Posts tonen met het label Samaritaanse vrouw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Samaritaanse vrouw. Alle posts tonen

zaterdag 28 november 2015

Het komen tot Christus

'Komen tot Christus' aan Zijn Tafel ondervindt zoveel menselijke en pseudo-theologische drempels!

"Zij dan gingen uit de stad, en kwamen tot Hem."
Johannes 4 : 30

Dat is een geladen term, 'het komen tot Christus'. Allerlei dogmatische barrières zijn in de loop van de eeuwen opgeworpen. Remonstranten en hyper-calvinisten vormde de Gerizim en de Ebal van het hollandse kerkelijk landschap. Met die namen deze partijen te typeren hoop ik duidelijk te maken dat ze beiden niet de weg tot het heil vertegenwoordigen (hoewel daar Gode zij dank uitzonderen tussen hebben gezeten). Vandaag staan we stil, in voorbereiding op het komen tot Christus aan Zijn Tafel, bij de exodus van de Samaritaten.

Dan

Een ware exodus lijkt het, zoals Johannes het beschrijft. Ze worden wellicht aangevoerd door de Samaritaanse vrouw, maar ten diepste is het de Heiland Zelf Die ze trekt. Hij heeft in de vrouw als het ware een magneet geplaatst, die de standsgenoten hun aversie tegen de vrouw doet vergeten en met haar mee worden aangetrokken naar de Heere Jezus. Dan, staat er. Dat is een woord dat een conclusie inhoudt: "dus" of "welnu". Na ampele overwegingen besluiten ze… Nee, niet ampele (uitvoerige), maar het lijkt erop dat ze door de 'bliksem van de Geest' getroffen alles laten vallen waar ze druk mee waren en de stad uit trekken.
Een week van voorbereiding is wellicht nodig, maar kan ook te lang zijn. Allerlei ja-maars kunnen zich nestelen tussen jou en Christus. De herders in de kerstnacht hoorden het Evangelie van de geboren Zaligmaker. En wat lezen we dan? Ze kwamen met haast. Een heilige haast mag ons zeker bevangen, wanneer we de stem van onze liefste horen roepen: "Komt, want alle dingen zijn gereed!"

Uitgaan

Johannes gebruikt een grieks werkwoord (ex'erchomai) dat wel overeenkomst lijkt te hebben met ons woord exercitie (hoewel dat een latijnse oorsprong heeft): in beweging komen, wandelen, bewegen. Het woord kan ook als metafoor dienen in de betekenis 'tevoorschijn komen'. In dit geval komen ze tevoorschijn uit de Samaritaanse stad Sichar. Zoals de koningin van Schema uitging op een gerucht over Salomo en naar hem op zoek ging, zo komen deze mensen op het gerucht van de vrouw en gaan op zoek naar Jezus. Is dat niet geweldig?
Terwijl de Heiland nog met Zijn discipelen in gesprek is, die ogen vol vraagtekens hadden, ziet Hij ze al komen. Wat moet dat een vreugde in Zijn hart hebben gegeven, zoals de vader van de verloren zoon. Wat moet dat een vreugde hebben gegeven in de hemel.
Zou het alleen vreugde in de hemel geven, als er na lange strijd eindelijk een jongen of meisje, een vrouw of man in de gemeente opstaat morgen en tot Christus uitgaat? Zou het ook geen diepe vreugde moeten geven in ons hart, als we zo'n gemeentelid zien gaan, schuchter wellicht, met tranen op de wangen, maar toch?!

Komen

Uitgaan heeft ook iets van 'achterlaten'. Niets kan je meer bekoren. Je moet erbij zijn, bij Christus! Je benen lijken je geestelijke overwegingen misschien wel vooruit te zijn. Maar je komt!
Het griekse woord 'erchomai' zit ook al in dat vorige woord 'uitgaan'. Zou dat ons misschien ook iets te zeggen hebben? Van 'uitgaan' moet het ook komen tot 'aankomen'. Als God trekt, brengt Hij ook aan. Wees maar niet bang dat de HEERE half werk doet!
Als Johannes het beschrijft, komen de beelden van jaren eerder weer boven in zijn brein. Maar let erop dat hij schrijft vanuit een iets andere positie dan wij. Wij zijn toeschouwers langs de weg, maar hij zat daar vlakbij Jezus. Eens hebben zij ouders met kinderen geweerd, omdat ze dachten dat Jezus daar te druk of te geestelijk voor was. Jezus had hen toen terecht gewezen. Maar nu daar een schare afvallige Samaritanen aankomt, moet eenzelfde reflex in hem zijn bovengekomen: wat moet dat? Als Johannes het Evangelie schrijft moet hij ook gedacht hebben aan die keer (Lukas) dat hij en zijn broer die mensen het liefst door hemels vuur hadden willen laten verdelgen. Misschien wel deze zelfde mensen. Toen had de Heiland met macht gesproken: "Want de Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden." Hoe duidelijk wordt dat hier in Johannes 4!
De Hebreeënbriefschrijf zegt: "Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken." We komen niet slaafs als robots, maar met verwachting. Immers, er is wat te verwachten, als Hij roept. Leg dan af alle menselijke gedachten van de HEERE en kom tot Christus aan Zijn Tafel!

Wilt u van zonde en schuld zijn verlost
Daar is kracht in het bloed                   
Daar is kracht in het bloed
Weet, dat uw redding zoveel heeft gekost      
Daar is kracht in het bloed van het Lam

Daar is kracht, kracht, wonderbare kracht
in het bloed van het Lam
Daar is kracht, kracht, wonderbare kracht
in het dierbaar bloed van het Lam

Kom dan tot Jezus, Hij stierf ook voor U
Daar is kracht in het bloed                   
Daar is kracht in het bloed
Hoort naar Zijn woord en gelooft in Hem nu  
Daar is kracht in het bloed van het Lam

Daar is kracht, kracht, wonderbare kracht
in het bloed van het Lam
Daar is kracht, kracht, wonderbare kracht        
in het dierbaar bloed van het Lam

dinsdag 24 november 2015

Ik heb geen Man

"Ik heb geen man", zei ze, maar ten diepste miste ze de Man, Die voor haar stond!

"De vrouw antwoordde en zeide: Ik heb geen man.
Jezus zeide tot haar: Gij hebt wel gezegd: Ik heb geen man.
Want gij hebt vijf mannen gehad, en dien gij nu hebt, is uw man niet;
dat hebt gij met waarheid gezegd."
Johannes 4 : 16-17

De jongste zoon uit de gelijkenis, dacht dat hij wel veel vrienden had in zijn zondige leventje, maar uiteindelijk stond hij er alleen voor. Al helemaal als je bedenkt dat hij zo, onbekeerd, de eeuwigheid in had kunnen gaan. Hoeveel mensen buiten de kerk leven ook zo achteloos door. Maar… hoeveel mensen binnen de kerk liggen ook niet echt wakker van hun onbekeerde leven. En als je wel bekeerd bent, lig je dan ook weleens 'wakker' van de zonde die je zomaar weer aankleeft? Ook sinds de vorige Avondmaalstafel?

Niet eenzaam

Er is op internet een boekje te vinden waarin aantekeningen bij diverse Bijbelgedeelten staan; zo ook bij ons tekstfragment "ik heb geen man". Daarin wordt nogal breed ingegaan op de vraag hoe het nu precies zat met die vijf voorgaande mannen en wat die huidige 'man' nu voor iemand was. Omdat er niet speciaal negatief over die vijf voorgaande mannen wordt gesproken, zou je ook kunnen denken dat deze mannen waren overleden. Of dat zij door middel van een scheidbrief deze vrouw hadden verlaten, ingewisseld voor een andere.

Ik moet eerlijk zeggen dat – hoe ik ook naar deze tekst kijk – ik nergens hard kan maken dat deze vrouw een overspelige vrouw was. Wij hebben er al snel van gemaakt dat ze vijf mannen had versleten… maar onze dagtekst zwijgt daarover. Wel is Jezus scherp, als Hij zegt: "Die je nu hebt is je man niet". Het voornoemde boekje draait de situatie zelfs om: "De man die je nu hebt, gedraagt zich niet als je man". Hij onttrekt zich aan de verantwoordelijkheid en plichten, die een man voor zijn vrouw zou moeten hebben. Zo naar deze vrouw kijkend, zou je haar beklagenswaardig gaan vinden.
Echter, ik blijf toch nog zitten me haar eigen woorden in vers 29: "Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb…" Het lijkt er toch wel op dat deze vrouw eerlijk voor de HEERE is geworden en haar leven zelf ook bestempelt als zondig. Ze zegt niet: "… alles wat mij is overkomen"! Dat is een waardevol aspect.
Ze is eerlijk: Ik heb gedaan wat kwaad was in Uw oog. Ken je dat? Al heeft de hele wereld gezondigd en was iedereen om je heen veel slechter dan jij, dan nog blijft het onverteerbaar dat jij ook niet tot Gods eer hebt geleefd. Om de vraag van gisteren te herhalen: wat moet jij gaan 'halen' van Jezus? Waar moet jij mee breken? Welke zonde moet jij aan Zijn voeten kwijt raken? Wat staat er in de weg naar de Avondmaalstafel? Ga dan heen… en kom terug!

Maar wel alleen

Laten we de situatie van de vrouw toch weer even terugplaatsen in de setting van "vijf mannen versleten en samenwonen met een man die eigenlijk met een andere vrouw was getrouwd". Onze tijd is vergeven van zulke relaties. Juist deze dagen hoorde ik die walgelijke reclame weer op de radio van SecondLove: "Ben jij gelukkig getrouwd? Ik ook. Ga naar…" Getrouwd zijn en flirten met iemand die de jouwe niet is en zelfs niet kán zijn, want jij bent getrouwd!
Er moet uitdaging in het leven blijven, vindt de mens anno 2015. De Samaritaanse vrouw had die uitdagingen ook intens gezocht, net zoals de bloedvloeiende vrouw hulp en heil had gezocht bij allerlei doktoren. Maar haar leven was een aaneenschakeling geworden van teleurstellingen. Alleen was ze niet; ze hoefde nooit alleen te zijn. Aan elke vinger één. En toch…
Dorst; onlesbare dorst. En toen was er dat Levende Water, dat haar om niet werd aangeboden. Nou, om niet, ze moest er wel haar man voor gaan halen. De zonde moest eraan! Want anders zou ze niet alleen temidden van haar turbulente leven alleen zijn; als ze voor God moest verschijnen zou ze 'moederziel alleen' staan, met lege handen, zonder Borg.
Wat een wonder dat deze onmisbare Borg haar zocht… en vond! In een ferme streek haalde Hij de wond open: "Dat heb je naar waarheid geantwoord: ik heb geen man". Ik ben een godsdienstige Samaritaanse, met wel zes mannen, maar … dé Man Die ik nodig heb, heb ik niet. Met recht heb je gezegd – amen gezegd op – dat je er buiten staat. Misschien besef je het nu nog niet, maar later zul je begrijpen wat je hier bij deze Jacobsbron hebt beleden. We hebben Jacob tot een vader, maar wat helpt het? Je moet God tot een Vader hebben! Pas dan, ja, pas dan ben je nooit meer alleen. In leven en in sterven, het eigendom, de Bruid, van mijn getrouwe Zaligmaker!
Zou deze vrouw naast je aan de Avondmaalstafel mogen zitten, aanstaande zondag?

maandag 23 november 2015

Wat moet jij van Jezus halen?

Censura Morum: "Ga heen, roep uw man, en kom hier (weer terug)", geschilderd door Giovanni Lanfranco (1582-1647)

"Jezus zeide tot haar: Ga heen, roep uw man, en kom hier."
Johannes 4 : 16

Een week van voorbereiding. Hoe beleef je dat? Zelfonderzoek, hoe pak je dat aan? Dit vooropgesteld: we worden opgeroepen tot het onderzoeken van onszelf, maar juist dán merk je hoe listig je hart is. Je geweten is vaak een goede richtingaanwijzer. Maar meer dan eens moet de Heilige Geest krachtiger druk op je uitoefenen, voordat je écht in de spiegel wil kijken. Het gaat sinds Genesis 3 niet echt meer vanzelf: eerlijk naar jezelf kijken. Het zit er sinds datzelfde Genesis 3 ook niet zo gemakkelijk meer in om eerlijk tegen God aan te kijken. Lijk jij ook op die Samaritaanse vrouw?

Levend Water

Alweer zo'n merkwaardig antwoord van de Heiland. De vrouw is verbouwereerd over het feit dat Jezus blijkbaar al water heeft en dat haar wil aanbieden. Maar direct flapt ze eruit: "Geef mij dat water dan maar…" In haar beleving proeft ze dat bijzondere water al met haar tong…
Totdat haar kaken op elkaar klappen, als Jezus Zich niet voorover bukt – om de een of andere kruik water te pakken die Hij achter Zich had verstopt – maar haar juist recht in de ogen kijkt en messcherp zegt: "Haal je man!" In plaats van dat Hij de vrouw dichterbij laat komen, stuurt Hij haar weg en sluit Hij Zijn bevel af met een tweede bevel: "Kom weer terug!" Daar kom ik in het tweede gedeelte op terug.
Het Levende Water dat Hij haar aanbiedt is juist een pijnplek in haar 'Morum', haar zedelijke leven. Levend Water, het ziet op de Heilige Geest en Zijn werk. Maar ook op de heiligmaking, die onlosmakelijk verbonden is met de rechtvaardigmaking. Levend Water is de enige manier van geestelijk leven na Genesis 3! Drinken van dat water kan pas na de doodsteek aan de zonde. Vandaar dat Jezus de vrouw wegstuurt om die doodsteek te gaan laten toebrengen. Ga heen, onderzoek uzelf…
Maar direct komt ze erachter dat ze dat niet zal redden in haar eentje… Zie je dat Gods Geest onmisbaar is en dat rechtvaardigmaking en heiligmaking onlosmakelijk verbonden zijn aan elkaar?
Haar dorst, veroorzaakt door de zonde, moet eerlijk openbaar komen voor God. Pas dán kan Hij die dorst lessen. En reken erop dat Hij lessen kan!
Wat zal de vrouw doen? Rechtovereind blijven staan? Of woedend uitvaren tegen Jezus: "Begint U nu ook al? Ze wijzen me in Sichar allemaal al na. Ik wordt gek van iedereen!"? Stampvoetend of juist met kaken op elkaar doorgaan met water putten?
We zullen het in een komende Bijbelstudie zien. Voor nu is belangrijk hoe Jezus aanzet tot zelfonderzoek; en leg er je eigen zelfonderzoek eens naast.


Censura Morum

Op refoweb kun je lezen dat de term 'Censura Morum' letterlijk 'onderzoek naar de zeden' betekent. Met verbazing heb ik daar gelezen – het is blijkbaar een blinde vlek op mijn hervormde netvlies – dat vanuit de Dordtse Kerkorde dit slechts een zaak van ambtsdragers onderling was. In veel 'afgescheiden' kerken fungeert dit zo en wordt het ook niet afgekondigd vanaf de kansel. Maar, zo las ik, "er zijn kerken, vooral in hervormde gemeenten, waar Censura Morum breder is en gemeenteleden ook bezwaren in kunnen dienen tegen leer en leven van andere gemeenteleden." Volgens mij is dat juist uiterst belangrijk om het sacrament van het Avondmaal ook heilig te houden. De praktijk is overigens wel, dat daar zelden iemand komt, wanneer enkele of alle ambtsdragers op de afgesproken tijd van Censura Morum zitten te wachten. En áls er al iemand komt, dan zal hem of haar steevast worden gevraagd of er al een gesprek is geweest met degene tegen wie men belastende getuigenis wil afleggen. Toch acht ik de hervormde wijze wel de meest gezonde. Zo houdt je openheid en transparantie in de gemeente. Al is een gesprek met je wijkouderling of wijkpredikant eveneens een goed moment om zorgen op het gebied van de 'Morum' te delen.

Maar, hoe het ook plaatsvindt in jouw gemeente, het zelfonderzoek waar het in de voorbereiding op aankomt, is ten diepste een 'Censura Morum' van jezelf. Hoe staat het met de relatie tussen mij en God? Strijd ik tegen de zonde en is voor mij elke struikeling in de zonde van harte leed? En geloof ik Gods beloften zonder reserve? En hoe staat het met de relatie tussen mij en mijn naaste?

Nog één ding, waarop ik zou terugkomen. Jezus' bevel klinkt: "Ga heen … en kom hier!" Zijn dat geen prachtige woorden van oordeel en genade? Klinken in die laatste drie woorden niet Zijn innerlijke bewegingen van barmhartigheid? Hoor je de trilling in Zijn stem ook? De hunker dat je de zonde ontdekt in je leven en afzweert, maar dan ook zult terugkeren (bekeren)? "Ik heb grotelijks begeerd dit Avondmaal ook met jou te vieren!" Ga heen, want het moet; zo kan het niet doorgaan… Maar kom terug, want je hebt het nodig, Mijn kind. Breek met de zonde, beken, belijd en laat. Ook die zonde van verachtering in de genade, van lauwheid en oppervlakkigheid. Wees ervan overtuigd dat je het niet zelf kunt; heb Me nodig in jouw strijd tegen de zonde. Want Ik maak jouw strijd tot de Mijne. Kom, laten we eten. Een voorproef van Mijn Bruiloftsmaal, wanneer Ik je nooit meer hoef weg te sturen! Ga… en kom!

zondag 22 november 2015

Geef mij van dat Water!

'Seeking Shiloah', door de mormoonse fijnschilder Joseph Brickley; met een beetje fantasie zie je er de Samaritaanse vrouw bij de Jacobsbron in, terwijl ze tegen Jezus zegt: "Geef mij dat water, opdat ik niet dorste…"

"De vrouw zeide tot Hem: Heere, geef mij dat water,
opdat mij niet dorste, en ik hier niet moet komen, om te putten.
"
Johannes 4 : 15

Er zijn mensen die zich bij een godsdienst aansluiten omdat daar voordelen aan zitten. Er zijn ook mensen die traditioneel godsdienstig zijn, omdat vader, opa en overgrootvader dat ook waren. Die eerste groep heeft er in zeker zin over nagedacht, als schiet het tekort; die tweede groep heeft er meestal niet of nauwelijks over nagedacht. Gelukkig is er ook nog een derde groep, die heel bewust leeft van genade! De Samaritaanse vrouw zou je kunnen scharen onder die tweede groep, maar vandaag staat ze op het punt om vanwege het profijt, iets voordeligs, haar godsdienstige leven te gaan aanpassen. Haar dorst is er de oorzaak van.

Onmisbare begeerte

Ik vind die vraag van de vrouw zo geweldig mooi. Zo puur, haast kinderlijk. Zonder lang na te denken roept ze uit: "Oh, dat is handig! Geef mij ook van dat water, want dan hoef ik niet helemaal hierheen te komen, als ik dorst heb." Dat had een dubbel praktisch voordeel. Ze hoefde dan niet dat hele stuk naar de Jacobsput te lopen. Maar we zagen al eerder dat ze niet zonder reden op dit hete tijdstip naar deze put komt. Als ze dat Levende Water kan krijgen, dan hoeft ze nooit meer het risico te lopen door mensen te worden nagekeken. Dan is ze voorgoed af van die afkeurende blikken en dat geroddel achter haar rug om.
Haast naïef waren de woorden over haar lippen gekomen. En toch wil ik even stilstaan bij de puurheid van haar vraag. Ik zou willen dat veel belijdende leden in de kerk, die worstelen met de toeëigening van het heil, ook zo kinderlijk eenvoudig zouden denken en reageren. Als Jezus naar Zijn tafel roept, heel persoonlijk nodigt, dan blijven ze zitten; gaan piekeren, plussen en minnen. Het wordt een hele optelsom van misschien wel allemaal geestelijk gezien negatieve bedragen. En onder de streep eindigt de optelsom diep in het rood. Ze blijven zitten.
Ooit stuurden mijn vrouw en ik bovenstaande afbeelding als kaart naar iemand die ook aldoor aanvechting ervaarde en daarom vaak afbleef. De puurheid die de kunstschilder Joseph Brickley in het gezicht heeft proberen te leggen trof ons. Wat zou je willen dat al die ja-maars eens aan de kant werden gelegd en er écht geluisterd werd; dat de schellen van de ogen afvallen en dat ze komen…
De kaart hielp niet direct, maar toch… inmiddels mag deze zuster aangaan en we hopen en bidden dat er balans en vrede in haar geestelijk leven is rondom de vieringen van het Avondmaal. Want ook achteraf kan satan je toch nog aan het rekenen zetten: Jij aan die tafel? Wat deed je er? Had jij rechten? Jij?
Zwijg, satan, je hebt niets te vertellen. Jezus roept; Hij mag het zeggen in het leven van zulke worstelaars. Alle ruimte voor Jezus' trekkende liefde. Luister maar naar Zijn heerlijke stem!

Onnozele begeerte

De vrouw echter – daarmee wil ik het voorgaande allerminst onderuit halen – dacht wel heel 1-dimensionaal. Kinderen kunnen dingen soms heel letterlijk opvatten. Ik was 6 en zat in klas 1; na de kerstfeestviering op de lagere school kregen we van de hoofdonderwijzer een pluim, omdat we zo goed ons best hadden gedaan. Toen ik na afloop nog bleef dralen, vroeg mijn zus: "Waar wacht je op?" "Nou, ik zou nog een pluim krijgen," antwoordde ik. Ik had direct een plaatje in mijn hoofd van een pluim lekker pluizig en zacht – die ik ergens op mijn slaapkamer kon zetten of leggen. Een rode zou ik kiezen. Ik was hevig teleurgesteld dat de pluim slechts figuurlijk bedoeld was en een complimentje betekende.
De vrouw in deze geschiedenis dacht ook zo. Ze hoort over water waar je geen dorst meer van krijgt en ze ziet direct voor zich hoeveel voordelen dat haar dat zou geven. Haar naïeve, onnozele begeerte doet ons misschien gniffelen, maar de Heiland gaat het aanstonds bloedserieus opnemen. Want in één klap zal de vrouw straks begrijpen wat haar dorst is en waar Jezus op doelde met 'geen dorst meer'. Al is zij daarna nog best lang bezig met vragen stellen.

Nu kun je denken: ja, maar als de nodiging tot de tafel klinkt, dan kan ik niet zo naïef doen als die vrouw en direct gaan. Dan moet ik toch eerst goed nadenken, overwegen, onderzoeken, plussen en minnen. Ik moet niet zomaar gaan, want dan heb ik naast een gestolen Jezus (als Die al zou bestaan bestaan) ook nog gestolen verbondstekenen. Dan eet en drink ik mij een oordeel. 
Helaas! Juist daar maken velen de denkfout. De vrouw praatte aldoor langs Jezus heen; dát was haar fout. Ze zocht een betekenis in Jezus' woorden die er helemaal niet in lag. En op diezelfde manier – door diezelfde denkfout – blijven heel veel worstelaars ook af. Want ze denken dat ze met zelfonderzoek eerst op een positief sommetje moeten uitkomen. Maar troost je, bespaar je de moeite: dat sommetje zal nooit positief uitvallen. Als jouw rekensommetje positief onder de streep eindigt, moet je nog maar eens goed nadenken of je wel aan de Tafel hoort. 
Juist als je diep in het rood uitkomt, moet je de houding van Esther overnemen: Kom ik om, dan kom ik om, maar ik zál tot de Koning gaan! Bij Hem moet ik zijn, want buiten Hem is geen leven, maar een eeuwig zielsbe- en zielsverderf. 
Als Hij roept, moet je niet vragen: mag ik wel? Maar: wat is er waarom het niet zou kunnen? Wat staat Zijn uitnodiging in de weg? En als er steekhoudende zaken zijn die jou de toegang tot de Tafel zouden ontnemen, zou je er dan geen haast mee maken om die uit de weg te ruimen? Of om er juist mee naar Hem te gaan! Je blijft toch zeker niet zitten?
Laat die naïeve Samaritaanse je dan maar tot voorbeeld zijn. We zullen morgen verder zien hoe Jezus haar onderwijst; en dan komt Hij heus wel uit, waar Hij haar hebben wil!

zaterdag 21 november 2015

Dorstlessen en lessen over dorst


Levend water, gratis. Gegarandeerd geen dorst meer. Weliswaar niet in blikjes van 0.33 liter, maar altoos overvloeiend!
 
"Jezus antwoordde, en zeide tot haar: Een ieder, die van dit water drinkt, zal wederom dorsten; maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven."
Johannes 4 : 13-14

Waarom staan er geen Kanttekeningen bij deze teksten in de Statenvertaling? Zou de grondtekst direct helder zijn geweest? Of leverde het zoveel vragen op dat men er maar over zwijgt? Het is nogal ingewikkelde, spirituele tekst. En een volgende vraag: waarom spreekt de Heere Jezus plots zo ingewikkeld? Of zou het voor de vrouw wel helder zijn geweest? Is dit de aanloop naar het diepere gesprek en zal weldra het kwartje vallen als Jezus vraagt aan de vrouw om haar man te halen? Omdat ik aan het begin sta van een week van voorbereiding op het Heilig Avondmaal, zal in de komende week ook meerder malen een link worden gelegd met het Avondmaal. Zo is de (bijna) dagelijkse overdenking gelijk stof voor de voorbereiding.

Jezus' antwoord

Een antwoord op een vraag behoort helder te zijn. Politici die omzichtig om de hete brei heendraaien als hen om hun mening wordt gevraagd, vallen al gauw uit de gratie. Het antwoord en de vraag moeten daarom ook een duidelijk verband met elkaar hebben; anders praat je langs elkaar heen. Vertoont het antwoord van Jezus een duidelijk verband met de vraag van de vrouw? Laten we de vraag van de vrouw er nog eens bijhalen:
  1. Hoe komt U aan dat Levende Water? U kunt er helemaal niet bij!
  2. Bent U meerder (groter, ouder of sterker) dan vader Jacob?
  3. En hebt U zoveel water dat U allen die bij U horen kunt onderhouden, net zoals hij?
Wat vrijvertaald heb ik de vraag van de Samaritaanse vrouw teruggebracht tot drie punten. Direct en indirect geeft Jezus wel degelijk antwoord op haar vraag. Wel is het waar dat de vrouw niet alles direct heeft begrepen, maar Jezus zal dat in de komende verzen verder uitwerken. En wat ik zo mooi vindt, bij de geschiedenis van Nicodémus doet die er al vrij snel het zwijgen toe, maar deze vrouw blijft doorpraten en vragen. En daarom blijft dit gesprek eigenlijk zo dicht bij onze belevingswereld. Laten we kort Jezus' antwoord op haar vraag/vragen bezien om er daarna verder op in te gaan.
  1. Ik doel niet op dít water, uit de put, want daar krijg je telkens weer dorst van. Het water dat Ik heb is voor eeuwig dorstlessend!
  2. Ja, Ik ben sterker dan vader Jacob, want hij moest elke dag weer opnieuw water putten voor zichzelf en voor zijn huisgenoten en zijn vee. Maar Ik heb water dat, wanneer je het drinkt zelfs meer zal worden dan het al is!
  3. En ja, Ik heb ruim voldoende! Dat water zal zichzelf vermenigvuldigen; het zal opborrelen en aanzwellen tot een fontein, een bron, waaruit steeds weer nieuw, fris water opwelt, om ook anderen te laven. Het zal voldoende zijn voor Gods gehele Huisgezin, Mijn broeders en zusters.

Jezus' gave

Vanmorgen lazen we – bij toeval – Spreuken 9 aan tafel. Daar wordt gesproken over 'gestolen water' in vers 17. Het water der zonde, simpel gezegd. Daartegenover stelt de Opperste Wijsheid (de Heere Jezus, zie ook Spreuken 8:22 en de Kanttekeningen daarbij) de maaltijd die Hij heeft klaargemaakt.
2. Zij heeft Haar slachtvee geslacht. Zij heeft Haar wijn gemengd; ook heeft Zij Haar tafel toegericht.
3. Zij heeft Haar dienstmaagden uitgezonden; Zij nodigt op de tinnen van de hoogten der stad:
4. Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij:
5. Komt, eet van Mijn brood, en drinkt van den wijn, dien Ik gemengd heb.
6. Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.
Zoals Hij hier bij de Jacobsbron de vrouw uitnodigt om van Zijn Levende Water te drinken, zo doet Hij dat zondag aan zondag. En om ons zwakke geloof tegemoet te komen, doet Hij dat ook nog eens zichtbaar door het sacrament van het Heilig Avondmaal. Hij heeft de tafel aangericht, het brood staat klaar, de wijn is gemengd (gekeurd, met water en kruiden op smaak gebracht) en… Hij heeft zijn dienstknechten (hier staat alles in vrouwelijk vorm) uitgezonden om te nodigen. Als het ware komt het beeld van de Koninklijke bruiloft bovendrijven.
De HEERE doet er alles aan om ons te overtuigen dat bij Hem een overvloed is in onze armoede. De gave die Hij de vrouw aanbiedt is totaal toereikend! En dat is vandaag niet anders. Het feit dat wij er morgen en ook komende zondag van mogen horen en genieten moet voor ons helemaal duidelijk maken dat het Levende Water van Christus een fontein is die tot in eeuwigheid opborrelt.

Jezus' zegen

Tenslotte nog iets over dat opbruisende water dat Jezus belooft. Ik ben nooit in de bergen van Zwitserland geweest, maar als ik aan de Lek sta en de brede stroom voorbij zie golven, vraag ik me altijd weer af: hoe is het mogelijk dat dat nooit ophoudt? Ik heb de macht van dat Lekwater gezien, als het omhoogzwelt tot aan de kruin van de dijk. Dat is best eng. Ik heb gezien dat vele zandzakken het water maar amper kunnen houden. Dan wordt de kracht van dat water zelfs bedreigend. 
En inderdaad, er lijkt geen einde aan te komen. Telkens is er weer nieuw smeltwater uit de bergen dat zich een weg zoekt, ook langs Schoonhoven. Water, dat zich zelfs vertakt tot in onze polders, al proberen we als mensen daar met molens, gemalen en dammen wel macht op uit te oefenen. Je merkt, als je daarover nadenkt, de verantwoordelijkheid van dijkgraven, polderbesturen en waterschapsbeheren.
Welnu, het water waar Jezus over praat kent eveneens een Bron die niet uitgeput raakt. Maar nu het bijzondere in Jezus belofte van zegen: dat Levende Water komt uit een onuitputtelijke Bron (God Zelf), maar wanneer Hij iemand ervan laat drinken, gaat die persoon op zijn of haar beurt OOK een onuitputtelijke bron vormen. Als ik drink van het Levende Water, zal dat in mij een fontein worden die opborrelt, opbruist, tot in het eeuwige leven. En op een ander moment zegt Jezus: "Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien." In deze citaten van Jezus wordt water niet gebruikt in de zin van afwassing der zonden, maar als levensbron. Nieuw leven kan daaruit ontstaan.
Jezus spreekt hier bij de Samaritaanse vrouw alvast over de uitstorting van de Heilige Geest. En zo maakt Hij hier een verbinding naar het gesprek met Nicodémus (geboren worden uit water en Geest). Dat zal de vrouw wellicht zijn ontgaan, maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat Jezus het hier heel doelbewust deed voor ons als Nieuwtestamentische gemeente, die het geheel van de Schrift kunnen lezen. Zo legt Hij verbanden, die je al bestuderend ontdekt! Wat een zegen als je de Bijbel mag lezen door de Geest Die van de Vader én de Zoon uitgaat; Die het uit Christus neemt en ons verkondigt en toepast. 

Dus nooit meer dorst? Nee en ja. Mijn dorst die ik sinds Genesis 3 heb, is gelest; voorgoed. Ik heb voldoende aan Christus' offer en behoef geen smart meer te lijden in de eeuwige vlammen van Gods toorn. 
Niettemin heb ik dagelijks dorst naar God. Een onweerstaanbaar verlangen Hem meer te kennen, lief te hebben en te dienen. En dat is een gezonde 'dorst' die we eigenlijk 'lafenis' moeten noemen, geestelijk leven! Christus schenkt Levend Water, en maakte in mij een bron van waaruit Hij verder laat vloeien, stromen, bruisen. "Laat m' in U groeien, bloeien…!" "Uw Koninkrijk kome…"

vrijdag 13 november 2015

Als dorst je kwelt en levend water ter sprake komt

Het ijs is niet direct gebroken tussen de vrouw en Jezus, maar toch… haar vraag van vandaag verraad dat ze bewust vragen gaat stellen (tekening van Harold Copping (1863-1932))

"De vrouw zeide tot Hem: Heere! Gij hebt niet om mede te putten, en de put is diep;
van waar hebt Gij dan het levend water?"
Johannes 4 : 11

"Hoe kan God nou de aarde in zes dagen hebben gemaakt?" Of: "Hoe zou een God, die helemaal ergens ver weggestopt in het heelal, nu weten wat er daar op die kleine planeet aarde in mijn hart leeft?" Of: "Hoe kan één sterfgeval (van Jezus) nou genoeg doen aan Gods toorn over de zonden van al die miljarden mensen die op aarde leven of hebben geleefd?" Of dichterbij: "Hoe kan God nou mijn dwarse hart bekeren tot Hem?" De vraag van de vrouw zou je in ditzelfde rijtje kunnen zetten. En ook in het rijtje van de argwanende Schriftgeleerden in de tempel (toen Hij nog twaalf was), maar ook de inwoners van Nazareth die zich afvroegen: "Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden? Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria?"

Een onbetwijfelde onmogelijkheid

Heeft Jezus levend water? De vrouw denkt direct aan fris, helder, stromend water. Geen dood, stilstaand, troebel water. Nou, dat is ook de reden waarom ze naar deze put komt. Deze Vreemdeling vraagt eerst aan haar om levend water te mogen drinken; en vervolgens draait Hij de rollen en om zegt dan dat zij aan Hem om drinken had moeten vragen. En Hij belooft erbij dat Hij het nog zal geven ook. Zij heeft een kruik of emmer waarmee ze kan putten, maar Hij… wat heeft Hij dan om mee te putten? Als Hij levend water wil aanbieden, maar Hij heeft er eerst haar kruik voor nodig, dan kun je niet echt spreken van 'geven'. Dan heeft niet zij Hem, maar Hij haar nodig.
Voor de vrouw is helder dat er iets raars in Jezus' woorden zit. Wat ze ook precies heeft gedacht, ze moet er toch een beetje lacherig, spottend wellicht, bij hebben gekeken. Met opgetrokken wenkbrauwen zegt ze: "Heere! Gij hebt niet om mede te putten, en de put is diep!" Zelfs al zou Jezus Zelf willen afdalen in de put om er met Zijn handen fris water uit op te halen, zou het nog niet gaan. Veel te diep. Wat een vreemde Vreemdeling!
Zo heb je veel kerkmensen die alleszins godsdienstig zijn, maar met menselijke maatstaven rekenen waar het Gods handelen betreft. Ze weten precies hoe een mens bekeerd moet worden. Ze weten waarlangs de weg moet gaan (ook al hebben ze vaak die weg nog niet zelf afgelegd). Ze weven hun godsdienstige verhalen langs menselijke mogelijkheden en duwen Gods mogelijkheden binnen de grenzen van hun eigen begrijpen. En anders kan het niet. De atheïst trekt alles over God in twijfel, de twijfelaar houdt het niet voor mogelijk, maar deze mensen doen vaak heel vroom en godsdienstig, maar ze bevinden zich heel dicht bij atheïsten, die God meten met menselijke maatstaven. Wat ze in een boekje lazen en met hun verstand konden volgen, waar ze een bekende structuur in ontdekten, dat is de waarheid.
Jezus, Die in Kana water in wijn veranderde, zou Hij niet fris helder water kunnen scheppen uit een putdiepe put, terwijl Hij gewoon naast de put bleef zitten? Zou Hij van het stof, waaruit Hij in Genesis 1 de mens formeerde, niet evengoed water hebben kunnen maken? Zou Hij, Die de wateren – waarover de Geest van God zweefde (broedde) – maakte en ze paal en perk stelde door het land dat Hij schiep, geen levend water kunnen scheppen? Niet scheppen met een emmertje, maar scheppen, uit niets doen ontstaan! Inderdaad heeft de vrouw nog niet door dat ze oog in oog staat met de Schepper van hemel en aarde en dat Hij uit al die miljoenen ook haar bij name kent!

Een betwijfelde mogelijkheid

Hoor je opeens de aarzeling in haar stem? Ze houdt dat levende water nog wel voor mogelijk, maar… loopt alleen vast met het 'hoe'; hóe krijgt Hij dat boven de grond en in haar kruik? Ze zegt niet "dat kan niet" en loopt dan weg. Ze blijft toch enigermate geïnteresseerd staan en stelt vragen. Weet je dat me dat enorm blij maakt? Mensen die niet achteloos aan het heil voorbijlopen (juist ook binnen de kerk), maar die vragen stellen. En die daarmee een deur op een kier zetten. Die toch hier of daar de mogelijkheid voor mogelijk houden dat hun verstand niet toereikend is. Dat ze iets over het hoofd zien, waar ze geen rekening mee hebben gehouden. Een mogelijkheid, betwijfeld wellicht, die voor God een zee aan kansen inhoudt.
Denk nog even met me terug aan enkele dagen eerder. Er was laatdunk, minachting en haat onder de farizeeën, omdat Jezus zo populair begon te worden. Hij was vertrokken; en wat zal het Hem gesmart hebben. Jeruzalem, Jeruzalem… Ik heb geroepen, maar je luisterde niet. Ik heb Mij over je willen ontfermen, maar je haatte Mij. En hier staat een godsdienstige samaritaanse, die even verstrikt zit in haar godsdienst als de Joden in Jeruzalem. Even wettisch denkt en leeft (hoewel haar levensstijl wetteloos was), maar die gaat nadenken, gaat twijfelen aan zichzelf, heel pril nog, en die gaat vragen: "Waar hebt U dan dat levende water vandaan?"
Voor zich strekt zich een Rode Zee aan onmogelijkheden uit, aan haar zijden heffen de bergen van onwaarschijnlijkheid zich hoog op, maar achter haar nadert de dorst en hoe dan ook, levend water is een uitkomst. Nou, als jij nog naast die Joden in Jeruzalem staat of naast deze vrouw in Samaria, blijf dan nog goed luisteren de komende dagen, naar hoe dit verder zal aflopen. En trek alvast enkele lessen uit de woorden van deze dagtekst en wat we er daarnet over hebben overdacht. Levend water… de dorst moet toch iets met je geestelijke tong doen, als je het woord 'levend water' hoort vallen, niet?