Posts tonen met het label discipelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label discipelen. Alle posts tonen

zondag 7 januari 2018

Voorzichtig als de slangen en oprecht als de duiven

De fan van de muzikant - VII

5 En David toog uit, overal waar Saul hem zond; hij gedroeg zich ­voorzichtiglijk, en Saul zette hem over de krijgslieden; en hij was aangenaam in de ogen des gansen volks en ook in de ogen der knechten van Saul.
7 En de vrouwen spelende, antwoordden elkander en zeiden: Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden.
14 En David gedroeg zich voorzichtiglijk op al zijn wegen; en de HEERE was met hem. 15 Toen nu Saul zag dat hij zich zeer voorzichtiglijk gedroeg, vreesde hij voor zijn aangezicht. 16 Doch gans Israël en Juda had David lief, want hij ging uit en hij ging in voor hun aangezicht.
1 Samuël 18 : 5, 7, 14-16


Toen Jezus Zijn discipelen eropuit stuurde, zei Hij tegen hen: “Ziet, Ik zende u als schapen in het midden der wolven; zijt dan voorzichtig gelijk de slangen, en oprecht gelijk de duiven” (Mattheüs 10:16). Ze moesten altijd oprecht zijn als de duiven. Het woord ‘oprecht’ betekent ‘zonder vermenging met kwaad, vrij van list’ of kortweg ‘niet dubbelhartig’. Maar als eerste noemde hij ‘voorzichtig als de slangen’. Dat is een onduidelijk en haast paradoxaal voorbeeld. Slangen hebben altijd een lading als bij ‘addertje onder het gras’. Juist wel iets dubbelhartigs, je tuint erin, voordat je er erg in heb. Het woord ‘oprecht’ betekent daar ‘verstandig, wijs, bezonnen en bedacht op iemands belangen’. Je hebt dan dus het vermogen om dubbele bedoelingen te doorzien. Hoe passend op David, die vriend van Jonathan werd, maar vijand van Saul!

De grandioze overwinning op Goliath is voor David niet enkel als een pluspunt uitgevallen. Het hele volk is pro-David, maar precies één persoon is hem totaal vijandig gezind: zijn werkgever Saul. Het is zeer waarschijnlijk dat David daar niet alles van heeft meegekregen.
Bij terugkeer van de oorlog en de grote overwinning voor Israël komen de vrouwen en de meisjes de soldaten tegemoet met dans en muziek. Ze zingen een zelf-gecomponeerd lied: “Saul heeft zijn duizenden verslagen…” Een enorm pluspunt voor de koning, die nog niet zo erg veel positieve impact leek te hebben tot voor kort. Het volk komt eindelijk in beweging en eert hem. Dat moet hem goed hebben gedaan. Maar juist op het moment dat hij zich als een Donald Trump gestreeld voelde, gaat het liedje net een streepje te ver: “…en David zijn tienduizenden.” Nota bene tienmaal zoveel eer voor die herder als voor de koning!

Als Saul oprecht als de duiven was geweest, dan had hij David alle eer gegeven. Immers, hijzelf durfde het duel met Goliath niet aan, terwijl hij toch een kop groter was dan de meeste Israëlieten. Maar dat bleek niet toereikend voor de bijna drie meter hoge reus uit Gath. Slechts drie meter lengte was voldoende om Saul en ook Jonathan de moet in de schoenen te doen zinken. Maar het boeide David totaal niet. Hij zag op de overste Leidsman en Voleinder van het geloof! Met mijn God spring ik over muren… Mijn hemelse Vader kan alles!
En als Zijn naam wordt getart, zal Hij ook moed geven om de spotter te doden. En zo gebeurde het. David wordt in een heldendicht bezongen door de meisjes. Maar ik hoor niet dat hij – net als Paulus en Silas later – tussen te menigte springt en hen sust: ik ben maar ene man van vlees en bloed. Geen lof aan mij, maar aan de HEERE Die de overwinning gaf. Hem komt alle eer. Jammer. Herken je die houding?

De andere dag al heeft die boze geest Saul zover dat hij in een vlaag van verstandsverbijstering een speer richting David gooit. Die ontwijkt hem en speelt blijkbaar gewoon door. Maar nogmaals gooit Saul een speer om hem aan de muur te prikken. Weer mis! In plaats van dat dit Saul tot razernij brengt – dat zou je bij hem wel verwachten – schrikt hij ervoor terug. Hij merkt dat de HEERE met David is en dat de HEERE van hem is geweken. Zou David de nieuwe koning zijn? Saul moet dit toch wel hebben vermoed. Want hij gaat dubbelzinnig door met een moordplan.
En wel zo: hij geeft David een erepositie in zijn leger, maar op een vervaarlijke plaats. Een taktiek die David later op ook Uria zal toe­passen! Maar waar David ook wordt heengestuurd, hij keert iedere keer terug als overwinnaar. Het leek niet op te kunnen!
Dat maakte Saul wanhopig. Maar het maakte Israël buiten zinnen! Geheel Israël en Juda hadden David lief, staat er. We lezen niets over Jonathan, gek genoeg. Maar dit zou dezelfde uitwerking op de kroonprins hebben kunnen hebben. Niettemin worden die twee juist meer naar elkaar toegedreven. En in het komende gedeelte zal blijken dat er nog een extra band wordt gelegd tussen die twee hartsvrienden: de familieband.

Over David staat er in vers 5 dat hij zich ‘voorzichtig’ gedroeg, overal waar Saul hem heenstuurde. Ook in vers 14 staat dat David zich voorzichtiglijk gedroeg op al zijn wegen. En dat de HEERE met hem was. Voorzichtig. Daar heb je dat woord weer. Het kan betekenen ‘verstandig’, ‘inzicht hebben’, ‘begrijpen’, maar ook voorspoed hebben. En ook dat is waar. Maar het betekent ook gewoon ‘voorzichtig zijn’. David kreeg door dat Saul hem wilde ‘elimineren’. David liep niet weg en koos niet voor de meest veilige weg. Zou hij terug hebben gedacht aan de zalving die Samuël namens de HEERE aan hem had gedaan?
Later zou David wel uitroepen: Er komt nog eens een dag dat Sauls plan zal slagen, om mij uit de weg te ruimen. Maar hier merken we van die angst geen spoor. Mogen we dit opvatten als een rotsvast vertrouwen op Gods beloften? Ik denk het wel. En daar is alle reden toe. Want… de HEERE was met hem. En Saul had dat door!

maandag 5 juni 2017

Jezus' hemelvaart luidt een nieuw tijdperk in

"Uw hart worde niet ontroerd; gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij."
Johannes 14 : 1

Nieuwe situaties kunnen voor verwarring zorgen. Maar Jezus speelt daar alvast op in!


Wat is dat nu? Luidt Jezus toch een nieuwe religie in, zo vlak voor Zijn lijden, sterven, opstanding en hemelvaart? Geloven in God deden de Joden toch al? Wat bedoelt Jezus dan met die woorden 'gelooft ook in Mij'?

Je kunt weleens van die teksten tegenkomen die, als je er een tijdje naar kijkt iets heel raars lijken te zeggen. Geloven in God én nu ook geloven in Jezus? Het klinkt haast alsof er een wijziging in het geloof gaat plaatsvinden. Gek genoeg zwijgen de Kanttekeningen hier over dit verwarrende.

Een nieuwe situatie!

Duidelijk is dat er iets staat te gebeuren: Jezus' lijden en sterven. Jezus weet als geen ander dat Zijn discipelen nog altijd krampachtig aan het Joodse plaatje van de Messias vasthouden. Daar past geen lijden en sterven in. Laat staan hemelvaart, als een soort vertrek uit oorlogsgebied. Enkel de heerlijkheid, macht en majesteit horen in dat plaatje thuis.
De komende uren zullen er ingrijpende dingen gaan plaatsvinden – die de meeste discipelen al wel voorvoelen – die hun geloof dreigen uit te wissen. Jezus is satan voor en spreekt op voorhand van troost, van vertrouwen (houdt dat laatste woord even vast, want het geloof in het tweede deel van dit vers, kun je ook vertalen met vertrouwen; de discipelen krijgen een soort dubbele verankering voor hun vertrouwen).
Dat Jezus Zich zorg heeft (ondanks Zijn almacht, alwetendheid en alomvattende zorg en gebed voor hen) voor hen in die verwarring blijkt als Hij later in dit gesprek nog een keer onderstreept dat er verwarrende gevoelens zullen bovenkomen. En Hij legt er ook alvast bij uit, waarom Hij hen nu reeds wat instructies daaromtrent geeft: lees maar in vers 27 en 28:
Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd.
Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb: Ik ga heen, en kom weder tot u. Indien gij Mij liefhadt, zo zoudt gij u verblijden, omdat Ik gezegd heb: Ik ga heen tot den Vader; want Mijn Vader is meerder dan Ik.
Dus wijzen op de Vader is essentieel in deze troostwoorden. Juist ook in onze dagtekst. Maar… dat moet gezegd, Jezus wijst ook al op iets nieuws: de Trooster, de Heilige Geest. Ik heb geen idee of ze begrepen waar Jezus het over had. Kenden zij de Heilige Geest? Later, in het boek Handelingen, zullen we mensen tegenkomen die wel de doop van Johannes kenden, maar nog nooit hadden gehoord dat er een Heilige Geest was. Jezus benadrukt dus in onze tekst de band tussen Vader en Zoon!

Een nieuwe geloof?

Nee, er is geen sprake van nieuw geloof. Maar deze tekst zit wel enorm ingewikkeld in elkaar. Ik ga wat citeren uit de Bijbelverklaring van Dächsel en zal dat in een paar regels beknopt samenvatten. Het aardige van Dächsel is dat hij, door woordjes en zinnen tussen te voegen, de Bijbeltekst wat begrijpelijker maakt:
Nadat de Heere het bijzonder gesprek met Petrus in Hoofdstuk 13: 36-38 gehouden had, richtte Hij Zich volgens het bericht in Luk. 22: 35-38 weer tot al Zijn discipelen tezamen. Hij wilde hun toespreken met het oog op de scheiding, die hen in Hoofdstuk 13: 33 was
aangekondigd en die voor hen een tijd van zware verzoeking en van velerlei moeilijkheden zijn zou. Hij versterkte hen met deze woorden: Uw hart wordt niet ontroerd, zodat u zich door hetgeen nog deze nacht zal beginnen te geschieden, tot wanhoop zoudt laten brengen. Jullie geloven in God; en is uw geloof van de juiste aard, dat u op Hem vertrouwt en bij hetgeen Hij doet en laat plaats hebben niet twijfelt aan Zijn wijsheid, goedheid en rechtvaardigheid, geloof ook in Mij; meen niet dat het geheel en al met Mij gedaan is, wanneer Ik uit het land van de levenden door een smadelijke dood wordt weggenomen.
De ontroering zal heftig opsteken, wanneer ze hun Meester zullen zien lijden en sterven. Maar Jezus wil, naast het wijzen op de Trooster, de Heilige Geest (nog abstract), eerst de nadruk leggen bij het geloof (concreet)! Opmerkelijk. Blijkbaar kan het geloof nooit teveel verwachten! In de verklaring van Dächsel wordt aangetekend bij 'gelooft ook in Mij':
Op verschillende wijzen kan men deze laatste woorden vertalen daar beide woorden "gelooft" als 2e pers. meervoud van de tegenwoordige tijd en van de gebiedende manier kunnen worden vertaald. V. Oosterzee heeft in zijn "Leven van Jezus": "Geloof in God, geloof ook in Mij". Desgelijks wil ook Stier tegenover de Lutherse vertaling: "Geloof u in God, geloof ook in Mij. " die met de onze overeenstemt. Dächsel verdedigt de laatste met deze woorden: woordelijk luidt de tekst: "Geloof in God en in Mij geloof. " Dit moet verstaan worden, volgens de Hebreeuwse manier van construeren, zó dat het tweede "geloof" het gevolg te kennen moet geven van het eerste "geloof", terwijl, als twee bevelen moesten worden opgevolgd, het tweede bevel zich aan het eerste niet in de imperativus maar in het futurum moest aansluiten. In het eerste lid nu staat om goede redenen het werkwoord vooraan, want de bedoeling is, om tegenover de angst, die zich van hen wil meester maken en de velerlei verkeerde gedachten, zoals die bij Luk. 24: 19 vv. voorkomen, het vertrouwen op God te plaatsen; in het tweede lid staat daarentegen de persoon vooraan, om wie het geheel zich beweegt. Onmiddellijk op Hemzelf, zo wil de Heere zeggen, hun vertrouwen te stellen, zou de discipelen zeker moeilijk zijn, als zij Hem aan het kruis zouden zien hangen; maar zij moesten het vertrouwen op God toch niet verliezen, zij moesten aan Zijn goedheid, wijsheid en gerechtigheid vasthouden, dan zou ook hun geloof in Hem, de Heere Christus, weer opleven. Wij mogen niet nalaten er op te wijzen hoe Christus Zich hiermee goddelijke waardigheid toekent, dat de discipelen eveneens in Hem moesten geloven, zoals zij in God geloven. Als Hij niet waarachtig God was met de Vader, dan zou het geloof vals zijn en afgoderij: want van het hart van de mensen mag niet vertrouwen noch zich verlaten dan op de enige God.
Het geloof in Jezus is dus een testcase voor Gods betrouwbaarheid én een bewijs voor Jezus' godheid. Mochten zij momenten van twijfel moeten ondergaan, dan moesten ze onverkort blijven geloven in God de Vader. En dan blijven opletten hoe het allemaal zou aflopen. Wat zit Jezus troostonderwijs toch wijs in elkaar! Elk puzzelstukje zal straks minutieus op zijn plek vallen.
En dwars door die momenten van twijfel heen zal God alleen maar sterker en heerlijker in hun ogen worden!
En… zo worden ze al een beetje geoefend in het 'geloven zonder te zien'. Jezus móest wel aan Zijn discipelen verschijnen, anders zou dat geloof toch in vertwijfeling blijven hangen. Zijn openbaring aan Zijn jongeren had dus ook dát aspect. Temeer zullen ze op het geloof kunnen teren (zonder te zien) als ze straks, na Jezus' hemelvaart, de wereld worden ingezonden. Elk onderwijs kent stappen, opbouw en progressie. Met Pinksteren zullen zij er nog een leerpunt bij krijgen: "Gijlieden gelooft in God en in Mij? Gelooft ook in de Heilige Geest!"

zaterdag 5 december 2015

Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord

De mensen uit Sichar geloven door het Woord van Jezus

"Als dan de Samaritanen tot Hem gekomen waren, baden zij Hem, dat Hij bij hen bleef;
en Hij bleef aldaar twee dagen.
En er geloofden er veel meer om Zijns woords wil;

En zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld."
Johannes 4 : 40-42


Het Avondmaal ligt morgen al weer een week achter ons. Hoe was het? Hoe is het gegaan deze week? Wat is er over van het verlangen dicht bij de HEERE te blijven? Is het verlangen nog levendig dat vraag: "HEERE blijf dicht bij me"? Wil je ook Zijn stem telkens weer horen, Zijn nabijheid dagelijks genieten? Laat de begerende vraag van de Samaritanen ons opscherpen en aanmoedigen dat begeren gaande te houden.

Blijf bij ons Heer'

Was er wellicht bij sommigen de sensatielust om die bijzondere Joodse Profeet te ontmoeten, Zijn wonderen met eigen ogen te zien? Inmiddels is het (grotendeels) overgegaan in een verlangen om deze Heiland zelf te horen spreken. Ze beleden dat het goed was om Zijn onderwijs te ontvangen, te zitten aan Zijn voeten.
Maria Magdalena werd in de graftuin aangesproken door de Opgestane; het eerste dat ze deed was Zijn voeten vastgrijpen. Ze wilden Hem nooit meer verliezen. Jezus weerhoudt haar er echter van; dat kan niet. Hij stuurt haar juist weg: "Ga naar Mijn broeders…" Is dat hard? Nee. De tijd komt nog dat we Hem altijd bij ons hebben en we met Hem mogen genieten van de heerlijkheid. Maar bij Jezus blijven zitten, je aan Hem vastklampen, heeft tot gevolg dat we het zicht op de anderen, die nog moeten worden toegebracht, verliezen.
Daarom last Jezus een rust- en toerustingsperiode in van twee dagen. En ze zullen ervaren dat Hij – als Hij vertrekt – met Zijn Geest bij hen blijft. Dat is een leerproces – een heel leerzaam en heerlijk proces zelfs – dat ook wij na de Avondmaalstafel moeten beseffen en leren.
Het vogeltje dat ik vanmiddag luidkeels hoorde zingen – ondanks de kou en de harde wind – maakte me duidelijk dat de HEERE weet heeft van zo'n klein vogeltje. "Gaat gij niet vele musjes (of andere vogeltjes) te boven?" Uw hemels Vader weet wat gij nodig hebt. We leven zo vaak bij het zien en ervaren, maar soms laat de HEERE indirect Zijn aanwezigheid merken. De Heilige Geest leert ons beter horen, zien en luisteren: Wees niet bang, Ik ben bij je!

Ik heb het zelf uit Zijn mond gehoord

Het tweede machtige aspect in deze geschiedenis is die persoonlijke belijdenis van de Samaritanen: "Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld." Een belijdenis die de doorsnee Jood hier niet zou verwachten en eigenlijk ook maar onder de maat zou vinden. Echter Jezus vindt er de aanleiding in voor twee dagen catechese en toerusting.


De woorden van de Samaritaanse vrouw hadden in één klap veel losgemaakt in Sichar. Bakkers, slagers, herders, priesters, boeren, vrouwen, kinderen en grijsaards… de stad liep uit op wat ze de vrouw hadden horen roepen. Deze eerste vrouwelijke predikante in Sichar had goed werk gedaan. Ze vormde met haar bereidwilligheid om het evangelie te verkondigen een beschamend contrast met een figuur als de oudtestamentische profeet Jona. Ze was een boodschapster van de Blijde Boodschap; al konden zowel zij als de stadsgenoten nog niet bevatten wat het allemaal precies inhield.
Al direct na de eerste ontmoeting met Jezus begon er iets te veranderen. Ze waren gegaan op het woord van de vrouw. Maar toen ze Hem zelf hadden gehoord, werden ze persoonlijk geraakt en aangesproken. Er begon iets te leven dat ze nog niet helemaal konden doorgronden; maar het was er! Ze geloofden om Zijns woords wil; er kwam geloof door wat Hij te zeggen had. De vrouw had slechts op Hem gewezen, zoals Johannes de Doper van zichzelf had afgewezen naar Christus toe. Maar Jezus had werkelijk iets te zeggen. Zijn woorden waren levenwekkend; en dat is op tot op de huidige dag nog zo.
Maar na het tweedaagse verblijf van Christus en Zijn discipelen in de stad, ontmoetten ze de vrouw weer op straat. En wat wellicht in de voorgaande tijd maar weinig gebeurde, ze spreken haar aan. En wat ze zeggen is niet kwetsend voor haar, maar uiterst vreugdevol: "We geloven in Hem; niet slechts door wat jij ons hebt verteld, maar we hebben het zelf uit Zijne mond gehoord!" Dat moet me een vreugde hebben gegeven in het hart van die vrouw! Ze had ze bij Jezus willen brengen en het is gelukt. Daar zijn ze aan het goede adres gekomen. Niet blijven hangen bij de richtingaanwijzers, maar komen bij het Reisdoel.
Hoe haar leven verder is gegaan? De Bijbel zwijgt erover. Wellicht is ze Jezus gevolgd of breidde de opwekking in Sichar zich uit in de omgeving. Wat te denken van die ene Samaritaanse melaatse die later zou worden genezen en met dankbaarheid terugkeerde bij Jezus. We weten niet wat er precies met de vrouw is gebeurd, maar haar leven moet zeker anders geworden zijn. En dat van haar stadsgenoten niet minder. Vreugde in de hemel; vreugde op aarde. En daarmee een aansporing om door te gaan met dat werk.

donderdag 17 september 2015

Getuigen kunnen erover meepraten

Getuigen behoren de waarheid te spreken en moeten erover mee kunnen praten.


Gijzelven zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet;
maar dat ik voor Hem heen uitgezonden ben.
Johannes 3 : 28

Johannes is er duidelijk in (mocht er nog twijfel zijn): hij is de Messias niet. Hij was slechts de wegbereider. Later, in de gevangenis was hij er even niet zo zeker van of Jezus nu echt wel de Messias was, maar… dat hij het zelf niet is, daarover hij helder. En hij roept zijn eigen discipelen erbij om dit te beamen. Zij waren bereid tot het afleggen van getuigenis. Maar het moest nog verder gaan: zij moesten ook getuigen van Christus worden.

Een ontkennende getuigenis

Wat ik zo vreemd vind aan atheïsten is dat ze zo druk zijn met het bewijzen dat God niet bestaat. Als Hij toch niet bestaat, wat boeit het je dan dat anderen geloven dat Hij wel bestaat. Maar soms kan het enorm belangrijk zijn dat je druk bent met het betogen dat iets niet zo is, of dat je niet bent, wie anderen wél denken dat je bent. In een rechtzaal bijvoorbeeld is men druk in de weer te bewijzen dat een verdachte niet schuldig is; dat hij of zij niet daar was, waar het delict plaats vond. In onze tekst is Johannes niet alleen zelf druk bezig te betogen dat hij niet degene is waar men hem voor lijkt te houden; hij roept er zelfs zijn volgelingen bij tot getuigen. "Nee, ik ben de Messias niet!", horen we hem roepen, "en jullie waren erbij toen ik duidelijk vertelde dat ik slechts Zijn wegbereider was!"
Getuigen erbij halen heeft iets doorslaggevends. Je hoort om je heen nogal eens de uitroep: "Ik zweer het je, ik heb het niet gedaan…" of "Bij Allah, het is echt waar…" Dat noemen we zweren en de Bijbel raadt dat ten zeerste af. Zweert niet, maar laat uw ja ja zijn en uw nee nee!", roept Jezus ons toe in Mattheüs 5 : 34-37. Het lijkt mee ook een volkomen gezond advies!
Toch heeft Johannes hier alle recht van getuigen oproepen. Omdat de eer van Jezus in het geding lijkt te komen. Mensen kijken met argusogen naar die Rabbi uit Nazareth die daar verderop zomaar aan het dopen is. Hij lijkt een nieuwe gemeente om Zich heen te verzamelen. Waar loopt dat op uit? Laten we toch gewoon hier bij Johannes blijven. Hij is onze man! Johannes ziet het gevaar van deze visie. Ze moeten niet bij hem blijven, maar naar Jezus gaan. Hij moet wassen en Johannes moet minder worden.


Een beamende getuigenis

We lezen niet veel reactie van de tot getuige geroepen discipelen, maar we kunnen ons levendig voorstellen dat zij instemmend hebben geknikt. We lezen immers ook geen stellige ontkenning. Misschien ook wachtte Johannes hun antwoord niet af, maar was het meer een rethorische vraag. Uiteraard verwachtte Johannes niets anders dan beaming.
Het merkwaardige is dat – na de inbreng van deze getuigen – de mensen niet massaal naar Jezus overliepen. We lezen zelfs geen enkele reactie, althans niet in dit hoofdstuk. Het volgende hoofdstuk zet niettemin heel vreemd in en we zullen daar denk ik ook nog bij stilstaan, want ik wil ook graag het volgende hoofdstuk overdenken, waarin die prachtige geschiedenis met de Samaritaanse vrouw staat. Aan het begin van dat hoofdstuk lezen we dat Jezus meer discipelen maakte dan Johannes. Dus gaandeweg groeit de schare rond Jezus en slinkt de kring rond Johannes. En zo was het goed. Uiteindelijk zal Jezus een prachtig getuigenis over Johannes geven (Mattheüs 11):
Voorwaar zeg Ik u: onder degenen, die van vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan meerder dan Johannes de Doper; doch die de minste is in het Koninkrijk der hemelen, is meerder dan hij.
En van de dagen van Johannes den Doper tot nu toe, wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en de geweldigers nemen hetzelve met geweld.
Want al de profeten en de wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd.
En zo gij het wilt aannemen, hij is Elias, die komen zou.
Wie oren heeft om te horen, die hore.
Ook Jezus' getuigenis over Johannes onderstreept de belijdenis van Johannes zelf dat niet hij maar Jezus de Messias is. Bij Hem moet je zijn. Jezus beaamt ook Johannes getuigenis en stelt daarmee ieder schuldig die ondanks deze oproep, blijft zitten waar hij zit, zonder tot Christus te komen. En dat zegt ons vandaag de dag nog steeds wat!

Een belijdende getuigenis

Je ziet in deze geschiedenis dat je zomaar op het aller onverwachts kunt worden opgeroepen tot getuige. Jezus zei tegen Zijn discipelen dat zij Zijn getuigen zouden zijn. Zij waren er immers bij geweest. Zij konden erover meepraten. Zij moesten zich vooral niet vooraf sappel maken over wat ze zouden spreken. God zou op dat bewuste moment hen de woorden in de mond leggen.
Je komt vandaag de dag bosjes mensen tegen die op een dwangmatige wijze vinden dat je altijd moet getuigen. Dat zou kunnen. Maar is dat precies de bedoeling? We moeten zoeken naar mogelijkheden om iets van God te laten zien en Zijn stem te vertolken te midden van dit krom en verdraaid geslacht. Maar dat kan niet zonder twee dingen: gebed en zending. Je kun bidden tot je een ons weegt, maar als je niet gezonden bent is je getuigenis ijdel. Wat? Gaan we nu op speciale missie zitten wachten? Nee, elk waar christen heeft deze roeping. Hem of haar zal dan ook door God de woorden in de mond worden gelegd. Maar als je geen band met Hem hebt ben je niet gezonden en zullen er ook geen woorden in je mond worden gelegd. Daar moet je althans niet op rekenen. Ook Saul was onder de getuigen/profeten, maar zijn missie was op zijn eigen manier dan ook gedoemd te mislukken; met alle schade van dien.
Belijdende getuigen zijn levende christenen. Geen stuiteraars die wat om zich heen lopen te roepen dat tegen het blasfemische aanschuurt, of die trappen tegen alles wat kerk is. Evenmin zijn dit brave traditionele kuddedieren die eigenlijk nooit echt hebben gelezen in de Bijbel en daarover goed hebben nagedacht. Belijdende getuigen zijn bepaald niet het type mens dat bij het uitgaan van de kerk aan de wereld het idee geeft dat er zondag op zondag een grafstemming heerst daar in die kerk. Belijdende getuigen zijn mensen aan wie je merkt, hoort en ziet Wie God werkelijk is. Dat kun je niet maken, dat is voluit het werk van de Heilige Geest, die niet alleen doet getuigen, maar ook doet geloven, buigen en aanbidden.

maandag 20 april 2015

Jezus gaat voor naar Galilea

"Doch gaat heen, zegt Zijnen discipelen, en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; aldaar zult gij Hem zien, gelijk Hij ulieden gezegd heeft."
Markus 16 : 7

Gods kinderen zondigen nooit goedkoop. Niet alleen omdat er zo'n enorme prijs aan het offer voor de zonde hangt (God gaf Zijn Eigen Zoon!), maar ook omdat God er in dit leven nog op terugkomt, wanneer zij zondigen. Voor veel goddelozen komt dat moment pas op de Jongste Dag, maar in het leven van Zijn kinderen moet God dat vóór die Dag met eerbied gezegd 'op orde hebben'. Niet dat zij hun zondeschuld kunnen aflossen, maar wel om de dingen weer recht te zetten in hun geheiligd leven. Pijnlijk komen we dat in dit vers tegen; hoewel we ook zullen zien hoe pastoraal en liefdevol Hij de Zijnen die zijn afgedwaald weer opzoekt.

Ga naar Zijn discipelen

De vrouwen, hoe verschrikt ze de engel ook kijken, worden op pad gestuurd. "Kijk maar goed, dan kun je straks zeggen dat jullie alle drie met eigen ogen gezien hebben dat het graf leeg is; ja, dat Hij leeft!" En, het is nu eenmaal een vaste wet dat in de mond van twee of drie getuigen alle ding zal bestaan. Het wegsturen van de vrouwen maakt duidelijk dat ze niet moeten blijven hangen bij wat is geweest en niet meer is. Als het je aard is om snel te blijven hangen in het voorbije, dan is dat een harde en moeilijke les. Het lege graf is ook zo totaal tegengesteld aan het beeld waarmee ze die morgen op weg gingen.
De opstanding van Christus en de angst van de soldaten zou kunnen duiden op een wraakactie. In zoveel films komt dat aspect aan de orde, waarin een held overwonnen leek, opstond en zich in totale wraak uitleefde op zijn vijanden. Maar zo niet bij Christus. Zelfs geen wraak aan Zijn jongeren, die Hem zo schandelijk alleen lieten. Nee, Hij stuurt – bij monde van de engel – de vrouwen op pad om Zijn komst in vrede aan te kondigen.

Ga naar Petrus

Toch zit er niet enkel liefde en ontferming in deze tekst, hoewel… "… zegt Zijn discipelen én Petrus…" Er wordt onderscheid gemaakt door de engel; en niet zonder reden, dat voel je wel aan. Met die woorden zet de engel Petrus eigenlijk buiten de discipelkring. Pijnlijk. Wij weten dat het allemaal anders is geworden, maar Petrus had zich de plaats in de kring onwaardig gemaakt. Laat ik direct zeggen dat we daar geen grote woorden over moeten spreken. Want wie van de discipelen – zelfs Johannes niet – die blijkbaar nog wel binnen die kring stonden, had zich die plek waardig gemaakt? Waren ze niet allen op de loop gegaan? Hadden ze niet allen Christus verlaten? En was dat ten diepste ook niet juist Jezus' bedoeling? Hij wilde de pers vrijwillig en alleen treden!
Wat Petrus betreft, de Heiland zag reeds naar hem om, nog voordat hij Hem zou zien! Er moest wat recht worden gezet, en wij denken altijd dat dat bij de zee van Tiberias gebeurde, maar er is een persoonlijke ontmoeting met Jezus aan voorafgegaan; dat lezen we in 1 Korinthe 15 vers 5: "En dat Hij is van Cefas gezien, daarna van de twaalven." En in het evangelie van Lukas, hoofdstuk 24 vers 34 roepen de opgetogen stemmen vanuit de zaal in Jeruzalem de Emmaüsgangers tegemoet: "De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien!" Zij zelf hadden Hem nog niet gezien, maar Petrus mocht als eerste mannelijke getuige worden ingevoegd, na de vrouwen! Wel vreemd dat de vrouwen hun boodschap hadden doorgegeven aan de discipelen, maar dat die nog steeds in Jeruzalem bleven. Wat weerhield hen om naar Galilea te gaan?

Ga naar Galilea

De soms wat tegensprekende berichtgevingen in de evangeliën lijken wat verwarrend, op het eerste gehoor. Jezus gaf de opdracht om naar Galilea te gaan, maar we komen die eerste Paasavond de hele kring nog tegen in de opperzaal te Jeruzalem. Waarom zijn ze niet gehoorzaam op pad gegaan? Je zou wellicht kunnen denken dat ze, zoals de Emmaüsgangers al zeiden, de vrouwen niet serieus namen. Maar dan spreken ze zich toch later op de avond tegen, als ze roepen dat juist ook Petrus Hem heeft gezien. Wat Petrus daar op dat moment? Als we goed lezen zien we dat Petrus daar ook in de zaal was. De opgetogen mensen hebben, al sprekend tegen de Emmaüsgangers, met drukke armzwaaien richting Petrus gewezen. Hij zal hebben geknikt. Misschien wel met een brok in de keel. Hij als eerste van de hele kring, terwijl hij zijn Meester zo laf had verloochend. Maar… het gesprek met Jezus, onder vier ogen, had hem reeds hersteld in zijn plaats te midden van de andere broeders en zusters. Daarmee was zijn getuigenis ook voor hen acceptabel. Niet iets om trots over te zijn; niet iets om net te doen of er niets is gebeurd. Maar juist dit bezoek aan Petrus was het bewijs dat het inderdaad Jezus móest zijn. Zo een is hun Liefste! Duidelijk herkenbaar!

Ga naar Jezus

Niettemin ligt daar dus nog steeds die opdracht van Jezus aan de Zijnen. Ze moeten naar Galilea gaan, dáár zullen ze Hem zien. Vreemd genoeg komt Jezus daar niet op terug, als Hij even later aan deze kring verschijnt. De engel had gezegd tegen de vrouwen: "Zeg tegen hen dat Jezus hen voorgaat naar Galilea; daar zullen ze Hem zien…" Ondanks al die geruchten, hadden ze zelf nog geen tastbaar bewijs; nog steeds hadden ze Hem niet zelf gezien. Dat zou daar in Galilea gebeuren, zoals Hij hen reeds voor Zijn dood had gezegd!
Dat woordje 'voorgaan' kan inderdaad 'voor iemand uitlopen' betekenen. Maar het is wel heel merkwaardig dat het ook betekent 'te voorschijn brengen uit een plaats waar iets of iemand verborgen is geweest'. Dáár zul je Hem zien. Nog een andere betekenis heeft dit woord: 'voorleiden voor het gerecht'. Het is zeker niet de betekenis van het woord in onze tekst, maar het is wel een mooie lijn naar de grote Oordeelsdag, waarop die rechtbank er wel zal komen, maar… Jezus de Zijnen zal vrijkrijgen wegens Zijn offer. Sterker nog… die grote dag der vrijkoping is net achter de rug: Goede Vrijdag!
Ik laat het probleempje dat Jezus toch in de opperzaal verschijnt, tot tweemaal toe, maar liggen voor dit moment. Wat ik wil benadrukken is… ga naar Jezus. Dat is de opdracht die ook vandaag nog klinkt. Hij vraagt niet veel meer dan dat. Kom zoals je bent en doe je niet mooier voor dan je bent! Evenwel kun je niet blijven wie je bent. Juist daarom moet je bij Jezus zijn! Met je zonde, je schuld, met je pijn en verdriet maar ook met je blijdschap die je van Hem hebt gekregen. Elke dag weer opnieuw, totdat… Hij zal verschijnen op de wolken. Elk oog zal Hem zien. En dan zullen wij Hem zien, zoals Hij is. Kijk je al uit naar die ontmoeting?