Posts tonen met het label levend water. Alle posts tonen
Posts tonen met het label levend water. Alle posts tonen

maandag 23 november 2015

Wat moet jij van Jezus halen?

Censura Morum: "Ga heen, roep uw man, en kom hier (weer terug)", geschilderd door Giovanni Lanfranco (1582-1647)

"Jezus zeide tot haar: Ga heen, roep uw man, en kom hier."
Johannes 4 : 16

Een week van voorbereiding. Hoe beleef je dat? Zelfonderzoek, hoe pak je dat aan? Dit vooropgesteld: we worden opgeroepen tot het onderzoeken van onszelf, maar juist dán merk je hoe listig je hart is. Je geweten is vaak een goede richtingaanwijzer. Maar meer dan eens moet de Heilige Geest krachtiger druk op je uitoefenen, voordat je écht in de spiegel wil kijken. Het gaat sinds Genesis 3 niet echt meer vanzelf: eerlijk naar jezelf kijken. Het zit er sinds datzelfde Genesis 3 ook niet zo gemakkelijk meer in om eerlijk tegen God aan te kijken. Lijk jij ook op die Samaritaanse vrouw?

Levend Water

Alweer zo'n merkwaardig antwoord van de Heiland. De vrouw is verbouwereerd over het feit dat Jezus blijkbaar al water heeft en dat haar wil aanbieden. Maar direct flapt ze eruit: "Geef mij dat water dan maar…" In haar beleving proeft ze dat bijzondere water al met haar tong…
Totdat haar kaken op elkaar klappen, als Jezus Zich niet voorover bukt – om de een of andere kruik water te pakken die Hij achter Zich had verstopt – maar haar juist recht in de ogen kijkt en messcherp zegt: "Haal je man!" In plaats van dat Hij de vrouw dichterbij laat komen, stuurt Hij haar weg en sluit Hij Zijn bevel af met een tweede bevel: "Kom weer terug!" Daar kom ik in het tweede gedeelte op terug.
Het Levende Water dat Hij haar aanbiedt is juist een pijnplek in haar 'Morum', haar zedelijke leven. Levend Water, het ziet op de Heilige Geest en Zijn werk. Maar ook op de heiligmaking, die onlosmakelijk verbonden is met de rechtvaardigmaking. Levend Water is de enige manier van geestelijk leven na Genesis 3! Drinken van dat water kan pas na de doodsteek aan de zonde. Vandaar dat Jezus de vrouw wegstuurt om die doodsteek te gaan laten toebrengen. Ga heen, onderzoek uzelf…
Maar direct komt ze erachter dat ze dat niet zal redden in haar eentje… Zie je dat Gods Geest onmisbaar is en dat rechtvaardigmaking en heiligmaking onlosmakelijk verbonden zijn aan elkaar?
Haar dorst, veroorzaakt door de zonde, moet eerlijk openbaar komen voor God. Pas dán kan Hij die dorst lessen. En reken erop dat Hij lessen kan!
Wat zal de vrouw doen? Rechtovereind blijven staan? Of woedend uitvaren tegen Jezus: "Begint U nu ook al? Ze wijzen me in Sichar allemaal al na. Ik wordt gek van iedereen!"? Stampvoetend of juist met kaken op elkaar doorgaan met water putten?
We zullen het in een komende Bijbelstudie zien. Voor nu is belangrijk hoe Jezus aanzet tot zelfonderzoek; en leg er je eigen zelfonderzoek eens naast.


Censura Morum

Op refoweb kun je lezen dat de term 'Censura Morum' letterlijk 'onderzoek naar de zeden' betekent. Met verbazing heb ik daar gelezen – het is blijkbaar een blinde vlek op mijn hervormde netvlies – dat vanuit de Dordtse Kerkorde dit slechts een zaak van ambtsdragers onderling was. In veel 'afgescheiden' kerken fungeert dit zo en wordt het ook niet afgekondigd vanaf de kansel. Maar, zo las ik, "er zijn kerken, vooral in hervormde gemeenten, waar Censura Morum breder is en gemeenteleden ook bezwaren in kunnen dienen tegen leer en leven van andere gemeenteleden." Volgens mij is dat juist uiterst belangrijk om het sacrament van het Avondmaal ook heilig te houden. De praktijk is overigens wel, dat daar zelden iemand komt, wanneer enkele of alle ambtsdragers op de afgesproken tijd van Censura Morum zitten te wachten. En áls er al iemand komt, dan zal hem of haar steevast worden gevraagd of er al een gesprek is geweest met degene tegen wie men belastende getuigenis wil afleggen. Toch acht ik de hervormde wijze wel de meest gezonde. Zo houdt je openheid en transparantie in de gemeente. Al is een gesprek met je wijkouderling of wijkpredikant eveneens een goed moment om zorgen op het gebied van de 'Morum' te delen.

Maar, hoe het ook plaatsvindt in jouw gemeente, het zelfonderzoek waar het in de voorbereiding op aankomt, is ten diepste een 'Censura Morum' van jezelf. Hoe staat het met de relatie tussen mij en God? Strijd ik tegen de zonde en is voor mij elke struikeling in de zonde van harte leed? En geloof ik Gods beloften zonder reserve? En hoe staat het met de relatie tussen mij en mijn naaste?

Nog één ding, waarop ik zou terugkomen. Jezus' bevel klinkt: "Ga heen … en kom hier!" Zijn dat geen prachtige woorden van oordeel en genade? Klinken in die laatste drie woorden niet Zijn innerlijke bewegingen van barmhartigheid? Hoor je de trilling in Zijn stem ook? De hunker dat je de zonde ontdekt in je leven en afzweert, maar dan ook zult terugkeren (bekeren)? "Ik heb grotelijks begeerd dit Avondmaal ook met jou te vieren!" Ga heen, want het moet; zo kan het niet doorgaan… Maar kom terug, want je hebt het nodig, Mijn kind. Breek met de zonde, beken, belijd en laat. Ook die zonde van verachtering in de genade, van lauwheid en oppervlakkigheid. Wees ervan overtuigd dat je het niet zelf kunt; heb Me nodig in jouw strijd tegen de zonde. Want Ik maak jouw strijd tot de Mijne. Kom, laten we eten. Een voorproef van Mijn Bruiloftsmaal, wanneer Ik je nooit meer hoef weg te sturen! Ga… en kom!

zaterdag 21 november 2015

Dorstlessen en lessen over dorst


Levend water, gratis. Gegarandeerd geen dorst meer. Weliswaar niet in blikjes van 0.33 liter, maar altoos overvloeiend!
 
"Jezus antwoordde, en zeide tot haar: Een ieder, die van dit water drinkt, zal wederom dorsten; maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven."
Johannes 4 : 13-14

Waarom staan er geen Kanttekeningen bij deze teksten in de Statenvertaling? Zou de grondtekst direct helder zijn geweest? Of leverde het zoveel vragen op dat men er maar over zwijgt? Het is nogal ingewikkelde, spirituele tekst. En een volgende vraag: waarom spreekt de Heere Jezus plots zo ingewikkeld? Of zou het voor de vrouw wel helder zijn geweest? Is dit de aanloop naar het diepere gesprek en zal weldra het kwartje vallen als Jezus vraagt aan de vrouw om haar man te halen? Omdat ik aan het begin sta van een week van voorbereiding op het Heilig Avondmaal, zal in de komende week ook meerder malen een link worden gelegd met het Avondmaal. Zo is de (bijna) dagelijkse overdenking gelijk stof voor de voorbereiding.

Jezus' antwoord

Een antwoord op een vraag behoort helder te zijn. Politici die omzichtig om de hete brei heendraaien als hen om hun mening wordt gevraagd, vallen al gauw uit de gratie. Het antwoord en de vraag moeten daarom ook een duidelijk verband met elkaar hebben; anders praat je langs elkaar heen. Vertoont het antwoord van Jezus een duidelijk verband met de vraag van de vrouw? Laten we de vraag van de vrouw er nog eens bijhalen:
  1. Hoe komt U aan dat Levende Water? U kunt er helemaal niet bij!
  2. Bent U meerder (groter, ouder of sterker) dan vader Jacob?
  3. En hebt U zoveel water dat U allen die bij U horen kunt onderhouden, net zoals hij?
Wat vrijvertaald heb ik de vraag van de Samaritaanse vrouw teruggebracht tot drie punten. Direct en indirect geeft Jezus wel degelijk antwoord op haar vraag. Wel is het waar dat de vrouw niet alles direct heeft begrepen, maar Jezus zal dat in de komende verzen verder uitwerken. En wat ik zo mooi vindt, bij de geschiedenis van Nicodémus doet die er al vrij snel het zwijgen toe, maar deze vrouw blijft doorpraten en vragen. En daarom blijft dit gesprek eigenlijk zo dicht bij onze belevingswereld. Laten we kort Jezus' antwoord op haar vraag/vragen bezien om er daarna verder op in te gaan.
  1. Ik doel niet op dít water, uit de put, want daar krijg je telkens weer dorst van. Het water dat Ik heb is voor eeuwig dorstlessend!
  2. Ja, Ik ben sterker dan vader Jacob, want hij moest elke dag weer opnieuw water putten voor zichzelf en voor zijn huisgenoten en zijn vee. Maar Ik heb water dat, wanneer je het drinkt zelfs meer zal worden dan het al is!
  3. En ja, Ik heb ruim voldoende! Dat water zal zichzelf vermenigvuldigen; het zal opborrelen en aanzwellen tot een fontein, een bron, waaruit steeds weer nieuw, fris water opwelt, om ook anderen te laven. Het zal voldoende zijn voor Gods gehele Huisgezin, Mijn broeders en zusters.

Jezus' gave

Vanmorgen lazen we – bij toeval – Spreuken 9 aan tafel. Daar wordt gesproken over 'gestolen water' in vers 17. Het water der zonde, simpel gezegd. Daartegenover stelt de Opperste Wijsheid (de Heere Jezus, zie ook Spreuken 8:22 en de Kanttekeningen daarbij) de maaltijd die Hij heeft klaargemaakt.
2. Zij heeft Haar slachtvee geslacht. Zij heeft Haar wijn gemengd; ook heeft Zij Haar tafel toegericht.
3. Zij heeft Haar dienstmaagden uitgezonden; Zij nodigt op de tinnen van de hoogten der stad:
4. Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij:
5. Komt, eet van Mijn brood, en drinkt van den wijn, dien Ik gemengd heb.
6. Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.
Zoals Hij hier bij de Jacobsbron de vrouw uitnodigt om van Zijn Levende Water te drinken, zo doet Hij dat zondag aan zondag. En om ons zwakke geloof tegemoet te komen, doet Hij dat ook nog eens zichtbaar door het sacrament van het Heilig Avondmaal. Hij heeft de tafel aangericht, het brood staat klaar, de wijn is gemengd (gekeurd, met water en kruiden op smaak gebracht) en… Hij heeft zijn dienstknechten (hier staat alles in vrouwelijk vorm) uitgezonden om te nodigen. Als het ware komt het beeld van de Koninklijke bruiloft bovendrijven.
De HEERE doet er alles aan om ons te overtuigen dat bij Hem een overvloed is in onze armoede. De gave die Hij de vrouw aanbiedt is totaal toereikend! En dat is vandaag niet anders. Het feit dat wij er morgen en ook komende zondag van mogen horen en genieten moet voor ons helemaal duidelijk maken dat het Levende Water van Christus een fontein is die tot in eeuwigheid opborrelt.

Jezus' zegen

Tenslotte nog iets over dat opbruisende water dat Jezus belooft. Ik ben nooit in de bergen van Zwitserland geweest, maar als ik aan de Lek sta en de brede stroom voorbij zie golven, vraag ik me altijd weer af: hoe is het mogelijk dat dat nooit ophoudt? Ik heb de macht van dat Lekwater gezien, als het omhoogzwelt tot aan de kruin van de dijk. Dat is best eng. Ik heb gezien dat vele zandzakken het water maar amper kunnen houden. Dan wordt de kracht van dat water zelfs bedreigend. 
En inderdaad, er lijkt geen einde aan te komen. Telkens is er weer nieuw smeltwater uit de bergen dat zich een weg zoekt, ook langs Schoonhoven. Water, dat zich zelfs vertakt tot in onze polders, al proberen we als mensen daar met molens, gemalen en dammen wel macht op uit te oefenen. Je merkt, als je daarover nadenkt, de verantwoordelijkheid van dijkgraven, polderbesturen en waterschapsbeheren.
Welnu, het water waar Jezus over praat kent eveneens een Bron die niet uitgeput raakt. Maar nu het bijzondere in Jezus belofte van zegen: dat Levende Water komt uit een onuitputtelijke Bron (God Zelf), maar wanneer Hij iemand ervan laat drinken, gaat die persoon op zijn of haar beurt OOK een onuitputtelijke bron vormen. Als ik drink van het Levende Water, zal dat in mij een fontein worden die opborrelt, opbruist, tot in het eeuwige leven. En op een ander moment zegt Jezus: "Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien." In deze citaten van Jezus wordt water niet gebruikt in de zin van afwassing der zonden, maar als levensbron. Nieuw leven kan daaruit ontstaan.
Jezus spreekt hier bij de Samaritaanse vrouw alvast over de uitstorting van de Heilige Geest. En zo maakt Hij hier een verbinding naar het gesprek met Nicodémus (geboren worden uit water en Geest). Dat zal de vrouw wellicht zijn ontgaan, maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat Jezus het hier heel doelbewust deed voor ons als Nieuwtestamentische gemeente, die het geheel van de Schrift kunnen lezen. Zo legt Hij verbanden, die je al bestuderend ontdekt! Wat een zegen als je de Bijbel mag lezen door de Geest Die van de Vader én de Zoon uitgaat; Die het uit Christus neemt en ons verkondigt en toepast. 

Dus nooit meer dorst? Nee en ja. Mijn dorst die ik sinds Genesis 3 heb, is gelest; voorgoed. Ik heb voldoende aan Christus' offer en behoef geen smart meer te lijden in de eeuwige vlammen van Gods toorn. 
Niettemin heb ik dagelijks dorst naar God. Een onweerstaanbaar verlangen Hem meer te kennen, lief te hebben en te dienen. En dat is een gezonde 'dorst' die we eigenlijk 'lafenis' moeten noemen, geestelijk leven! Christus schenkt Levend Water, en maakte in mij een bron van waaruit Hij verder laat vloeien, stromen, bruisen. "Laat m' in U groeien, bloeien…!" "Uw Koninkrijk kome…"

vrijdag 13 november 2015

Als dorst je kwelt en levend water ter sprake komt

Het ijs is niet direct gebroken tussen de vrouw en Jezus, maar toch… haar vraag van vandaag verraad dat ze bewust vragen gaat stellen (tekening van Harold Copping (1863-1932))

"De vrouw zeide tot Hem: Heere! Gij hebt niet om mede te putten, en de put is diep;
van waar hebt Gij dan het levend water?"
Johannes 4 : 11

"Hoe kan God nou de aarde in zes dagen hebben gemaakt?" Of: "Hoe zou een God, die helemaal ergens ver weggestopt in het heelal, nu weten wat er daar op die kleine planeet aarde in mijn hart leeft?" Of: "Hoe kan één sterfgeval (van Jezus) nou genoeg doen aan Gods toorn over de zonden van al die miljarden mensen die op aarde leven of hebben geleefd?" Of dichterbij: "Hoe kan God nou mijn dwarse hart bekeren tot Hem?" De vraag van de vrouw zou je in ditzelfde rijtje kunnen zetten. En ook in het rijtje van de argwanende Schriftgeleerden in de tempel (toen Hij nog twaalf was), maar ook de inwoners van Nazareth die zich afvroegen: "Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden? Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria?"

Een onbetwijfelde onmogelijkheid

Heeft Jezus levend water? De vrouw denkt direct aan fris, helder, stromend water. Geen dood, stilstaand, troebel water. Nou, dat is ook de reden waarom ze naar deze put komt. Deze Vreemdeling vraagt eerst aan haar om levend water te mogen drinken; en vervolgens draait Hij de rollen en om zegt dan dat zij aan Hem om drinken had moeten vragen. En Hij belooft erbij dat Hij het nog zal geven ook. Zij heeft een kruik of emmer waarmee ze kan putten, maar Hij… wat heeft Hij dan om mee te putten? Als Hij levend water wil aanbieden, maar Hij heeft er eerst haar kruik voor nodig, dan kun je niet echt spreken van 'geven'. Dan heeft niet zij Hem, maar Hij haar nodig.
Voor de vrouw is helder dat er iets raars in Jezus' woorden zit. Wat ze ook precies heeft gedacht, ze moet er toch een beetje lacherig, spottend wellicht, bij hebben gekeken. Met opgetrokken wenkbrauwen zegt ze: "Heere! Gij hebt niet om mede te putten, en de put is diep!" Zelfs al zou Jezus Zelf willen afdalen in de put om er met Zijn handen fris water uit op te halen, zou het nog niet gaan. Veel te diep. Wat een vreemde Vreemdeling!
Zo heb je veel kerkmensen die alleszins godsdienstig zijn, maar met menselijke maatstaven rekenen waar het Gods handelen betreft. Ze weten precies hoe een mens bekeerd moet worden. Ze weten waarlangs de weg moet gaan (ook al hebben ze vaak die weg nog niet zelf afgelegd). Ze weven hun godsdienstige verhalen langs menselijke mogelijkheden en duwen Gods mogelijkheden binnen de grenzen van hun eigen begrijpen. En anders kan het niet. De atheïst trekt alles over God in twijfel, de twijfelaar houdt het niet voor mogelijk, maar deze mensen doen vaak heel vroom en godsdienstig, maar ze bevinden zich heel dicht bij atheïsten, die God meten met menselijke maatstaven. Wat ze in een boekje lazen en met hun verstand konden volgen, waar ze een bekende structuur in ontdekten, dat is de waarheid.
Jezus, Die in Kana water in wijn veranderde, zou Hij niet fris helder water kunnen scheppen uit een putdiepe put, terwijl Hij gewoon naast de put bleef zitten? Zou Hij van het stof, waaruit Hij in Genesis 1 de mens formeerde, niet evengoed water hebben kunnen maken? Zou Hij, Die de wateren – waarover de Geest van God zweefde (broedde) – maakte en ze paal en perk stelde door het land dat Hij schiep, geen levend water kunnen scheppen? Niet scheppen met een emmertje, maar scheppen, uit niets doen ontstaan! Inderdaad heeft de vrouw nog niet door dat ze oog in oog staat met de Schepper van hemel en aarde en dat Hij uit al die miljoenen ook haar bij name kent!

Een betwijfelde mogelijkheid

Hoor je opeens de aarzeling in haar stem? Ze houdt dat levende water nog wel voor mogelijk, maar… loopt alleen vast met het 'hoe'; hóe krijgt Hij dat boven de grond en in haar kruik? Ze zegt niet "dat kan niet" en loopt dan weg. Ze blijft toch enigermate geïnteresseerd staan en stelt vragen. Weet je dat me dat enorm blij maakt? Mensen die niet achteloos aan het heil voorbijlopen (juist ook binnen de kerk), maar die vragen stellen. En die daarmee een deur op een kier zetten. Die toch hier of daar de mogelijkheid voor mogelijk houden dat hun verstand niet toereikend is. Dat ze iets over het hoofd zien, waar ze geen rekening mee hebben gehouden. Een mogelijkheid, betwijfeld wellicht, die voor God een zee aan kansen inhoudt.
Denk nog even met me terug aan enkele dagen eerder. Er was laatdunk, minachting en haat onder de farizeeën, omdat Jezus zo populair begon te worden. Hij was vertrokken; en wat zal het Hem gesmart hebben. Jeruzalem, Jeruzalem… Ik heb geroepen, maar je luisterde niet. Ik heb Mij over je willen ontfermen, maar je haatte Mij. En hier staat een godsdienstige samaritaanse, die even verstrikt zit in haar godsdienst als de Joden in Jeruzalem. Even wettisch denkt en leeft (hoewel haar levensstijl wetteloos was), maar die gaat nadenken, gaat twijfelen aan zichzelf, heel pril nog, en die gaat vragen: "Waar hebt U dan dat levende water vandaan?"
Voor zich strekt zich een Rode Zee aan onmogelijkheden uit, aan haar zijden heffen de bergen van onwaarschijnlijkheid zich hoog op, maar achter haar nadert de dorst en hoe dan ook, levend water is een uitkomst. Nou, als jij nog naast die Joden in Jeruzalem staat of naast deze vrouw in Samaria, blijf dan nog goed luisteren de komende dagen, naar hoe dit verder zal aflopen. En trek alvast enkele lessen uit de woorden van deze dagtekst en wat we er daarnet over hebben overdacht. Levend water… de dorst moet toch iets met je geestelijke tong doen, als je het woord 'levend water' hoort vallen, niet?