Posts tonen met het label ongeloof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ongeloof. Alle posts tonen

zaterdag 22 juli 2017

Hoe tem je een twijfeldraak?

“Nog een kleinen tijd en de wereld zal Mij niet meer zien; maar gij zult Mij zien;
want Ik leef en gij zult leven.”
Johannes 14 : 19

Veel christenen willen goede maatjes worden met de twijfeldraak, zoals in deze film. Maar dat is een gevaarlijke weg. Geduld met zwakke gelovigen staat niet gelijk aan geduld met hardnekkige verwerpers van Jezus' opstanding en Gods zondaarsliefde.


Christenen zijn mensen met andere ogen. Dat geeft in de wereld nogal vervelende discussies, waar zij zich echter niet door moeten laten afleiden. Als de wereld de evolutietheorie omarmt, omdat die voor hen zichtbaarder (begrijpelijker) is, dan moeten we daar ons niet aan conformeren! We moeten niet ons gelijk willen halen bij de wereld, want die is blind.

Om die reden snap ik prof. dr. G. van den Brink ook niet die haast spastisch probeert evolutionisme en creationisme met elkaar te vermengen en een aannemelijke deler wil creëren. Hij maakt zichzelf daarmee hom noch kuit. Ook al draagt hij discutabele Bijbelteksten aan die wij niet 1-2-3 kunnen verklaren. Geloof en ongelovige wetenschap kunnen prima naast elkaar blijven bestaan, in die zin dat het heel normaal is dat de wereld niet kan geloven wat de Bijbel zegt. Accepteer dat maar. Die blindheid hadden wij ook bij onze geboorte, dus verhef je zeker niet. Maar probeer geen compromis te sluiten, want je loopt vast en verliest het geloof. Zelfs niet 'beter een half ei dan een lege dop'. Nee… het volle ei en houd je verre van de lege dop!

Zalig die niet heeft gezien en tóch geloofd

Jezus is daar in zekere zin zelfs glashard in. "Jullie zullen me zien, waarachtig zal dat zo zijn. Maar de wereld niet. Want die is blind! Verbaas je daarover dan ook niet, maar bidt om geopende ogen die verder zien. Bidt om andere ogen, die aan een half woord genoeg hebben en geen sluitend bewijs eisen."
Dat kerkmensen daar zelf ook in vast lopen bewijst wel de dodelijke strijd over het 'sluitende bewijs' van hoe de uitverkiezing in elkaar zit. Hoe dat zit met de spanning tussen de oproep tot geloof en de gave van het geloof. Laat die spanning er maar in zitten. Dan ben je des te sterker aangewezen op het geloof. Ik snap het niet, ik zie het niet, maar ik geloof het, want de HEERE heeft het gezegd, dus zal het ooit blijken waar te zijn!
Al direct na Jezus’ dood op de meest goede Vrijdag van de totale wereldgeschiedenis. Het juist deze dag waar Jezus bij Zijn wederkomst naadloos op aan zal sluiten. De wereld zag Hem niet meer en verklaarde Hem dood. Maar op die eerst volgende dag in hun beleving zal Hij verschijnen op de wolken en zal werkelijk álle knie zich buigen. In de tussentijd, die te verwaarlozen is, zal de wereld haar slotconclusie blijven onderstrepen: Jezus is dood en dus mislukt. Dat krijg jij niet uit hun hoofd gepraat. Je kunt wel jouw geloofsvisie daar tegenover stellen. Dat deed Paulus ook op de Areopagus. Voor hem was de opstanding van Jezus een niet-discutabel geloofsfeit waar hij niet over in de debat ging. Wel ging hij in debat met de wijsgeren over het feit dat God de wereld geschapen heeft en daarom recht op hen had. Zij deden met hun eigen wijsheid alsof er meer goden waren en ze wrongen zich, ondanks hun feilloze wijsheid, in bochten om die goden te temmen. Hoe tem je een draak? Maar deze draak uit de afgrond laat zich niet temmen. Dat is een mythe.
Maar God hoef je niet te temmen: Hij vraagt naar jouw hart. En het is de vraag dus: hoe temt de Heilige Geest jouw hart? Wie gaat zien dat de werkelijkheid dus precies andersom in elkaar zit dan onze door de zonde verdorven ratio ons wil wijsmaken, vallen de schellen van de ogen. Die gaat zien, zoals hij nog nooit gezien heeft. Het is een hemelse ironie en je schaamt je 'kapot' voor jezelf. Al die veilig en feilloos opgebouwde waarheidjes die een passend systeem leken, vallen als een kaartenhuis in elkaar en het blijkt klinkare onzin te zijn. Weg wijsheid. Schade en drek.
De atheïst gaat zien dat God wel degelijk bestaat. De evolutionist gaat zien dat God wel degelijk de Schepper is en dat de waarheidsclaim niet op de zes dagen of op de schepping zelf ligt, maar op de nog steeds onbeantwoorde vraag: "Mijn zoon, geef Mij je hart! De orthodoxe refo die halsstarrig wil ontkennen dat God in liefde dingt om zijn of haar hart, gaat zien dat de uitverkiezing helemaal geen twistpunt is, maar dat alles klip en klaar is en dat de discussie ten diepste gaat over of hij/zij zich voluit wíl overleveren aan de HEERE.
 

Omdat Hij leeft ben ik niet bang

Het feit dat Jezus is opgestaan mag geloofd worden en is aan geen devaluatie onderhevig, zelfs al zou de gehele wereld ontkennen dat Jezus is opgestaan. Al zeggen zij ook allen dat Jezus niet is opgestaan, nochtans ís Hij opgestaan. Te vrezen is dat zij het eerder hoopten dan geloofden dat Hij dood is en dat dood dood is. Ze moesten er niet aan denken dat Hij tóch was opgestaan. Want als Hij was opgestaan, dan was heel hun strijd ijdel; en als hun strijd ijdel was dan was ook heel hun ongeloof ijdel; en dan moesten zij erkennen dat ze de ellendigsten van alle mensen waren en dat die gelovige christenen uiteindelijk toch de gelukkigste keuze hadden gedaan door zich over te geven en aan Jezus toe te vertrouwen.
Jezus doet er een belofte bij (zoals Hij dat ook bij de sacramenten doet): een bewijs dat zij eenmaal niet door het geloof maar door het aanschouwen zullen zíen dat Hij leeft. Dat bewijs zal Hij gaan leveren door Zijn opstanding. Daar zullen zij allen getuigen van zijn (op Judas na). En als ze dát zien, mogen zij zeker weten dat ook hun sterfelijke lichamen eenmaal zullen opstaan. Ze mogen vast geloven dat zij eenmaal Hem weer fysiek zullen zien. Om dat getuigen overtuigend te laten zijn verscheen Jezus meerdere malen aan hen; aan sommigen zelfs heel persoonlijk. Er was er niet een meer die nog hoefde te twijfelen!
Echter, twijfel is een hardnekkige draak die zich niet gemakkelijk laat temmen. In Mattheüs lezen we: "En als zij Hem zagen, baden zij Hem aan; doch sommigen twijfelden." De Kanttekeningen nemen ons mee naar Lukas 24 om te laten zien hoe Jezus dat oplost:
En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten? Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb. En als Hij dit zeide, toonde Hij hun de handen en de voeten. En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten? En zij gaven Hem een stuk van een gebraden vis, en van honigraten. En Hij nam het, en at het voor hun ogen.
Wat een geluld van de Heiland! Omdat Hij niets liever wil dan dat ze overtuigd van de waarheid van Zijn opstanding zijn. Hij komt het twijfelende hart zóver tegemoet, dat je als mens al lang had gezegd: "Ja jongens, als jullie blijven twijfelen aan Mijn oprechte welmenendheid, dan zoeken jullie het maar uit!" Maar zo is Jezus niet. 
Daarom moeten wij peilen of ongeloof uit een hard hart komt of uit een zwak hart. Wij zijn weliswaar geen hartenkenners, maar je kunt heel simpel zíen hoe mensen hun twijfel uiten. Spotten zij door grove – of juist gemakkelijk gekozen vrome – woorden? Of belijden zij met tranen in de ogen dat ze die draak van de twijfel maar niet kunnen temmen? Neem ze aan de hand en breng ze bij de Opperdrakentemmer, want ook jij kon dat niet in eigen kracht. Misschien kreeg je wel heel veel genade om die twijfeldraak te temmen, maar genade is geen bezit. En al helemaal geen eigen kracht!

Maar als de twijfel als wapen wordt gebruikt om het ongeloof een weg te banen in de gemeente, dan hebben we ook scherp te zijn. Want met zwakheid moeten we geduld hebben, maar met aversie weten we ons geplaatst tegenover een vijand die van God een karikatuur wil maken. Dan gaat het om pure ketterij! Paulus vertrok toen hij de aversie op de Areopagus ervoer. En menigmaal liet hij de Joodse leiders links liggen, toen zij hun vroomheid en spitsvondigheid gebruikten om zichzelf te kunnen blijven. Nu eens vertrekt hij naar een andere stad, dan weer verkast hij naar de sportschool van een Tyrannus bijvoorbeeld of het huis van Lydia. Het gaat zelfs verder dan het gezegde 'paarlen voor de zwijnen'. “Want er moeten ook ketterijen onder u zijn,” zo zegt Paulus ergens, “opdat degenen, die oprecht zijn, openbaar mogen worden onder u.” Da's best een harde noot. Bidt om wijsheid daarin, opdat je geen brokken maakt! Maar wees nooit bang, twijfel niet aan Jezus' hulpvaardigheid, want omdat Hij leeft ben ik vandaag niet bang voor morgen!

vrijdag 13 november 2015

Als dorst je kwelt en levend water ter sprake komt

Het ijs is niet direct gebroken tussen de vrouw en Jezus, maar toch… haar vraag van vandaag verraad dat ze bewust vragen gaat stellen (tekening van Harold Copping (1863-1932))

"De vrouw zeide tot Hem: Heere! Gij hebt niet om mede te putten, en de put is diep;
van waar hebt Gij dan het levend water?"
Johannes 4 : 11

"Hoe kan God nou de aarde in zes dagen hebben gemaakt?" Of: "Hoe zou een God, die helemaal ergens ver weggestopt in het heelal, nu weten wat er daar op die kleine planeet aarde in mijn hart leeft?" Of: "Hoe kan één sterfgeval (van Jezus) nou genoeg doen aan Gods toorn over de zonden van al die miljarden mensen die op aarde leven of hebben geleefd?" Of dichterbij: "Hoe kan God nou mijn dwarse hart bekeren tot Hem?" De vraag van de vrouw zou je in ditzelfde rijtje kunnen zetten. En ook in het rijtje van de argwanende Schriftgeleerden in de tempel (toen Hij nog twaalf was), maar ook de inwoners van Nazareth die zich afvroegen: "Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden? Is deze niet de timmerman, de zoon van Maria?"

Een onbetwijfelde onmogelijkheid

Heeft Jezus levend water? De vrouw denkt direct aan fris, helder, stromend water. Geen dood, stilstaand, troebel water. Nou, dat is ook de reden waarom ze naar deze put komt. Deze Vreemdeling vraagt eerst aan haar om levend water te mogen drinken; en vervolgens draait Hij de rollen en om zegt dan dat zij aan Hem om drinken had moeten vragen. En Hij belooft erbij dat Hij het nog zal geven ook. Zij heeft een kruik of emmer waarmee ze kan putten, maar Hij… wat heeft Hij dan om mee te putten? Als Hij levend water wil aanbieden, maar Hij heeft er eerst haar kruik voor nodig, dan kun je niet echt spreken van 'geven'. Dan heeft niet zij Hem, maar Hij haar nodig.
Voor de vrouw is helder dat er iets raars in Jezus' woorden zit. Wat ze ook precies heeft gedacht, ze moet er toch een beetje lacherig, spottend wellicht, bij hebben gekeken. Met opgetrokken wenkbrauwen zegt ze: "Heere! Gij hebt niet om mede te putten, en de put is diep!" Zelfs al zou Jezus Zelf willen afdalen in de put om er met Zijn handen fris water uit op te halen, zou het nog niet gaan. Veel te diep. Wat een vreemde Vreemdeling!
Zo heb je veel kerkmensen die alleszins godsdienstig zijn, maar met menselijke maatstaven rekenen waar het Gods handelen betreft. Ze weten precies hoe een mens bekeerd moet worden. Ze weten waarlangs de weg moet gaan (ook al hebben ze vaak die weg nog niet zelf afgelegd). Ze weven hun godsdienstige verhalen langs menselijke mogelijkheden en duwen Gods mogelijkheden binnen de grenzen van hun eigen begrijpen. En anders kan het niet. De atheïst trekt alles over God in twijfel, de twijfelaar houdt het niet voor mogelijk, maar deze mensen doen vaak heel vroom en godsdienstig, maar ze bevinden zich heel dicht bij atheïsten, die God meten met menselijke maatstaven. Wat ze in een boekje lazen en met hun verstand konden volgen, waar ze een bekende structuur in ontdekten, dat is de waarheid.
Jezus, Die in Kana water in wijn veranderde, zou Hij niet fris helder water kunnen scheppen uit een putdiepe put, terwijl Hij gewoon naast de put bleef zitten? Zou Hij van het stof, waaruit Hij in Genesis 1 de mens formeerde, niet evengoed water hebben kunnen maken? Zou Hij, Die de wateren – waarover de Geest van God zweefde (broedde) – maakte en ze paal en perk stelde door het land dat Hij schiep, geen levend water kunnen scheppen? Niet scheppen met een emmertje, maar scheppen, uit niets doen ontstaan! Inderdaad heeft de vrouw nog niet door dat ze oog in oog staat met de Schepper van hemel en aarde en dat Hij uit al die miljoenen ook haar bij name kent!

Een betwijfelde mogelijkheid

Hoor je opeens de aarzeling in haar stem? Ze houdt dat levende water nog wel voor mogelijk, maar… loopt alleen vast met het 'hoe'; hóe krijgt Hij dat boven de grond en in haar kruik? Ze zegt niet "dat kan niet" en loopt dan weg. Ze blijft toch enigermate geïnteresseerd staan en stelt vragen. Weet je dat me dat enorm blij maakt? Mensen die niet achteloos aan het heil voorbijlopen (juist ook binnen de kerk), maar die vragen stellen. En die daarmee een deur op een kier zetten. Die toch hier of daar de mogelijkheid voor mogelijk houden dat hun verstand niet toereikend is. Dat ze iets over het hoofd zien, waar ze geen rekening mee hebben gehouden. Een mogelijkheid, betwijfeld wellicht, die voor God een zee aan kansen inhoudt.
Denk nog even met me terug aan enkele dagen eerder. Er was laatdunk, minachting en haat onder de farizeeën, omdat Jezus zo populair begon te worden. Hij was vertrokken; en wat zal het Hem gesmart hebben. Jeruzalem, Jeruzalem… Ik heb geroepen, maar je luisterde niet. Ik heb Mij over je willen ontfermen, maar je haatte Mij. En hier staat een godsdienstige samaritaanse, die even verstrikt zit in haar godsdienst als de Joden in Jeruzalem. Even wettisch denkt en leeft (hoewel haar levensstijl wetteloos was), maar die gaat nadenken, gaat twijfelen aan zichzelf, heel pril nog, en die gaat vragen: "Waar hebt U dan dat levende water vandaan?"
Voor zich strekt zich een Rode Zee aan onmogelijkheden uit, aan haar zijden heffen de bergen van onwaarschijnlijkheid zich hoog op, maar achter haar nadert de dorst en hoe dan ook, levend water is een uitkomst. Nou, als jij nog naast die Joden in Jeruzalem staat of naast deze vrouw in Samaria, blijf dan nog goed luisteren de komende dagen, naar hoe dit verder zal aflopen. En trek alvast enkele lessen uit de woorden van deze dagtekst en wat we er daarnet over hebben overdacht. Levend water… de dorst moet toch iets met je geestelijke tong doen, als je het woord 'levend water' hoort vallen, niet?

zondag 30 augustus 2015

Ben jij nou een leraar?!

"Nicodemus antwoordde en zeide tot Hem: Hoe kunnen deze dingen geschieden?
Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zijt gij een leraar van Israël, en weet gij deze dingen niet?"
Johannes 3 : 9-10

Kort door de bocht gezegd kan iemand die zich slechts richt op de wet niets begrijpen van de Heilige Geest en Zijn werk. Want wie zich nooit verdiept in het werk van de Heilige Geest, ja wie nooit zover komt om over die dingen na te denken, begrijpt ten diepste Gods bedoeling met de wet niet. Gods geboden zijn openbaring van Wie Hij is; niet van een stel regels die behoren bij een bepaalde lifestyle. Jezus begint hier tegen een geestelijke jurist over ongrijpbare zaken. Ik snap die verwarring bij Nicodémus wel; want die kom ik vandaag de dag nog steeds tegen.

Wat Nicodémus niet snapt

"Hoe kunnen deze dingen geschieden?" is de vraag van Nicodémus. Oppervlakkig lezend zou je de indruk kunnen krijgen dat hij zegt: "Hoe kan dat nou?" Met een ongelovige blik en een spottende trek zie ik Nicodémus naar Jezus kijken. Voor ik het weet heb ik Nicodémus ingekleurd als een atheïst; althans iemand van het genre 'eerst zien dan geloven'. Ik vergalloppeer me echter, als ik zo denk, want al eerder heb ik aangegeven met welk motief hij hier bij Jezus zit. Ook al kan hij het niet allemaal op een rijtje krijgen, die Jezus maakt wel diepe indruk op hem. Hij wi het echter kunnen inpassen in zijn eigen kaders; daar zit het probleem. Want Jezus' Evangelie past niet zo best in zulke kaders. En voor iemand die misschien al een eeuw in een bepaald patroon heeft leren denken en spreken, valt het niet mee om opeens alles over boord te gooien. Bij wijze van spreken is een totaal ongelovige makkelijker over te halen de waarheid van Jezus' visie te geloven, dan een conservatief traditioneel-dogmatisch denker.
Wat Nicodémus niet snapt is hoe wedergeboorte werkt. Moet hij uit water en Geest worden geboren? Lees eens hoe Dächsel deze tekst met een paar woorden uitbreidt en zo leesbaarder maakt en lees ook zijn uitleg erbij:

"Had Nikodemus vroeger over het wederom (vs. 4) zijne bedenkingen gemaakt, nu doet hij het over het uit water en Geest. Hij antwoordde en zei tot Hem: Hoe kunnen deze dingen geschieden? Hoe kan iemand uit water en Geest een geheel nieuw mens worden? Israël is toch geen volk als andere volken, als de heidenen, dat het zich eerst tot God zou moeten bekeren. Het staat al in verbond met Hem. Het is niet zonder de Geest van God, maar heeft door Mozes de wet van de Heere ontvangen. Hoe kunt u dan een geheel nieuwe geboorte verlangen? Waarin zou die moeten bestaan?De Heere had Nikodemus de wezenlijkheid van de zaak getoond en Nikodemus vraagt naar de mogelijkheid. Trouwens, wetenschappelijke mensen worden doorgaans zeer langzaam gewonnen. Men zou zeggen, zij, die zulke beschaafde en schrandere mensen zijn, moesten het eerst de zaak begrijpen, maar zijn alleen schrander in het begrijpen van de zaken, die in hun richting liggen, maar uiterst onvatbaar voor het tegenovergestelde. Zij willen altijd weten, niet geloven; zij kunnen de zaken van het geloof niet begrijpen en dat, zo dunkt hen, moet er toch bij komen zullen zij toegeven. Maar de Heere weet alle natuur van de mensen te temmen, die van de ruwe visser en van de tijd beschaafde Farizeeër, die van de moordenaar aan het kruis en van de woedende Saulus, die als een heilige van de synagoge vereerd werd. Voor allen heeft Hij een afzonderlijk woord, een bijzondere toon, waarop Hij het uitspreekt en een bijzonderen greep in de consciëntie, waardoor Hij binnenkomt. 
Wat Dächsel hier aanroert is het denken van de joodse leidslieden die zich beroemen op het Verbond van God. Israël is toch al apart gezet? Daar hoeft toch niets bij. Een verbondsvolk hoeft toch niet meer te worden bekeerd? Dat is het al, nietwaar? 

Wat Jezus verbaast
Verbaasd klinkt Jezus' antwoord: "Ben jij een leraar en heb je deze kennis niet aan boord?" Predikers die over dingen moeten praten waar ze niets van kennen, zijn een ramp voor de kerk. Maar predikers die onderwerpen, die ze juist als éérste zouden moeten kennen, zijn nog een veel grotere ramp. De eerste categorie zou je in het kamp van Harrie Kuitert en Klaas Hendrikse kunnen vinden. Maar evengoed in de hoek van vormpredikers zonder geestelijke kennis. En die laatste kom je helaas kerkbreed tegen.
Maar de tweede categorie is listiger. Zijn omzeilen veel Bijbelteksten die over het werkelijke werk van de Heilige Geest gaan. Over de vreugde in God en de begeerte van God. Over geestelijke groei en geestelijke vrucht. Ze hebben het liever over veilige zaken, zoals dat de mens uiteindelijk slechts zondaar blijft en dat het met de mens nooit wat wordt. In veel van die preken komt God spaarzamelijk aan bod en dan wel zo dat Hij wordt getekend al toornend over de zonde. Het werkelijke leven met God staat ver van ons bed en daar moeten we het maar mee doen.
Als Jezus echter oproept om bezig te zijn met wedergeboorte en bekering, worden wenkbrauwen opgetrokken. Wedergeboorte en bekering? Zijn dat geen heel hoge woorden? Onbereikbaar voor ons mensen? En inderdaad zijn dat heel hoge woorden en onbereikbaar voor ons mensen. Maar… het is ook niet de bedoeling dat we dat zelf gaan creëren; we moeten het hebben van het werk van de Heilige Geest. En elk geroepen prediker moet dat eerst zelf kennen, voordat hij waarachtig prediker van deze zeer blijde boodschap kan zijn. Immers, een onbekeerde snapt God niet. Kent Hem niet echt. Hij kan dan hooguit wetenschappelijk over hem praten en slechts fragmenten kopiëren van andere, godvrezende, predikers uit vroeger eeuwen.
Maar Jezus prikt met een zekere furieusheid door al die schijn-bevindelijkheid: "Ben jij een leraar, een geestelijk leider, van Israël? En ken je deze essentiële zaken niet? Hoe kan een blinde een blinde leiden? Zullen ze niet beiden in de gracht vallen?" Inderdaad is Jezus' verbazing ook voor een deel verontwaardiging en een zeer terechte vraag naar de waarachtigheid van de roeping van dit soort predikers.

Kon Nicodémus dit weten?
De vraag is tenslotte: kon Nicodémus dit allemaal weten? Stelde Jezus hem terecht verantwoordelijk voor zijn onkunde? Dat is misschien een open deur. Hedendaagse predikers kunnen deze zaken zeker weten omdat zij het NIeuwe Testament hebben. Maar Nicodémus moest het hooguit met de preken van Jezus doen.
Niettemin: de Kanttekeningen wijzen terecht naar het feit dat deze zaken hem niet onbekend hadden moeten zijn, omdat ze door de profeten in het Oude Testament klaar en duidelijk en meermaals zijn verkondigd. Misschien denk je dat de Heilige Geest en het werk van de wedergeboorte niet zo nadrukkelijk aan de orde komen als in het Nieuwe Testament. Toch zegt Jezus ten diepste niets nieuws maar bouwt Hij nadrukkelijk voort op het fundament dat middels profeten en psalmisten.
Op een site van de 'Vergadering der gelovigen' vond ik het volgende en geef het met enige voorzichtigheid door: 

"De wedergeboorte is direct verbonden met de uitstorting van de Heilige Geest. Dit is vooral duidelijk te zien in Ezechiël 36. De wedergeboorte was onbekend in het Oude Testament en werd alleen in 'type' aangeduid in de profetieën die pas in vervulling zouden gaan bij de komst van de Messias om het vrederijk te stichten, namelijk in Ez 36:25-27 (Ik zal u een nieuw hart en een nieuwe geest geven... ik zal Mijn Geest geven) en in Joël 2:28-32 (Ik zal mijn Geest uitgieten). Dit zijn beloften voor de toekomst, en de vervulling is nog steeds toekomst."

Wikipedia stelt dat wedergeboorte slechts met toespelingen in het Oude Testament voorkomt. Dezelfde tekst uit Ezechiël wordt daar aangehaald. Verder is op Wikipedia te lezen:
"De wedergeboorte betekent binnen het christendom een totale toewending van de mens naar God door Diens genade. Met de wedergeboorte wordt aangegeven, dat geloven zich niet beperkt tot het aanvaarden van het geloof als een verzameling leerstellingen, maar begint met een bewust evangelische levenswijze. Christenen geloven dat hiermee zowel in het innerlijke leven (denken, ervaren, gevoelen) als in het uiterlijke, zichtbare leven grote veranderingen optreden. De levenskeuzen van deze christenen worden vanaf de wedergeboorte geheel bepaald door de boodschap van het geloof. Voorbeelden van een radicale omkeer zijn Paulus en Augustinus. Paulus werd van vervolger een prediker van het christelijke geloof. Augustinus werd van een heidens rethor een belangrijk dienaar van de Kerk."
Hoewel de uitstorting van de Heilige Geest nog moest komen, kende men in het Oude Testament natuurlijk wel deze 'toewending tot God'. De termen 'geboren worden uit water en Geest' waren Nicodémus natuurlijk niet zo bekend, maar het zou wel aannemelijk zijn dat hij bij Jezus' uitleg dingen moest herkennen. Hoe Nicodémus verder heeft geluisterd weten we niet, maar Jezus woorden hebben zeker ingang in zijn hart gevonden. Zaak is dat wij, die na de uitstorting van de Heilige Geest zijn geboren, echt weet hebben van deze zaken en het anderen met graagte uitleggen en aanprijzen hoe rijk het leven met de HEERE is! Ben jij al een 'leraar in Israël'?

donderdag 21 mei 2015

Zalig die niet gezien en tóch geloofd heeft

"Daarna is Hij geopenbaard aan de elven, daar zij aanzaten, en verweet hun hun ongelovigheid en hardigheid des harten, omdat zij niet geloofd hadden degenen, die Hem gezien hadden, nadat Hij opgestaan was.."
Markus 16 : 14


Naar deze verschijning werkte Markus toe, met zijn 'en zij geloofden ook die niet'. Het verwijt van Jezus klinkt ons misschien hard in de oren, maar er is zeker de onmiskenbare ondertoon van liefde in te ontdekken. Toch is er ook een toon van verdriet en teleurstelling. Hoeveel meer hoorbare bewijzen heb je nodig?


Ongeloof of ongelovigheid?

In het evangelie van Markus staan de dingen vanaf Pasen in een rap tempo beschreven. Slechts een paar ontmoetingen worden ons beschreven en dan ook nog vanuit een speciaal perspectief. Was het Petrus die deze dingen juist zo accentueerde tegenover Markus? Was het de beschaamdheid over zijn eigen grote mond "Al verlieten ze U ook allemaal, ik niet!"? Hij pleit zich in ieder geval niet vrij door zijn persoonlijk onderonsje met Jezus te laten beschrijven. Hij sluit zich volkomen in bij de kring hardnekkige twijfelaars.
In de tekst springen de woorden 'verweet' en 'ongelovigheid' direct in het oog. Klonken Jezus' woorden werkelijk zo hard? Was verwijt de toon van Zijn groetenis? Laten we eerst kijken wat het woord 'ongelovigheid' inhoud. Is het ongeloof? Dat kan, maar het is breder: gebrek aan geloof, zwakheid in het geloof, of – en dat is ook een scherpe kant van dit woord – trouweloosheid. Petrus had onvoorwaardelijke trouw tot de dood gezworen, maar hij was nog dieper gevallen dan zijn vrienden. Op zijn zachtst gezegd bedoelde Jezus in ieder geval hun gebrek aan geloof. Hij was nog wel zo concreet en pastoraal geweest vlak vlak voor Zijn sterven. Hij had hen de beperktheid van Zijn graflegging beschreven. Hij had hun Zijn opstanding voorzegd in diverse toonaarden. En na Zijn opstanding had Hij meerdere getuigen van het lege graf gestuurd. En keer op keer blijft het geloof onder de maat om aan te nemen wat Hij beloofd had. Herken je dat? Is verwijt dan niet op zijn plaats, om tot inkeer te brengen?


Onwil of onmacht?

Er staat nog iets extreem hards in onze tekst: Jezus maakt een verwijt over de hardheid van hun hart. Eigenlijk de verstoktheid van hun hart. Het woord 'skleros' betekent stijf, hard of hinderlijk. Die onbuigzame ongelovigheid werd de verhindering dat zij zich konden verheugen in de opstanding van Jezus. 
Je kunt dat afdoen met onmacht vanwege het verdriet. Je kunt het zelfs willen afdoen met dat God hun hart verstokt hield, net als bij Farao. Maar daar kom je niet mee weg. Vraag het de elven zelf. Je merkt reeds hier, maar zeker ook later, dat zij hier amen op zeiden. Ja inderdaad, Heere, U had het voorzegd. O hoe hebben we toch zo kunnen twijfelen. Hoe moeilijk hebben we het de boodschappers gemaakt. We zetten hen weg als jokkers. Schande en daardoor schade.
Het waren stuk voor stuk kinderen van God. Dat sluit vijandelijke aanvallen van twijfel en ingelovigheid niet uit. Laten we door deze tekst zijn gewaarschuwd.
Jezus neemt met dit verwijt de vrouwen en de andere getuigen in bescherming die wel direct geloofden. Hem treft dit verwijt niet, hoewel de Emmaüsgangers hun eigen pakketje van Jezus kregen, onderweg! Zie hoe liefdevol Jezus hier handelt. De lijn van Markus is het voortdurend ongeloof. De lijn van Jezus is het toewerken naar geloofdoorbraak.

dinsdag 28 april 2015

Een treurig refrein

"En na dezen is Hij geopenbaard in een andere gedaante, aan twee van hen, daar zij wandelden, en in het veld gingen. Dezen, ook heengaande, boodschapten het aan de anderen; maar zij geloofden ook die niet."
Markus 16 : 12-13


Daar zijn ze, de Emmaüsgangers. We kennen ze wel, zelfs deels bij name, maar wat weten we echt van ze? De Bijbel vertelt er haast geheimzinnig over. Natuurlijk kun je dat afdoen met ' dat is dus niet belangrijk', maar soms is het niet verkeerd toch eens wat buitenbijbelse bronnen te lezen. Daarnaast lijken deze verzen in strijd met het verhaalde uit Lukas 24. Lees maar eens mee.

Geen namen

In het evangelie van Markus worden geen namen genoemd van de reizigers naar Emmaüs; zelfs het reisdoel wordt achterwege gelaten. Markus is sumier in zijn beschrijving. Het gaat hem vooral om de ontmoeting die als bewijs dient van Christus' opstanding. Hij rijgt ook de ene ongeloofkraal aan de andere ongeloofkraal, zodat er een ketting van ongeloof ontstaat. En die rijgt zich zelfs tot aan de Hemelvaatsdag. Maar daar kom ik zo op terug.
Wie was Kleopas? En wie was zijn metgezel? Er zijn bronnen die Kleopas en Klopas als één en dezelfde persoon beschouwen. Dan zou je tot de conclusie kunnen komen (en lees het maar eens rustig na op deze site) dat Klopas, Alfeüs en Kleopas dezelfde figuur vormen. Er zijn er die zover gaan dat de metgezel van Kleopas dus Maria, zijn vrouw, moet zijn geweest. De aangereikte site doet uit de doeken dat dat met simpele sudoku-logica ergens een keer gaat wringen.
Het is opmerkelijk dat deze geschiedenis eigenlijk alleen maar door Lukas breed beschreven staat. En het is het meest aannemelijk dat de metgezelf van Kleopas dus Lukas was. Juist de gedetailleerde beschrijving van Jezus' vertoning bij het breken van het brood en hoe Hij wegkwam uit hun ogen, maken dat het vermoeden sterk wordt dat Lukas dit met eigen ogen heeft gezien.
Vooralsnog blijft het onduidelijk wie Kleopas was; hij was vrijwel zeker een van de zeventig die werden uitgezonden door Jezus. En laten we wel zijn, daar weten we verder bijna geen namen van. Ze worden de 'zeventigen' genoemd, maar namen ontbreken.
Niettemin waren Kleopas en zijn vriend nauw betrokken op Jezus; behoorden tot de kring rondom de Heiland, maar… legden alle dingen die de Heiland had geleerd vanuit hun eigen interpretatie uit. Wij dachten dat… en wij hoopten dat…

Geen details

Markus, die ook tot de nauwe kring van Jezus geliefden behoorden, hoewel hij nog jong was, putte zijn evangeliestof vooral uit Petrus; hoewel hij natuurlijk door de Heilige Geest was geïnspireerd. Het is soms maar net aan wie je de details vraagt; je bent dan afhankelijk van hoe die ander de samenhang van de dingen ziet. Het is dus belangrijk zélf te onderzoeken, te overleggen en te mediteren. Laat dat vooral een les zijn!
Over de ontmoeten van Jezus en de reizigers in het veld wordt wel erg sumier beschreven. Geen reis naar Emmaüs, geen vraag om mee te eten, geen beschrijving van de maaltijd en de verhalen en exegese van de Heiland. Markus beperkt zich tot een losse-flarden-versie: "Vervolgens toonde Jezus Zich in een andere gedaante aan twee mannen die door het veld reisden. Zij boodschapten het ook aan de discipelen, maar ook hen geloofden de discipelen niet!"
Jezus in een andere gedaante, is dus: Jezus onherkenbaar voor deze twee mensen. Hoe herkenden zij Hem, zodat zij blij nieuws te vertellen hadden? Markus gaat er blijkbaar vanuit dat iedereen het verhaal zelf wel kent, maar de essentie van zijn boodschap is: continue ongeloof. Hij wil dus iets anders zeggen, dan alleen een verslag van wat er gebeurd is.

Geen geloof

Even verderop stelt Markus: "Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden." Hij wil dus duidelijk maken aan de lezers van zijn evangelie, dat het op geloven aankomt!
Ook Mattheüs zet die kanttekening bij zijn evangelie, als hij erop wijst dat – zelfs toen Jezus Zich vertoonde aan de Zijnen – de discipelen voortduren werden overmand door twijfel en ongeloof. "En als zij Hem zagen, baden zij Hem aan; doch sommigen twijfelden." Terecht verwijt Hij hun hun ongeloof.
Ditzelfde element komt in de volgende verzen van Markus 16 nogmaals naar voren, daarom laat ik het voor dit moment rusten. Waar het me vandaag om gaat is dat je samen in de kerk kunt zitten onder dezelfde prediking, maar dat het geloof bij de ene doorbreekt en wordt versterkt bij voortduur, terwijl anderen alsmaar blijven twijfelen. Je kunt daar moedeloos van worden. Hoe laag moet de drempel nu nog liggen? Hoe duidelijk moet de voorganger het nu nog zeggen? Hoe eenvoudig moet het evangelie nu nog worden gepreekt? Hoe heerlijk moet de schat van het Evangelie nu nog worden uitgestald? Twijfel en ongeloof blijven hardnekkige vijanden en sterke wapens in satans hart. Als we dat nu een doorzagen; als we daarom des te sterker riepen tot de Opgestane Heiland: "Heere, zend Uw licht en waarheid… leidt ons door Uw Geest… breek door in kerk en vaderland!"