Er was commotie ontstaan. Hier riep er een: "Dit is de grote Profeet, die Mozes had voorspeld", daar wreef iemand vertwijfeld over zijn baard en mompelde halfluid: "Tja, dit moet haast wel de Christus zijn!" Achter hen hadden verschillenden verontwaardigd gereageerd: "De Christus? Ken jij je Bijbel niet, man? Zegt de Schrift niet, dat de Christus komen zal uit den zade Davids, en van het vlek Bethlehem, waar David was?" Het had Simon en zijn vrouw in verwarring gebracht; een verwarring die hen persoonlijk diep raakte, want hun zoon was erbij betrokken.
En nu was Jezus gekruisigd als een misdadiger. Ook al zo'n raar gebeuren. Niemand kon duidelijk aangeven wat Hij had misdaan. Maar Hij was dood; hoe dan ook. Echter, Hij was niet de enige… hun zoon Juda had zich in een ravijn gestort. Hoe is dat toch mogelijk? Judas! Die zelfstandige denker; ja, hij was onbereikbaar soms en trok zijn eigen pad. Maar ze hadden het nog kunnen accepteren dat hij met die rabbi meeliep, al waren ze wel argwanend over Jezus. Maar dat ook Juda nu zichzelf… Langzaamaan druppelde nieuwe feiten over zijn dood de villa in Kerioth binnen. Hij zou smeergeld hebben aangenomen. Hij zou bij een corruptieschandaal zijn betrokken. Hij zou Jezus hebben verraden. Zat hij in geldnood? Waarom had hij dan nooit bij hen aangeklopt? Zij hadden genoeg geld. Waarom… 
Wat gaat er allemaal door je heen als je kind een strafblad blijkt te hebben, zonder dat je dat hebt geweten en er iets aan had kunnen doen? En nu is het te laat. Voor eeuwig!

Je zult maar bij Jezus horen

Op een van Jezus' eerste tochten naar Jeruzalem was Judas tussen Diens volgelingen een paar oude bekenden tegengekomen. Jezus had ze Zelf geselecteerd, korte tijd daarvoor. Toen Judas aan Hem werd voorgesteld door Johannes Zebedeüszoon had Jezus hem doordringend aangekeken. "Volg Mij… met een volkomen hart", had Hij gezegd en de klank in Zijn woorden was vreemd, dwingend, ja, waarschuwend haast. Waarschuwend? Waarom? Om hem tot een 'ja' te dwingen of…
Judas voelde zich te midden van die onervaren en ongeletterde vissers niet helemaal op zijn gemak, maar met Johannes kon hij gelukkig wel goed opschieten. Die was toch wat meer ontwikkeld, hoewel hij ook visser was. Het was een denker met helder inzicht op politiek en geestelijk terrein. Vooral dat politieke zinde Judas wel. Het zionisten-, of eigenlijk het zelotenbloed, zat hem diep in de aderen. En met die Jezus van Nazareth, Die ook zo bijzonder eigenzinnig Zijn weg ging, leken zijn dromen over een vrije staat eindelijk waarheid te worden. Een staat, waarin Judas een toppositie met een topsalaris zou kunnen verwerven. Het leek hem een opgaande lijn naar een droomcarrière. En dat alles onder een perfecte, godsdienstige dekmantel.
Gaandeweg had hij zich binnen de vriendenkring rond Jezus een vertrouwenspositie verworven. Ze hadden hem bijzondere taken toebedeeld, en hij was er door gevleid: penningmeester. Het moest een dienende taak zijn, maar hij nam zijn functie wel serieus op. Hij gooide geen geld over de balk, want wat je weggaf was je kwijt. Er moest op termijn geïnvesteerd gaan worden en daar was veel geld voor nodig. Veel geld betekende ook veel macht.
Maar na een jaar of twee van afzien en rondzwerven met Jezus begon hij te twijfelen aan de realisatie van die toekomst. Elke Jood had gedreven genen in zijn bloed: gedreven voor de vrijheid van het eigen volk, het Volk van God. Die Romeinse overheersing was een doorn in zijn oog. Maar het leek Jezus hoe langer hoe minder te interesseren. De overheersing waar Hij over sprak, was die van de Joodse leidslieden, die de weg van Zijn Vader – zo noemde Hij dat – overheersten. Hij zette ze neer als vijanden van Zijn Koninkrijk. Vijanden? Judas snapte er niets van. De trots die hem had vervuld – dat hij bij die groep van deze opzienbarende rabbi uit Nazareth behoorde – ebde weg. Stond Jezus dan misschien een ander doel voor ogen? Ook de andere vrienden raakten hoe langer hoe meer in verwarring en dat irriteerde Judas. Sterker nog, Jezus begon over Zijn dood te spreken, als een offer voor de zonde. Waar was hun Leider toch mee bezig? Had Hij een tweede agenda?

Je zult er maar buiten staan

Langzaam maar zeker daalde een gevoel van afkeer in het hart van Judas. Hij begon financiën veilig te stellen, mocht het helemaal mislopen met Jezus. Want dan zou hij, Judas, zijn eigen bevrijdingsplan openbaar maken. Hij zag het al voor zich, hij, Judas, aanvoerder van de nieuwe bevrijdingsbeweging. Af en toe, maar in toenemende mate vaker, drukte hij geld achterover. Hij werd zuinig als er geld moest worden uitgegeven aan de armen. Hij plaatste kritische kanttekeningen als er ruimhartig moest worden gegeven. Die Maria bijvoorbeeld had nota bene een kapitaal vergoten over Jezus' voeten: zalf met de abominabele waarde van 300 penningen! Dat had duur kunnen worden verkocht ten behoeve van de armen, loog hij hardop. Jezus had hem boos en doordringend aangekeken. Nota bene had Jezus gesproken dat er later juist met respect zou worden gesproken in de hele wereld over deze verkwistende en zondige vrouw!
En later waren er nog meer voorvallen geweest. Jezus had gesproken over dat er eentje in de kring was die een duivel was. Verbaasd had hij langs Jezus weggekeken, maar in zijn ooghoeken probeerde hij te ontdekken of Jezus naar hem keek. Nog later had hij Jezus plots horen zeggen dat er eentje zou zijn die Hem zou gaan verraden. Hoe kon Jezus dat weten? Hij had een goede vriend contact laten leggen met een van de leden van het sanhedrin. Opperste geheimhouding had hij geboden; en ze zouden er zeker niet bij gebaat zijn als de boel verlinkt werd. 
Verraden? Ach, dat was zo'n zwaar woord. Met Jezus ging het overduidelijk de verkeerde kant uit. Ze konden Hem maar beter gevangen laten nemen. Doden mochten ze hem toch niet van de Romeinen. Gevangen zetten… net als Jozef. Even kwamen de woorden van aartsvader Juda, waarnaar hij vernoemd was, bovendrijven: "Wat gewin zal het zijn, dat wij onzen broeder doodslaan, en zijn bloed verbergen? Komt, en laat ons hem aan deze Ismaëlieten verkopen, en onze hand zij niet aan hem; want hij is onze broeder, ons vlees…" Verkopen was handiger. Je kon nooit weten hoe het later allemaal zou gaan lopen. Het was misschien zo dom nog niet om Jezus toch nog ergens, ver weg, achter de hand houden.
Maar hoe langer hoe meer liet Jezus tussen de regels door voelen dat Judas degene was die er buiten stond. Het had hem getroffen, geïrriteerd en het had de kiem gelegd van haat, blinde haat. Die Jezus zat hem op de huid. Hij doorzag hem en blokkeerde al zijn plannen, maar Hij zei het nooit vrijuit! Judas zette het aanvankelijke droompje over de verkoop van Jezus, om in een concreet plan. Totdat… totdat hij erachter kwam – te laat – dat zijn broeders (de joodse leidslieden waartussen hij zich een latente ereplaats had verworven) iets heel anders van plan waren. Ze waren werkelijk ziedend op Jezus en zochten koortsachtig naar een mogelijkheid om Hem uit de weg te ruimen. Een en een is twee… 
Ach, wat zij met Jezus deden was toch Judas' verantwoordelijkheid niet? Voor hem moest Jezus alleen van het toneel af. Het was hem verder een zorg hoe zij dat afhandelden. Totdat die avond aanbrak, waarop hij de eerste concrete tip had gegeven: het sanhedrin moest zich paraat houden. Het proces was in een stroomversnelling gekomen toen Jezus Judas had ontmaskerd, te midden van de andere vrienden. Ongelofelijk dat de anderen het nog steeds niet door hadden. Wat een troep domme vissers was dat toch eigenlijk. Moest je daar de oorlog mee winnen?
"Ben ik het, Heere?" Dat laatste woord kwam nog met moeite over zijn lippen. Die eerste woorden raakten hem al niet eens meer. Hij was opgestaan en weggelopen. Jezus had hem nog een duwtje in de rug gegeven eigenlijk! Het was nacht. Stikdonker, ook in zijn hart. Alleen zijn ogen gaven licht: ze flikkerden van haat. Hoe had Jezus het gedurfd!
Na de kus in Gethsémané had hij zich teruggetrokken in de achterhoede. Zoals een pyromaan vaak staat te kijken bij het blussen van de brand die hij zelf heeft aangestoken, zo stond Judas in de hof van Kajafas te zien hoe dit ging aflopen. En opeens vielen de schellen van zijn ogen. Hij had Petrus driemaal horen liegen over zijn band met Jezus. Hij had de haan horen kraaien. Hij had Petrus bedroefd zien wegvluchten en Jezus zien kijken naar Petrus. "Ik heb voor u gebeden," had Jezus gezegd. 
Opnieuw merkte Judas dat hij er buiten stond, want Jezus keek niet naar hem! Maar ditmaal vervulde hem dat niet met haat, maar met uitzinnige angst. Hij hoorde er inderdaad niet bij, bij Jezus. Loepzuiver doorzag hij dat Jezus alles wist, Gods Zoon was, Zijn enige redding. Echter… niet voor Judas. Kraakhelder schetste de satan alle beelden voor ogen bij Judas. Wat hij had gedaan, gedacht en gevoeld. Voor jou geen plek, sliste diabolos. Een bovennatuurlijke waanzin vervulde hem. De eeuwigheid kwam als een Temple of Doom op hem af en vluchten kon niet meer. Het was te laat. Hij sloeg zich op het hoofd, om die gedachten te stoppen, maar het wilde niet. Hij rende naar buiten en even buiten de stad brulde hij de nacht in, om zijn angst weg te schreeuwen, maar het hielp niet. De brand in zijn hoofd en hart werd niet geblust. 
Voor hem in de donkere nacht gaapte een nóg donkerder gat. Was het de hel? Of was het de hemel? Het was zwart en donkerder dan duister. Zou daar lafenis te krijgen zijn? Het was over… dit gat was zijn enige redding om weg te komen van die angst. 
Nog één plan moest worden uitgevoerd, want er brandde niet alleen angst in zijn hart, maar ook geld in zijn zak. Hij keerde zich bruusk om. Het begon al te lichten. In volle vaart liep hij de stad weer in, betrad de voorhof van de tempel en zocht naar een paar priesters die bij het verraad betrokken waren geweest. Toen hij ze zag, krijste hij dat hij onschuldig bloed had vergoten en smeet het geld in volle vaart over de vloer van de tempel. Geschrokken keken ze wie dat lawaai in Gods Rustoord maakte. Judas? In de verte zagen ze hem gaan. 
Hij had nog maar één doel voor ogen. De smak van het geld had dat waanzinnigmakende gevoel in zijn hart niet gestild. Zijn belijdenis van schuld evenmin. Er moest meer gebeuren. Een offer… het offer van zijn leven. 
Weldra fladderde een mantel van de steilte. De doffe smak die het daar beneden in het Kidrondal maakte, vertelde dat er een lichaam in zat. Langzaam kleurde het linnen rood en doofde de uitzinnigheid in het hart van Judas op aarde…

Een paar uur later had de boodschap van deze zelfmoord het huis van Simon in Kerioth bereikt. Het vulde de voorgaande geruchten ijzingwekkend in. Het zal je zoon maar wezen! Wat zal het hebben gedaan in het hart van Simon en van zijn vrouw? Het kind dat zij had gebaard en het leven dat was geschonken en gespaard, was na een jaar of dertig, in de kracht van zijn leven, gesmoord. Vermoord… Waarom? Zij zullen waarschijnlijk de echte toedracht niet hebben geweten en al helemaal niet hoe Judas' laatste momenten waren. Ze hebben slechts kunnen gissen. En al hun gissingen maakten het verdriet alleen maar ingrijpender en pijnlijker. 
Een ziel, verloren voor de eeuwigheid. Dat is de klem die op ons ligt, zolang onze kinderen de HEERE nog niet kennen. Zolang ze buiten Christus zijn, kan het je toch niet onbewogen laten dat elke dag hen dichter bij de ontmoeting met God de Vader zal brengen, zonder dat God de Zoon voor hen in de bres zal springen? Snap je de klem en bid je mee voor al die mensen in je gemeente die nog niet werkelijk verzoening in Christus gevonden hebben?

maandag 12 oktober 2015

Hoe moet God het onder woorden brengen voor ons?

Wat Jezus vertelt kun je onvoorwaardelijk geloven als een kind


En hetgeen Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij;
Johannes 3 : 32a

Wel eens bij stilgestaan hoe ingrijpend en vernederend het is geweest dat de Heere Jezus moest gaan leren praten? Hij moest Zich, als de almachtige God bij de hand laten nemen om de taal van mensen te leren spreken. Zijn vernedering is vele male dieper, dan we zo oppervlakkig in de Schrift lezen.

Zien en horen

Deze paar – ogenschijnlijk niet zo indrukwekkende – woorden gaven me direct al een schok, toen ik ze las. De rest van het vers komt de volgende keer wel. Hier staan machtige woorden; maar hier staat tussen de regels ook iets aangrijpends en vernederends. God de Zoon is al van eeuwigheid af (wat een rare uitdrukking eigenlijk; immers, de eeuwigheid kent geen beginpunt) gewend om de taal van Zijn Vader te spreken. Ze verstonden Elkaar en hadden – met eerbied gesproken – aan een half woord genoeg. Ze waren het ook volmaakt in alles met Elkaar eens. Niet in de laatste plaats over het feit dat de Zoon Zich zou aanbieden als Offer voor de zonde van de mensen.
Ze verlustigden Zich in elkaar en ook de Heilige Geest had daarin een onbeschrijfelijke en intense rol. In die hemelse en vooral Goddelijke harmonie was het nooit zoeken naar woorden. Maar nu komt het moment waarop God de Zoon het menselijk vlees aanneemt en geboren wordt. Alles wat Hij voordien had gehoord en gezien moet Hij nu in andere woorden gaan verwoorden. De taal der mensen.
Iemand die is geëmigreerd weet er iets van, hoe het is om voortaan een andere taal te moeten spreken wil er communicatie mogelijk zijn. Vooral in het begin is het nog zoeken naar woorden, maar al doende leert men. Dat voelt – lijkt me – de eerste jaren best hinderlijk. Je blijft altijd nog in je hoofd de woorden omzetten naar je moedertaal. Maar op den duur gaat er bovenin een knop om en gaat het wel een beetje als vanzelf. Toch kan er een moment komen, waarop je een bezoek brengt aan je vaderland en daar spreekt men je moedertaal nog gewoon. Dan komt er weer een conflict met die knop bovenin en gooi je er telkens woorden tussendoor uit die vreemde taal; omdat je dat zo gewend bent geweest de afgelopen tijd.
Wij mensen zijn sinds de torenbouw van Babel verbaal gehandicapt. Jezus niet. En toch moest Hij voortdurend zoeken naar woorden die pasten bij Zijn hemelse 'moedertaal'. Menselijke woorden die enigermate tot uitdrukking konden brengen wat Hij had gezien en gehoord. Jezus was dé grote Oog- en Oorgetuige. Hij kon erover spreken, hoe het er in de hemel aan toe gaat. Hij is het ook Die ons Zijn Vader verklaart (uittekent en uitlegt). Hij zocht naar woorden om dat hoge en hemelse onder woorden te brengen.

Spreken

Getuigen gaan in de regel pas spreken als zij tot getuige worden (op)geroepen. Daarom heeft Jezus niet enorm veel verteld over de hemel en Zijn Vader. Alleen dat wat er toe deed en wat wij dragen konden. Wat aan de orde kwam in Zijn onderwijs. En tegelijk was het voldoende om ons een goed beeld te geven van Wie Zijn Vader is, wat de hemel inhoudt en wat God van ons verwacht en vraagt.
Hij sprak erover met allerlei soorten mensen. In de eerste plaats Zijn discipelen; de schare en Zijn tegenstanders die Hem op de voet volgden. Maar Hij sprak er soms ook heel persoonlijk over met mensen als Nicodémus, de Samaritaanse Vrouw, Zacheüs, Maria Magdalena, Petrus, Johannes de Doper (al lezen we daarover niet direct iets in de Schrift; we kunnen het slechts concluderen uit een aantal zaken). Ook sprak Hij met de rabbijnen in de tempel, toen Hij 12 jaar was. En natuurlijk moet er – al is er niets over opgeschreven – in huis bij Maria en de werkplaats bij Jozef het nodige gezegd zijn.
Wat moet dat voor Jozef – voor Maria ook wel, maar anders – zijn geweest, te spreken met deze Zoon waar hij zelf helemaal buitenstond. Geen bloedband en ook in bijna alles anders dat hij. Geen herkenning met zijn eigen karaktertrekken of gewoonten. Zou Jezus weleens bij Jozef aan zijn voeten hebben gezeten? Zou Hij ademloos geluisterd hebben wanneer Jozef vertelde over de grote werken Gods, waar Jozef zelf nooit bij was geweest? Jozef moest zijn Zoon vertellen uit overlevering.
En daar zit het contrast met onze tekst. Jezus vertelt niet uit overlevering, maar uit wat Hijzelf heeft gezien en gehoord. Volgens de Kanttekeningen was dat over hetgeen "waarvan Hij uit Zichzelf volkomen en zekere kennis had". Hij had het immers Zelf gezien en gehoord?!

Als Zijn spreken dan zo waarachtig en betrouwbaar is, waarom geloven mensen Hem niet? Dat lezen we ook in de volgende verzen. En… waarom twijfel ik dan nog zo vaak?

zaterdag 5 september 2015

Jezus is ons enige Redmiddel



"Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam des eniggeboren Zoons van God."
Johannes 3 : 18

Hoe kan het zijn dat Jezus voortdurend van Zichzelf naar Zijn Vader wijst en toch deze woorden spreekt in de tekst die vandaag voor ons ligt? Johannes de Doper wees van zichzelf af en riep: "Zie het Lam Gods." Jezus sprak legt voordurend uit dat Hij er niet is voor Zichzelf, maar voor de eer van Zijn Vader én om Zijn Vader aan ons te openbaren. Zijn die dingen in tegenspraak? Moet ik in Jezus geloven of in God de Vader?

Jezus en God de Vader

Inderdaad is Jezus Degene Die laat zien Wie Zijn Vader is. Hij vestigt de aandacht niet op Zichzelf. Er is een voortdurende band tussen Hem en de Vader. Hij verheerlijkt Zijn Vader op aarde, maar Zijn Vader verheerlijkt Hem in de hemel. En af en toe onderstreept de Vader dit ook op aarde. Denk maar aan de geschiedenis van de doop van Jezus of de geschiedenis op de berg der verheerlijking. Daar laat de Vader hoorbaar merken dat Hij een enorme vreugde in Zijn Zoon schept, omdat Die Hem verheerlijkt en aanprijst op de aarde. Ja, omdat Die eindelijk doet, wat wij mensen hadden moeten doen: God grootmaken. Die band met de Vader prijst Jezus ook aan ons aan. Wij moeten weer in het reine komen met God en… dat kan: door Jezus!
In Johannes 5 vers 19 zegt Jezus iets wonderlijks: "De Zoon kan niets van Zichzelven doen, tenzij Hij den Vader dat ziet doen." Alsof Hij toch niet helemaal God is… Niets is minder waar. Hij wil echter niets anders doen dan wat Zijn Vader doet. Zo één wil Hij met Zijn Vader zijn en blijven. En daarin tekent Hij ons het prototype van al Gods kinderen. Herken je je in die profielschets?

De Joden en God de Vader

De Joden meenden, door Mozes strikt te volgen en de wet uiterst serieus te nemen, dat zij verbonden waren met God in het verbond dat Hij met hun volk sloot. Wat God met het verbond bedoelde was verworden tot een warboel aan wetticisme en eigenwillige godsdienst. Zij meenden dus ook dat er maar één God is en waren blind voor het bestaan van de Zoon en de Heilige Geest. Maar wie geen band met de Zoon en met de Heilige Geest heeft, heeft ten diepste ook geen band met de Vader. Hij volgt God slechts op slaafse wijze maar niet als kind. Talloze keren heeft Jezus daarop gehamerd.
In datzelfde hoofdstuk 5 van het Johannesevangelie zien we dat de Joden Jezus probeerden te doden; eerst vanwege het feit dat Hij een mens op de sabbath had genezen. Dat was voor hen heiligschennis van het sabbathsgebod, dus was Jezus in hun ogen een oproerige zondaar. Maar toen Hij even later zei dat Zijn Vader ook werkt op de sabbath, lezen we: "Daarom zochten dan de Joden te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen den sabbat brak, maar ook zeide, dat God Zijn eigen Vader was, Zichzelven Gode evengelijk makende." Het was voor hen onbestaanbaar dat Jezus de Zoon van God is. En daarmee distantieerden zij zich van zowel het feit dat zij bekering nodig hadden als van het feit dat ze juist deze Jezus nodig hadden om werkelijk kind van God te worden! Jezus wees hen in Johannes 8 op een enorm probleem: "Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve leugen. Maar Mij, omdat Ik u de waarheid zeg, gelooft gij niet." Hij rekende het hen fel aan dat zij God helemaal niet tot een Vader hadden; ze hadden de satan tot een vader en immiteerden díe. Dat is waarachtig een schokkende boodschap!


De discipelen en God de Vader

Ook de discipelen konden het nog niet allemaal op een rijtje krijgen, al was Jezus' oordeel over hen veel milder, want Hij zegt: "Gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij" (Johannes 14:1). Op Judas na, had Hij in hen het leven gewekt en konden zij naar waarheid (al was het nog onder een deksel) zeggen dat ze kinderen van de Vader waren. Het prachtige hieraan is dat zij dus op 'één lijn' stonden met Jezus: ze waren beiden kind van God de Vader.
Meer dan eens vertelde Jezus aan hen dat ze door Hem met de Vader waren verbonden. En ook tegen andere discipelen, ja ook tot de schare zei Jezus dat ze Hem nodig hadden, wilden ze tot de Vader kunnen komen. Aldoor stelt Jezus Zichzelf niet in het middelpunt, maar… is Hij de verbindende schakel tussen mensenharten en Gods hart. Denk maar aan al die bekende teksten als "Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven", "Ik ben het Brood des Levens", "Ik ben de deur (!)" en "Ik ben de Ware Wijnstok". Daarmee is Hij het Middel om verbonden te zijn met God de Vader.
Jezus is het enige Redmiddel dat ons verlost van het komende Oordeel. Wie in Hem gelooft zal niet meer worden veroordeeld. Daar staat Hij borg voor! Let erop dat dat in de tegenwoordige tijd staat. Dat betekent dat we nú reeds deelgenoot van zijn, ook al moet het Oordeel nog komen, hét testmoment waarop definitief zal blijken dát Hij het toereikende Redmiddel is.
Maar ook het andere deel van onze tekst staat in de tegenwoordige tijd! Wie níet gelooft in de Zoon, die ís (nu reeds) veroordeeld. Zijn leven manisfesteert zich en ontwikkelt zich onder de vloek. Nou, daar zijn dunkt me de voorbeelden legio van in het leven van alle dag. Als je de verbondenheid met de Vader niet kent, niet dagelijks gemeenschap met Hem oefent, dan is je leven min of meer samen te vatten als een last, een zwaar en altijd weer tegenvallend gebeuren. Het leven valt altijd tegen, omdat het ons niet biedt wat het belooft. Geluk is vluchtig, pret is van korte duur, genieten wordt al snel weer overwoekerd door jaloezie en ontevredenheid. We worden voortgedreven door een tomeloze en rusteloze drang naar nieuwe uitdagingen en nieuwe avontuurtjes.
Daarentegen de levende relatie met God de Vader is een bloem die steeds verder openbloeit. En… om die bloem telkens weer vol in kleur te zetten, voluit tot bloei te brengen en ook vruchtdragend te laten zijn, is er naast het hoorbare Woord van God ook het zichtbare en tastbare Woord van God, de dienst der sacramenten, om ons zwakke geloof te versterken. Wie in de Zoon gelooft heeft niet alleen toegang tot de Tafel, maar die heeft het ook keihard nodig. Elke keer weer. Daar ondervinden we nog eens extra onderstreept de gemeenschap met God, de hernieuwde verzekerdheid van het geloof. Daar leven we op en daar teren we op… totdat Hij komt!