Posts tonen met het label getuigenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label getuigenis. Alle posts tonen

woensdag 2 mei 2018

Leven en sterven in het geloof

Hoofdstuk 6


En Jozef zond heen, en ontbood zijn vader Jakob, en al zijn geslacht, bestaande in vijf en zeventig zielen. En Jakob kwam af in Egypte, en stierf, hijzelf en onze vaders. En zij werden overgebracht naar Sichem, en gelegd in het graf, hetwelk Abraham gekocht had voor een som gelds, van de zonen van Emmor, den vader van Sichem.
Handelingen 7 : 14-16




‘Jozef zien’ was een wens die vader Jacob eigenlijk allang niet meer op zijn verlanglijstje had staan. Hij had zich verzoend met het gemis van zijn lieveling en manifesteerde zijn liefde voor Jozef vrijwel zeker in zijn liefde voor Benjamin. Hoe groot was de schok die Jacob moest incasseren, toen bleek dat zijn zoon Jozef tóch nog leefde. Opeens stond er weer een oude wens bovenaan zijn verlanglijstje!
 

Ontboden
 Je kunt zeggen van Stefanus wat je wilt, maar hij verliest zich niet in details. Hij is een prediker van de grote lijnen. En dat luistert soms heel prettig.
In een paar krachtige lijnen tekent hij de oude vader Jacob, die te horen krijgt dat zijn zoon Jozef nog leeft. Ja, wat meer is: hij is onderkoning in Egypte, het land waar nog koren te koop is en waar hoop nog bestaat! Het blijft niet bij een gerucht over het in leven zijn van zijn zoon. Nee, er komt een persoonlijke boodschap bij Jacob thuis, waarin hij wordt ‘ontboden’ in het paleis van Jozef, de grootvizier.
Henk Stoorvogel schrijft in ‘Onderweg met Jozef’: “In Genesis 45 : 8* vat Jozef de positie, die hij van farao heeft gekregen, samen in drie titels: 1. Belangrijkste raadsman van de farao, 2. Bestuurder van het hele hof en 3. Heerser over heel Egypte. De titel ‘Belangrijkste raadsman van de farao’, vaak (beter) weergegeven met ‘Vader van de farao’ betekent letterlijk ‘Vader van de god’. Aangezien farao als goed gold kreeg Jozef de titel ‘Vader van de god’. Deze eretitel wijst op zijn ­belangrijke adviesrol richting de farao in het algemeen en de interpretatie van de dromen en het voorstellen van het ­reddingsplan in het bijzonder. De titel’ Bestuurder van het gehele hof’, of ‘Heer over heel zijn huis’ houdt in dat Jozef het gezag kreeg over alle landerijen en graanopslagplaatsen van de koning. […] De derde titel die Jozef kreeg was de meest verstrekkende: ‘Heerser over heel Egypte’. Als ‘Heerser over heel Egypte’, of ‘Groot­vizier over Egypte’, gaf Jozef leiding aan de regering, was hij verantwoordelijk voor de be­noeming en het ontslag van ambte­naren, was hij verantwoordelijk voor alle financiën en goederen van Egypte, controleerde hij de toegang tot de farao en had hij de supervisie over alle bouwprojecten, industrie en landbouw in Egypte. Ook was een onderdeel van deze functie het behartigen van alle relaties met omliggende volken. Vandaar dat de broers uit Kanaän ook eerst langs Jozef moeten voor ze graan kunnen kopen. Normaal […] werden deze functies […] verdeeld over twee personen, om te voorkomen dat één persoon te veel macht kreeg. Vanaf de regering van farao Sesostris II komt het echter voor dat een en dezelfde persoon beide titels krijgt. Wellicht was Jozef de eerste die deze eer te beurt viel.”

Ontmoeten
In deze positie had Jozef zich gemakkelijk kunnen verheffen boven de familie die hem had uitgespuwd en die de oorzaak was van al die jaren vol misère. Maar nee, hij wendt zijn positie aan om hen zo snel mogelijk bij zich te krijgen! Hij maakt zijn broers (letterlijk vertaald uit het grieks) tot apostelen (apostelló) om zijn vader te gaan roepen (metakaleó). Typisch het werk van een gezondene: mensen roepen namens de ­Uitnodiger. Het komt ervan: Jacob ontmoet zijn doodgewaande zoon. En hoe! Hij roept het uit: “Het is genoeg! mijn zoon Jozef leeft nog! Ik zal gaan, en hem zien, eer ik sterve!” Jozef valt zijn vader om de hals en ‘weende lang aan zijn hals.’
Maar op dat alles, datgene wat zo ingrijpend en aangrijpend is in deze ­geschiedenis, gaat Stefanus niet verder in. “En Jakob kwam af in Egypte, en stierf, hijzelf en onze vaders.” Hij snelt door naar de begrafenis van Jacob en eigenlijk ook direct naar de begrafenis van Jacobs zonen, ‘onze vaders’.
Wel spreekt Stefanus over het aantal waarmee de familie naar Egypte komt: ‘vijfenzeventig zielen’. In Genesis 46 daarentegen wordt een opsomming gegeven van alle mensen die Egypte binnenkomen: zeventig zielen. Het blijft wat vaag, maar in de Kanttekeningen staat: “Anderen menen dat Stefanus boven de zeventig nog zou gerekend hebben de vier huisvrouwen van Jakob, en de twee zonen van Juda in Kanaän gestorven, zonder Jakob zelven mede te rekenen.”

Ontslapen
Ten slotte spreekt Stefanus over het graf van Jacob en zijn zonen. En daarover bestaat nogal verwarring. Abraham kocht een grafspelonk bij Hebron, de spelonk van Machpéla. Maar kocht Jacob een graf bij Sichem, het later Sichar, van Hemor. Over dát graf spreekt Stefanus hier. En hij beweert dat ook de andere broers van Jozef daar begraven zijn. Ook hier geven de Kanttekeningen enig inzicht in: “…Abraham heeft te Hebron een spelonk gekocht van Efron, den zoon van Zohar, tot begraving zijner doden, Gen. 23:16, in welke ook Jakob heeft willen begraven zijn, Gen. 49:29, 30, en alwaar ook schijnt dat de gebeenten van enige andere voorvaders van Sichem overgebracht zijn. […] het graf, dat van deze zonen van Hemor, den vader van Sichem, namelijk door Jakob gekocht was, Gen. 33:19.”
Jacob heeft dus dat graf voor zichzelf gekocht, maar in Genesis 49 blijkt dat hij toch voor Machpéla heeft gekozen. Als later het volk Israël naar het Beloofde Land terugkeert, nemen ze wel eerst de grafkist van Jozef mee om zijn gebeente uiteindelijk in Sichem bij te zetten in de familiegrot. Alleen de beenderen van Jozef zijn in Egypte gebleven tot de Exodus. Zijn broers zijn wel direct in Kanaän – en dus waarschijnlijk in Sichem – begraven.
Jozefs grafkist was tijdens de slavernij-periode een teken van hoop op Gods belofte, dat Hij Zijn volk zou terugbrengen. En vóór die slavernij was, aldus ds. René van Loon, diezelfde kist een teken van waarschuwing om zich niet te zeer te settelen in Egypte. Want dat was maar een ‘tijdelijke woning’. Het Beloofde Land was hun eigenlijke thuis! Mooie lijn, niet? Dat heeft ons vandaag ook iets te zeggen, met het zicht op het Vaderland hierboven!

donderdag 12 januari 2017

Vrome woorden ontmaskerd

"Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazaréner?
Zijt Gij gekomen om ons te verderven?
Ik ken U wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods."

Lukas 4 : 34

Wanneer Jezus licht brengt in de duisternis, komt de vorst der duisternis in verzet!

Wat zou het een wonder zijn als een groot popartiest opeens God ging groot maken en goed over Hem ging getuigen. Heel sporadisch is dat weleens voorgekomen; helaas was dat soms slechts tijdelijk. Wat zou het een geweldig wonder zijn als een van je geliefde huisgenoten of familieleden zijn ongeloof kwijtraakt en Jezus Christus leert aannemen. Wat kun je daar soms naar hunkeren! Wat zou het geweldig zijn als de ban van het ongeloof in de gemeente werd gebroken, alle uitwendige vroomheid als een vuil kleed afvalt en mensen tot aanbidding en belijdenis komen van God Drieënig! Een Avondmaalstafel vol; eenheid in de gemeente en geen gekissebis over uiterlijkheden en zwaardoenerij. De macht van satan gebroken en met de staart tussen de benen druipt hij af.

Maar wat moet je met een groots-klinkende belijdenis van satan zelf? Hoor wat hij in onze tekst zegt (door de mond van zijn instrument, die bezetene): "Ik ken U, Wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods!" Dat is toch bijna ongelofelijk? Ja zeker, maar dan moeten we het eerste deel van de tekst ook serieus nemen: "Ga asjeblieft weg, Jezus uit Nazareth!" Dat is de toon, die deze muziek maakt. Hemeltergend en godslasterlijk.

Een ondubbelzinnig getuigenis

Je hebt nogal wat mensen – zeker niet alleen predikanten – die zeggen God te kennen. Ze schilderen Hem dan af op een óf lievige óf juist despotische manier. Soms merk je aan hun toon dat ze anderen de loef willen afsteken en er eigenlijk klakkeloos vanuit gaan dat die andere(n) God niet (zo) kent/kennen. En inderdaad, waar het een eenzijdig Godsbeeld betreft, erken ik dat ik God niet zó ken en daar ook totaal geen behoefte aan heb. Ik probeer Hem juist steeds veelzijdiger te leren kennen, zoals Hij Zich ook graag laat kennen. Ik raak al meer onder de indruk van Hem: hoe groot zijt Gij! En hoe groot is het Goed dat Gij hebt weggelegd voor degenen die U vrezen.
En kom niet aan 'mijn Heere en Zaligmaker' met allerlei besmeurende handen uit dwaaldogmatiek! Laat het Woord aan het Woord en word stil aan Zijn voeten! Dat is de enige manier waarop we een eenheid in de gemeente en over kerkmuren kunnen ontvangen. Dat maakt ook dat je samen pas echt op dezelfde toonhoogte zingt. Dan doe je het niet voor de buitenwacht, om zo degelijkheid te faken. Maar dan zie je dat je alles slechts voor Gods aangezicht doet en voor Hem alleen.
Dan klinkt er ook een ondubbelzinnige getuigenis uit de monden: "U bent de Heilige Gods". U komt alle eer toe tot in eeuwigheid. Nee, inderdaad, dat hoor ik er dan niet achteraan, in de tekst van vandaag. En dat hoor ik er op aarde in de kerk ook niet altijd achteraan; gelukkig nog vaak genoeg, maar toch.
Er wordt namelijk vaak iets gezegd over God dat op zich waar is, maar waar geen lofprijzing in doorklinkt. Er ontstaan nogal wat discussies over gezegden over God, zonder lofprijzingen en aanbidding. Dat zijn dan stellingnames.
Maar wat satan hier in onze tekst doet, is geen stellingname, maar een ondubbelzinnige getuigenis. Hij vraagt niet om deze woorden als schibboleth te gebruiken, maar hij krijst deze belijdenis uit als een waarheid die hem waanzinnig maakt. Hij roept daar iets, waarvan hij als geen ander overtuigd is. Je zou dus haast een voorbeeld aan zijn getuigenis nemen (maar dan van ganser harte tot Gods eer)!

Een tegenstrijdig getuigenis

Er zit iets merkwaardigs in satans belijdenis. Allereerst dat hij zegt: "Bent U gekomen om ons te verderven?" en vervolgens stelt "Ik ken U Wie Gij zijt…" Legio presenteert zich tegelijk als solist. Als zou hij de aanjager achter zijn eigen legioen zijn. En ik denk ten dele dat dat zo is.
Nu ik het over hem heb, moet ik toch even wat recht zetten vanuit de vorige Bijbelstudie. Mijn vrouw attendeerde mij op een rare zinsnede: "Want laat ik er maar direct duidelijk over zijn: als God Zijn Kerk  bouwt, bouwt de satan zich suf aan zijn eigen kapel die bijna op instorten staat! En dát bouwen gaat een stuk fanatieker en heftiger dan de bouw van Gods Koninkrijk. Ik zeg niet dat hij beter bouwt; dat allerminst. Maar wel met meer toegenegenheid, passie en zinderende drang." Mijn vrouw zei: "Alsof God niet met toegenegenheid, passie en drang bouwt". Klopt. Wat ik bedoelde te zeggen is dat satans drang en passie vooral iets koortsachtigs hebben, omdat hij haarfijn aanvoelt dat het elk moment afgelopen kan zijn; en dan voor eeuwig afgelopen! En die waarheid lijkt ons mensen maar slecht te doordringen. Je komt wat een mensen tegen in de kerk (en daarbuiten) die hun bekering uitstellen als was het de aankoop van een onnodige nieuwe loungebank. Alsof je alle tijd hebt en alsof het niet persé noodzakelijk is. Ik heb geen idee wat men dan denkt, maar het lijkt me, als je weet dat je GEEN kind van God bent, dat er haast bij is. Satan weet dat in ieder geval wel. En zijn bouwen heeft iets bezetens. Dat was de achterliggende gedachte van die woorden. Maar misschien iet zo heel duidelijk onder woorden gebracht. Nee, laten we daar helder over zijn: de HEERE heeft de beste en zuiverste passie in het bouwen aan Zijn Koninkrijk. Hij heeft geen menselijke haast; evenwel verlies Hij het doel geen moment uit het oog. Hij vertraagt de belofte niet, maar Hij wil dat alle mensen zalig worden en geeft ieder een kans. Besef je dat? Of mag je dat niet geloven van je 'geloof'?
En dat maakt tegelijk die getuigenis van de satan tegenstrijdig. Want hij roept wel iets over God en over Jezus, maar… tegelijk haat hij Hem volkomen. Hij zegt, wat veel mensen binnen de kerk ook denken: "Komt U om ons te verderven?" Meestal pakken ze het iets dogmatischer in: "God zou geen onrecht doen als Hij ons allen zou verderven" (en dat is op zich nog waar ook) of "We moeten verloren willen gaan; pas dan kan God misschien iets beginnen, als het Hem behaagt".
Vooral dat laatste stelt God Zelf onder kritiek. Alsof de HEERE het aanbod van genade wel voorhoudt, maar tegelijk de totale vernietiging daar zomaar voor in de plaats kan stellen. Bekeer je als dat de boodschap is, die je van kansels en spreekgestoelten durft af te gegeven. Wee hen, die slechts spreken over een misschientje. Met welke maat gij meet, zal u weder gemeten worden! Zo is God niet. Maar zo wil satan Hem wel afschilderen. En… in het geval van satan terecht. Hij heeft geen zicht op genade, maar op een tijdbom die de totale vernietiging van zijn rijk zal bewerkstelligen.

Een dodelijk getuigenis

Je moet je indenken dat deze getuigenis niet ergens in een hoekje buiten ieders blikveld plaatsvond, maar middenin een 'kerk'dienst. Ieder heeft het gehoord. Toen Jezus opstond uit het water, na Zijn doop, hoorden de mensen ook een getuigenis, maar ze verstonden die niet; ze hoorden slechts een donderslag, maar wát God zei (Deze is Mijn geliefde Zoon) hoorden zij waarschijnlijk niet.
De belijdenis hier in Kapernaüm moet op de een of andere manier bij de omstanders ook angstaanjagend hebben geklonken. Ze hoorden die bezetene dat zeggen en konden hooguit vermoeden dat die boze geest dat in hem zei. Maar ze zagen het gezicht van die bezetene, zijn krankzinnig rollende ogen en zijn verkrampte gebaren en mimiek. Dat zijn beelden die je niet snel kwijtraakt.
Wat zou het effect zijn geweest op de mensen in de synagoge? Ik vermoed dat het iets dodelijks heeft gehad en ik vrees dat ze niet zomaar tot eenzelfde getuigenis zouden zijn te bewegen. Satan had het voortouw genomen om iets over Jezus te zeggen. Nu werd het hoog tijd dat de mensen een eigen belijdenis leerden spellen. Uit het verloop van de geschiedenis, met name die van Kapernaüm, ben ik niet positief. In Lukas 10:15 roept Jezus uit: "En gij, Kapernaum, die tot den hemel toe verhoogd zijt, gij zult tot de hel toe nedergestoten worden." Zeker, daar is wat aan vooraf gegaan en er zit enige tijd tussen onze dagtekst en deze tekst, maar toch!

Dat mag wel tot de verootmoedigende vraag brengen: wat heeft nou de prediking van het afgelopen jaar teweeg gebracht in ons? Wat is er gegroeid, de afgelopen tijd, op de akker van mijn hart? Als de Landman vandaag komt, zou Hij dan vrucht vinden? Is het ervan gekomen? Ik bedoel: belijdenis, lofprijzing en aanbidding? Of is het allemaal enkel blijven steken in formele stellingnamen over Jezus en God. Misschien nog wel hele juiste en veilige waarheden, maar geen doorleefde zekerheden! In dat laatste geval zal het getuigenis van jou in de gemeente een dodelijke getuigenis zijn. Want je kunt wel zeggen dat Jezus de Heilige Gods is, Gods Zoon, de gezondene door de Vader, maar niet dat Hij jouw Heere en jouw God is. Als die mooie woorden slechts klanken zijn, dan zullen ze eenmaal een dodelijk getuigenis tegen je vormen.
Maar zalig hij of zij die God liefheeft uit een volkomen hart en niets liever doet dan Hem groot maken. Dan zoek je ook altijd weer naar mogelijkheden om Hem zichtbaar te krijgen, ook voor anderen. Herken je dat? Zit jij ook zo in elkaar?

dinsdag 13 oktober 2015

Nederland: 'leef', in plaats van 'leef je uit'!

We worden geroepen om tegen de stroom Jezus-negeerders in te zwemmen en Zijn getuigenis aan te nemen!
 
"…en Zijn getuigenis neemt niemand aan. Die Zijn getuigenis aangenomen heeft,
die heeft verzegeld, dat God waarachtig is."

Johannes 3 : 32b-33

Nou, niemand… dat is een groot woord. Anders zou vers 33 ook niet kloppen. Maar soms, soms denk je weleens: er komt niets op van het gezaaide Woord van God. En zo ook zijn deze woorden bedoeld. Lees de Kanttekeningen maar: in vergelijking met de menigte die achteloos aan Jezus voorbijgaan is het handjevol mensen dat Hem gehoorzaamt en serieus neemt bijna niets.

Klopt het wel wat er staat?

Hoe zit dat? Er staat toch ook in de Bijbel dat de zaligen uiteindelijk een schare zullen zijn die niemand kan tellen? Het is toch ook waar dat er alleen maar kinderen van God bijkomen en nooit afvallen. Zijn de velden niet wit om te oogsten? En ontbreekt het niet aan mensen die de getuigenis van Jezus willen aannemen, maar aan arbeiders in de wijngaard? Dat is zeker waar. We moeten die aspecten ook niet onderbelicht laten. Er is een grote schare van gelovigen die zelfs hun leven willen en moeten geven voor de zaak van Christus. En nooit zal er iemand uitvallen van hen die gezaligd zijn. Dat is een grote en zekere troost voor Gods kinderen. Maar… het hadden er nog zo enorm veel meer kunnen zijn, als je let op hoevelen verloren gaan!
Want waar het hier om gaat is de zorg dat zó velen Jezus negeren. Hem maar laten praten. En met zo'n enorm gemak, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Inderdaad, dat is de normaalste gang van zaken in de wereld. Men kan niet zeggen dat God niet genodigd heeft… maar men heeft niet gewild dat Hij Koning over hen was.
En dan is er nog wat. Veel refo-theologen willen vooral benadrukken dat wíj niets kunnen aannemen; en al helemaal niet als het ons niet is aangeboden. Zij vergeten echter dat, wanneer Jezus nodigt en Gods stem klinkt als Zijn Woord wordt gelezen of voorgelezen, zij iets kostbaars krijgen aangeboden. Het is niet de vraag of God ons wel iets aanbiedt, maar wat wij met het aangebodene doen. En juist daarover verbaast Johannes zich, met een intens verdriet. Juist in de kerk van die dagen – hoe actueel – is zo'n diepe verharding. Er wordt zo gigantische voorwaardelijk gedacht.
Als je zo alles op een rijtje zet is het eigenlijk onontkoombaar dat niemand Jezus' getuigenis als waarachtig aanneemt en ervoor buigt. Wat een oordeel zal dát met zich meebrengen op de Jongste Dag. Kerk in Nederland: wordt wakker! Trek de oogkleppen af en haal de duivelse koptelefoon van uw oren. Is er geen God in Nederland? Moet alles zó dogmatisch kloppen, dat er geen ruimte voor God meer overblijft?
En volk van Nederland, bekeer u en wordt wakker. Zie, de Man van Smarten roept u al zo lang toe: Komt allen tot Mij en wordt behouden. Je hoeft je niet te baden in de meest walgelijke zonden. Laat u reinigen door het bloed van het Lam en 'leef' in plaats van 'leef je uit'!

Waarom staat het er zó?

Je moet goed lezen wat er staat. Er staat niet dat God hen heeft 'verzegeld' (veiliggesteld) die de getuigenis van Jezus wél aannemen. Nee, er staat die diegenen die Jezus' getuigenis hebben aangenomen, hebben verzegeld dat God waarachtig is. Zij hebben, nadat ze bogen voor Christus en in Hem zijn gaan geloven, de waarachtigheid van God 'verzegeld'. Dat woord 'verzegelen' is een veelzijdig woord.
  • Je kunt iets ver- of bezegelen, er je stempel op zetten, waarmee het dicht, gesloten wordt en dus 'verborgen blijft' totdat het wordt opengemaakt. Dat betekent het hier niet.
  • Ook worden de engelen bijvoorbeeld 'verzegeld', bewaard, zodat ze niet meer kunnen afvallen van de HEERE. Ook dat wordt hier niet bedoeld.
  • Iets kan – en dat komt al iets dichterbij de betekenis – van een zegel worden voorzien, om te laten zien dat het van jou is. Je zet er je eigendomsmerk op.
  • De betekenis die het woord hier heeft is die van een bevestigende getuigenis in een rechtszaak. Je verzegelt, je bekrachtigt, dat iets waar is (of juist niet). Het is niet alleen een mondbelijdenis, maar het gaat dieper: je bevindt, je ervaart, dat het waar is wat er wordt beweerd.
Wie Jezus' getuigenis voor waar houdt, zal ondervinden dat God niet liegt, maar de volle waarheid spreekt. En… dat Hij doet wat Hij belooft. Tallozen zullen die waarachtigheid onder kritiek willen stellen. Zij dienen echter de satan, die alles verdacht wil maken. Ben jij zo'n 'ontkrachter' of juist een 'verzegelaar'? Wek je anderen met woord en daad op om God te dienen; kun je erover meepraten dat Hij is zoals Hij Zich openbaart en dat Hij doet wat Hij belooft? Of ben je een braaf-christelijke twijfelaar, die het eigenlijk ook niet precies weet en breng je daarmee anderen aan het twijfelen. Het komt er op aan hoe jij je opstelt tegenover Christus Zelf; die houding zal de wereld zien en merken. En die houding zou wel eens meer impact kunnen hebben in de goddeloze wereld om je heen dan je voor mogelijk houdt. De overtuigde houding zowel als de betwijfelende houding.
De vraag was: waarom staat het er zo in onze tekst, zoals het er staat? Wel, om ons wakker te schudden en niet mee te doen in de grote kudde twijfelaars en ongeloof-zaaiers om ons heen, maar als een echte Ichtus-vis tegen de stroom op te zwemmen en God te geloven op Zijn Woord. Waarom?

"God heeft een ding gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord: dat de sterkte Godes is. En de goedertierenheid, o Heere! is Uwe; want Gij zult een iegelijk vergelden naar zijn werk."
(Psalm 62 : 12-13)

donderdag 17 september 2015

Getuigen kunnen erover meepraten

Getuigen behoren de waarheid te spreken en moeten erover mee kunnen praten.


Gijzelven zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet;
maar dat ik voor Hem heen uitgezonden ben.
Johannes 3 : 28

Johannes is er duidelijk in (mocht er nog twijfel zijn): hij is de Messias niet. Hij was slechts de wegbereider. Later, in de gevangenis was hij er even niet zo zeker van of Jezus nu echt wel de Messias was, maar… dat hij het zelf niet is, daarover hij helder. En hij roept zijn eigen discipelen erbij om dit te beamen. Zij waren bereid tot het afleggen van getuigenis. Maar het moest nog verder gaan: zij moesten ook getuigen van Christus worden.

Een ontkennende getuigenis

Wat ik zo vreemd vind aan atheïsten is dat ze zo druk zijn met het bewijzen dat God niet bestaat. Als Hij toch niet bestaat, wat boeit het je dan dat anderen geloven dat Hij wel bestaat. Maar soms kan het enorm belangrijk zijn dat je druk bent met het betogen dat iets niet zo is, of dat je niet bent, wie anderen wél denken dat je bent. In een rechtzaal bijvoorbeeld is men druk in de weer te bewijzen dat een verdachte niet schuldig is; dat hij of zij niet daar was, waar het delict plaats vond. In onze tekst is Johannes niet alleen zelf druk bezig te betogen dat hij niet degene is waar men hem voor lijkt te houden; hij roept er zelfs zijn volgelingen bij tot getuigen. "Nee, ik ben de Messias niet!", horen we hem roepen, "en jullie waren erbij toen ik duidelijk vertelde dat ik slechts Zijn wegbereider was!"
Getuigen erbij halen heeft iets doorslaggevends. Je hoort om je heen nogal eens de uitroep: "Ik zweer het je, ik heb het niet gedaan…" of "Bij Allah, het is echt waar…" Dat noemen we zweren en de Bijbel raadt dat ten zeerste af. Zweert niet, maar laat uw ja ja zijn en uw nee nee!", roept Jezus ons toe in Mattheüs 5 : 34-37. Het lijkt mee ook een volkomen gezond advies!
Toch heeft Johannes hier alle recht van getuigen oproepen. Omdat de eer van Jezus in het geding lijkt te komen. Mensen kijken met argusogen naar die Rabbi uit Nazareth die daar verderop zomaar aan het dopen is. Hij lijkt een nieuwe gemeente om Zich heen te verzamelen. Waar loopt dat op uit? Laten we toch gewoon hier bij Johannes blijven. Hij is onze man! Johannes ziet het gevaar van deze visie. Ze moeten niet bij hem blijven, maar naar Jezus gaan. Hij moet wassen en Johannes moet minder worden.


Een beamende getuigenis

We lezen niet veel reactie van de tot getuige geroepen discipelen, maar we kunnen ons levendig voorstellen dat zij instemmend hebben geknikt. We lezen immers ook geen stellige ontkenning. Misschien ook wachtte Johannes hun antwoord niet af, maar was het meer een rethorische vraag. Uiteraard verwachtte Johannes niets anders dan beaming.
Het merkwaardige is dat – na de inbreng van deze getuigen – de mensen niet massaal naar Jezus overliepen. We lezen zelfs geen enkele reactie, althans niet in dit hoofdstuk. Het volgende hoofdstuk zet niettemin heel vreemd in en we zullen daar denk ik ook nog bij stilstaan, want ik wil ook graag het volgende hoofdstuk overdenken, waarin die prachtige geschiedenis met de Samaritaanse vrouw staat. Aan het begin van dat hoofdstuk lezen we dat Jezus meer discipelen maakte dan Johannes. Dus gaandeweg groeit de schare rond Jezus en slinkt de kring rond Johannes. En zo was het goed. Uiteindelijk zal Jezus een prachtig getuigenis over Johannes geven (Mattheüs 11):
Voorwaar zeg Ik u: onder degenen, die van vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan meerder dan Johannes de Doper; doch die de minste is in het Koninkrijk der hemelen, is meerder dan hij.
En van de dagen van Johannes den Doper tot nu toe, wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en de geweldigers nemen hetzelve met geweld.
Want al de profeten en de wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd.
En zo gij het wilt aannemen, hij is Elias, die komen zou.
Wie oren heeft om te horen, die hore.
Ook Jezus' getuigenis over Johannes onderstreept de belijdenis van Johannes zelf dat niet hij maar Jezus de Messias is. Bij Hem moet je zijn. Jezus beaamt ook Johannes getuigenis en stelt daarmee ieder schuldig die ondanks deze oproep, blijft zitten waar hij zit, zonder tot Christus te komen. En dat zegt ons vandaag de dag nog steeds wat!

Een belijdende getuigenis

Je ziet in deze geschiedenis dat je zomaar op het aller onverwachts kunt worden opgeroepen tot getuige. Jezus zei tegen Zijn discipelen dat zij Zijn getuigen zouden zijn. Zij waren er immers bij geweest. Zij konden erover meepraten. Zij moesten zich vooral niet vooraf sappel maken over wat ze zouden spreken. God zou op dat bewuste moment hen de woorden in de mond leggen.
Je komt vandaag de dag bosjes mensen tegen die op een dwangmatige wijze vinden dat je altijd moet getuigen. Dat zou kunnen. Maar is dat precies de bedoeling? We moeten zoeken naar mogelijkheden om iets van God te laten zien en Zijn stem te vertolken te midden van dit krom en verdraaid geslacht. Maar dat kan niet zonder twee dingen: gebed en zending. Je kun bidden tot je een ons weegt, maar als je niet gezonden bent is je getuigenis ijdel. Wat? Gaan we nu op speciale missie zitten wachten? Nee, elk waar christen heeft deze roeping. Hem of haar zal dan ook door God de woorden in de mond worden gelegd. Maar als je geen band met Hem hebt ben je niet gezonden en zullen er ook geen woorden in je mond worden gelegd. Daar moet je althans niet op rekenen. Ook Saul was onder de getuigen/profeten, maar zijn missie was op zijn eigen manier dan ook gedoemd te mislukken; met alle schade van dien.
Belijdende getuigen zijn levende christenen. Geen stuiteraars die wat om zich heen lopen te roepen dat tegen het blasfemische aanschuurt, of die trappen tegen alles wat kerk is. Evenmin zijn dit brave traditionele kuddedieren die eigenlijk nooit echt hebben gelezen in de Bijbel en daarover goed hebben nagedacht. Belijdende getuigen zijn bepaald niet het type mens dat bij het uitgaan van de kerk aan de wereld het idee geeft dat er zondag op zondag een grafstemming heerst daar in die kerk. Belijdende getuigen zijn mensen aan wie je merkt, hoort en ziet Wie God werkelijk is. Dat kun je niet maken, dat is voluit het werk van de Heilige Geest, die niet alleen doet getuigen, maar ook doet geloven, buigen en aanbidden.