Posts tonen met het label Kaïn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kaïn. Alle posts tonen

vrijdag 13 mei 2016

De weg van Kaïn inslaan

Kaïn en Abel, uit 'Icons of the Bible',
gefotografeerd door James C. Lewis
In de volgende overdenkingen wil ik telkens bij één verbondskind stilstaan, dat net als Ezau is afgehaakt. De Bijbel kent er wel een paar en de HEERE laat ze beschrijven als waarschuwing. Kaïn is de eerste afhaker. In de bijbelstudie die in onlangs (deels) over hem maakte, heb ik mij afgevraagd wát het was dat hem bij de HEERE vandaan dreef. Ik wil er nog een keer specifiek in deze serie over nadenken en zien wat hem bewoog.

Je hebt jongeren aan wie je al heel vroeg merkt dat ze geen zin hebben in de dienst aan de HEERE. Ik heb dat nooit begrepen, omdat ik er zelf al jong 'smaak' van kreeg. Daarmee zeg ik niet dat het dienen van de HEERE me 24/7 alle dagen van mijn leven heeft vervuld met genot. Niets menselijk is me vreemd. Maar voortdurend haalde de HEERE me weer dicht bij Zich. Ik weet hoe goed het is in Zijn nabijheid. En juist daarom begrijp ik vaak niet dat mensen 'er geen zin in hebben'. Hoe is het mogelijk en wat een gevolgen heeft dat voor henzelf, voor hun kinderen en kleinkinderen, als de HEERE daar niet snel wat tussen steekt!


"Wee hun, want zij zijn den weg van Kaïn ingegaan…"
Judas : 11a

Toch probeer ik te begrijpen waarom een jongen als Kaïn afhaakt. Maar hij is misschien wel de meest lastige, want hij wordt haatdragend en moorddadig… zo dicht bij het Paradijs! Over de volgende drie zaken heb ik me verbaasd (vervat in drie korte, op elkaar lijkende, woorden): Eva's adoratie van Kaïn, Kaïns adoratie van zichzelf, Gods genade voor Kaïn en Zijn afschuw voor diens gedrag. Kaïn wordt in het Nieuwe Testament als het ware getekend als een schip op het strand, dat een baken in zee is.

Idool

Geheel anders dan bij Ezau is juist moeder Eva zeer gesteld op haar ruwe, ruige en robuuste zoon. Genesis 4 zet in met een zakelijk beschrijving van een aantal zeer intieme en expressieve zaken: "En Adam bekende Heva, zijn huisvrouw, en zij werd zwanger, en baarde Kaïn, en zeide: Ik heb een man van den HEERE verkregen!" Voor het eerst wordt gesproken over geslachtsgemeenschap en dat nog wel ná de felle aantijgingen naar elkaar in het voorgaande hoofdstuk! Met name Adam schuift de schuld van de zondeval op zijn vrouw. Dat is typisch een omstandigheid waarin de vrouw nooit van harte zal instemmen met intimiteit, laat staan dat zij verlangt om één te zijn met haar man en haar intiemste zelf met hem te delen. Toch is het van 'bekennen' gekomen en ik ben ervan overtuigd dat Adam eerst het hart van Eva heeft herwonnen, voordat hij ook haar geniet als een paradijsbloem. De Bijbel spreekt meestal over de man die bekent, maar ik geloof dat dat niet betekent dat de vrouw het allemaal maar gelaten over zich heen laat komen. Echter… wat wist Eva van zwangerschap? Van barensweeën en bevallen? Wat uit deze intimiteit voortkwam was een zwangerschap, waar we verder niets gedetailleerds over lezen. Bij Rebekka lezen we dat het haar verwarde en dat ze daarmee tot God ging. Bij Eva blijft het – zo lijkt het – stil. Toch wist ze dat er twee soorten mensen bestaan: jongetjes en meisjes. Eén van beide zou het worden. Mocht je denken dat ze op een meisje had gehoopt, dan maakt het eerste vers van Genesis 4 ons duidelijk dat ze in volle verrukking is over het feit dat ze een jongen heeft gebaard; een man zelfs! Zou dit het Vrouwenzaad zijn, waarover de HEERE had gesproken? Mag zij de Messias in haar handen houden? Wanneer zal ze er achter zijn gekomen dat Kaïn de Messias niet was? Juist deze jongen, die zulke hoge verwachtingen bij moeder Eva had gewekt, trapt haar zo gemeen op het hart door zijn levensstijl! Hij was haar idool, zo lijkt het. Maar nu…

Icoon

Waarom nam God het offer van Kaïn niet aan? Dat is altijd weer de vraag bij die geschiedenis van het offeren van de beide broers. In een korte Bijbelstudie van Hugo Bouter wordt gesteld dat Kaïn niet wilde offeren op de voorgeschreven manier. De jongens hadden geleerd van vader Adam wat offeren was en hoe het moest. Ze wisten dat de offers voor de zonde (en ook uit dankbaarheid) heenwezen naar het komende Vrouwenzaad, de Messias. Zou Kaïns aversie daarin misschien zijn ontstaan? Zijn moeder had hém aangezien voor de Messias, maar nu moet hij een offer gaan brengen dat heenwijst naar de Ander, in Wiens schaduw Kaïn nog niet eens kan staan. Kaïn – als hij een spiegel zou hebben gehad – zou vaak naar zijn spiegelbeeld hebben gekeken; hij zou trots zijn op zijn ego. Niks om je voor te schamen. Dat offeren daarentegen betekende belijden dat je zelf dood ligt in de zonde en de misdaden en dat er na jou Iemand komt, Die jij niet waard bent Zijn schoenen na te dragen. Hij moet wassen en jij minder worden…
Als God dan ook nog eens laat merken dat Hij Kaïns manier van offeren niet accepteert en die zwakke kwezel van een broer van hem wel aanneemt, is voor Kaïn de maat vol. In de haat tegen Abel manifesteert zich eigenlijk de haat tegen God Zelf. Ten diepste wilde hij niet Abel doden, maar God.
Het is bijzonder dat de HEERE hem opzoekt en zelfs Zijn bescherming aanbiedt. Kaïn lijkt radeloos van angst voor bloedwrekers. Dat moeten dus zijn eigen broers en oomzeggers zijn geweest! Of zijn vader! Daarom bouwt hij een stad. Maar… die stad is ook een statussymbool: Kaïn wordt een icoon waar de wereld hoog tegenop zal zien! Daar zal hij zelf voor zorgen. En die adoratie zal hij afdwingen door de naam van zijn zoon te gebruiken om de eerste stad naar hem te vernoemen. Zo zet hij zijn eigen zoon op een voetstuk en dwingt hem in het keurslijf van Kaïns-aanbidding. Het lijkt Noord-Korea wel! Of wat dacht je van Erdogan? Hij wil enkel goede getuigenissen over zichzelf horen. Al wie mij op de tweede plaats zet zal hij weten te vinden!

Idioot

In sommige kinderen zit inderdaad die hang naar adoratie. Soms kan dat het gevolg zijn van te weinig liefde van de ouders. Soms ook kunnen ouders zo slap zijn dat ze hun kinderen niet kastijden (corrigeren, vermanen en met straf tot orde roepen). Dan loop je inderdaad de kans dat kinderen respectloos zullen worden. Maar als je wél liefde hebt laten zien én duidelijk hebt laten merken dat zonde geen legale plek heeft in je huis, wat is dán de reden dat kinderen zo grof en respectloos worden op het punt van de dienst aan de HEERE? Natuurlijk, ze zijn geboren na Genesis 3, dus in die zin zijn godvrezende kinderen méér een wonder dan een regel! Waarom zeggen ze, als het gaat over de Doop: "Ja, daar heb ík niet om gevraagd!" Waarom geloven ze niet, maar denken zonder God wel een bestaan in deze wereld op te bouwen? Waarom zijn ze zo ijverig om te laten zien dat ze succesvol zijn, targets halen en status bereiken? Prestatiedrang is eigenlijk een schreeuw, waarmee God het zwijgen wordt opgelegd. Kaïn, de stedebouwkundige icoon (of tycoon) van de Oudheid, wordt in het Nieuwe Testament neergezet als een idioot. Al zijn targets blijken nagels aan zijn doodskist en molenstenen om zijn hals.
In de brief van Judas wordt Kaïn neergezet als een eigenzinnige die zijn eigen stad wilde bouwen en daarmee de Stad die fundamenten heeft verachtte. Hij wilde eeuwige roem op zijn eigen manier. Hij misgunde Jezus Christus de rol van Messias ten diepste. Judas noemt zulke mensen individuen die zichzelf weiden. Ik dacht nog even dat er 'wijden' stond, maar er staat 'weiden'. Zij 'kunnen het zelf wel', ze zijn zelfstandige denkers en doeners en ze hebben geen hulp nodig. Wie God nodig heeft is een watje. Ik dop mijn eigen boontjes wel…
Johannes noemt Kaïn in zijn eerste brief, derde hoofdstuk, 'boos'. Sterker nog, zegt hij, Kaïn was 'uit den boze', een duivelskind! Weet je waarom hij Abel doodsloeg? Omdat zijn werken boos waren. Je zonden bedekken met grof geweld… dat is waarlijk idioot! Laat zulk een dwang (baken in zee) voor u niet nodig wezen… wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen. Is het nu niet dan wel tot in eeuwigheid. Kom afhakers, ik ben geen draad beter dan jij of u, maar de strijd tegen God is gedoemd te mislukken! Draag Jezus' schoenen maar achter Hem aan. En draag vooral Zijn Naam achter Hem aan. En let er dan eens op hoe Hij je zal aankijken als je oog in oog met Hem zal staan! Hij zal zeggen: "Ik ben wél Mijns broeders Hoeder; daarom… Komt in gij gezegende Mijns Vaders…"

maandag 3 augustus 2015

De Plaatsvervanger

Fresco van de oude legende over 'De dood van Adam en Seth ontmoet de aartsengel Michael', Piero della Francesca, c. 1466, San Francesco, Arezzo
 
"En Adam bekende wederom zijn huisvrouw, en zij baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Seth; want God heeft mij, sprak zij, een ander zaad gezet voor Habel; want Kaïn heeft hem doodgeslagen."
Genesis 4 : 25

Aanvankelijk wilde ik ook vers 26 behandelen in deze Bijbelstudie, maar iets weerhield me ervan. Ik keek enige tijd naar vers 25 en besloot toch vers 26 een volgende keer te behandelen. Doordat ik even de tijd nam om deze overweging te maken en op deze manier beter naar vers 25 te kijken, raakte me iets in deze tekst: Seth is een plaatsvervangend kind, dat verder nauwelijks wordt genoemd. Hij is de nieuw Abel, met dit verschil: dat hij de tweede aardse voorvader van de Heere Jezus werd en Abel niet.

Nieuw kind

Ik weet niet of het altijd zo is, maar wanneer ouders een kind verliezen en er later een nieuw kindje wordt geboren, kunnen zij in de valkuil lopen dit nieuwe kind te zien als vervanger van het overleden kind(je). Wanneer dat overleden kind al enige jaren oud was, misschien wel tiener, dan is er zelfs het risico, dat het nieuwe kind wordt gespiegeld aan het overleden kind. In hun beleving kunnen ouders dan het overleden kind idealiseren en perfecter maken dan het in werkelijkheid is, waardoor de fouten en zonden van het nieuwe kind des te zwarter uitkomen. Dit kind heeft dan 100% kans om 'tegen te vallen', omdat het niet lijkt op dat andere, overleden kind. Het moet bij het opgroeien in een keurslijf passen waarin het onmogelijk past. Nogmaals, ik hoop niet dat dat altijd zo gaat, maar het is een wezenlijke valkuil. Verdriet vertekent namelijk heel gemakkelijk je helder kijk op het leven en op mensen; ook op je kinderen. In het verleden noemde men zo'n nieuw kindje vaak naar dat reeds overleden kind(je). Soms, omdat men koste wat kost vader of moeder wilde vernoemen en het overlijden van een vernoemd kindje dus een streep door die eer-rekening was. Maar ik ben ook meerdere gevallen tegengekomen in mijn stamboom (en ook uit de vriendenkring van mijn ouders), waarin een kindje werd vernoemd naar zijn overleden zusje of broertje. Als meest merkwaardig voorbeeld noem ik slechts de twee zusjes van mijn betovergrootvader. In het gezin was de oudste dochter Cornelia en was een jongere dochter Jannigje. Deze Jannigje overleed toen ze een jaar of zeven was en na verloop van tijd heette Cornelia ineens Jannigje en is ook met die naam overleden! Het zou nog kunnen zijn dat het haar eigen keuze is geweest, omdat haar naamsverandering pas na het trouwdatum plaatsvond; maar toch… Kinderen lopen dan met een last, die in meer of mindere mate van invloed is op hun leven.

Oud zeer

In de tekst van vandaag lezen we dat Adam en Eva opnieuw gemeenschap hebben met een zwangerschap als gevolg. Hoewel we niet lezen dat God zorgde voor deze zwangerschap, kunnen we dat wel uit de volgende woorden afleiden. Eva spreekt de naam Seth als eerste uit en ze hangt er direct het loodzware gewicht van de moord aan. Alsjeblieft jongen, ik wens je een gezegend en voorspoedig leven; maar je naam herinnert je aan een familiegeheim: broedermoord. Het jochie, een enorm stuk jonger dan zijn vertrokken broer Kaïn, krijgt de naam Seth, 'zetting' of 'fundering'. De betekenis 'zetting' heeft bij mij ook de bijklank 'in de plaats gezet van', want er zijn ook uitleggers die de naam Seth de betekenis geven van 'vervanging' of 'schadeloosstelling'. Het hele trieste aan Eva's uitroep is dat zij en Adam twee kinderen zijn verloren maar dat dit kind slechts de vervanging is van één van de twee: Habel. Op de website van KNAW las ik dat de naam Seth erg populair was bij de engelse Puriteinen. Wanneer de kleine Seth rondhuppelt, tussen de hutten van de Adams nederzetting, is hij een levende herinnering aan de pijnlijke wond die Kaïn heeft geslagen door Abel te vermoorden. Was Abel niet vermoord, was Seth er misschien wel niet geweest; zo'n soort lading… En ergens in zijn tienerleven moet hij achter deze werkelijkheid zijn gekomen; hoe zou hij zichzelf toen hebben gezien? Als belichaming van oud zeer?

Oud verhaal

Er bestaat een oude legende – ik kwam hem op diverse plaatsen en in diverse lezingen tegen – over Seth, die een tak van de boom des levens moest gaan halen uit het paradijs. Op wikipedia stond een beknopte versie van het verhaal:
Volgens een middeleeuwse traditie, die terug gaat op oudere joods-christelijke motieven, kreeg Seth van de aartsengel Michaël een tak van de verboden boom om zijn vader te genezen toen die op zijn sterfbed lag.[1] Toen hij terugkwam, was zijn vader al dood. Seth plantte de tak op Adams graf. De boom die daaruit groeide, zou uiteindelijk het hout leveren voor het kruis van Jezus. Deze 'legende van het heilige kruis' is door Agnolo Gaddo als fresco geschilderd in de kerk S. Croce te Florence.
We kennen allemaal wel de legende dat het hout van het kruis was gemaakt van hetzelfde hout als de kribbe in Bethlehem. Maar dit verhaal kende ik nog niet. Ik vond het ook wat breedsprakiger en eigentijdser verwoord in het boek 'En het werd licht' van, een op jeugdniveau geschreven roman die je bij tijden doet twijfelen aan het waarheidsgehalte van de Bijbel. Er is wel heel veel bijverzonnen.

Nieuw leven

Maar nog even terug naar die legende. De bedenker van dit verhaal heeft toch een verband gezien tussen Seth en de Heere Jezus. En dat is geen vreemde lijn. Het is de merkwaardige Bileam die juist de naam van Seth noemt in een zinsnede die gaat over de komende Messias: "Ik zal hem zien, maar nu niet; ik zal hem aanschouwen, maar niet nabij. Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israël opkomen; die zal de palen der Moabieten verslaan, en zal al de kinderen van Seth verstoren." (Numeri 24 : 17). Dat verstoren ziet vooral op het weghalen van de tussenmuur tussen Jood en niet-Jood. Uiteindelijk zal Christus alle kinderen van Seth (en dus ook van Noach) confronteren met Zijn verlossend werk en hen oproepen tot bekering en geloof.
In ieder geval ligt er een directe lijn tussen Adam en Christus, de tweede Adam. Deze tweede Adam hebben we nodig; niet om een tak van de boom des levens te bemachtigen, maar om weer toegang te krijgen tot het paradijs en de Boom des Levens zelf (lees Openbaringen 22, waar het niet alleen gaat over de 'boom des levens', maar ook over het 'water des levens' en vooral het 'boek des levens'). In deze 'zoon' van Seth is het nieuwe leven te vinden. Hij was in de puurste zin een plaatsvervanger en een fundament (Hoeksteen) en een ultieme schadeloosstelling voor Zijn hemelse Vader, wegens de zonde en de schuld die wij Hem hebben aangedaan. Kent gij, kent gij die naam nog niet?
Daar ruist langs de wolken een lieflijke naam
die hemel en aarde verenigt tezaam.
Geen naam is er zoeter en beter voor ’t hart,
hij balsemt de wonden en heelt alle smart.
Kent gij, kent gij die naam nog niet,
die naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied.

Die naam is naar waarheid mijn Jezus ook waard,
want Hij kwam om zalig te maken op aard.
Zo lief had Hij zondaars dat Hij voor hen stierf,
genade bij God door zijn zoenbloed verwierf.

Kent gij, kent gij die Jezus niet,
die om ons te redden de hemel verliet.

Eens buigt zich ook alles voor Jezus in ’t stof
en d’ engelen zingen voortdurend zijn lof.
O mochten w’ om Jezus verheerlijkt eens staan,
dan hieven wij juichend een jubeltoon aan.
Jezus, Jezus, uw naam zij d’ eer,

want Gij zijt der mensen en engelen Heer'.

donderdag 30 juli 2015

De zonde als woekerplant in de stamboom


“En aan Henoch werd Hirad geboren; en Hirad gewon Mechujael; en Mechujael gewon Methusael; en Methusael gewon Lamech. En Lamech nam zich twee vrouwen; de naam van de eerste was Ada, en de naam van de andere Zilla.”
Genesis 4 : 18-19

Kaïn vlucht met zijn clan van God weg naar het land van Nod, 1880, Fernand Cormon (1845-1924)

Gisteren roerde ik de opvoeding van Henoch al aan. Wat brachten Kaïn en zijn vrouw over op hun kind(eren) en wat gaven die op hun beurt weer door aan hun nageslacht. We proberen iets te herleiden uit de naamgevingen van deze nazaten en zien tenslotte waar dit in Kaïns stamboom op uitloopt.

Henoch

Even een kleine stap terug naar gisteren. Henoch betekent ‘toewijding’. Wat Kaïn en zijn vrouw precies hebben bedoeld met die toewijding laat zich slechts raden. Te vrezen is dat deze Henoch qua toewijding in schril contrast stond met zijn verre naneef, de vader van Methusalem. Het hebreeuwse woord dat er voor Henoch staat, ‘חנוך’ (chanowk), houdt verband met het woord ‘חנך’ (chanak) dat 'inwijden' of 'opleiden' betekent. Dat woord komen we in die betekenis zo’n drie keer in de bijbel tegen én één keer als ‘beginselen leren’, Spreuken 22:6 Leer den jongen de eerste beginselen naar de eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.” Wat heet opvoeding?!
De vraag is: was Kaïn zo gefocused op opleiden, opvoeden en toewijden of gold dat meer voor Henoch zelf. Ik vermoed dat Henoch gekipt en gebroed was door Kaïn en zijn vrouw in een milieu dat zich van God afkeerde en probeerde het leven maakbaar en leefbaar te krijgen in eigen kracht. Laten we eens gaan kijken hoe Henoch zijn zoon gaat noemen.

Hirad

Henoch geeft hem de naam ‘עירד’ hirad of Irad, wat betekent ‘vloot’ en dat stamt van hetzelfde als ‘Harad’ dat ‘wilde ezel’ betekent. Daar ligt voor ons westerlingen weinig overeenkomst in; wellicht dat in het vervolg iets meer duidelijk wordt. Merkwaardig is dat Dächsel in zijn Bijbelverklaring de betekenis van Harad aangeeft als ‘stedeling’. Dat wekt de gedachte dat Henoch vooral bezig was zíjn stad te vullen. Gaf God de opdracht om vruchtbaar te zijn en te vermenigvuldigen en zo de aarde te vullen, maar Henoch boog dit bevel om tot het vullen van zíjn eigen stad. En dat vullen met stedelingen kan met een beetje fantasie gerelateerd worden aan ‘vloot’ of wellicht ‘kudde’. Henoch was de manager en achter hem manifesteerde zich een groeiende kudde wilde of vrijgevochten ezels; hoe wild een ezel ook is en hoe eigenwijs… in kuddeverband gehoorzaamt hij toch de aangeboren leider. Tenslotte zit er in het woord Hirad, blijkens een andere uitleg, ook de betekenis van ‘snel’. Een bepaalde gejaagdheid om het zelfgekozen doel te bereiken. We gaan door naar Hirads zoon.

Mechujaël

Volgens Dächsel is de betekenis van de naam van deze zoon, Machujaël, ‘door God getroffen’. Het lijkt alsof er zich een oordeel over de stad Henoch heeft voltrokken. Twee andere uitleggers noemen ‘geslagen door God’ of zelfs ‘weggevaagd door God’ als betekenis van Mechujaël. Slaat deze naam op Mechujaël zelf, of wellicht op de stad Henoch waarin hij woonde? En deze naam staat in schril contrast tot de naam die Mechujaël geeft aan zijn zoon.

Methúsaël

Droeg vader Mechujaël een oordeelsnaam, zijn zoon krijgt een naam die spreekt van oprichting: Methúsaël, dat is ‘man Gods’ of ‘behorend tot God’. Een bekering in het geslacht van Kaïn? Ik hoop het; hoewel Dächsel als alternatieve betekenis ook aangeeft: ‘de mens zelf God’. Daar schuift het beeld van Eva en Adam in het paradijs weer voor mijn ogen! En dat was ook helemaal het gedachtegoed van de voorvaders Kaïn en Henoch. Of… werd vader Mechujaël weer herinnerd aan het teken dat opa Kaïn droeg, waarmee God een stempel op Kaïn had gezet. Was de naam Methúsaël eigenlijk een in herinnering roepen van de authentieke roeping van de mens? Sprak God hier – zij het spaarzamelijk – in de clan van Kaïn, dat Hij de mens gemaakt had en dat die daarom bij Hem hoorde? Want wie behoort bij God, wie zich christen noemt, gedraagt zich nog niet per definitie als zodanig! Zonder bekering en wedergeboorte kun je hooguit een nette refo worden, maar meer ook niet. Kind van God wordt je door innerlijke verandering door het bloed van Christus dat alle zonde bedekt. Want hoezeer we deze clan misschien ook verafschuwen en neer willen zetten als ‘de wereld’, ze waren evenzeer afstammelingen van de eerste Adam als de nazaten van Seth. En ook zij moesten in de tweede Adam worden ingeënt. Het teken dat God aan Kaïn stelde was ten diepste toch ook een herinnering aan de moederbelofte, die wees op Christus en Zijn onmisbare offer. Door de zondeval behoorde de mens tot satan, of hij dat nu uitleefde of binnen wist te houden. Kort samengevat, de naam Methúsaël herinnert ons aan onze roeping om het beeld van God te dragen!

Lamech

Wat heeft het allemaal teweeg gebracht? Deze Methúsaël noemde zijn zoon, hoe dan ook, Lamech (betekent waarschijnlijk ‘tot vernedering’). Gold dit voor de vader of de zoon? Was Lamech in heel zijn vulgaire leven een vernedering voor zijn vader, die evenals Eli later, God wel diende, maar zijn kinderen niet kon beteugelen en corrigeren? Of leidde het leven van Lamech slechts voor hemzelf tot vernedering? Ik vrees dat het de eerste betekenis heeft. Want Dächsel tekent bij ‘Lamech’ aan dat zijn naam ook ‘krachtige jongeling’ betekent. Ook Strong geeft aan dat – hoewel de betekenis van Lamech of Lemek onduidelijk is – er iets van ‘krachtig’ in de betekenis van deze naam zit. En zo wordt hij in de volgende verzen ook getekend: een snoevende krachtpatser die voor de duvel niet bang lijkt te zijn. Grote taal maar ten diepste gebakken lucht, zeker in het licht van de Jongste Dag! Dan zal namelijk de vernedering definitief en eeuwig zijn. Een knarsetandende vernedering, waarvoor we in de naam Lamech toch ook worden gewaarschuwd!

Woekerplant

Hoewel we enige hoop kregen bij de naamgeving van Methúsaël, lijkt de wetteloosheid en de grootspraak door te woekeren. Ja, de mens maakt zichzelf meer en meer tot wet; en al wie tegen deze ongebondenheid zich stelt zal door Lamech in de pan worden gehakt. Toon Hermans maakte eens een liedje over de zogenaamde heilstaat, waarin ieder vrij was om te doen wat hij of zij wilde; en waar geen geweld meer zou bestaan. Hij eindigde het liedje met de ironische woorden dat ieder die zich tegen dit vredelievende gedachtegoed van een heilstaat verzette, eigenhandig door de zanger zou worden doodgeslagen. De knipoog was natuurlijk duidelijk. Ook democratie en vrijheid van meningsuiting is een vorm van dictatuur, net als het communisme! De mens is niet meer in staat vrijheid te creëren en te onderhouden.

Kijk wat Lamech doet: hij neemt zich twee vrouwen, tegen Gods bevel en inzetting in. Daarmee doorbrak hij als eerste dat een vrouw de volle aandacht van haar man krijgt en zij zich bij hem veilig weet. Lamech introduceerde de rivaliteit binnen het huwelijk, om er zelf beter van te worden. Maar daarmee realiseerde hij ook de fake-houding van zijn vrouwen om zich bij hem in het gevlei te brengen of zich het meest aantrekkelijk te maken. Zijn vrouwen zullen op rivaliserende wijze zich hebben opgemaakt om Lamechs aandacht te trekken; liefde werd zo ten diepste eigenbelang van zowel Lamech als van elke van zijn vrouwen! Of… zouden ze een verhouding hebben gehad als die van kunstenaar Anton Heyboer, die wel vier vrouwen had en een soort spirituele commune-achtig huishouding probeerde te creëren, maar het begrip liefde tot een misvormd gedrocht verdierf? Ada betekent ‘sieraad’ of ‘sierlijke’ en Zilla betekent ‘schaduw’ of ‘beschaduwde’ (zie ook de afbeelding hieronder, waarop Zilla een soort paraplu van bladeren draagt).

Lamech en zijn twee vrouwen Ada en Zilla, 1583, Maarten de Vos.
Let daar ook op de kleine kinderen Jabal en Tubal-Kaïn, rechtsvooraan en Jubal linksvooraan. En let op de vallei en de stad Henoch; hoe zouden Kaïn en zijn vrouw tegen dit tafereel – de vrucht van hun opvoeding – hebben aangekeken?

Letterlijk zit er een grote schaduwkant aan (zinnelijke) sierlijkheid. De vrouw wordt geroepen zich versieren voor haar eigen man en de man is geroepen zich in zijn eigen vrouw te verlustigen; dat biedt perspectief voor een sprankelend en groeiend huwelijksleven, zelfs tot op hoge leeftijd.

Ik zie zo’n zelfde houding als die in het huis van Lamech vandaag de dag ook in het bedrijfsleven! Waar mensen trappen naar beneden en likken naar boven, om zelf beter in beeld te komen. Men werkt zich suf om het LinkedIn-profiel zo interessant, lekker en aanlokkelijk mogelijk te maken; men kan ook niet anders, want zo wil het bedrijfsleven tegenwoordig dat er geprofileerd wordt. De gepassioneerde houding voor het beroep en het bedrijf is slechts een fake-houding aan het worden. Veel directies zijn er slechts op uit om middels rivaliteit het uiterste uit hun personeel te halen; eenrichtingverkeer in veel gevallen! En in de relationele sfeer en de huwelijkse scene is de trend van ‘second love’ misschien wel prikkelend en uitdagend, de sleur uitbannend, maar helaas is zo elk verbond van trouw slechts een fake-buitenkant. Je weet niet meer of er trouw is en op den duur weet het nageslacht niet meer wát trouw is.
Wat is het nodig dat we ons daar bewust van zijn en dat we dit onze kinderen ‘inscherpen’ en erin ‘onderwijzen’ (om de naam Henoch op deze wijze uit te leggen). Wat is het nodig dat onze kinderen geen ‘stedelingen’ of passieve ‘vloot’ navolgers vormen, maar dat zij als levende takken over onze ‘muur’ lopen (zie Jacobs zegen aan Jozef in Genesis 49:22). Dat zij Methúsaëls zijn, eigendommen van God. Ik eindig met die bijzonder passende woorden van Psalm 128, waarin wij als mannen worden opgeroepen om de HEERE van harte te dienen en te vrezen en in Zijn heilzame wegen te wandelen:

"Uw huisvrouw zal wezen als een vruchtbare wijnstok aan de zijden van uw huis; uw kinderen als olijfplanten rondom uw tafel. Ziet, alzo zal zekerlijk die man gezegend worden, die den HEERE vreest. De HEERE zal u zegenen uit Sion, en gij zult het goede van Jeruzalem aanschouwen al de dagen uws levens; en gij zult uw kindskinderen zien. Vrede over Israël!"
Shalom!

woensdag 29 juli 2015

Geboortedag - verjaardag - gedenkdag

Stilleven met bijbel, Vincent van Gogh, 1885

"En Kaïn bekende zijn huisvrouw, en zij werd bevrucht en baarde Henoch;
en hij bouwde een stad, en noemde den naam dier stad naar den naam zijns zoons, Henoch."
 
Genesis 4 : 17

Het graf van Vincent van Gogh en van zijn broer Theo op de begraafplaats van Auvers-sur-Oise

Vandaag is het de 125e sterfdag van Vincent van Gogh. En mijn 46e verjaardag. En vandaag staan we stil bij de geboorte van Henoch, de zoon van de zwerver Kaïn die een stad aan het bouwen was, terwijl zijn vrouw in het kraambed lag. Drie bijzondere lijnen die ik bijeen wil brengen in deze overdenking.

De gedenkdag

Vandaag, 125 geleden, kwam er een einde aan het rusteloze leven van Vincent van Gogh. Er zal wel altijd enige sluier over het einde van zijn leven blijven liggen. Sinds enige tijd ben geïnteresseerd in zijn leven, zijn werk en onlangs bezocht ik een tentoonstelling van zijn werk in het Kröller-Müller museum: Vincent & Co. Wat moet er zich allemaal hebben afgespeeld in zijn hoofd! Ik probeerde daar iets van te ontdekken, in de soms woeste penseelstreken en in vooral de dikte van zijn verf. Daarnaast is er ook de gedetailleerdheid van zijn tekeningen.
Bij al dat moois, indrukwekkends en kunstzinnige vandaag dan toch deze aangrijpende gedenkdag. Vincent was zelfs enige tijd prediker van het Woord, maar koos uiteindelijk toch voor de prediking in beeld. Hij was de rusteloze, die van stad tot stad trok; moeite had met contacten en balanceerde tussen geluk en uitzichtloosheid. Hij vond balans in zijn schilder- en tekenwerk; maar altijd weer slechts voor korte tijd.

Kaïn was even rusteloos. In tegenstelling tot Vincent droeg hij een onrustig geweten in zich mee. Waar hij ook heen vluchtte, dat geweten nam hij mee. In de zoektocht naar een veilige plek, vond hij in Nod een locatie waar hij zich wilde settelen. Hij bouwde met de zijnen hutten en ommuurde die met pallisaden. Tijdens de bouw wordt daar – misschien wel gelijk met zijn broertje Seth – een jongen geboren in het gezin van Kaïn en zijn vrouw. Op de dag dat hij zijn naam ontvangt, krijgt hij de naam 'Henoch': gewijde of toegewijding.

Een verjaardag voert je altijd weer terug naar de dag van je geboorte. Je bedenkt de trouw van de HEERE aan jou betoond. Maar soms sta je ook stil bij het moment waarop je ouders voor het eerst jouw naam noemden en verbonden met jou leven. Wat bewoog hen? Wie of wat wilden ze in die naam leggen. Ik ben naar mijn opa van moeders kant vernoemd (Leendert Hendrik de Mik), die op zijn beurt weer naar zijn beide opa's was vernoemd (Leendert de Mik en Hendrik Verwaal). Namen zijn niet om het even; ik kom daar, wat Henoch betreft, nog op terug. Gedenken is waardevol; het liefst in stilte met God en wat mij betreft enkel met mijn gezin als geheel erbij. Ik hoef niet zo nodig al die drukte… dan schiet het gedenken er zo vaak bij in. En vandaag eveneens stilstaan bij Vincent van Gogh, de beelden van zijn schilderijen langs laten komen (er komt trouwens een Van Gogh-bijbel uit binnenkort) is ook zeker een waardevolle en rustgevende gedachte.

Ophaalbrug in Nieuw-Amsterdam, Vincent van Gogh, 1883

De kunstenaar

Was Van Gogh een kunstenaar? Over smaak valt te twisten en ik moet zeggen dat ik lang niet alles van hem mooi vind; sterker nog ik vind veel van hem eerder aangrijpend dan schoon, zoals ik Henk Helmantels werk wél schoon vind! Er is bij Van Gogh iets dat dieper gaat dan alleen schoonheid. Je beleeft de worsteling in zijn werk. Die zit bij Helmantel verborgen achter het schier fotografisch schone.

Sterrennacht boven de Rhone, Vincent van Gogh, 1888
 Maar Kaïn was eveneens een kunstenaar. Op zijn manier een levenskunstenaar in de betekenis van 'pluk de dag' en 'vergeet wat was', maar vooral 'denk niet aan morgen'. Was Van Gogh zich terdege bewust van de eeuwigheid en Gods toekomst, Kaïn wilde met alle geweld een eigen rijk opbouwen, alsof hij hier het eeuwige leven had. Een stad bouwen. Het ging hem blijkbaar te ver om die naar zijn eigen naam te noemen. Hij noemde zijn zoon ook niet naar deze stad, maar hij noemde de stad naar zijn zoon! Fijntjes merken de kanttekenaren op dat de aartsvaders in tenten woonden – als teken van hun vergankelijk en tijdelijk verblijf hier op aarde en als teken van hun kwetsbaarheid die noopte tot het voortdurend Gods bescherming zoeken – en niet in steden. Jesaja zal later de Rechabieten als voorbeeld voor Israël stellen; zij waren een soort Amish temidden van het gesettelde volk Israël dat zich stenen huizen bouwde en vaste steden.

De nazaten van Kaïn werden door eenzelfde geest aangevuurd als hun stamvader. Zij werden mannen van naam, reuzen zelfs. Autokraten, arristocraten en magnaten. Nimrod zou een geweldig jager worden. Nog weer eeuwen later – en dat waren dan geen nazaten van Kaïn maar van Noach, helaas – zou in Babel een stad en toren verrijzen die zijns gelijken niet had gehad; het Dubai van de oudheid.
Men wilde, in de geest van Kaïn, zichzelf een naam maken; om maar vooral iets te zijn. Want ja, als God je geen nieuwe naam zal geven, dan moet je zelf zien een naam te maken; en nog wel ín dit leven. O, arm bestaan! En vooral ook onveilig bestaan. Kaïn moet zich dat diepweg bewust zijn geweest. Vandaar die hang naar veiligheid en ommuring. Het gevaar buiten… God ook buiten.

Een kunstenaar die echt alleen leeft voor de kunst, is minder bezig met zichzelf een naam te maken. In het leven van Vincent van Gogh was er maar spaarzamenlijk oog voor zijn werk; dat kwam vooral na zijn dood. En zo gaat dat vaak. Van die eer en van dat opzienbarende kun je niet leven tijdens je leven. Daar zullen anderen hun financiële voordeel mee doen. Met welke intentie vergaren wij op aarde onze bezittingen en verzamelingen? We hebben hier hoe dan ook geen blijvende stad. Kaïn meende dat het nog wel mee zou vallen, zoals veel dictators dat ook na hem deden. Ze richtten een rijk op alsof ze het eeuwige leven hadden. Ze waren toegewijd aan zichzelf, desnoods over lijken. Was dat misschien de achtergrond van Henochs naam?

De opvoeding

Heb je weleens een preek over Henoch gehoord? Ja, over die andere Henoch, die nazaat van Seth en de vader van de stokoude Methusalem. Hij die evenveel jaar werd als wij dagen in een jaar hebben zitten. Die wandelde met God. Maar de Henoch uit onze tekst? Vreemd, want vanuit deze jongen zouden best heel leerzame lessen voor de opvoeding van onze kinderen te trekken zijn.

Scharrendrogerij in Scheveningen, Vincent van Gogh, 1882
Als God in de Tien Geboden zegt dat Hij de verachting van Zijn heilige Naam zal wreken tot in het derde of vierde geslacht, betekent dat niet dat de klein- en achterkleinkinderen moeten opdraaien voor de zonden van hun voorvaderen. Het betekent dat onze visie van directe invloed is op zowel onze kinderen, klein- als achterkleinkinderen. Genade is geen erfgoed, maar we brengen wel iets over van het beeld dat wij van God hebben. Is dat negatief, dan moeten we er vooral niet van opkijken dat onze kinderen en kleinkinderen de dienst aan de HEERE vaarwel zeggen. Dat neemt niet weg dat God toch weer kan ingrijpen in een geslachtslijn die van Hem is afgeweken!

Wat Henoch betreft: welk beeld van God zal hij door zijn vader hebben gekregen? En wat voegde zijn moeder daarin toe? Laten we nog een stapje terug doen. In onze tekst lezen we dat Kaïn gemeenschap had met zijn vrouw. Zij deelde het bed met een moordenaar! Zij is met hem meegetrokken, weg van de clan van Adam en Eva. Abel was toch ook haar broer of oom? Hoe zou zij tegen Abel en de dienst aan de HEERE hebben aangekeken? De man zal in zijn visie wat worden bijgeslepen door zijn vrouw, maar de vrouw zal haar visie ook bijstellen, als ze voortdurend kijkt door de bril van haar man. Dat kan zegenrijk zijn, maar dat kan ook negatief uitpakken. Gemeenschap heb je niet alleen op sexueel terrein; dat heb je in eerste instantie op sociaal en relationeel terrein, waaruit het sexuele als ultieme kroon volgt. Man en vrouwen groeien – ook na hun trouwdag – meer en meer naar elkaar toe. Men zegt weleens dat een man en een vrouw uiterlijk zelfs op elkaar gaan lijken, naar mate ze ouder worden en langer met elkaar optrekken. Ik geloof dat dat tot op zekere hoogte waar is.
Zo zal het ook gaan met de kinderen: ze gaan lijken op hun ouders. Ze leren de dingen zien en waarderen zoals hun ouders dat doen.
Henoch had bij zijn geboorte als het ware al naam gemaakt. Als hij loopt door de straten van de stad die naar hem is genoemd, moet hij sterk in zijn schoenen staan, wil hij niet vallen voor trots en hoogmoed. Zijn vader eerde hem; de stad was als het ware een geboortecadeau aan hem. Kaïn zal hem de kneepjes van het bouwersvak hebben geleerd en hebben gewezen op het belang van autonomie en veiligheid en hoe je dat middels sterke muren en grootsheid kan bereiken of zelfs afdwingen. En Henoch zal het zíjn kinderen weer hebben doorgegeven. Welke rol speelde God dus in het leven het nageslacht van deze Henoch? Te vrezen is dat de HEERE slechts behoorde tot de dingen van vroeger; God was iets dat hoorde bij de clan van Adam en Eva en van Seth. Maar hier in de stad Henoch zien we die dingen anders, ruimer en vooral beter… Voortschrijdend inzicht, nietwaar?

Amandelbloesem, Vincent van Gogh, 1890
geschilderd als geboortecadeau voor zijn neefje en naamgenoot, het zoontje van zijn broer Theo en schoonzus Jo


Henoch groeide op temidden van grote monden (Lamech), innoverende geniën (Tubal Kaïn), rusteloze harde werkers (Jabal) en kunstzinnige artistiekelingen (Jubal). Allen gericht op een duurzaam en geriefelijk bestaan. Duurzaamheid; daar staat onze tijd ook bol van. En begrijp me goed, als duurzaamheid wordt ingezet om het milieu en de schepping van God te sparen en beter te beheren dan is daar niets mis mee. Maar als duurzaamheid gericht is op vastigheid in ons aards bestaan, dan is ze triest en blind voor de werkelijkheid. We hebben hier geen duurzame stad, maar we verwachten de stad die duurzame fundamenten heeft, waarvan God de Kunstenaar en Bouwmeester is.

De armen en het geld, Vincent van Gogh, 1882
En neem van mij aan dat, wanneer we deze stad met eigen ogen mogen zien, dan elk beeld van aardse grootsheid, macht en schoonheid zal verbleken. Dit zal een weergaloze en onbeschrijfelijk heerlijkheid zijn. Die moet je niet enkel uit boekjes vernemen, maar met eigen ogen willen zien. Stempelt deze Kunstenaar en Bouwmeester ook jouw opvoeding (zowel de passieve als actieve)? En ben je Hem toegewijd door genade? Dan ligt er een eeuwige toekomst open voor je, die elke vorm van duurzaamheid zal overtreffen. Let er maar op: de helft is je nog niet aangezegd!

zondag 26 juli 2015

Zwerver voor God

"En Kaïn ging uit van het aangezicht des HEEREN; 
en hij woonde in het land Nod, ten oosten van Eden."
Genesis 4 : 16

Toen Abram 99 jaar was verscheen de HEERE aan hem en gaf hem deze opdracht: "Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, en zijt oprecht!" Wat een geweldig rijke zegen en veiligheid moet dat voor hem zijn geweest, naast het feit dat hij dit bevel zelf onmogelijk kon houden. Hij had de Heere dus elke dag nodig. En toen Corry ten Boom haar leven van na de gruwelijke oorlog beschreef, gaf ze haar boek de titel 'Zwerfster voor God'. In die titel heeft het woordje 'voor' niet een plaatsbepalende pbetekenis, maar een dienstverlenende: ten behoeve van. Deze twee kinderen van God waren zwervers op aarde. Was Kaïn ook zo'n zwerver?

Op zoek naar een huis

We lezen in de dagtekst dat Kaïn uitging van het aangezicht van de HEERE. Hij trok de wijde wereld in. Maar niet zoals de jongste zoon uit de gelijkenis dat deed. Die had een bult geld op zak en ging een groots feest bouwen ter ere van de vrijheid die hij zichzelf had verworven. Nee, Kaïn is zich terdege bewust van de ongewisse toekomst die hij tegemoet gaat. Hij is de bescherming van thuis kwijt. De veiligheid die hem daar altijd was geboden, de zorg van zijn vader, die inmiddels al bijna 130 jaar was en van zijn jongere broers en neefs zijn met de doodklap van Abel opeens een bedreiging voor hem geworden. Hij is daar zijn leven niet zeker, maar overal waar hij zal heentrekken is hij ongewis van zijn veiligheid! En dat onveilige gevoel wordt allereerst veroorzaakt door zijn geweten, dat de gevaren uitvergroot, omdat het hem telkens weer herinnert aan de dood van Abel, zijn broer.
Waar moet hij heen? De tekst zegt dat hij naar het oosten trekt en zich vestigt in het land Nod. Nu ben je misschien, net als ik, geneigd om dat land te traceren op de huidige wereldkaart, bijvoorbeeld in Iran of India. En dat zou best kunnen, maar laten we eens goed kijken naar die naam Nod. Dat hebreeuwse woordje komt namelijk ook voor in een tekst die we al gehad hebben: vers 12 'dolen'. Nod is het land dat wordt geïdentificeerd met ronddolen. Of – en dat kan ook – het is het land dat hij al dolende heeft gevonden. Het kan zijn dat Kaïn die landstreek deze naam heeft gegeven, al vermoed ik dat hij het woord 'dolen' zal hebben vermeden, om zijn geweten tot stilte te brengen.
En – dat moeten we ook beseffen – er staat dat hij uitging ván het aangezicht van God. Als het ware lijkt hij toch weer wel een beetje op de jongste zoon: Kaïn rende weg van God, maar de HEERE bleef op de uitkijk staan. Zou Kaïn nog wel eens hebben omgekeken? Een ding is wel helder, hij ging niet alleen. Hij nam zijn vrouw en wellicht ook zijn oudste kinderen mee, die inmiddels waren geboren. En als kleine, nieuwe stam, trok hij oostwaarts. Waar Adam en Eva na hun val zich hadden gevestigd weet ik niet. Ze werden aan de oostkant de Hof van Eden uitgezet en waren wellicht in de nabijheid neergestreken en gesetteld. Maar ik vermoed dat ze iets meer noordwestwaarts waren getrokken. En daarmee lijkt het dat de HEERE in onze tekst laat zien dat Kaïn de Hof van Eden nog is gepasseerd. Wellicht ook heeft hij er de engel nog zien staan. De weg naar de Boom des Levens was dicht en daarom vluchtte hij verder naar het oosten. Misschien wel hopend dat die engel, aan het begin van de Hof, hem zou beschermen tegen zijn familieleden die wellicht op wraak uit waren. Uit puur bijgeloof wel te verstaan!

Op weg naar een huis

In de volgende verzen zal blijken hoe Kaïn er een mooie plek heeft gevonden, waar hij een nieuw bestaan opbouwt. Hij bouwt hutten voor hem en zijn kinderen. Hij bouwt er een pallisade omheen, ter bescherming tegen indringers en wilde dieren. Maar we lezen nergens dat hij en zijn gezin er de HEERE bleven nodig hebben. Met al zijn bravour moest hij het zonder het aangezicht van, het werkelijke contact met, de HEERE doen. En dat is met recht een zwervend bestaan in het doolhof van Nod.
Kaïn bouwde zichzelf een stad, maar zocht niet de stad die fundamenten heeft. Hij wijdde zijn leven al helemaal niet – net als Corrie ten Boom – aan het koninkrijk van God. Hij zocht zich een huis en bouwde zich dat. Hij verlangde er niet naar dat Gods ogen dag en nacht over dat huis waren.
Abram en al Gods kinderen zijn zwervers. Ze zijn vreemdelingen op aarde en voelen zich hier niet thuis. Ze zijn niet uit op zelfmoord om maar zo snel mogelijk in het hiernamaals te zijn. Nee, ze kennen hun taak hier op aarde en wandelen voor Gods aangezicht. Ze zijn zich bewust van Zijn blik en doen niets liever – ondanks de zonde waarin zij dagelijks vallen – dan God eren, loven, dienen en prijzen. Herken je dat in je eigen leven?
Vandaag is het zondag; in het bijzonder de dag van de HEERE, waarop we alle tijd hebben voor Hem. We luisteren naar Zijn stem in Zijn huis, zingen tot eer van Hem en zoeken in onze gebeden Zijn genadetroon. Daar, bij God, ligt ons Vaderland. Daar horen we thuis. En onderweg daarheen maakt de een tenten, een ander klompen, schrijft de ene blogs en maakt de ander prachtige muziek en spreken we goed van Hem tegen ieder die het maar horen wil. Sporen we medechristenen aan om vol te houden of – als ze afgedwaald zijn – zich weer te bekeren tot de HEERE en roepen we buitenstaanders op: "Kom ga met ons en doe als wij!" 
We zijn vreemdelingen hier en kunnen niet met alles meedoen, maar we zijn niet wereldvreemd, want we volgen gespannen de ontwikkelingen in de wereld en zijn gespitst op Christus' voetstappen; Hij komt om de aarde te richten… Daarom is er haast in het oproepen tot bekering. Daarom roepen we medechristenen op om toch vooral voldoende olie in de lampen te hebben, want de Bruidegom komt en zal ons thuisbrengen!

woensdag 22 juli 2015

Wat is een Kaïnsteken?

"Doch de HEERE zeide tot hem: Daarom, al wie Kaïn doodslaat, zal zevenvoudig gewroken worden! En de HEERE stelde een teken aan Kaïn; opdat hem niet versloeg al wie hem vond."
Genesis 4 : 15

Op 3 februari 1900 (zie bijv. Digibron) werd in Appeltern in de Betuwe een boerenknecht vermoord. Hij was knecht bij ene Mettinus Scherff – een godsdienstwaanzinnige – die een dito waanzinnige, Spiering, liet voorgaan in gezelschappen die bij hem thuis werden gehouden. De satan zou, volgens Spiering in een meisje hebben gezeten dat ze met geestesuitdrijving hadden bevrijd. En toen voer, aldus het verhaal, de satan in die boerenknecht, Jan Brinkman, die erbij kwam staan. De knecht zou, volgens Scherff, het Kaïnsteken hebben, waarop hij zo hardhandig met een stalen pijp werd geslagen dat hij het leven liet. De politie arresteerde de boer en justitie in Nederland verdiepte zich in meerdere secten, zoals die van Zwart Jannetje in Veenendaal. Het Kaïnsteken werd dus een symbool van vloek… Maar is dat Bijbels?

Gods opzoekende zondaarsliefde

"Kaïn, je hebt het echt bij het verkeerde eind. Ik zoek je ondergang niet; als je die al tegemoet gaat, dan is het je eigen bewuste keuze tegenover Mijn bereidwilligheid je te redden van tijdelijke en eeuwige straf." God gaat niet in op Kaïns verdachtmakingen. Hij zet er enkel Zijn uitleg tegenover en die liegt er niet om. Als iemand ooit Kaïn zal doden, dan zal die persoon, of dat dier, zevenvoudig gewroken worden. Dat betekent dus dat er zevenmaal zoveel doden zullen volgen! Gods antwoord is niet in de eerste plaats wraak, zoals Lamech later zal uitleggen, maar een bewijs van Zijn waarachtige bedoelingen om Kaïn te beschermen en een geruststelling voor Kaïn zelf. Wat moet de HEERE nog meer doen?
Even een uitstapje: de HEERE heeft de zondestapel van de mensheid ook zevenvoudig (volledig en volkomen) gewroken… nota bene aan Zijn Zoon. De genoegdoening van Christus is genoeg voor meer dan zeven werelden, zo zei een oudvader eens. Is God daarmee een wraakdoend God of juist een God van opzoekende zondaarsliefde?

Gods beschermende genade

Ik zou Kaïns gezicht bij deze woorden willen hebben gezien. Zou die nukkige trek op zijn gezicht omgevormd zijn – door deze woorden – in een trek van verwondering? Je hoopt het zo, nietwaar? Bij de woorden van Zijn belofte voegt de HEERE er een bewijsteken bij. Niet als een toverformule, maar als een verzekering dat niet zou gebeuren dat iemand het zou vinden en dan zou doden. Een zichtbaar teken van Gods beschermende genade.
Dat teken op zich maakt natuurlijk niet zalig. En zo is het ook met de doop. Ook dat is een teken van Gods barmhartige en beschermende genade. Een teken dat op zichzelf niet zaligmaakt, maar wel van grote zegen en zaligheid spreekt en tot een nieuwe gehoorzaamheid oproept, tot wederkeer naar de HEERE en tot het dienen van deze heerlijke God, Die het niet te laag vindt om Zijn Naam aan die van mensenkinderen te verbinden. Dat moet je toch duizelen?

Gods bewijzende tekening 

Dat Kaïnsteken was dus totaal geen occult symbool van vervloeking. Je kunt zeker niet stellen dat Kaïn middels dit teken door God was gebrandmerkt voor de hel. Hij was al evenmin met dit teken – zoals bomen die moeten worden gekapt, worden gemerkt – gemerktekend voor de engelen die op de Jongst Dag zullen uitgaan om de bozen tussen de goeden uit te halen. Dit teken was – ondanks wat er in ons denken en theologiseren van is gemaakt – een positief teken, een bewijs van Gods welmenendheid!
Wat was dat teken dan precies? Hoe moet je je dat voorstellen? Hoewel we het nooit exact zullen weten, zeggen de Kanttekeningen wel heel mooie dingen hierover. Kaïn zou een dolend bestaan leiden en hij zou in vreemde oorden en andere landen terecht komen. Met dit teken, dat onuitwisbaar was, zou in één klap duidelijk zijn wíe hij was. Als het ware stond een merk op zijn paspoort, waardoor iederen in één oogopslag zou zien wie daar liep: een moordenaar. Maar tegelijk zou iedereen ook zien dat deze persoon genade van God had gekregen. Kaïn werd als het ware middels dit teken een verkondiger van Gods genade. Het teken zou anderen oproepen dat, wanneer zij in dezelfde zonden als Kaïn zouden vallen, zij dan bij de HEERE om genade mochten en konden smeken. Er is plaats voor smekelingen om genade! Het teken zou wraakgierigen of premiejagers afschrikken omdat het hen voor deze God stelde Die de zonde bloedserieus neemt! 
Zonder je weetgierigheid en nieuwsgierigheid te bevredigen, denk ik dat het een zichtbaar en ook leesbaar teken was. Misschien had het wel enige uitleg nodig, maar het zou in ieder geval vragen oproepen. En daar zie ik toch het teken van de Doop en onze christelijke levenswandel, ons leven volgens de bijbelse normen en waarden, in terug. En ik sluit af met de vraag: roept jouw leven ook vragen op? Ja, dan bedoel ik natuurlijk niet vragen als "Hoe kun je nou als christen zo doen of spreken", maar roept onze serieuze levensstijl vragen op als "Wat heb jij toch, wat ik niet heb" of "Hoe kun je toch zo vergevingsgezind en liefdevol zijn?" Wat betekent God voor je? En wat zou je willen dat Hij aan de mensen om je heen zou doen? Ben jij voor je omgeving ook een bewijs van Gods zondaarsliefde?

vrijdag 17 juli 2015

Een misplaatst beeld van God hebben

"En Kaïn zeide tot den HEERE: Mijn misdaad is groter, dan dat zij vergeven worde."
Genesis 4 : 13

"Ja, ik ken hem nu wel; ik weet wel hoe hij is en denk." Zo kunnen wij mensen ons soms een beeld vormen van anderen en daarop voortborduren, zonder dat beeld af en toe bij te stellen aan de hand van feiten. De een-talenter uit de gelijkenis zei tegen zijn heer: "Ik kende u dat gij een hard (of straf) mens zijt…" en hij handelde naar dat beeld dat hij van zijn heer had. Ik kende u. Kaïn gaat in dit tekstvers ook zo te werk. En hoe trapt hij de HEERE daarmee op Zijn hart!


Wat Kaïn niet zegt

Deze tekst wordt nogal eens geciteerd in artikelen en preken. Kaïn wordt als illustratie gebruikt voor mensen die God niet kennen en denken dat hun fout onvergeeflijk is bij God. Kaïn staat symbool voor mensen die een te beperkte kijk op Gods vergeving en genade hebben. Gek genoeg wordt dit met name gebruikt als voorbeeld voor half- of ongelovigen die eigenlijk niet van genade willen leven en zich afkeren van een godsbeeld van toorn en verdoemenis. En tevens voor mensen die denken dat er zonden zijn die voor God te groot zijn om te vergeven of dat het bij God er heel lukraak aan toegaat in het vergeven of niet. God zou dan toch beperkt zijn in het vergeven of zelfs despotisch wisselvallig.
Maar waarom staat Kaïn niet symbool voor mensen die heel reformatorisch willen lijken en God toch op eenzelfde manier afschilderen? Waarbij God te heilig is om hun zonden te vergeven. Of waarbij God eerst wil dat we onze zonden tot zo en zo diep zullen inleven, voordat Hij genegen is om over genade en vergeving überhaupt na te denken? Ik stel die visie op dezelfde lijn als die van de ongelovigen.
Maar… wie schets mijn verbazing als ik de Kanttekeningen lees.
Anders is het woord misdaad of ongerechtigheid door velen genomen voor de straf derzelve, zie Lev. 5:1; en in zulk een zin moest de overzetting aldus staan: Mijne straf is groter dan dat ik haar zou kunnen dragen; waarover Kaïn zich beklaagt, vs. 14.
Kaïn vreest niet voor het feit dat God wellicht niet wil vergeven, maar hij beklaagt zich over de straf zelf. Zelfs – en daar schrok ik van – heeft hij geen verdriet over de gevolgen van de zonde, maar hij is het oneens met de straf. Bizar!

Wat Kaïn niet weet

Ik verbaas me over de laagdrempelige manier van omgang die er is tussen de HEERE en Kaïn. Daar zou je toch jaloers op zijn, niet? Zo spreken met de HEERE, zoals een man met zijn vriend… De HEERE kende Kaïn, maar kende Kaïn de HEERE? Uit heel zijn manier van communiceren blijkt dat hij God totaal niet kende. Niet in Zijn genaderijkheid en vergevingsgezindheid, maar ook niet in Zijn rechtvaardigheid en Zijn heiligheid. En stel dat Kaïn toch met die woorden bedoelde dat hij vermoedde dat God het wel niet zou vergeven. Hoe kon hij weten dat God zo dacht en de dingen zo interpreteerde? Wie iemand niet werkelijjk kent, weet niet hoe die iemand zal reageren. En dat levensgrote risico lopen veel mensen, zelfs binnen de kerk. Ze kennen een aantal theologische aspecten en statements; ze citeren te kust en te keur oudvaders, maar wie God niet werkelijk en persoonlijk kent, kan nooit weten hoe Hij is en reageert. Kaïn is het type van de kerkmens met een gedoopt voorhoofd, die alvast voor God invult hoe Hij denkt en is, zonder een levende relatie met Hem te hebben. Als dat jouw situatie is, zwijg dan, want je weet niet hoe God is. Voorkom dat jij met je getheoretiseer een fout beeld bij anderen schetst en schept. Hoe desastreus!

Wat Kaïn niet doet

Maar het hele trieste aan onze dagtekst en de duiding van deze woorden is wel dat Kaïn, hoewel een verbondskind, verloren blijft liggen en God de schuld van alles geeft. Hij verhardt en blijft zelf onbewogen. Kaïn had natuurlijk niet moeten buigen onder de straf en die gedwee uitzitten. Hij moest aan de troon der genade buigen en zich verootmoedigen voor God. Hij moet juist naar God toegaan, Die hij zo heeft gekrenkt met deze zonde. Immers, met zorg had God in Eva's schoot het vruchtje Abel geweven tot een volgroeide baby. Hij had Abel al die jaren gedragen en gespaard in Zijn zorgzame Vaderhanden tot aan de dag van zijn dood. Hij had het hart van Abel vernieuwd en zag in hem de Zoon van Zijn liefde terug, Die nog moest worden geboren in Bethlehem. En met één klap beëindigde Kaïn Gods herschepping en dreef Abel als eerste mens de eeuwigheid in. Kaïn maaide Abel de grens van het leven over en Abel stond opeens voor Gods troon, temidden van de duizenden en nog eens duizenden engelen. Verder was de hemel nog leeg…
Hoe groot de eeuwige vreugde in de hemel ook is, God moet verdriet hebben gehad over dit eerste beëindigde mensenleven. En Kaïn? Heeft hij ook verdriet? Is hij ook verbroken? Niets van dat al. Verharding. Ben jij daar ook verdrietig over, als mensen verharden en zich onontvankelijk maken voor het evangelie en het werk van Christus? Wen er nooit aan, wat anderen je ook willen laten geloven. Houd aan in het oproepen tot geloof en bekering.
En als je je herkent in Kaïns houding, breek ermee! Laat de talloze roepstemmen van anderen binnenkomen en volg Kaïns verhardende houding niet, maar buig, belijdt en roept tot de HEERE om hulp en vergeving.

zaterdag 11 juli 2015

Weet ik veel

"En de HEERE zeide tot Kaïn: Waar is Habel, uw broeder? En hij zeide: Ik weet het niet; ben ik mijns broeders hoeder?"
Genesis 4 : 9

"Weet ik veel…" Schouderophalend zat hij tegenover me. Geen zin om ergens over na te denken. Geen zin om te geloven. Vragen waren lastig. Hij liep al haast weg, toen ik zei: "Maar als jij net als een struisvogel je kop in het zand steekt en doet alsof God niet werkelijk bestaat, daarmee wis je het bestaan van God niet uit. Dat is toch erg kortzichtig? Denk je er niet verder over na, dat je Hem ooit gaat ontmoeten?" Even moest hij nadenken. Glimlachte verlegen, omdat hij er geen antwoord op wist, maar… draaide zich om en liep weg. Ik keek hem na met pijn en een gebed tegelijk.

Gods verborgen omgang 

Zoals ik me verbaas over het feit dat God aan Kaïn zwijgt over het offer, zo verbaas ik me over de manier waarop God Kaïn hier tegemoet treedt. Zo schijnbaar onwetend. Ik vraag me af in hoeverre Kaïn God kende. De manier waarop hij met Hem spreekt in deze geschiedenis verbaast me zeer. Bijna platvloers en banaal. De manier waarop Adam en Eva in de Hof van Eden met God omgingen lijkt haast even 'vriendschappelijk' te zijn voortgezet na de zondeval. De min of meer intieme omgang met God moeten de kinderen van Adam en Eva van hun ouders hebben geleerd. Zo deden vader en moeder dat en zo leerden de kinderen dat ook. Ze praatten met God en brachten Hem offers, waardoor het spreken met Hem mogelijk was.
Hier in onze tekst zoekt God Kaïn op, zonder dat daar anderen bij zijn. Kaïn loopt van het veld naar huis, of… en dat is natuurlijk ook mogelijk… hij is al een hele tijd doorgelopen na zijn moord. Zoals David doorleefde na de moord op Uria. God liet hem dan misschien een tijdlang zijn gang gaan, totdat Hij op een onverwachts tijdstip in actie komt en een min of meer verborgen omgang zoekt, die Kaïn al geruime tijd niet meer had aangedurfd. Elke offer dat hij daarna no zou brengen, zou hem herinneren aan de moord. Elke oneffenheid in het landschap zou hem herinneren aan het graf van zijn broer. Elk familielid zou hem herinneren aan dat ene familielid dat door de voor de mens nog zo onbekende dood was weggenomen. Geen verborgen omgang van Kaïn met God. Waarschijnlijk ook niet meer dan wat vormendienst…

Gods openbare omgang 

Maar er was nog iets verborgens in Kaïns omgang. Hij sprak niet over zijn geheim: de dood van Abel. Hij deed of zijn neus bloedde en er geen vuiltje aan de lucht was. Verborgen, dat moest het maar blijven. God dacht daar anders over en ging nu dit weggestopte feit openbaar maken. Wat Kaïn graag tot een verzwegen familiegeheim wilde maken, maakte God tot gespreksonderwerp nummer 1.
"Kaïn: waar is je broer?" "Weet ik veel…" Kaïn voegt daar nog een onhandig argument aan toe: "Ben ik mijn broeders hoeder?" Hoeder, shamar, is een woord dat wachthouden, behoeden, in de gaten houden, beschermen inhoudt. Een veelzijdig woord dat precies paste bij de functie van de toenmalige eerstgeborene. Hij was de verantwoordelijke voor zijn broer. Jazeker! Dom argument dus. Hij zou moeten weten waar zijn broer was en hij zou moeten weten of zijn broer lekker in zijn vel zat en of het hem aan iets ontbrak. Beter nog, hij zou naar eer en geweten moeten kunnen zeggen dat het zijn broer aan niets ontbreekt en dat hij zich goed en veilig voelt onder zijn broers bescherming. Niets is minder waar helaas.
We leven thans in een totaal andere tijd. Een beetje omzien naar elkaar kan zeker geen kwaad, maar onze cultuur zit niet zo in elkaar dat we inmening van broers of zussen dulden, wanneer we volwassen zijn geworden. Er zijn plenty voorbeelden van broers en zussen die elkaar met raad en daad bijstaan; dat is wat anders. Maar gebemoei is bepaald ongezond in onze cultuur. Zeker in de hollandse bemoeizuchtige cultuur. Tegenwoordig worden we ook vooral gepushed om zelfstandig te zijn en onze eigen zaken te regelen. Privacy. Tot op zekere hoogte is dat een goede zaak al wordt het wel wat overdreven en ook onwaarachtig opgeblazen tot een must! Maar het is zeker waar dat een gezinslid, wanneer hij of zij boven de dertig is toch zeker zelfstandig zijn mening over zaken mag vormen. Wanneer de kinderen het huis uit zijn kunnen ouders niet blijven bemoeien met hun doen en laten. We moeten ook leren loslaten. Dat is heel gezond. Dat maakt onze cultuur wel wat verschillend met die uit de Bijbeltijd. En wanneer we op volwassen leeftijd de wet nog zouden krijgen voorgeschreven over hoe we moeten doen en denken, dan is er wel wat mis in de familieverhoudingen. Dan wordt het volwassenzijn niet echt serieus genomen en liggen tal van relationele problemen op de loer. Hoeveel huwelijk zijn kapot gegaan doordat moeders zich bleven bemoeien met de beslissingen van hun dochter? Het zijn ook vaak moeders die deze problemen veroorzaken; soms zijn het ook onvolwassen vaders die hun kinderen niet kunnen loslaten en soms zelfs de rollen omdraaien door kind te spelen en hun kinderen in de ouderrol drukken!

Gods kwetsbare omgang 

Terug naar de conversatie van Kaïn en God. De toon in zijn woorden stuitte me tegen de borst. Kaïn! Je weet toch wel dat je zo niet tegen de HEERE spreekt. En Kaïn, je weet toch wel dat God alles weet? Hij vraagt je hier naar dingen die Hij toch op het allervolmaakfst weet? Ik snap Kaïn eerlijk gezegd totaal niet. Hij is toch niet zo onnozel, dat hij onweten is van Gods alwetendheid?
Hij, die God zo scherp doorhad, in zijn aannemen van Abels offer en negeren van Kaïns offer, moet toch zeker hebben begrepen hoe God dacht? Hooguit verwrongen, maar zeker niet onnozel.
Met deze manier van communiceren maakt Kaïn Gods omgang tot een gekwetste omgang. 
Zeg eens: zijn er dingen in jouw leven die de omgang met de HEERE tot een kwetsbare of zelfs gekwetste omgang maakte. Dat is bloedlink. Maak jezelf eerlijk voor God; haal het zand uit je ogen; klop op je slapen en ontwaak uit deze merkwaardige droom van zelfverblinding. Want je kunt God niet negeren door 'Kweenie' tegen Hem te antwoorden, als Hij je iets vraagt. Hij wil gewoon van jou het antwoord horen dat Hij allang kent! 'Waar is je hart?"

zaterdag 4 juli 2015

Gelovigen moeten eraan geloven voor haatdragenden

"En Kaïn sprak met zijn broeder Habel; en het geschiedde, als zij in het veld waren, dat Kaïn tegen zijn broeder Habel opstond, en sloeg hem dood."
Genesis 4 : 8

Hij gaat over lijken, wordt weleens gezegd van iemand die koste wat kost zijn doel wil bereiken. Hitler en Napoleon waren van zulke mensen. Maar je komt zulke spreekwoordelijke figuren ook tegen in het bedrijfsleven. Soms zitten ze boven je, soms zitten ze op jouw carrièrehoogte – of zelfs eronder – en willen ze over jouw 'lijk', je functie, opklimmen of heersen. De meesten van hen steken je niet overhoop, maar 'moorden' psychologisch. Helaas zijn er echter, die toch tot de daad van moord komen, omdat iemand hun doel of geluk in de weg staat. Ik heb het niet over hen die tot een moord of doodslag komen omdat ze door andere worden getreiterd, maar die een ander uit de wegruimen omdat hun geweten en die andere persoon samenspannen en dat een uiterst vervelend gevoel geeft.

Haat tegen het goede 

In de tekst lijkt alles snel op elkaar te volgen. Er vindt in het veld een gesprek tussen de beide broers plaats. Dat loopt op ruzie uit en in een vlaag van verstandsverbijstering slaat Kaïn zijn broer dood. Helaas gaat deze versie van het verhaal niet op, want Kaïn toont geen berouw over zijn daad, alleen spijt over de straf en dan nog pas nádat God hem heeft laten merken dat Hij alles weet.
De puntkomma in onze tekst zou ook best een periode kunnen betekenen die ligt tussen het gesprek en de daad. Sudderend is het vuur van de haat aangewakkerd tot een doelbewuste daad vanuit een door haat verwrongen hart. Het moet maar eens afgelopen wezen met dat vrome gezwets. Ja, je zult maar verbondskind wezen en telkens te horen krijgen dat je gedoopt bent. Gek wordt je ervan… Wanneer houdt dat nou eens op. En als het waar is dat God daar ooit nog op terugkomt, hoe ontloop je dat? Uitzinnig van uitzichtloosheid komen de gekste plannen in je hoofd. Maar wacht, roep die gedachten een halt toe, want wat denk je te ontlopen? Dat is ook wat God tegen Kaïn zegt. Zo hoeft het niet te blijven, die uitzichtloosheid. Is het niet dat, zo je goed, doet er verhoging wacht? Dan kun je met opgeheven hoofd door het leven gaan, richting Gods grote Dag.

Kaïn sprak met zijn broer en vrijwel zeker moet dat gesprek zijn gegaan over de ontmoeting tussen God en Kaïn. Abel zal de HEERE in alles gelijk hebben gegeven. Hij heeft Kaïn mogelijk ook opgewekt toch vooral het goede te kiezen. En misschien, misschien is Kaïn nog wel even van mening geweest dat, als je het zou zien zoals Abel het zag, dat inderdaad de beste keuze zou zijn.
Maar toen hij thuiskwam en er wellicht wel met zijn vrouw over heeft gesproken (want ik vermoed dat Kaïn toen al was getrouwd en vlakbij het paradijs en bij vader Adam en moeder Eva zijn huis en bedrijfje had opgericht, achter de veilige omheining van het gezinskampement), bezag hij de dingen toch weer vanuit zijn eigen gekrenkte perspectief. God en Abel hadden zijn ego gekrenkt en dat is kasie voor satans influisteringen. "Zeg, dat laat je je toch zeker niet gezeggen? Zij bekijken het toch ook alleen maar vanuit hun eigen perspectief? Laat je niet verblinden door een God en door Zijn blinde navolgers, die je dom willen houden!" Was dat ook niet het argument waarmee de slang moeder Eva de ogen 'opende'? Het smeulend haatvuurtje werd een haard van ontembare haatvlammen. Het goede werd in deze visie een kooi waaruit je je moet zien te bevrijden. Satan had een sterk punt, want hij sloot aan bij het connectiepunt dat er in Genesis 3 in het menselijk brein is gekomen. Een opening, een trechter, waarin hij zijn giftige werkelijkheidsverblinding als de meest heldere kijk op het leven giet. Er komt hang naar ongebondenheid en haat tegen die kooi van het goede.

Haat tegen de goede

Maar het gaat nog een stap verder. Want Kaïn had zijn koffers kunnen pakken, net als de jongste zoon uit de gelijkenis en had de wijde wereld in kunnen trekken. Waarom bleef hij hangen binnen de kraal waarin de stam van Adam woonde? Waarom bouwde hij niet een stuk verderop een eigen kraal? Wel, twee dingen zijn er die meespelen. 
Allereerst is er door de zonde nog een element in het menselijk brein bijgekomen: angst en hang naar veiligheid. Door het eten van de vrucht heeft de mens ontdekt dat hij daarmee Gods geborgenheid kwijt was. Het vertrouwen was weg omdat hij greep naar satans vrucht van wantrouwen. Zeker, hij kende nu als nooit te voren wat goed en kwaad was. Daar was hij voordien onnozel van, zoals ook de niet-gevallen engelen het kwaad niet uit eigen ervaring kennen. 
Daarom wilde Kaïn niet een eigen bestaan opbouwen. Hij wist hoeveel moeite het zijn vader had gekost om deze kraal te realiseren, een nederzetting met omheining tegen de wilde dieren die opeens moordenaars bleken te zijn. Geen leeuw meer met een lam, geen wolf meer met een kalfje, maar verscheuring die zich niet alleen beperkte tot de dierenwereld. Ook de mens kon worden aangevallen. Een nieuwe nederzetting opbouwen, een woest gebied van distels en doornen cultiveren tot een pover paradijsje waarin je kon leven, eten en slapen, terwijl dat hier voor het oprapen lag… nee Kaïn koos daar niet voor. En daarnaast was hij de eerstgeborene. Dus als zijn vader een stap terug zou doen, zou hij het regime overnemen. Mooier kon je je het niet wensen. En dan zou er zeker wat gaan veranderen hier in de gemeenschap. Hij zou het anders doen dan zijn vader.
Het tweede dat meespeelt in tal van dit soort conflicten is dat – hoe men zich ook aan Gods kinderen irriteert – er toch ook een aantrekkingskracht is op gelovigen. Zij hebben iets, als het goed is (!), dat nieuwsgierig maakt. Dat iets diepweg wakker maakt van 'gemis' of 'verlangen'. En er is niets zo irritant voor satan, dan dat hij zulke gevoelens bemerkt bij ongelovigen. Wegtrekken bij hen die God aan hun zijde hebben, is een niet aanlokkelijke zaak. Er zijn nogal eens managers die echte christenen dichtbij zich willen, in die zin dat je het maar nooit weet: wellicht heb je er bedrijfstechnisch baat bij. Als die werknemers een levend gebedsleven hebben en Gods zegen ervaren, misschien dat die God ook wel tot zegen is voor het bedrijf. Ze houden het voor zichzelf nog wel op 'gezonde' afstand, maar je weet het maar nooit. Zo kan ook Kaïns overweging geweest zijn: de nederzetting van vader Adam verlaten is de bescherming van de God van vader Adam verlaten. In die tweestrijd vermoed ik Kaïn; en het zou heel goed kunnen zijn dat zijn vrouw – over wie we hier niet zoveel lezen – daarin een cruciale rol speelde. Meer dan eens zien we dat op de achtergrond van moordenaars hun vriendinnen/vrouwen een minstens zo invloedrijke en angstaanjagende rol spelen. Niet in alle gevallen (denk aan Pilatus), maar bij Herodes, Achab en ook bij Kaïn nazaat Lamech zien we hun vrouwen/vriendinnen een dergelijke rol spelen.

En plots is daar dan de dag van de eerste dode op aarde. Dode mens, wel te verstaan, want al veel dieren zijn hem voorgegaan. Misschien gebeurde deze moord wel onder het werk. Terwijl Abel met zijn schapen langs het land van Kaïn komt, ontstaat er een woordenwisseling en hoe meer Abel op het goede van God wijst, hoe heftiger Kaïns haat wordt aangewakkerd. Hij staat tegen hem op. Letterlijk. Hij maakt zich groot, verheft zich in woord en lichaamslengte en postuur. En misschien heeft Abel wel iets dergelijks gezegd als dat jochie dat door Boko Haram werd ondervraagd: "Al sla je nog zo hard, ja al slacht je mij, je kunt mijn geloof in God niet uit mijn hart verwijderen, want ik ben eeuwig geborgen in Hem!" Toen werd het rood voor Kaïns ogen; Abel móest eraan geloven!

Mag ik eens vragen: ken je die haatgevoelens? Kun jij je verplaatsen in Kaïn of in extremisten? O, bedaar die verwoestende gevoelens. Ze breken zoveel kapot in je en ze schuiven je al verder van God weg. Roep tot God, want zo ver kun je niet weggegleden zijn of Hij hoort je. Vraag om zijn Geest en de juiste kijk op de werkelijkheid en de toekomst die wacht! Haast je, omwille van je eeuwig leven!
En als je die haatgevoelens niet kent, weet dan dat veel extremisten door dergelijke gevoelens worden voortgedreven en tot daden van moord worden aangezet. Bidt voor hen, opdat zij tot inkeer zullen komen en Koning Jezus mogen leren kennen. Bidt dat er mensen op hun pad komen die hen de weg terug naar Gods vaderhart laten zien. Want ook voor hen is er nog hoop en redding mogelijk.

dinsdag 30 juni 2015

Wat doe je als de zonde voor je deur ligt?

"En de HEERE zeide tot Kaïn: Waarom zijt gij ontstoken, en waarom is uw aangezicht vervallen?
Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? en zo gij niet weldoet, de zonde ligt aan de deur.
Zijn begeerte is toch tot u, en gij zult over hem heersen."
Genesis 4 : 6-7

"Ga eerst eens even zitten en bekijk de situatie rustig van een afstandje," zo vertelde een van mijn directeuren me enige tijd geleden. Die les had hij geleerd van zijn leermeester. "Het voorkomt dat je in het wilde weg dingen gaat doen, gejaagd naar oplossingen zoekt en zo een deel van de mogelijkheden niet eens in beeld hebt." Ga eerst eens even zitten… Het is alsof de HEERE aan Kaïn zo'n zelfde advies heeft. Waar kijken ze dan samen naar?

Een confronterende vraag

Het is haast een grapje, de tegenstelling die de HEERE tekent; ware het niet dat Hij bloedserieus is, wanneer Hij Kaïn achterna gaat en tot rede wil brengen. Tegenover het naar beneden gerichte, mokkende gezicht van Kaïn plaatst God de verhoging die er wacht, wanneer hij zal breken met de zonde en kiest voor 'weldoen'. Kaïn kijkt naar beneden, naar de aarde; God tilt als het ware Kaïns hoofd omhoog en laat hem opkijken naar de hemel.
We zijn in dergelijke situaties misschien snel geneigd om omzichtig te werk te gaan, niet al te direct; de kool en de geit sparend. De HEERE niet: "Waarom ben je boos? Ik zie het aan je gezicht; het is verwrongen van haat!" Zo'n zelfde confronterende vraag als Hij stelde aan Jona: "Is uw toorn billijk (terecht) ontstoken?"
Direct het mes erin. Ik zal niet zeggen dat dat altijd werkt, maar wees er wel altijd duidelijk in dat je niet van zin bent om om de hete brei heen te draaien. Stel aan je kinderen directe en concrete vragen. Maar laat ze merken dat liefde de drijfveer en het motief van je confronterende vragen is. Ik geeft toe dat dat soms erg lastig is. Als clubleider of -leidster speel je wel een andere rol, dan als ouders. Als ouders maak je je kinderen langer mee dan als clubleiding. In dat laatste geval is het soms ook zoeken naar 'andere' momenten dan die clubavond die vaak omvliegt en waarbij je ook je aandacht bij de les moet hebben. Het gesprek kan dan niet zomaar uitlopen.
Concrete vragen, als er pijn en moeite is; confronterende vragen, als er boosheid en zelfs onredelijke kwaadheid is. Tussen jongeren of… tussen een jongere en jou als leider/ouder. In het geval van Kaïn zette God hem als het ware op een bankje langs de weg neer en zette het mes er direct in. Scherp en toch… liefdevol. Wij hadden Kaïn misschien allang afgeschreven, maar onze tekstwoorden laten toch echt wel Gods liefdevolle pogingen zien om hem tot bedaren te brengen.

Een kalme overweging

De HEERE zet de dingen helder op een rijtje; geef eens eerlijk antwoord, Kaïn: is het niet zo dat… Eigenlijk zet je op deze manier voor die ander even de dingen helder tegenover elkaar. Je verbindt oorzaak en gevolg met elkaar, daad en beoordeling. Welk resultaat wil je bereiken? Verhoging of verwerping?
Nou, de HEERE omzeilt dat geladen woord zelfs. Hij spreekt over 'de zonde ligt aan de deur'. Als je het goede kiest – in dit geval ten opzichte van Abel – dan ontvang je verhoging, geluk. Maar als je bewust voor het kwade kiest – de haat tegen Abel met alle gevolgen van dien voor Abel – dan laat je de zonde, die op de loer ligt voor de deur van je hart, zijn gang gaan. En dan is de ramp niet te overzien, Kaïn! Welk doel wil je bereiken? Het schuurt haast tegen het punt van Kaïns vrije wil aan. Wat zal Kaïn kiezen? Of… vind je dat een remonstrantse gedachte en wuif je dat zonder na te denken weg met "Kaïn kan gewoon niet anders kiezen dan het kwade, want hij heeft een onbekeerd hart". Zou dat een ware constatering zijn? Zouden we daarmee recht doen aan Gods welmenende roeping? Wordt Zijn lokking dan niet juist uiterst sarcastisch? Gebruik niet te snel clichée-dogmatische termen om deze tekstwoorden in te kleuren. Welk beeld schets je dan van de HEERE? En klopt dat beeld met Hemzelf? Ik zeg niet dat Kaïn nog een vrije wil had; maar… de HEERE komt daar wel heel dicht bij; wellicht om hem te laten voelen dat hij die vrije wil is verspeeld en het dus helemaal van de HEERE moet leren verwachten!

Een mogelijke toekomst

"Is er niet, indien gij weldoet, verhoging?" Wat een bijzondere woorden! De Kanttekeningen beperken die 'verhoging' tot de toekomst die hem als eerstgeborene te wachten stond:
"Dat is, zult gij niet [als de eerstgeborene] verheven en verhoogd blijven boven uw broeder? Of anders vertaald: zult gij uw hoofd of aangezicht niet vrijelijk opsteken, in plaats dat het nu nedergeslagen of zo ontvallen is? Sommigen vertalen het met: Aanneming, aangenaamheid, of vergeving, overeenkomstig de verschillende betekenissen van het hebreeuwse woord."
Zou de HEERE dát bedoelen met deze woorden? Ik vraag het me eerlijk gezegd af; dit doet toch wat te kort aan Gods bedoeling. De woorden zijn niet enkel op aardse eer gericht, maar ook en vooral op de glorierijke toekomst in Gods heerlijkheid. Natuurlijk belooft de HEERE ook aan Zijn verbondsvolk dat, wanneer ze in Zijn geboden en inzettingen wandelen, zij een stil en gerust, ja een lang leven zullen hebben in het land dat Hij hen geeft. Maar het blijft niet steken in materialisme, in materiële voorspoed.
"Indien gij weldoet"; het woord 'weldoen' heeft ook de betekenis van 'vrolijk zijn' en 'aangenaam zijn'. Daar heb je die lijn weer, die we ook zagen in de vorige bijbelstudie: God zag het offer en de persoon van Abel aan, Hij had er een vermaak in. Zo is het ook met wat Hij aan Kaïn uitlegt: "Als je maakt dat Ik een vermaak in je heb… dan is er verhoging". 'Verhoging' betekent verheffing of waardigheid, maar is gerelateerd aan een ander woord dat 'opheffen' of 'dragen' betekent. De God des heils, Die Zich aan Kaïn bekend maakt zal in Psalm 68 worden bezongen als de God Die ons dag aan dag draagt. Zijn zorg, als je Hem tot vermaak bent, zal je door alles heen dragen, levenslang. Wat een stil en gerust leven heb je dan!

De HEERE wijst in het vervolg van het vers er nog op dat Kaïn krachtens de eerstgeboortezegen zal 'heersen' over zijn broer. Hij hoeft dus helemaal niet bedrukt te zijn of bang voor verlies van zijn positie op aarde. Dat heersen hoeft niet negatief te zijn, hoor! Deze orde heeft de HEERE in het eerstgeboorterecht ingezet. Kaïn, je hebt – zo stellen de Kanttekeningen – niets te mopperen of te toornen, want Abel zal er genoegen in hebben dat jij de eerste zult zijn en in de familie de eerstverantwoordelijke. Daarmee is Abel ook geacht zijn oudere broer lief te hebben en te dienen. De oudste broer mag stedehouder van God op aarde zijn. Heerschappij over de schepping en degenen die aan hem zijn toevertrouwd. En dat met het oog op het heil van zowel Kaïn als Abel.
Welnu, wat is je keuze, Kaïn? Wil je heersen en tegelijk gedragen worden door God Die je tot deze taak roept? Of loop je weg van je verantwoordelijkheid en daarmee ook van je zegen?
Tot dat moment was het, menselijkerwijs gesproken, nog een mogelijke toekomst voor Kaïn. Voordat we gaan zien wat Kaïn kiest, de vraag: wat kies jij? Ga eerst eens even zitten en bekijk jouw situatie rustig van een afstandje… en overweeg wat tot je eeuwige vrede zal dienen!