Posts tonen met het label mooie woorden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mooie woorden. Alle posts tonen

donderdag 12 januari 2017

Vrome woorden ontmaskerd

"Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazaréner?
Zijt Gij gekomen om ons te verderven?
Ik ken U wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods."

Lukas 4 : 34

Wanneer Jezus licht brengt in de duisternis, komt de vorst der duisternis in verzet!

Wat zou het een wonder zijn als een groot popartiest opeens God ging groot maken en goed over Hem ging getuigen. Heel sporadisch is dat weleens voorgekomen; helaas was dat soms slechts tijdelijk. Wat zou het een geweldig wonder zijn als een van je geliefde huisgenoten of familieleden zijn ongeloof kwijtraakt en Jezus Christus leert aannemen. Wat kun je daar soms naar hunkeren! Wat zou het geweldig zijn als de ban van het ongeloof in de gemeente werd gebroken, alle uitwendige vroomheid als een vuil kleed afvalt en mensen tot aanbidding en belijdenis komen van God Drieënig! Een Avondmaalstafel vol; eenheid in de gemeente en geen gekissebis over uiterlijkheden en zwaardoenerij. De macht van satan gebroken en met de staart tussen de benen druipt hij af.

Maar wat moet je met een groots-klinkende belijdenis van satan zelf? Hoor wat hij in onze tekst zegt (door de mond van zijn instrument, die bezetene): "Ik ken U, Wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods!" Dat is toch bijna ongelofelijk? Ja zeker, maar dan moeten we het eerste deel van de tekst ook serieus nemen: "Ga asjeblieft weg, Jezus uit Nazareth!" Dat is de toon, die deze muziek maakt. Hemeltergend en godslasterlijk.

Een ondubbelzinnig getuigenis

Je hebt nogal wat mensen – zeker niet alleen predikanten – die zeggen God te kennen. Ze schilderen Hem dan af op een óf lievige óf juist despotische manier. Soms merk je aan hun toon dat ze anderen de loef willen afsteken en er eigenlijk klakkeloos vanuit gaan dat die andere(n) God niet (zo) kent/kennen. En inderdaad, waar het een eenzijdig Godsbeeld betreft, erken ik dat ik God niet zó ken en daar ook totaal geen behoefte aan heb. Ik probeer Hem juist steeds veelzijdiger te leren kennen, zoals Hij Zich ook graag laat kennen. Ik raak al meer onder de indruk van Hem: hoe groot zijt Gij! En hoe groot is het Goed dat Gij hebt weggelegd voor degenen die U vrezen.
En kom niet aan 'mijn Heere en Zaligmaker' met allerlei besmeurende handen uit dwaaldogmatiek! Laat het Woord aan het Woord en word stil aan Zijn voeten! Dat is de enige manier waarop we een eenheid in de gemeente en over kerkmuren kunnen ontvangen. Dat maakt ook dat je samen pas echt op dezelfde toonhoogte zingt. Dan doe je het niet voor de buitenwacht, om zo degelijkheid te faken. Maar dan zie je dat je alles slechts voor Gods aangezicht doet en voor Hem alleen.
Dan klinkt er ook een ondubbelzinnige getuigenis uit de monden: "U bent de Heilige Gods". U komt alle eer toe tot in eeuwigheid. Nee, inderdaad, dat hoor ik er dan niet achteraan, in de tekst van vandaag. En dat hoor ik er op aarde in de kerk ook niet altijd achteraan; gelukkig nog vaak genoeg, maar toch.
Er wordt namelijk vaak iets gezegd over God dat op zich waar is, maar waar geen lofprijzing in doorklinkt. Er ontstaan nogal wat discussies over gezegden over God, zonder lofprijzingen en aanbidding. Dat zijn dan stellingnames.
Maar wat satan hier in onze tekst doet, is geen stellingname, maar een ondubbelzinnige getuigenis. Hij vraagt niet om deze woorden als schibboleth te gebruiken, maar hij krijst deze belijdenis uit als een waarheid die hem waanzinnig maakt. Hij roept daar iets, waarvan hij als geen ander overtuigd is. Je zou dus haast een voorbeeld aan zijn getuigenis nemen (maar dan van ganser harte tot Gods eer)!

Een tegenstrijdig getuigenis

Er zit iets merkwaardigs in satans belijdenis. Allereerst dat hij zegt: "Bent U gekomen om ons te verderven?" en vervolgens stelt "Ik ken U Wie Gij zijt…" Legio presenteert zich tegelijk als solist. Als zou hij de aanjager achter zijn eigen legioen zijn. En ik denk ten dele dat dat zo is.
Nu ik het over hem heb, moet ik toch even wat recht zetten vanuit de vorige Bijbelstudie. Mijn vrouw attendeerde mij op een rare zinsnede: "Want laat ik er maar direct duidelijk over zijn: als God Zijn Kerk  bouwt, bouwt de satan zich suf aan zijn eigen kapel die bijna op instorten staat! En dát bouwen gaat een stuk fanatieker en heftiger dan de bouw van Gods Koninkrijk. Ik zeg niet dat hij beter bouwt; dat allerminst. Maar wel met meer toegenegenheid, passie en zinderende drang." Mijn vrouw zei: "Alsof God niet met toegenegenheid, passie en drang bouwt". Klopt. Wat ik bedoelde te zeggen is dat satans drang en passie vooral iets koortsachtigs hebben, omdat hij haarfijn aanvoelt dat het elk moment afgelopen kan zijn; en dan voor eeuwig afgelopen! En die waarheid lijkt ons mensen maar slecht te doordringen. Je komt wat een mensen tegen in de kerk (en daarbuiten) die hun bekering uitstellen als was het de aankoop van een onnodige nieuwe loungebank. Alsof je alle tijd hebt en alsof het niet persé noodzakelijk is. Ik heb geen idee wat men dan denkt, maar het lijkt me, als je weet dat je GEEN kind van God bent, dat er haast bij is. Satan weet dat in ieder geval wel. En zijn bouwen heeft iets bezetens. Dat was de achterliggende gedachte van die woorden. Maar misschien iet zo heel duidelijk onder woorden gebracht. Nee, laten we daar helder over zijn: de HEERE heeft de beste en zuiverste passie in het bouwen aan Zijn Koninkrijk. Hij heeft geen menselijke haast; evenwel verlies Hij het doel geen moment uit het oog. Hij vertraagt de belofte niet, maar Hij wil dat alle mensen zalig worden en geeft ieder een kans. Besef je dat? Of mag je dat niet geloven van je 'geloof'?
En dat maakt tegelijk die getuigenis van de satan tegenstrijdig. Want hij roept wel iets over God en over Jezus, maar… tegelijk haat hij Hem volkomen. Hij zegt, wat veel mensen binnen de kerk ook denken: "Komt U om ons te verderven?" Meestal pakken ze het iets dogmatischer in: "God zou geen onrecht doen als Hij ons allen zou verderven" (en dat is op zich nog waar ook) of "We moeten verloren willen gaan; pas dan kan God misschien iets beginnen, als het Hem behaagt".
Vooral dat laatste stelt God Zelf onder kritiek. Alsof de HEERE het aanbod van genade wel voorhoudt, maar tegelijk de totale vernietiging daar zomaar voor in de plaats kan stellen. Bekeer je als dat de boodschap is, die je van kansels en spreekgestoelten durft af te gegeven. Wee hen, die slechts spreken over een misschientje. Met welke maat gij meet, zal u weder gemeten worden! Zo is God niet. Maar zo wil satan Hem wel afschilderen. En… in het geval van satan terecht. Hij heeft geen zicht op genade, maar op een tijdbom die de totale vernietiging van zijn rijk zal bewerkstelligen.

Een dodelijk getuigenis

Je moet je indenken dat deze getuigenis niet ergens in een hoekje buiten ieders blikveld plaatsvond, maar middenin een 'kerk'dienst. Ieder heeft het gehoord. Toen Jezus opstond uit het water, na Zijn doop, hoorden de mensen ook een getuigenis, maar ze verstonden die niet; ze hoorden slechts een donderslag, maar wát God zei (Deze is Mijn geliefde Zoon) hoorden zij waarschijnlijk niet.
De belijdenis hier in Kapernaüm moet op de een of andere manier bij de omstanders ook angstaanjagend hebben geklonken. Ze hoorden die bezetene dat zeggen en konden hooguit vermoeden dat die boze geest dat in hem zei. Maar ze zagen het gezicht van die bezetene, zijn krankzinnig rollende ogen en zijn verkrampte gebaren en mimiek. Dat zijn beelden die je niet snel kwijtraakt.
Wat zou het effect zijn geweest op de mensen in de synagoge? Ik vermoed dat het iets dodelijks heeft gehad en ik vrees dat ze niet zomaar tot eenzelfde getuigenis zouden zijn te bewegen. Satan had het voortouw genomen om iets over Jezus te zeggen. Nu werd het hoog tijd dat de mensen een eigen belijdenis leerden spellen. Uit het verloop van de geschiedenis, met name die van Kapernaüm, ben ik niet positief. In Lukas 10:15 roept Jezus uit: "En gij, Kapernaum, die tot den hemel toe verhoogd zijt, gij zult tot de hel toe nedergestoten worden." Zeker, daar is wat aan vooraf gegaan en er zit enige tijd tussen onze dagtekst en deze tekst, maar toch!

Dat mag wel tot de verootmoedigende vraag brengen: wat heeft nou de prediking van het afgelopen jaar teweeg gebracht in ons? Wat is er gegroeid, de afgelopen tijd, op de akker van mijn hart? Als de Landman vandaag komt, zou Hij dan vrucht vinden? Is het ervan gekomen? Ik bedoel: belijdenis, lofprijzing en aanbidding? Of is het allemaal enkel blijven steken in formele stellingnamen over Jezus en God. Misschien nog wel hele juiste en veilige waarheden, maar geen doorleefde zekerheden! In dat laatste geval zal het getuigenis van jou in de gemeente een dodelijke getuigenis zijn. Want je kunt wel zeggen dat Jezus de Heilige Gods is, Gods Zoon, de gezondene door de Vader, maar niet dat Hij jouw Heere en jouw God is. Als die mooie woorden slechts klanken zijn, dan zullen ze eenmaal een dodelijk getuigenis tegen je vormen.
Maar zalig hij of zij die God liefheeft uit een volkomen hart en niets liever doet dan Hem groot maken. Dan zoek je ook altijd weer naar mogelijkheden om Hem zichtbaar te krijgen, ook voor anderen. Herken je dat? Zit jij ook zo in elkaar?

zaterdag 30 januari 2016

Wat zoek je hier bij deze (s)preker?

John Knox preekt ten aanhore van de 'Lords of the Congregation', 10 juni 1559;
getekend door Sir David Wilkie, 1832


"Maar wat zijt gij uitgegaan te zien? Een mens, met zachte klederen bekleed? 
Ziet, die zachte klederen dragen, zijn in der koningen huizen."
Mattheüs 11 : 8

Wat is je motief om uit te gaan naar (s)prekers? Wat drijft je om juist hén uit te kiezen? En waarom blijf je niet thuis in je eigen gemeente? Volgens mij gaat het daar ook over op de komende MannenBijbelstudieVerenigingsavond in Schoonhoven. In ieder geval komt deze vraag bij me boven, als ik de tekstwoorden van vandaag lees. Ik ga er nu over nadenken, een rondje lopend buiten in de regen. En ik vraag me onderwijl af: Welke opbouw zit er in Jezus' woorden? Wat wilde Hij met deze vraag in die dagen uitlokken? Wat wil deze vraag vandaag zeggen?

Welke opbouw zit er in Jezus' woorden?

'Het Boek' vertaalt onze tekst als volgt: "Of dacht u iemand met dure kleren te zullen zien, zoals aan het hof van een koning?" Dan zou Jezus voor mogelijk houden dat de mensen waren gekomen om een nieuw soort farizeeër of misschien wel een koninklijk gezant te zien. Dat laatste was Johannes zeker, maar niet in de betekenis van wat Jezus hier dan zou veronderstellen.
Toch denk ik dat Jezus met vers 7, 8 en 9 vooral een schakering aandraagt over de inhoud van Johannes' prediking. Wat is jullie motief om juist hier te komen en niet in Jeruzalem te blijven? Had je wervelende woorden of hoogdravende volzinnen verwacht? Kwam je om wat moois, wat nieuws, wat aan(s)prekends te horen? Kwam je voor de hype, de kick? Of kwam je om interessante betogen te horen, zoals je gewend bent van de schriftgeleerden en farizeeën in Jeruzalem? Haarkloverijen en spitsvondigheden? Of kwam je, vers 9, om een profeet te horen orakelen over de toekomst?
Nou op dat laatste gaat Jezus dieper in, maar dan wel op een andere manier dan de mensen zouden verwachten. En het is niet ondenkbaar dat Johannes' populariteit daarom ook afnam en zijn naam in vergetelheid geraakte (mede omdat hij reeds in de gevangenis zat). Alleen een figuur als Herodes zou hem nog lang herinneren!

Wat wilde Hij met deze vraag in die dagen uitlokken? 

Als de Heere Jezus Zijn hoorders bewust wilde maken van hun motieven om te komen luisteren, dan moet Hij er velen hebben teleurgesteld. En ik denk dat Hij dat vandaag de dag opnieuw zou doen.
Om bij de tekst te blijven: wat bedoelde Jezus met 'zachte klederen'? De Kanttekeningen omschrijven het als 'kostelijke en sierlijke' klederen. Johannes kleding (letterlijk dus) was van kamelenhaar. En een kleed van dierenhaar, dat je dag in dag uit draagt in de woestijnhitte, gaat rap stinken. Als de mensen, omwille van Johannes' uiterlijk waren gekomen – doordat ze de term 'kemelsharen mantel' hadden horen noemen door hun medeburgers uit Jeruzalem – dan waren we allerminst gekomen om iemand te ontmoeten met 'zachte klederen'. Dus dat kan Jezus' bedoeling met die woorden niet zijn geweest. Ze moeten hebben geweten dat daar een soort kluizenaar met niet fris ruikende kleding stond te preken. Een man uit de wildernis is namelijk geen paleisbewoner!
Het moet dus gegaan zijn over de inhoud van Johannes' woorden. Zacht, sierlijk, duur. Taal uit de high society. Johannes was immers een priesterzoon en zou een goede opvoeding en ontwikkeling moeten hebben gehad. Wat zou hij te zeggen hebben?
Wel, Jezus vraagt het: Jullie zijn toch niet gekomen met de illusie dat je strelende woorden zou horen? Je wist toch wat je zou kunnen verwachten? En uit Zijn andere woorden over Johannes blijkt dat Hij hen ook nog eens de vraag voorlegt: waarom heb je hem dan toch niet geloofd? Waarom heb je zijn woorden niet serieus genomen?

Wat wil deze vraag vandaag zeggen?

Nog even kort naar ons, vandaag. Waarom ga je naar de kerk? Wat verwacht je te horen? Of verwacht je niets? Waar leg je de lat tijdens de preek? Je verwacht toch geen schaap met vijf poten. En… waarom handel je daar dan niet naar? Waarom blijf je onbekeerd? Of waarom blijf je vol aversie? Of waarom irriteer je je aan terechte terechtwijzingen? Johannes preekte bepaald niet oorstrelend en bol-aaiend. Jezus ook niet trouwens. Ik vrees dat menig predikant vandaag de dag niet zo scherp meer durft te zijn… en tóch zoveel commentaar? Of kan het misschien tóch terecht commentaar zijn, omdat sommige predikers vandaag de dag liever 'wuivend riet' zijn en 'zachte klederen' dragen?