Posts tonen met het label Samaria. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Samaria. Alle posts tonen

donderdag 12 november 2015

Jezus houdt het gesprek gaande

Jezus en de Samaritaanse vrouw bij de Jacobsbron, 1890, Henryk Siemiradzki (1843-1902),
olieverf op doek; bevindt zich thans in The Lvov Picture Gallery in Lvov (Oekraïne)


"Jezus antwoordde en zeide tot haar: Indien gij de gave Gods kendet,
en Wie Hij is, Die tot u zegt: Geef Mij te drinken,
zo zoudt gij van Hem hebben begeerd, en Hij zoude u levend water gegeven hebben."
Johannes 4 : 10

Nadat Jezus om drinken had gevraagd, had de vrouw verbaasd en zelfs een beetje cynisch gereageerd. "Hoe bestaat het dat U aan mij vraagt om drinken! U bent een Joodse man en ik een Samaritaanse vrouw! Wees eerlijk, groter verschil en onmogelijkheid bestaat er niet." Ze had Jezus bepaald ongelovig en misschien wel wat spottend aangekeken. Een Jood die dorst heeft… Het machtsevenwicht was geheel aan haar kant. Met haar stadsgenoten had ze misschien niet zoveel op, maar deze Jood mocht voor haar part verdrogen. Wat er ook door haar hart had gespookt aan kwade gevoelens en gedachten, toch houdt Jezus uiterst vriendelijk het gesprek gaande. En, o, wat zal ze daar later diep dankbaar voor zijn geweest; ja, ik geloof dat ze er vandaag de dag in de hemel nog niet over uit kan en God groot om maakt! Wij ook?

Jezus verheerlijkt Zijn Vader

Als er al sprake van machtsevenwicht was, dan maken de komende woorden duidelijk dat dat evenwicht geheel aan Jezus' kant was. Zijn vriendelijke stem heeft een natuurlijk en vanzelfsprekend gezag: "Je hebt half niet door wat hier op dit moment gebeurt! Het ontbreekt je aan twee stukken kennis. Allereerst ken je Gods gave niet. Ten tweede ken je de Persoon voor je niet! Want als dat wel het geval zou zijn geweest, had je totaal anders gereageerd. Dan had je daar niet recht overeind gestaan met je kruik in je handen, maar dan was je op de grond gevallen, aan Mijn voeten en had je Mij gevraagd om de Heilige Geest!"
Allereerst letten we op het feit dat Jezus alle eer aan Zijn Vader geeft. Dat Jezus hier zit, is te danken aan Zijn Vader. Dat Hij überhaupt naar deze plek is gekomen, is te danken aan Zijn Vader. Dat Jezus tenslotte specifiek naar deze vrouw op zoek is gegaan én haar heeft gevonden, ook dat is geheel aan Zijn Vader te danken. Hij profileert Zichzelf dan ook niet als de Messias of het Licht der wereld, maar als 'de Gave Gods'.
Die term komt niet zoveel in de Bijbel voor. In Prediker 3 gaat het eigenlijk om het goed dat God je in het leven geeft. Geniet ervan tot Zijn eer. In het Nieuwe Testament gebruikt Petrus deze term in Handelingen 8, wanneer hij Simon de Tovenaar vervloekt, die dacht dat hij de gave van God (de krachten die Petrus kon doen door de Heilige Geest) wel met geld kon kopen. En ook Paulus doelt op bijzondere gaven van de Heilige Geest, die Timotheüs had gekregen – zo lezen we in 2 Tim. 1 – door de oplegging van Paulus' handen.
Maar hier gebruikt Jezus deze term voor Zichzelf. In de Kanttekeningen staat over 'Gave Gods': "Dat ben Ik, Die door God aan de mensen ben gegeven tot Zaligmaker". Verwezen wordt daar naar Romeinen 8 : 32 waar staat: "Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?" Paulus beschrijft Christus daar eigenlijk als dubbele Gave, want met Hem krijgen wij nog meer van de Vader. Je snapt wel dat Jezus niets liever doet dan juist op deze punten Zijn Vader grotelijks te verheerlijken. Voel je met Hem mee?

Jezus vestigt de aandacht op Zichzelf

Maar je proeft in de tekst van vandaag toch ook dat Jezus de aandacht op Zichzelf vestigt. Niet om Zelf alle eer te ontvangen, maar simpelweg omdat deze vrouw (en jij en ik eveneens) Hem nodig heeft om ooit met God de Vader in het reine te kunnen komen! Het kan niet buiten Jezus om; daarom!
"Als je zou weten Wie Hij is Die met je spreekt en jou om drinken vraagt, dan…"
Als iemand dat tot je zegt, moeten als het ware de alarmbellen gaan rinkelen. Ik heb blijkbaar iets niet door en de Persoon tegenover mij probeert mij indirect wakker te schudden. Als we naar deze vrouw kijken, lijkt het erop dat ze maar moeilijk wakker kan worden. Hoewel Jezus de aandacht op Zichzelf vestigt gaat het goed beschouwd toch ook om de vrouw; om haar zaligheid en de verwakkering van haar ziel.
Hoe zou ze daar later op hebben teruggekeken? Zou ze de vraag van Jezus ook steeds merkwaardiger zijn gaan vinden? En tegelijk de waarachtigheid van Zijn woorden zijn gaan beseffen?
Je zult toch maar zo'n wonderlijke ontmoeting hebben gehad! Dan heb je wat te vertellen op geestelijk gebied. Zou het? Zou je er iets mee worden? Zou je er 'het échte kind van God' mee uithangen? Zou ze…
Zou ze nog in Samaria hebben gewoond, toen enkele jaren later Filippus daar begon te preken? En een tijd later, toen er vluchtelingen uit Jeruzalem aankwamen, omdat ze op de vlucht waren voor Paulus? Zou Christus ook aan deze vrouw hebben gedacht, Zijn eerste getuige in Samaria, toen Hij zo nadrukkelijk aan Zijn discipelen vertelde: "Gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde" (Handelingen 1 : 8). In ieder geval toonde Hij Zijn discipelen dat Israël één moet zijn en dat ook deze Samaritanen erbij horen. Zij werden al ver voor de heidenen in geplant, ja eigenlijk ingeboren.
De volle aandacht op Jezus voorkomt bij de vrouw, zowel als bij elk kind van God, dat ze zelf iets wordt met deze bekering en wedergeboorte. Laat Jezus maar alle aandacht krijgen in je (s)preken en schrijven! Dat de mens zondig is weten we wel en leren we al meer. Maar dát verdient de schoonheidsprijs niet. Jezus, geen Naam is er zoeter en beter voor 't hart!

Jezus verzekert van verhoring

Nog kort aandacht voor de belofte die Jezus verderop zal uitwerken. Nog vóór dat de vrouw kan doorgronden wat Jezus eigenlijk bedoelt, vertelt Hij alvast hoe gewillig Hij is en hoe graag Hij schenkt waar men Hem om bidt. "Jij begeert van Mij… en Ik zal het geven". Hij is er zo verblijd over als mensen tot de ontdekking komen dat er niet alleen een Heiland en Zaligmaker is, maar dat Deze al op de uitkijk staat en popelt (met eerbied) om te redden.
Ben je nog een zwakke in het geloof? Twijfel je nog of Jezus wel wil? Hoe kom je aan zulke gedachten over Hem? Luister dan naar Zijn woorden in onze dagtekst. Hij wil niets liever. Nog voor de bidder is uitgepraat is Hij er vaak al. Ja, soms zegt God het in Zijn Woord nog scherper: "Eer zij roepen, zal Ik antwoorden!"
Kom, alle twijfels en boze of verkeerde gedachten over God overboord! Stel je beeld van God bij. Het is Jezus immers Die Zijn Vader 'toont', uitlegt en uitschildert in Zijn ware karakter. Door de zondeval zijn we heel anders tegen God gaan aankijken; maar daarom ís Hij nog niet zo, zoals het in ons brein door satan is misvormd! Integendeel.

dinsdag 10 november 2015

Geef jij Jezus te drinken?

'Geef mij te drinken' is een bundel van Augustinus
met verhandelingen over het Johannes-evangelie
 
"Jezus zeide tot haar: Geef Mij te drinken.
(Want Zijn discipelen waren heengegaan in de stad, opdat zij zouden spijze kopen.)"
Johannes 4 : 7b-8

Vind je dat nou ook geen vreemde vraag van de Heere Jezus? Die vrouw komt water putten en – dat is niet zo vreemd – Hij vraagt haar om drinken. Maar als ze wat verbaasd is over die vraag, draait Jezus de situatie om en vertelt dat zij juist Hém om water zou moeten vragen. Dat laatste snappen we nog wel, maar waarom eerst die vraag 180° de andere kant op? "Geef Mij te drinken". Wat zou die vraag betekenen? Wat zou die vraag willen uitlokken?

Een vraag om water

De vraag op zich is niet zo vreemd. Er komt iemand die water kan putten. Jezus heeft dorst en vraagt of Hij ook wat mag drinken. Maar nergens in deze geschiedenis komt het zover! De vrouw laat op een gegeven moment de kruik achter en is waarschijnlijk helemaal niet aan het putten toe gekomen. Ze zijn zo in gesprek geraakt!
Jezus vroeg dus ergens om, maar Hij doelde ergens anders op. Wat? Die vraag kwam wel bij me boven, maar ik vond niet zo gauw een antwoord. Wel vond ik een opscherpende visie op deze tekst in een lezing door Henk Binnendijk, voor vrijwilligers in de Gevangenzorg:
"Wat doet Jezus bij de put? Hij was vermoeid van de tocht en bleef zo zitten. “Geef mij te drinken,” vraagt Hij. Hij begint niet te vertellen over wie Hij is. Wat zegt dat over ons? Hoe gaat u de gevangenis is? Ik ben vrijwilliger van Gevangenenzorg en ik kom je iets brengen? Nee, Jezus vraagt om iets te ontvangen. Je gaat als vrijwilliger niet om iets te brengen, je gaat om te ontvangen! Je wilt iets leren van de gevangene. De dorst van Jezus werd gelest door deze vrouw. Dit kan u als vrijwilliger ook overkomen!
De vrouw was niet van plan om iets te zeggen. Ze vroeg zich verbaasd af hoe Jezus zoiets aan haar kon vragen. Ze was verbaasd dat Jezus haar nódig had. Vrouwen vinden het belangrijk dat ze nodig zijn voor een man. Als ik mijn overhemd kwijt ben en ik vraag mijn vrouw waar hij ligt, dan zegt ze dat ik beter moet kijken, maar het doet haar stiekem óók goed dat ik haar nodig heb. De Samaritaanse vrouw was voor iemand nodig. Wij mensen willen nodig zijn. Vrouwen, maar mannen natuurlijk net zo goed."
De vraag van Jezus was dus een opstapje om deze vrouw te ontdekken aan haar eigen dorst. Het bewustzijn werd wakkergeschud: ze had zélf dorst! Maar dat ging via haar eerst opgewekte gevoel dat ze er toe deed, nodig was, telde. En dat tegen de dingen die we gisteren ontdekte in het tijdstip waarop deze vrouw hier komt, maakt deze vies op de vraag wel zeer waarschijnlijk.
Had Jezus dan geen dorst? Ik vermoed van wel. Hij was vermoeid; en dorst houdt daar zeker verband mee. Aan het kruis zal Hij later uitroepen: "Mij dorst!" Me dunkt, Hij zal zeer zeker dorst hebben gehad. Maar er is nóg een dorst die Hij had; daar kom ik bij punt drie op terug.

Een vraag naar bereidheid

Maar vraag je ook eens af wat de vraag van Jezus bij de vrouw losmaakte. Zij komt daar aangelopen en ziet een vreemde man zitten. Als vrouw moet dat een wat onbehagelijk gevoel hebben gegeven. Haar houding wordt op slag gereserveerd, allert op zelfs maar de kleinste aanwijzing dat deze vreemdeling iets kwaads in de zin heeft.
Dichterbij gekomen ziet de vrouw dat de vreemdeling zelfs een Jood is! Ook dat nog! Haast nóg geforceerder zal ze – bewust de put tussen zichzelf en de vreemdeling houdend – de kruik van haar hoofd of schouder hebben genomen.
En tot overmaat van ramp gaat deze joodse vreemdeling ook nog tegen haar praten. Dat is ongehoord – zullen we in een volgende Bijbelstudie zien – maar ook hoogst irritant. Want de vrouw wordt daarmee in de situatie gedwongen iets terug te zeggen óf de vreemdeling duidelijk te maken dat ze niet tegen vreemden/vreemde mannen man spreken.
In het achterhoofd houdend dat deze vrouw al de nodige mannen heeft 'versierd', is het niet zo verwonderlijk dat ze op een gevatte, en later zelfs enigszins uitdagende manier, gaat antwoorden. Maar zover is het nog niet.
Jezus had haar overwegingen al doorgrond. Hij kende haar gedachten (vergeten we dat niet?!). Daarom deze hoogst irritante en onwelkome vraag: "Geef Mij te drinken".
Nog voordat de vrouw heeft kunnen zeggen dat ze toch wel een heel godsdienstige Samaritaanse is en een echte nazaat van vader Jacob, gaat Jezus haar aan de tand voelen over haar bereidheid om zelfs haar 'vijand' te drinken te geven.
Ze kende toch wel de wetten van Mozes? Welnu, in Deuteronomium 10 : 17-19 lezen we:
"Want de HEERE, uw God, is een God der goden, en een Heere der heren; die grote, die machtige, en die vreselijke God, Die geen aangezicht aanneemt, noch geschenk ontvangt; Die het recht van den wees en van de weduwe doet; en den vreemdeling liefheeft, dat Hij hem brood en kleding geve. Daarom zult gijlieden den vreemdeling liefhebben, want gij zijt vreemdelingen geweest in Egypteland."

En dat liefhebben van de vreemdeling gold ook voor je vijanden; dat betekende heel simpel dat ze op Jezus' vraag om drinken, Hem ook te drinken moest geven. En dit is heus het enige gebod niet dat we in de wetten van Mozes tegenkomen, aangaande de vreemdelingen. Jezus polst hier haar bereidheid om Hem te helpen. Hoewel Hij Zelf al wist hoe het er van binnen bij haar voorstond, liet Hij haar naar zichzelf luisteren en kijken. En dat is soms irritant, maar zeer heilzaam; vooral als Hij het doet!

Een vraag uit gedrevenheid

Wat was – ik had beloofd daar op terug te komen – nu die andere dorst van Jezus? Hij vertelt daar Zelf over in vers 34 van dit hoofdstuk: "Mijn spijs is, dat Ik doe den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft, en Zijn werk volbrenge." Wat er aan eten en drinken nodig is om een lichaam te onderhouden en actief te houden, zo is er ook in geestelijk opzicht 'eten' en 'drinken' nodig om ons geestelijk leven gezond en krachtig te houden.
Jezus' diepste drijfveer in Zijn komst naar deze aarde is het opzoeken van zondaren, verloren schapen. Hier komt er eentje naar Hem toe, die Hij in Zijn ondoorgrondelijke zondaarsliefde naar Zich toe trekt. Hij had grotelijks begeerd om door haar gelaafd (te drinken krijgen) te worden. Jezus' dorst was haar voor eeuwig te zaligen en Zijn Vader in haar leven groot te maken. Dat was Zijn lust en Zijn leven; Zijn eten en… Zijn drinken.
"Kom maar bij Mij met je zorgen, je zonden. Ik wil ze van je overnemen en dragen aan het kruis! Ik doe niets liever. Ontvang Mijn gerechtigheid en laat deze wonderlijke ruil je tot in eeuwigheid verheugen en verwonderen. Kom maar bij Mij!"
Jezus vraagt ook aan jou: "Geef Mij te drinken." Heb je Hem al te drinken gegeven?

vrijdag 6 november 2015

Let op waar Jezus gaat zitten

De Jacobsbron bij Sichar; een oude foto van rond 1900

"Hij kwam dan in een stad van Samaria, genaamd Sichar, nabij het stuk land, hetwelk Jakob zijn zoon Jozef gaf. En aldaar was de fontein Jakobs.
Johannes 4 : 5-6a

De tekst van vandaag vertelt ons een hele stapel historische feiten. Johannes geeft ons die feiten door, zodat we dit voorval goed kunnen plaatsen. Het is nogal een bijzonder gebied, waar Jezus nu komt. En juist die historische feiten spelen een grote rol in het leven van de vrouw die nog onwetend is van het feit dat Jezus juist voor haar en haar stadsgenoten hier, bij de put, arriveert. Om hen als het ware 'uit de put' en de duisternis te halen en van het Levende Water te laten drinken.

De stad Sichar

We knippen de tekst in stukjes en behandelen die delen niet helemaal in de tekst-volgorde, maar wel in een volgorde die stapsgewijs de dingen opheldert. Het gaat in deze geschiedenis over de stad Sichar. Er is nogal wat verschil van mening onder de uitleggers of dit nu dezelfde stad is als Sichem, of dat die steden vlak bij elkaar lagen. Veel kaartjes – ook dat van gisteren – tekenen die twee steden afzonderlijk, vlak bij elkaar tussen de twee bergen Ebal en Gerizim. Maar er zijn er ook die Sichar en Sichem vereenzelvigen. En ik neig sterk naar die laatste visie. Dat vergemakkelijkt ook het traceren van deze stad vandaag de dag. Want het oude Sichem is verwoest tijdens de Tweede Joodse Opstand (of 'Kitosoorlog', die in 116-117 n. Chr. plaatsvond). De Romeinen herbouwden Sichem en gaven het de naam Neapolis, dat door de Arabieren werd verbasterd tot Nabloes. Die uitleg kun je ook lezen in de Kanttekeningen van de duitstalige Lutherbijbel, waarin Luther aangeeft dat Sichar een griekse schrijfwijze van het hebreeuwse Sichem is. En zo vindt deze geschiedenis opeens op een heel herkenbare, turbulente, hedendaagse plek.


Een stad van Samaria

Ik dacht dat Jeruzalem en Sichar een enorm eind uit elkaar lagen, maar het blijkt dat Jezus inmiddels slechts een kleine vijftig kilometer heeft afgelegd, ongeveer twee dagen reizen. Johannes vertelt dat Hij in 'een' stad van Samaria is aangekomen. Komt daar Johannes' antipathie voor de Samaritanen misschien om de hoek kijken? Immers hij en zijn broer hadden om vuur willen bidden toen de Samaritanen Jezus en de discipelen niet wilden ontvangen (lees Lukas 9 : 51-56). Als Sichar dezelfde stad is als Sichem, dan had hij moeten spreken over dé stad van Samaria. In de tijd van RehabeamJerobeam was Sichem de hoofdstad van het noordelijke rijk; later maakte Omri Sebaste (de stad Samaria) tot hoofdstad van Samaria, maar na de wegvoering van het tienstammenrijk is de stad Sichem weer het centrum van Samaria geworden. Dé stad van Samaria dus.

De fontein van Jacob

Het is voor de Heere Jezus, maar ook voor de discipelen een stukje historische grond, waar zij dierbare herinneringen aan moeten hebben gehad. Jezus strijkt neer bij een put. En niet zo maar een put, maar de door vader Jacob gegraven put. Het is dit stuk land, dat vader Jacob kocht van Sichem (naar wie de bijgelegen stad is vernoemd) voor honderd zilverlingen. Evenals Abraham deed ook Jacob alvast moeite om in eigen kracht het Beloofde Land in bezit te krijgen. Ik weet wel dat hij zich er wilde vestigen en er ook een begraafplaats wilde inrichten, maar is het niet frappant dat Jozef pas de eerste is geweest die er werd begraven, nadat de HEERE Zélf – na vier eeuwen – het land GEGEVEN had aan het volk! 
Nadat Jacob was teruggekeerd bij oom Laban vandaan, vestigde hij en zijn grote gezin en huishouden zich dus hier in de velden bij Sichem (Genesis 33 : 18-20):
"En Jakob kwam behouden tot de stad Sichem, welke is in het land Kanaan, als hij kwam van Paddan-Aram; en hij legerde zich in het gezicht der stad. En hij kocht een deel des velds, waarop hij zijn tent gespannen had, van de hand der zonen van Hemor, den vader van Sichem, voor honderd stukken gelds. En hij richte aldaar een altaar op, en noemde het: De God Israels is God!"
En al heel snel vindt er die tragische geschiedenis plaats: Jacobs enigste dochter, Dina, werd verkracht door Sichem, de zoon van Hemor. We lezen wél dat Jacob er een altaar oprichtte toen hij hier kwam, maar niet dat hij er een put sloeg of een put cultiveerde uit de vele bronnen die er waren. Maar we nemen toch maar aan dat de traditie waarin de samaritaanse vrouw leefde bestond uit historisch-juiste overlevering. En omdat Jacob zoveel vee en mensen bij zich had moet er wel gebruik zijn gemaakt van waterputten. Vandaag de dag kun je er nog heerlijk helder bronwaterputten en drinken. Lees het artikel op Digibron.

Het land van Jozef

Maar wat wél in Gods Woord staat opgetekend is het feit dat Jozef persoonlijk, bij testamentaire beschikking door zijn vader Jacob, eigenaar werd van dit stuk land. Lees het maar in Genesis 48, de laatste twee verzen:
"Daarna zeide Israël tot Jozef: Zie, ik sterf; maar God zal met ulieden wezen, en Hij zal u wederbrengen in het land uwer vaderen. En ik heb u een stuk lands gegeven boven uw broederen; hetwelk ik, met mijn zwaard en met mijn boog, uit de hand der Amorieten genomen heb." 

En als eeuwen later het volk Israël uit Egypte uittrekt, breken ze Jozefs graf open (daar hebben archeologen inmiddels bewijzen van gevonden in het gebied dat Gosen heette) en nemen het gebalsemde lichaam van Jozef mee, om het uiteindelijk (na 40 jaar met deze sarcofaag te hebben gelopen in de woestijnhitte) in zijn persoonlijk erfgebied Sichem te begraven. We lezen dat in Jozua 24 vers 32:

"Zij begroeven ook de beenderen van Jozef, die de kinderen Israëls uit Egypte opgebracht hadden, te Sichem, in dat stuk velds, hetwelk Jakob gekocht had van de kinderen van Hemor, den vader van Sichem, voor honderd stukken gelds, want zij waren aan de kinderen van Jozef ter erfenis geworden."

Het graf van Jozef rond 1900

Bij Jozefs graf baden in mei 2015 bijna 4.000 Joden, die daar waren aangekomen in 65 autobussen, in een georganiseerd massabezoek. Maar het is nu, begin november 2015, nog maar een paar weken geleden dat Palestijnen juist bij dit graf brand stichtten. En een paar jaar geleden werd het hele graf zelfs verwoest. Het is een voortduerende twistappel tussen Joden en Palestijnen dus.


De sarcofaag met Jozefs beenderen in het graf te Sichem

En het is juist hier, in de nabijheid van het graf van Jozef, dat Jezus neerstrijkt. Hij vertelt tegen de samaritaanse vrouw over Levend Water, maar legt Hij misschien tussen de regels door ook een link met Jozef, Zafnath Paäneah, de behouder des levens?
  • Was Jozef voor het prille volk van Israël een heiland en beschermheer, Jezus zou die taak treffelijker en rijker gaan vervullen voor Jood en heiden. 
  • Jozef, die zelf enkel deze ene plek als eigendom kreeg onder al de stammen van Israël (wel zijn twee kinderen, maar hij zelf niet!) en Jezus die nog geen steen op Zijn Eigen aarde had om er Zijn hoofd neer te leggen. 
  • Jozef, de onderkoning en Jezus toch eigenlijk in zekere zin ook onderkoning, onder Zijn Vader! 
  • Jozef die brood uitdeelde en Jezus Die het Hemelse Brood is. 
Misschien kun je zelf ook wel enkele overeenkomsten vinden tussen Jozef en Jezus. Het lijkt me niet zonder reden dat Johannes juist Jozef hier invoert. De Heilige Geest spreekt vaker met een dubbele bodem, een diepere laag in genoemde feiten. Na al de historische feiten die ik hierboven heb opgesomd vind ik toch het gesprek van Jezus met deze vrouw een prachtig, geestelijk gesprek. En vooraf is het bijzonder rijk om te beseffen dat er lijnen liggen met Jozef, die zich ook bekend ging maken – stapje voor stapje – aan zijn broeders. Zo gaat Jezus ook te werk hier. Hij openbaart Zich stapje voor stapje aan deze zuster, die zich volgens de Joden geen zuster mocht noemen en volgens de wet een zondares was. Zo'n Heiland is mijn Liefste. Mijn Jezus, ik houd van U!

donderdag 5 november 2015

Dan doe Ik het Zelf wel!

Het land Samaria met rechts van de stad Samaria de berg Ebal en Sichar
 
"En Hij moest door Samaria gaan."
Johannes 4 : 4


Dat 'moeten' in onze dagtekst is een uitdagend woord. Het is duidelijk geen tikfout of onzorgvuldig gekozen woord. Meer dan eens heb ik er iets over gehoord in een preek of Bijbelstudie. Vandaag staan we bij deze paar woorden nog weer eens een poosje stil. Dat lijkt erop dat ik wel zo'n beetje weet wat er staat en dat er inmiddels niet veel nieuws over te zeggen is. Laat ik een ogenblik stil zijn en luisteren of er misschien nieuwe vragen boven komen drijven.

Moeten volgens een TomTom

Wie een route laat bepalen door zijn of haar TomTom kan kiezen uit 'de snelste route' of 'de kortste route'. Dat lijkt op het eerste gezicht niet veel te verschillen, maar soms rijd je sneller door enkele kilometers om te rijden. Binnendoor is niet altijd de snelste route. Als ik naar de Kanttekeningen luister lijken zij die uitleg bij deze tekst te hebben. Jezus móest door Samaria gaan "omdat de kortste weg om van Judea naar Galilea te reizen door het land van Samaria liep.", Ze baseren zich op Lukas 9:51-53 (waar Jezus aan de vooravond van Zijn opneming reist richting Jeruzalem en dwars door Samaria gaat) en Lukas 17:11 (waar we lezen dat Jezus zelfs 'dwars door Samaria' reist en zo opnieuw de kortste weg kiest).
Dat reizen door Samaria was niet altijd leuk. Je tikte als het ware niet op je TomTom 'de leukste route' en dan verscheen als reisadvies: 'midden door Samaria'. Jezus ondervond in de daarnet genoemde  Bijbelgedeelen tot tweemaal toe tegenstand. En dat had te maken met het feit dat Samaritanen en Joden een enorme hekel aan elkaar hadden. Als je een samaritaanse stad passeerde en de mensen zagen aan je kleding en uiterlijk dat je een Jood was (en zeker wanneer bleek dat je naar Jeruzalem reisde), dan kon je flinke verachting verwachten. Maar hoe dan ook, het was wel een kortste weg; en als ik mij niet vergis uiteindelijk toch ook de confortabelste weg om over te reizen.

Moeten volgens Bijbeluitleggers

Zij die geloven haasten niet, zegt een Bijbelse spreuk, afgeleid van Jesaja 28 : 16. Had Jezus dan haast, dat Hij de kortste weg wilde nemen? Nou, Hij had de tijd aan Zichzelf. Hij was heer en meester over de tijd; en Hij is dat nog. Maar er zijn momenten waarop Jezus haast lijkt te hebben. Het meest ingrijpende moment waarop Jezus het woord 'haast' gebruikt is wel de wegzending van Judas, uit de Avondmaalszaal: "Wat gij doen moet, doe dat haastig!"
Maar het is volgens diverse Bijbeluitleggers niet 'haast' dat Jezus drijft door Samaria. Hij neemt niet de kortste weg, om zo snel mogelijk in Jeruzalem te zijn. In beide, voornoemde, Bijbelgedeelten lijkt Jezus met eerbied gezegd een 'via' te hebben ingetikt in Zijn 'TomTom'. Het reisdoel was weliswaar Jeruzalem, maar Hij plande Zijn route 'via'… De ene keer 'via' een dorp in Samaria, een andere keer 'via' tien melaatsen en… vandaag in onze tekst 'via' een samaritaanse vrouw. Dat was de eigenlijke aanleiding van Zijn route-keuze. Veel uitleggers vullen dit 'moeten' van Jezus in door een sterke gedrevenheid om te zoeken en zalig te maken wat verloren was. Nou, in het geval van deze samaritaanse voruw is dat een mooi aspect. We kunnen er ons van alles bij voorstellen. Deze vrouw moest, net als Lydia, verlost worden van haar blindheid. Ze was zeker wel godsdienstig en actief, ondanks haar zondige leven, maar… ze zat vast in een verkeerd denkpatroon. We zullen daar verderop nog op terugkomen.

Maar hoe mooi deze gedachte ook is, hoe waar misschien ook, is dat alles wat erover te zeggen is? Raken we misschien al snel gewend aan deze prachtige gedachten over dat woordje 'moeten'? En stellen we allang geen vragen meer? Als er zo iets zwaarwichtigs aan de hand is, dan mogen we er best wel even wat langer bij stil staan.

Moeten volgens God

Het is een mooie gedachten dat Jezus linea recta (in één rechte lijn) naar die vrouw op zoek ging. Maar er zit ook nog een scherpe boodschap in deze woorden. Ik vond dat in een preek van ds. C. den Boer:

"Zij kan echter niet onopgemerkt blijven. Jezus is hier. Toevallig? Nee. ‘Hij moest door Samaria gaan’ (Joh. 4 : 4). Een moeten van hogerhand. Om ‘een werk der barmhartigheid te doen’ (C.H. Spurgeon). Zijn hart zoekt uitgerekend het verlorene. Hij gaat geen straatje om, zoals Joden wel doen, als ze van Judea naar Galilea gaan en omgekeerd, om uit de buurt te blijven van het halve heidendom dat in Samaria woont.
In Samaria immers woonde een gemengde bevolking, sinds de Assyriërs in 722 v. Chr. vele Joden vandaar hadden weggevoerd en niet-Joden daarheen hadden getransporteerd, die zich met de overgebleven Joden hadden vermengd. Vooral nadat de Samaritanen na de ballingschap de medewerking aan de herbouw van Jeruzalem en de tempel door de Joden was geweigerd, was er een complete vijandschap tussen die beiden gekomen. Daarna borduurde Samaria voort op haar eigen tradities en haar eigen religieuze opvattingen. Men had een eigen tempel op de Gerizim (nabij Sichar), een eigen Bijbel (alleen de Thora, de vijf boeken van Mozes).
Minachtend nam een Judeër daarom het woord Samaritaan in de mond. Het was voor hem het inbegrip van onreinheid. Wederkerig bood men in Samaria aan een Jood geen logies. Kortom, een oude vete die niet bij te leggen leek te zijn.
Maar Jezus…? Hij is op weg naar Zijn ‘atelier’, het werkgebied rondom de zee van Tiberias. En Hij gaat de kortste weg, linea recta door Samaria, via het verkeersknooppunt Sichar."

Die kortste weg van Jezus vinden wij vaak mooi om aan te wijzen; om er breeduit over de discussiëren, er ons ook zelfs wel aan te warmen: Jezus zoekt de zondaars! Maar de keerzijde van die medaille is: door die hetze tegen de Samaritanen móest Jezus het wel Zelf doen, want de doorsnee vrome 'kerkganger' van die dagen – die dienstbaar hád kunnen zijn in Gods Koninkrijk – haalde er hier zijn neus voor op! Zeg, hoe zit dat met ons land, onze kerk, onze buurt, onze dorps- of stadsgenoten? Ben jij bereid en bruikbaar of moet Jezus het maar Zelf doen? Want wie anders gaat hen wakkerschudden, voor het te laat is?