Posts tonen met het label Behouder des levens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Behouder des levens. Alle posts tonen

donderdag 11 augustus 2016

Een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken

"Toen Jozefs broeders zagen, dat hun vader dood was, zo zeiden zij: Misschien zal ons Jozef haten, en hij zal ons gewisselijk vergelden al het kwaad, dat wij hem aangedaan hebben."
Genesis 50 : 15

Een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken; leken de broers van Jozef op een vos?

Het blijft een beetje vaag waar je de tekst van vandaag moet plaatsen. Chronologisch staat de tekst ná de terugkeer in Egypte, dus ná de begrafenis. Maar… inmiddels hadden de broers toch wel door dat hun vader dood was? Als je zo naar de tekst kijkt, lijkt het alsof je hem al eerder, net na het overlijden en vóór de begrafenisplechtigheid moet plaatsen. Echter, misschien moeten we hem toch maar hier laten staan; ik zal uitleggen waarom en dat dat nog eens een extra negatieve dimensie aan de tekst geeft.


Bij het lezen van de tekst kwamen er wat herinneringen boven. Hier wordt namelijk een scene ingezet, waarin de broers van Jozef een vos-achtige rol spelen. Jozef daarentegen laat een staaltje genade zien die hij heeft geleerd door Gods weg met hem. Ik zie in Jozef veel contouren van Christus, maar wel beperkt; want Christus, Die ons Zijn Vader toonde, is zoveel hoger, heerlijker en heiliger.

De vos en zijn streken

Vroeger keek ik naar de Fabeltjeskrant en ik herinner mij de sluwe vos Lowieke, die altijd een dubbele agenda had, wanneer hij een aardig voorstel deed. Ook zat ik vroeger aan de beeld gekluisterd als de tekenfilmserie 'De dieren van het groene woud' er was. Daarin speelde een domme vos en zijn sluwe moeder altijd weer de rol van het kwaad dat overal op de loer lag. Het liep weliswaar altijd goed af door de slimheid van de eekhoorns, ondanks de onnozelheid van de konijntjes.
Een vos verliest wel zijn haren maar nooit zijn streken, luidt het spreekwoord. En zie hier een bijbelse illustratie bij die tegelspreuk. We zitten in vers 15 in de eerste acte van het toneelstuk 'After the funeral'. De broers hebben tijdens de terugreis met elkaar overlegd en ze zijn er allen van overtuigd dat er problemen voor de deur staan. What to do? Ik weet wel dat ze niet allen van dezelfde lap gescheurd zijn, ook niet allen dezelfde dingen op hun kerfstok hebben (denk aan Benjamin die eigenlijk part nog deel had aan de ellende die zijn tien halfbroers over zijn echte broer hebben gebracht), maar ze treden hier als één blok op. Het lijkt erop dat ook Benjamin zich bevindt in het vossenkamp en mee bewilligt in het voorstel dat ze met elkaar aan Jozef willen doen. Echter, een vos die door het stof kruipt is gevaarlijker dan een die fier met kop en staart boven het wuivende gras uitsteekt, wanneer hij op pad gaat.
Het please-plan dat ze in de volgende verzen uit de doeken gaan doen, deed mij de wenkbrauwen fronsen. Wat is dit? Hmm… daar heb je ze weer. Een compleet en integraal excuus gaan maken, terwijl ze die hele rit samen hebben gereisd? Boete en berouw, terwijl ze al 17 jaar in Gosen wonen? Waarom nu? Waarom überhaupt? Immers, 17 jaar is nogal een tijd: dik 6200 dagen. Me dunkt, had je al die tijd, na dat enorme genadige optreden van Jozef, 17 jaar gelden, geen tijd genoeg om boete te doen?
Ik word ook altijd een beetje kriegel als mensen jaar en dag naast je leven en opeens in een week van Voorbereiding op het Avondmaal excuses gaan aanbieden voor soms de meest onbenullige dingen. Het is mij een paar keer overkomen en soms schoot ik in de lach, omdat dat het om dingen van jaren her ging, en om zinnetjes of woorden zelfs, ergens in de kantlijn. Ik kon het me ook zelfs niet herinneren. Waarom doe je dat zo, waarom doe je dat juist dán en niet eerder of later? Misschien moet ik er niet teveel achter zoeken, maar mijn intuïtie doet dat helaas wel. Een appellerende preek bij de Voorbereiding en sommige mensen komen dan opeens heel geforceerd in beweging. En ook nog op een manier, terloops of in een briefje, waar je bepaald weinig mee kunt. Ik weet het niet. Denk er nog eens hartig over na of jij het misschien ook weleens zo hebt aangepakt. Bedenk dat dat bij die ander misschien wel heel apart kan overkomen. Als het echt op je hart zit, zou je dan niet beter een eerder en een onbeladen moment kunnen uitkiezen?

De mediator en zijn positie

Dat de broers er nu pas mee komen blijkt een heel rare reden te hebben. Hun vader is weggevallen en nu menen ze opeens in de frontlinie tegenover Jozef te staan. Die oude Jacob had blijkbaar in hun beleving een mediator-rol, een buffer tussen slachtoffer en daders. In alle ernst: zou Jacob zich dat bewust zijn geweest? Dan is hem veel te verwijten. Want als hij zo'n invloedrijke positie innam, dan had hij daar ook voortijdig wat aan kunnen doen. En dat heeft hij blijkbaar niet gedaan.
Een vraag die bij mij direct bovenkwam is deze: zijn er daar in Gosen soms nog meer fricties geweest tussen Jozef en de broers? Jozef zal ook niet continue in hun nabijheid zijn geweest. Wellicht liepen de contacten met het hof van Jozef dan ook heel natuurlijk via Jacob.
Maar Jacob moet toch ook verder hebben gekeken dan zijn neus lang was? Jacob kende toch ook zijn eigen vos-achtige karakter? Wordt hij niet juist daarom 'hielenlichter' genoemd? De lompe Ezau had daarin een punt: zijn broer maakte hem bepaald niet jaloers op een leven met de HEERE. Eye-opener?
Jacob zou dus zijn doortrapte zoons moeten kunnen onderscheiden van de onnozele meelopers. Hij moet hun gedrag hebben kunnen doorzien, omdat hij het zelf van binnenuit kende. En… ze hadden nota bene hémzelf bedrogen met de vermeende dood van Jozef.
Hoe het ook zij, Jacob is weg en de broers voelen zich daar in Gosen in de gedoogzone van Jozef. Die hoeft maar met zijn vingers te knippen en de Egyptenaren zullen hen totaal wegvagen. Ja, wat er allemaal niet in een doortrapt geweten naar boven komt, als het aan de toekomst denkt. Een mens moet eerlijk gemaakt worden, wordt er in refo-kringen nogal eens dweepziek gezegd. De mensen die dat het hards zeggen laten nogal eens een gedrag zien dat alles aan transparantheid en oprechtheid mist. Dat eerlijk-gemaakt-worden kan blijkbaar hand in hand gaan met het afzagen van predikanten die vrije genade preken en het ophemelen van predikheren die het heil in een hermetisch afgesloten sacristie van voorwaardelijkheid opsluiten.
Er is nogal wat zendingswerk te bedrijven in reformatorisch Nederland. Misschien goed om toch ook eens met de broers van Jozef aan de toekomst te denken: immers als je de grote Mediator weg-theologiseert dan sta je inderdaad in de frontlinie tegenover God, Wiens beeld je zo enorm verwrongen propageert. Dat gaat niet goed aflopen, dat kan ik je verzekeren.

De waard en zijn gasten

Wat de broers ook van hun vader vonden, ze vonden hem vooral heel handig als buffer. En nu die weg is gaan ze de situatie opeens anders bekijken. Het gaat er dreigend uitzien. En zoals dat altijd gaat – helaas ook in kerkelijk Nederland – degenen die de 'Behouder des volks' het minst uit eigen ervaring kennen, gaan hem als de meest bedreigendste beschouwen. En dat beeld gaan ze ook rondbazuinen. De gifmengers van het eerste uur bieden tegen elkaar op: "Er komt onweer", "Het zal een verloren zaak blijken te zijn", "Er is geen ontkomen aan", "Wie zal ontkomen aan de toorn van Jozef?", "Hij zal ons gevangen zetten", "Hij zal ons pijnigen, uit wraak", "En het is allemaal verdiend!", "We moeten hem er enkel gelijk in geven", "Jozef zou geen onrecht doen, als hij ons vernielde". De een kruipt nog dieper door het stof dan de ander.
Maar, zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. Dan ken je Jozef nog niet, vossen! Bedenk eens als je dat openlijk naar hem gaat uitspreken! Zal Jozef dan niet juist in toorn ontbranden? Verblind voor het effect van hun verwrongen Jozef-beeld, stappen ze naar hun grootste dreiging toe, als op een boobytrap afrennend. Je houdt je adem in… hoe zal dat aflopen?

  1. Welk beeld heb jij van de HEERE? En hoe ga jij de Jongste Dag tegemoet?
  2. Zit er een verband tussen zelfbeeld en Godsbeeld? Praat er eens over door hoe deze zonen van Jacob aan zulke overleggingen komen, terwijl ze toch ook van hun vader Jacob op geestelijk terrein beter konden weten?
  3. Ken jij mensen die zo'n verwrongen Godsbeeld hebben? Wat kun jij voor hen betekenen?

vrijdag 6 november 2015

Let op waar Jezus gaat zitten

De Jacobsbron bij Sichar; een oude foto van rond 1900

"Hij kwam dan in een stad van Samaria, genaamd Sichar, nabij het stuk land, hetwelk Jakob zijn zoon Jozef gaf. En aldaar was de fontein Jakobs.
Johannes 4 : 5-6a

De tekst van vandaag vertelt ons een hele stapel historische feiten. Johannes geeft ons die feiten door, zodat we dit voorval goed kunnen plaatsen. Het is nogal een bijzonder gebied, waar Jezus nu komt. En juist die historische feiten spelen een grote rol in het leven van de vrouw die nog onwetend is van het feit dat Jezus juist voor haar en haar stadsgenoten hier, bij de put, arriveert. Om hen als het ware 'uit de put' en de duisternis te halen en van het Levende Water te laten drinken.

De stad Sichar

We knippen de tekst in stukjes en behandelen die delen niet helemaal in de tekst-volgorde, maar wel in een volgorde die stapsgewijs de dingen opheldert. Het gaat in deze geschiedenis over de stad Sichar. Er is nogal wat verschil van mening onder de uitleggers of dit nu dezelfde stad is als Sichem, of dat die steden vlak bij elkaar lagen. Veel kaartjes – ook dat van gisteren – tekenen die twee steden afzonderlijk, vlak bij elkaar tussen de twee bergen Ebal en Gerizim. Maar er zijn er ook die Sichar en Sichem vereenzelvigen. En ik neig sterk naar die laatste visie. Dat vergemakkelijkt ook het traceren van deze stad vandaag de dag. Want het oude Sichem is verwoest tijdens de Tweede Joodse Opstand (of 'Kitosoorlog', die in 116-117 n. Chr. plaatsvond). De Romeinen herbouwden Sichem en gaven het de naam Neapolis, dat door de Arabieren werd verbasterd tot Nabloes. Die uitleg kun je ook lezen in de Kanttekeningen van de duitstalige Lutherbijbel, waarin Luther aangeeft dat Sichar een griekse schrijfwijze van het hebreeuwse Sichem is. En zo vindt deze geschiedenis opeens op een heel herkenbare, turbulente, hedendaagse plek.


Een stad van Samaria

Ik dacht dat Jeruzalem en Sichar een enorm eind uit elkaar lagen, maar het blijkt dat Jezus inmiddels slechts een kleine vijftig kilometer heeft afgelegd, ongeveer twee dagen reizen. Johannes vertelt dat Hij in 'een' stad van Samaria is aangekomen. Komt daar Johannes' antipathie voor de Samaritanen misschien om de hoek kijken? Immers hij en zijn broer hadden om vuur willen bidden toen de Samaritanen Jezus en de discipelen niet wilden ontvangen (lees Lukas 9 : 51-56). Als Sichar dezelfde stad is als Sichem, dan had hij moeten spreken over dé stad van Samaria. In de tijd van RehabeamJerobeam was Sichem de hoofdstad van het noordelijke rijk; later maakte Omri Sebaste (de stad Samaria) tot hoofdstad van Samaria, maar na de wegvoering van het tienstammenrijk is de stad Sichem weer het centrum van Samaria geworden. Dé stad van Samaria dus.

De fontein van Jacob

Het is voor de Heere Jezus, maar ook voor de discipelen een stukje historische grond, waar zij dierbare herinneringen aan moeten hebben gehad. Jezus strijkt neer bij een put. En niet zo maar een put, maar de door vader Jacob gegraven put. Het is dit stuk land, dat vader Jacob kocht van Sichem (naar wie de bijgelegen stad is vernoemd) voor honderd zilverlingen. Evenals Abraham deed ook Jacob alvast moeite om in eigen kracht het Beloofde Land in bezit te krijgen. Ik weet wel dat hij zich er wilde vestigen en er ook een begraafplaats wilde inrichten, maar is het niet frappant dat Jozef pas de eerste is geweest die er werd begraven, nadat de HEERE Zélf – na vier eeuwen – het land GEGEVEN had aan het volk! 
Nadat Jacob was teruggekeerd bij oom Laban vandaan, vestigde hij en zijn grote gezin en huishouden zich dus hier in de velden bij Sichem (Genesis 33 : 18-20):
"En Jakob kwam behouden tot de stad Sichem, welke is in het land Kanaan, als hij kwam van Paddan-Aram; en hij legerde zich in het gezicht der stad. En hij kocht een deel des velds, waarop hij zijn tent gespannen had, van de hand der zonen van Hemor, den vader van Sichem, voor honderd stukken gelds. En hij richte aldaar een altaar op, en noemde het: De God Israels is God!"
En al heel snel vindt er die tragische geschiedenis plaats: Jacobs enigste dochter, Dina, werd verkracht door Sichem, de zoon van Hemor. We lezen wél dat Jacob er een altaar oprichtte toen hij hier kwam, maar niet dat hij er een put sloeg of een put cultiveerde uit de vele bronnen die er waren. Maar we nemen toch maar aan dat de traditie waarin de samaritaanse vrouw leefde bestond uit historisch-juiste overlevering. En omdat Jacob zoveel vee en mensen bij zich had moet er wel gebruik zijn gemaakt van waterputten. Vandaag de dag kun je er nog heerlijk helder bronwaterputten en drinken. Lees het artikel op Digibron.

Het land van Jozef

Maar wat wél in Gods Woord staat opgetekend is het feit dat Jozef persoonlijk, bij testamentaire beschikking door zijn vader Jacob, eigenaar werd van dit stuk land. Lees het maar in Genesis 48, de laatste twee verzen:
"Daarna zeide Israël tot Jozef: Zie, ik sterf; maar God zal met ulieden wezen, en Hij zal u wederbrengen in het land uwer vaderen. En ik heb u een stuk lands gegeven boven uw broederen; hetwelk ik, met mijn zwaard en met mijn boog, uit de hand der Amorieten genomen heb." 

En als eeuwen later het volk Israël uit Egypte uittrekt, breken ze Jozefs graf open (daar hebben archeologen inmiddels bewijzen van gevonden in het gebied dat Gosen heette) en nemen het gebalsemde lichaam van Jozef mee, om het uiteindelijk (na 40 jaar met deze sarcofaag te hebben gelopen in de woestijnhitte) in zijn persoonlijk erfgebied Sichem te begraven. We lezen dat in Jozua 24 vers 32:

"Zij begroeven ook de beenderen van Jozef, die de kinderen Israëls uit Egypte opgebracht hadden, te Sichem, in dat stuk velds, hetwelk Jakob gekocht had van de kinderen van Hemor, den vader van Sichem, voor honderd stukken gelds, want zij waren aan de kinderen van Jozef ter erfenis geworden."

Het graf van Jozef rond 1900

Bij Jozefs graf baden in mei 2015 bijna 4.000 Joden, die daar waren aangekomen in 65 autobussen, in een georganiseerd massabezoek. Maar het is nu, begin november 2015, nog maar een paar weken geleden dat Palestijnen juist bij dit graf brand stichtten. En een paar jaar geleden werd het hele graf zelfs verwoest. Het is een voortduerende twistappel tussen Joden en Palestijnen dus.


De sarcofaag met Jozefs beenderen in het graf te Sichem

En het is juist hier, in de nabijheid van het graf van Jozef, dat Jezus neerstrijkt. Hij vertelt tegen de samaritaanse vrouw over Levend Water, maar legt Hij misschien tussen de regels door ook een link met Jozef, Zafnath Paäneah, de behouder des levens?
  • Was Jozef voor het prille volk van Israël een heiland en beschermheer, Jezus zou die taak treffelijker en rijker gaan vervullen voor Jood en heiden. 
  • Jozef, die zelf enkel deze ene plek als eigendom kreeg onder al de stammen van Israël (wel zijn twee kinderen, maar hij zelf niet!) en Jezus die nog geen steen op Zijn Eigen aarde had om er Zijn hoofd neer te leggen. 
  • Jozef, de onderkoning en Jezus toch eigenlijk in zekere zin ook onderkoning, onder Zijn Vader! 
  • Jozef die brood uitdeelde en Jezus Die het Hemelse Brood is. 
Misschien kun je zelf ook wel enkele overeenkomsten vinden tussen Jozef en Jezus. Het lijkt me niet zonder reden dat Johannes juist Jozef hier invoert. De Heilige Geest spreekt vaker met een dubbele bodem, een diepere laag in genoemde feiten. Na al de historische feiten die ik hierboven heb opgesomd vind ik toch het gesprek van Jezus met deze vrouw een prachtig, geestelijk gesprek. En vooraf is het bijzonder rijk om te beseffen dat er lijnen liggen met Jozef, die zich ook bekend ging maken – stapje voor stapje – aan zijn broeders. Zo gaat Jezus ook te werk hier. Hij openbaart Zich stapje voor stapje aan deze zuster, die zich volgens de Joden geen zuster mocht noemen en volgens de wet een zondares was. Zo'n Heiland is mijn Liefste. Mijn Jezus, ik houd van U!