Posts tonen met het label graf van Jozef. Alle posts tonen
Posts tonen met het label graf van Jozef. Alle posts tonen

woensdag 2 mei 2018

Leven en sterven in het geloof

Hoofdstuk 6


En Jozef zond heen, en ontbood zijn vader Jakob, en al zijn geslacht, bestaande in vijf en zeventig zielen. En Jakob kwam af in Egypte, en stierf, hijzelf en onze vaders. En zij werden overgebracht naar Sichem, en gelegd in het graf, hetwelk Abraham gekocht had voor een som gelds, van de zonen van Emmor, den vader van Sichem.
Handelingen 7 : 14-16




‘Jozef zien’ was een wens die vader Jacob eigenlijk allang niet meer op zijn verlanglijstje had staan. Hij had zich verzoend met het gemis van zijn lieveling en manifesteerde zijn liefde voor Jozef vrijwel zeker in zijn liefde voor Benjamin. Hoe groot was de schok die Jacob moest incasseren, toen bleek dat zijn zoon Jozef tóch nog leefde. Opeens stond er weer een oude wens bovenaan zijn verlanglijstje!
 

Ontboden
 Je kunt zeggen van Stefanus wat je wilt, maar hij verliest zich niet in details. Hij is een prediker van de grote lijnen. En dat luistert soms heel prettig.
In een paar krachtige lijnen tekent hij de oude vader Jacob, die te horen krijgt dat zijn zoon Jozef nog leeft. Ja, wat meer is: hij is onderkoning in Egypte, het land waar nog koren te koop is en waar hoop nog bestaat! Het blijft niet bij een gerucht over het in leven zijn van zijn zoon. Nee, er komt een persoonlijke boodschap bij Jacob thuis, waarin hij wordt ‘ontboden’ in het paleis van Jozef, de grootvizier.
Henk Stoorvogel schrijft in ‘Onderweg met Jozef’: “In Genesis 45 : 8* vat Jozef de positie, die hij van farao heeft gekregen, samen in drie titels: 1. Belangrijkste raadsman van de farao, 2. Bestuurder van het hele hof en 3. Heerser over heel Egypte. De titel ‘Belangrijkste raadsman van de farao’, vaak (beter) weergegeven met ‘Vader van de farao’ betekent letterlijk ‘Vader van de god’. Aangezien farao als goed gold kreeg Jozef de titel ‘Vader van de god’. Deze eretitel wijst op zijn ­belangrijke adviesrol richting de farao in het algemeen en de interpretatie van de dromen en het voorstellen van het ­reddingsplan in het bijzonder. De titel’ Bestuurder van het gehele hof’, of ‘Heer over heel zijn huis’ houdt in dat Jozef het gezag kreeg over alle landerijen en graanopslagplaatsen van de koning. […] De derde titel die Jozef kreeg was de meest verstrekkende: ‘Heerser over heel Egypte’. Als ‘Heerser over heel Egypte’, of ‘Groot­vizier over Egypte’, gaf Jozef leiding aan de regering, was hij verantwoordelijk voor de be­noeming en het ontslag van ambte­naren, was hij verantwoordelijk voor alle financiën en goederen van Egypte, controleerde hij de toegang tot de farao en had hij de supervisie over alle bouwprojecten, industrie en landbouw in Egypte. Ook was een onderdeel van deze functie het behartigen van alle relaties met omliggende volken. Vandaar dat de broers uit Kanaän ook eerst langs Jozef moeten voor ze graan kunnen kopen. Normaal […] werden deze functies […] verdeeld over twee personen, om te voorkomen dat één persoon te veel macht kreeg. Vanaf de regering van farao Sesostris II komt het echter voor dat een en dezelfde persoon beide titels krijgt. Wellicht was Jozef de eerste die deze eer te beurt viel.”

Ontmoeten
In deze positie had Jozef zich gemakkelijk kunnen verheffen boven de familie die hem had uitgespuwd en die de oorzaak was van al die jaren vol misère. Maar nee, hij wendt zijn positie aan om hen zo snel mogelijk bij zich te krijgen! Hij maakt zijn broers (letterlijk vertaald uit het grieks) tot apostelen (apostelló) om zijn vader te gaan roepen (metakaleó). Typisch het werk van een gezondene: mensen roepen namens de ­Uitnodiger. Het komt ervan: Jacob ontmoet zijn doodgewaande zoon. En hoe! Hij roept het uit: “Het is genoeg! mijn zoon Jozef leeft nog! Ik zal gaan, en hem zien, eer ik sterve!” Jozef valt zijn vader om de hals en ‘weende lang aan zijn hals.’
Maar op dat alles, datgene wat zo ingrijpend en aangrijpend is in deze ­geschiedenis, gaat Stefanus niet verder in. “En Jakob kwam af in Egypte, en stierf, hijzelf en onze vaders.” Hij snelt door naar de begrafenis van Jacob en eigenlijk ook direct naar de begrafenis van Jacobs zonen, ‘onze vaders’.
Wel spreekt Stefanus over het aantal waarmee de familie naar Egypte komt: ‘vijfenzeventig zielen’. In Genesis 46 daarentegen wordt een opsomming gegeven van alle mensen die Egypte binnenkomen: zeventig zielen. Het blijft wat vaag, maar in de Kanttekeningen staat: “Anderen menen dat Stefanus boven de zeventig nog zou gerekend hebben de vier huisvrouwen van Jakob, en de twee zonen van Juda in Kanaän gestorven, zonder Jakob zelven mede te rekenen.”

Ontslapen
Ten slotte spreekt Stefanus over het graf van Jacob en zijn zonen. En daarover bestaat nogal verwarring. Abraham kocht een grafspelonk bij Hebron, de spelonk van Machpéla. Maar kocht Jacob een graf bij Sichem, het later Sichar, van Hemor. Over dát graf spreekt Stefanus hier. En hij beweert dat ook de andere broers van Jozef daar begraven zijn. Ook hier geven de Kanttekeningen enig inzicht in: “…Abraham heeft te Hebron een spelonk gekocht van Efron, den zoon van Zohar, tot begraving zijner doden, Gen. 23:16, in welke ook Jakob heeft willen begraven zijn, Gen. 49:29, 30, en alwaar ook schijnt dat de gebeenten van enige andere voorvaders van Sichem overgebracht zijn. […] het graf, dat van deze zonen van Hemor, den vader van Sichem, namelijk door Jakob gekocht was, Gen. 33:19.”
Jacob heeft dus dat graf voor zichzelf gekocht, maar in Genesis 49 blijkt dat hij toch voor Machpéla heeft gekozen. Als later het volk Israël naar het Beloofde Land terugkeert, nemen ze wel eerst de grafkist van Jozef mee om zijn gebeente uiteindelijk in Sichem bij te zetten in de familiegrot. Alleen de beenderen van Jozef zijn in Egypte gebleven tot de Exodus. Zijn broers zijn wel direct in Kanaän – en dus waarschijnlijk in Sichem – begraven.
Jozefs grafkist was tijdens de slavernij-periode een teken van hoop op Gods belofte, dat Hij Zijn volk zou terugbrengen. En vóór die slavernij was, aldus ds. René van Loon, diezelfde kist een teken van waarschuwing om zich niet te zeer te settelen in Egypte. Want dat was maar een ‘tijdelijke woning’. Het Beloofde Land was hun eigenlijke thuis! Mooie lijn, niet? Dat heeft ons vandaag ook iets te zeggen, met het zicht op het Vaderland hierboven!

woensdag 12 oktober 2016

Het graf van Jozef als teken en zegel

"En Jozef deed de zonen van Israël zweren, zeggende: God zal u gewisselijk bezoeken, zo zult gij mijn beenderen van hier opvoeren!"
Genesis 50 : 25
Piramide van Djozer, waarbij sommigen het graf van Jozef vermoeden; let op het is slechts 'vermoeden'

Je kinderen wat laten beloven op je sterfbed… het heeft iets dieps en moois en tegelijk kan het ook iets beklemmends hebben. Ik herinner mij een verhaal – tijdens een familieonderzoek – van een stervende moeder die haar enigste dochter liet beloven dat ze niet zou trouwen zoland haar vader nog leefde. Wat een bizarre belofte werd dit meisje afgedwongen! En… ze heeft die belofte gehouden, want kort na het overlijden van haar vader trouwde ze. Dieper gaat het nog toen ik hoorde dat haar man al veel langer van haar hield maar vanwege die belofte haar niet ten huwelijk heeft gevraagd. Tegen een buurman vertelde hij later: "Ik heb ze wel al die tijd in mijn hart gedragen". Het is het verhaal van de oudste broer van Zwart Jannetje uit Veenendaal, Hendrik Hootsen, die trouwde met de buurvrouw van mijn opa, Leentje de Heer in Brandwijk.

Hoeveel familiegeheimen zijn bij een sterfbed bezegeld in zwijgen? Daarentegen ook: hoeveel familiegeheimen en -tragedies zijn openbaar gekomen op een sterfbed. Tv-programma's als Spoorloos zijn er meer dan eens mee gevuld. Maar laten we toch terugkeren bij een positieve belofte op een sterfbed: die van Jozef's familie aan de stervende Jozef, om zijn doodskist bij de exodus mee te nemen naar Kanaän.

Zweren voor een begraafplaats

Laten we nog even teruggaan naar het sterfbed van vader Jacob. Hij liet specifiek Jozef zweren dat hij zou worden begraven in het familiegraf in Kanaän. Lees maar hoe dat ging in Genesis 47:29-31: "Als nu de dagen van Israël naderden, dat hij sterven zou, zo riep hij zijn zoon Jozef, en zeide tot hem: Indien ik nu genade gevonden heb in uw ogen, zo leg toch uw hand onder mijn heup, en doe weldadigheid en trouw aan mij, en begraaf mij toch niet in Egypte; maar dat ik bij mijn vaderen ligge; hierom zult gij mij uit Egypte voeren, en mij in hun graf begraven. En hij zeide: Ik zal doen naar uw woord! En hij zeide: Zweer mij! en hij zwoer hem. En Israël boog zich ten hoofde van het bed."
Er moest duidelijk gezworen worden; Jacob nam met een mondelinge toezegging geen genoegen. De HEERE werd erbij gehaald en voor Diens aangezicht werd deze belofte gedaan, onder aanroeping van de Verbondsnaam. Bij die plechtigheid wees Jacob hoogstwaarschijnlijk Jozef aan als zijn 'executeur testamentair'.

Executeur testamentair

Blijkbaar had Jacob het meest vertrouwen in zijn lieveling Jozef, hoewel hij niet het kind van de belofte was, die de lijn naar de Messias zou voortzetten. Beging hij misschien ook dezelfde fout als zijn vader Izaäk? En Jozef? Wie nam hij in vertrouwen om zijn testament te gaan uitvoeren, wanneer hij overleden was? Het lijkt erop dat hij al zijn halfbroers en zijn broer Benjamin laat zweren, al denk ik dat velen van hen al zijn overleden. Dus dan zijn het de stamhouders van die elf families. Maar het is ook een belofte die op de schouders van volgende generaties wordt gelegd. Immers, Jozef wist niet precies wanneer de exodus zou zijn. Als hij Gods beloften even duidelijk had doorgekregen via overgrootvader Abraham, opa Izaäk en vader Jacob, dan dat wij ze hebben gekregen in de Bijbel, dan wist hij dat het echt nog wel een paar eeuwen zou duren voordat de exodus zou komen. Jozef wilde daarom dat al de dán levende nazaten precies wisten wat ze moesten doen. En als er tumult zou uitbreken bij deze exodus, dan nog moesten ze niet vergeten de sarcofaag met zijn gebalsemde lichaam mee te nemen naar het Beloofde Land. Om daarvan zeker te zijn, instrueerde hij al zijn broeder-families en liet hen een eed zweren, zodat ze die zware belofte ook zouden doorgeven aan hun nazaten. Tradities doorgeven, daar waren de aartsvaders – en de Joden tot op de huidige dag – meesters in; dat zijn wij wel een beetje kwijt geraakt!

Enkel traditie?

Hoe zit dat nu precies met die belofte die Jozef zijn broers laat doen? De meeste farao's werden begraven in het Dal der Koningen of op nog enkele andere plekken. De piramiden zijn er tot op de huidige dag getuige van. Gek genoeg werden zij wel met pracht en praal begraven, maar werd al die pracht en praal weggestopt in een kale, stenen prisma. Werd er voor Jozef ook zo'n piramide gebouwd? Of wellicht een statig bij-graf bij de piramide van de heersende farao? Goed mogelijk. Er schijnt een graf gevonden te zijn dat verder in tact was, maar waaruit de sarcofaag was verdwenen. Ergens in die ruimte werd een stuk van een stenen beeldje gevonden dat van een grootvizier van buitenlandse komaf moet zijn geweest. Hoe dát precies zat is misschien wel interessant, maar niet voor deze Bijbelstudie.
Waar het mij om gaat is met welk doel Jozef zó begraven wilde worden en wat de betekenis was van die eed over het meenemen van zijn gebeente naar Kanaän. Immers, het is zo dat Jozef van zijn vader een eigen begraafplaats had gekregen bij Sichem; waarom liet hij zich dáár niet begraven, net zoals zijn vader Jacob wel liet doen bij Machpéla? Waarom laat hij specifiek vastleggen dat hij wel in Egypte opgebaard wil worden, maar enkel in afwachting van de beloofde exodus? In de Kanttekeningen staat het volgende:
"Dit beveelt hij, niet uit superstitie, maar uit een vast geloof, waardoor hij voor zeker hield, dat zijn geslacht het land Kanaän bezitten zou, en dat hetzelve hun allen was tot een voorbeeld en onderpand van het hemelse Kanaän; begerende uit zulke oorzaak, dat zijn beenderen daar eindelijk zouden heengevoerd worden."
Verwezen wordt naar Hebreeën 11 : 22, waar we lezen: "Door het geloof heeft Jozef, stervende, gemeld van den uitgang der kinderen Israëls, en heeft bevel gegeven van zijn gebeente." De Kanttekeningen leggen uit bij 'heeft Jozef gemeld', dat dat niet een terloopse opmerking was, maar dat hij heeft "betuigd dat God Zijn belofte zou volbrengen, van de verlossing der kinderen Israëls uit Egypte." Jozefs begrafenis in Egypte was een belijdenis van zijn geloof over de toekomst. Daar was hij vast van overtuigd en die overtuiging hield hij niet voor zichzelf; lees nogmaals de Kanttekeningen over dat bevel over zijn gebeente: "Dat is, van het medenemen van zijn gebeente naar het land Kanaän, niet uit enige bijgelovigheid of om zijn gebeente daar te laten aanbidden, hetwelk nooit geschied is, maar om de gemeenschap die hij met zijne broederen aan de belofte van God had, en zijn hoop van de vervulling daarvan, ook na zijn dood, hierdoor te betuigen, en hunne nakomelingen daarin te versterken." Drie dingen dus. Hij wilde dat het gebalsemde lichaam mee ging naar Kanaän uit het verlangen om in gemeenschap met zijn broederen te zijn (en dat is een bijzonder wonder, als we bedenken dat die broers hem tot een heel ander besluit hadden kunnen doen komen door hun gedrag). Ten tweede dus die geloofsbelijdenis over de toekomst en ten derde als een versterking voor de verre nazaten van zowel Jozef als zijn broers; zij hadden wel een mondelinge toezegging, maar wanneer ze bij Jozefs graf stonden en de sarcofaag wellicht betastten met hun handen, dan was die stenen kist een onderpand van de belofte die nog op vervulling wachtte.

Met enige theologische vrijheid zou je het haast een sacrament kunnen noemen: een versterking van het zwakke en aangevochten geloof. Houd moet, want de HEERE is een Waarmaker van Zijn beloften. Jozef bleef nog in Egypte, en was een teken dat het hele volk eens in Kanaän zou komen. Onze Heere Jezus Christus is reeds in de Hemel, als een onderpand dat al de Zijnen veilig zullen aankomen in de Stad met paarl'en poorten. Het is een geweldig rijke gedachte, die Jozef hier zijn broers laten beloven. Maar eveneens werd ik zeer getroffen door die hunker om de onderlinge gemeenschap met zijn broers te zoeken; zelfs na zijn dood. Hier worden de contouren zichtbaar van de meerdere Jozef die niets liever deed dan zondaars, ja vijanden, met God Zijn Vader wilder verzoenen. Al kostte het zelfs Zijn heilige en reine leven! Waar kun je dat beter en dieper beseffen dan bij het kruis van Golgotha… waar kun je dat beter en dieper aanbidden en aanbidden dan aan Zijn tafel? Hij is het Onderpand bij uitstek! En dat Beloofde Land? Dat zal er zéker van komen! Daar staat hij 24/7 voor in. Jozef deed niets meer na zijn sterven. Zijn lichaam was een passief getuigenis. Maar Christus is fulltime actief met het bereiden van plaats in het Vaderhuis.

  1. Wat vind je van de vergevingsgezindheid van Jozef? Heeft dat ons iets te zeggen?
  2. Stel je eens voor dat jij een achterkleinkind van Jozef of Benjamin was; zou het jou dan troosten zo'n belofte op je schouders te hebben liggen, zoals de broers van Jozef hebben gedaan? Kun je je enigszins voorstellen hoe dat was? Of zijn wij dat helemaal verleerd: leven met een belofte?
  3. Naast het Heilig Avondmaal is ook de Heilige Doop een sacrament vol van beloften. Hoe ga jij daarmee om?

vrijdag 6 november 2015

Let op waar Jezus gaat zitten

De Jacobsbron bij Sichar; een oude foto van rond 1900

"Hij kwam dan in een stad van Samaria, genaamd Sichar, nabij het stuk land, hetwelk Jakob zijn zoon Jozef gaf. En aldaar was de fontein Jakobs.
Johannes 4 : 5-6a

De tekst van vandaag vertelt ons een hele stapel historische feiten. Johannes geeft ons die feiten door, zodat we dit voorval goed kunnen plaatsen. Het is nogal een bijzonder gebied, waar Jezus nu komt. En juist die historische feiten spelen een grote rol in het leven van de vrouw die nog onwetend is van het feit dat Jezus juist voor haar en haar stadsgenoten hier, bij de put, arriveert. Om hen als het ware 'uit de put' en de duisternis te halen en van het Levende Water te laten drinken.

De stad Sichar

We knippen de tekst in stukjes en behandelen die delen niet helemaal in de tekst-volgorde, maar wel in een volgorde die stapsgewijs de dingen opheldert. Het gaat in deze geschiedenis over de stad Sichar. Er is nogal wat verschil van mening onder de uitleggers of dit nu dezelfde stad is als Sichem, of dat die steden vlak bij elkaar lagen. Veel kaartjes – ook dat van gisteren – tekenen die twee steden afzonderlijk, vlak bij elkaar tussen de twee bergen Ebal en Gerizim. Maar er zijn er ook die Sichar en Sichem vereenzelvigen. En ik neig sterk naar die laatste visie. Dat vergemakkelijkt ook het traceren van deze stad vandaag de dag. Want het oude Sichem is verwoest tijdens de Tweede Joodse Opstand (of 'Kitosoorlog', die in 116-117 n. Chr. plaatsvond). De Romeinen herbouwden Sichem en gaven het de naam Neapolis, dat door de Arabieren werd verbasterd tot Nabloes. Die uitleg kun je ook lezen in de Kanttekeningen van de duitstalige Lutherbijbel, waarin Luther aangeeft dat Sichar een griekse schrijfwijze van het hebreeuwse Sichem is. En zo vindt deze geschiedenis opeens op een heel herkenbare, turbulente, hedendaagse plek.


Een stad van Samaria

Ik dacht dat Jeruzalem en Sichar een enorm eind uit elkaar lagen, maar het blijkt dat Jezus inmiddels slechts een kleine vijftig kilometer heeft afgelegd, ongeveer twee dagen reizen. Johannes vertelt dat Hij in 'een' stad van Samaria is aangekomen. Komt daar Johannes' antipathie voor de Samaritanen misschien om de hoek kijken? Immers hij en zijn broer hadden om vuur willen bidden toen de Samaritanen Jezus en de discipelen niet wilden ontvangen (lees Lukas 9 : 51-56). Als Sichar dezelfde stad is als Sichem, dan had hij moeten spreken over dé stad van Samaria. In de tijd van RehabeamJerobeam was Sichem de hoofdstad van het noordelijke rijk; later maakte Omri Sebaste (de stad Samaria) tot hoofdstad van Samaria, maar na de wegvoering van het tienstammenrijk is de stad Sichem weer het centrum van Samaria geworden. Dé stad van Samaria dus.

De fontein van Jacob

Het is voor de Heere Jezus, maar ook voor de discipelen een stukje historische grond, waar zij dierbare herinneringen aan moeten hebben gehad. Jezus strijkt neer bij een put. En niet zo maar een put, maar de door vader Jacob gegraven put. Het is dit stuk land, dat vader Jacob kocht van Sichem (naar wie de bijgelegen stad is vernoemd) voor honderd zilverlingen. Evenals Abraham deed ook Jacob alvast moeite om in eigen kracht het Beloofde Land in bezit te krijgen. Ik weet wel dat hij zich er wilde vestigen en er ook een begraafplaats wilde inrichten, maar is het niet frappant dat Jozef pas de eerste is geweest die er werd begraven, nadat de HEERE Zélf – na vier eeuwen – het land GEGEVEN had aan het volk! 
Nadat Jacob was teruggekeerd bij oom Laban vandaan, vestigde hij en zijn grote gezin en huishouden zich dus hier in de velden bij Sichem (Genesis 33 : 18-20):
"En Jakob kwam behouden tot de stad Sichem, welke is in het land Kanaan, als hij kwam van Paddan-Aram; en hij legerde zich in het gezicht der stad. En hij kocht een deel des velds, waarop hij zijn tent gespannen had, van de hand der zonen van Hemor, den vader van Sichem, voor honderd stukken gelds. En hij richte aldaar een altaar op, en noemde het: De God Israels is God!"
En al heel snel vindt er die tragische geschiedenis plaats: Jacobs enigste dochter, Dina, werd verkracht door Sichem, de zoon van Hemor. We lezen wél dat Jacob er een altaar oprichtte toen hij hier kwam, maar niet dat hij er een put sloeg of een put cultiveerde uit de vele bronnen die er waren. Maar we nemen toch maar aan dat de traditie waarin de samaritaanse vrouw leefde bestond uit historisch-juiste overlevering. En omdat Jacob zoveel vee en mensen bij zich had moet er wel gebruik zijn gemaakt van waterputten. Vandaag de dag kun je er nog heerlijk helder bronwaterputten en drinken. Lees het artikel op Digibron.

Het land van Jozef

Maar wat wél in Gods Woord staat opgetekend is het feit dat Jozef persoonlijk, bij testamentaire beschikking door zijn vader Jacob, eigenaar werd van dit stuk land. Lees het maar in Genesis 48, de laatste twee verzen:
"Daarna zeide Israël tot Jozef: Zie, ik sterf; maar God zal met ulieden wezen, en Hij zal u wederbrengen in het land uwer vaderen. En ik heb u een stuk lands gegeven boven uw broederen; hetwelk ik, met mijn zwaard en met mijn boog, uit de hand der Amorieten genomen heb." 

En als eeuwen later het volk Israël uit Egypte uittrekt, breken ze Jozefs graf open (daar hebben archeologen inmiddels bewijzen van gevonden in het gebied dat Gosen heette) en nemen het gebalsemde lichaam van Jozef mee, om het uiteindelijk (na 40 jaar met deze sarcofaag te hebben gelopen in de woestijnhitte) in zijn persoonlijk erfgebied Sichem te begraven. We lezen dat in Jozua 24 vers 32:

"Zij begroeven ook de beenderen van Jozef, die de kinderen Israëls uit Egypte opgebracht hadden, te Sichem, in dat stuk velds, hetwelk Jakob gekocht had van de kinderen van Hemor, den vader van Sichem, voor honderd stukken gelds, want zij waren aan de kinderen van Jozef ter erfenis geworden."

Het graf van Jozef rond 1900

Bij Jozefs graf baden in mei 2015 bijna 4.000 Joden, die daar waren aangekomen in 65 autobussen, in een georganiseerd massabezoek. Maar het is nu, begin november 2015, nog maar een paar weken geleden dat Palestijnen juist bij dit graf brand stichtten. En een paar jaar geleden werd het hele graf zelfs verwoest. Het is een voortduerende twistappel tussen Joden en Palestijnen dus.


De sarcofaag met Jozefs beenderen in het graf te Sichem

En het is juist hier, in de nabijheid van het graf van Jozef, dat Jezus neerstrijkt. Hij vertelt tegen de samaritaanse vrouw over Levend Water, maar legt Hij misschien tussen de regels door ook een link met Jozef, Zafnath Paäneah, de behouder des levens?
  • Was Jozef voor het prille volk van Israël een heiland en beschermheer, Jezus zou die taak treffelijker en rijker gaan vervullen voor Jood en heiden. 
  • Jozef, die zelf enkel deze ene plek als eigendom kreeg onder al de stammen van Israël (wel zijn twee kinderen, maar hij zelf niet!) en Jezus die nog geen steen op Zijn Eigen aarde had om er Zijn hoofd neer te leggen. 
  • Jozef, de onderkoning en Jezus toch eigenlijk in zekere zin ook onderkoning, onder Zijn Vader! 
  • Jozef die brood uitdeelde en Jezus Die het Hemelse Brood is. 
Misschien kun je zelf ook wel enkele overeenkomsten vinden tussen Jozef en Jezus. Het lijkt me niet zonder reden dat Johannes juist Jozef hier invoert. De Heilige Geest spreekt vaker met een dubbele bodem, een diepere laag in genoemde feiten. Na al de historische feiten die ik hierboven heb opgesomd vind ik toch het gesprek van Jezus met deze vrouw een prachtig, geestelijk gesprek. En vooraf is het bijzonder rijk om te beseffen dat er lijnen liggen met Jozef, die zich ook bekend ging maken – stapje voor stapje – aan zijn broeders. Zo gaat Jezus ook te werk hier. Hij openbaart Zich stapje voor stapje aan deze zuster, die zich volgens de Joden geen zuster mocht noemen en volgens de wet een zondares was. Zo'n Heiland is mijn Liefste. Mijn Jezus, ik houd van U!