Posts tonen met het label zonde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zonde. Alle posts tonen

dinsdag 30 januari 2018

Twee vrienden en het verbond met de HEERE

De vriend van de gezalfde - I

Doe dan barmhartigheid aan uw knecht, want gij hebt uw knecht in een verbond des HEEREN met u gebracht; maar is er een misdaad in mij, zo dood gij mij; waarom zoudt gij mij toch tot uw vader brengen?
Toen zeide Jónathan: Dat zij verre van u. Maar indien ik zekerlijk merkte, dat dit kwaad bij mijn vader ten volle besloten ware, dat het u zou ­overkomen, zou ik dat u dan niet te kennen geven?
1 Samuël 20 : 8 en 9



De twee zwagers staan bij elkaar. De spanning hangt in de lucht boven het paleis. Althans, dat voorvoelt David. Jonathan wil er eigenlijk niet aan… Daarom maken ze een plan en proberen zo helder te krijgen hoe (schoon)vader Saul erin staat. Tot die tijd houdt David zich schuil. Je vraagt je wel even af: waar is Michal? Hoe zal zij deze onzekere tijden hebben doorleefd? Heeft haar vader haar gevangen gezet? Saul zal haar namelijk later uithuwelijken aan “Palti, den zoon van Lais, die van Gallim was” (1 Sam. 25 : 44).

Het is opmerkelijk dat deze twee hartsvrienden toch enige ongelijkheid laten zien. David is weliswaar gezalfd door de HEERE, maar hij beschouwt zijn vriend en zwager nog steeds als de kroonprins. Hij wist immers niet wanneer en hoe de HEERE hem het koninkrijk zou geven?! David beseft ook zijn kwetsbare positie en de broosheid van hun vriendschap. Nou, broosheid… de vriendschap staat onder druk, omdat David vermoedt dat Jonathans vader kwalijke plannen smeedt!
Dat is een risico voor elk soort vriendschap. Je kunt kwalijke en ongrijpbare tactieken vermoeden, maar als je je vinger er niet op kunt leggen, moet je maar afwachten of anderen je geloven. Of anderen het ook zo zien. En zo niet, wat dan? Moet je anderen dan gaan overtuigen of houdt het gebod van God (“Gij zult geen vals getuigenis geven…”) dan toch in dat je er niets over communiceert, omdat je anders niet het ‘voordeel van die (kwaadwillende) ander’ bevordert?
Eigenbelang is een lastig ding. Het beïnvloedt heel snel je reine visie op de zaak en het beoogde doel: de lof aan de HEERE. Kijk, David had alle reden om Saul uit de weg te ruimen, omdat Saul anders hém uit de weg zou ruimen. David is niet zo naïef dat hij gewoon naar het paleis gaat en zegt: “Als de HEERE wil dat ik koning wordt, dan zal Hij me ook wel beschermen.” Je moet ook je verstand gebruiken. Maar hoe krijgt hij Jonathan zover dat die het probleem óók doorziet?

David beroept zich tegenover Jonathan op het verbond met de HEERE. Sterker nog, hij attendeert Jonathan erop dat díe hem in het verbond met de HEERE heeft betrokken: “…want gij hebt uw knecht in een verbond des HEEREN met u gebracht…” Voor Gods aangezicht weet David zich begrepen, veilig en oprecht. Daarom durft hij ook te zeggen tegen Jonathan: “Als ik een misdaad op mijn geweten heb (en hij laat in het midden wáár die misdaad, die zonden, dan uit zouden bestaan), doodt me dan hier ter plekke! Maar breng me niet bij die onrechtvaardige rechter Saul.” David klampt zich hier aan zijn vriend vast, want hij weet dat díe weet dat David oprecht en onschuldig is.
Dat laat Jonathan dan ook snel weten: “Dat nooit! Ik jou doden? Nee, daarvoor ben je mij te dierbaar, vriend en zwager! Ik ken je goed genoeg om te weten dat jij niets hebt misdaan.” Helaas zegt Jonathan er nog niet bij dat het probleem dan dus bij zijn vader ligt. Hij hoopt er nog steeds op dat David het mis heeft. Is dat ‘lief’-zijn? Is dat ‘het voordeel van de twijfel geven’? Is dat ‘tot het uiterste gaan om iemand tot redelijkheid te bewegen’? Of is dat toch zwakheid en ongeloof?

Want wees nu eerlijk! Jonathan kende zijn vader nu toch wel zo onderhand? Al die feiten die we hier in de voorgaande hoofdstukken de revue hebben laten passeren heeft Jonathan toch ook meegemaakt en kunnen beoordelen? Jonathan heeft toch al lang zijn conclusies kunnen trekken? Waarom kijkt hij weg? Waarom toont hij zich zo afwachtend, zo weinig de held die hij in het begin was? Zijn vader werd behekst door een boze geest van God, maar is de kracht van de Heilige Geest misschien ook van hem verdwenen? Is het vuur weg en mist hij de kracht en overredingskracht die hoort bij het werk van de Geest?

Dat kan vandaag de dag nog steeds zo gaan. Je komt in een situatie te staan, waarin je dacht medestanders te hebben voor de zaak van Christus, maar opeens blijken die zogenaamde ‘mede­standers’ verdwenen. Ze deinzen terug voor de conclusie en de consequenties. Ze zeggen wel stellige dingen, maar brengen die niet tot uitvoer. Op dát moment spelen er dingen op de achtergrond mee die onzichtbaar maar wel voelbaar. Niet iedereen is blijkbaar in staat om karakter te tonen. Hoewel je daar rekening mee moet houden is het wel fnuikend.
Te weinig mensen hebben een eigen en goed onderbouwde mening. Te veel mensen laten zich leiden door wat ze zien, horen en voelen en maken dán hun afwegingen. Vooral het gevoel: “Het zal toch niet zo zijn dat…” of “Ik kan me niet voorstellen dat…” Het moge duidelijk zijn dat ons voorstellingsvermogen een zeer onbetrouwbaar object is. Hierin is David voor Jonathan wel een confronterend ­voorbeeld. David herinnert zijn maatje aan het verbond dat ze samen voor Gods aangezicht sloten. Maar ook daar gaat Jonathan niet op in. Hij laat zich leiden door aantoonbare feiten en voorvallen. Hij ontkent niet, maar hij beaamt ook niet. Hij richt zich niet op de HEERE, maar komt slechts met een plan de campagne: ik ga mijn vader op de proef stellen, zodat duidelijk zal worden wat zijn motief is. Maar diep van binnen blijft hij hopen dat David ongelijk heeft. Daarom maakt het David ook niet gerust!

vrijdag 26 augustus 2016

Wát raakte Jozef in het spijtbetoog van zijn broers?

"Zo zult gij tot Jozef zeggen: Ei, vergeef toch de overtreding uwer broederen, en hun zonde; want zij hebben u kwaad aangedaan; maar nu vergeef toch de overtreding der dienaren van den God uws vaders! En Jozef weende, als zij tot hem spraken."
Genesis 50 : 17

Pleading (pleiten), Manie Connoway (geboren in 1950; woont in Graskop, Zuid-Afrika), brons, 1000x20mm

Dat de broers niet zélf in eerste instantie bij Jozef kwamen – zie vers 18 waar staat: “Daarna kwamen ook zijn broeders…” – mag hen verweten worden. Maar niet dat ze een verkeerde weg bewandelden ín hun verzoek. We kunnen ook anno 2016 dezelfde lijnen en lessen trekken.  Laten we de broers dit keer maar in een wat positiever daglicht stellen en zien wat dat bij Jozef teweeg bracht.

In deze geschiedenis beginnen vanaf hier steeds meer lijnen op te doemen van het geestelijk leven. Laten we niet doorslaan, maar met enige voorzichtigheid kunnen we in deze tekst ook een advies en een stimulans lezen voor ons gebedsleven. En tegelijk zien we ook zondaren die zich indirect – middels knechten of juist hogere hoflieden – wenden tot de 'troon der genade'. Er tekent zich een drang af om de relatie weer goed te krijgen tussen de broers en hun koninklijke broeder. Wat het ook was dat hen deed aarzelen om in eerste instantie zélf naar Jozef te gaan, gesteld kan worden dát ze gingen. En dat zou velen in de kerk ertoe moeten aanzetten om ook vasthoudend en vastbesloten te zijn in hun gebed tot God.

Pleiten

Door de preek van afgelopen zondag vanuit Psalm 119 – waar David pleitte op Gods barmhartigheden die velen waren én op Zijn belofte – werd ik in Genesis 50 vers 17 met eenzelfde gebedshouding geconfronteerd. Ook de broers pleitten bij Jozef. Ze citeren hun vader, die hen de woorden in de mond had gelegd (aldus hun verslag) en alleen al daarom is er verwachting. Zou Jozef hén niet willen horen, dan zou hij toch in ieder geval zijn vader wél willen horen. Nu zijn vader er echter niet meer is, moeten deze woorden posthume toch dezelfde uitwerking hebben in zijn hart. Het is ons duidelijk dat de broers zelf – dankzij hun kwade geweten en hun slechte gedachten over Jozef – weinig hoop hadden om te worden gehoord. En tóch gaan ze!
Pleiten als een rechteloze is een vaak onbegrepen activiteit. De doorsnee mens reageert: "Wat heeft het dan voor zin? Ik weet toch wel hoe het antwoord zal zijn." Ook in de kerk, helaas. Dat geeft ook aan hoe men tegen God aankijkt. Men maakt een menselijk beeld van Hem en denkt dat Hij zal reageren zoals elk mens dat zou doen. Maar, wees eerlijk, dat wij elke morgen wakker worden, geeft toch al aan dat de HEERE lankmoediger is dan welk mens ook? Als we nu van elke dag moeten belijden dat die vol zonde en kwade gedachten, woorden en werken zit (en dat elke dag weer opnieuw), kunnen we het dan nog vanzelfsprekend vinden dat God ons elke morgen weer een nieuwe dag geeft? Ik zou willen dat we meer oog hadden voor Gods werkelijke karakter, dan van ons godsbeeld (dat vaak een karikatuur is). In die zin zijn in reformatorische kringen nog veel restanten van het roomse zuurdeeg te vinden: alsof wij met onze zondenkennis iets zouden kunnen toevoegen aan onze zaligheid of iets zouden kunnen bewegen ín God! Het gaat daarom ook niet om de zondenkennis op zich, maar om de uitwerking, de vrucht. En die is niet 'mishagen van mijzelf' of welke zelfkrenking ook, maar die is: "Ik moet Jezus hebben" en "Hoe komt God weer aan Zijn eer". Hij is de grote Voorspraak bij de Vader. Zonder Hem zal het niet gaan en toch… dankzij Hem mogen we vrij tot God de Vader gaan. Laten we dat ook nooit vergeten!

Spijten

De broers zetten hun pleitrede aan het slot nog extra kracht bij door niet alleen hun vaders woorden te citeren, maar ook hun verbondenheid in God te onderstrepen. Zij noemen zich naar Jozef toe "dienaren van den God uws vaders". Waarom doen ze dat? De Kanttekeningen leggen hierbij uit: "Die denzelfden God met u dienen, Die ons bevolen heeft elkander de misdaden te vergeven, gelijk wij begeren, dat Hij ons genadig is."
Vragen om vergeving kan uiteraard niet zonder spijt. Kinderen kunnen soms zo vlug 'sorry' zeggen dat je je afvraagt of ze wel beseffen wat ze hebben misdaan. Wel, grote mensen begaan diezelfde fout. Sorry zeggen om van gezeur en problemen af te zijn is geen echt excuses maken. Daarentegen hoeven we ook geen hele voorstelling op te voeren als bewijsmateriaal voor onze welmenendheid. Gek genoeg vragen we dat wel heel vaak van de HEERE. We trekken voortdurend Zijn welmenendheid in twijfel. Er zijn zelfs hele kerkgenootschappen die Gods welmenendheid ontkennen! Zo diep ingevreten zit de goddeloosheid in de mens (ook de godsdienstige mens).
Er zijn mensen die het 'Onze Vader' niet willen bidden, omdat ze vinden dat je God niet zomaar 'jouw Vader' mag noemen. Ze zeggen dan: dit was een gebed van Jezus; Hij mocht dat zeggen. Maar let eens op wat Jezus verderop zegt: "Vergeef ons (?) onze schulden, gelijke ook wij vergeven onze schuldenaren". Mogen we dat ook niet bidden? Dan is dit gebed een leugen, immers, Jezus heeft nooit zonden gedaan en dus ook geen schuld bij Zijn Vader gemaakt. Laten we Jezus' woorden maar even nauwgezet en serieus naspreken als de broers doen met de woorden van hun vader Jacob.
En laten we ook maar net zo berouwvol onze zonde belijden: "Vergeef toch de overtreding uwer broederen, en hun zonde; want zij hebben U kwaad aangedaan; maar nu vergeef toch…" Waar de broers mee aankwamen zetten was 'kwaad gedaan' en waar ze om vroegen was tot tweemaal toe 'vergeef toch'.
Was er voor de broers reden om dat aan Jozef te vragen? Hoe wisten ze dat er een mogelijkheid bestond dat Jozef géén wraak zou nemen? Misschien heb je je die vraag nooit gesteld, maar laten we daar toch kort over nadenken en een aantal dingen op een rijtje zetten die we vooral in Genesis 45 vinden:
  • Jozefs eerste verlangen na zijn bekendmaking ging uit naar zijn vader, die hen nu deze woorden in de mond heeft gelegd (vers 3);
  • Jozef opende zelf de deur naar vergeving, met de woorden "nadert tot mij … en weest niet bekommerd" (vers 4 en 5);
  • Jozef liet zijn aanbidding van Gods wonderlijke reddingsplan direct verkondigen: hij zou de behouder des levens voor hen en voor zichzelf zijn (vers 7);
  • hij ontneemt hen de schuld (niet jullie deden dat), door het aan te merken als Gods actieve daad (maar God deed dit…) (vers 8);
  • Jozef had hen vruchtbaar land en woningen gegeven in Gosen, dat staat toch haaks op wraak? (vers 9-11);
  • hij had zijn eigen woorden waar gemaakt die hij op merkwaardige manier had onderstreept: "jullie en mijn broer Benjamin hebben kunnen zíen dat mijn mond het heeft gesproken" (vers 12).
Farao had er nog een schepje bovenop gedaan uit pure blijdschap voor Jozef (vers 16-22) en om diens getuigenis maar kracht bij te zetten, zodat de broers (en vader Jacob) zouden vertrouwen op Jozefs bedoelingen. Na afloop van die intense en bewogen openbaring hebben Jozef en de broers elkaar diep en lang gesproken, onder veel tranen (in ieder geval van de kant van Jozef). En dat laatste gebeurt nu weer.

Krijten

Er blijft nog een vraag over: waarom huilt Jozef nu opnieuw? Wat raakte hem in het verzoek van de broers? Bedenk daarbij dat die broers nog steeds niet lijfelijk voor hem stonden! Naast het feit dat ze hun ootmoedig verzoek indirect (dus zeer terughoudend, maar wel met de grootste slagingskans) aan Jozef overbrachten, moet het ook het feit zijn geweest dat ze hun woorden niet van gestalten wilden vergezellen. Ze wilden dat Jozef hun verzoek objectief in overweging zou nemen. Geen gekronkel, gezucht en gesteun; geen 'kijk mij eens diep in het stof bijten' of 'o, o wat verfoei ik mijzelf toch". Jozef kreeg geen illustratie bij de woorden. Hij had dus de mogelijkheid om zich er van alles bij voor te stellen (en zo liepen de broers het risico dat een snelle vlaag van haat in hem zou kunnen opwellen, zonder dat ze hem konden bedaren). Geen ruis op de lijn dus.
Ook zullen hem de kernwoorden én de bezittelijke voornaamwoorden uit hun verzoek geraakt hebben: "de overtreding van uw broers", "hun zonde", "zij hebben u kwaad aangedaan" en "de overtreding van de dienaren van uw vaders God". Belangrijke kernwoorden 'zonde', 'overtreding' en 'kwaad', maar vooral dat zij die op zichzelf betrokken: ze namen de schuld op zich!

Maar het meest zullen hem die laatste woorden hebben geraakt, waarin de broers belijden dat ze dienaars van dezelfde God zijn als Jozef. Denk je niet dat dat hem diep heeft geraakt? Hij had er vroeger altijd zo'n verdriet van gehad dat zijn broers spotten en grove taal bezigden (Genesis 37 : 2). De broers – en het is te vrezen dat ook Juda daarbij moet worden gerekend – lieten uit heel hun handel en wandel zien dat ze de God van hun vaderen Abraham, Izaäk en Jacob niet werkelijk dienden. En nu, na al die ingrijpende gebeurtenissen, leggen ze deze belijdenis af! Zou dat geen vreugde hebben gegeven in het hart van Jozef? Zelfs gedurende die 17 jaar in Gosen hadden die woorden niet geklonken. Het kan soms lang – eigenlijk veel te lang – duren voordat mensen tot belijdenis komen en voordat het tot een werkelijke doorbraak komt. Veel goede levensjaren zijn er verloren gegaan; veel goede krachten zijn verkwist. De HEERE kreeg alleen het overschot van hun leven, maar toch… het was nog op tijd!

  1. Wat doet het met je als iemand tot een bewuster kerkelijk en geestelijk leven komt na verloop van vele jaren? Wellicht heb je hem of haar ook in slechter doen gekend en komen die herinneringen bij je boven; hoe ga je daarmee om?
  2. Herken je iets van de vreugdetranen van Jozef?
  3. Hoe moeilijk vind jij het om mensen te vergeven die jou persoonlijk kwaad hebben aangedaan?

zaterdag 7 november 2015

Kan Jezus moe worden?

Wat Jezus' vermoeidheid ons te zeggen heeft

"Jezus dan, vermoeid zijnde van de reize, zat alzo neder nevens de fontein.
Het was omtrent de zesde ure."
Johannes 4 : 6b


Veel jongeren hebben moeite met het goed verdelen van hun tijd en energie. Ouderen hebben dat iets beter leren uitbalanceren, geleerd door schade en schande. Onze tijd staat bol van druk en stress en wordt veel van je verwacht, maar je wordt – ondanks je inzet – net zo gemakkelijk aan de kant gezet wanneer je overbodig of te duur bent in het arbeidsproces. Managers passen er voor om te investeren in mensen als het niet snel genoeg geld op levert. Oudere werknemers zijn daar regelmatig de dupe van. 'Gelukkig' mogen ze nu helemaal tot hun 67e of misschien zelfs hun 70e wachten tot hun pensioengerechtigde leeftijd aanbreekt. En al die tijd belanden bosjes oudere werknemers in de bijstand om te worden bekostigd door een steeds afnemend aantal werkenden. En je denkt: ergens gaat er iets mis in ons hedendaagse denken!

Moe van de werkdruk

Zingeving in het arbeidsproces, het gevoel krijgen dat je er toe doet, begint in onze dagen een serieus probleem te worden. Werd je vroeger ontslagen omdat je niet goed functioneerde, nu wordt je met het grootste gemak aan de kant gezet, het uwv-bos in gestuurd, omdat men je even niet kan gebruiken. Geen goodwill, geen dank voor gedane werk en inzet, je ben vaak een machine die je aanzet als je hem wilt gebruiken; maar die je even zo gemakkelijk weer uitzet als hij even niet nodig is. Ja, rustig op marktplaats zet of naar het grof vuil brengt, omdat hij in de weg staat.
Desalniettemin wordt de werkdruk opgevoerd. Uren moeten zich dubbel verlonen voor het grote geld, waar je als werknemer weinig van terugziet. Investeringsgelden verdwijnen in heel andere potjes dan in het bedrijfsinvesteringsfonds. Snel geld verdienen… en zó flexibel zijn dat je sociale leven en de dienstbaarheid in het Koninkrijk Gods een bijna onmogelijkheid worden.
Jongeren hebben nog weinig om op terug te zien; weinig referentiemateriaal uit het verleden, waardoor ze de forse werkdruk al vanzelfsprekend beschouwen. Geen scepsis. Maar als het werk teveel wordt, daalt de interesse van werkgevers. Je blijkt toch niet zo veelbelovend te zijn. Je bleek toch niet de put waaruit ze oneindig konden putten.
Bij zo'n niet-oneindig wateropwellende put zit Jezus hier. En Hij gaat zich stellen tegenover die put, met Zijn Levende Water. Maar zover is het nog niet. In onze tekst is Hij enkel moe; reismoe, na twee of drie dagen reizen. Moe?

Moe van het ronddolen

Kan de Zoon van God moe worden? Al eens bij stil gestaan? Hij, de hoge en heilige God liet Zich vernederen en wilde moeheid uit Eigen ervaring kennen. Ons in alles gelijk. Dat is toch niet normaal en vanzelfsprekend? Als ik Jezus moe zie zijn, moet ik beschaamd mijn hoofd buigen. Door mijn zonde voldoet het mensbeeld niet meer aan dat wat de Schepper er van had. Adam was nooit moe. En Eva werd nooit geteisterd door hoofdpijn of depressie. Totdat…
Ja, Jezus was naast 100% God ook 100% mens. Echter dat is geen clichée vanzelfsprekendheid, maar een aangrijpend en ontstellend wonder. Als ik hier een vermoeide Jezus zie zitten naast de bron die aartsvader Jacob ooit ombouwde tot frisse waterput, dan zie ik daar het resultaat van onze hang naar 'als God wezen'. Het is niet verder gekomen dan het niveau dat God als ons wilde zijn. En dat, toen wij nog zondaar, nog vijanden waren. Bejubelt Romeinen 5 dat wonder ook niet?
Jezus is vermoeid van een reis van bijna 50 kilometer. Als ik kijk hoeveel kilometers de oosterlingen in die tijd gewoonlijk aflegden en gewend waren te reizen, dan zijn het vrijwel zeker niet die 50 kilometers geweest, die Hem deden vermoeien. Veelmeer is het de reden waarom Hij moest reizen en die andere hoofdstad van het verbondsvolk, Jeruzalem, verliet. Jeruzalem, Jeruzalem, gij die de profeten doodt… Hoe menigmaal heb ik U bijeen willen vergaderen… Hij liet dat Jeruzalem, waarover Zijn hart brak, achter Zich en vestigt zich hier, naast de Jacobsbron van Israël, de aartsvader van het GEHELE volk der Joden, in de nabijheid van de andere hoofdstad: Sichar. Hier zou men Hem zeker niet waarderen en accepteren. De samaritaanse vrouw zal even later heel verbaasd reageren op Jezus' vraag om water. "Hoe begeert Gij, die een Jood zijt van mij, die een Samaritaan ben, water te drinken?" Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen! Om moe van te worden! Heeft dat jou en mij nog wat te zeggen? Lees er niet langsheen!

Moe van de zonde

Die put was vooral een traditie voor de Samaritanen. Hiermee hadden ze toch nog wat om zich over te beroemen. Ze waren hiermee even Joods als de andere Joden. Tradities waren binnen het Jodendom zaken die soms een bijna goddelijke lading kregen. Maar alles wat zich aan God gelijk stelt of… wat zich boven Hem verheft is afgoderij en zonde.
De gesel die Jezus gebruikte om de tempel van Zijn Vader te reinigen wat niet alleen een wapen, maar ook een middel om door kastijding mensen tot bezinning en bekering te brengen. De zonde is een vermoeiende zaak. Vooral als je er bewust en intens tegen begeert te strijden. Je krijgt werkelijk alles tegen. Je omgeving werkt er zeker niet aan mee. En de boze intenties van je hart en de lusten van je vlees helpen ook al niet. Om moe van te worden.
Ten diepste is er voor Gods kinderen geen enkele activiteit zo vermoeiend dan strijden tegen de zonde. Een bodemloze put en een onbeklimbare berg. Zou je daar niet eeuwig van verlost willen worden? Zou je niet eeuwig aan Gods vaderhart willen uitrusten, vrij van zonde? Hem nooit meer bedroeven en eeuwig aan Zijn beeld beantwoorden, dat Hij ooit stelde. Eindelijk tot je recht komen en God de eer geven, onbeperkt, die Hem toekomt! Die moeheid moet deze hunker in je opwekken.

donderdag 30 juli 2015

De zonde als woekerplant in de stamboom


“En aan Henoch werd Hirad geboren; en Hirad gewon Mechujael; en Mechujael gewon Methusael; en Methusael gewon Lamech. En Lamech nam zich twee vrouwen; de naam van de eerste was Ada, en de naam van de andere Zilla.”
Genesis 4 : 18-19

Kaïn vlucht met zijn clan van God weg naar het land van Nod, 1880, Fernand Cormon (1845-1924)

Gisteren roerde ik de opvoeding van Henoch al aan. Wat brachten Kaïn en zijn vrouw over op hun kind(eren) en wat gaven die op hun beurt weer door aan hun nageslacht. We proberen iets te herleiden uit de naamgevingen van deze nazaten en zien tenslotte waar dit in Kaïns stamboom op uitloopt.

Henoch

Even een kleine stap terug naar gisteren. Henoch betekent ‘toewijding’. Wat Kaïn en zijn vrouw precies hebben bedoeld met die toewijding laat zich slechts raden. Te vrezen is dat deze Henoch qua toewijding in schril contrast stond met zijn verre naneef, de vader van Methusalem. Het hebreeuwse woord dat er voor Henoch staat, ‘חנוך’ (chanowk), houdt verband met het woord ‘חנך’ (chanak) dat 'inwijden' of 'opleiden' betekent. Dat woord komen we in die betekenis zo’n drie keer in de bijbel tegen én één keer als ‘beginselen leren’, Spreuken 22:6 Leer den jongen de eerste beginselen naar de eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.” Wat heet opvoeding?!
De vraag is: was Kaïn zo gefocused op opleiden, opvoeden en toewijden of gold dat meer voor Henoch zelf. Ik vermoed dat Henoch gekipt en gebroed was door Kaïn en zijn vrouw in een milieu dat zich van God afkeerde en probeerde het leven maakbaar en leefbaar te krijgen in eigen kracht. Laten we eens gaan kijken hoe Henoch zijn zoon gaat noemen.

Hirad

Henoch geeft hem de naam ‘עירד’ hirad of Irad, wat betekent ‘vloot’ en dat stamt van hetzelfde als ‘Harad’ dat ‘wilde ezel’ betekent. Daar ligt voor ons westerlingen weinig overeenkomst in; wellicht dat in het vervolg iets meer duidelijk wordt. Merkwaardig is dat Dächsel in zijn Bijbelverklaring de betekenis van Harad aangeeft als ‘stedeling’. Dat wekt de gedachte dat Henoch vooral bezig was zíjn stad te vullen. Gaf God de opdracht om vruchtbaar te zijn en te vermenigvuldigen en zo de aarde te vullen, maar Henoch boog dit bevel om tot het vullen van zíjn eigen stad. En dat vullen met stedelingen kan met een beetje fantasie gerelateerd worden aan ‘vloot’ of wellicht ‘kudde’. Henoch was de manager en achter hem manifesteerde zich een groeiende kudde wilde of vrijgevochten ezels; hoe wild een ezel ook is en hoe eigenwijs… in kuddeverband gehoorzaamt hij toch de aangeboren leider. Tenslotte zit er in het woord Hirad, blijkens een andere uitleg, ook de betekenis van ‘snel’. Een bepaalde gejaagdheid om het zelfgekozen doel te bereiken. We gaan door naar Hirads zoon.

Mechujaël

Volgens Dächsel is de betekenis van de naam van deze zoon, Machujaël, ‘door God getroffen’. Het lijkt alsof er zich een oordeel over de stad Henoch heeft voltrokken. Twee andere uitleggers noemen ‘geslagen door God’ of zelfs ‘weggevaagd door God’ als betekenis van Mechujaël. Slaat deze naam op Mechujaël zelf, of wellicht op de stad Henoch waarin hij woonde? En deze naam staat in schril contrast tot de naam die Mechujaël geeft aan zijn zoon.

Methúsaël

Droeg vader Mechujaël een oordeelsnaam, zijn zoon krijgt een naam die spreekt van oprichting: Methúsaël, dat is ‘man Gods’ of ‘behorend tot God’. Een bekering in het geslacht van Kaïn? Ik hoop het; hoewel Dächsel als alternatieve betekenis ook aangeeft: ‘de mens zelf God’. Daar schuift het beeld van Eva en Adam in het paradijs weer voor mijn ogen! En dat was ook helemaal het gedachtegoed van de voorvaders Kaïn en Henoch. Of… werd vader Mechujaël weer herinnerd aan het teken dat opa Kaïn droeg, waarmee God een stempel op Kaïn had gezet. Was de naam Methúsaël eigenlijk een in herinnering roepen van de authentieke roeping van de mens? Sprak God hier – zij het spaarzamelijk – in de clan van Kaïn, dat Hij de mens gemaakt had en dat die daarom bij Hem hoorde? Want wie behoort bij God, wie zich christen noemt, gedraagt zich nog niet per definitie als zodanig! Zonder bekering en wedergeboorte kun je hooguit een nette refo worden, maar meer ook niet. Kind van God wordt je door innerlijke verandering door het bloed van Christus dat alle zonde bedekt. Want hoezeer we deze clan misschien ook verafschuwen en neer willen zetten als ‘de wereld’, ze waren evenzeer afstammelingen van de eerste Adam als de nazaten van Seth. En ook zij moesten in de tweede Adam worden ingeënt. Het teken dat God aan Kaïn stelde was ten diepste toch ook een herinnering aan de moederbelofte, die wees op Christus en Zijn onmisbare offer. Door de zondeval behoorde de mens tot satan, of hij dat nu uitleefde of binnen wist te houden. Kort samengevat, de naam Methúsaël herinnert ons aan onze roeping om het beeld van God te dragen!

Lamech

Wat heeft het allemaal teweeg gebracht? Deze Methúsaël noemde zijn zoon, hoe dan ook, Lamech (betekent waarschijnlijk ‘tot vernedering’). Gold dit voor de vader of de zoon? Was Lamech in heel zijn vulgaire leven een vernedering voor zijn vader, die evenals Eli later, God wel diende, maar zijn kinderen niet kon beteugelen en corrigeren? Of leidde het leven van Lamech slechts voor hemzelf tot vernedering? Ik vrees dat het de eerste betekenis heeft. Want Dächsel tekent bij ‘Lamech’ aan dat zijn naam ook ‘krachtige jongeling’ betekent. Ook Strong geeft aan dat – hoewel de betekenis van Lamech of Lemek onduidelijk is – er iets van ‘krachtig’ in de betekenis van deze naam zit. En zo wordt hij in de volgende verzen ook getekend: een snoevende krachtpatser die voor de duvel niet bang lijkt te zijn. Grote taal maar ten diepste gebakken lucht, zeker in het licht van de Jongste Dag! Dan zal namelijk de vernedering definitief en eeuwig zijn. Een knarsetandende vernedering, waarvoor we in de naam Lamech toch ook worden gewaarschuwd!

Woekerplant

Hoewel we enige hoop kregen bij de naamgeving van Methúsaël, lijkt de wetteloosheid en de grootspraak door te woekeren. Ja, de mens maakt zichzelf meer en meer tot wet; en al wie tegen deze ongebondenheid zich stelt zal door Lamech in de pan worden gehakt. Toon Hermans maakte eens een liedje over de zogenaamde heilstaat, waarin ieder vrij was om te doen wat hij of zij wilde; en waar geen geweld meer zou bestaan. Hij eindigde het liedje met de ironische woorden dat ieder die zich tegen dit vredelievende gedachtegoed van een heilstaat verzette, eigenhandig door de zanger zou worden doodgeslagen. De knipoog was natuurlijk duidelijk. Ook democratie en vrijheid van meningsuiting is een vorm van dictatuur, net als het communisme! De mens is niet meer in staat vrijheid te creëren en te onderhouden.

Kijk wat Lamech doet: hij neemt zich twee vrouwen, tegen Gods bevel en inzetting in. Daarmee doorbrak hij als eerste dat een vrouw de volle aandacht van haar man krijgt en zij zich bij hem veilig weet. Lamech introduceerde de rivaliteit binnen het huwelijk, om er zelf beter van te worden. Maar daarmee realiseerde hij ook de fake-houding van zijn vrouwen om zich bij hem in het gevlei te brengen of zich het meest aantrekkelijk te maken. Zijn vrouwen zullen op rivaliserende wijze zich hebben opgemaakt om Lamechs aandacht te trekken; liefde werd zo ten diepste eigenbelang van zowel Lamech als van elke van zijn vrouwen! Of… zouden ze een verhouding hebben gehad als die van kunstenaar Anton Heyboer, die wel vier vrouwen had en een soort spirituele commune-achtig huishouding probeerde te creëren, maar het begrip liefde tot een misvormd gedrocht verdierf? Ada betekent ‘sieraad’ of ‘sierlijke’ en Zilla betekent ‘schaduw’ of ‘beschaduwde’ (zie ook de afbeelding hieronder, waarop Zilla een soort paraplu van bladeren draagt).

Lamech en zijn twee vrouwen Ada en Zilla, 1583, Maarten de Vos.
Let daar ook op de kleine kinderen Jabal en Tubal-Kaïn, rechtsvooraan en Jubal linksvooraan. En let op de vallei en de stad Henoch; hoe zouden Kaïn en zijn vrouw tegen dit tafereel – de vrucht van hun opvoeding – hebben aangekeken?

Letterlijk zit er een grote schaduwkant aan (zinnelijke) sierlijkheid. De vrouw wordt geroepen zich versieren voor haar eigen man en de man is geroepen zich in zijn eigen vrouw te verlustigen; dat biedt perspectief voor een sprankelend en groeiend huwelijksleven, zelfs tot op hoge leeftijd.

Ik zie zo’n zelfde houding als die in het huis van Lamech vandaag de dag ook in het bedrijfsleven! Waar mensen trappen naar beneden en likken naar boven, om zelf beter in beeld te komen. Men werkt zich suf om het LinkedIn-profiel zo interessant, lekker en aanlokkelijk mogelijk te maken; men kan ook niet anders, want zo wil het bedrijfsleven tegenwoordig dat er geprofileerd wordt. De gepassioneerde houding voor het beroep en het bedrijf is slechts een fake-houding aan het worden. Veel directies zijn er slechts op uit om middels rivaliteit het uiterste uit hun personeel te halen; eenrichtingverkeer in veel gevallen! En in de relationele sfeer en de huwelijkse scene is de trend van ‘second love’ misschien wel prikkelend en uitdagend, de sleur uitbannend, maar helaas is zo elk verbond van trouw slechts een fake-buitenkant. Je weet niet meer of er trouw is en op den duur weet het nageslacht niet meer wát trouw is.
Wat is het nodig dat we ons daar bewust van zijn en dat we dit onze kinderen ‘inscherpen’ en erin ‘onderwijzen’ (om de naam Henoch op deze wijze uit te leggen). Wat is het nodig dat onze kinderen geen ‘stedelingen’ of passieve ‘vloot’ navolgers vormen, maar dat zij als levende takken over onze ‘muur’ lopen (zie Jacobs zegen aan Jozef in Genesis 49:22). Dat zij Methúsaëls zijn, eigendommen van God. Ik eindig met die bijzonder passende woorden van Psalm 128, waarin wij als mannen worden opgeroepen om de HEERE van harte te dienen en te vrezen en in Zijn heilzame wegen te wandelen:

"Uw huisvrouw zal wezen als een vruchtbare wijnstok aan de zijden van uw huis; uw kinderen als olijfplanten rondom uw tafel. Ziet, alzo zal zekerlijk die man gezegend worden, die den HEERE vreest. De HEERE zal u zegenen uit Sion, en gij zult het goede van Jeruzalem aanschouwen al de dagen uws levens; en gij zult uw kindskinderen zien. Vrede over Israël!"
Shalom!

woensdag 24 december 2014

Jezus kan het weten!

"En Ik weet, dat Zijn gebod het eeuwige leven is. Hetgeen Ik dan spreek, dat spreek Ik alzo, gelijk Mij de Vader gezegd heeft."
Johannes 12 : 50


Om te beginnen bij het einde van onze dagtekst (de laatste van Johannes 12), en nog even aan te haken bij de overdenking van gisteren het volgende. Ik stelde gisteren dat de Zoon niet slechts spreker was van hetgeen de Vader had gedicteerd. Nu zou je dit tóch kunnen concluderen uit deze laatste woorden van Johannes 12. Dat dit onmogelijk is, in het licht van de Drieënigheid, lijkt me duidelijk. Alle drie, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn God. Voluit en volwaardig. Wel is er onderscheid in zekere zin, maar niet dat er sprake is van drie Goden… ook niet dat er sprake is van één Hoofdgod en twee Uitvoerders. Ik wil het mysterie van de Drieënigheid laten staan. Toch is er vanuit de Schrift wel iets over te zeggen, bijvoorbeeld die zeer merkwaardige tekst uit 1 Korinthe 15, die je te denken geeft:

  • 24 Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en den Vader zal overgegeven hebben; wanneer Hij zal te niet gedaan hebben alle heerschappij, en alle macht en kracht.
  • 25 Want Hij moet als Koning heersen, totdat Hij al de vijanden onder Zijn voeten zal gelegd hebben.
  • 26 De laatste vijand, die te niet gedaan wordt, is de dood.
  • 27 Want Hij heeft alle dingen Zijn voeten onderworpen. Doch wanneer Hij zegt, dat Hem alle dingen onderworpen zijn, zo is het openbaar, dat Hij uitgenomen wordt, Die Hem alle dingen onderworpen heeft.
  • 28 En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden Dien, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.

Dat lijkt vol tegenstrijdigheden te zitten. Maar toch is dat niet zo. Hier proef je iets van hoe God is in Zichzelf en hoe beperkt wij mensen dat maar kunnen verwoorden. Toen de Zoon het menselijk vlees aannam (daar staan we morgen en overmorgen speciaal bij stil) en Zijn Middelaarsfunctie ging vervullen, kwam Hij in een dubbelpositie: God en mens. Naar Zijn godheid kan Hij nooit ergens aan onderworpen zijn. Immers, vers 25 stelt: "Hij moet als Koning heersen"; en daar gaat het om de Drieënige God, dus óók de Zoon. Als alles aan God is onderworpen, volmaakt, dan zal de Zoon Zelf onderworpen worden aan Hem aan Wie alle dingen onderworpen zijn. Niet, zo stellen de Kanttekeningen terecht, naar Zijn godheid, maar naar Zijn Middelaarspositie. Het is simpelweg niet meer nodig om die aparte positie in te nemen. Hij hoeft niets meer te doen voor zondaren… Zijn werk is definitief vervuld. Pas dán is God alles in allen. Er staan geen rekeningen meer open en er is geen onreinheid meer.
Dus als we een bepaalde discrepantie menen te ontdekken in onze dagtekst, dan moet je hier duidelijk onderscheiden dat Jezus hier als Middelaar niets anders wil zeggen dan Hij als God te zeggen heeft. Weliswaar zegt Hij het hier in de tekst niet zo. Enerzijds om het voor de mensen nog begrijpelijk te houden, anderzijds om juist ook daarin Zijn passie voor de Vader te laten zien. Zo één is Hij met Zijn Vader!

Hij als geen ander, kan weten wat Gods motief is, bij de zending van Zijn Zoon, op die eerste Kerstdag. Maar, zoals Zacharias werd gehinderd door zijn stomheid en niet kon spreken, zo werd Jezus de eerste jaren van Zijn leven gehinderd door Zijn mensheid (niet uit zonde, maar omdat ons menselijk vlees daardoor is gehinderd geworden), zodat Hij niet kon vertellen waarom Hij kwam en wat Zijn Vaders motieven precies waren. Wat een lijden is dat voor Hem geweest! Hij heeft als kleuter gehoord hoe er over Zijn Vader werd gesproken, maar… Hij was nog kleuter. Hij heeft als tiener gezien en gehoord hoe andere jongeren zich uitleefden in de zonden van hun jeugd. Wat zoal? Ook in die tijd waren er sociale media: geen twitter maar wel geroddel, gesmoes en schunnige grappen in de dorpsscene. Ook in die tijd waren er zondige fantasieën: er waren geen films die deze fantasieën onverhuld prikkelden, maar men had uit kleine gebaren en bewegingen en ook rituele symbolen voldoende prikkels om sexuele fantasieën te stimuleren. Sla ik nu door? Nee, vanuit allerlei zaken die wij kennen vanuit bijvoorbeeld de middeleeuwen is voldoende bekend, dat er vroeger van alles te beleven viel in het sociale circuit, waardoor men niet minder voor zondige praktijken zorgde dan vandaag de dag! Te denken valt aan hoofse liedjes van troubadours, erotische symbolen die men ergens in kerfde of als speldjes op kleding droeg, alsmede allerlei zondige sociale omgevingen waarin men zich uitleefde. Het grote aantal versnelde huwelijken (moetjes) en voorkinderen laat onverhuld zien, wat tegenwoordig wordt verdoezeld door allerlei voorbehoedsmiddelen. Men deelde toen geen pikante plaatjes via Facebook, maar men deelde ze toch; en daar zijn ook beeldjes en andere cultusvoorbeelden van uit de oudheid!
Vlak niet uit wat het voor Jezus was, om ons zondige vlees aan te nemen. En denk maar niet dat in dat alles de satan stil zat. Satan, die zo goed de ingangen in de menselijke ziel kent…

Ik mag natuurlijk niet alle mensen over één kam scheren; er waren er zeker die de komst van de Messias verwachtten. Maar hun verwachting was – hoe puur en rein ook – vertroebeld door zondige 'fantasieën', al dan niet ingegeven door de dwaalleer der toenmalige theologie!
Te midden van deze omstandigheden – die Micha beschrijft als 'het volk dat in duisternis wandelt' – laat Jezus zien Wie Hij is, maar meer nog: Wie Zijn Vader is. God had maar één motief: dat mensen het eeuwige leven weer zouden ontvangen. Ik verbaas me over de frivoliteit en luchthartigheid waarmee we vaak Kerst vieren. Ik zou er voor willen pleiten dat we net als bij het Avondmaal meer "onze zonde en vervloeking zullen bedenken", die het nodig maakten dat God deze actie ondernam, door Zijn Enigst Kind op te offeren. Om zo des te dieper Gods motief achter de zending van Zijn Zoon te doorzien.

Nel Benschop schreef ooit een gedicht dat prachtig op muziek werd gezet door Pieter Stolk en fantastisch werd uitgevoerd door zijn koor Vox Jubilans: 'Stille nacht', gebaseerd op Exodus 3:5 en 4:12.


Laat het stil zijn in Uw nacht,
leer ons eindelijk te zwijgen.
Laat alleen gebeden stijgen
naar de plaats waar U ons wacht.

Leer ons luist'ren in Uw nacht
naar de ongehoorde dingen
die de eng'len voor ons zingen
over U, Die vrede bracht.

Laat ons komen, deze nacht,
komen met ontschoeide voeten
om het Kind van Vuur te groeten,
dat ons zegt: "Ga – in Mijn kracht!"

Het Kind van Vuur… Dat leek in wraak te komen, maar ons heenzendt nadat Hij onze schuld op Zich nam! Gezegende Kerstdagen gewenst in dít licht.