Posts tonen met het label Nazareth. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nazareth. Alle posts tonen

maandag 2 januari 2017

Een prekenserie in de diepte

"En Hij kwam af te Kapérnaüm, een stad van Galiléa, en leerde hen op de sabbatdagen."
Lukas 4 : 31

Capharnaum wordt nog altijd 'The town of Jesus' genoemd, omdat Hij er had gewoond; de dertig jaar in Nazareth vallen een beetje weg tegen de drie jaar in Kapernaum

Het is de tweede dag van het jaar onzes Heeren 2017. Kerst ligt al weer een dikke week achter ons. Kerst herinnert ons eraan dat God afkwam naar ons nederig zondaarsbestaan. O, hoe onpeilbaar diep is de vernedering voor Gods Zoon om de heerlijkheid van Zijn Vader achter Zich te laten! Hij achtte het geen roof, geen bezit waarop Hij recht meende te hebben. Hij legde het vrijwillig af. Om ons en om Zijn Vader!

De afdaling van Jezus, vanuit het hoger gelegen Nazareth, naar het stadje Kapernaum bij de zee trekt vandaag onze aandacht. Elke keer dat God neerdaalt gebeurt er wel iets aangrijpends. Maar misschien vandaag wel iets bijzonder moois, na dat afgrijselijke daarboven op die Berg van de Steilte!

Verder de diepte in…

Kapernaum is niet zomaar een plaats, toevalligerwijze gekozen om heen te vertrekken. De naam van die stad was nota bene door de stadsgenoten in Nazareth genoemd! Zij begeerden ook zulke tekenen, zoals daar in Kapernaum hadden plaatsgevonden. Wat een prediking dat Jezus na dat heftige voorval – die afgrijselijke verwerping van die voor het oog zo godsdienstige Nazarenen – juist naar die plek gaat, waar Hij reeds wonderen had gedaan.
Gaat Jezus hen nu de ogen uitsteken? Dat denk ik niet. Hij gaat in eerste instantie geen wonderen doen, maar preken. Daar in de diepte richt Hij Zich op de eigenlijke taak, die voorafgaat aan de vervulling van Zijn missie: Zijn lijden, sterven en opstanding. Hij verkondigt de gevangenen loslating en de verslagenen vrijheid. Dat moet je even proberen vast te houden tot over een paar verzen, als het gaat over die mens die een onreine geest had. Dan zullen er namelijk twee predikers tegenover elkaar staan en de spanning zal oplopen, welke prediker het sterkst is. Dan zullen de woorden van Jesaja, gelezen door Jezus in Nazareth, in vervulling gaan. Hij daalt hier niet alleen letterlijk af naar een diepte, aan de kust. Maar Jezus daalt ook af tot de diepte van het rijk van satan. Hij verliet een helse menigte in de stad van Zijn jeugd, maar ontmoet een helse geest in het stadje waar Hij drie jaar lang Zijn woning houdt. Totdat Hij Zich uiteindelijk waagt in het hol van de hellehond zelf en de gevangenis gevangen neemt!

…om meer verdieping te geven

Heb je dat ook weleens, dat je alles om je heen helemaal zat bent en even helemaal niets om je heen wilt. Even alleen, op de maan? De hei, of het bos mag natuurlijk ook. Maar… hoe lang houd je dat vol? Stel dat je op de maan zou zitten – ik heb me dat vaak ingebeeld vroeger, vanaf de maan kijkend naar de aarde die dan zo klein lijkt als de maan hiervandaan is – zou je je dan na verloop van tijd toch niet eenzaam gaan voelen? Zou de duisternis niet des te enger zijn, als je helemaal stik alleen zou zijn? Als er in de verste verte geen levende ziel zou zijn? Ik zou het niet vol kunnen houden.
Hoe weldadig moet het voor Jezus zijn geweest om na in Nazareth te zijn uitgespuwd, ontvangen te worden door mensen? Het lijkt wel of Hij de dienst die in Nazareth zo ruw werd onderbroken nog diezelfde sabbath voortzet in Kapernaum. En opnieuw neemt Hij het woord. Hij zoekt geen ontferming, maar biedt die door het Woord Zijner kracht. Hij ging doen wat Hij het liefste deed: mensen leren over Zijn Vader. Er staat in de tekst dat Hij 'hen' leerde; heel persoonlijk. Daar zou je toch bij hebben willen zijn, nietwaar?
Er staat zelfs dat Hij op de sabbatdagen (meervoud) leerde; een prekenserie in de diepte! Lijkt je dat geen schitterende gemeenteopbouw? Dat zullen me een leerdiensten zijn geweest?! Geen catechismuspreken van eindeloos dezelfde kadans omdat het zo moet… maar levende leerdiensten. Ik zeg niet dat er geen catechismuspreken moeten zijn, maar het gaat mij om de motivatie waarom je dat zo graag wilt. De Catechismus is allereerst een belijdenisgeschrift: een onder woorden brengen van wat je gelooft; dat kan dus nooit een volledige uitwerking van de gehele Schrift zijn, maar een leerstellige lijn op hoofdpunten. Als alle leerdiensten alleen maar uit catechismuspreken zouden bestaan, blijft er toch nog een hoop van de Schrift ongelezen; want dat andere was op het moment van schrijven van de Catechismus namelijk even niet aan de orde. Belijdenisgeschriften – hoe rijk ook – zijn maar momentopnamen. Van de Catechismus leer ik hoe fout de dwaling van Rome is, maar niet hoe funest de dwaling binnen sommige zich orthodox noemende reformatorische kringen is, vandaag de dag! Evenmin leer ik hoe ik moet omgaan met mijn islamitische buren; moet ik ze verketteren of moet ik ze in liefde tot Jezus lokken?
Hier moet een leerdienst toch om gaan: dat we zitten aan Jezus' voeten en hangen aan Jezus' lippen om Zijn Vader beter te leren kennen! En Jezus zegt Zelf dat een goede huismeester (lees: predikant) uit zijn (door God de Vader toevertrouwde) voorraad altijd weer 'nieuwe en oude schatten' behoort voort te brengen. In die volgorde…

dinsdag 27 december 2016

Als Jezus door het midden weggaat is het oppassen geblazen

Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.
Lukas 4 : 30

Jezus wandelde tussen de woeste mensenmassa, zoals het volk Israël achter Mozes aan door de Rode Zee wandelde


Heb je weleens ruzie gekregen met een jongen op het schoolplein? Wat gebeurde er, als je niet terug vocht? Kwam je er dan zonder blauw oog vanaf? Of een bloedneus? Of beiden? Ben je weleens achterna gezeten door een paar grote jongens? En als ze jou te pakken kregen, schudde je ze dan even gemakkelijk van je af, zonder kleerscheuren of pijnlijke schrammen? Ik vermoed dat je er geen beste herinneringen aan hebt overgehouden! Zelfs niet als het je toch lukte te ontsnappen aan je belagers.

Maar hier in onze tekst wordt Jezus door de bevolking van een heel dorp, ja door de hele vrome gemeente van een synagoge, meegesleurd! En Hij werd niet alleen op ferme wijze het dorp uitgewerkt, maar in drieste haat sleuren ze Hem verder de heuvel op – waarop ook hun stad is gebouwd en die een stuk buiten de stad een hoogtepunt bereikt – om Hem daar van een steilte af te gooien… te pletter! Dood moet Hij!
Het zijn geen borderliners of in hun jeugd psychisch verminkten met agressieverschijnselen; het is eenzelfde massa – prima bij hun verstand – als die later ook en masse roept: "Kruist Hem!" en "Zijn bloed kome over ons en onze kinderen". En toch… niet één been zal aan Hem gebroken worden. Er komt geen engelenleger aan te pas, om er voor te zorgen dat Hij Zich aan geen steen zal stoten. Er wordt zelfs niemand van de belagers de tanden uit de mond geslagen of erger! Jezus bestrafte de zee en die werd stil, maar hier wordt zelfs geen woord gesproken!

Voorganger

Wij mogen Jezus bijzonder vinden, omdat we achteraf naar de geschiedenis kijken en geloven dat Hij de Zoon van God is, maar zo keken de bewoners van Nazareth niet tegen Hem aan. Voor hen was Hij de zoon van Maria en Jozef, een mede-stadbewoner… niet veel meer dan dat. Deze morgen was Hij de voorganger, maar in die functie stond Hij in een lange rij van voorgangers die hier ooit hadden gelezen in de Schrift en er hun kijk op hadden gegeven, al dan niet een oudvader citerend.
Jezus bar Jozef was voorganger, maar wel in hún dienst! Zij maakten de dienst uit en Jezus stond voor hun karretje. En toen dat precies andersom uitpakte – sterker nog, ze bleken niet eens in hun eigen karretje te zítten – toen sloeg de vlam in de pan. Verontwaardiging? Gekrenkte trots? Het zijn zeer verzachtende termen voor de duivelse haat die satan uit zichzelf genereert, wanneer hij zich te binnen brengt dat hij tot in eeuwigheid buiten staat.
Er zijn meer Joden in het Oude Testament geweest, die waren bevangen door diezelfde haat die onlosmakelijk gekoppeld zit aan de uitzinnige helse angst straks eeuwig buiten de staan. Ik noem alleen maar Kaïn, Ezau en Saul. Daar bewerkte zondekennis dus geen bekering, maar duivelse haat! We moeten met ons cliché 'zondekennis' maar een stuk terughoudender zijn. Nood leert niet altijd bidden; zondekennis bewerkt niet altijd verootmoediging.
Dit pijnlijke bracht Jezus aan het licht, hier in de synagoge; hun godsdienst was een dekmantel om de schijn op te houden tegenover God. Omdat Jezus hun hart kende, zo lezen we telkens weer tussen de regels door, laaide die angst op. Dat feit zint satan niet, zodat hij er de haat aan toevoegt (die we bij die boze geesten in Gardara ook zien): "Zijt gij gekomen om ons te pijnigen vóór de tijd?"

Doorganger

Het is voor ons moeilijk voor te stellen hoe groot de angst is, als je deze geschiedenis live had meegemaakt. Wij weten hoe het afloopt; wij zijn overtuigd van Jezus' almacht, toch? Maar tot aan Golgotha waren zelfs Zijn jongeren niet overtuigd van het feit dat Hij alle macht in hemel en op aarde had. Ook hier dreigt het mis te gaan. Zo'n grote menigte… dat moet Hij wel afleggen. Dit wordt onherroepelijk Zijn dood! We horen als het ware de smak al, waarmee Hij te pletter slaat in de diepte, aan de voet van de Heuvel van de Afgrond. We zien als het ware de bloedspatten al tegen de rotswanden naar beneden druipen.
Ik weet niet hoe dicht Hij de rand van de afgrond al genaderd is in onze tekst. Tien meter? Eén meter? Eén centimeter? Maar plots gaat er een rare beweging door de menigte. Een golfbeweging, niet óp Jezus af, maar ván Hem af! Van Hem af… dat is tegelijk het meest aangrijpende in deze tekst!
Er komt een pad in de kolkende massa stadsgenoten en Jezus wandelt rustig tussendoor. Nee, dat staat er niet, Hij ging over dat pad dwars door de mensen heen en… ging weg! Zoals het volk Israël droogvoets dwars door de Rode Zee ging, weg van Farao en zijn ruiters, weg van het diensthuis Egypte. Weg, dat betekent ook 'iets achter latend'. Maar wat?

Wegganger

Die term 'middendoor gaan' bracht mij de geschiedenis van Abraham uit Genesis 15 te binnen. We lezen in vers 10 dat Abraham de offerdieren voor de verbondssluiting met God 'middendoor deelde'. Hij maakte als het ware een pad tussen die dieren, letterlijk dwars door die dieren heen. Een pad waarover hij samen met God zou moeten gaan wandelen. Het kwam er niet van; God ging alleen. Hij sloot dat verbond eenzijdig met Abraham.
Abraham viel ín slaap en er viel iets óp hem: schrik en grote duisternis! Maar toen God bij hem kwam, troostte en bemoedigde Hij Abraham en nam die schrik en duisternis weg. Die werd bewaard, voor iemand anders; Iemand anders. Die schrik en duisternis zouden straks op Jezus Christus worden gelegd. Echter… zij die Hem verwerpen uit puur ongeloof, overgoten met welke vrome saus ook, zouden die schrik en duisternis voor eigen rekening krijgen. Voor hen niet de schoot van Abraham, maar de oneindige afgrijzing van satans nabijheid.
Iets daarvan merk ik in dit weggaan van Jezus. Hij wandelt maar niet zomaar tussen die kluwen hatelingen; Hij gaat dwars door hen heen en verlaat hen! Dat heeft iets sinisters en aangrijpends. Als God middendoorgaat – die term komen we op diverse plaatsen in het Oude Testament tegen – dan is er meestal sprake van oordeel. Dit middendoorgaan in Nazareth is niet minder een oordeel.

Als Jezus voorganger is in jouw gemeente, in jouw leven (!), blijft Hij dan of gaat Hij middendoor weg? Dit voorval is gelukkig een uitzondering; in verreweg de meeste gevallen blijft de HEERE nog roepen: "Jeruzalem, Jeruzalem, hoe menigmaal heb Ik u bijeen willen vergaderen…" Als jij Zijn stem hoort, en Hij is nog niet jouw Voorganger (letterlijk: Hij gaat je nog niet voor op het levensspoor), hoor dan naar Hem, verhard je niet, maar laat je leiden! Wordt wakker en leef!

zaterdag 17 december 2016

"Bergafwaarts met die haatprediker!"

En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen.
Lukas 4 : 29

Een kijkje vanaf Mount Kedumim, 'Berg van de Afgrond', richting de Thabor. Hoogstwaarschijnlijk heeft men Jezus vanaf deze steilte willen werpen. Dit is echter niet een berg, waarop Nazareth is gebouwd, maar een berg die circa 2 kilometer ten zuiden van het huidige Nazareth ligt.

Toen Jezus tot 'het Zijne' kwam, hebben de Zijnen Hem niet aangenomen. Hoe vaak hebben ze Hem wel niet verdreven?! Hij werd al kort na Zijn geboorte verdreven uit Bethlehem, door een moorddadige Herodes. En later zouden ze Hem buiten de 'legerplaats', buiten Jeruzalem, doden op Golgotha. Ze spuwden Hem uit: "Weg met Hem". 

We vinden dat uiterst gemeen, van zowel het Verbondsvolk Israël als van de heidenen, toen. Maar… gebeurt dat nooit binnen onze kerkelijke kringen? Hoe 'populair' is Jezus Christus binnen de gereformeerde gezindten? Of is Hij misschien juist een bedreiging voor rechtzinnigen? Iets daarover hoorde ik in de column van Cor Verkade, die spreekt over 'verwarring in de maatschappij en verstarring in de gereformeerde gezindten'.

Bedreiging?

Is Jezus' spreken over en vanuit het Woord van Zijn Vader misschien voor onze gezindten een bedreiging? Zien we hem misschien ook liever gaan dan komen, omdat Hij zo anders (s)preekt dat wij in onze dogmatiek hebben versleuteld? Iets van dat bedreigende, dat werd ervaren bij Jezus' komst in Nazareth, las ik in het volgende fragment uit het boek 'De Zeloot' van Reza Aslan:
"De broers van ]ezus hebben een behoorlijk belangrijke rol gespeeld in de beweging die hij heeft gesticht. Zijn broer ]akobus werd de leider van de gemeenschap in ]eruzalem na ]ezus’ kruisdood. Misschien heeft het even geduurd voordat ]ezus’ familie zijn leer en uitzonderlijke claims heeft aanvaard. Maar het historische bewijs doet vermoeden dat ze uiteindelijk in hem en zijn missie zijn gaan geloven.
De buren van ]ezus waren echter een ander verhaal. Volgens het evangelie waren zijn dorpsgenoten uit Nazaret overstuur door de terugkeer van ’de zoon van Maria’. Hoewel een paar mensen goed over hem spraken en versteld stonden om zijn woorden, maakten de meeste zich zorgen over zijn aanwezigheid en zijn leer. ]ezus werd al snel een verschoppeling in de kleine gemeenschap. Het evangelie van Lucas beweert dat de inwoners van Nazaret hem uiteindelijk naar de rand van de berg dreven waarop hun dorp gebouwd was, om hem in de afgrond te storten (Lucas 4:14-30)."
Waar zat die omslag nu precies in de synagogedienst? Als je de geschiedenis bekijkt als een incident, snap je niet waarom men zo plots zo furieus reageert. Als je echter bovenstaand citaat een klein beetje serieus neemt, zou je dus kunnen stellen dat ze hem al eerder met een soort 'angst' bekeken. Misschien waren ze wel blij dat Hij na dertig jaar richting Jeruzalem vertrok. En nu is Hij opeens weer terug in Zijn vaderland. Nou, alles goed en wel, maar dan moet Hij zich wel vooral bezighouden met wonderen doen. Geen gezeur verder. Dat is allemaal maar bedreigend.

Bedrieging?

Vlak na dat bovenstaande fragment uit 'De Zeloot' stond de volgende passage (over de steilte waar vanaf ze Jezus wilden laten vallen:
"Het verhaal is verdacht: er is in Nazaret geen rots waar je iemand van af zou kunnen duwen, alleen maar een licht hellende heuvel. Maar het feit blijft dat ]ezus, in elk geval aanvankelijk, in Nazaret weinig volgelingen wist te winnen. ‘Geen enkele profeet [is] welkom in zijn vaderstad,’ zei hij voordat hij zijn geboorteplaats verliet en naar Kafarnaum vertrok, een nabijgelegen vissersdorp op de noordkust van het Meer van Galilea. Kafarnaum was voor ]ezus een ideale plek om zijn prediking te beginnen, aangezien het een perfecte afspiegeling bood van de rampzalige economische veranderingen die zich onder het bc\vind van Antipas in Galilea hadden voltrokken."
Daar hebben de kritici wel een punt. Of het moet zijn dat het oude Nazareth op een iets andere locatie heeft gelegen; maar volgens de bronnen wijkt dat niet zo veel af. Er is wel een berg, vlakbij Nazareth, waar zich een clif bevindt, waar je gemakkelijk iemand van zou kunnen te pletter gooien. Dit is de Mount Kedumim of de Berg van de Steilte (of Afgrond). De synagogebezoekers, nota bene Jezus' eigen dorpsgenoten, hebben hem dus meegesleurd, de stad uit, de Berg van de Afgrond op om Hem tot zwijgen te brengen. Had de satan Hem ook niet, kort daarvoor, meegenomen op een hoge berg? Had de satan Hem ook niet aangezet om tot springen over te gaan vanaf de tinnen des tempels? Nu wordt Hij tegen wil en dank als een bedrieger te pletter gegooid: "Laat Hem bergafwaarts gaan, deze Haatprediker!" Zou Hij om een legioen engelen bidden? We zullen het de volgende verzen zien.



Bedroeving!

Wat er ook is gebeurd… Jezus' woedde ontlaadde zich niet op zijn dorpsgenoten. Ze hebben daarentegen de Geest bedroefd en dat maakte dat Jezus later ook moest zeggen dat Hij geen tekenen kón doen, vanwege hun ongeloof.
Terug naar de kerk van vandaag. Moet Jezus ook nu niet weer zeggen dat Hij geen wonderen kan doen, vanwege het ongeloof? Wordt Christus wel gepredikt? Is Hij wel werkelijk het centrum van de prediking? Of is Hij eigenlijk een bedreiging voor de prediker en zijn luisteraars? Is Zijn aanwezigheid een ongewenste zaak? Nee, we slepen Hem niet de stad uit en de Berg der Afgrond op om Hem neer te werpen in de diepte. Maar hoe beschrijf je een toegemuurd evangelie? Ik denk aan die woorden die Cor Verkade sprak in zijn column, over zaken die mis zijn in onze gezindten. Wie het algemene aanbod van genade niet aanneemt, zal ook nooit het kindschap Gods ervaren. Zoals een echtpaar geen kinderen zal krijgen, wanneer het niet het bed deelt. Er is een eigen verantwoordelijkheid. En als we die verzaken, blussen we de Geest uit. Erger nog, we sluiten Hem buiten en verklaren Hem dood! Kijk jezelf er eens op na. En check je predikant eens, aanstaande zondag, of hij een prediker is van deze zeer blijde boodschap… of dat hij een dicteerapparaat is van een droog stuk theologie, dat een eigen leven is gaan leiden, buiten Christus en Zijn heerlijkheid!

maandag 5 december 2016

De kortste preek

En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
Lukas 4 : 21

De profeet Jesaja schrijf over Christus' geboorte; schilderij gemaakt door Harry Anderson


De kortste preek ooit! Acht woorden maar. Maar wat een gevolgen. Jezus had nog helemaal geen vervelende dingen gezegd, zoals korte tijd later. Niets negatiefs over Zijn dorpsgenoten. Maar ontstellend is de reactie op deze woorden.

Voor dat we naar de reactie gaan kijken, staan we eerst stil bij deze korte preek. De woorden die Jezus daarna spreekt, zijn min of meer een antwoord op de reacties vanuit de synagoge. Het was niet strafbaar om Jesaja te lezen. Het was niet de doodstraf waardig, om hem te citeren en te exegetiseren. De Joden laten graag meer vragen over dan er in de preek antwoorden zijn gegeven. Echter… Jezus gaat antwoorden geven op de vragen die Jesaja opriep. Hij gaat invullen wat Jesaja voorzag of bedoelde. En dat viel verkeerd.

Beginnen met spreken

Zoals we in de vorige Bijbelstudie zagen, ging Jezus zitten toen Hij het Woord van Zijn Vader had gelezen en over ging tot het spreken van Zijn Eigen woorden. Niet minder goddelijk in Zijn geval, maar Hij paste zich qua lichaamshouding aan ons mensen aan.
Vandaag lezen we de woorden "Hij begon… te zeggen". Dat betekent natuurlijk heel letterlijk dat Hij een begin maakte met Zijn preek. Maar het draagt ook de lading in zich van 'de eerste zijn om iets te doen' of 'de voornaamste, de leider' zijn. Jezus neemt de leiding en spreekt door de zalving met de Heilige Geest, met macht. Het zijn woorden die een reactie van verwondering en ontzag zullen opwekken bij de toehoorders. Op een andere plaats concluderen de luisteraars verbaasd dat Hij zo anders spreekt dan de schriftgeleerden. Dat is veelzeggend. Ook hier.
Jezus spreekt maar niet algemeen wat gedachten uit die zo bij Hem komen bovendrijven. Hij spreekt met Goddelijk gezag en laat Zijn luisteraars op een nieuwe manier kijken en luisteren naar de oude profetieën. Profetiën die misschien wel helemaal uitgekauwd zijn. Veel rabbi's hebben er hun hoofd al over gebroken. Men is zich vooral gaan richten op de vragen die het gedeelte opriep; meer dan het gebed om licht en de Heilige Geest om te zien wat God concreet bedoelde te zeggen. Er waren er al heel wat die hadden gesproken over deze woorden; immers deze woorden kwamen elk jaar weer terug in dezelfde volgorde. maar nú begint er Eén te spreken! Gericht tot 'hén'. Niet over de hoofden heen; niet boven 'hun pet' maar ín hun hart! Zoals er nog nooit een heeft gesproken!


Eindigen met profeteren

Vervullen is een bijzonder begrip. Ik zou wel willen weten wat Jezus voor hebreeuws woord gebruikte. Ik vermoed dat we – wanneer we dat zouden weten – ook nog veel beter zouden begrijpen waarom Zijn luisteraars (met name de schriftgeleerden) zo furieus reageerden.
Net zoals toen Jezus zei: "Ik ben de Alfa en de Omega"; eigenlijk zei Hij: "Ik ben de Aleph en de Tav". Die letters kenden de Joden uit Genesis 1 : 1 (lees dit artikel): met die woorden (letters) maakte Hij Zich aan God gelijk. Sterker nog, met deze letters verkondigde Jezus: "Hier ben Ik, de Schepper van hemel en aarde").
Jezus spreekt in onze dagtekst over de profetie die is vervuld. Eindelijk is bewerkstelligt, tot stand gekomen, wat God eeuwen daarvoor beloofde. De luisteraars werden teruggeworpen op hun oren, niet op hun ogen. Aan Hem zágen ze nog niets, maar zij hóórden Hem zeggen dat deze profetie even zeker vervuld was, op dit moment, als dat zij het met hun oren hoorden!
Heden. Nu. Eigenlijk nog niet toen Jezus werd geboren. Toen duurde die profetie nog voort – al waren er op dat moment ook al profetiën in vervulling gegaan. Maar de woorden die Jezus nu voor hun oren citeert gaan in vervulling op dít moment.
Wat ze er van zagen? Ze waren er niet bij – hoogst waarschijnlijk – toen Jezus werd gedoopt en uit het water opkwam. Zij hadden de Geest niet zien neerdalen als een duif. Zij hadden Gods stem niet gehoord. Zij hoorden Hem slechts zeggen: "Heden is deze Schrift in uw oren vervuld."

Dat had toch iets moeten losmaken bij de luisteraars, niet? Als de profetie over de Messias 'begon' in te vulling te gaan, dan zouden er grote dingen gaan gebeuren voor het volk der Joden. Zoveel wisten ze er wel van. Er zou verheuging en verrukking moeten ontstaan. Maar hoe ontstellend anders is hun reactie! Herkenbaar? Misschien wel bij mensen om je heen in de kerk. Je hoort de HEERE roepen om het hart van die man of vrouw, dat meisje of die jongen vlakbij je in de kerk die maar niet kan geloven dat God ook hem of haar op het oog heeft. En je denkt: nu moet er wel wat gaan branden in dat hart! Wat een teleurstelling kan het dan zijn, als er niets lijkt te gebeuren!
En als dat jaar op jaar hetzelfde blijft, raak je er dan niet langzamerhand aan gewend? Wekken deze mensen misschien wel wrevel op omdat ze zelf kribbig reageren op jouw aanhoudend attenderen op woorden uit de preken? Je snapt het toch niet dat mensen zo koud kunnen blijven? Nou… houdt dat maar vast; dat moet je nooit gaan snappen ook! Het moet je nooit koud laten, dat het anderen wel koud laat. Het moet nooit 'gewoon' worden dat anderen jaar en dag in de kerk zitten, zonder dat er sprake is van bekering. Dat moet iets onverteerbaars blijven; en dat mag best gezegd worden!

dinsdag 15 november 2016

De gezalfde Voorganger spreekt



"De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden…"
Lukas 4 : 18a
 
Jezus Christus kon met recht zeggen dat Hij de vervulling van Jesaja 61:1 was

Je hebt weleens van die Bijbelteksten, die je heel herkenbaar voorkomen als je ze leest, maar wanneer een dominee ze tijdens de preek in een bijzondere context plaatst lijken ze opeens totaal nieuw voor je. Dat kan twee dingen met je doen: je bent verrast en je laat je er door verrassen; het kan ook vraagtekens oproepen en je gaat kritisch lezen of je die zienswijze kunt volgen. De mogelijkheid dat het je niet eens opvalt of dat je het achteloos naast je neerlegt vind ik geen mogelijkheid. Dan zit je totaal nutteloos in de kerk en de geloofwaardigheid en eerbiedwaardigheid van al je godsdienstig vertoon en gepraat verdampt tot niets. Die laatste reactie vermoed ik dan ook totaal niet in de synagoge van Nazareth. Integendeel! De mensen zitten op scherp. Zeker, als Jezus met de deur in huis valt en zegt: "Heden is deze Schrift in uw oren vervuld."

De spanning is te snijden, maar niet pas ná die woorden van Jezus, vermoed ik. Al tijdens de Schriftlezing moet Jezus' intonatie dit Bijbelgedeelte hebben ingekleurd en levend gemaakt. Juist Hij, de Schepper van de hemel, de aarde en van de mens met zijn stem, kende het effect van het gehoor op de ziel. Immers, het geloof is door het gehoor… Dan gaat er opeens een luik voor je gezicht weg, de schellen vallen van je ogen. Er gaat je iets dagen en opeens zie/lees je zoals je nog nooit hebt gedaan. Opeens zie je wat God bedoelde met de woorden die Hij in Zijn Woord liet optekenen. Voor jou persoonlijk!
Het is van het grootste belang dat predikanten goed leren voorlezen. Dan kun je tijdens de Schriftlezing al horen waar de accenten liggen en gaat de Schrift al op voorhand voor je leven. Predikanten en kandidaten die monotoon het Bijbelgedeelte voorlezen op dreunende wijs, doen afbreuk aan de heiligheid en de zeggingskracht van Gods Woord. Het is niet alleen irritant en aanstootgevend, maar ook totaal wezensvreemd aan God Zelf. Je had moeten horen hoe Gods stem klonk, toen Hij daar boven de Jordaan predikte vanuit de hemel: "Deze is Mijn Zoon, Mijn geliefde in Wie Ik ál Mijn welbehagen heb!" De adoratie van de Vader voor Zijn Zoon droop er vanaf. Dat heeft zeker niet geklonken als een monotoon computerstemmetje dat – net als je TomTom – vertelt wat je wel en niet moet doen. Ik snap dat soort voordracht (en je hoort dat vaak ook terug in het bidden; dat is nóg aanstootgevender!) ook helemaal niet; wie heeft dat bedacht? Of is het een gevolg van dat onze oudere generatie eigenlijk diepweg ook een hekel aan (voor)lezen had/heeft? Als jij zo'n voorlezer bent (thuis aan tafel of voorin de kerk): bekeer je. God de Vader heeft je intonatie en klankkleur in je stem gegeven; veronachtzaam Zijn scheppingsgave dan niet!

Wat Jesaja bedoelde

Jezus pakt de boekrol van de overste aan. Of moet ik zeggen: Hij laat de overste de boekrol voorzichtig op de lezenaar leggen en rolt het boek zorgvuldig uit, op zoek naar de beoogde passage: Jesaja 61. En passant rolt Hij de boekrol nog wat verder open naar rechts (terug), zodat ook Jesaja 42 zichtbaar wordt. Dat moet een aardige breedte zijn geweest, want Jesaja houdt van lange teksten.
Bekende klanken, maar uit Jezus’ mond moeten ze toch anders-dan-anders hebben geklonken. Niettemin is de eerste laag, fonetisch, onze Jesaja 61:1 "De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft… Hij heeft Mij gezonden…". Volgens ds. C. den Boer houdt Lukas zich aan de Septuaginta-lezing; als je goed leest lijken deze twee teksten zo diagonaal tegenovergesteld. Bij Jesaja wordt gesteld dat Gods Geest op de profeet (eigenlijk de Messias) is omdat God hem/Hem heeft gezalfd. Maar in de lezing van Lukas lijkt het andersom: Jezus is gezalfd door God, omdat de Geest op Hem was uitgestort.
Isaac da Costa wijst erop dat Jezus dus met deze woorden zegt dat Hij de Messias, de Christus, de Gezalfde is. Daarmee krijgen Zijn woorden ook gezag. Hij ís gezalfd, dus Hij heeft dat niet zelf gedaan. "Toen de Heer dit sprak, was de Heilige Geest op Hem uitgegoten op een enige wijze, in al Zijn volheid," aldus Da Costa, "Dit was het eerste en voorname kenmerk van de beloofde Messias, de Bron van al de andere kenmerken."
Da Costa legt er de vinger bij dat God Hem heeft gezonden: "De Zoon noemt Zich vooral de Gezondene des Vaders, in de zin van de onmiddellijke Gezondene des Vaders; niet zo als Mozes en de profeten door een uiterlijke roeping, maar door de nederdaling van de Heilige Geest op Hem, in Hem."

Wat de Joden lazen

Als Jesaja wordt gelezen komt allereerst de associatie met de algemeen geldende exegese van de rabbi's van dat moment bovendrijven bij de mensen. En dat is op zijn zachtst gezegd een vertekend ingekleurd beeld van de Messias. Ik vermoed dat men ook nog in gedachten hield dat Jesaja hier over zichzelf sprak, omdat hij 'mij' zegt. De Statenvertalers hebben dat wel met een hoofdletter geschreven (terecht), maar dat is vooruitgrijpen op de vervulling van deze profetie.
Er zijn nogal wat verschillende visies op deze tekst uit Jesaja 61; ik geef een leestip: dit document (en als je het juiste hebreeuwse lettertype laadt in je computer kun je het vanuit het hebreeuws volgen) geeft een goede hulp bij het onderzoek naar dit gedeelte. Ik citeer hieruit:
Wie spreekt er in Jesaja 61? Iedereen is het er over eens dat in vers 8 en 9 de Verbonds Jehowah spreekt. Maar wie spreekt er in vers 1-7 en wie spreekt (of spreken) er in vers 10-11? Uiteraard is het gehele bijbelboek Jesaja door de profeet Jesaja uitgesproken of uitgeschreven. De vraag is echter:
• Spreekt de profeet Jesaja direct in naam van Jehowah: “Zo zegt de HEERE…”?
• Spreekt de profeet Jesaja namens zichzelf?
• Beschrijft de profeet Jesaja een visioen aangaande de toekomst?
• Voert hij de Messias sprekende in?
• Laat hij de vervolgde, schuldige, ootmoedige of verloste kerk of Joodse volk spreken?

Volgens Vitringa spreekt de Messias in vers 1-7 en in vers 10-11. De meeste Joodse uitleggers en de Targumim laten de profeet Jesaja zelf spreken. Calvijn geeft aan dat de Heere Jezus hier niet alleen spreekt maar alle profeten. Volgens Alexander wordt in dit Hoofdstuk de Grote Persoon beschreven die de veranderingen uit Hoofdstuk 60 en 61 zal bewerkstelligen. Beuken zit in de lijn van Alexander. Volgens hem is het te massief als men een keuze moet maken tussen de profeet (Jesaja) of de Knecht (des HEEREN). Hij stelt: ”Meer en meer luidt het dat de spreker van vers 1-7 zich wel niet “knecht” noemt, maar zijn taak toch beschrijft in bewoordingen die bij ons de gelijkenis van de Knecht moeten oproepen”.
Ik denk dat ik er niet ver naast zit als ik zeg dat de meeste toehoorders voor Jezus in de synagoge bij deze woorden direct aan Jesaja zelf hebben gedacht. Des te groter is de schok, als Jezus die woorden op Zichzelf gaat betrekken.

Wat Jezus laat zien

Nog een keer dat uitlegdocument van dr. Jan Weststrate:
"Toen de Heere Jezus aan het begin van Zijn bediening in de synagoge in Nazereth Jesaja 61 voorlas gaf Hij aan dat die woorden in Hem vervuld waren. […] Alleen de Heere Jezus heeft als dé Christus (dat is de Gezalfde!) de opdracht uit vers 1 tot 3 van Jesaja 61 ten volle vervuld. Dit is voor mij de reden om aan te nemen dat in vers 1 tot 7 de Knecht des Vaders door Jesaja sprekende wordt ingevoerd. Deze teksten worden echter ook – al is het slechts in aanvang – vervuld in alle door God gezalfde knechten. Deze verzen worden zelfs vervuld in alle ware gelovigen om het ambt der gelovigen uit te oefenen. Ieder predikant, evangelist, ouderling, iedere arbeider in Gods Koninkrijk zal deel moeten hebben aan de Heilige Geest (zie 1 Cor. 12). Dat blijkt ook uit de Heidelbergse Cathechismus (Vraag en Antwoord 32). “Waarom wordt gij een Christen genaamd? Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus en alzo Zijner zalving deelachtig ben; opdat ik Zijn Naam belijde en mijzelven tot een levend dankoffer Hem offere, en met een vrije en goede consientie in dit leven tegen de zonde en de duivel strijdde en hiernamaals in eeuwigheid met Hem over alle schepselen regere”
En hier gaat 'em de schoen wrikken. Ze kwamen – wees eerlijk – uit een stukje nieuwsgierigheid. "Dat nieuwe kandidaatje, weet je wel – die zeun van Maria en wijlen Jozef de timmerman, die hier een paar straten verderop zijn werkplaats had – komt aanstaande sabbath. Ja, Die wil ik wel graag er 'es effe horen. Es kijken hoe die 't doet." Zo wellicht ging het gekonkelefoes in Nazareth. Herken je dat ook vandaag de dag? Maar zo'n zogenaamde 'kandidaatje' is als het goed is wel een gezondene van de Vader. Ik zeg niet dat je daar voetstoots altijd vanuit kunt gaan, maar ten diepste zou je daar wel voetstoots vanuit behóren te gaan! Hoor je het verschil? Dat geldt voor zowel de luisteraar als de prediker… Want als de Geest zendt, zou ik dan wijzer willen zijn?

maandag 14 november 2016

Jezus' tekstkeuze voor Zijn preek

"…en (Jezus) stond op om te lezen. En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja;
en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was:"
Lukas 4 : 16b-17

We staan vandaag stil bij Jezus' tekstkeuze in de rol van Jesaja

Hoe komen predikanten aan het tekstgedeelte waar zij hun preken over maken? Dat kan heel verschillend zijn. Soms nemen ze zich voor een serie preken te houden over een bepaald persoon of thema; al dan niet met een specifiek doel. Dan zoek je Bijbelgedeelten bij het onderwerp. Soms is er aanleiding om in bepaalde situaties of probleemgevallen Gods Woord op een bijzondere plaats te laten openvallen voor de gemeente, om te horen wat God tot de gemeente zegt over dat of dat onderwerp. Ik ga even voorbij aan het gebed en de afhankelijke houding aan God, die een specifieke plek in de tekstkeuze behoren te hebben. Vroeger had je predikers – en ze er nog wel; ze zijn vaak niet universitair geschoold – die pas op de kansel tot een tekstkeuze kwamen. Zij lieten de Bijbel willekeurig openvallen, lazen een heel hoofdstuk en kozen tijdens het lezen de tekst die voor hen begon 'op te lichten'. Het klinkt heel mysterieus – of hoe je dat ook wilt noemen – maar die fractie van een seconde bepaalde waar de dienst over ging. Je vraagt je dan wel af wat de functie van de te zingen psalmen in de dienst dan is/was; het zullen vaak cliché-psalmen zijn, vrees ik.

Dat klinkt allemaal wel heel religieus en mystiek, maar of dat de bedoeling is van Gods Woord betwijfel ik. Je moet de gemeente toch duidelijk bouwen en leiden. En als je dan al zo omgaat met je tekstkeuze, dan moet er ook een stuk pastoraat aan verbonden zijn, voor allen die dit niet kunnen volgen of er juist door in de knoop geraken. Ik meen dat dit niet verstandig is – vooral niet voor gastpredikers; zo maken we van de gemeente van God een soort sektarische karikatuur. Om maar te zwijgen van alle merkwaardige, soms zelfs cliché-matige, dwalingen die dan vanaf de kansel kunnen klinken!
Een goed voorbereide preek kan evenzeer harten treffen en de gemeente merkt heus wel of het Woord door de dienaar is heengegaan of dat hij slechts een formele mededeling van iets statisch – en zelfs iets doodigs – verkondigt. We leven in een tijd waarin toehoorders vaak vindingrijker en breder georiënteerd zijn dan de doorsnee predikant, omdat zij wel met twee benen in de maatschappij van deze tijd staan en de predikant het 'echte leven' helaas menigmaal enkel kent van de verhalen die gemeenteleden hem vertellen. Gemeenteleden worden overspoeld met prikkels, meningen en leerstellingen uit de politiek en het bedrijfsleven en over allerlei maatschappelijke zaken, die aan teveel predikanten voorbijgaat, omdat die zich daarvoor vaak afsluiten.

Liturgie

Het is vooraf misschien handig vast te stellen dat een joodse synagogedienst er heel anders uitzag dan onze reformatorische kerkdienst. Wij kennen een veel passiever liturgie. Er gaat niemand opstaan om het woord te nemen of te vragen. Men volgt gedwee de keuze van de te zingen psalmen. Men aanvaardt de lezing van het Bijbelgedeelte als een voldongen feit; evenals de tekstkeuze die de predikant maakt of heeft gemaakt. Hooguit vindt daar in de daaropvolgende dagen mail- of telefooncontact over. Men zingt en geeft geld in de collecte en dat is dan zo'n beetje de enige bezigheid – naast het gaan zitten en weer opstaan – van de kerkganger in de dienst. Verder is het luisteren; ook als er namens jou of voor jou wordt gebeden door de predikant.
De synagogedienst moet ons refo's tamelijk rommelig en wellicht zelfs onheilig overkomen. Er wordt daarentegen ook extreem heilige waarde gehecht aan zaken die bij ons heel 'gewoon' zijn. De boekrol wordt met een grote eerbiedigheid behandeld en men wil zelfs het papier niet aanraken; men gebruikt de bekende jat om de woorden aan te wijzen die men gaat lezen.
Als de Schriftlezing heeft plaatsgehad, wordt de rol weer opgeborgen en begint de 'preek'; eigenlijk de 'exegese'. Ik zou niet weten of er ook sprake is van 'toepassing' in de betekenis zoals wij die kennen. Jezus zal daar in ieder geval zometeen een bijzonder tintje aan geven; met alle gevolgen van dien.
Er is iemand die de boekrol 'aangeeft'. Wat voor iemand zou dat zijn? De overste van de synagoge? Hebben wij ook zo'n figuur? Wellicht de koster of de voorlezer? Maar wat mij bijzonder opvalt is dat die man aan Jezus niet de totale vrijheid laat om zelf een tekstgedeelte uit te kiezen. Hij beperkt Diens keuze tot 'De profetie van Jesaja'. Daaruit moet in deze dienst worden gepreekt. Is Jesaja dus aan de beurt? Was dat een algemeen geldende liturgie? Dat kennen wij in de wat oecumenischer ingestelde kerken ook, alsmede de Rooms Katholieke Kerk. Elke zondag heeft een naam en thema. En die vastgestelde liturgie trekt soms zelfs door in de gebeden die worden gedicteerd. In de kerkgeschiedenis van Engeland is het beruchte 'Book of Common Prayer' (met alle aversie daartegen) er een aardig voorbeeld van. Iemand als Koelman zette zich juist scherp af tegen alle vormen van 'voorgeprogrammeerde liturgie'; hij noemde formuliergebeden dan ook 'stilstaand water'.
Zelf ben ik ook altijd wat allergisch voor zulke vastgestelde liturgische lijnen. Dat beperkt ons ook in de confrontatie met de gehele Schrift. Elk jaar hetzelfde protocol? Nee, dat lijkt me bepaald ongezond. En wees eerlijk, het is heel verfrissend als een predikant eens een totaal onbekend Bijbelgedeelte openslaat. Als hij de gave heeft de gemeente mee te nemen in dit gedeelte, brengt hij ook een stuk enthousiasme voor het Woord over. Hoewel we voorzichtig moeten zijn met menselijk enthousiasme en op het gevoel in spelen, kan dit toch ook weer niet geheel ontbreken. Als een predikant fungeert als een soort pianola of draaiorgel en slechts zijn 'draaiboek' afwerkt, is hij keihard bezig de gemeente af te stompen en jongeren weerzin te doen ontwikkelen tegen de kerk(dienst). Dus een levende liturgie doet er wel degelijk toe. Prof. Immink heeft over de protestantse liturgie een mooi boek geschreven, met de titel 'Het Heilige gebeurt'.

Tekstkeuze

We lezen in de tekst dat Jezus opstond om te lezen. Een tekstverwijzing wordt gemaakt naar Nehemia 8 : 5-6 waar de wet van God weer aan het volk wordt voorgelezen en waarbij het volk staat en luistert; terwijl de uitleggers tussen het volk door liepen om alles uit te leggen. Vanaf een soort kansel klonk de verkondiging van Gods Woord en Wet.
Hoe dat in Jezus dagen precies was in de synagoge, weet ik niet, maar ik vermoed dat het volk daar wel zat en luisterde naar de lezing van de Schrift die staande werd gedaan; echter als Jezus gaat preken, gaat Hij weer zitten.
Het beeld dat ik hiervoor schetste – over een type charismatisch-mystieke voorgangers dat de Bijbel met een klap laat openvallen en dan lukraak ('geleid door de Geest') een tekst prikt – lijkt hier opeens door Jezus te worden uitgebeeld. Weliswaar heeft de schifting al plaatsgehad (de rol van Jesaja was vooraf uitgekozen), maar die Bijbelrol bestaat nog steeds uit een groot aantal chapiters. En denkend aan het boek van de profeet Jesaja, heb je denk ik levenslang stof genoegd. Abraham Hellenbroek schreef er een achttal dikke pillen over (de Evangelische Jesaja), dus menig predikant zou er ook prima vier jaar lang mee uit de voeten kunnen.
Echter, Jezus rolt het bijbelboek niet lukraak open. Er staat "als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats…". Blijkbaar zocht Hij heel bewust naar juist dát specifieke gedeelte dat over Hem ging. Dit hadden Zijn toehoorders niet zien aankomen, omdat zij iets anders lazen op die plaats; maar dat gaat Jezus veranderen! Sterker nog, Jezus gaat twee schriftgedeelten met elkaar in verband brengen en aan elkaar plakken, zo zal blijken. De Kanttekeningen merken hierbij op: "want sommige van deze woorden staan Jesaja 61:1 en sommige Jesaja 42:7".
Uiteraard is Jezus alwetend, want Hij is God! Het Woord dat hier wordt opengerold, kende Hij al vanuit de eeuwigheid. Hij en Zijn Vader hadden het er al over gehad, dat 'in de tijd' Jesaja dit zou gaan verkondigen. Jesaja ontving deze woorden en profeteerde deze als de mond van God op aarde. Maar de woorden waren bedacht in de hemel. En er is niets verborgen voor de Zoon, dat de Vader wel weet of van plan is. Wat moet dit voor Jezus in Zijn mensheid een enorme versterking zijn geweest, dat Zijn Vader Hem die woorden aanreikt! Want ik vermoed wel dat de overste van de synagoge Hem deze rol van Jesaja aanreikte, maar ten diepste is het Zijn hemelse Vader Die Hem deze rol aanreikt. God de Vader is – met eerbied – de 'Jat' Die Jezus de tekst aanwijst. Hij zocht wat Zijn Vader hem aanwees en… Hij vond de plaats die Zijn Vader bedoelde.
Wat Zijn Vader aanwees zullen we de komende keren bespreken, maar ik wens alle predikers toe dat ze zó gepassioneerd, betrokken en verwachtingsvol de Bijbel openen, biddend tot God om hen dát aan te wijzen wat Hij tot de gemeente te zeggen heeft. Ik denk dat dat heel Bijbels is. Maar ik ben er ook vast van overtuigd dat dit heel heilzaam en zegenrijk voor de gemeente is.

vrijdag 11 november 2016

Als Gods Zoon Voorganger is in jouw kerk

"En Hij kwam te Nazareth, waar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge, en stond op om te lezen."
Lukas 4 : 16
 
Bidden en lezen in de synagoge op Yom Kippoer
Nagespeelde scene van het schilderij















Een kandidaat met preekconsent kent ongetwijfeld kanselvrees, zeker als hij voorgaat in de gemeente waar hij woont of is geboren; en menig predikant houdt dat. Zeker als hij zich te zeer inleeft dat hij het Woord zo zuiver mogelijk moet brengen. Predikanten die mogen arbeiden vanuit de vrijheid van de kinderen Gods – en zich in afhankelijkheid van hun hemelse Zender – geheel kunnen overgeven in Zijn hand, zullen dat misschien iets minder hebben. Niettemin is het blijft het spanning om niet tussen God en de gemeente in te blijven staan. En het blijft heilige grond, waar God en mens samenkomen.

Maar… heb je je weleens afgevraagd hoe het voor Jezus was om voor te gaan in de synagoge? Nota bene de synagoge van de stad waar Hij opgroeide: Nazareth! Mocht een aardse predikant nog weleens vermoeden – of zelfs stellig weten helaas – dat zijn toehoorders zeer kritisch naar hem zullen luisteren, Jezus kénde de harten van Zijn hoorders! En wat daarin leefde was niet bepaald geruststellend.

Kerkelijke opvoeding

Hoeveel tijd er ligt tussen Jezus’ vertrek uit Nazareth en Zijn terugkeer – na de doop in de Jordaan en de verzoeking in de woestijn – weet ik niet, maar het moet toch bijzonder voor Hem zijn terug te zijn in de stad van Zijn jeugd. Wie weet is Hij nog wel even naar Bethlehem gegaan, de plaats waar Hij Zich liet geboren worden.
Waar je wordt geboren en naar de kerk leert gaan, blijft je vaak hangen. Als je gaat trouwen of verhuizen kan er een wissel komen, maar in voorgaande generaties bleef men vaak trouw aan de kerk waarin men geboren was. Die tijd is – helaas – over. Men zoekt veelal een gemeente (zelfs geen kerk) naar eigen smaak. Die smaak is vaak verbonden met de dan actuele toestand en huidige prediker. Gaat die laatste weer, dan staan voor sommigen alle keuzes weer open. Ik stel het wat ongenuanceerd, maar leg er de praktijk van je vrienden eens naast en misschien wel jouw eigen praktijk. De vraag is: is dat goed? Trouw in goede en slechte dagen… is dat misschien geen heilzamer weg? Ik weet en (h)erken dat het soms uitzichtloos is – dat de sfeer omslaat en je je een vreemde in je eigen gemeente voelt. Maar wat is de reden om te 'verkassen'? Jezus keert terug naar die plek, waar Hij opgroeide en… zoekt het contact/gesprek. Dat wel, maar…

Kerkelijke traditie

Wat moet dat voor Jezus geweest zijn, de hemel verlaten te hebben en de jas der tradities van mensen aan te trekken. Mensen die door Hem zijn geschapen en gemaakt met maar één doel: Zijn Vader verheerlijken. Die mensen hebben die dienst aan Zijn Vader op hun eigen manier ingekleurd in felle, wettische tinten en rijke – maar helaas ook holle – rituelen. Jezus had kunnen opstaan en zeggen: "Beste mensen, kunnen jullie me uitleggen waar jullie in hemelsnaam mee bezig zijn?!" Hij had een gesel van touwtjes kunnen nemen en die synagoge legmaken, om hem opnieuw volgens hemelse normen te vullen en op te bouwen.
Gek genoeg deed Hij dat niet. Hij liet al die menselijke tradities (waar Hij er wellicht nog enkelen herkende als van Zijn Vader ingesteld) voor wat ze zijn. Beter gezegd, Hij voegt Zich er naar. Maar Hij richt Zich op één doel: het Woord. Hij staat op en gaat lezen. De boekrol die Hem door een mens wordt gegeven; hoogstwaarschijnlijk mag Hij hem niet zelf aanraken. Nota bene het Woord dat Zijn Vader aan mensen had gegeven ten leven, geeft een mens Hem om er op traditionele wijze uit te lezen. Nou… dat laatste zal blijken onmogelijk te zijn. Het zal er allesbehalve traditioneel aan toe gaan!

Geestelijke verbinding

Dat lezen uit het Woord (misschien moet je lezen 'dat leven uit het Woord') is voor Hem de schakel tussen de traditie, de gewoonte om naar Gods huis te gaan en Zijn opvoeding. Wat was dat immers voor een opvoeding? Zijn lieve moeder, was een zondares die ook moest leven van genade en verzoening. Nota bene zo'n schepsel (alsmede haar dito man) voedde Gods Zoon op aarde op!
De verbinding in dat alles wat het Woord. Daar leefde Hij van en daar leefde Hij uit.
Is dat bij ons ook zo? Kunnen we ook niet zonder? Is dát het, wat ons bindt aan een gemeente, een kerk en een gezin? Is dat het meest essentiële elke dag? Jezus leest… hoe zal dát geklonken hebben? Zou Hij de Naam van Zijn Vader wel hebben uitgesproken? Of onderwierp Hij Zich ook aan díe traditie? Hij kwam om ons Zijn Vader te tonen… en hier maakt Hij een indrukwekkend begin!





vrijdag 13 november 2015

Als dorst je kwelt en levend water ter sprake komt

Het ijs is niet direct gebroken tussen de vrouw en Jezus, maar toch… haar vraag van vandaag verraad dat ze bewust vragen gaat stellen (tekening van Harold Copping (1863-1932))

"De vrouw zeide tot Hem: Heere! Gij hebt niet om mede te putten, en de put is diep;
van waar hebt Gij dan het levend water?"
Johannes 4 : 11

"Hoe kan God nou de aarde in zes dagen hebben gemaakt?" Of: "Hoe zou een God, die helemaal ergens ver weggestopt in het heelal, nu weten wat er daar op die kleine planeet aarde in mijn hart leeft?" Of: "Hoe kan één sterfgeval (van Jezus) nou genoeg doen aan Gods toorn over de zonden van al die miljarden mensen die op aarde leven of hebben geleefd?" Of dichterbij: "Hoe kan God nou mijn dwarse hart bekeren tot Hem?" De vraag van de vrouw zou je in ditzelfde rijtje kunnen zetten. En ook in het rijtje van de argwanende Schriftgeleerden in de tempel (toen Hij nog twaalf was), maar ook de inwoners van Nazareth die zich afvroegen: "Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden? Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria?"

Een onbetwijfelde onmogelijkheid

Heeft Jezus levend water? De vrouw denkt direct aan fris, helder, stromend water. Geen dood, stilstaand, troebel water. Nou, dat is ook de reden waarom ze naar deze put komt. Deze Vreemdeling vraagt eerst aan haar om levend water te mogen drinken; en vervolgens draait Hij de rollen en om zegt dan dat zij aan Hem om drinken had moeten vragen. En Hij belooft erbij dat Hij het nog zal geven ook. Zij heeft een kruik of emmer waarmee ze kan putten, maar Hij… wat heeft Hij dan om mee te putten? Als Hij levend water wil aanbieden, maar Hij heeft er eerst haar kruik voor nodig, dan kun je niet echt spreken van 'geven'. Dan heeft niet zij Hem, maar Hij haar nodig.
Voor de vrouw is helder dat er iets raars in Jezus' woorden zit. Wat ze ook precies heeft gedacht, ze moet er toch een beetje lacherig, spottend wellicht, bij hebben gekeken. Met opgetrokken wenkbrauwen zegt ze: "Heere! Gij hebt niet om mede te putten, en de put is diep!" Zelfs al zou Jezus Zelf willen afdalen in de put om er met Zijn handen fris water uit op te halen, zou het nog niet gaan. Veel te diep. Wat een vreemde Vreemdeling!
Zo heb je veel kerkmensen die alleszins godsdienstig zijn, maar met menselijke maatstaven rekenen waar het Gods handelen betreft. Ze weten precies hoe een mens bekeerd moet worden. Ze weten waarlangs de weg moet gaan (ook al hebben ze vaak die weg nog niet zelf afgelegd). Ze weven hun godsdienstige verhalen langs menselijke mogelijkheden en duwen Gods mogelijkheden binnen de grenzen van hun eigen begrijpen. En anders kan het niet. De atheïst trekt alles over God in twijfel, de twijfelaar houdt het niet voor mogelijk, maar deze mensen doen vaak heel vroom en godsdienstig, maar ze bevinden zich heel dicht bij atheïsten, die God meten met menselijke maatstaven. Wat ze in een boekje lazen en met hun verstand konden volgen, waar ze een bekende structuur in ontdekten, dat is de waarheid.
Jezus, Die in Kana water in wijn veranderde, zou Hij niet fris helder water kunnen scheppen uit een putdiepe put, terwijl Hij gewoon naast de put bleef zitten? Zou Hij van het stof, waaruit Hij in Genesis 1 de mens formeerde, niet evengoed water hebben kunnen maken? Zou Hij, Die de wateren – waarover de Geest van God zweefde (broedde) – maakte en ze paal en perk stelde door het land dat Hij schiep, geen levend water kunnen scheppen? Niet scheppen met een emmertje, maar scheppen, uit niets doen ontstaan! Inderdaad heeft de vrouw nog niet door dat ze oog in oog staat met de Schepper van hemel en aarde en dat Hij uit al die miljoenen ook haar bij name kent!

Een betwijfelde mogelijkheid

Hoor je opeens de aarzeling in haar stem? Ze houdt dat levende water nog wel voor mogelijk, maar… loopt alleen vast met het 'hoe'; hóe krijgt Hij dat boven de grond en in haar kruik? Ze zegt niet "dat kan niet" en loopt dan weg. Ze blijft toch enigermate geïnteresseerd staan en stelt vragen. Weet je dat me dat enorm blij maakt? Mensen die niet achteloos aan het heil voorbijlopen (juist ook binnen de kerk), maar die vragen stellen. En die daarmee een deur op een kier zetten. Die toch hier of daar de mogelijkheid voor mogelijk houden dat hun verstand niet toereikend is. Dat ze iets over het hoofd zien, waar ze geen rekening mee hebben gehouden. Een mogelijkheid, betwijfeld wellicht, die voor God een zee aan kansen inhoudt.
Denk nog even met me terug aan enkele dagen eerder. Er was laatdunk, minachting en haat onder de farizeeën, omdat Jezus zo populair begon te worden. Hij was vertrokken; en wat zal het Hem gesmart hebben. Jeruzalem, Jeruzalem… Ik heb geroepen, maar je luisterde niet. Ik heb Mij over je willen ontfermen, maar je haatte Mij. En hier staat een godsdienstige samaritaanse, die even verstrikt zit in haar godsdienst als de Joden in Jeruzalem. Even wettisch denkt en leeft (hoewel haar levensstijl wetteloos was), maar die gaat nadenken, gaat twijfelen aan zichzelf, heel pril nog, en die gaat vragen: "Waar hebt U dan dat levende water vandaan?"
Voor zich strekt zich een Rode Zee aan onmogelijkheden uit, aan haar zijden heffen de bergen van onwaarschijnlijkheid zich hoog op, maar achter haar nadert de dorst en hoe dan ook, levend water is een uitkomst. Nou, als jij nog naast die Joden in Jeruzalem staat of naast deze vrouw in Samaria, blijf dan nog goed luisteren de komende dagen, naar hoe dit verder zal aflopen. En trek alvast enkele lessen uit de woorden van deze dagtekst en wat we er daarnet over hebben overdacht. Levend water… de dorst moet toch iets met je geestelijke tong doen, als je het woord 'levend water' hoort vallen, niet?

donderdag 17 september 2015

Getuigen kunnen erover meepraten

Getuigen behoren de waarheid te spreken en moeten erover mee kunnen praten.


Gijzelven zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet;
maar dat ik voor Hem heen uitgezonden ben.
Johannes 3 : 28

Johannes is er duidelijk in (mocht er nog twijfel zijn): hij is de Messias niet. Hij was slechts de wegbereider. Later, in de gevangenis was hij er even niet zo zeker van of Jezus nu echt wel de Messias was, maar… dat hij het zelf niet is, daarover hij helder. En hij roept zijn eigen discipelen erbij om dit te beamen. Zij waren bereid tot het afleggen van getuigenis. Maar het moest nog verder gaan: zij moesten ook getuigen van Christus worden.

Een ontkennende getuigenis

Wat ik zo vreemd vind aan atheïsten is dat ze zo druk zijn met het bewijzen dat God niet bestaat. Als Hij toch niet bestaat, wat boeit het je dan dat anderen geloven dat Hij wel bestaat. Maar soms kan het enorm belangrijk zijn dat je druk bent met het betogen dat iets niet zo is, of dat je niet bent, wie anderen wél denken dat je bent. In een rechtzaal bijvoorbeeld is men druk in de weer te bewijzen dat een verdachte niet schuldig is; dat hij of zij niet daar was, waar het delict plaats vond. In onze tekst is Johannes niet alleen zelf druk bezig te betogen dat hij niet degene is waar men hem voor lijkt te houden; hij roept er zelfs zijn volgelingen bij tot getuigen. "Nee, ik ben de Messias niet!", horen we hem roepen, "en jullie waren erbij toen ik duidelijk vertelde dat ik slechts Zijn wegbereider was!"
Getuigen erbij halen heeft iets doorslaggevends. Je hoort om je heen nogal eens de uitroep: "Ik zweer het je, ik heb het niet gedaan…" of "Bij Allah, het is echt waar…" Dat noemen we zweren en de Bijbel raadt dat ten zeerste af. Zweert niet, maar laat uw ja ja zijn en uw nee nee!", roept Jezus ons toe in Mattheüs 5 : 34-37. Het lijkt mee ook een volkomen gezond advies!
Toch heeft Johannes hier alle recht van getuigen oproepen. Omdat de eer van Jezus in het geding lijkt te komen. Mensen kijken met argusogen naar die Rabbi uit Nazareth die daar verderop zomaar aan het dopen is. Hij lijkt een nieuwe gemeente om Zich heen te verzamelen. Waar loopt dat op uit? Laten we toch gewoon hier bij Johannes blijven. Hij is onze man! Johannes ziet het gevaar van deze visie. Ze moeten niet bij hem blijven, maar naar Jezus gaan. Hij moet wassen en Johannes moet minder worden.


Een beamende getuigenis

We lezen niet veel reactie van de tot getuige geroepen discipelen, maar we kunnen ons levendig voorstellen dat zij instemmend hebben geknikt. We lezen immers ook geen stellige ontkenning. Misschien ook wachtte Johannes hun antwoord niet af, maar was het meer een rethorische vraag. Uiteraard verwachtte Johannes niets anders dan beaming.
Het merkwaardige is dat – na de inbreng van deze getuigen – de mensen niet massaal naar Jezus overliepen. We lezen zelfs geen enkele reactie, althans niet in dit hoofdstuk. Het volgende hoofdstuk zet niettemin heel vreemd in en we zullen daar denk ik ook nog bij stilstaan, want ik wil ook graag het volgende hoofdstuk overdenken, waarin die prachtige geschiedenis met de Samaritaanse vrouw staat. Aan het begin van dat hoofdstuk lezen we dat Jezus meer discipelen maakte dan Johannes. Dus gaandeweg groeit de schare rond Jezus en slinkt de kring rond Johannes. En zo was het goed. Uiteindelijk zal Jezus een prachtig getuigenis over Johannes geven (Mattheüs 11):
Voorwaar zeg Ik u: onder degenen, die van vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan meerder dan Johannes de Doper; doch die de minste is in het Koninkrijk der hemelen, is meerder dan hij.
En van de dagen van Johannes den Doper tot nu toe, wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en de geweldigers nemen hetzelve met geweld.
Want al de profeten en de wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd.
En zo gij het wilt aannemen, hij is Elias, die komen zou.
Wie oren heeft om te horen, die hore.
Ook Jezus' getuigenis over Johannes onderstreept de belijdenis van Johannes zelf dat niet hij maar Jezus de Messias is. Bij Hem moet je zijn. Jezus beaamt ook Johannes getuigenis en stelt daarmee ieder schuldig die ondanks deze oproep, blijft zitten waar hij zit, zonder tot Christus te komen. En dat zegt ons vandaag de dag nog steeds wat!

Een belijdende getuigenis

Je ziet in deze geschiedenis dat je zomaar op het aller onverwachts kunt worden opgeroepen tot getuige. Jezus zei tegen Zijn discipelen dat zij Zijn getuigen zouden zijn. Zij waren er immers bij geweest. Zij konden erover meepraten. Zij moesten zich vooral niet vooraf sappel maken over wat ze zouden spreken. God zou op dat bewuste moment hen de woorden in de mond leggen.
Je komt vandaag de dag bosjes mensen tegen die op een dwangmatige wijze vinden dat je altijd moet getuigen. Dat zou kunnen. Maar is dat precies de bedoeling? We moeten zoeken naar mogelijkheden om iets van God te laten zien en Zijn stem te vertolken te midden van dit krom en verdraaid geslacht. Maar dat kan niet zonder twee dingen: gebed en zending. Je kun bidden tot je een ons weegt, maar als je niet gezonden bent is je getuigenis ijdel. Wat? Gaan we nu op speciale missie zitten wachten? Nee, elk waar christen heeft deze roeping. Hem of haar zal dan ook door God de woorden in de mond worden gelegd. Maar als je geen band met Hem hebt ben je niet gezonden en zullen er ook geen woorden in je mond worden gelegd. Daar moet je althans niet op rekenen. Ook Saul was onder de getuigen/profeten, maar zijn missie was op zijn eigen manier dan ook gedoemd te mislukken; met alle schade van dien.
Belijdende getuigen zijn levende christenen. Geen stuiteraars die wat om zich heen lopen te roepen dat tegen het blasfemische aanschuurt, of die trappen tegen alles wat kerk is. Evenmin zijn dit brave traditionele kuddedieren die eigenlijk nooit echt hebben gelezen in de Bijbel en daarover goed hebben nagedacht. Belijdende getuigen zijn bepaald niet het type mens dat bij het uitgaan van de kerk aan de wereld het idee geeft dat er zondag op zondag een grafstemming heerst daar in die kerk. Belijdende getuigen zijn mensen aan wie je merkt, hoort en ziet Wie God werkelijk is. Dat kun je niet maken, dat is voluit het werk van de Heilige Geest, die niet alleen doet getuigen, maar ook doet geloven, buigen en aanbidden.