Posts tonen met het label Sichar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sichar. Alle posts tonen

vrijdag 11 december 2015

Jezus bevestigt Zijn belofte exact


Op onze pelgrimstocht door het leven zijn er af en toe ontmoetingen die ons bemoedigen en het zicht op Thuis versterken.


"En als hij nu afging, kwamen hem zijn dienstknechten tegemoet en boodschapten, zeggende: Uw kind leeft. Zo vraagde hij dan van hen de ure in welke het beter met hem geworden was; en zij zeiden tot hem: Gisteren te zeven ure verliet hem de koorts. De vader bekende dan, dat het op dezelve ure was in dewelke Jezus tot hem gezegd had: Uw zoon leeft."
Johannes 4 : 51-53a

In vers 47 en 49 zagen we dat Chûsas het woord 'afkomen' gebruikte. Dat heeft letterlijk de betekenis van naar beneden komen. Echter, Jezus ging niet mee naar beneden. Hij stuurde de man naar beneden en liet hem vergezeld gaan van Zijn Heilige Geest. De roeping van de man lag nog tot aan zijn sterven hier beneden. En dat geldt ook voor ons. Dat neemt niet weg dat Jezus ons bij tijden optrekt uit de diepten van dit aardse bestaan en ons even aan Zijn hart drukt, als voorproef van de eeuwige heerlijkheid. Een van die 'knuffels', met eerbied gesproken, ondervindt de man onderweg, terwijl hij de weg afdaalt van Kana naar Kapernaüm.

De volharding van vandaag

Toen God Abram riep uit Ur – en later uit Haran – gaf Hij hem slechts een bevel om te vertrekken. En hij ging, zonder iets te zien van waar God hem uiteindelijk zou brengen; geen idee waar hij uit zou komen en – naar ik vermoed – ook vast weleens twijfelend of het allemaal wel waar was wat hij had gehoord. Die reis duurde ettelijke jaren; wat een momenten zijn daarin geweest waar de satan had  kunnen binnendringen in het geloofsleven van Abram. De Bijbel zwijgt erover; stelt slechts dat hij volhardend doorreisde in het geloof, zonder de stad te zien of te kennen waarheen hij op weg was.
Deze hoveling Chûsas – laten we maar aannemen dat hij het is – wordt ook op pad gestuurd, zonder dat hij zekerheid heeft over de situatie van zijn lieve zoon. Er was nog geen WhatsApp, geen SMS of andere datacommunicatie om verbinding te hebben met het thuisfront. Hij had ook geen snelle Ferrari om zo snel mogelijk naar Kapernaüm te sjezen. Hooguit reed hij op een rijdier, maar dat is niet aannemelijk als we op de tijden letten die we lezen in de tekst. Want we lezen dat de reis van 25-40 kilometer nog niet ten einde is, als hij de volgende dag tijdens zijn afdaling zijn knechten tegenkomt, die inmiddels ook al een flink stuk hebben omhoog gelopen!
Tot dat moment moet zijn innerlijke gemoedsgesteldheid het doen met geloof, zonder aanschouwen. Het staat er slechts in een paar woorden, maar het is goed dat we daar even goed bij stilstaan. Herken je dat? Dat je niet kunt overzien waar het heen zal gaan in dit leven; dat het niet troost, wanneer je speculeert dat zekerheid misschien over een week, een maand of een jaar zal komen? Deze man heeft in onze ogen alles tegen qua religieusiteit ten opzichte van ons; maar hij mag een goed voorbeeld voor ons zijn. Hij gaat vandaag reeds in het geloof en de HEERE rekt die spanningsboog van dat geloof niet tot het oneindige op; luister maar.

De ontmoeting van morgen

Het is de andere dag. Hoe onwerkelijk zal de situatie in het hart van deze man zijn geweest. De herinnering aan het gesprek met Jezus, gisteren, ligt nog wel vers in zijn geheugen, maar met die herinnering moet hij deze morgen weer verder, op weg naar zijn jongen. Het verlangen naar huis maakt zijn voeten vaardig.
Hij heeft alweer enige tijd gelopen – is het een uur geweest of zijn het misschien wel vijf uren geweest? – als hij in de verte mensen ziet aankomen die hij kent. En wat meer, zij herkennen hem ook! Het zijn knechten uit zijn huishouding. Druk zwaaiend rennen ze de afstand tussen hun heer en zichzelf dicht. Wat kan dat betekenen? De man zal niet direct hun gezichten hebben gezien; het stralen van hun ogen was nog niet waarneembaar. Is het foute boel? Is zijn jongen tóch overleden… aanvechting en twijfel liggen zomaar op de loer, al lezen we er niets van!
Maar ze staan nog niet vlak voor hun heer, als hij al wel weet waarom ze hem tegemoet zijn gelopen: "Uw kind leeft!" Onwillekerug vraag je je af: waarom zijn deze knechten eropuit gestuurd? Want zij zullen niet zelf naar hun heer zijn gelopen; iemand moet hen hebben gestuurd. De jonge zoon? Of de moeder, Johanna? Ze hebben er bewust voor gekozen Chûsas niet langer in het ongewisse te laten. Daar spreekt liefde uit. Hij ging met zo'n bezwaard en bedroefd hart van huis! Nu willen ze hem zo snel mogelijk blij maken. De houding die je vandaag de dag nogal eens tegenkomt, "O, hij zal het vanzelf wel een keer horen", was hen vreemd. Ze waren dolgelukkig en wilden Chûsas er zo snel mogelijk in betrekken. Ze lijken wel op de herders die net uit de stal in Bethlehem komen. Of net als die vrouw uit de gelijkenis die haar penning weer gevonden had; of die herder, die zijn schaap had terug gevonden.

De bevestiging van gisteren

Al met al is er een dag verstreken. Het eerste dat Chûsas doet is vragen naar het tijdstip waarop de jongen is genezen. Zijn knechten weten het hem tamelijk precies te melden en terugrekenend concludeert hij dat die tijd exact overeenkomt met het moment waarop Jezus hem wegstuurde met de mededeling dat zijn zoon was genezen. Sterker nog: de knechten gebruiken dezelfde woorden als Jezus: "Uw zoon leeft!" (al noemen zij hem 'kind' in plaats van 'zoon'). Ze zeggen niet "uw kind is weer gezond", of "hij is weer beter geworden". Ook spreken ze niet over "hij is aan de beterende hand". De stelligheid waarmee Jezus' wonder wordt bekrachtigd is kenmerkend voor het werk van Christus. Geen half werk.
Met name die match met het tijdstip van de genezing is voor de man – wanneer hij werkelijk rentmeester Chûsas is – van doorslaggevend belang geweest. Het moet cijfermatig, exact kloppen. En het klopt! De man komt mij niet over als een zweverig gevoelsmens; meer als een rationele denker. Daarom is het eerste dat hij vraagt niet "Hoe is het gegaan?", maar "Om welke tijd werd mijn zoon gezond?".
De koorts was om zeven uur geweken; dat betekent volgens onze tijdsindeling: rond 13.00 uur. De man had Jezus dus midden op de dag ontmoet, net als die vrouw uit Sichar! Jezus werkt de hele dag! Op het snikheetste moment zelfs. Ik ga ervan uit dat de man niet direct is omgekeerd op dat snikhete moment, maar toch zal hij de vorige dag nog wel een uur of vier hebben kunnen lopen. Ik vermoed dat de knechten vrijwel direct na het wonder van de genezing zijn vertrokken; wellicht wilde Johanna het nog even afkijken, omdat zij niet kon begrijpen wat er zo opeens gebeurde met haar kind. Jezus was er immers nog niet en tóch werd haar zoon opeens gezond! Het leek haar een wonder buiten Jezus om; niets was minder waar.
Maar terugrekenend zullen ze dus vandaag hooguit een uur of twee hebben gelopen en elkaar ergens halverwege in de heuvels van Galilea hebben ontmoet. Merkwaardig dat ze elkaar tegenkwamen; ze moeten van elkaar geweten hebben welke weg gebruikelijk was. De HEERE brengt deze twee groepen reizigers met elkaar in contact en samen mogen ze genieten van de wonderen des HEEREN. Daarna mogen ze samenop naar huis wandelen!
Want Chûsas kon natuurlijk precies vertellen wat er was gebeurd, waardoor zijn zoon gezond was geworden. Zulke ontmoeten mogen er regelmatig zijn: pelgrims die elkaar onderweg spreken en geestelijke ervaringen mogen uitwisselen met elkaar, zodat soms de dingen weer op hun juiste plek vallen en ze goedsmoeds, toegerust mogen voortreizen naar Huis.

zaterdag 5 december 2015

Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord

De mensen uit Sichar geloven door het Woord van Jezus

"Als dan de Samaritanen tot Hem gekomen waren, baden zij Hem, dat Hij bij hen bleef;
en Hij bleef aldaar twee dagen.
En er geloofden er veel meer om Zijns woords wil;

En zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld."
Johannes 4 : 40-42


Het Avondmaal ligt morgen al weer een week achter ons. Hoe was het? Hoe is het gegaan deze week? Wat is er over van het verlangen dicht bij de HEERE te blijven? Is het verlangen nog levendig dat vraag: "HEERE blijf dicht bij me"? Wil je ook Zijn stem telkens weer horen, Zijn nabijheid dagelijks genieten? Laat de begerende vraag van de Samaritanen ons opscherpen en aanmoedigen dat begeren gaande te houden.

Blijf bij ons Heer'

Was er wellicht bij sommigen de sensatielust om die bijzondere Joodse Profeet te ontmoeten, Zijn wonderen met eigen ogen te zien? Inmiddels is het (grotendeels) overgegaan in een verlangen om deze Heiland zelf te horen spreken. Ze beleden dat het goed was om Zijn onderwijs te ontvangen, te zitten aan Zijn voeten.
Maria Magdalena werd in de graftuin aangesproken door de Opgestane; het eerste dat ze deed was Zijn voeten vastgrijpen. Ze wilden Hem nooit meer verliezen. Jezus weerhoudt haar er echter van; dat kan niet. Hij stuurt haar juist weg: "Ga naar Mijn broeders…" Is dat hard? Nee. De tijd komt nog dat we Hem altijd bij ons hebben en we met Hem mogen genieten van de heerlijkheid. Maar bij Jezus blijven zitten, je aan Hem vastklampen, heeft tot gevolg dat we het zicht op de anderen, die nog moeten worden toegebracht, verliezen.
Daarom last Jezus een rust- en toerustingsperiode in van twee dagen. En ze zullen ervaren dat Hij – als Hij vertrekt – met Zijn Geest bij hen blijft. Dat is een leerproces – een heel leerzaam en heerlijk proces zelfs – dat ook wij na de Avondmaalstafel moeten beseffen en leren.
Het vogeltje dat ik vanmiddag luidkeels hoorde zingen – ondanks de kou en de harde wind – maakte me duidelijk dat de HEERE weet heeft van zo'n klein vogeltje. "Gaat gij niet vele musjes (of andere vogeltjes) te boven?" Uw hemels Vader weet wat gij nodig hebt. We leven zo vaak bij het zien en ervaren, maar soms laat de HEERE indirect Zijn aanwezigheid merken. De Heilige Geest leert ons beter horen, zien en luisteren: Wees niet bang, Ik ben bij je!

Ik heb het zelf uit Zijn mond gehoord

Het tweede machtige aspect in deze geschiedenis is die persoonlijke belijdenis van de Samaritanen: "Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld." Een belijdenis die de doorsnee Jood hier niet zou verwachten en eigenlijk ook maar onder de maat zou vinden. Echter Jezus vindt er de aanleiding in voor twee dagen catechese en toerusting.


De woorden van de Samaritaanse vrouw hadden in één klap veel losgemaakt in Sichar. Bakkers, slagers, herders, priesters, boeren, vrouwen, kinderen en grijsaards… de stad liep uit op wat ze de vrouw hadden horen roepen. Deze eerste vrouwelijke predikante in Sichar had goed werk gedaan. Ze vormde met haar bereidwilligheid om het evangelie te verkondigen een beschamend contrast met een figuur als de oudtestamentische profeet Jona. Ze was een boodschapster van de Blijde Boodschap; al konden zowel zij als de stadsgenoten nog niet bevatten wat het allemaal precies inhield.
Al direct na de eerste ontmoeting met Jezus begon er iets te veranderen. Ze waren gegaan op het woord van de vrouw. Maar toen ze Hem zelf hadden gehoord, werden ze persoonlijk geraakt en aangesproken. Er begon iets te leven dat ze nog niet helemaal konden doorgronden; maar het was er! Ze geloofden om Zijns woords wil; er kwam geloof door wat Hij te zeggen had. De vrouw had slechts op Hem gewezen, zoals Johannes de Doper van zichzelf had afgewezen naar Christus toe. Maar Jezus had werkelijk iets te zeggen. Zijn woorden waren levenwekkend; en dat is op tot op de huidige dag nog zo.
Maar na het tweedaagse verblijf van Christus en Zijn discipelen in de stad, ontmoetten ze de vrouw weer op straat. En wat wellicht in de voorgaande tijd maar weinig gebeurde, ze spreken haar aan. En wat ze zeggen is niet kwetsend voor haar, maar uiterst vreugdevol: "We geloven in Hem; niet slechts door wat jij ons hebt verteld, maar we hebben het zelf uit Zijne mond gehoord!" Dat moet me een vreugde hebben gegeven in het hart van die vrouw! Ze had ze bij Jezus willen brengen en het is gelukt. Daar zijn ze aan het goede adres gekomen. Niet blijven hangen bij de richtingaanwijzers, maar komen bij het Reisdoel.
Hoe haar leven verder is gegaan? De Bijbel zwijgt erover. Wellicht is ze Jezus gevolgd of breidde de opwekking in Sichar zich uit in de omgeving. Wat te denken van die ene Samaritaanse melaatse die later zou worden genezen en met dankbaarheid terugkeerde bij Jezus. We weten niet wat er precies met de vrouw is gebeurd, maar haar leven moet zeker anders geworden zijn. En dat van haar stadsgenoten niet minder. Vreugde in de hemel; vreugde op aarde. En daarmee een aansporing om door te gaan met dat werk.

vrijdag 4 december 2015

Een bekeringsverhaal met extra resultaat

Standbeeld van Andrew Gray (1828-1917) in het Zuid-Afrikaanse Wellington, waar hij op 18 januari 1917 overleed.


En velen der Samaritanen uit die stad geloofden in Hem, om het woord der vrouw, die getuigde:
Hij heeft mij gezegd alles, wat ik gedaan heb.
Johannes 4 : 39

Twee uit een stad? Nee er staat velen uit die stad geloofden in Hem. Die hadden dan zeker wel een hele lange bekeringsweg afgelegd, door diepe dalen, langs de angsten der hel; het haar zal hen te berge gerezen zijn, geestelijk, nietwaar? Ze zullen de slaande hand des HEEREN wel zwaar hebben gevoeld; in de derde hel verworpen en opgetrokken tot in de zevende hemel? Ik weet niet wie al dat soort termen bedacht heeft, maar ze vinden geen basis en stramien in Gods Woord. Wel lees ik dat hier mensen van een afwijkend joods-achtig geloof tot geloof komen, nadat één van hun stadsgenoten iets bijzonders heeft meegemaakt. Copy-paste-gedrag, zoals je bij veel opwekkingsbijeenkomsten en in veel hypercalvinistische kringen tegenkomt? Een echte GerGem-bekering, zoals ik quasi-rechtzinnige mensen soms hoor zeggen? Laten we liever naar Gods Woord luisteren.

Een grote volksbekering

De vader en naamgenoot van de bekende schotse opwekkingsprediker Andrew Murray, die eveneens werkzaam was in Zuid-Afrika, heeft sterk gebeden om een opwekking maar moest er lang op wachten. L.J. van Valen heeft over hem een boek – 'Geworteld in Zijn liefde' – geschreven en ik citeer iets uit een gesprek met hem, dat voorin een prekenbundel van Murray staat.

"Hij was een veelzijdig en kleurrijk leidersfiguur die van grote betekenis is geweest voor de kerk in Zuid-Afrika. Met veel toewijding gaf hij leiding aan een grote opwekking die er in 1860 plaats had. Van Murray's vader is bekend dat hij veertig jaar lang naar een geestelijke herleving had uitgezien. Elke vrijdagavond trok hij zich in zijn studeerkamer terug om ervoor te bidden. Toen hij de wonderen zag die de Heere in tal van gemeenten deed, riep hij in tranen uit: „Dat ik dit nog mag meemaken..." Murray Jr. merkte in het pastoraat dat mensen zich min of meer gelaten neerlegden bij hun falen en hun inwonende zonden. Meer dan eens hoorde hij gemeenteleden zeggen: ,,We blijven tot het laatst zondaar, nietwaar?" Daar was hij het op zich mee eens, maar de manier waarop zulke uitspraken werden gedaan, wees hij af. Mensen namen er genoegen mee. Zij berustten erin. Ze gebruikten die waarheid als een dooddoener. Na een weg van zoeken en tasten ontdekte Murray dat de Heere ons veel meer in de heiliging wil geven dan wij ons bewust zijn. In de weg van gebed en Bijbelonderzoek breekt Hij de heerschappij van de zonde in ons leven af. Christus is niet alleen de Gekruiste, maar ook de Opgestane. Daarom kunnen wij door de kracht van de Heilige Geest vorderen in de genade. De zonde is er wel, maar hij heerst niet meer over ons"
Overwinningsleven is een ontspoord begrip geworden. Niettemin is het waar – we stonden daar gisteren op de MannenBijbelstudieVereniging in Schoonhoven bij stil vanuit Romeinen 6 – blijven veel mensen hangen in de zonde die nog steeds aankleeft. In Christus zijn we – let erop: in Christus! – meer dan overwinnaars. De zonde is er wel, maar heeft geen recht van spreken meer. Hij is ons tot vijand geworden; we zijn een nieuwe schepping geworden. Het weidt te ver uit om over deze materie verder te schrijven. Wat ik wilde onderstrepen is vanuit het leven van vader en zoon Andrew Murray de begeerte en het verlagen naar een opwekking. Een helder zien wat zonde is, wat zonde doet en waar wij staan – na ontvangen genade – ten opzichte van de macht van de zonde.
De stadsgenoten van de zondares uit Sichar kwamen tot inkeer door het verhaal over de ontmoeting met Jezus. Daarin werd haarscherp duidelijk hoe de Messias te werk ging: Hij zei haar – legde bloot – alles wat ze had gedaan! Eigenlijk is dat de vooruitgeschoven Jongste Dag. Sommigen spreken van 'de vierschaar in het geweten' – een term die een zeer gevaarlijk eigen leven is gaan leiden (evenals dat overwinningsleven), maar het geeft wel iets aan van de kern van de ontmoeting met Jezus. Oog in oog met Hem staan is 'niet meer weten waar je blijven moet, vanwege je zonde'. Maar daar staat geen punt, dat drijft onherroepelijk uit tot Hem, met Wie je oog in oog staat. De vrouw heeft dat ondervonden en komt van die ontmoeting vertellen, met alle gevolgen van dien! Al moet ik er direct bijzeggen dat niet ieder van die mensen uit Sichar kreeg te horen 'alles wat hij/zij gedaan had'. Er zijn er zeker geweest die bij die ontmoeting werden getrokken door de liefde van Christus. Niet ieder ondervindt hetzelfde als hij of zij tot geloof komt. En er zijn er ook die al van jongsaf de HEERE mogen vrezen en liefhebben. Zij zullen gaandeweg hun leven, op een gelijkmatiger manier worden gevormd!

Een goede voorbeeldhouding

Wat heeft die vrouw precies gezegd? Wat heeft ze precies ondervonden, meegemaakt, doorleefd. De Bijbel vindt het blijkbaar niet nodig daar verder over uit te weiden. De vrouw heeft gewoon letterlijk gezegd; "Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus?" Dat was blijkbaar voldoende om de mensen per direct in beweging te zetten. Haar woorden kregen impact door de Heilige Geest. En ik geloof zeker dat haar woorden niet helemaal theologisch feilloos waren gevormd; ze stonden ook nog eens haaks op de theologie over de Messias van die dagen! Dus haar woorden hadden zo'n beetje alles tegen wat je maar kunt bedenken. En kijk eens wat er gebeurt: ze laten alles vallen en snellen de stad uit. Niet één of twee, maar velen!
Er moet nog iets geweest zijn, al staat het er niet met zoveel woorden bij. Ze vertelde – lees het maar in onze tekst: "Hij heeft mij gezegd alles, wat ik gedaan heb". Vind je het niet merkwaardig dat zij in levende lijve daar in Sichar is teruggekeerd? Is het niet wonderlijk dat ze nog woorden weet te vinden? Hoe geslagen en door God verbrijzeld was ze? Ik lees er niets van. Ze stond daar, getuigde en was een levend toonbeeld van Gods barmhartigheid en genade. Besef je hoeveel impact dát heeft?
Het is in de gereformeerde gezindten trendy om een verbrijzelend imago van de Godsontmoeting te schetsen en dat anderen op te leggen als maatstaf en regel. Ik kan je verzekeren, deze Samaritaanse vrouw past niet in dát orthodox-gereformeerde plaatje. En toch maakt de HEERE haar tot een toonbeeld, een illustratie, van Wie Hij werkelijk is. De mensen vluchten niet weg, zoals Lot uit Sodom en later zelfs uit Zoar, maar ze snellen naar Christus toe. En het feit dat de vrouw haar stadsgenoten daar deelgenoot van wilde maken – het hen ook zo gunde om bij Jezus te komen – wekte nieuwsgierigheid, verlangen en zelfs aanbidding.
We kunnen met recht verlangen naar een opwekking. Het wordt tijd dat we ons kerkelijk denken – zowel ter linker- als ter rechterzijde van de Koninklijke weg – weer eens goed naast de Schrift gaan leggen. Want we kunnen wel een spectaculaire opwekking wensen, maar als we dat wensen met de afgoden van hyper-calvinistische rechtzinningheid of orthodoxe Godsvertekening dan is er weinig hoop op een opwekking. Die vrouw werd aangezegd wat ze gedaan had, maar ze bleef niet wie ze was! Welke les trek jij er voor jezelf uit?

maandag 30 november 2015

De oogst komt naar je toe

Korenveld met maaier, 1889, Vincent van Gogh, Saint-Rémy-Blanzy, France, olieverf op canvas, 73 x 92 cm

"Zegt gijlieden niet: Het zijn nog vier maanden, en dan komt de oogst?
Ziet, Ik zeg u: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen; want zij zijn alrede wit om te oogsten."
Johannes 4 : 35

Vincent van Gogh heeft nogal wat schilderijen gemaakt van korenvelden. Hij hield van de wijdsheid, weg van een verstikkende wereld. Ik herken het en loop ook graag aan de rand van de stad, waar ruimte en lucht nog volop te vinden zijn. Maar de Heere Jezus leert ons ook anders naar de werkelijkheid kijken. Er is niet alleen de bedreigende woede van satan (in welke vorm dan ook) die ons in deze eindtijd benauwt, maar er is ook de aanstaande oogst. En vergeet niet dat de oogst vaak eerder komt dan de Jongste Dag. Dat is niet alleen bedreigend, maar ook zeer vertroostend; vooral voor Avondmaalsgangers die de wereld weer in moeten.

De oogst die eraan komt (1)

Nog vier maanden, dan komt de oogst. Wat dat spreekwoord in Jezus' dagen precies beduidde weet ik niet. Bijbelverklaarders uit oude tijden hebben er hun hoofd op gebroken, maar laten het meestal maar voor wat het is. De oogst die begon met Pascha en eindigde met Pinksteren, zou dus nog vier maanden duren. Voor Jezus Zelf zou het Pascha een enorm diepe dimensie krijgen.
Jezus laat de discipelen bij die oogst naar de velden richting Sichar kijken. Er staat 'landen', maar het grondwoord duidt op het buitengebied, buiten een stad; de velden buiten Sichar dus. Het lijkt erop dat daar nog niets van de komende oogst te zien is. Alles zal er nog wel groen en onrijp bij staan. Toch drukt Jezus hen op het hart dat de oogst zál komen. Er is – die opmerking vond ik bij diverse verklaarders – totaal geen reden om achterover te gaan leunen. Er is werk aan de winkel, alleen al om het feit dat de oogst eraan komt.
Die drive moet elke christen hebben, die in deze wereld loopt temidden van een 'krom en verdraaid geslacht'. Je dagelijks werk is een goddelijk beroep, maar daarmee is niet alles gezegd. Hoe treffend komt die attendering ook bij de Avondmaalstafel naar voren: "Verkondig Zijn dood totdat Hij komt." Hoe doe je dat? Als er vroeger iemand was overleden dan ging dat als een lopend vuurtje door het dorp. Als was het een nieuwtje waar je met smaak over zou kunnen babbelen met je buurvrouw of kennisen verderop. Ik heb het idee dat het onder de oudere generatie nog steeds gespreksonderwerp 1 is. Ik blijf het merkwaardig vinden.
Nu worden we aan de Tafel opgeroepen om Jezus' dood te verkondigen. En – met eerbied – ook dit nieuws zou als een lopend vuurtje door stad en land moeten blijven gaan. In de tijd van Jezus' omwandeling liep soms heel Judea uit (of Samaria!) om Hem te zien. Zijn gerucht was een gerucht van hoop (en helaas voor diversen ook een gerucht van sensatie). Dan is het gerucht van Zijn offer (Zijn dood) al helemaal een gerucht van hoop. Hoeveel te meer het gerucht van Zijn opstanding, Zijn hemelvaart én het gerucht van Zijn wederkomst. Dat is met recht een 'Goed Gerucht'!

De oogst die eraan komt (2)

Maar kijk eens goed naar de velden. Wijst Jezus naar de velden die er nog onrijp en groen bij liggen? Immers, Hij zegt: nog vier maanden; de rijping moet nog plaatsvinden, wil er een goede oogst binnengehaald kunnen worden. We zien de discipelen met een schuin oog naar de gewassen op de velden kijken, maar Jezus blijft wijzen: "Kijk eens goed! De velden zijn wit om te oogsten!" Wit? Rijp? Waar dan? Kijk dan, dáár! De oogst komt naar je toe, discipelen. En die Samaritaanse oogst, die daar aankomt onder leiding van de vrouw uit Sichar, zal een levende illustratie zijn bij het ambt van visser-van-mensen. Jezus weet dat juist dit voorbeeld hen tegen de haren instrijkt. Haal echter je neus maar niet op voor Samaritanen, want zij vormen een beschamend voorbeeld van Messias-verwachting en van het vinden van deze Messias.
De oogst komt er een, ze drommen de stadspoort van Sichar uit, op weg naar de plek waar de vrouw de Messias in Eigen Persoon had ontmoet. Ze komen aan, door Goddelijk licht geleid… Ik zou hun ogen hebben willen zien, de glans op hun gezichten. Ze wisten nog helemaal niet precies Wie Jezus was, maar ze waren tóch naar Hem op weg. Johannes was erbij, toen dit gebeurde en ik ben jaloers op hem.
Het waren Samaritanen, maar het kunnen vandaag de dag even goed vluchtelingen uit Syrië zijn, of bootvluchtelingen uit Lybië, ontheemden uit Irak of waar vandaan ook. Op zoek, zonder zelf nog precies te weten hoe en wat. Er zaten ongetwijfeld sensatiebeluste figuranten tussen. Het was niet alles Israël, dat Israël werd genoemd. Maar Jezus noemt het oogst. Zullen wij de oogst niet voortijds afkeurend inschatten?
Kom en help ons oogsten,
dat Gods Rijk zal komen.
Wie met tranen zaaien,
maaien met gejuich.
Werkers bindt uw schoven,
want de Allerhoogste
roept ons om te oogsten,
voor Zijn rijk.
Uit de grootheid van Zijn oogst spreekt de heerlijkheid van de hemelse Landman.

zaterdag 28 november 2015

Het komen tot Christus

'Komen tot Christus' aan Zijn Tafel ondervindt zoveel menselijke en pseudo-theologische drempels!

"Zij dan gingen uit de stad, en kwamen tot Hem."
Johannes 4 : 30

Dat is een geladen term, 'het komen tot Christus'. Allerlei dogmatische barrières zijn in de loop van de eeuwen opgeworpen. Remonstranten en hyper-calvinisten vormde de Gerizim en de Ebal van het hollandse kerkelijk landschap. Met die namen deze partijen te typeren hoop ik duidelijk te maken dat ze beiden niet de weg tot het heil vertegenwoordigen (hoewel daar Gode zij dank uitzonderen tussen hebben gezeten). Vandaag staan we stil, in voorbereiding op het komen tot Christus aan Zijn Tafel, bij de exodus van de Samaritaten.

Dan

Een ware exodus lijkt het, zoals Johannes het beschrijft. Ze worden wellicht aangevoerd door de Samaritaanse vrouw, maar ten diepste is het de Heiland Zelf Die ze trekt. Hij heeft in de vrouw als het ware een magneet geplaatst, die de standsgenoten hun aversie tegen de vrouw doet vergeten en met haar mee worden aangetrokken naar de Heere Jezus. Dan, staat er. Dat is een woord dat een conclusie inhoudt: "dus" of "welnu". Na ampele overwegingen besluiten ze… Nee, niet ampele (uitvoerige), maar het lijkt erop dat ze door de 'bliksem van de Geest' getroffen alles laten vallen waar ze druk mee waren en de stad uit trekken.
Een week van voorbereiding is wellicht nodig, maar kan ook te lang zijn. Allerlei ja-maars kunnen zich nestelen tussen jou en Christus. De herders in de kerstnacht hoorden het Evangelie van de geboren Zaligmaker. En wat lezen we dan? Ze kwamen met haast. Een heilige haast mag ons zeker bevangen, wanneer we de stem van onze liefste horen roepen: "Komt, want alle dingen zijn gereed!"

Uitgaan

Johannes gebruikt een grieks werkwoord (ex'erchomai) dat wel overeenkomst lijkt te hebben met ons woord exercitie (hoewel dat een latijnse oorsprong heeft): in beweging komen, wandelen, bewegen. Het woord kan ook als metafoor dienen in de betekenis 'tevoorschijn komen'. In dit geval komen ze tevoorschijn uit de Samaritaanse stad Sichar. Zoals de koningin van Schema uitging op een gerucht over Salomo en naar hem op zoek ging, zo komen deze mensen op het gerucht van de vrouw en gaan op zoek naar Jezus. Is dat niet geweldig?
Terwijl de Heiland nog met Zijn discipelen in gesprek is, die ogen vol vraagtekens hadden, ziet Hij ze al komen. Wat moet dat een vreugde in Zijn hart hebben gegeven, zoals de vader van de verloren zoon. Wat moet dat een vreugde hebben gegeven in de hemel.
Zou het alleen vreugde in de hemel geven, als er na lange strijd eindelijk een jongen of meisje, een vrouw of man in de gemeente opstaat morgen en tot Christus uitgaat? Zou het ook geen diepe vreugde moeten geven in ons hart, als we zo'n gemeentelid zien gaan, schuchter wellicht, met tranen op de wangen, maar toch?!

Komen

Uitgaan heeft ook iets van 'achterlaten'. Niets kan je meer bekoren. Je moet erbij zijn, bij Christus! Je benen lijken je geestelijke overwegingen misschien wel vooruit te zijn. Maar je komt!
Het griekse woord 'erchomai' zit ook al in dat vorige woord 'uitgaan'. Zou dat ons misschien ook iets te zeggen hebben? Van 'uitgaan' moet het ook komen tot 'aankomen'. Als God trekt, brengt Hij ook aan. Wees maar niet bang dat de HEERE half werk doet!
Als Johannes het beschrijft, komen de beelden van jaren eerder weer boven in zijn brein. Maar let erop dat hij schrijft vanuit een iets andere positie dan wij. Wij zijn toeschouwers langs de weg, maar hij zat daar vlakbij Jezus. Eens hebben zij ouders met kinderen geweerd, omdat ze dachten dat Jezus daar te druk of te geestelijk voor was. Jezus had hen toen terecht gewezen. Maar nu daar een schare afvallige Samaritanen aankomt, moet eenzelfde reflex in hem zijn bovengekomen: wat moet dat? Als Johannes het Evangelie schrijft moet hij ook gedacht hebben aan die keer (Lukas) dat hij en zijn broer die mensen het liefst door hemels vuur hadden willen laten verdelgen. Misschien wel deze zelfde mensen. Toen had de Heiland met macht gesproken: "Want de Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden." Hoe duidelijk wordt dat hier in Johannes 4!
De Hebreeënbriefschrijf zegt: "Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken." We komen niet slaafs als robots, maar met verwachting. Immers, er is wat te verwachten, als Hij roept. Leg dan af alle menselijke gedachten van de HEERE en kom tot Christus aan Zijn Tafel!

Wilt u van zonde en schuld zijn verlost
Daar is kracht in het bloed                   
Daar is kracht in het bloed
Weet, dat uw redding zoveel heeft gekost      
Daar is kracht in het bloed van het Lam

Daar is kracht, kracht, wonderbare kracht
in het bloed van het Lam
Daar is kracht, kracht, wonderbare kracht
in het dierbaar bloed van het Lam

Kom dan tot Jezus, Hij stierf ook voor U
Daar is kracht in het bloed                   
Daar is kracht in het bloed
Hoort naar Zijn woord en gelooft in Hem nu  
Daar is kracht in het bloed van het Lam

Daar is kracht, kracht, wonderbare kracht
in het bloed van het Lam
Daar is kracht, kracht, wonderbare kracht        
in het dierbaar bloed van het Lam

zaterdag 7 november 2015

Kan Jezus moe worden?

Wat Jezus' vermoeidheid ons te zeggen heeft

"Jezus dan, vermoeid zijnde van de reize, zat alzo neder nevens de fontein.
Het was omtrent de zesde ure."
Johannes 4 : 6b


Veel jongeren hebben moeite met het goed verdelen van hun tijd en energie. Ouderen hebben dat iets beter leren uitbalanceren, geleerd door schade en schande. Onze tijd staat bol van druk en stress en wordt veel van je verwacht, maar je wordt – ondanks je inzet – net zo gemakkelijk aan de kant gezet wanneer je overbodig of te duur bent in het arbeidsproces. Managers passen er voor om te investeren in mensen als het niet snel genoeg geld op levert. Oudere werknemers zijn daar regelmatig de dupe van. 'Gelukkig' mogen ze nu helemaal tot hun 67e of misschien zelfs hun 70e wachten tot hun pensioengerechtigde leeftijd aanbreekt. En al die tijd belanden bosjes oudere werknemers in de bijstand om te worden bekostigd door een steeds afnemend aantal werkenden. En je denkt: ergens gaat er iets mis in ons hedendaagse denken!

Moe van de werkdruk

Zingeving in het arbeidsproces, het gevoel krijgen dat je er toe doet, begint in onze dagen een serieus probleem te worden. Werd je vroeger ontslagen omdat je niet goed functioneerde, nu wordt je met het grootste gemak aan de kant gezet, het uwv-bos in gestuurd, omdat men je even niet kan gebruiken. Geen goodwill, geen dank voor gedane werk en inzet, je ben vaak een machine die je aanzet als je hem wilt gebruiken; maar die je even zo gemakkelijk weer uitzet als hij even niet nodig is. Ja, rustig op marktplaats zet of naar het grof vuil brengt, omdat hij in de weg staat.
Desalniettemin wordt de werkdruk opgevoerd. Uren moeten zich dubbel verlonen voor het grote geld, waar je als werknemer weinig van terugziet. Investeringsgelden verdwijnen in heel andere potjes dan in het bedrijfsinvesteringsfonds. Snel geld verdienen… en zó flexibel zijn dat je sociale leven en de dienstbaarheid in het Koninkrijk Gods een bijna onmogelijkheid worden.
Jongeren hebben nog weinig om op terug te zien; weinig referentiemateriaal uit het verleden, waardoor ze de forse werkdruk al vanzelfsprekend beschouwen. Geen scepsis. Maar als het werk teveel wordt, daalt de interesse van werkgevers. Je blijkt toch niet zo veelbelovend te zijn. Je bleek toch niet de put waaruit ze oneindig konden putten.
Bij zo'n niet-oneindig wateropwellende put zit Jezus hier. En Hij gaat zich stellen tegenover die put, met Zijn Levende Water. Maar zover is het nog niet. In onze tekst is Hij enkel moe; reismoe, na twee of drie dagen reizen. Moe?

Moe van het ronddolen

Kan de Zoon van God moe worden? Al eens bij stil gestaan? Hij, de hoge en heilige God liet Zich vernederen en wilde moeheid uit Eigen ervaring kennen. Ons in alles gelijk. Dat is toch niet normaal en vanzelfsprekend? Als ik Jezus moe zie zijn, moet ik beschaamd mijn hoofd buigen. Door mijn zonde voldoet het mensbeeld niet meer aan dat wat de Schepper er van had. Adam was nooit moe. En Eva werd nooit geteisterd door hoofdpijn of depressie. Totdat…
Ja, Jezus was naast 100% God ook 100% mens. Echter dat is geen clichée vanzelfsprekendheid, maar een aangrijpend en ontstellend wonder. Als ik hier een vermoeide Jezus zie zitten naast de bron die aartsvader Jacob ooit ombouwde tot frisse waterput, dan zie ik daar het resultaat van onze hang naar 'als God wezen'. Het is niet verder gekomen dan het niveau dat God als ons wilde zijn. En dat, toen wij nog zondaar, nog vijanden waren. Bejubelt Romeinen 5 dat wonder ook niet?
Jezus is vermoeid van een reis van bijna 50 kilometer. Als ik kijk hoeveel kilometers de oosterlingen in die tijd gewoonlijk aflegden en gewend waren te reizen, dan zijn het vrijwel zeker niet die 50 kilometers geweest, die Hem deden vermoeien. Veelmeer is het de reden waarom Hij moest reizen en die andere hoofdstad van het verbondsvolk, Jeruzalem, verliet. Jeruzalem, Jeruzalem, gij die de profeten doodt… Hoe menigmaal heb ik U bijeen willen vergaderen… Hij liet dat Jeruzalem, waarover Zijn hart brak, achter Zich en vestigt zich hier, naast de Jacobsbron van Israël, de aartsvader van het GEHELE volk der Joden, in de nabijheid van de andere hoofdstad: Sichar. Hier zou men Hem zeker niet waarderen en accepteren. De samaritaanse vrouw zal even later heel verbaasd reageren op Jezus' vraag om water. "Hoe begeert Gij, die een Jood zijt van mij, die een Samaritaan ben, water te drinken?" Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen! Om moe van te worden! Heeft dat jou en mij nog wat te zeggen? Lees er niet langsheen!

Moe van de zonde

Die put was vooral een traditie voor de Samaritanen. Hiermee hadden ze toch nog wat om zich over te beroemen. Ze waren hiermee even Joods als de andere Joden. Tradities waren binnen het Jodendom zaken die soms een bijna goddelijke lading kregen. Maar alles wat zich aan God gelijk stelt of… wat zich boven Hem verheft is afgoderij en zonde.
De gesel die Jezus gebruikte om de tempel van Zijn Vader te reinigen wat niet alleen een wapen, maar ook een middel om door kastijding mensen tot bezinning en bekering te brengen. De zonde is een vermoeiende zaak. Vooral als je er bewust en intens tegen begeert te strijden. Je krijgt werkelijk alles tegen. Je omgeving werkt er zeker niet aan mee. En de boze intenties van je hart en de lusten van je vlees helpen ook al niet. Om moe van te worden.
Ten diepste is er voor Gods kinderen geen enkele activiteit zo vermoeiend dan strijden tegen de zonde. Een bodemloze put en een onbeklimbare berg. Zou je daar niet eeuwig van verlost willen worden? Zou je niet eeuwig aan Gods vaderhart willen uitrusten, vrij van zonde? Hem nooit meer bedroeven en eeuwig aan Zijn beeld beantwoorden, dat Hij ooit stelde. Eindelijk tot je recht komen en God de eer geven, onbeperkt, die Hem toekomt! Die moeheid moet deze hunker in je opwekken.

vrijdag 6 november 2015

Let op waar Jezus gaat zitten

De Jacobsbron bij Sichar; een oude foto van rond 1900

"Hij kwam dan in een stad van Samaria, genaamd Sichar, nabij het stuk land, hetwelk Jakob zijn zoon Jozef gaf. En aldaar was de fontein Jakobs.
Johannes 4 : 5-6a

De tekst van vandaag vertelt ons een hele stapel historische feiten. Johannes geeft ons die feiten door, zodat we dit voorval goed kunnen plaatsen. Het is nogal een bijzonder gebied, waar Jezus nu komt. En juist die historische feiten spelen een grote rol in het leven van de vrouw die nog onwetend is van het feit dat Jezus juist voor haar en haar stadsgenoten hier, bij de put, arriveert. Om hen als het ware 'uit de put' en de duisternis te halen en van het Levende Water te laten drinken.

De stad Sichar

We knippen de tekst in stukjes en behandelen die delen niet helemaal in de tekst-volgorde, maar wel in een volgorde die stapsgewijs de dingen opheldert. Het gaat in deze geschiedenis over de stad Sichar. Er is nogal wat verschil van mening onder de uitleggers of dit nu dezelfde stad is als Sichem, of dat die steden vlak bij elkaar lagen. Veel kaartjes – ook dat van gisteren – tekenen die twee steden afzonderlijk, vlak bij elkaar tussen de twee bergen Ebal en Gerizim. Maar er zijn er ook die Sichar en Sichem vereenzelvigen. En ik neig sterk naar die laatste visie. Dat vergemakkelijkt ook het traceren van deze stad vandaag de dag. Want het oude Sichem is verwoest tijdens de Tweede Joodse Opstand (of 'Kitosoorlog', die in 116-117 n. Chr. plaatsvond). De Romeinen herbouwden Sichem en gaven het de naam Neapolis, dat door de Arabieren werd verbasterd tot Nabloes. Die uitleg kun je ook lezen in de Kanttekeningen van de duitstalige Lutherbijbel, waarin Luther aangeeft dat Sichar een griekse schrijfwijze van het hebreeuwse Sichem is. En zo vindt deze geschiedenis opeens op een heel herkenbare, turbulente, hedendaagse plek.


Een stad van Samaria

Ik dacht dat Jeruzalem en Sichar een enorm eind uit elkaar lagen, maar het blijkt dat Jezus inmiddels slechts een kleine vijftig kilometer heeft afgelegd, ongeveer twee dagen reizen. Johannes vertelt dat Hij in 'een' stad van Samaria is aangekomen. Komt daar Johannes' antipathie voor de Samaritanen misschien om de hoek kijken? Immers hij en zijn broer hadden om vuur willen bidden toen de Samaritanen Jezus en de discipelen niet wilden ontvangen (lees Lukas 9 : 51-56). Als Sichar dezelfde stad is als Sichem, dan had hij moeten spreken over dé stad van Samaria. In de tijd van RehabeamJerobeam was Sichem de hoofdstad van het noordelijke rijk; later maakte Omri Sebaste (de stad Samaria) tot hoofdstad van Samaria, maar na de wegvoering van het tienstammenrijk is de stad Sichem weer het centrum van Samaria geworden. Dé stad van Samaria dus.

De fontein van Jacob

Het is voor de Heere Jezus, maar ook voor de discipelen een stukje historische grond, waar zij dierbare herinneringen aan moeten hebben gehad. Jezus strijkt neer bij een put. En niet zo maar een put, maar de door vader Jacob gegraven put. Het is dit stuk land, dat vader Jacob kocht van Sichem (naar wie de bijgelegen stad is vernoemd) voor honderd zilverlingen. Evenals Abraham deed ook Jacob alvast moeite om in eigen kracht het Beloofde Land in bezit te krijgen. Ik weet wel dat hij zich er wilde vestigen en er ook een begraafplaats wilde inrichten, maar is het niet frappant dat Jozef pas de eerste is geweest die er werd begraven, nadat de HEERE Zélf – na vier eeuwen – het land GEGEVEN had aan het volk! 
Nadat Jacob was teruggekeerd bij oom Laban vandaan, vestigde hij en zijn grote gezin en huishouden zich dus hier in de velden bij Sichem (Genesis 33 : 18-20):
"En Jakob kwam behouden tot de stad Sichem, welke is in het land Kanaan, als hij kwam van Paddan-Aram; en hij legerde zich in het gezicht der stad. En hij kocht een deel des velds, waarop hij zijn tent gespannen had, van de hand der zonen van Hemor, den vader van Sichem, voor honderd stukken gelds. En hij richte aldaar een altaar op, en noemde het: De God Israels is God!"
En al heel snel vindt er die tragische geschiedenis plaats: Jacobs enigste dochter, Dina, werd verkracht door Sichem, de zoon van Hemor. We lezen wél dat Jacob er een altaar oprichtte toen hij hier kwam, maar niet dat hij er een put sloeg of een put cultiveerde uit de vele bronnen die er waren. Maar we nemen toch maar aan dat de traditie waarin de samaritaanse vrouw leefde bestond uit historisch-juiste overlevering. En omdat Jacob zoveel vee en mensen bij zich had moet er wel gebruik zijn gemaakt van waterputten. Vandaag de dag kun je er nog heerlijk helder bronwaterputten en drinken. Lees het artikel op Digibron.

Het land van Jozef

Maar wat wél in Gods Woord staat opgetekend is het feit dat Jozef persoonlijk, bij testamentaire beschikking door zijn vader Jacob, eigenaar werd van dit stuk land. Lees het maar in Genesis 48, de laatste twee verzen:
"Daarna zeide Israël tot Jozef: Zie, ik sterf; maar God zal met ulieden wezen, en Hij zal u wederbrengen in het land uwer vaderen. En ik heb u een stuk lands gegeven boven uw broederen; hetwelk ik, met mijn zwaard en met mijn boog, uit de hand der Amorieten genomen heb." 

En als eeuwen later het volk Israël uit Egypte uittrekt, breken ze Jozefs graf open (daar hebben archeologen inmiddels bewijzen van gevonden in het gebied dat Gosen heette) en nemen het gebalsemde lichaam van Jozef mee, om het uiteindelijk (na 40 jaar met deze sarcofaag te hebben gelopen in de woestijnhitte) in zijn persoonlijk erfgebied Sichem te begraven. We lezen dat in Jozua 24 vers 32:

"Zij begroeven ook de beenderen van Jozef, die de kinderen Israëls uit Egypte opgebracht hadden, te Sichem, in dat stuk velds, hetwelk Jakob gekocht had van de kinderen van Hemor, den vader van Sichem, voor honderd stukken gelds, want zij waren aan de kinderen van Jozef ter erfenis geworden."

Het graf van Jozef rond 1900

Bij Jozefs graf baden in mei 2015 bijna 4.000 Joden, die daar waren aangekomen in 65 autobussen, in een georganiseerd massabezoek. Maar het is nu, begin november 2015, nog maar een paar weken geleden dat Palestijnen juist bij dit graf brand stichtten. En een paar jaar geleden werd het hele graf zelfs verwoest. Het is een voortduerende twistappel tussen Joden en Palestijnen dus.


De sarcofaag met Jozefs beenderen in het graf te Sichem

En het is juist hier, in de nabijheid van het graf van Jozef, dat Jezus neerstrijkt. Hij vertelt tegen de samaritaanse vrouw over Levend Water, maar legt Hij misschien tussen de regels door ook een link met Jozef, Zafnath Paäneah, de behouder des levens?
  • Was Jozef voor het prille volk van Israël een heiland en beschermheer, Jezus zou die taak treffelijker en rijker gaan vervullen voor Jood en heiden. 
  • Jozef, die zelf enkel deze ene plek als eigendom kreeg onder al de stammen van Israël (wel zijn twee kinderen, maar hij zelf niet!) en Jezus die nog geen steen op Zijn Eigen aarde had om er Zijn hoofd neer te leggen. 
  • Jozef, de onderkoning en Jezus toch eigenlijk in zekere zin ook onderkoning, onder Zijn Vader! 
  • Jozef die brood uitdeelde en Jezus Die het Hemelse Brood is. 
Misschien kun je zelf ook wel enkele overeenkomsten vinden tussen Jozef en Jezus. Het lijkt me niet zonder reden dat Johannes juist Jozef hier invoert. De Heilige Geest spreekt vaker met een dubbele bodem, een diepere laag in genoemde feiten. Na al de historische feiten die ik hierboven heb opgesomd vind ik toch het gesprek van Jezus met deze vrouw een prachtig, geestelijk gesprek. En vooraf is het bijzonder rijk om te beseffen dat er lijnen liggen met Jozef, die zich ook bekend ging maken – stapje voor stapje – aan zijn broeders. Zo gaat Jezus ook te werk hier. Hij openbaart Zich stapje voor stapje aan deze zuster, die zich volgens de Joden geen zuster mocht noemen en volgens de wet een zondares was. Zo'n Heiland is mijn Liefste. Mijn Jezus, ik houd van U!