Posts tonen met het label Henoch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Henoch. Alle posts tonen

donderdag 23 maart 2017

Lijdenstijd 2017 - Zij gingen beiden tezamen

"Toen sprak Izak tot Abraham, zijn vader, en zeide: Mijn vader. En hij zeide: Zie, hier ben ik, mijn zoon. En hij zeide: Zie, het vuur en het hout, maar waar is het lam tot het brandoffer? En Abraham zeide: God zal Zichzelven een lam ten brandoffer voorzien, mijn zoon. Zo gingen zij beiden tezamen."
Genesis 22 : 7-8



Vanaf nu doen ze er weer het zwijgen toe. De laatste klim is woordenloos, als ik de Bijbel letterlijk neem. Maar daarboven moet Abraham toch uit de doeken gaan doen hoe de gang van zaken zal zijn bij dit brandoffer. Hoe dat precies zit met God en dat 'voorzien in een lam'.


We lezen van Henoch dat hij wandelde met God. Hij en God waren als het ware een onafscheidelijk duo, al gaande over de aarde. Waar Henoch was, betrok hij God erbij en uiteindelijk liepen ze zo de hemel in, thuis bij God. En eigenlijk lees ik iets dergelijks ook over Abrahams wandel met de HEERE. God zei: "Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht"; dat klinkt nog afstandelijk, alsof Hij op een afstand toekijkt wat Abraham allemaal doet. Maar wanneer de HEERE Sodom en Gomorra wil verdoen, pleegt de HEERE vertrouwelijk overleg met Abraham: "Zal Ik voor Abraham verbergen, wat Ik doe? Dewijl Abraham gewisselijk tot een groot en machtig volk worden zal, en alle volken der aarde in hem gezegend zullen worden? Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de HEERE over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft." (Gen. 18:17-19). God praat, zo schrijf een van de apostelen, met Abraham zoals een man met zijn vriend. Abraham wordt door een andere apostel dan ook 'een vriend van God' genoemd. Er zijn daandeweg dwarsverbindingen tussen God en Abraham ontstaan. En ik mag aannemen andersom ook. Want juist als die dwarsverbindingen er wederzijds zijn, gaat het goed. Maar als Abraham nalatig wordt, gaat het mis in zijn leven.

Dwarsverbindingen

Velen denken dat het gebed de dwarsverbindingen zijn in het leven van het geloof. Dat is niet onwaar, maar slechts een deel van de waarheid. Als het contact met de HEERE slechts uit vaste, dagelijkse gebedsmomenten bestaat, dan blijft ons leven een gatenkaas. Een gatenkaas aan mogelijkheden om de HEERE te vergeten. Te veel mensen, jongeren én ouderen, maken nog onderscheid tussen het geestelijk leven en het dagelijks aardse leven. Waarom niet een dag vol met dwarsverbindingen? Het Avondmaalsformulier spreekt over 'van nu voortaan… leven', maar dat betekent niet dat dat beperkt blijft tot de afgemeten geestelijke momenten. De praktijk van het leven moet doorspekt zijn met aandacht voor de HEERE; Hem erbij betrekken. Natuurlijk moet je je werk aandachtig en geconcentreerd doen. Maar waarom moet dat betekenen dat je dat niet communiceert met de HEERE? Ik merk zelf dat als daar de slof in komt, in alles de slof komt. Elke muur krijgt soliditeit door dwarsverbindingen. Hoeveel te meer de muur van het geloof.

Doelbewust

Abraham en Izak lopen niet maar wat doelloos over die berg te struinen. Ze gaan gericht hun weg en met dat einddoel is de HEERE ook verweven. Hij is de Reden waarom zij hier zijn. Is dat geen mooie lijn naar ons persoonlijk leven? God is de Reden waarom we hier zijn en – zoals Paulus het preekte op de Areopagus: "… in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij." Als wij Hem HEERE noemen, zouden we ons dan niet passend voor Hem gedragen? Niet slaafs, maar met de liefde van ons hart. En… het heeft wat gekost dat we zó met Hem mogen wandelen over Zijn aardrijk richting Zijn heerlijkheid. Dat is nog eens doelbewust leven!

Deemoed

Het woord 'deemoed' bedoel ik positief, in de betekenis van 'ootmoed' en 'onderworpenheid'. Het valt mij zo op dat Izak verder geen vragen meer stelt, maar zich deemoedig aansluit bij zijn vader. In de tekst staat: "Zo gingen zij beiden tezamen".
'Zo', dat betekent zoveel als 'dus', een conclusie. Het antwoord van Abraham was afdoende, al bleef veel onduidelijk. Maar Izak kon met zijn vader de toekomst aan. Ligt daar geen waardevolle overeenkomst met het Avondmaal? Als wij geroepen worden om onszelf te verloochenen, ons kruis dus op te nemen achter Christus aan, dan zijn echt niet alle vragen opgelost. Maar dan mogen wij, meer nog dan Izak, zeker weten dat de uitkomst goed zal zijn. Dat kost inderdaad zelfverloochening. Je zult maar met grote levensvragen rondlopen en geen antwoorden weten.
Wat mag het Avondmaal dan bij uitstek een bezegeling, verzekering, zijn dat de HEERE echt niets uit de hand loopt. Hij weet raad en jij komt waar Hij je hebben wil. Waar? "Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld." Herken je dat gebed uit Johannes 17? Wat een rijk gebed. En precies bij deze Heiland worden we aan tafel genodigd om nog eens ferm onderstreept te krijgen dat het écht waar is! Dat vervult mijn hart temeer met deemoed.

donderdag 30 juli 2015

De zonde als woekerplant in de stamboom


“En aan Henoch werd Hirad geboren; en Hirad gewon Mechujael; en Mechujael gewon Methusael; en Methusael gewon Lamech. En Lamech nam zich twee vrouwen; de naam van de eerste was Ada, en de naam van de andere Zilla.”
Genesis 4 : 18-19

Kaïn vlucht met zijn clan van God weg naar het land van Nod, 1880, Fernand Cormon (1845-1924)

Gisteren roerde ik de opvoeding van Henoch al aan. Wat brachten Kaïn en zijn vrouw over op hun kind(eren) en wat gaven die op hun beurt weer door aan hun nageslacht. We proberen iets te herleiden uit de naamgevingen van deze nazaten en zien tenslotte waar dit in Kaïns stamboom op uitloopt.

Henoch

Even een kleine stap terug naar gisteren. Henoch betekent ‘toewijding’. Wat Kaïn en zijn vrouw precies hebben bedoeld met die toewijding laat zich slechts raden. Te vrezen is dat deze Henoch qua toewijding in schril contrast stond met zijn verre naneef, de vader van Methusalem. Het hebreeuwse woord dat er voor Henoch staat, ‘חנוך’ (chanowk), houdt verband met het woord ‘חנך’ (chanak) dat 'inwijden' of 'opleiden' betekent. Dat woord komen we in die betekenis zo’n drie keer in de bijbel tegen én één keer als ‘beginselen leren’, Spreuken 22:6 Leer den jongen de eerste beginselen naar de eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.” Wat heet opvoeding?!
De vraag is: was Kaïn zo gefocused op opleiden, opvoeden en toewijden of gold dat meer voor Henoch zelf. Ik vermoed dat Henoch gekipt en gebroed was door Kaïn en zijn vrouw in een milieu dat zich van God afkeerde en probeerde het leven maakbaar en leefbaar te krijgen in eigen kracht. Laten we eens gaan kijken hoe Henoch zijn zoon gaat noemen.

Hirad

Henoch geeft hem de naam ‘עירד’ hirad of Irad, wat betekent ‘vloot’ en dat stamt van hetzelfde als ‘Harad’ dat ‘wilde ezel’ betekent. Daar ligt voor ons westerlingen weinig overeenkomst in; wellicht dat in het vervolg iets meer duidelijk wordt. Merkwaardig is dat Dächsel in zijn Bijbelverklaring de betekenis van Harad aangeeft als ‘stedeling’. Dat wekt de gedachte dat Henoch vooral bezig was zíjn stad te vullen. Gaf God de opdracht om vruchtbaar te zijn en te vermenigvuldigen en zo de aarde te vullen, maar Henoch boog dit bevel om tot het vullen van zíjn eigen stad. En dat vullen met stedelingen kan met een beetje fantasie gerelateerd worden aan ‘vloot’ of wellicht ‘kudde’. Henoch was de manager en achter hem manifesteerde zich een groeiende kudde wilde of vrijgevochten ezels; hoe wild een ezel ook is en hoe eigenwijs… in kuddeverband gehoorzaamt hij toch de aangeboren leider. Tenslotte zit er in het woord Hirad, blijkens een andere uitleg, ook de betekenis van ‘snel’. Een bepaalde gejaagdheid om het zelfgekozen doel te bereiken. We gaan door naar Hirads zoon.

Mechujaël

Volgens Dächsel is de betekenis van de naam van deze zoon, Machujaël, ‘door God getroffen’. Het lijkt alsof er zich een oordeel over de stad Henoch heeft voltrokken. Twee andere uitleggers noemen ‘geslagen door God’ of zelfs ‘weggevaagd door God’ als betekenis van Mechujaël. Slaat deze naam op Mechujaël zelf, of wellicht op de stad Henoch waarin hij woonde? En deze naam staat in schril contrast tot de naam die Mechujaël geeft aan zijn zoon.

Methúsaël

Droeg vader Mechujaël een oordeelsnaam, zijn zoon krijgt een naam die spreekt van oprichting: Methúsaël, dat is ‘man Gods’ of ‘behorend tot God’. Een bekering in het geslacht van Kaïn? Ik hoop het; hoewel Dächsel als alternatieve betekenis ook aangeeft: ‘de mens zelf God’. Daar schuift het beeld van Eva en Adam in het paradijs weer voor mijn ogen! En dat was ook helemaal het gedachtegoed van de voorvaders Kaïn en Henoch. Of… werd vader Mechujaël weer herinnerd aan het teken dat opa Kaïn droeg, waarmee God een stempel op Kaïn had gezet. Was de naam Methúsaël eigenlijk een in herinnering roepen van de authentieke roeping van de mens? Sprak God hier – zij het spaarzamelijk – in de clan van Kaïn, dat Hij de mens gemaakt had en dat die daarom bij Hem hoorde? Want wie behoort bij God, wie zich christen noemt, gedraagt zich nog niet per definitie als zodanig! Zonder bekering en wedergeboorte kun je hooguit een nette refo worden, maar meer ook niet. Kind van God wordt je door innerlijke verandering door het bloed van Christus dat alle zonde bedekt. Want hoezeer we deze clan misschien ook verafschuwen en neer willen zetten als ‘de wereld’, ze waren evenzeer afstammelingen van de eerste Adam als de nazaten van Seth. En ook zij moesten in de tweede Adam worden ingeënt. Het teken dat God aan Kaïn stelde was ten diepste toch ook een herinnering aan de moederbelofte, die wees op Christus en Zijn onmisbare offer. Door de zondeval behoorde de mens tot satan, of hij dat nu uitleefde of binnen wist te houden. Kort samengevat, de naam Methúsaël herinnert ons aan onze roeping om het beeld van God te dragen!

Lamech

Wat heeft het allemaal teweeg gebracht? Deze Methúsaël noemde zijn zoon, hoe dan ook, Lamech (betekent waarschijnlijk ‘tot vernedering’). Gold dit voor de vader of de zoon? Was Lamech in heel zijn vulgaire leven een vernedering voor zijn vader, die evenals Eli later, God wel diende, maar zijn kinderen niet kon beteugelen en corrigeren? Of leidde het leven van Lamech slechts voor hemzelf tot vernedering? Ik vrees dat het de eerste betekenis heeft. Want Dächsel tekent bij ‘Lamech’ aan dat zijn naam ook ‘krachtige jongeling’ betekent. Ook Strong geeft aan dat – hoewel de betekenis van Lamech of Lemek onduidelijk is – er iets van ‘krachtig’ in de betekenis van deze naam zit. En zo wordt hij in de volgende verzen ook getekend: een snoevende krachtpatser die voor de duvel niet bang lijkt te zijn. Grote taal maar ten diepste gebakken lucht, zeker in het licht van de Jongste Dag! Dan zal namelijk de vernedering definitief en eeuwig zijn. Een knarsetandende vernedering, waarvoor we in de naam Lamech toch ook worden gewaarschuwd!

Woekerplant

Hoewel we enige hoop kregen bij de naamgeving van Methúsaël, lijkt de wetteloosheid en de grootspraak door te woekeren. Ja, de mens maakt zichzelf meer en meer tot wet; en al wie tegen deze ongebondenheid zich stelt zal door Lamech in de pan worden gehakt. Toon Hermans maakte eens een liedje over de zogenaamde heilstaat, waarin ieder vrij was om te doen wat hij of zij wilde; en waar geen geweld meer zou bestaan. Hij eindigde het liedje met de ironische woorden dat ieder die zich tegen dit vredelievende gedachtegoed van een heilstaat verzette, eigenhandig door de zanger zou worden doodgeslagen. De knipoog was natuurlijk duidelijk. Ook democratie en vrijheid van meningsuiting is een vorm van dictatuur, net als het communisme! De mens is niet meer in staat vrijheid te creëren en te onderhouden.

Kijk wat Lamech doet: hij neemt zich twee vrouwen, tegen Gods bevel en inzetting in. Daarmee doorbrak hij als eerste dat een vrouw de volle aandacht van haar man krijgt en zij zich bij hem veilig weet. Lamech introduceerde de rivaliteit binnen het huwelijk, om er zelf beter van te worden. Maar daarmee realiseerde hij ook de fake-houding van zijn vrouwen om zich bij hem in het gevlei te brengen of zich het meest aantrekkelijk te maken. Zijn vrouwen zullen op rivaliserende wijze zich hebben opgemaakt om Lamechs aandacht te trekken; liefde werd zo ten diepste eigenbelang van zowel Lamech als van elke van zijn vrouwen! Of… zouden ze een verhouding hebben gehad als die van kunstenaar Anton Heyboer, die wel vier vrouwen had en een soort spirituele commune-achtig huishouding probeerde te creëren, maar het begrip liefde tot een misvormd gedrocht verdierf? Ada betekent ‘sieraad’ of ‘sierlijke’ en Zilla betekent ‘schaduw’ of ‘beschaduwde’ (zie ook de afbeelding hieronder, waarop Zilla een soort paraplu van bladeren draagt).

Lamech en zijn twee vrouwen Ada en Zilla, 1583, Maarten de Vos.
Let daar ook op de kleine kinderen Jabal en Tubal-Kaïn, rechtsvooraan en Jubal linksvooraan. En let op de vallei en de stad Henoch; hoe zouden Kaïn en zijn vrouw tegen dit tafereel – de vrucht van hun opvoeding – hebben aangekeken?

Letterlijk zit er een grote schaduwkant aan (zinnelijke) sierlijkheid. De vrouw wordt geroepen zich versieren voor haar eigen man en de man is geroepen zich in zijn eigen vrouw te verlustigen; dat biedt perspectief voor een sprankelend en groeiend huwelijksleven, zelfs tot op hoge leeftijd.

Ik zie zo’n zelfde houding als die in het huis van Lamech vandaag de dag ook in het bedrijfsleven! Waar mensen trappen naar beneden en likken naar boven, om zelf beter in beeld te komen. Men werkt zich suf om het LinkedIn-profiel zo interessant, lekker en aanlokkelijk mogelijk te maken; men kan ook niet anders, want zo wil het bedrijfsleven tegenwoordig dat er geprofileerd wordt. De gepassioneerde houding voor het beroep en het bedrijf is slechts een fake-houding aan het worden. Veel directies zijn er slechts op uit om middels rivaliteit het uiterste uit hun personeel te halen; eenrichtingverkeer in veel gevallen! En in de relationele sfeer en de huwelijkse scene is de trend van ‘second love’ misschien wel prikkelend en uitdagend, de sleur uitbannend, maar helaas is zo elk verbond van trouw slechts een fake-buitenkant. Je weet niet meer of er trouw is en op den duur weet het nageslacht niet meer wát trouw is.
Wat is het nodig dat we ons daar bewust van zijn en dat we dit onze kinderen ‘inscherpen’ en erin ‘onderwijzen’ (om de naam Henoch op deze wijze uit te leggen). Wat is het nodig dat onze kinderen geen ‘stedelingen’ of passieve ‘vloot’ navolgers vormen, maar dat zij als levende takken over onze ‘muur’ lopen (zie Jacobs zegen aan Jozef in Genesis 49:22). Dat zij Methúsaëls zijn, eigendommen van God. Ik eindig met die bijzonder passende woorden van Psalm 128, waarin wij als mannen worden opgeroepen om de HEERE van harte te dienen en te vrezen en in Zijn heilzame wegen te wandelen:

"Uw huisvrouw zal wezen als een vruchtbare wijnstok aan de zijden van uw huis; uw kinderen als olijfplanten rondom uw tafel. Ziet, alzo zal zekerlijk die man gezegend worden, die den HEERE vreest. De HEERE zal u zegenen uit Sion, en gij zult het goede van Jeruzalem aanschouwen al de dagen uws levens; en gij zult uw kindskinderen zien. Vrede over Israël!"
Shalom!

woensdag 29 juli 2015

Geboortedag - verjaardag - gedenkdag

Stilleven met bijbel, Vincent van Gogh, 1885

"En Kaïn bekende zijn huisvrouw, en zij werd bevrucht en baarde Henoch;
en hij bouwde een stad, en noemde den naam dier stad naar den naam zijns zoons, Henoch."
 
Genesis 4 : 17

Het graf van Vincent van Gogh en van zijn broer Theo op de begraafplaats van Auvers-sur-Oise

Vandaag is het de 125e sterfdag van Vincent van Gogh. En mijn 46e verjaardag. En vandaag staan we stil bij de geboorte van Henoch, de zoon van de zwerver Kaïn die een stad aan het bouwen was, terwijl zijn vrouw in het kraambed lag. Drie bijzondere lijnen die ik bijeen wil brengen in deze overdenking.

De gedenkdag

Vandaag, 125 geleden, kwam er een einde aan het rusteloze leven van Vincent van Gogh. Er zal wel altijd enige sluier over het einde van zijn leven blijven liggen. Sinds enige tijd ben geïnteresseerd in zijn leven, zijn werk en onlangs bezocht ik een tentoonstelling van zijn werk in het Kröller-Müller museum: Vincent & Co. Wat moet er zich allemaal hebben afgespeeld in zijn hoofd! Ik probeerde daar iets van te ontdekken, in de soms woeste penseelstreken en in vooral de dikte van zijn verf. Daarnaast is er ook de gedetailleerdheid van zijn tekeningen.
Bij al dat moois, indrukwekkends en kunstzinnige vandaag dan toch deze aangrijpende gedenkdag. Vincent was zelfs enige tijd prediker van het Woord, maar koos uiteindelijk toch voor de prediking in beeld. Hij was de rusteloze, die van stad tot stad trok; moeite had met contacten en balanceerde tussen geluk en uitzichtloosheid. Hij vond balans in zijn schilder- en tekenwerk; maar altijd weer slechts voor korte tijd.

Kaïn was even rusteloos. In tegenstelling tot Vincent droeg hij een onrustig geweten in zich mee. Waar hij ook heen vluchtte, dat geweten nam hij mee. In de zoektocht naar een veilige plek, vond hij in Nod een locatie waar hij zich wilde settelen. Hij bouwde met de zijnen hutten en ommuurde die met pallisaden. Tijdens de bouw wordt daar – misschien wel gelijk met zijn broertje Seth – een jongen geboren in het gezin van Kaïn en zijn vrouw. Op de dag dat hij zijn naam ontvangt, krijgt hij de naam 'Henoch': gewijde of toegewijding.

Een verjaardag voert je altijd weer terug naar de dag van je geboorte. Je bedenkt de trouw van de HEERE aan jou betoond. Maar soms sta je ook stil bij het moment waarop je ouders voor het eerst jouw naam noemden en verbonden met jou leven. Wat bewoog hen? Wie of wat wilden ze in die naam leggen. Ik ben naar mijn opa van moeders kant vernoemd (Leendert Hendrik de Mik), die op zijn beurt weer naar zijn beide opa's was vernoemd (Leendert de Mik en Hendrik Verwaal). Namen zijn niet om het even; ik kom daar, wat Henoch betreft, nog op terug. Gedenken is waardevol; het liefst in stilte met God en wat mij betreft enkel met mijn gezin als geheel erbij. Ik hoef niet zo nodig al die drukte… dan schiet het gedenken er zo vaak bij in. En vandaag eveneens stilstaan bij Vincent van Gogh, de beelden van zijn schilderijen langs laten komen (er komt trouwens een Van Gogh-bijbel uit binnenkort) is ook zeker een waardevolle en rustgevende gedachte.

Ophaalbrug in Nieuw-Amsterdam, Vincent van Gogh, 1883

De kunstenaar

Was Van Gogh een kunstenaar? Over smaak valt te twisten en ik moet zeggen dat ik lang niet alles van hem mooi vind; sterker nog ik vind veel van hem eerder aangrijpend dan schoon, zoals ik Henk Helmantels werk wél schoon vind! Er is bij Van Gogh iets dat dieper gaat dan alleen schoonheid. Je beleeft de worsteling in zijn werk. Die zit bij Helmantel verborgen achter het schier fotografisch schone.

Sterrennacht boven de Rhone, Vincent van Gogh, 1888
 Maar Kaïn was eveneens een kunstenaar. Op zijn manier een levenskunstenaar in de betekenis van 'pluk de dag' en 'vergeet wat was', maar vooral 'denk niet aan morgen'. Was Van Gogh zich terdege bewust van de eeuwigheid en Gods toekomst, Kaïn wilde met alle geweld een eigen rijk opbouwen, alsof hij hier het eeuwige leven had. Een stad bouwen. Het ging hem blijkbaar te ver om die naar zijn eigen naam te noemen. Hij noemde zijn zoon ook niet naar deze stad, maar hij noemde de stad naar zijn zoon! Fijntjes merken de kanttekenaren op dat de aartsvaders in tenten woonden – als teken van hun vergankelijk en tijdelijk verblijf hier op aarde en als teken van hun kwetsbaarheid die noopte tot het voortdurend Gods bescherming zoeken – en niet in steden. Jesaja zal later de Rechabieten als voorbeeld voor Israël stellen; zij waren een soort Amish temidden van het gesettelde volk Israël dat zich stenen huizen bouwde en vaste steden.

De nazaten van Kaïn werden door eenzelfde geest aangevuurd als hun stamvader. Zij werden mannen van naam, reuzen zelfs. Autokraten, arristocraten en magnaten. Nimrod zou een geweldig jager worden. Nog weer eeuwen later – en dat waren dan geen nazaten van Kaïn maar van Noach, helaas – zou in Babel een stad en toren verrijzen die zijns gelijken niet had gehad; het Dubai van de oudheid.
Men wilde, in de geest van Kaïn, zichzelf een naam maken; om maar vooral iets te zijn. Want ja, als God je geen nieuwe naam zal geven, dan moet je zelf zien een naam te maken; en nog wel ín dit leven. O, arm bestaan! En vooral ook onveilig bestaan. Kaïn moet zich dat diepweg bewust zijn geweest. Vandaar die hang naar veiligheid en ommuring. Het gevaar buiten… God ook buiten.

Een kunstenaar die echt alleen leeft voor de kunst, is minder bezig met zichzelf een naam te maken. In het leven van Vincent van Gogh was er maar spaarzamenlijk oog voor zijn werk; dat kwam vooral na zijn dood. En zo gaat dat vaak. Van die eer en van dat opzienbarende kun je niet leven tijdens je leven. Daar zullen anderen hun financiële voordeel mee doen. Met welke intentie vergaren wij op aarde onze bezittingen en verzamelingen? We hebben hier hoe dan ook geen blijvende stad. Kaïn meende dat het nog wel mee zou vallen, zoals veel dictators dat ook na hem deden. Ze richtten een rijk op alsof ze het eeuwige leven hadden. Ze waren toegewijd aan zichzelf, desnoods over lijken. Was dat misschien de achtergrond van Henochs naam?

De opvoeding

Heb je weleens een preek over Henoch gehoord? Ja, over die andere Henoch, die nazaat van Seth en de vader van de stokoude Methusalem. Hij die evenveel jaar werd als wij dagen in een jaar hebben zitten. Die wandelde met God. Maar de Henoch uit onze tekst? Vreemd, want vanuit deze jongen zouden best heel leerzame lessen voor de opvoeding van onze kinderen te trekken zijn.

Scharrendrogerij in Scheveningen, Vincent van Gogh, 1882
Als God in de Tien Geboden zegt dat Hij de verachting van Zijn heilige Naam zal wreken tot in het derde of vierde geslacht, betekent dat niet dat de klein- en achterkleinkinderen moeten opdraaien voor de zonden van hun voorvaderen. Het betekent dat onze visie van directe invloed is op zowel onze kinderen, klein- als achterkleinkinderen. Genade is geen erfgoed, maar we brengen wel iets over van het beeld dat wij van God hebben. Is dat negatief, dan moeten we er vooral niet van opkijken dat onze kinderen en kleinkinderen de dienst aan de HEERE vaarwel zeggen. Dat neemt niet weg dat God toch weer kan ingrijpen in een geslachtslijn die van Hem is afgeweken!

Wat Henoch betreft: welk beeld van God zal hij door zijn vader hebben gekregen? En wat voegde zijn moeder daarin toe? Laten we nog een stapje terug doen. In onze tekst lezen we dat Kaïn gemeenschap had met zijn vrouw. Zij deelde het bed met een moordenaar! Zij is met hem meegetrokken, weg van de clan van Adam en Eva. Abel was toch ook haar broer of oom? Hoe zou zij tegen Abel en de dienst aan de HEERE hebben aangekeken? De man zal in zijn visie wat worden bijgeslepen door zijn vrouw, maar de vrouw zal haar visie ook bijstellen, als ze voortdurend kijkt door de bril van haar man. Dat kan zegenrijk zijn, maar dat kan ook negatief uitpakken. Gemeenschap heb je niet alleen op sexueel terrein; dat heb je in eerste instantie op sociaal en relationeel terrein, waaruit het sexuele als ultieme kroon volgt. Man en vrouwen groeien – ook na hun trouwdag – meer en meer naar elkaar toe. Men zegt weleens dat een man en een vrouw uiterlijk zelfs op elkaar gaan lijken, naar mate ze ouder worden en langer met elkaar optrekken. Ik geloof dat dat tot op zekere hoogte waar is.
Zo zal het ook gaan met de kinderen: ze gaan lijken op hun ouders. Ze leren de dingen zien en waarderen zoals hun ouders dat doen.
Henoch had bij zijn geboorte als het ware al naam gemaakt. Als hij loopt door de straten van de stad die naar hem is genoemd, moet hij sterk in zijn schoenen staan, wil hij niet vallen voor trots en hoogmoed. Zijn vader eerde hem; de stad was als het ware een geboortecadeau aan hem. Kaïn zal hem de kneepjes van het bouwersvak hebben geleerd en hebben gewezen op het belang van autonomie en veiligheid en hoe je dat middels sterke muren en grootsheid kan bereiken of zelfs afdwingen. En Henoch zal het zíjn kinderen weer hebben doorgegeven. Welke rol speelde God dus in het leven het nageslacht van deze Henoch? Te vrezen is dat de HEERE slechts behoorde tot de dingen van vroeger; God was iets dat hoorde bij de clan van Adam en Eva en van Seth. Maar hier in de stad Henoch zien we die dingen anders, ruimer en vooral beter… Voortschrijdend inzicht, nietwaar?

Amandelbloesem, Vincent van Gogh, 1890
geschilderd als geboortecadeau voor zijn neefje en naamgenoot, het zoontje van zijn broer Theo en schoonzus Jo


Henoch groeide op temidden van grote monden (Lamech), innoverende geniën (Tubal Kaïn), rusteloze harde werkers (Jabal) en kunstzinnige artistiekelingen (Jubal). Allen gericht op een duurzaam en geriefelijk bestaan. Duurzaamheid; daar staat onze tijd ook bol van. En begrijp me goed, als duurzaamheid wordt ingezet om het milieu en de schepping van God te sparen en beter te beheren dan is daar niets mis mee. Maar als duurzaamheid gericht is op vastigheid in ons aards bestaan, dan is ze triest en blind voor de werkelijkheid. We hebben hier geen duurzame stad, maar we verwachten de stad die duurzame fundamenten heeft, waarvan God de Kunstenaar en Bouwmeester is.

De armen en het geld, Vincent van Gogh, 1882
En neem van mij aan dat, wanneer we deze stad met eigen ogen mogen zien, dan elk beeld van aardse grootsheid, macht en schoonheid zal verbleken. Dit zal een weergaloze en onbeschrijfelijk heerlijkheid zijn. Die moet je niet enkel uit boekjes vernemen, maar met eigen ogen willen zien. Stempelt deze Kunstenaar en Bouwmeester ook jouw opvoeding (zowel de passieve als actieve)? En ben je Hem toegewijd door genade? Dan ligt er een eeuwige toekomst open voor je, die elke vorm van duurzaamheid zal overtreffen. Let er maar op: de helft is je nog niet aangezegd!