Posts tonen met het label Messias. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Messias. Alle posts tonen

zaterdag 9 juni 2018

De profeet voorzegt de Profeet

Hoofdstuk 12

Deze heeft hen uitgeleid, doende wonderen en tekenen in het land van Egypte, en in de Rode zee, en in de woestijn, veertig jaren. Deze is de Mozes, die tot de kinderen Israëls gezegd heeft: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen.
Handelingen 7 : 36-37

Het is opmerkelijk hoeveel Stefanus verzwijgt van Mozes. Hij heeft het niet over Mozes’ halstarrige houding, zijn driften en zijn moedeloosheid over het ongeloof van het volk. Hij schildert hem enkel uit als een profeet die tekenen en wonderen deed. Het lijkt wel alsof Stefanus zichzelf een beetje uittekent voor de oren van het opgehitste volk.
Zondigen tegen beter wetenWaarom staat Stefanus zo uitgebreid stil bij Mozes. Ik had die vraag nog niet goed overdacht, maar in de Kanttekening las ik dit: “Hier toont Stefanus dat hij tegen Mozes niet leert als hij Jezus Christus predikt, dewijl Mozes zelf van Hem geprofeteerd heeft.” Met het diep ingaan op Mozes laat Stefanus dus zien dat hij niets tegen Mozes heeft. Zijn eerste beschuldigers zeiden in hoofdstuk 6: “Wij hebben hem horen spreken lasterlijke woorden tegen Mozes en God.” De ­beschuldigers die daarna kwamen zeiden: “Deze mens houdt niet op lasterlijke woorden te spreken tegen deze heilige plaats en de wet. Want wij hebben hem horen zeggen, dat deze Jezus, de ­Nazarener, deze plaats zal verbreken, en dat Hij de zeden veranderen zal, die ons Mozes overgeleverd heeft.” Stefanus laat dus ook zien in dit verweer dat Mozes een goed zicht had op Jezus Christus!
Stefanus doet alsof Mozes zelf al die wonderen deed. Hij wil Mozes geen goddelijke eer geven, maar hij zoomt in op die wonderen waar tegenover het volk juist zoveel ongeloof en haat stelt!
Dat is de zonde die voor Stefanus ‘live’ werden uitgeleefd door de massa die hem naar het Sanhedrin heeft geleid. Ja, het Sanhedrin zélf betreedt met vast tred hetzelfde pad, als waarmee ze ook Jezus en al de profeten van het Oude Testament de dood in hebben gedreven.

Veertig jaar wonderen
Hoe ver kun je gaan, als je tegenover veertig jaar wonderen, hulp en zegen even zoveel jaren dwarsliggen en opstand zet? Over die veertig jaar omzwerving wilden de Joden maar liever niet te veel horen. Je mocht spreken over hun afmatting, hun ‘afzien’ en hun lijden, zowel in dorst en honger als in verdrukking van vijanden. Maar je mocht niet spreken over de oorzaak van die dingen: ongeloof en botte tegenstand. Was het niet juist deze Mozes die voor het volk had gepleit toen God dat hele zooitje had willen wegvagen?

Veertig jaar tekenen
Het waren niet alleen wonderen die door Mozes werden verricht. Wonderen staan niet op zichzelf! Daar zouden we vandaag de dag ook eens meer bij moeten stilstaan. De wonderen van genezing zijn geen doel op zich. De wonden van uitredding hebben een ander doel dan ‘lekker leven’ en ‘doorgaan met waarmee je bezig was’. Dat nare woordje ‘bekering’ (tot inkeer komen) zit er onlosmakelijk aan verbonden.
Nee, er is ook sprake van ‘tekenen’, zo zegt Stefanus. Die veertig jarige reis door de woestijn stond bol van allerlei hints en heen­wijzingen naar iets anders. Naar Iemand anders! Eigenlijk moet je zeggen dat het volk veertig jaar lang langs al die hints en heenwijzingen heen heeft geleefd. Hoeveel tekenen krijg je vandaag de dag mee van God? Niet alleen elke zondag, maar toch zeker ook juist die dag?!


Mozes’ profetieën
Wat was Mozes eigenlijk? Een prins, een generaal, een leider, een held… en ja toch ook een moordenaar! Hij was ook de kroniekschrijver van het volk Israël; zijn kronieken lezen we in Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Je zou hem ook de ‘man van de wet’ kunnen noemen. Maar kennen we hem ook als een profeet? We hebben zijn Psalm, Psalm 90, de Oudejaarspsalm. Het is die man, die zulke diepe en prachtige dingen kon zeggen over God:
“Gij zijt ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht.”
“Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.”
“Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en als een nachtwaak.”
“Want wij vergaan door Uw toorn; en door Uw grimmigheid worden wij ­verschrikt.”
“Gij stelt onze ongerechtigheden voor U, onze heimelijke zonden in het licht Uws aanschijns.”
“Wie kent de sterkte Uws toorns, en Uw verbolgenheid, naardat Gij te vrezen zijt? Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.”
“Verzadig ons in den morgenstond met Uw goedertierenheid, zo zullen wij juichen, en verblijd zijn in al onze dagen. Verblijd ons naar de dagen, in dewelke Gij ons gedrukt hebt, naar de jaren, in dewelke wij het kwaad gezien hebben.”
“En de liefelijkheid des HEEREN, onzes Gods; zij over ons”


De Messias
Hoe veelkleurig praat hij over God?! Maar luister eens wat Mozes, aldus Stefanus, zegt over de Messias! Hij zegt: “De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij…” Hij heeft dus al voorzegt dat de Messias niet een ­opzienbarend figuur zal zijn. Het zal een soort Mozes zijn. Gewoon iemand uit het volk! Let daar dus op, want voor je het weet kijk je ‘over Hem heen’ en ga je voorbij aan Zijn aanwezigheid. Dat ‘als ik’ duidt zeker ook, volgens Stefanus op de wonderen die de Messias zal doen, net als Mozes. Aan Mozes’ wonderen en tekenen hadden ze voorbij geleefd; zo zal het ook gaan met de Messias!
Johannes wist Mozes niettemin wel te ­onderscheiden van Jezus, als hij schrijft in Joh. 1:17-18 “Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid is door Jezus Christus geworden. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard.”
Er is verschil. Mozes gaf de wet van God door. Maar wat Mozes niet kon, kon Jezus: genade van God aanbrengen! En… het grootste verschil met Mozes is, dat Jezus God heeft gezien. Mozes kon het niet aan, maar Jezus wel. Sterker nog, Hij kende God door en door. Wat een verschil is dat?! Daarom was Hij bij uitstek zo geschikt om genade aan te brengen. Omdat Hij de ingrediënten van genade kende! Moet je eens over nadenken.

De Messias horen
Nog één groot verschil lijkt Stefanus hier te onderstrepen. De Messias zal even ongedacht en onverwacht komen als Mozes; eveneens uit het volk gekomen. Maar Stefanus zegt erbij: “Dien zult bij horen.” Wat bedoelt hij – en achter hem Mozes – met deze woorden? Het is zo dat Petrus deze woorden ook gebruikt in zijn Pinksterpreek. Maar ze komen niet bij de discipelen zelf vandaan. Mozes had dit inderdaad gezegd in Deut. 18. Daar stelt hij de profetie en de profeten van het Woord van God tegenover de guichelaars en alle andere afgodenpredikers. “Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de HEERE, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen.” En Mozes zegt hier ook stellige dingen over hoe we die profetie moeten duiden: komt het uit, dan blijkt dat het het Woord van God is geweest. Als we er dan niet direct voluit geloof aan hechtten, dan toch zeker na afloop. Het is de zonde tegen de Heilige Geest als we ons verharden en die woorden van God aanwijzen als godslasterlijk. Je merkt dat Stefanus hier tussen de regels door iets aan de Joden vertelt over Jezus’ profetieën!
Het volk was juist door de wet van Mozes gehouden om de profetie te geloven en op te volgen. God had het Zelf geboden! God de Vader had in dit verband ook nog iets specifieks gezegd over Jezus, dat Petrus – als getuige van de verheerlijking van Jezus – in zijn achterhoofd moet hebben gehad, toen hij Mozes’ woorden citeerde: “Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem!”
We hebben in Jezus niet te maken met zomaar een profeet, maar met dé Profeet, ja, met de Zoon van God; een Zoon in Wie de Vader al Zijn welbehagen, Zijn diepste genot en meest intense vreugde heeft. Zou je Hem dan niet horen?

God aanbidden
Zijn niet Jezus’ woorden bij uitstek woorden die je moet gehoorzamen? Wat heeft Hij niet allemaal gezegd over de wet van Mozes? Of over de liefde tót de Vader en de liefde ván de Vader? Hij kende als geen ander de Vader tot in het diepst van Zijn ziel. Hij kende de intenties van Zijn Vader en Hij vertelde ons erover.
In Hem hebben we enorm goed kunnen zien Wie de Vader is. Mozes heeft dat allemaal niet zelf kunnen zien en duiden. Het was de Heilige Geest Die hem daar woorden voor gaf. En het is diezelfde Geest Die Stefanus vol vuur laat preken. Reken maar dat de Joden hier iets van hebben gemerkt. Hier staat niet zomaar een man uit het volk. Hier staat niet zomaar een volgeling van Jezus, maar hier staat een profeet te prediken die Gods Woord brengt.
Ze voelden vanuit Deuteronomium 18 de klem om hier iets mee te doen. Mozes stond voor hen en stelde hen voor de keus: “Wat doe je met Gods Woord, Dat hier wordt gepreekt? Neem je het aan en buig je of verwerp je het en recht je je rug? Deze man kant zich niet tegen mij, Mozes, maar hij valt mij bij. Hij kant zich niet tegen God en Zijn wet, maar hij verkondigt die wet op Gods bevel. Dus… wat doe je?”
Je kunt je levendig voorstellen wat het antwoord werd, toen ze hun oren dichtstopten en briesend op Stefanus aanvielen. Maar voor we verder gaan lezen toch die vraag: Wat doe jij met Gods Woord? Als dat morgen, zondag, gepreekt wordt, leg je het dan aan de kant en vind je het allemaal teveel liefde en teveel Jezus en te weinig de zondige mens en zijn walgingopwekkende zondestaat? Of val je dit Woord bij en leef je op in God, aanbid je Hem nederig, heel je leven, conform Psalm 96?
Aanbidt Hem need’rig al uw leven,
Hem, die, in ‘t heiligdom verheven,
Een Godd’lijk licht van zich verspreidt;
Leer, aarde, voor Zijn majesteit,
Leer voor Zijn aangezichte beven.

vrijdag 8 juni 2018

De door de bouwlieden verworpen Hoeksteen komt in beeld


Hoofdstuk 11


En de Heere zeide tot hem: Ontbind de schoenen van uw voeten; want de plaats in welke gij staat, is heilig land. Ik heb merkelijk gezien de mishandeling Mijns volks, dat in Egypte is, en Ik heb hun zuchten gehoord en ben nedergekomen, om hen daaruit te verlossen; en nu, kom herwaarts, Ik zal u naar Egypte zenden. Dezen Mozes, welken zij verloochend hadden, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter gesteld? dezen, zeg ik, heeft God tot een overste en verlosser gezonden, door de hand des Engels, Die hem verschenen was in het doornenbos.
Handelingen 7 : 33-35

Mozes was niets in zichzelf. Hij moest voor God zijn schoenen uitdoen. Daarmee erkende hij zijn nederige plek en eerbiedigde hij God als de Overste en Rechter aller zielen. Eerbied… in onze dagen een uitgestorven begrip. Of niet?

De opbouw van de preek
Lange tijd vraag je je af wat Stefanus met deze preek beoogt. Houdt hij een lesje vaderlandse geschiedenis voor zijn luisteraars? Allerlei interessante figuren passeren de revue en Mozes spant in zekere zin wel de kroon. Maar dat hij juist Mozes uitkiest heeft een doel.
Niet Mozes’ wonderlijk geleidde leven was het uitgangspunt voor deze episode uit de vaderlandse geschiedenis. Ook niet Mozes bijna goddelijke positie! Weliswaar sprak hij persoonlijk met God en God sprak met hem zoals een man met zijn vriend spreekt. Dat boeide die ‘gelovigen’ wel erg, maar dát beoogde Stefanus niet.
Hij trekt zijn luisteraars mee in de preek. Ze zien zichzelf opgenomen worden in dit verhaal. Dit was Mozes, hún leider. En wat heeft die man niet een voorname positie gehad?! Een soort Willem van Oranje, een bevrijder. Er borrelt een soort chauvinisme boven. Ze voelden zich als volk, door God uitgekozen, heel wat!
Maar juist wanneer ze zich zo laven aan hun chauvinisme, geeft Stefanus een verrassende wending aan zijn betoog. Kun je het eigenlijk wel een preek noemen? Het lijkt haast wel een juridisch betoog! Zou Stefanus misschien zo’n achtergrond hebben gehad, als griekse Jood?
Even geeft hij een venijnige steek; wie zal het hebben opgemerkt? Want hij gaat toch nog even door op dat chauvinisme in de volgende verzen, waarin hij Mozes’ grote daden nog verder optelt.
Maar let even op die steek: “Dezen Mozes, welken zij verloochend hadden, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter gesteld? dezen, zeg ik, heeft God tot een overste en verlosser gezonden, door de hand des Engels, Die hem verschenen was in het doornenbos.”
Mozes wordt allereerst neergezet als een ‘miskende’. “Wie heeft u tot een overste en rechter gesteld?” Daarmee doelt hij niet op die twee Joodse ruziemakers, maar op de houding die het volk elke keer weer jegens Mozes en ook jegens Aäron toonde. Waar baseer ik dat op? In Exodus 4 : 21 komen Mozes en zijn broer bij Farao vandaan en inmiddels zijn de instructies van Farao al uitgegaan dat het volk maar zelf stro moet gaan regelen. Ze zijn er dus op achteruit gegaan! “Toen zagen de ambtlieden der kinderen Israëls, dat het kwalijk met hen stond, dewijl men zeide: Gij zult niet minderen van uw tichelstenen, van het dagwerk op zijn dag. En zij ontmoetten Mozes en Aäron, die tegen hen over stonden, toen zij van Farao uitgingen. En zeiden tot hen: De HEERE zie op u, en richte het, dewijl dat gij onzen reuk hebt stinkende gemaakt voor Farao, en voor zijn knechten, gevende een zwaard in hun handen, om ons te doden.”
“Ja, lekker zeg! Wij dachten dat jullie ons kwamen helpen, maar we zakken dieper weg in de modder van de slavernij! God zal jullie oordelen over dit geknoei!”

Eerbied voor God
Wat opvalt in Exodus 3 en Exodus 4 is dat Mozes gewend is met God te twisten. Hij is soms zelfs nukkig tegen God. Eerst wilde hij niet naar Egypte, want ja… ze zouden hem daar doden! Toen had hij allerlei smoesjes over zijn voordrachtskunst die niet op orde was. “Mijn praten zal geen indruk maken bij Farao.” Mozes kende de hofetiketten en hij wist wat hem te wachten stond. Aäron wist dat niet. Dus wat Mozes zei, sneed wel hout, maar het boeide God niet. Omdat niet Mozes, maar God een betoog ging houden. Dat is het grote verschil. En als het er dan eindelijk van komt en het volk zich tegen Mozes en Aäron keert, vat Mozes dat op als een persoonlijke afwijzing. Zijn commentaar aan het adres van God is ferm: “Heere! waarom hebt Gij dit volk kwaad gedaan, waarom hebt Gij mij nu gezonden? Want van toen af, dat ik tot Farao ben ingegaan, om in Uw naam te spreken, heeft hij dit volk kwaad gedaan; en Gij hebt Uw volk geenszins verlost.”
Mozes doet hier niet echt onder voor het volk! Hij verwijt God snel en scherp. Is dat een herkenbare houding? Is dat een genetisch bepaalde manier van reageren, die in het Joodse volk zit? Of een trek die in alle mensen na Genesis 3 zit?
Waar is de eerbied voor God, die hij toonde bij de brandende braambos? Daar viel hij op de grond voor God en beefde. Dat zelfde bevende rietje heeft nu best een grote mond tegen God! Of is dat een te ongenuanceerde conclusie?
Zijn wij refo’s misschien te veel geïndoctrineerd door ‘eerbied’ en durven we niet met God de twisten? Met Hem in gesprek gaan en onze frustraties, visies en moeiten te bespreken? Is de zogenaamde deemoedige refo-manier van ‘geloven’ een onnatuurlijke godsdienst die gelijk is aan alle godsdiensten van de heidenen? Moeten wij misschien van de Joden leren om met God te spreken als een man met zijn vriend spreekt? Weliswaar in het besef dat we ‘stof en as’ zijn, maar toch ook onze gevoelens eerlijke uiten. Proberen we in de kerk misschien niet heel braaf tegen God te doen en schijnheilig ‘eenswillend’ met God te zijn, terwijl we diepweg heel andere gevoelens hebben? Zou God die dieper liggende gevoelens niet kennen? Houden we Hem voor de gek en proberen we met onze houding Hem gunstig te stemmen? Vind wat je vindt, maar Mozes is een open boek! Mozes is namelijk ook die man die het niet met God eens is als Hij het oordeel over het volk aankondigt. Dat vinden we toch zo’n mooie Messias-gestalte?

De Messias wordt zichtbaar
Ja, de Messias wordt zichtbaar in dit tekstgedeelte. Er komt een bevrijder en verlosser naar het volk toe, maar hun houding is “wat heb jij over ons te zeggen?” Mozes komt tot het zijne (zijn broedervolk) maar ‘de zijnen’ (zijn broeders) hebben hem niet aangenomen. Ze hebben de duisternis van de slavernij liever dan het licht. Weg met hem! Hij paste niet in hun plaatje dat zij van de Messias hadden!
Dit is de kant die Stefanus op wil met deze geschiedenis, die het volk zo goed kende. Zou het volk dat op dat moment al hebben begrepen? Stefanus is een man die constructief denkt en tijdens het preken scherp in de gaten blijft houden waar hij heen wil. Gezegend als je onder zulke predikers mag zitten, zondag aan zondag. Ook als ze dingen aanroeren die je niet zo welgevallig zijn. Die je chauvinisme onderuit halen en eerlijk voor God maken!

woensdag 30 mei 2018

Rechter spelen; verdachte worden

Hoofdstuk 9

Als hem nu de tijd van veertig jaren vervuld was, kwam hem in zijn hart, zijn broeders, de kinderen Israëls, te bezoeken. En ziende een, die onrecht leed, beschermde hij hem, en wreekte dengene, dien overlast geschiedde, en versloeg den Egyptenaar. En hij meende, dat zijn broeders zouden verstaan, dat God door zijn hand hun verlossing geven zou; maar zij hebben het niet verstaan. En den volgenden dag werd hij van hen gezien, daar zij vochten; en hij drong ze tot vrede, zeggende: Mannen, gij zijt broeders; waarom doet gij elkander ongelijk? En die zijn naaste ongelijk deed, verstiet hem, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gesteld? Wilt gij mij ook ombrengen, gelijkerwijs gij gisteren den Egyptenaar omgebracht hebt? En Mozes vluchtte op dat woord en werd een vreemdeling in het land Madiam, waar hij twee zonen gewon.
Handelingen 7 : 23-29

De Bijbel waarschuwt ons om niet op plekken te komen waar we in verleiding worden gebracht. Is dat hier aan de orde? Eveneens wordt ons geleerd dat we een voorbeeld moeten zijn voor ongelovigen; faalde Mozes hier met zijn actie? Wegvluchten is meer dan eens een bewijs dat je (mede) schuldig bent. Wat is het verschil tussen Jozef en Mozes?

In een notendop wordt ons een van de dieptepunten in Mozes’ leven getekend. Hij moest zijn land, status en luxe leventje achterlaten en vluchten voor zijn leven. Werd hij, net als Jezus, onterecht slacht­offer van mensen die zijn welmenende bevrijdingspogingen niet begrepen?



De ingeving
Stefanus beweert dat het pas na veertig jaar bij Mozes ‘in zijn hart kwam’ om zijn broeders te bezoeken. Dat blijven vooral vage bewoordingen die niet terug te vinden zijn in het Oude Testament. Mozes zelf schrijft erover: “… toen Mozes groot geworden was …”. Hij stelde dat bezoeken van zijn broeders ook niet tot doel, maar het zien van hun lasten, hun verdrukking.
Daaruit kun je concluderen dat hij zich al langere tijd bewust was een Hebreeër te zijn, maar dat hij te horen kreeg dat juist dát volk zo enorm werd onderdrukt. Mozes werd als kind in bad gedaan en zijn verzorgster moet hebben gezien dat hij besneden was. Hij is vast ook weleens tegelijk met andere kinderen in bad gegaan of merkte bij sportieve activiteiten dat hij anders was dan de Egyptische jongeren. Ook hij heeft in die Egyptische tijd geleerd (of ondervonden) dat er een verschil was tussen meisjes en jongens en dat er ook een verschil was tussen besneden jongens en onbesneden jongens. Dat moet hij al veel eerder hebben ontdekt dan in zijn veertigste levensjaar!
Het blijkt vooral de onderdrukking van het volk van Israël te zijn die iets in hem heeft wakker gemaakt. Hij wil er nu zelf weleens iets van zien. Zou het écht zo erg zijn? Misschien is hij al die tijd al bij dat volk weggehouden door de prinses en het personeel dat ervan op de hoogte was. Maar zoals dat met veel adoptiekinderen gaat: er komt een ­moment dat je wilt weten waar je vandaan komt. Niet eens in de eerste plaats om weg te open, maar om te weten wie jezelf bent! Dat vormt dus de achtergrond waarom het ‘in zijn hart kwam’. Die ingeving kwam vanuit zijn roots! En… door de Heilige Geest.

De reactie
Hoopte hij dat het allemaal wel zou meevallen? Exodus zwijgt over Mozes’ innerlijke gevoelens, voordat hij ging kijken. Je kunt er hooguit naar gissen.
Mozes heeft een gelegenheid gezocht om ‘ongezien’ in Gosen terecht te komen. Het lijkt me niet eens zo gemakkelijk om dat ongezien te doen, als je zo’n hoge positie aan het hof hebt. Er zullen altijd bewakers bij hem zijn geweest die hem beschermden; ze vormden tegelijk ook zijn statussymbool. Het is niet bekend of de prinses nog leefde (of was zij ­inmiddels zelf doorgeschoven naar de regering?), maar het zou best eens zo kunnen zijn dat zij overleed toen Mozes ongeveer 40 jaar was. En dat dit overlijden juist de aanzet is geweest om op ­zoek te gaan naar zijn roots.
Hoe schokkend is de confrontatie met het harde leven van zijn broeders! Het is dus tóch waar dat ze onderdrukt werden! Wat slaven waren en hoe die werden behandeld wist Mozes ongetwijfeld wel. Ook aan het hof waren slaven en die zullen niet helemaal ‘vorstelijk’ ­behandeld zijn. Wellicht werden ze niet vernederd, maar wel tweederangs behandeld. Ze zullen een bijzonder onderdanige houding hebben aangenomen, harde woorden hebben moeten verduren en zwijgend hun werk hebben moeten doen. Maar wat Mozes hier in Gosen ziet raakt hem enorm. Natuurlijk ook vanuit de bloedband met zijn volk. ­Ongetwijfeld ook vanuit zijn mensbeeld, dat in een goede Hebreeuwse opvoeding is aangeleerd. Elk mens is een schepsel van de Eeuwige en draagt iets van Zijn beeld.
Mozes’ bloed kookt in een ommezien. Dit raakt hem diep en hij staat op de tweesprong: weglopen of ingrijpen. Juist dat ingrijpen lijkt de meest eerlijke en enig mogelijke wijze van handelen. Hoe hij dat heeft gedaan blijft onduidelijk. Sprong hij ertussen en ving hij de slagen op? Of greep hij de Egyptenaar van achteren beet en rukte hij de zweep uit zijn hand?

De moord
Wat ik als kind kind mij altijd afvroeg bij deze geschiedenis: hoe heeft Mozes dit zo ongezien kunnen doen, als er zoveel slavendrijvers waren op deze bouwplaats? In gedachte zag ik een duin van zand voor me, waarachter dit plaatsvond. Het helmgras wuifde in de zinderende woestijn­wind. De andere slavendrijvers in de buurt waren net even met wat anders bezig. Maar de volgende vraag was: hoe heeft hij zo snel een heel mens onder het zand kunnen begraven, ongezien? Ik heb er nog steeds geen antwoord op, merk ik. Maar deze geschiedenis zet me wel aan het denken. Heeft Mozes deze man echt in een opwelling doodgeslagen? Dan moeten veel meer mensen het hebben gezien. Zeker die Hebreeër die door deze slavendrijver werd mishandeld. Zou het niet zo zijn, zoals Kaïn zijn broer mee nam naar het veld? Mozes had de positie van een generaal. Deze slaven­drijver stond ver beneden hem in rang. Hij had hem ter plaatse kunnen sommeren te stoppen met die brute geweld en de man had moeten gehoorzamen.
Wat nu als Mozes de beelden van die mishandeling in zijn brein opsloeg? Dat hij daarover heeft lopen broeden en de slavendrijver later die dag even apart heeft genomen, buiten het bouwkamp. Wellicht zijn ze nog even in gesprek geraakt over hun visie op de behandeling van dit volk. Lang zal dat niet hebben geduurd. Mozes stond op tegen die man, die geen schijn van kans had tegenover hem, de getrainde militair. Mozes had die zweep helemaal niet nodig. Hij was een gespierde strijder die door zijn imposante corpus angst inboezemde bij zijn tegenstanders. Zijn ferme spierbundels draaiden de nek van deze man met gemak in een hoek die compleet ongezond was voor een mens. De zogenaamde heldendaad had weinig met geloof te maken. Het was meer een moord met voorbedachte rade!

De confrontatie
Mozes zelf beschrijft deze daad nogal omzichtig. Hij zegt dat hij om zich heen keek om te zien of er iemand in de buurt was. Maar hij verzwijgt de scene waarin dit gebeurde. Was het te midden van drukte op de bouwplaats? Onmogelijk! Was het midden op de dag, op een rustig moment? Of was het toch in het schemerdonker, vlak voor de woestijn aardedonker werd?
Dat maakt namelijk uit. Doe je dit stiekem en zonder dat de betrokken persoon erop bedacht is, dan is de misdaad groter. Doodslag in een opwelling na een ruzie wordt minder zwaar aangerekend dan een weloverwogen moord. Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer ik van dat laatste overtuigd raak.
De volgende dag gaat Mozes weer kijken. Waarom? Is hij de crimineel die terugkeert naar de plaats delict om te zien wat er gebeurt? Veinst hij dat hij er niets mee te maken heeft? Kijkt hij of zijn actie zoden aan de dijk heeft gezet? Of zint hij op meer wraak? Het is niet ondenkbaar dat het dat laatste was. Juist daarom is hij zo gebelgd als hij twee van zijn volks­genoten met elkaar ziet vechten.
De woorden die hij op dat moment uitspreekt worden nogal eens erg zalvend beschreven en neergezet als oprechte en voorbeeldige woorden. Maar is dit niet juist heel schijnheilig? Is zijn woede over dit gedrag niet een woede omdat dit zijn eigen gekozen bevrijdingsactie ondermijnt? Het antwoord van de Hebreeën is een klap in Mozes’ gezicht. De grote mond – die hij zo had kunnen laten zwijgen vanuit zijn positie als Egyptisch generaal – doet hem zijn eigen mond dichtklappen van angst. Wat zagen deze twee kemp­hanen in Mozes? Een collaborateur of toch een bedreiging? Het botte antwoord van een van de Hebreeën was risicovol, dat is wel duidelijk: “Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Zegt gij dit, om mij te doden, gelijk gij den Egyptenaar gedood hebt?” Het had inderdaad zijn dood kunnen worden. Zeker, omdat hij oog in oog met een moordenaar stond.



De vlucht
Dat antwoord is vreemd. Hier zegt een slaaf van de Egyptenaren tegen nota bene een Egyptenaar: “Wie heeft u boven ons geplaatst?” Of hij het nu fijn vond of niet: dat de Egyptische slaven­drijver boven hem stond, was buiten kijf. De Hebreeër zal dat vreselijk hebben gevonden, maar hij moest er maar mee leven. Maar dat deze man, Mozes, zich boven hem verhief riep vragen bij hem op. Mozes was een ‘Egyptenaar’ dus die stond sowieso boven deze slaaf. Onterecht of niet; het was een feit. Waarom zou hij dan toch zo reageren?
Zouden deze mannen Mozes en zijn ‘geheim’ kennen? Zou onder de Hebreeën bekend zijn geweest dat er een joods jongetje opgroeide in het Egyptische paleis? Zou dát kwaad bloed hebben gezet? Misschien wel zonder dat Mozes dat heeft geweten. Het lijkt er sterk op dat deze mannen Mozes hebben gekend of herkend en dat zij hun antipathie tegen deze ‘geluksvogel’ op hem uitspuwden. “Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gesteld?” Zou dat niet een wrevelwoord kunnen zijn richting God? Waarom worden wij als Uw volk zo onderdrukt en leidt deze kerel een lekker leventje. Is dat niet erg oneerlijk?
De werkelijke ondertoon van deze woorden moet aan Mozes voorbij zijn ­gegaan. Hij begreep maar al te goed dat dit heel gevaarlijk voor hem kon uitpakken. Of… heeft hij de ondertoon juist heel goed begrepen? Zullen zijn ‘broeders’ nu met de Egyptenaren gaan samenspannen tegen hem? De geslagen hond zal blijven zoeken naar een moment waarop hij zelf ook een keer kan ‘heersen’ en ‘terugbijten’. ­Ongeacht of het de juiste persoon is. Dat geldt niet voor alle mensen gelukkig, maar diepweg zit er zelfs in het meest heilige kind van God een oude mens die het woord ‘wraak’ prima kan spellen.

De messias




Het is pure angst die Mozes doet zien dat zijn situatie hier onhoudbaar is geworden. Hij vlucht niet weg zoals Jozef wegvluchtte voor de zonde. Hij vlucht weg uit angst voor de gevolgen van zijn daad. En juist die angst doet mij de vraag stellen: maar wat was dan zijn diepste motief om zijn broeders te gaan bezoeken? Meende hij zelf de ‘Messias’ te zijn? Hij moet hebben geweten dat er een Messias zou komen.
Slaat Stefanus hier niet de spijker precies op zijn kop als hij preekt: “…hij (Mozes) meende, dat zijn broeders zouden ­verstaan, dat God door zijn hand hun verlossing geven zou; maar zij hebben het niet verstaan.” Gaat Mozes hier niet heel dicht langs het randje van de afgrond? Hoe fout kan dit aflopen!
Hoe anders kwam Jezus, de enig juiste Messias, naar deze aarde, waar Hij zich moest bewegen tussen vijanden. Zij die door Hem moesten worden verlost, zinden op Zijn dood. Hij heeft werkelijk alles welgedaan, tot vele cijfers achter de komma, maar wij moesten Hem niet! Waarom? Omdat Hij aan het licht bracht, wat wij liever in het donker hielden of wat wij liever begraven hielden onder het zand. Hij zou het aan de orde brengen, maar wij zeiden: “Wie heeft U tot een Overste en Rechter over ons gesteld?” Herken je je in deze vijanden? Dan ben je op en top mens. Juist voor dit soort types kwam Hij!
Jezus had oneindig veel geduld. Mozes had alle know-how op organisatorisch gebied die afgelopen veertig jaar aan boord gekregen. Hij kon een leger aanvoeren en in stelling brengen. Hij kon afgematte en uitgehongerde strijders erdoorheen trekken en ze aanvuren om vol te houden. Je zou zeggen: hij was er klaar voor om zijn volk te bevrijden. Maar er moest nog één bijscholingscursus plaatsvinden in de woestijn: geduld met een wederstrevig volk.
Het is Mozes nooit echt helemaal gelukt. Er moest een Jozua aan te pas komen… en ook die redde het niet. Dé Joshua (Yeshua Hamashiach) moest komen, Die Zijn volk in het Beloofde Land zou binnen­voeren. Wat vind je van die Messias? Het is Hem wél gelukt om Zijn volk te bevrijden!

zaterdag 28 april 2018

Leven vanuit Gods beloften

Hoofdstuk 3


“En Hij gaf hem geen erfdeel in hetzelve, ook niet een voetstap; en beloofde, dat Hij hem het zelve tot een bezitting geven zou, en zijn zade na hem, als hij nog geen kind had.
En God sprak alzo, dat zijn zaad vreemdeling zijn zoude in een vreemd land, en dat zij het zouden dienstbaar maken, en kwalijk handelen, ­vierhonderd jaren.
En het volk, dat zij dienen zullen, zal Ik oordelen, sprak God; en daarna zullen zij uitgaan, en zij zullen Mij dienen in deze plaats.”
HANDELINGEN 7 : 5-7

Veel mensen zijn gevoelig voor ‘status’. Ze zijn pas iets wanneer ze iets ­tastbaars hebben of bij iets aanwijsbaars horen. Een christen is iemand die zijn ‘status’ ontleent aan iets dat niet tastbaar is en perspectief heeft vanwege ­Iemand Die niet aanwijsbaar en bewijsbaar is.
Belofte zonder bezit“Zo, hier is het dus.” Abraham keek om zich heen. Dit was dus het Beloofde Land dat God hem in bezit zou geven. Het zag er goed uit. Maar het vreemde was dat er mensen woonden die bij elk grassprietje konden aantonen dat dat stuk land van hen was. Abraham stond in ‘zijn’ land, maar hij had er nog geen schep grond in eigendom!
Heb je je weleens bedacht hoe vreemd dat voor hem moet zijn geweest? Bijna onwezenlijk. Thuis, maar alles is vreemd en onbekend. Hij mocht er vrij rondlopen en bouwde er zelfs vriendschappen op met de plaatselijke bevolking, maar… zíj waren de eigenaren van het land; niet Abraham!
Het tweede dat wél beloofd was, maar dat hij ook niet in bezit had was een eigen zoon. God lijkt aan dit probleem voorbij te gaan als Hij al beschrijft hoe Abrahams nazaten in ballingschap zullen komen en zelfs in slavernij terecht zullen komen; voor maar liefst vier lange, lange eeuwen!

De eerste ballingschapStefanus zoomt nog een stukje dieper in. Abraham leefde als een vreemdeling in zijn eigen huis… en nog vóór hij er zich thuis kon voelen, sprak God al over een vier eeuwen durende ballingschap in een of ander ‘slavenhuis’. Het volk, uit Abraham gesproten, zou een slavenvolk worden! En God, zo betoogt Stefanus, voorzei al dat ze kwalijk behandeld zouden worden. Mooi is dat! Het uitverkoren volk van God krijgt, nog vóór het is geboren, te horen dat ze zullen worden mishandeld.
Waarom doet Stefanus dit zó? Waarom zoomt hij hier al in op de slavernij die later zou komen? Waarom wil hij deze link leggen tussen ‘volk van God zijn’ en ‘kwalijk behandeld worden’? Het wordt niet echt duidelijk in dit gedeelte. Het blijft daarom gissen. Maar Stefanus moet al iets hebben gezien van wat Paulus later zo knap, maar best ingewikkeld, onder woorden brengt in de brief aan de Galaten: “Nu, zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn Zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van één: En uw Zaad, Hetwelk is Christus. En dit zeg ik: Het verbond dat tevoren van God bevestigd is op Christus, wordt door de wet, die na vierhonderd en dertig jaren gekomen is, niet krachteloos gemaakt, om de beloftenis teniet te doen.”
De Kanttekenaars zetten ons op dat spoor. Stefanus wil stapje voor stapje naar Christus zien te komen. Jullie beroemen je op de wet van God, maar weet je wel dat de belofte al veel ouder is? En dat die belofte niet gericht is op het tijdelijke: het land, of de zoon van Abraham? Nee, al die beloften hebben een dieper en verder weg liggend doel: Jezus Christus. Je zou de preek van Stefanus dus met recht een Christo­centrische preek mogen noemen. En dat is best lastig, vanuit het Oude Testament, in de context die de Joden er telkens aan willen hangen. Begrijpelijk is wat rabbijn Lody van de Kamp onlangs zei: de Messias van de Joden is een ándere dan die van de Christenen. Hij had die zin niet andersom kunnen uitspreken, want Jezus de Messias, de Koning der Kerk is werkelijk de Joodse Messias. Daarmee gaan we niet op het spoor zitten van ‘de kerk in plaats van Israël’. Zeker niet! Maar we moeten onze Joodse broers en zussen wakker schudden. En dat is wat Stefanus gaat doen. Hij probeert eerst aanknopings­punten te verzamelen. Om die tenslotte allemaal in te brengen bij zijn slotbetoog!
Wat hij hier preekt over ballingschap of vreemdelingschap kenmerkt helemaal het Christelijk geloof. Wij zijn hier op aarde omringd door vrienden en bloedverwanten, maar we zijn vreemdeling en bijwoner. En niet alleen dat: wij zullen ook ondervinden dat men ons kwalijk behandelt. Omdat we een volk zijn met een belofte van God op zak. Het is niet de bedoeling dat we gaan pronken met die belofte, maar dat we er werkzaam mee zijn bij God!

Welkom thuisTenslotte spreekt Stefanus over het moment, allemaal al vier eeuwen van te voren beloofd, waarop het volk van God weer thuis mag komen: “…daarna zullen zij uitgaan, en zij zullen Mij dienen in deze plaats.”
Er was er nog niet eentje geboren van die ‘zij’ die zullen uitgaan! En nu al spreekt God over de terugkeer uit de slavernij en dat ze weer tot hun doel zullen komen: “Mij dienen”. En nog wel op ‘deze plaats’! Stefanus stelt het haast voor, zoals het ons ook voor ogen staat, als wij onze ogen hier op aarde zullen sluiten: we zullen van hier uitgaan (heengaan) en we zullen onze HEERE dienen op de plek die Hij ons aanwijst en belooft!
Gods beloften komen heel vaak in de knel met de werkelijkheid. Althans, zo bekijken wij het. Maar God werkt zo vaak door de onmogelijkheden heen, dat is haast meer regel dan uitzondering. Echter, nog nooit is er één van Zijn beloften níet uitgekomen. Zou daarom de eeuwige heerlijkheid voor ons ook niet de mooiste en heerlijkste belofte zijn, waarnaar wij rijkhalzend uitzien? Thuiskomen bij de Vader. Verlang jij er ook naar? Voor Stefanus zou het nog hooguit een uur duren!

woensdag 30 november 2016

De praktijk van de prediking

"De Geest des Heeren […] heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen […] om te prediken het aangename jaar des Heeren."
Lukas 4 : 18a en 19b

Een predikant die mij zeer boeide met zijn preken was ds. Hendrik Huslij Viervant over wie ik een glossy maakte.
Zijn preken over de engelen hebben een diepe indruk op mij gemaakt. En ook zijn vermogen om kinderen aan te spreken met speciale kinderpreken, zonder afbreuk te doen aan de inhoud, zonder kinderachtig te zijn.

Wat is het referentiekader voor de predikant? Moet hij – in mijn optiek – voldoen aan mijn verwachtingen? Nee, niet persé. Moet hij – in zijn optiek – die gedeelten bepreken die hij interessant vindt of juist overbekende gedeelten gebruiken als uitgangspunt van de preek? Nee, niet persé; en wat dat laatste betreft zelfs liefst niet. Het referentiekader is Geest en verstand: het gebed om de Heilige Geest Die hem brengt bij dat gedeelte dat bepreekt moet worden én verstandig nadenken over de vraag hoe dat gedeelte het beste zal landen in de gemeente die voor hem zit. Het is het spel tussen Zender en Ontvanger: tussen de Heilige Geest Die hem zendt en God de Vader en de Zoon, aan Wiens voeten de luisteraars moeten terechtkomen.


Maar onze dagtekst toont dat er doelgericht gepreekt moet worden: de armen… En dat er zorgvuldig gepreekt moet worden; immers, het gaat om het Evangelie. En tenslotte – maar eigenlijk boven alles verheven – moet de luisteraar duidelijk worden dat de boodschap rechtstreeks van God komt. Ik geloof dat veel predikanten wel aan deze aandachtspunten denken, maar dat ze die totaal verschillend invullen. Ik ga er nu eerst rustig over nadenken en ga straks verder met schrijven.

Doelgericht preken

Ik kom net terug van de Avondmaalskring; bijzonder dat het daar juist ging over de Heilige Geest en het gebed vóór het Avondmaal dat roept om die Geest. Hij deelt uit en past toe. Hij is het ook Die de motor is achter de prediking, als het goed is. Preken is geen bedenksel van mensen en moet niet retorica als uitgangspunt hebben; al is het fijn als de prediker welbespraakt is en je meeneemt tijdens de preek. Het is zeker een pré als de predikant je kan enthousiasmeren voor het Woord van God! Maar de Woordverkondiging is vóór alles het werk van de Heilige Geest Die een boodschap voor zondaren heeft. Armen, noemt Jezus hen: bedelaars staat er letterlijk. Jesaja specificeert deze doelgroep als 'zachtmoedigen' (armen en ellendigen); daarnaast gebruikt hij ook beelden van 'gebrokenen van hart', 'gebondenen' (gevangenen) en 'treurigen'.
Het is ook wat te simpel om te stellen dat de predikanten de zonde moeten preken. Ze moeten die aanwijzen, maar niet preken. Ze moeten behoud voor zondaren preken, maar ook weer niet als een blindeman zaaien, zonder op te letten waar het zaad valt. Daarover straks meer. Doelgericht preken: de Heilige Geest gooit maar niet lukraak een brief door een willekeurige postbus. Nee, Hij komt met een persoonlijk woord en heeft jou op het oog! Er is dus zeker sprake van een adressant. Gastpredikanten kunnen dat misschien wat moeilijker inschatten, maar de 'eigen' predikant weet wat er speelt en leeft in de gemeente. Als het goed is gaat hij daarmee in gebed tot de HEERE en bidt om de werking van de Heilige Geest. Wat zou het goed zijn als predikanten tijdens de dienst goed naar de gemeente kijken om te zien hóe en óf het Woord landt.

Zorgvuldig preken

Het is nogal een kostbare schat die mag worden uitgestald, ja, uitgedeeld! Jesaja spreekt over 'basar': nieuws brengen, verkondigen, prediken, aantonen. Nieuws, ja goed nieuws: redding. Het ging daarstraks op de Avondmaalskring over kinderen die spullen te koop aanboden op een kleedje. "Kom maar, alles is te koop", riepen ze. Zo stalt de Heilige Geest Zijn waren ook uit: "Komt, koopt zonder geld, zonder prijs…" De prijs is namelijk al betaald. En tegelijk moet je bedenken dat dat een enorm kapitaal heeft gekost in de hemel: God schonk daarvoor Zijn Eniggeboren Zoon!
Dus is zorgvuldigheid geboden. De Joden maakten een kloof tussen 'de schare die de wet niet kent' en 'de Schrifgeleerden'. De ultra-orthodoxe kerken (in ons land) maken scheiding in de verkondiging tussen 'Gods Volk' en 'de gewone kerkmensen'. Ongelofelijk dat er na Jezus' hemelvaart zich kerk noemende instanties zijn die het Evangelie slechts voorbehouden aan 'ware kinderen Gods'. Alsof je eerst bekeerd moet zijn, voordat je het Evangelie mag horen als 'een aan jou aangeboden zaligheid'. Men is Jezus' Eigen woorden helemaal vergeten: "Verkondig aan alle volken". Maar spaarzamelijkheid, zeeuwse zuinigheid en mondjesmaat kent de Evangelieverkondiging niet. Dat is verkeerde zorgvuldigheid. Die zaaier, die uitging om te zaaien, strooide het zaad niet enkel op de weltoebereide aarde, maar ook op de weg. Dat is niet zonde… dat is opdracht. Hij ging niet over de wasdom, maar hij had slechts zorgvuldig Gods opdracht uit te voeren, zodat de Geest vrij baan had. Wie zal zeggen of Gods Geest die een verharde weg met pikkende vogels niet kan omploegen tot goede aarde?! Zaaien! En zorgvuldig ook… want aan het zaad ligt het niet als er niets groeit! Juist, als er niets groeit, zou het dan kunnen zijn dat er te weinig of zelfs helemaal niet gezaaid is? Dat zal wat zijn! Je zult maar tot zaaier zijn aangesteld en je hebt niet gezaaid. Onbegrijpelijk toch dat er predikers zijn die het Avondmaal bedienen, maar vooral druk zijn met het afhouden van mensen… Natuurlijk moet het eerbiedig en ordelijk gaan en moet er toezicht zijn op het leven van de Avondmaalsgangers, maar Gods kinderen verhinderen – omdat je niet wist dat hij of zij Gods kind was, vanwege kleine gedachten van zichzelf – kan rekenen op een ferme reprimande van de Heiland!

Gods boodschap

En wat verkondigt de HEERE? Wat houdt dat Evangelie in? In Lukas staat dat het gaat om 'het aangename jaar des Heeren', vrijvertaald 'het welkome jaar van de Messias'. In de Kanttekeningen kun je lezen:
Zo wordt de tijd van de toekomst van den Messias en van de predicatie des Evangelies genaamd, omdat het aangename jubeljaar daarvan een voorbeeld is geweest, op welke alle goederen die vervreemd waren, tot hun eersten eigenaar kwamen, en alle dienstknechten uit de Israëlieten in vrijheid gesteld werden, Lev. 25:8, enz.
Dus de Evangelieverkondiging heeft tot doel dat de Heilige Geest 'vervreemden' weer terugbrengt bij hun Eerste Eigenaar! Vrijheid voor gebondenen. Of, zoals het ook wel wordt gezegd: mensen brengen aan Jezus' voeten. Als nu Jezus deze woorden in Zijn mond neemt en zegt "deze taak ga Ik uitvoeren", wat is het dán in goede handen! Zou je willen dat Jezus jouw Herder en Leraar was? Misschien wel omdat je zoveel nare ervaringen met een van Zijn onderherders hebt gehad of dat andere ambtsdragers of gemeenteleden tussen jou en Hem in stonden. Wel, de Geest van God is uitgestort en heeft die taak van Jezus overgenomen. Je zou kunnen zeggen – ik weet niet of dat theologisch helemaal juist is – dat de rollen zijn omgekeerd: eerst werd Jezus toegerust door de Heilige Geest en nu wordt de Geest toegerust door de verheerlijkte Jezus in de hemel. Hij draagt er zorg voor dat Zijn Woord niet alleen gepreekt, gelezen, maar ook beleefd wordt. Bidt om de krachtige doorwerking door deze Geest, in jouw leven, in jouw gemeente en wereldwijd! Want bij Hem is het in goede handen!

dinsdag 29 november 2016

Jezus' profielschets van de Messias

Hij heeft Mij gezonden,
om den armen het Evangelie te verkondigen,
om te genezen, die gebroken zijn van hart;

om den gevangenen te prediken loslating,
en den blinden het gezicht,
om de verslagenen heen te zenden in vrijheid;
om te prediken het aangename jaar des Heeren.
Lukas 4 : 18b-19

Welke verwachting heb jij van de Messias? Zou je deze woorden van Jezus op jouw Kerstkaart 2016 zetten?

Als vacante gemeenten een profielschets voor de nieuw te beroepen predikant opstellen, zetten zij daarin een aantal criteria waaraan deze herder en leraar moet voldoen. Soms zijn het wensen op het gebied van de balans prediking-pastoraat. Soms zijn het aspecten die te maken hebben met de inhoud van de prediking. De vragende gemeente/kerkenraad vraagt dus een predikant met deze aspecten in zijn missie. Maar… wat is de missie van de predikant zelf? Moet hij voldoen aan al die eisen, of is er een ander referentiekader waaraan hij gebonden is?

Jezus geeft vandaag een profielschets van Zijn missie. En eerlijk gezegd had bijna niemand zich bemoeid met die profielschets. God had in de profetiën door de eeuwen heen wel enkele aspecten uit de profielschets van de Messias gegeven, maar die waren na verloop van eeuwen door de kerkelijke leiders uit hun verband gehaald en óf uitvergroot óf gereduceerd tot minimale zaken. Zo was de profielschets tot een karikatuur verworden. Vind je het gek dat de Messias onherkenbaar was tóen Hij eenmaal verscheen? Hoe desastreus zijn dus theologische brillen die het volk worden opgezet, als ze niet worden getoetst aan het Woord! Niet zo verwonderlijk dat Jesaja uitriep: "Toen wij Hem uiteindelijk zagen, was er geen enkel aspect in Zijn uiterlijk waarom wij Hem ook maar enigszins zouden hebben begeerd!" Sterker nog, toen de Messias moest gaan lijden, dachten wij dat Hij door God Zelf werd gestraft, omdat Hij Zich Gode gelijk had gemaakt. Hoe finaal kun je ernaast zitten!

Precies zoals beloofd

Toen Jezus kwam voldeed Hij perfect aan de profielschets die God had gegeven aan het volk. Het probleem zat hem echter in de verwrongen theologie. Men had het plaatje zelf ingekleurd, zonder te weten welke kleur waar moest komen. Men was aan het redeneren gegaan en had zich een Messias ingebeeld die totaal afweek van de Messias Die komen zou. Om maar iets te noemen: in het rijtje in onze dagtekst komen slechts twee dingen voor die in de buurt komen van de profielschets die de schriftgeleerden hadden gemaakt: bevrijding uit de gevangenis én het uitroepen van het Jaar des Heeren: de Grote Verzoendag. Als die andere zaken die in de tekst worden genoemd waren zaken die niet duidelijk aan de orden waren gekomen, voordat Jezus werd geboren. Dat maakte ook dat de mensen Hem helemaal niet herkende, ja zelfs dachten dat Hij een bedrieger was. Aan het begin van Zijn rondwandeling op aarde, voordat Hij Zichzelf ging offeren, zette Jezus alle zaken in de profielschets weer netjes op een rijtje. Hieraan hadden jullie Mij kunnen herkennen!

Toetsmateriaal

Jezus vat in onze tekst twee schriftgedeelten samen: Jesaja 42 en 61:
Jesaja 61:
1 De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis;
2 Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten;
3 Om den treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest; opdat zij genaamd worden eikebomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN, opdat Hij verheerlijkt worde.

Jesaja 42
5 Alzo zegt God, de HEERE, Die de hemelen geschapen, en dezelve uitgebreid heeft, Die de aarde uitgespannen heeft, en wat daaruit voortkomt; Die den volke, dat daarop is, den adem geeft, en den geest dengenen, die daarop wandelen:
6 Ik, de HEERE, heb u geroepen in gerechtigheid, en Ik zal u bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen.
7 Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten.
8 Ik ben de HEERE, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen anderen geven, noch Mijn lof den gesneden beelden.
9 Ziet, de voorgaande dingen zijn gekomen, en nieuwe dingen verkondig Ik; eer dat zij uitspruiten, doe Ik ulieden die horen.
Als je de andere woorden uit deze tekstgedeelten leest snap je wel een beetje waarom de mensen zijn gaan denken dat de Messias hen van de vijanden zou verlossen door een grote oorlog. Immers, als de HEERE spreek over een dag der wraak, dan heb je het plaatje – als je slecht leest – snel ingekleurd. En… wat ook moet worden opgemerkt is dat veel profeten de komst en de wederkomst van de Messias als 1 gebeurtenis hebben gezien. Ze hebben de tijdsspanne die ertussen ligt niet kunnen zien. De dag der wraak komt zeker, maar nu nog niet. Eerst komt Silo, de Messias, in gunst en genade, voordat Hij komt om te oordelen de levenden en de doden.

Merkwaardige adventsteksten

De teksten die Jezus hier nu citeert vanuit Jesaja zijn moedgevende en hoopgevende teksten. De woorden schilderen Zijn komst als troostvol, beschermend. Zacharias zong: Hij neemt Zijn Israël op (God neemt het op voor Zijn Verbondsvolk). Maar Jezus doet ook heel andere uitspraken in de komende tijd. Op ruwe wijze schudt Hij de Joden wakker met schokkende uitspraken. Wat dacht je van de 'adventsteksten' als:
  • "Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen." Mattheüs 5:17;
  • "Ik wil barmhartigheid, en niet offerande; want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering." Mattheüs 9:13
  • "Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard." Mattheüs 10:34;
  • "…want Ik ben niet gekomen, opdat Ik de wereld oordele, maar opdat Ik de wereld zalig make." Johannes 12:47b
Op tal van andere plaatsen corrigeert Jezus het beeld dat men van Zijn komst had. En wees eerlijk, niemand zet een tekst zoals Mattheüs 10:34 op zijn of haar kerstkaart. Zou trouwens wel een mooie aanleiding tot gesprek zijn misschien. Juist de aversie die deze woorden van Jezus oproepen vragen om uitleg. Hoe zou jij zo'n gesprek aangaan? En wat is jouw verwachting van Jezus tweede komst op de wolken? Behoor jij tot Zijn ware adventsgemeente?

woensdag 31 augustus 2016

Gods plannen hoger dan onze plannen

"Gijlieden wel, gij hebt kwaad tegen mij gedacht; doch God heeft dat ten goede gedacht; opdat Hij deed, gelijk het te dezen dage is, om een groot volk in het leven te behouden."
Genesis 50 : 20

Daar buigen de 'korenschoven' en de 'sterren' voor Jozef

Het blijft voor ons kleine mensenverstand gevaarlijk en moeilijk om Gods plannen na te rekenen. Maar als de HEERE je soms toch iets laat zien van Zijn plannen en doelen met jouw leven, raak je vervuld met aanbidding van God en barmhartigheid naar anderen. Dat zien we hier gebeuren, in onze dagtekst.

De Avondmaalstafel is ook zo'n plek bij uitstek waar de HEERE Zijn kinderen aan het hart drukt en even uittilt boven het alledaagse, om onze hoofden op te heffen naar de hemel, waar Christus is. Dan zie je alles weer even in het juiste perspectief.

Gods goede plannen met zondaren

Jozef windt er geen doekjes om: "Jullie hebben kwade plannen tegen mij bedacht." Je zou de woorden, als je ze zo leest, als dreigend kunnen zien. Echter, ik denk dat de broers aan Jozefs toon wel hoorden dat er iets geweldig moois achteraan kwam. En inderdaad, zo is het ook: "Maar God… heeft het ten goede gedacht!"
Wat moet er een schok door de broers zijn gegaan, denk je niet? Dat ze kwade dingen hadden bedacht, konden ze zelf ook wel bedenken. Denk aan het treiteren van Jozef, het hem niet voor vol aanzien toen hij zijn dromen vertelde. Maar denk zeker ook aan dat moordplan, dat uiteindelijk leidde tot de verkoop van Jozef aan de karavaan die op weg was naar Egypte. Vergeet ook de sinistere leugens niet die ze met elkaar bedachten en waarmee ze vader Jacob alle hoop hadden ontnomen Jozef ooit nog te zien. Dat familieschandaal, dat de doofpot in moest en dat ze – hoe is het mogelijk – altijd onder de stolp hebben kunnen houden. Die leugen is al die jaren niet uitgelekt! Wat een loden last, temeer toen ze die vreemde onderkoning onder ogen kwamen!
Ze hadden er vast en zeker spijt van. Maar nu te horen dat ze met al hun boosaardigheid precies moesten meewerken in Gods plan, dat is toch wel een enorme ontgoocheling. Erachter komen dat je met al je tegenspartelen juist tóch gebruikt werd in Gods grote raadsplan… om stil van te worden. Al dat kwaad gebruikte God om hun behoud veilig te stellen. Dat moet hen geduizeld hebben!

Smaakt en ziet dat de HEERE goed is

En wat was dat plan dan? Een groot volk in leven houden, terwijl zij een broer wilden doden, of althans elimineren. Had Jozef daar niet in Egypte terecht gekomen, dan hadden zij de hongerdood gestorven.
Ik zocht de dood, maar God schonk het leven! Ik bewandelde een eigen weg die mijn dood had kunnen worden, maar de HEERE zocht mijn behoud! Merkwaardige en ontluisterende ontdekking die in pure aanbidding moet eindigen.
Ja maar, Jozef, doe je niet aan inlegkunde? Hoor wat hij zegt: "gelijk het te dezen dage is". De Kanttekeingen zeggen: "Dat is, gelijk het heden blijkt, en voor alle mensen openbaar is." Kijk dan! Iedereen kan het zien en ervaren dat de HEERE goed is! Juist die boze broers zijn er het bewijs van.
Tja, voor ik mij verhef boven die broers, buig ik mijn hoofd en ben zelf ook het bewijs van Gods goedheid. Ik ben er nog… en dat had ik niet verdiend. Ik kan nu niet direct iets aanwijzen waarom God mij één dag langer zou laten leven. Maar Hij doet het. Dat moet wel uit Hemzelf komen. Dat vertelt ook iets over Zijn innerlijk: Barmhartig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid. Zou ik daarom geen loflied vol aanbidding zingen aan Zijn tafel?
  1. Denk eens na over de woorden uit het Avondmaalsformulier: "Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven." Welke gedachten komen bij je boven en welke teksten hebben voor jou hiermee te maken? Bedenk dat deze Zaligmaker tevens de Gastheer is aan de tafel.

vrijdag 13 mei 2016

De weg van Kaïn inslaan

Kaïn en Abel, uit 'Icons of the Bible',
gefotografeerd door James C. Lewis
In de volgende overdenkingen wil ik telkens bij één verbondskind stilstaan, dat net als Ezau is afgehaakt. De Bijbel kent er wel een paar en de HEERE laat ze beschrijven als waarschuwing. Kaïn is de eerste afhaker. In de bijbelstudie die in onlangs (deels) over hem maakte, heb ik mij afgevraagd wát het was dat hem bij de HEERE vandaan dreef. Ik wil er nog een keer specifiek in deze serie over nadenken en zien wat hem bewoog.

Je hebt jongeren aan wie je al heel vroeg merkt dat ze geen zin hebben in de dienst aan de HEERE. Ik heb dat nooit begrepen, omdat ik er zelf al jong 'smaak' van kreeg. Daarmee zeg ik niet dat het dienen van de HEERE me 24/7 alle dagen van mijn leven heeft vervuld met genot. Niets menselijk is me vreemd. Maar voortdurend haalde de HEERE me weer dicht bij Zich. Ik weet hoe goed het is in Zijn nabijheid. En juist daarom begrijp ik vaak niet dat mensen 'er geen zin in hebben'. Hoe is het mogelijk en wat een gevolgen heeft dat voor henzelf, voor hun kinderen en kleinkinderen, als de HEERE daar niet snel wat tussen steekt!


"Wee hun, want zij zijn den weg van Kaïn ingegaan…"
Judas : 11a

Toch probeer ik te begrijpen waarom een jongen als Kaïn afhaakt. Maar hij is misschien wel de meest lastige, want hij wordt haatdragend en moorddadig… zo dicht bij het Paradijs! Over de volgende drie zaken heb ik me verbaasd (vervat in drie korte, op elkaar lijkende, woorden): Eva's adoratie van Kaïn, Kaïns adoratie van zichzelf, Gods genade voor Kaïn en Zijn afschuw voor diens gedrag. Kaïn wordt in het Nieuwe Testament als het ware getekend als een schip op het strand, dat een baken in zee is.

Idool

Geheel anders dan bij Ezau is juist moeder Eva zeer gesteld op haar ruwe, ruige en robuuste zoon. Genesis 4 zet in met een zakelijk beschrijving van een aantal zeer intieme en expressieve zaken: "En Adam bekende Heva, zijn huisvrouw, en zij werd zwanger, en baarde Kaïn, en zeide: Ik heb een man van den HEERE verkregen!" Voor het eerst wordt gesproken over geslachtsgemeenschap en dat nog wel ná de felle aantijgingen naar elkaar in het voorgaande hoofdstuk! Met name Adam schuift de schuld van de zondeval op zijn vrouw. Dat is typisch een omstandigheid waarin de vrouw nooit van harte zal instemmen met intimiteit, laat staan dat zij verlangt om één te zijn met haar man en haar intiemste zelf met hem te delen. Toch is het van 'bekennen' gekomen en ik ben ervan overtuigd dat Adam eerst het hart van Eva heeft herwonnen, voordat hij ook haar geniet als een paradijsbloem. De Bijbel spreekt meestal over de man die bekent, maar ik geloof dat dat niet betekent dat de vrouw het allemaal maar gelaten over zich heen laat komen. Echter… wat wist Eva van zwangerschap? Van barensweeën en bevallen? Wat uit deze intimiteit voortkwam was een zwangerschap, waar we verder niets gedetailleerds over lezen. Bij Rebekka lezen we dat het haar verwarde en dat ze daarmee tot God ging. Bij Eva blijft het – zo lijkt het – stil. Toch wist ze dat er twee soorten mensen bestaan: jongetjes en meisjes. Eén van beide zou het worden. Mocht je denken dat ze op een meisje had gehoopt, dan maakt het eerste vers van Genesis 4 ons duidelijk dat ze in volle verrukking is over het feit dat ze een jongen heeft gebaard; een man zelfs! Zou dit het Vrouwenzaad zijn, waarover de HEERE had gesproken? Mag zij de Messias in haar handen houden? Wanneer zal ze er achter zijn gekomen dat Kaïn de Messias niet was? Juist deze jongen, die zulke hoge verwachtingen bij moeder Eva had gewekt, trapt haar zo gemeen op het hart door zijn levensstijl! Hij was haar idool, zo lijkt het. Maar nu…

Icoon

Waarom nam God het offer van Kaïn niet aan? Dat is altijd weer de vraag bij die geschiedenis van het offeren van de beide broers. In een korte Bijbelstudie van Hugo Bouter wordt gesteld dat Kaïn niet wilde offeren op de voorgeschreven manier. De jongens hadden geleerd van vader Adam wat offeren was en hoe het moest. Ze wisten dat de offers voor de zonde (en ook uit dankbaarheid) heenwezen naar het komende Vrouwenzaad, de Messias. Zou Kaïns aversie daarin misschien zijn ontstaan? Zijn moeder had hém aangezien voor de Messias, maar nu moet hij een offer gaan brengen dat heenwijst naar de Ander, in Wiens schaduw Kaïn nog niet eens kan staan. Kaïn – als hij een spiegel zou hebben gehad – zou vaak naar zijn spiegelbeeld hebben gekeken; hij zou trots zijn op zijn ego. Niks om je voor te schamen. Dat offeren daarentegen betekende belijden dat je zelf dood ligt in de zonde en de misdaden en dat er na jou Iemand komt, Die jij niet waard bent Zijn schoenen na te dragen. Hij moet wassen en jij minder worden…
Als God dan ook nog eens laat merken dat Hij Kaïns manier van offeren niet accepteert en die zwakke kwezel van een broer van hem wel aanneemt, is voor Kaïn de maat vol. In de haat tegen Abel manifesteert zich eigenlijk de haat tegen God Zelf. Ten diepste wilde hij niet Abel doden, maar God.
Het is bijzonder dat de HEERE hem opzoekt en zelfs Zijn bescherming aanbiedt. Kaïn lijkt radeloos van angst voor bloedwrekers. Dat moeten dus zijn eigen broers en oomzeggers zijn geweest! Of zijn vader! Daarom bouwt hij een stad. Maar… die stad is ook een statussymbool: Kaïn wordt een icoon waar de wereld hoog tegenop zal zien! Daar zal hij zelf voor zorgen. En die adoratie zal hij afdwingen door de naam van zijn zoon te gebruiken om de eerste stad naar hem te vernoemen. Zo zet hij zijn eigen zoon op een voetstuk en dwingt hem in het keurslijf van Kaïns-aanbidding. Het lijkt Noord-Korea wel! Of wat dacht je van Erdogan? Hij wil enkel goede getuigenissen over zichzelf horen. Al wie mij op de tweede plaats zet zal hij weten te vinden!

Idioot

In sommige kinderen zit inderdaad die hang naar adoratie. Soms kan dat het gevolg zijn van te weinig liefde van de ouders. Soms ook kunnen ouders zo slap zijn dat ze hun kinderen niet kastijden (corrigeren, vermanen en met straf tot orde roepen). Dan loop je inderdaad de kans dat kinderen respectloos zullen worden. Maar als je wél liefde hebt laten zien én duidelijk hebt laten merken dat zonde geen legale plek heeft in je huis, wat is dán de reden dat kinderen zo grof en respectloos worden op het punt van de dienst aan de HEERE? Natuurlijk, ze zijn geboren na Genesis 3, dus in die zin zijn godvrezende kinderen méér een wonder dan een regel! Waarom zeggen ze, als het gaat over de Doop: "Ja, daar heb ík niet om gevraagd!" Waarom geloven ze niet, maar denken zonder God wel een bestaan in deze wereld op te bouwen? Waarom zijn ze zo ijverig om te laten zien dat ze succesvol zijn, targets halen en status bereiken? Prestatiedrang is eigenlijk een schreeuw, waarmee God het zwijgen wordt opgelegd. Kaïn, de stedebouwkundige icoon (of tycoon) van de Oudheid, wordt in het Nieuwe Testament neergezet als een idioot. Al zijn targets blijken nagels aan zijn doodskist en molenstenen om zijn hals.
In de brief van Judas wordt Kaïn neergezet als een eigenzinnige die zijn eigen stad wilde bouwen en daarmee de Stad die fundamenten heeft verachtte. Hij wilde eeuwige roem op zijn eigen manier. Hij misgunde Jezus Christus de rol van Messias ten diepste. Judas noemt zulke mensen individuen die zichzelf weiden. Ik dacht nog even dat er 'wijden' stond, maar er staat 'weiden'. Zij 'kunnen het zelf wel', ze zijn zelfstandige denkers en doeners en ze hebben geen hulp nodig. Wie God nodig heeft is een watje. Ik dop mijn eigen boontjes wel…
Johannes noemt Kaïn in zijn eerste brief, derde hoofdstuk, 'boos'. Sterker nog, zegt hij, Kaïn was 'uit den boze', een duivelskind! Weet je waarom hij Abel doodsloeg? Omdat zijn werken boos waren. Je zonden bedekken met grof geweld… dat is waarlijk idioot! Laat zulk een dwang (baken in zee) voor u niet nodig wezen… wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen. Is het nu niet dan wel tot in eeuwigheid. Kom afhakers, ik ben geen draad beter dan jij of u, maar de strijd tegen God is gedoemd te mislukken! Draag Jezus' schoenen maar achter Hem aan. En draag vooral Zijn Naam achter Hem aan. En let er dan eens op hoe Hij je zal aankijken als je oog in oog met Hem zal staan! Hij zal zeggen: "Ik ben wél Mijns broeders Hoeder; daarom… Komt in gij gezegende Mijns Vaders…"

woensdag 4 mei 2016

Ezau's religieuze ontwikkeling

Ezau, uit 'Icons of the Bible',
gefotografeerd door James C. Lewis;
Ezau is de enige van wie er twee
aparte foto's in de serie staan
De vraag die blijft hangen is: waarom breken kinderen uit een godvrezend gezin opeens met het geloof? Een sluitend en definitief antwoord zal nooit kunnen worden gegeven, als we Genesis 3 buiten beschouwing laten. Deze serie over Ezau is ook niet bedoeld om een passend antwoord op alle vragen te geven, maar wel om het leven van Ezau eens goed te bekijken. Zitten er hier en daar wellicht lessen?

We zijn toegekomen aan één van de twee meest bekende geschiedenissen in het leven van Ezau: de verkoop van zijn eerstgeboorterecht. Toen ik dit voorval op de zondagsschool moest vertellen zag ik, dankzij wat Paulus in de Hebreeënbrief schrijft, de lijn met de Doop: de verbondsbreuk van afhakers.
Toch is het goed om een voorstelling te maken van deze geschiedenis en eerst te zíen wat er gebeurt, voordat we proberen te begríjpen wat er gebeurt. Die overbekende geschiedenis riep voor mij toch wel een paar vragen op. Je bent zo gewend aan de voorstelling die je bij deze geschiedenis had door de vertellingen van vroeger op school en op de zondagsschool. Ook de kinderbijbel doet een duit in het zakje om het plaatje op een bepaalde manier in te kleuren, maar daarmee zijn mijn vragen nog niet beantwoord.

"Toen zeide Jakob: Verkoop mij op dezen dag uw eerstgeboorte.
En Ezau zeide: Zie, ik ga sterven; en waartoe mij dan de eerstgeboorte?
Toen zeide Jakob: Zweer mij op dezen dag!
en hij zwoer hem; en hij verkocht aan Jakob zijn eerstgeboorte.
En Jakob gaf aan Ezau brood, en het linzenkooksel;
en hij at en dronk, en hij stond op en ging heen;
alzo verachtte Ezau de eerstgeboorte.
Genesis 25 : 31-34

Wat houdt dat eerstgeboorterecht in?

Wat me opviel bij de voorbereiding van een overigens eenvoudige vertelling was dat er zo weinig over het eerstgeboorterecht in de Bijbel staat. De oudste zoon kreeg het grootste deel van de erfenis; hij mocht het bedrijf van vader voortzetten. Zo was zíjn toekomst min of meer veiliggesteld; de overige gezinsleden moesten een eigen bestaan zien op te bouwen met het kindsdeel dat zij ontvingen. Maar… aan die eerstgeboorte zat ook een zegen verbonden. Wij kennen dat niet meer; we zijn erg geneigd onze kinderen gelijkwaardig te beoordelen. Voortrekkerij is verboden; en dat is maar goed ook. Echter, met onze 21e-eeuwste ogen en vooroordelen kijken we niet onbevangen naar de situatie van toen.
De oudste zoon was de stamhouder, de eerredder, de oudedagvoorziening van ouders. Hij had de leiding, als ouders het niet meer konden. De eer redden van de ouders (als die door omstandigheden in de problemen waren gekomen, betekende soms ook jezelf op de tweede plaats stellen. Jouw vermogen offeren voor de eer van je vader. Dat klinkt ons in deze tijd vreemd in de oren. Wie doet zoiets nog? Wat betekent voor ons een naam? Maar als we dat niet begrijpen, ja als we dat loslaten, snappen we ook niet waarom we Gods naam moeten heiligen en zuiver houden; waarom Zijn Naam boven die van ons staat.
De eerstgeborene kreeg wel heel veel, maar had ook tot taak de zorg voor de stam op zich te nemen. Iets daarvan zien we later bij Jacob gestalte krijgen. Na zijn vlucht heeft hij zijn moeder Rebekkan nooit meer gezien, maar toen hij terugkeerde naar huis – in bezit van een groot opgroeiend gezin en een forse veestapel – ontfermde hij zich over de al eerder genoemde voedster van Rebekka, Debora. Zolang vader Izaäk nog leefde, was hij de baas. Maar toen hij overleed zal hij ook de zorg voor de nederzetting hebben overgenomen, inclusief de zorg voor het vee en de knechten van zijn vader.
Maar… het lijkt erop dat aan die eerstgeboorte ook de eerstgeboortezegen werd gekoppeld. De aartsvaderlijke zegen die voorspoed, geluk en rijkdom haast dwingend wenst, ja belooft. Gekoppeld aan het houden van Gods geboden en het wandelen met deze God binnen de grenzen van het Verbond. En… de belofte dat uit jou nageslacht de Messias zal geboren worden. Hoe dat precies zat kan een theoloog beter uitleggen. Maar zo ongeveer zat het. De verwachting van de Messias was essentieel!

Waarom wil Jacob het hebben?

We schilderen Jacob nogal eens af als een doortrapt figuur: de hielenlichter. Hij die je bij de neus neemt, door je een worst voor te houden, maar altijd zelf de winst opstrijkt. Ik heb dat enigszins ook gedaan in de vertelling voor de zondagsschool. Als Ezau doodmoe het kamp komt binnenzeulen met een geschoten hert op zijn schouders, wordt zijn neus geprikkeld door de geur van lekker eten, dat Jacob voor zijn tent, samen met een dienstmeisje, zit te bereiden:
Jacob kijkt zijn broer aan: “Zo broer dat ziet er goed uit. Het water loopt mij in de mond als ik denk aan gebraden hertenvlees!” Jacob likt langs zijn lippen en dat wordt de ongeduldige Ezau teveel. “Man, ik heb zo’n honger en het duurt me veel te lang voor ik eindelijk zelf kan eten. Geef mij eens wat van dat rode daar, die rode prut in je kookpot. Ik kan haast niet meer; ik sta te shaken op mijn benen!”
Schijnheilig kijkt Jacob naar de harige benen van Ezau. Dít is het moment waarop hij al zo lang heeft gewacht! “O, dat kan, hoor,” antwoordt hij zijn broer. Maar als die probeert om de lepel uit de hand van het dienstmeisje te halen, komt Jacob voor zijn broer staan: “Je mag zoveel eten als je wilt, als je mij jouw eerstgeboorterecht verkoopt.”
Jacob blijft met zijn rug naar het dienstmeisje en de geurige kookpot staan en kijkt met sluwe ogen naar zijn broer. Die bedenkt zich geen moment. Met een ruw gegrom en een woest gebaar geeft hij zich gewonnen: “Kan mij dat eerstgeboorterecht schelen? Wat koop ik ervoor? Man ik sterf van de honger! Geef mij wat te eten en sta niet zo te zeuren!” “Nou, rustig even, broer; zweer je me dat je vandaag dit eerstgeboorterecht aan mij geeft in ruil voor dit lekkere gerecht dat we hier aan het maken zijn?” “Wel ja, joh, kan het mij schelen! Kun je een eerstgeboorterecht eten? Dat smaakt nergens naar! Ik wil een goed gerecht en geen geboorterecht. Al dat vrome gedoe over God en Zijn zegen kan me gestolen worden!”
Jacob ziet dat zijn moeder Rebekka alles heeft staan afluisteren. Hij roept haar erbij: “Ezau geeft niks om zijn eerstgeboorterecht, moeder. Hij heeft het me daarnet verkocht en heeft er een eed bij gezworen.” Rebekka is getuige geweest en plots komen de woorden van de HEERE weer bij haar boven, die belofte dat de meerdere de mindere zal dienen. Zou dit de dag zijn waarop de HEERE deze belofte gaat waarmaken? In gedachte verzonken loopt Rebekka terug naar haar tent. Ze bewaart die woorden in haar hart en overlegt in stilte wat de bedoeling van dit alles is.

Maar als we dat doen, dan beperken we Jacobs actie tot het bemachtigen van geld en goed. Dan maken we van hem een tweede Ezau: aardsgericht. Ook als we het eerstgeboorterecht koppelen aan de zegen en de Messias-belofte, maken we van Jacob nog een kortzichtig iemand. De HEERE had beloofd dat de meerdere de mindere zou dienen. Maar betekende dat dan dat Jacob persé dat eerstgeboorterecht moet hebben? Was hij dan nog wel de mindere? Liep hij niet het risico zichzelf door handigheid de meerdere te maken en zo Gods belofte in het nauw te brengen?
En… ik weet zeker dat vader Izaäk regelmatig vertelde van Gods grote daden aan opa en aan verdere voorvaderen. Jacob kon weten dat vader Izaäk zelf ook niet de oudste was en tóch ging de HEERE met hém verder. En wat dacht je van opa Abraham? Ook hij was niet de oudste, maar wel de uitverkorene. Of heel ver terug: Sem… die was ook niet de oudste. De daad van Jacob getuigt er eigenlijk van dat hij twijfelt aan Gods almacht en ingrijpen.
Het enige dat ik kan verzinnen – en we hebben dat gisteren ook al gezien – is dat Jacob heeft gezien dat Ezau opzettelijk een goddeloze weg is ingeslagen en dat zijn ouders daar verdriet van hadden. Zijn moeder zal zeker haar nood bij hem hebben geklaagd. Ezau heeft zich het eerstgeboorterecht onwaardig gemaakt. Als hij dat toch zou behouden, dan zou hij met zijn goddeloze levensstijl de hele familie naar de knoppen helpen. Er is in Ezau's gedrag alleen maar schade te vrezen. En dat wilde Jacob zien te voorkomen; en hij wilde dat Ezau heel bewust – met een eed – afstand van zijn aanspraak op dat recht deed. Niettemin rekende hij buiten Gods almacht. En toen Izaäk foutief aan het zegenen sloeg, greep Rebekka (maar ook Jacob) naar het wapen van de leugen. Daar ging het echt fout.

Waarom wil Ezau het kwijt?

De derde vraag die bij de voorbereiding van de vertelling bij me boven kwam was waarom Ezau dit doet? Hij had steenstinkendrijk kunnen zijn en hij geeft het voor een bord soep kado. Die is niet wijs, zou je denken. In het apocriefe (hoewel het tweemaal in de Bijbel wordt genoemd!) 'Boek des Oprechten' of 'Sefer Ha-Jashar' staat de volgende verklaring, die ik met een duidelijk kanttekening doorgeef: het is een buitenbijbels boek en ook nog eens een onzekere kopie van het verloren gegane boek; een kopie die in 1613 bij een rabbi in zijn kantoor werd gevonden.
Hoofdstuk 7
28. Nadat Cham zijn eerstgeborene Kus verwekte gaf hij hem de gewaden [dat zijn de klederen die Adam en Eva van God kregen in Genesis 3, LHdK] in het geheim, en zij waren lange tijd bij Kus.
29. Kus verborg ze eveneens voor zijn zoons en broeders, en nadat Kus Nimrod had verwekt gaf hij hem die gewaden omdat hij zoveel van hem hield, en Nimrod groeide op, en toen hij twintig jaren oud was kleedde hij zich met die gewaden.
30. Nimrod werd sterk toen hij zich kleedde met die gewaden, en God gaf hem macht en sterkte, en hij was een geweldig jager op Aarde, ja hij was een geweldig jager in het veld, en hij joeg op dieren en hij bouwde altaren, en daarop offerde hij de dieren voor de Heer.
31. Nimrod maakte zichzelf sterk, en hij verhief zich boven zijn broeders, en hij leverde slag voor zijn broeders tegen al hun vijanden rondom hen.
32. De Heer leverde al de vijanden van zijn broeders in zijn hand, en God maakte hem soms voorspoedig in zijn veldslagen, en hij regeerde op Aarde.
33. Daarom werd het in die dagen eer, gebruik dat, wanneer iemand hen die hij voor de strijd had geoefend liet aantreden, hij placht te zeggen zoals God tot Nimrod, die een machtig jager was op Aarde en die met succes veldslagen leidde die zijn broeders bevrijdde uit de handen hunner vijanden, dat God ons moge sterken en ons bevrijden.
34. Toen Nimrod veertig jaren oud was, was er oorlog tussen zijn broeders en de kinderen van Jafet, zodat zij in de macht waren van hun vijanden.

Hoofdstuk 27
1. In die tijd, na de dood van Abraham, ging Esau vaak naar het veld om er te jagen.
2. Koning Nimrod van Babel, die dezelfde was als Amrafel, ging ook vaak uit om te jagen in het veld met zijn machtige mannen, en om met hen te wandelen in de koelte van de dag.
3. Nimrod observeerde Esau al de dagen, want afgunst had zich al enige tijd in het hart van Nimrod tegen Esau gevormd (vanwege zijn jeugdige kracht).
4. Op zekere dag ging Esau naar het veld om te jagen, en hij zag Nimrod rondlopen in de wildernis met zijn twee mensen.
5. Zijn machtige mannen en zijn mensen waren bij hem in de wildernis, maar zij bewogen zich op een afstand van hem, en zij gingen van hem weg in verschillende richtingen om te jagen, en Esau verborg zichzelf voor Nimrod, en hij hield zich schuil voor hem in de wildernis.
6. Nimrod en zijn mannen die bij hem waren merkten hem niet op, en Nimrod en zijn mannen liepen vaak rond in het veld in de koelte van de dag, en om te weten waar zijn mannen in het veld aan het jagen waren.
7. Nimrod en twee van zijn mannen die bij hem waren kwamen ter plaatse waar Esau zich bevond. Toen Esau plotseling uit zijn schuilplaats te voorschijn kwam, zijn zwaard trok en haastig naar Nimrod rende en zijn hoofd afsloeg.
8. Esau vocht vertwijfeld met de twee mannen die bij Nimrod waren, maar ook hen doodde hij met zijn zwaard.
9. En al de machtige mannen van Nimrod, die hem hadden achtergelaten om naar de wildernis te gaan, hoorden het geschreeuw op afstand, en zij herkenden de stemmen van deze twee mannen, en zij renden naar hen toe om te weten wat er gaande was. Toen zagen ze hun koning en de twee mannen die bij hem waren dood in de wildernis liggen.
10. Zodra Esau de machtige mannen van Nimrod van verre zag naderen, vluchtte hij en ontsnapte daardoor; en Esau nam de kostbare kleding van Nimrod, die Nimrods vader had vermaakt aan Nimrod en waarmee Nimrod de overhand had verkregen over het gehele land, en hij rende weg en verborg die in zijn huis.
11. Esau nam die kleding mee en rende naar de stad vanwege Nimrods mannen, en hij kwam vermoeid en uitgeput van het gevecht in zijn vaders huis, en hij stierf bijna van uitputting toen hij zijn broeder Jakob naderde en voor hem zat.
12. En hij zei tot zijn broeder Jakob: Zie ik ga vandaag sterven. Waarom zou ik dan het eerstgeboorterecht willen hebben? En Jakob handelde verstandig met Esau in deze zaak, en Esau verkocht zijn eerstgeboorterecht aan Jakob, want het was aldus teweeggebracht door de Heer.
13. Esau verkocht ook aan Jakob Esau’s aandeel in de spelonk in het veld van Makpela, die Abraham als begraafplaats had gekocht van de kinderen van Heth, en Jakob kocht dit alles van zijn broeder Esau voor een bepaalde waarde.
14. Jakob schreef dit alles in een boek, en hij liet dit tekenen door getuigen, en hij zette er een zegel op, en het boek bleef in de handen van Jakob.
15. Toen Nimrod de zoon van Kus stierf, tilden zijn mannen hem op en droegen hem met verslagenheid zijn stad in en begroeven hem, en al de dagen dat Nimrod leefde waren 215 jaren en hij stierf.
16. En de dagen dat Nimrod regeerde over de mensen van het land waren 185 jaren; en Nimrod stierf door het zwaard van Esau met schande en verachting, en het zaad van Abraham veroorzaakte zijn dood zoals hij in zijn droom had gezien.
17. Bij de dood van Nimrod werd zijn koninkrijk verdeeld in vele stukken, en al deze stuk- ken waarover Nimrod regeerde werden teruggegeven aan de verschillende koningen van het land, die ze terugkregen na de dood van Nimrod, en al de mensen uit het huis van Nimrod waren lange tijd in slavernij bij de andere koningen van het land.


Nou, een heroïsche sage, vind je niet. De magische kleren van Adam zouden toverkracht kunnen geven en daarmee had Ezau dat hele eerstgeboorterecht niet meer nodig om machtig te zijn. Ik geeft dit lange citaat door als een triviant, omdat heden ten dage nogal wat mensen dit document als betrouwbaar en bijbels doorgeven. Ik vind het vooral interessant, maar het rammelt aan alle kanten, alleen al waar je naar de aardrijkskundige liggingen en tijdsbepalingen kijkt.
Terug naar de Bijbel, naar de Hebreeënbrief. Zo sloot ik mijn vertelling af:
Ken je Paulus? Hij heeft het verhaal van Jacob en Ezau ook gelezen in de Bijbel. En het heeft hem geraakt. Een prachtig en spannend verhaal. Maar wát bedoelde de HEERE met deze geschiedenis? Had Ezau geluk dat hij als eerste werd geboren en kreeg die daarom alles en Jacob niets? Nee. Het eerst­geboorterecht was niet alleen mazzel, maar ook een opdracht. De HEERE wilde Ezau heel veel geven, maar Ezau kreeg ook de opdracht om een voorbeeld te zijn voor zijn familie. Zo’n gezegend man moest aan alles laten zien en merken dat hij de HEERE vreesde. Zijn leven moest eigenlijk een heel duidelijk dankoffer aan God zijn. Zo werd God verheerlijkt en werden mensen via Ezau gezegend.
Hij moest heel dicht bij God leven, want de HEERE wilde juist door Ezau de mensen om hem heen onderhouden en zegenen. De HEERE zegent je niet zomaar. Je krijgt een opdracht om Zijn lof te verkondigen en Zijn Naam te verheerlijken. En, zegt Paulus dan, daar had Ezau geen zin in. Hij verachtte zijn eerstgeboorte­zegen voor een bord eten. En dat is goddeloos, dan ben je een onheilig mens. Dan zul je ook zien dat je met dat verkopen van je bijzondere voorrecht tegelijkertijd álles kwijt bent. Dan leef je zonder God in de wereld en sta je er helemaal alleen voor.

Weet je dat jij ook een belofte hebt gekregen? Toen je werd gedoopt beloofde de HEERE dat Hij jouw God wil zijn. Jij hebt dat net zo min verdiend als dat ongelovige jochie bij jou in de straat. Maar toch koos God jou uit. Weet je dat? Hij wil je rijk zegenen. Maar Hij wil óók dat jouw leven helemaal voor Hem zal zijn. Jouw leven mag anderen tot zegen zijn. Aan jou moeten de mensen kunnen zien en horen hoe goed de HEERE is. De HEERE zegent, zodat jij tot zegen voor anderen kunt zijn. Hij beloont je met het eeuwige leven als je helemaal tot Zijn dienst bereid bent. Wist je dat? En ga je er ook uit leven? Dan ben je een koningskind, dat door de Vader bemind wordt en je bent de rijkste van heel de wereld. Eeuwig rijk!

vrijdag 22 januari 2016

Met een vraag van je meester bij de Meester



"En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes weder, 
hetgeen gij hoort en ziet: de blinden worden ziende,  en de kreupelen wandelen;
de melaatsen worden gereinigd,  en de doven horen; de doden worden opgewekt,
en den armen wordt het Evangelie verkondigd."
Mattheüs 11 : 4-5

Hoe voel je je als leerling, wanneer je met een prangende vraag van jouw meester naar een andere leraar wordt gestuurd. En hoe voel je je als leerling, als jouw meester twijfelt aan de missie van die leraar aan wie jij diens vraag moet stellen? Hoe voel je je als ambtsdrager als jouw predikant het zich op God kwijt is en jij namens hem aan de HEERE om geloofszekerheid moet vragen?

Jezus' houding

Nog voor ze bij Jezus waren, had Hij ze al zien komen. Hij wist van Johannes' vertwijfeling. En zou het niet heel goed zo moeten worden gezien, dat Jezus Zelf de discipelen gebruikte om Johannes te vertroosten. Soms kijken wij naar één kant van de werkelijkheid, maar houden geen rekening met de Almachtige. Middelijkerwijze… Zo werkt de HEERE doorgaans nog. Daar moet je oog voor krijgen. Juist als het moeilijk wordt helpt de HEERE vaak middelijkerwijze. Als we uiteindelijk Zijn hand er maar in blijven zien.
En hoe ontvangt Jezus het tweetal? Hij geeft hen gehoor, luistert naar hoe zij Johannes' probleem verwoorden. "Onze meester laat vragen: Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen?" Verwachtingsvol kijken ze Jezus aan. Of… zou het ook met enige schroom en schaamte zijn? Ik weet het niet.
Als deze discipelen van Johannes reeds kennis hadden gemaakt met Jezus, dan zal hun vraag heel vreemd hebben geklonken. Daarom zijn het waarschijnlijk discipelen die Jezus nog niet volgden. Als het echter tóch wel zo was dat ze Jezus reeds volgen, dan zullen ze waarschijnlijk hebben gevraagd: "Heere, vertel ons met welke woorden we onze meester kunnen bemoedigen?" Verlegen om woorden ter bemoediging. Dat kan gebeuren. Ook daarvoor zijn ze bij Jezus aan het goede adres.
Hoe het ook zij, ze krijgen antwoord, maar geen direct antwoord. Ze moeten leren om te luisteren, te kijken én juiste conclusies te trekken.

Jezus' antwoord

Het was voor Filippus ook tamelijk lastig geweest om een wetenschapper als Nathanaël te overtuigen van de waarheid de gekomen Messias. Je kunt nog zo overtuigd zijn en enthousiast klinken, woorden overtuigen lang niet altijd. En dat kan heel frustrerend zijn. Wat Jezus doet is misschien wel een goed advies voor ons vandaag: Hij gaat niet in discussie om met een omhaal van woorden en bewegelijke bewoordingen aan te tonen dat Hij het inderdaad is Die was voorzegd.
Zo ging Hij ook om met de Emmaüsgangers: Hij stelde vragen en liet hen antwoorden. Op die manier legde Hij hen de Schriften uit, opende die voor hen en liet hen zelf de conclusies trekken. Hoe heilzaam! Want daarmee gaf Hij hen direct voldoende tools in handen om er later nog eens op terug te komen. Om het zelf te zien en te ontdekken en te kunnen nalezen. Zeer waardevol.
Geloven is geen copy-paste actie, maar een weloverwogen en vast gefundeerd weten, op basis van Gods Eigen Woord. En zo kunnen we ook biddend tot God gaan: "HEERE hier staat het, U hebt toch beloofd …?"
Zei Filippus tegen Nathanaël, om een einde te maken aan wetenschappelijke discussies, "Kom en zie!", Jezus zegt tegen de twee discipelen van Johannes: "Luister en kijk goed, vertel dát aan Johannes en leg daar het Woord maar naast! En let dán maar eens op tot welk inzicht Johannes zal komen."
Het was dus zeer belangrijk hóe goed dit tweetal zou luisteren en kijken, zodat Johannes uiteindelijk nauwgezet zijn conclusies kon trekken en zekerheid terugkrijgen. In zekere zin luistert het dus nauw; tegelijk moeten we niet in een wettische kramp geraken.
Op deze manier maakt Jezus Johannes los van 'wat hij voelde, beleefde, dacht en vermoedde', en bracht Hij hem terug bij het Woord. Jezus' antwoord was geen spiritueel gebazel, maar het sneed hout! "Kijk zelf maar, daar staat het, in de profetieën!

Jezus' beproeving

Laten we eens goed opletten wát Jezus nu vanuit het Woord aanreikt:
1. de blinden worden ziende;
2. de kreupelen wandelen;
3. de melaatsen worden gereinigd;
4. de doven horen;
5. de doden worden opgewekt;
6. de armen wordt het Evangelie verkondigd.

De Kanttekeningen verwijzen ons terecht naar Jesaja 35 : 5-6, waar staat: "Alsdan zullen der blinden (1) ogen opengedaan worden, en der doven (4) oren zullen geopend worden. Alsdan zal de kreupele (2) springen als een hert, en de tong des stommen zal juichen…"
Ook verwijzen ze naar Jesaja 29 : 18-19 waar we lezen: "En te dien dage zullen de doven (4) horen de woorden des Boeks; en de ogen der blinden (1), zijnde uit de donkerheid en uit de duisternis, zullen zien. En de zachtmoedigen (6) zullen vreugde op vreugde hebben in den HEERE; en de behoeftigen onder de mensen zullen zich in den Heilige Israëls verheugen."
Vervolgens ligt er nog een link naar Jesaja 61 : 1 waar Jesaja mag uitroepen: "De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen (6); Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis…"
En in Jesaja 26 : 19 lezen we nog: "Uw doden (5) zullen leven…" Met name dit laatste hoofdstuk handelt over Gods oordeel en gramschap en hoe de verdrukten door Hem worden beschermd. Over de zekerheid dat niet alleen fysiek doden, maar ook geestelijk doden zullen opstaan op Gods stem en Hem zullen zien.
Zeker bij Jesaja 61 zou Johannes hebben doorgelezen: "De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis; om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods…"
 Die dag van wraak had hij gemeend te zullen zien komen bij de komst de Messias. En had Jezus niet Zelf in de synagoge deze tekst genomen en daarover gezegd: "Heden is deze Schrift in uw oren vervuld"? Zou Johannes dat geweten hebben?
Juist dat 'jaar van het welbehagen des HEEREN' sprak Johannes zo aan en hij meende dat dát was aangebroken. Maar… wat zag je er van? En die dag van wraak? Kwam dat nog?

Er is echter nóg iets dat hem zou hebben vervuld met verlangen: zou deze Jezus – conform deze profetie – hem, die een gevangene was, nu vrijheid komen geven? Zou Hij voor Johannes de gevangenisdeuren gaan openen? Het is merkwaardig dat juist deze woorden door Jezus verzwegen worden. Het moet Johannes aan het denken hebben gezet. Het heeft hem op de proef gesteld.
Als God Zijn beloften niet helemaal uitvoert… wat zou dat dan betekenen? Dat zijn belofte wellicht in delen vervuld zal worden? Dat Hij op de proef stelt en toerust om te vertrouwen.
De HEERE handelt niet op onze wenken, en ook niet op onze tijd. Toch vervult Hij al Zijn beloften. En juist in die context is het een aangevochten ziel soms even teveel. Evenwel is het kruis dat Hij oplegt te dragen, ook al vrees je te bezwijken. Hij is erbij, zelfs in de donkerste krochten van een gevangenis, in het paleis van Herodes!

donderdag 21 januari 2016

Als twijfel de boventoon voert

Twijfel is een tegenhanger van Geloof


"En zeide tot Hem: Zijt Gij Degene Die komen zou, of verwachten wij een ander?"
Mattheüs 11 : 3

Het hoge woord is eruit. Je vraagt je af of Johannes zich deze vraag niet al eens eerder heeft gesteld. Is deze twijfel echt pas hier in de gevangenis ontstaan? Johannes had vol vuur gepreekt over de Messias van Wie hij zeker wist dat hij geboren was. Elisabeth en Maria zullen zeker contact gehouden hebben; wellicht elkaar nog eens bezocht hebben toen Jozef en Maria korte tijd in Bethlehem bivakkeerden. Dus concreet was Johannes op de hoogte van het bestaan van Jezus (met naam en toenaam!).

Elisabeths lofzang

Dat aspect wil ik nog wel even vasthouden. Het is niet bekend wanneer Zacharias en Elizabet zijn overleden. Gezien het feit dat ze al op leeftijd waren (tussen de 45 en de 65 jaar) is het goed mogelijk dat Johannes als 'nakomertje na niemand' vrij vroeg wees is geworden. Wellicht is hij bij neven of nichten opgegroeid, maar in die gezinnen altijd een buitenbeentje gebleven.
Echter, waar het mij vooral om gaat is de opvoeding die Elizabet en Zacharias hem hebben gegeven. Ik weet bijna zeker dat ze hem hebben kunnen opvoeden tot hij volwassen werd en zodoende alles wist over zijn goddelijke roeping. Met name Elizabet moet hem hebben verteld over Maria en de drie lofzangen die in hun huisje hebben geklonken. Goed mogelijk dat Johannes ooit een bezoek heeft gebracht aan Maria in Nazareth of Kapernaüm, om over Jezus te horen vertellen.
De woorden die Elizabet gebruikte bij de ontmoeting met de pril-zwangere Maria moeten ergens een plek hebben gekregen in de opvoeding van Johannes. "En van waar komt mij dit, dat de moeder mijns Heeren tot mij komt?" Of wat dacht je van de woorden van Maria: "Hij heeft Israël, Zijn knecht, opgenomen, opdat Hij gedachtig ware der barmhartigheid, (Gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen, namelijk tot Abraham, en zijn zaad) in eeuwigheid."
De woorden van de engel aan vader Zacharias zullen hem zeker bekend zijn gemaakt: "Hij zal voor Hem heengaan, in den geest en de kracht van Elias, om te bekeren de harten der vaderen tot de kinderen, en de ongehoorzamen tot de voorzichtigheid der rechtvaardigen, om den Heere te bereiden een toegerust volk." Johannes heeft (via via) van zijn vader echt wel te horen gekregen wat zijn roeping precies inhield.
En juist nu, hier in de gevangenis wordt het voor Johannes moeilijker te leven bij de herinneringen aan de woorden van zijn ouders. Ze zijn niet meer bij hem en hun woorden (Gods beloften) staan niet meer zo tastbaar voor hem.

Johannes' treurzang

Het gevolg van deze kwetsbare situatie is een treurzang. Johannes uit zijn onzekerheid door vertwijfeld te vragen: "Bent U nu Degene die zou komen (de Messias) of moeten we toch naar Iemand anders uitkijken en bent U net als ik slechts een gezant en wegbereider voor Hem?" Immers, Johannes kon niet weten dat hij de enige wegbereider zou zijn. Hij kon het hooguit vermoed hebben; wij staan achter de zaken en kennen de verbanden van de geschiedenis.
Het contact met zijn leerlingen geeft geen bevredigend antwoord op zijn vragen. Hij heeft behoefte aan een antwoord van iemand die op zijn eigen niveau staat of op een hoger plan. Immers, Johannes was voor zijn leerlingen altijd de vraagbaak geweest; nu is hij zelf op zoek naar een Vraagbaak.
Ik heb een oudere ambtsdrager wel horen verzuchten dat 'ze' allemaal zijn weggevallen, bij wie hij om antwoorden en raad ging. Ik antwoordde hem dat hij nu volop zelf vraagbaak, steun en toeverlaat was geworden voor jongere ambtsdragers. Dat besef gaf een doorbraak in zijn denken.
Niettemin kun je soms uitzien naar broeders/zusters en ouderen met wie je op eenzelfde of hogere golflengte praat, in plaats van met omstanders die juist bij jou komen met hun vragen en problemen. Al meer begrijp ik die oudere ambtsdrager en broeder beter.
De verwarring in Johannes' denken – en dat moet toch ook worden gezegd – wordt niet alleen gewekt door een verschil van inzicht. Laten we beseffen dat satan ook niet stilzit. Johannes, die door Romeinen en farizeeën niet uit het veld te slaan was en soms onverschrokken tekeer ging, is geen halfgod. Hij is een mens van vlees en bloed, met wellicht een puike wapenrusting, maar ook daarin zitten zwakke plekken. Wat is hij daarom bij Jezus aan het goede Adres! Juist als twijfel de boventoon gaat voeren!