Posts tonen met het label Michal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Michal. Alle posts tonen

maandag 2 april 2018

Geef mij mijn Michal terug

De loyale van de royale - XVII


En hij zeide: Wel, ik zal een verbond met u maken; doch één ding begeer ik van u, zeggende: Gij zult mijn aangezicht niet zien, tenzij dat gij Michal, Sauls dochter, tevoren inbrengt, als gij komt om mijn aangezicht te zien. Ook zond David boden tot Isboseth, den zoon van Saul, zeggende: Geef mij mijn huisvrouw Michal, die ik mij met honderd voorhuiden der Filistijnen ondertrouwd heb. Isboseth dan zond heen, en nam haar van den man, van Paltiel, den zoon van Lais. En haar man ging met haar, al gaande en wenende achter haar, tot Bahurim toe. Toen zeide Abner tot hem: Ga weg, keer weder. En hij keerde weder.
2 Samuël 3 : 13-16



Dat had ik nou niet direct verwacht van David. Harde woorden die zijn gedaan in een onderhandelingssessie blijkbaar. Dit is niets voor David. Nota bene had hij inmiddels al een paar (!) andere vrouwen. Aan de hand van de eerste verzen van dit hoofdstuk zetten we ze, met hun zonen die in Hebron zijn geboren, op een rij:
  1. Ahinoam, de Jizreëlietische: zij gaf hem Amnon
  2. Abigaïl, weduwe van Nabal, de Karmeliet: zij gaf hem Chileab
  3. Maächa, dochter van Thalmai, koning van Gesur: zij gaf hem Absalom
  4. Haggith: zij gaf hem Adonia
  5. Abital: zij gaf hem Sefatja
  6. Egla: zij gaf hem Jithream
Maar niemand van die zes (misschien dat Abigaïl hier uitzondering op maakt) kon zijn eerste liefde vervangen: Michal, zusje van Jonathan.

Toen David moest vluchten heeft Saul iets gemeens gedaan. Hij heeft Michal uitgehuwelijkt aan “Palti (of Palthiël), de zoon van Lais” uit Gallim. Vermoedelijk had Michal niet zo veel in te brengen. Ze zal wellicht al blij zijn geweest dat ze het er levend had afgebracht, omdat haar vader ziedend was op haar man, David, en op haar, omdat ze de soldaten had bedrogen met die ‘pop in bed’.
Nooit meer wordt er over haar gerept in het Woord van God, maar blijkbaar is haar naam diverse keren door het hoofd van David gegaan. Wat David ertoe bewoog om een andere vrouw te nemen is niet bekend. Mogelijk dat hij Michal uit zijn hoofd probeerde te zetten om dat zij al hertrouwd was. Maar die andere zes moeten zich altijd op de tweede plaats hebben gevoeld. Zou hij tegen hen weleens hebben gesproken over Michal? Als er eentje tussen zat met wie hij zijn pijn weleens zou hebben gedeeld, dan was het hoogstwaarschijnlijk wel Abigaïl. Zij was een wijze vrouw met wie David een geestelijke klik had.

Maar nu blijkt dat, ondanks al Davids voorspoed, zijn vrouwen en zijn kinderen, Michal nog steeds in zijn gedachten was. Jonathan leefde niet meer, maar zijn zusje Michal, die eveneens Davids hart had gestolen, leefde nog wel. Zou het kunnen zijn dat David haar daarom bij zich wilde hebben, om zo iemand te hebben die hem aan Jonathan herinnerde? Met haar zou hij het verdriet over Jonathan kunnen delen als met geen ander. Met haar zou hij zich weer compleet voelen. Maar zij was toch van een ander? Mocht hij nog wel aan haar denken?

De transactie die Abner voor ogen staat krijgt voor hem een heel vervelende wending, door het feit waarvoor David hem stelt. Sterker nog: David legt het ook bij Ishboseth neer. Hij gebruikt zijn machts­positie om deze twee gesprekspartners (hoe dubieus hun beweeg­redenen ook waren) onder druk te zetten. Krachtens de wet van Mozes had hij nog wel recht op Michal; maar die andere vrouwen die David had genomen inmiddels, maken dat recht wel erg onzeker en aanvechtbaar.
Dat er nog iemand is die van Michal hield, blijkt wel uit het vervolg van deze merkwaardige geschiedenis. Michal wordt botweg uit haar huis ontvoerd, terwijl Palthi erbij was. Hij rent achter de soldaten die haar meenemen aan. En hij huilt erbij; wat een ontroerend  tafereel is dat. Palthi loopt helemaal vanaf zijn huis (in Benjamin) naar Bahurim (vlakbij de grens met Juda), achter de troep aan. Aldoor huilend (en roepend, vermoed ik) om zijn lieve vrouwtje.
Abner heeft deze klus zijn mik geschoven gekregen. Het gejank irriteert hem mateloos: “Ga weg, ga naar huis.” Bij Bahurim houdt Palthi het voor gezien. Hij druipt af. Het staat er met kille woorden, maar wie kan de pijn in zijn hart peilen? Had hij er schuld aan? Hij had deze vrouw immers van Saul gekregen, terwijl hij wist dat David haar man was. Palthi deed eigenlijk aan heling op ethisch gebied! Maar wat doe je als je goede maatjes met de baas van het land kunt worden?
Nu is er iemand anders ‘de baas van het land’. Hoewel… Dat was eigenlijk Ishboseth, de bastaardzoon van Saul. Liet hij dat zomaar toe? Of was voor hem zijn halfzus eigenlijk niet meer dan een mooi stuk onderhandelwaar?

En hoe zal David zijn eerste liefde hebben terugontvangen? Hoe zullen die twee elkaar hebben aangekeken? Zou ze in David nog de David van weleer hebben herkend? Hij was gehard door de jarenlange vlucht en de strijd die hij heeft moeten leveren. Hij heeft in gebieden geleefd waar hij moest zien te overleven. Wat was er nog over van die eerste liefde?

En had Michal hem misschien ook wat te verwijten? David heeft nooit een poging ondernomen om haar eerder terug te halen. Nooit! Wilde hij wel Michal terug? Of wilde hij iets nabijs van Jonathan bij zich hebben? Jonathans spullen laten bij de Filistijnen. Zijn lichaam was verbrand en begraven in Jabes. Maar… waar was zijn vrouw? Waar waren zijn kinderen over wie David zich krachtens de eed aan Jonathan zou ontfermen?

dinsdag 30 januari 2018

Twee vrienden en het verbond met de HEERE

De vriend van de gezalfde - I

Doe dan barmhartigheid aan uw knecht, want gij hebt uw knecht in een verbond des HEEREN met u gebracht; maar is er een misdaad in mij, zo dood gij mij; waarom zoudt gij mij toch tot uw vader brengen?
Toen zeide Jónathan: Dat zij verre van u. Maar indien ik zekerlijk merkte, dat dit kwaad bij mijn vader ten volle besloten ware, dat het u zou ­overkomen, zou ik dat u dan niet te kennen geven?
1 Samuël 20 : 8 en 9



De twee zwagers staan bij elkaar. De spanning hangt in de lucht boven het paleis. Althans, dat voorvoelt David. Jonathan wil er eigenlijk niet aan… Daarom maken ze een plan en proberen zo helder te krijgen hoe (schoon)vader Saul erin staat. Tot die tijd houdt David zich schuil. Je vraagt je wel even af: waar is Michal? Hoe zal zij deze onzekere tijden hebben doorleefd? Heeft haar vader haar gevangen gezet? Saul zal haar namelijk later uithuwelijken aan “Palti, den zoon van Lais, die van Gallim was” (1 Sam. 25 : 44).

Het is opmerkelijk dat deze twee hartsvrienden toch enige ongelijkheid laten zien. David is weliswaar gezalfd door de HEERE, maar hij beschouwt zijn vriend en zwager nog steeds als de kroonprins. Hij wist immers niet wanneer en hoe de HEERE hem het koninkrijk zou geven?! David beseft ook zijn kwetsbare positie en de broosheid van hun vriendschap. Nou, broosheid… de vriendschap staat onder druk, omdat David vermoedt dat Jonathans vader kwalijke plannen smeedt!
Dat is een risico voor elk soort vriendschap. Je kunt kwalijke en ongrijpbare tactieken vermoeden, maar als je je vinger er niet op kunt leggen, moet je maar afwachten of anderen je geloven. Of anderen het ook zo zien. En zo niet, wat dan? Moet je anderen dan gaan overtuigen of houdt het gebod van God (“Gij zult geen vals getuigenis geven…”) dan toch in dat je er niets over communiceert, omdat je anders niet het ‘voordeel van die (kwaadwillende) ander’ bevordert?
Eigenbelang is een lastig ding. Het beïnvloedt heel snel je reine visie op de zaak en het beoogde doel: de lof aan de HEERE. Kijk, David had alle reden om Saul uit de weg te ruimen, omdat Saul anders hém uit de weg zou ruimen. David is niet zo naïef dat hij gewoon naar het paleis gaat en zegt: “Als de HEERE wil dat ik koning wordt, dan zal Hij me ook wel beschermen.” Je moet ook je verstand gebruiken. Maar hoe krijgt hij Jonathan zover dat die het probleem óók doorziet?

David beroept zich tegenover Jonathan op het verbond met de HEERE. Sterker nog, hij attendeert Jonathan erop dat díe hem in het verbond met de HEERE heeft betrokken: “…want gij hebt uw knecht in een verbond des HEEREN met u gebracht…” Voor Gods aangezicht weet David zich begrepen, veilig en oprecht. Daarom durft hij ook te zeggen tegen Jonathan: “Als ik een misdaad op mijn geweten heb (en hij laat in het midden wáár die misdaad, die zonden, dan uit zouden bestaan), doodt me dan hier ter plekke! Maar breng me niet bij die onrechtvaardige rechter Saul.” David klampt zich hier aan zijn vriend vast, want hij weet dat díe weet dat David oprecht en onschuldig is.
Dat laat Jonathan dan ook snel weten: “Dat nooit! Ik jou doden? Nee, daarvoor ben je mij te dierbaar, vriend en zwager! Ik ken je goed genoeg om te weten dat jij niets hebt misdaan.” Helaas zegt Jonathan er nog niet bij dat het probleem dan dus bij zijn vader ligt. Hij hoopt er nog steeds op dat David het mis heeft. Is dat ‘lief’-zijn? Is dat ‘het voordeel van de twijfel geven’? Is dat ‘tot het uiterste gaan om iemand tot redelijkheid te bewegen’? Of is dat toch zwakheid en ongeloof?

Want wees nu eerlijk! Jonathan kende zijn vader nu toch wel zo onderhand? Al die feiten die we hier in de voorgaande hoofdstukken de revue hebben laten passeren heeft Jonathan toch ook meegemaakt en kunnen beoordelen? Jonathan heeft toch al lang zijn conclusies kunnen trekken? Waarom kijkt hij weg? Waarom toont hij zich zo afwachtend, zo weinig de held die hij in het begin was? Zijn vader werd behekst door een boze geest van God, maar is de kracht van de Heilige Geest misschien ook van hem verdwenen? Is het vuur weg en mist hij de kracht en overredingskracht die hoort bij het werk van de Geest?

Dat kan vandaag de dag nog steeds zo gaan. Je komt in een situatie te staan, waarin je dacht medestanders te hebben voor de zaak van Christus, maar opeens blijken die zogenaamde ‘mede­standers’ verdwenen. Ze deinzen terug voor de conclusie en de consequenties. Ze zeggen wel stellige dingen, maar brengen die niet tot uitvoer. Op dát moment spelen er dingen op de achtergrond mee die onzichtbaar maar wel voelbaar. Niet iedereen is blijkbaar in staat om karakter te tonen. Hoewel je daar rekening mee moet houden is het wel fnuikend.
Te weinig mensen hebben een eigen en goed onderbouwde mening. Te veel mensen laten zich leiden door wat ze zien, horen en voelen en maken dán hun afwegingen. Vooral het gevoel: “Het zal toch niet zo zijn dat…” of “Ik kan me niet voorstellen dat…” Het moge duidelijk zijn dat ons voorstellingsvermogen een zeer onbetrouwbaar object is. Hierin is David voor Jonathan wel een confronterend ­voorbeeld. David herinnert zijn maatje aan het verbond dat ze samen voor Gods aangezicht sloten. Maar ook daar gaat Jonathan niet op in. Hij laat zich leiden door aantoonbare feiten en voorvallen. Hij ontkent niet, maar hij beaamt ook niet. Hij richt zich niet op de HEERE, maar komt slechts met een plan de campagne: ik ga mijn vader op de proef stellen, zodat duidelijk zal worden wat zijn motief is. Maar diep van binnen blijft hij hopen dat David ongelijk heeft. Daarom maakt het David ook niet gerust!

donderdag 25 januari 2018

Zijn Jonathan en David naïef of goedgelovig?

De zwager van de nieuwe koning - VI

Toen zwoer David verder en zeide: Uw vader weet zeer wel, dat ik genade in uw ogen gevonden heb; daarom heeft hij gezegd: Dat Jónathan dit niet wete, opdat hij zich niet bekommere. En zekerlijk, zo waarachtig als de HEERE leeft en uw ziel leeft, er is maar als één schrede tussen mij en tussen den dood.
1 Samuël 20 : 3


Profeteren of niet, de Geest van God of niet… David neemt het zekere voor het onzekere. Als Saul in de extase van een overgeestelijke bui zich van zijn koninklijke kleed heeft ontdaan, vlucht David de stad uit. In de hoop dat Saul voorlopig even niet op andere gedachten wordt gebracht. Hij loopt zo snel hij kan naar Gibea, waar Sauls paleis is en waar hij Jonathan vermoed. De trouwste handlangers zijn aan het profeteren in Rama, dus het grootste gevaar is daar weg.
Je zou verwachten dat er in de Bijbel stond: “Toen vluchtte David van Najoth bij Rama, en hij kwam weer terug bij zijn vrouw Michal…” Maar zij is niet het doel van zijn reis. Hij zoekt Jonathan op! Hoe zal híj zich al die tijd hebben gevoeld? Heeft hij gebeden om bescherming van David door God? Mag je daar van uitgaan? Ik denk het wel.
Jonathan heeft al die tijd niets kunnen doen. Zijn vader heeft soldaten naar Rama gestuurd. De orders moeten hebben geklonken in het paleis, de trawanten moeten geïnstrueerd en bewapend op pad zijn gestuurd, terwijl Jonathan het heeft zien gebeuren…
Ook Michal moet angstige moment hebben doorgemaakt. Ze kende haar geliefde man, maar of ze de God van haar man kende is maar zeer de vraag. Rekende ze met de HEERE? Toen ze David wilde ‘vermommen’ had ze het eerste een afgodsbeeld, een terafim, gepakt. Haar vader had haar ziedend ter verantwoording geroepen, maar het antwoord dat zij haar vader gaf was even onthutsend. Ze had een leugen over David verteld en zijn imago geschaad. En gek genoeg had Saul er genoegen mee genomen. Vervolgens waren driemaal groepen soldaten naar Rama gestuurd. Dat nodigde niet uit tot geruststellende gedachten voor haar!
David trotseert het risico dat hij wordt gearresteerd door de bewakers. Vind je niet niet opmerkelijk dat hij het paleis wordt binnengelaten, zonder dat iemand hem aanspreekt of tegenhoudt? Hij beent direct door naar Jonathan, die volgens de Kanttekening ‘stadhouder’ – zeg maar de tijdelijk plaatsvervanger van zijn vader is – zolang die buiten Gibea is.
“Wat heb ik gedaan, wat is mijn misdaad, en wat is mijn zonde voor het aangezicht uws vaders, dat hij mijn ziel zoekt?” Zou David het echt niet weten? Ik kan het me na al die hoofdstukken niet indenken. Maar ja… ik heb een Bijbel en David leefde live in de geschiedenis. Had hij het vermogen om dingen op een rijtje te zetten en lijnen en structuren te ontdekken? Had Jonathan dat? Nou, dat viel me wel tegen!
Jonathan reageert op het naïeve af: “Hij daarentegen zeide tot hem (David): Dat zij verre, gij zult niet sterven. Zie, mijn vader doet geen grote zaak, en geen kleine zaak, die hij voor mijn oor niet openbaart; waarom zou dan mijn vader deze zaak van mij verbergen? Dat is niet.” Dus is de conclusie van Jonathan: er is niets speciaals in de handelingen van mijn vader. Geen verborgen bedoelingen om jou uit de weg te ruimen. Dat is raar! Want Jonathan wist het toch wel? Hij had David toch al eerder gewaarschuwd? Kan het zijn dat je als kind dit bij je ouders niet voor mogelijk wil houden en het daarom ontkent? Wat is het?
Maar David is niet snel tevreden gesteld. Hij voelt haarfijn aan dat er maar íets hoeft te gebeuren of hij gaat eraan. Hij noemt het ‘een schrede tussen mij en de dood’. Dat Jonathan zegt niets te weten, dat kan hij simpel verklaren: je vader weet het! Hij weet dat wij meer zijn dan alleen legeraanvoerders onder zijn bewind. Meer dan alleen twee zwagers. Hij weet dat we vrienden voor het leven zijn!
“Jonathan, dat jij niets weet verklaart niets! Als je vader ook maar iets vermoed, dan zal hij jou omzeilen met zijn plannen. Hij zal je niet willen vermoeien… Maar meer nog: hij zal je bewust onkundig houden, zodat je mij niet kunt inlichten om mij te laten ontsnappen! Dat is het! Zeker weten!”
Nou, David zegt het eigenlijk nog een beetje liever. Hij schetst het alsof Saul zijn zoon Jonathan zou willen ontzien, om hem geen onnodig verdriet aan te doen: “Dat Jonathan dit niet wete, opdat hij zich niet ­bekommere…” Het is de vraag of David dit zegt om Jonathan te sparen (en zijn vader bewust niet in een kwaad daglicht te stellen), of dat hij écht gelooft in de mogelijkheid dat Saul het ten diepste wel goed meent.
Is dit ten diepste de houding van een gelovige? Uitgaan van het goede van iemands bedoelingen? Iets in mij zegt dat je dan naïef denkt. Maar heb ik het bij het juiste eind? Of is dit wat God van ons vraagt?
Laten we dit voorop stellen. David begint niet met grootse beschuldigingen of verdachtmakingen. Hij wil feiten weten, alvorens hij handelt. “Gij zult geen vals getuigenis geven…” Is het fout om vragen te stellen? Nee. Is het fout om vragen te stellen die veronderstellen dat iemand kwade bedoelingen heeft? Of mag je alleen vragen stellen die zoeken binnen de grenzen van positieve bedoelingen? Dus moet ik actief op zoek zijn naar iemands positieve bedoelingen, zonder die op voorhand in twijfel te trekken? Hoe diep gaat etische oprechtheid en gerechtigheid? Moet je daar jurist voor zijn? Of gewoon transparant christen? David vermoed toch ook het kwaad? Mijn intuïtie heeft een hekel aan naïviteit. Maar is mijn intuïtie van na Genesis 3 nog zuiver?

woensdag 24 januari 2018

Jonathan de mediator tussen twee geesten

De zwager van de nieuwe koning - V

En Jónathan riep David, en Jónathan gaf hem al deze woorden te kennen; en Jónathan bracht David tot Saul, en hij was voor zijn aangezicht als gisteren en eergisteren.
1 Samuël 19 : 7


Je zou kunnen zeggen: geen vuiltje aan de lucht meer… Jonathan heeft zijn klus geklaard. Zijn vader is weer wat bedaard. Hij heeft nu eenmaal een opvliegend karakter. En die boosmakende geest, die onstuimige driftbuien die horen er nu eenmaal bij. Dan roept Saul gewoon onbezonnen dingen, maar als het er echt op aan komt valt het allemaal wel weer mee.
Wie Saul echter een beetje kent, weet dat je je dan lelijk vergist! Het lijkt alsof Jonathan dat niet wil zien. Natuurlijk, het is zijn vader en dat blijft Saul natuurlijk. Maar … moet je de kat op het spek binden? Jonathan zowel als David gaan bewust dat risico nemen. En hoezeer ze het misschien ook niet hebben beseft, de HEERE laat door hen zien Wie Hij is en hoeveel geduld Hij heeft met Saul.
Het gaat al één vers later mis. Er is weer oorlog met de Filistijnen en David trekt erop uit. Ook Jonathan moet zijn meegegaan, maar aan alles blijkt dat David in the picture staat. Zijn successen zijn spraak­makend.

Die boze geest zakt weer als een loden deken over Saul heen. En het is een kleine moeite voor David om de boel weer in balans te brengen met zijn harp. Zo hanteert hij zwaard en boog, even later tokkelt hij zijn eeltige vingers kapot om zijn psalmenzingende stem te begeleiden. Wat een contrasten!
Vanuit zijn ooghoek ziet David het gebeuren. De hand van Saul glijdt zachtjes van zijn leuning, tast langs de zijkant van zijn zetel, overbrugt de ruimte tussen zetel en muur en vindt blindelings de buigzame schacht van zijn speer, die altijd binnen handbereik staat. Sinds een mens Gods volk moet regeren, is niemand meer zeker van zijn eigen veiligheid. Ook de koning zelf niet.

David herkent direct de kleine beweging van Sauls schouder, zijn aanspannende spieren die zich moeten uiten in witter wordende knokkels. Trefzeker suist in een fractie van een seconde een vlijmscherpe speerpunt door de voorzaal richting de hoek waarin David zit te musiceren. Maar de hoek is al leeg. Buiten sterven de vliegens­vlugge voeten van het opgejaagde hert David weg, terwijl binnen de klanken van zijn Hertenpsalm nog aarzelend rondhangen onder de zoldering van de voorzaal.

Jonathan staat als aan de grond genageld. Zijn ogen schieten heen en weer tussen de donkere en lege opening van de deur en zijn zich herstellende vader. Even ziet hij een schim in het schemer van de gang. Michal! Ze heeft het gezien, maar houdt zich op de achtergrond. Ze heeft net voldoende gezien; de schrikogen van Jonathan doen de rest. Ze wacht af.
Saul wenkt zijn trawanten en ze steken de gang over naar de andere zaal, voor overleg. Saul gebaart naar Jonathan dat hij hier moet blijven. In de schemerige gang beent Saul langs Michal die zich bang terugtrekt in tussen de loshangende gordijnen. Even later weet ze via een dienstmeisje wat er is besloten. Morgen zal ze weduwe zijn. Zo jong nog! Haat en minachting worstelen zich omhoog in haar boezem. Maar ze laat het niet toe. Haar hart golft van liefde voor haar man, voor David, die ze moet delen met God!
Ze snelt naar hun slaapvertrek, aan de achterkant van het paleis. Daar vindt ze haar liefste, huilend op bed. Zich afvragend waarom Saul het toch elke keer op hem heeft gemunt. Maar op die kwestie gaat Michal niet in. Ze trekt hem naar zich toe en smeekt hem te vluchten. Jonathan had haar geadviseerd, toen ze hem passeerde in de gang, om David naar Samuël te sturen. Daar is hij voorlopig veilig, zo hoopt hij.
Maar dan komen soldaten en installeren zich voor de deuren van het woongedeelte van David en Michal:
11 Toen stuurde Saul soldaten naar Davids huis. Ze moesten daar de wacht houden en hem ’s morgens doden als hij naar buiten kwam. Maar Michal, de vrouw van David, zei tegen David: “Als je vannacht niet vlucht, zul je morgen worden gedood.” 12 En ze liet hem door een raam naar beneden zakken. Hij vluchtte en ontsnapte. 13 Toen legde Michal een godenbeeld op het bed, sloeg er een deken overheen en legde een vacht van geitenhaar op het hoofd ervan. 14 Saul stuurde de mannen om David te halen. Maar Michal zei: “Hij is ziek.” 15 Toen beval Saul de mannen om naar David te gaan kijken en zei: “Breng hem met bed en al hier. Dan kan ik hem doden.” 16 Toen ze binnenkwamen, ontdekten ze dat op het bed een godenbeeld lag met een vacht van geitenhaar op het hoofd. 17 Saul zei tegen Michal: “Waarom heb je me bedrogen? Je hebt mijn vijand helpen vluchten! Nu is hij ontsnapt!” Maar ze antwoordde: “Hij zei tegen mij: ‘Help me ontsnappen, anders dood ik je.’” (BasisBijbel)

Let erop dat in deze vertaling Saul nog degene wil zijn die David eigenhandig zal doden. Maar in de SV staat ‘dat men hem dode’! De geschiedenis lijkt geheel door de boze geest van God, of liever van de duivel, te worden beheerst. Maar dan trekt God een vreemd, haast ludieke lijn door het verhaal.
Er waart daar in Najoth bij Rama een andere geest rond: de Heilige Geest! Kijk maar: in doldrieste woede stuurt Saul een troepje soldaten om David te kidnappen in Rama. Maar hij had misgerekend. De Geest van God was vaardig geworden over de profeten die daar bij Samuël waren. En die soldaten worden ook door Gods Geest in beslag genomen. In de Kanttekeningen lezen we over dat profeteren: “Dat is, God lovende en Zijn Naam grootmakende met gebeden en lofzangen.” Maar over het profeteren van die soldaten wordt ook iets opgemerkt: “Zij stelden zich aan gelijk de profeten deden als zij profeteerden. Zie 1 Sam. 18:10. Het schijnt dat deze boden van Saul zo van zin zijn veranderd geworden dat zij hun wapenen afleggende, niet verder gedachten de handen aan David te slaan, waar zij nochtans om uitgezonden waren.”
Goddelijke humor, zou je denken. Spotten met die hooghartige Saul en met die boze geest die hem heeft bezet. Toch denk ik dat het nog veel dieper gaat. Want kijk maar hoe de HEERE het opbouwt. Saul wordt ongeduldig en stuurt andere soldaten om te kijken waar die vorige groep blijft. Ook die gaan profeteren. En een derde groep overkomt hetzelfde.
Dan is voor Saul de maat vol. Hij gaat zelf op pad. En dat is de eerste keer dat we hem dat zien doen! Wanneer hij in Najoth komt lezen we in vers 23: “en dezelve Geest Gods was ook op hem, en hij al voortgaande, profeteerde, totdat hij te Najoth in Rama kwam.” Denk je nog even in wat dat profeteren ook alweer was: “God lovende en Zijn Naam grootmakende met gebeden en lofzangen”. Dat was precies hetzelfde als wat David voor Saul moest doen om hem weer rustig te krijgen. Saul wilde David met zijn speer het zwijgen opleggen, maar nu treft Gods ‘speer’ hém en gaat hij bidden en zingen. En over zingen zei Luther vaak: daar gaat de satan door op de loop! Saul trok er zijn eigen koninklijke klederen voor uit! En hij deed dat die verdere dag en nácht! Dat gaat dieper dan alleen ‘Goddelijke ironie’, nietwaar? God maakt zelf wel dat Zijn lof bezongen worden…

donderdag 18 januari 2018

Je vader verraden om je zwager te behouden

De zwager van de nieuwe koning - III

En Jónathan verkondigde het David, zeggende: Mijn vader Saul zoekt u te doden; nu dan, wacht u toch des morgens en blijf in het verborgene en versteek u. Doch ik zal uitgaan en aan de hand mijns vaders staan op het veld waar gij zult zijn; en ik zal van u tot mijn vader spreken, en zal zien wat het zij; dat zal ik u verkondigen.
1 Samuël 19 : 2-3


Mag je liegen als christen? Mag je de waarheid – of een deel daarvan – achterhouden? Immers, de Bijbel roept ons toch op om transparant en eerlijk te zijn? Dat is zeker, maar als er levens mee gemoeid zijn, moet je daar toch iets anders mee omgaan.
Dat niet ieder christen daar hetzelfde mee omgaat getuigen de vele verhalen uit de Tweede Wereldoorlog wel; verhalen van mensen die verraden hebben omdat ze pertinent niet wilden liegen; en ­mensen die juist letterlijk op de klank afgingen en de waarheid ietsje anders inkleurden, om zo een ondergedoken gezin te redden. Zo ken ik het verhaal van een duitsgezinde man (SGP-standpunt in de oorlog was de Duitse overheid te zien als straf van God), die zei (toen er soldaten bij hem aan de deur kwamen met de vraag ‘Zijn hier Joden?’: “Nee, híer zijn geen Joden.” De Duitsers zagen niet dat hij in zijn gedachten naar de plek wees waar hij stond; want zou hij met ‘hier’ hebben bedoeld ‘dit huis’ dan had hij gelogen, omdat even verderop in de kelder een Joods gezin zat ondergedoken.

Jonathan gedraagt zich hier eigenlijk een beetje net zo. Hij houdt zijn mond nog, terwijl hij bij zijn vader staat, maar verklapt het plan van zijn vader, zodra hij David heeft gevonden. “Mijn vader Saul wil je doden!” Waarom had hij niet direct gereageerd, toen hij nog bij zijn vader was? Nou, Jonathan had het goed ingeschat. De trawanten, de legeraanvoerders van Saul, deden blindelings wat hun heer hen ­opdroeg. Dat is zoals een goed militair betaamt. Alleen… ze vergaten om dat niet altijd klakkeloos te doen. Of… zouden ze er wellicht een eigen voordeel mee op het oog hebben gehad?
Als Jonathan direct had gereageerd, dan had zijn vader hem misschien wel gevangen laten nemen, of hadden die trawanten hem te grazen genomen. En in beide gevallen wat het met David, zijn vriend en zwager, fout afgelopen. Hij zag de ogen van zijn zusje Michal voor zich en kon de angst in haar ogen niet aanzien; haar tranen niet weer zien vloeien, zonder zelf diep geraakt te zijn. Michal had een zwak plekje in zijn hart. Maar het allerergste zou voor hem zijn dat David, met wie hij eensgezind was, een haar gekrenkt zou worden. Dat kon hij niet laten gebeuren. Al was Saul honderd keer zijn vader: dit nooit!

Blijkbaar had Jonathan begrepen dat de trawanten ’s morgens vroeg David van zijn bed zouden lichten en óf meesleuren naar Saul óf ter plekke doden. Waar zouden ze David hebben kunnen vinden? Goed mogelijk in de militaire barakken, de tenten van het legerkamp. Ver genoeg van Saul verwijderd, zodat er geen haan naar zou kraaien. Saul moest zoveel mogelijk uit beeld blijven. Maar… met Jonathan erbij kon dat niet meer. Dat Saul dat niet heeft ingezien blijft het wondere werk van de sukkelaar bij uitstek: de duivel. Zoveel machtiger dan de mens, maar zoveel dommer dan de mens die zijn verstand blijft gebruiken. Zeker die mens, die op de HEERE vertrouwt!
De Kanttekeningen wijzen bij het tijdstip dat Jonathan noemt ook op het ‘goede moment’ waarop Jonathan gelegenheid zal zoeken om met zijn vader te praten.
Het komt er toch van: dat gesprek met zijn vader. Daar zullen de komende verzen bij stilstaan. “Dit kan niet vader! Nu vergist u zich wel op een vreselijke wijze! Hoeveel hebben we juist aan David te danken? Hoeveel heeft hij voor ons gedaan?!”

“Dus David: kom niet je tent uit en ga niet op appel met de andere soldaten in het veld. Zorg dat je uit beeld blijft, zoals mijn vader Saul ook uit beeld wil blijven. Ik ga zorgen dat ik naast mijn vader kom te staan. En als we naar het veld lopen, probeer ik hem zo te leiden, dat we vlakbij jou, wat opzij van de rest, komen te staan. Dan ga ik over jou beginnen en wacht zijn reactie af. Kijken hoe hij zal reageren. Als hij direct ontvlamd, dan heeft hij dat moordplan niet in een dolle bui bedacht. Maar laten we hopen en bidden dat hij op andere gedachten zal worden gebracht door mijn betoog.”
Dat Jonathan in de buurt van David uit wil komen, laat ook zien dat hij met de mogelijkheid rekening houdt dat zijn vader hem ter plekke zal aanvallen. Mocht Jonathan iets overkomen – en niet meer in staat om David de uitkomst te vertellen – dan heeft David vanuit het verborgene zelf al kunnen horen hoe de vlag erbij hangt. Jonathan laat hier zien dat zijn eigen hachje niet voor hem telt. Hij stelt het welzijn van David werkelijk boven alles.

En daar had Jonathan zelf geen enkel voordeel bij te behalen. Dus eigen belang speelde totaal niet mee. Hier gaat een vriend voor zijn vriend door het vuur. En dit kan hem alles gaan kosten. Saul had maar één wenk aan zijn trawanten hoeven geven en ze zouden zelfs Jonathan hebben omgelegd. Ze zouden dik beloond zijn geworden. Hoe ziek kan een geest zijn; zelfs de geest van den bloedeigen vader!

Maar zo is Jonathan niet. En met verve zal hij zijn plan uitvoeren. Zie je de overeenkomst met Christus, Die voor ons door het helse vuur van Zijn Vaders toorn ging, om ons te behouden? Ja, Hij deed dat in eerste instantie voor Zijn Vaders eer. Maar ook puur om ons te behouden. Hij had het niet hoeven doen, toch? Eeuwig dank en eer!

dinsdag 9 januari 2018

Als je zus verliefd wordt op jouw vervanger

De zwager van de nieuwe koning - I

Doch Michal, de dochter van Saul, had David lief…
En Saul zag en merkte dat de HEERE met David was;
en Michal, de dochter van Saul, had hem lief.
Toen vreesde Saul nog meer voor David;
en Saul was David tot vijand al zijn dagen.
1 Samuël 18 : 20a, 28-29

Ja, er stond nog een ‘rekening’ open bij Saul. Hij had immers beloofd dat de overwinnaar op Goliath zou mogen trouwen met zijn dochter. In hoofdstuk 17 : 25 lezen we: “…en het zal geschieden, dat de koning dien man die hem slaat, met groten rijkdom verrijken zal en hij zal hem zijn dochter geven en hij zal zijns vaders huis vrijmaken in Israël.” Dit was haast het eerst dat David te horen kreeg, toen hij vanuit Bethlehem bij het slagveld aankwam. Hij had gevraagd: “Welke beloning krijgt de man die deze scheldkanon uitschakelt?” De een na de ander had hem verteld dat de man die Goliath zou doden, bijzonder grote eer zou ontvangen: zijn familie weg vrijgesteld van belasting (en dat was zeer aanlokkelijk in die tijd; denk aan Samuëls waarschuwing!) én… hij zou de schoonzoon van de koning worden. Bij dat laatste had Saul blijkbaar gezegd dat de overwinnaar mocht trouwen met zijn dochter, maar niet met welk van de twee. Waarschijnlijk is iedereen ervan uit gegaan dat het de oudste, Merab, zou zijn. Hoe oud was Michal toen helemaal? Misschien nog wel een opgeschoten puber.

Saul herinnert zich in ons hoofdstuk die belofte weer. Dat hij deze belofte, openbaar gemaakt, moet nakomen is niet het grootste probleem. Het grootste probleem is dat hij die belofte moet nakomen aan die vreselijke David. Het liefst zag hij hem dood. Maar hij durft niet, zoals Saul zoveel niet durft!
Evenwel is Saul sneaky. Hij durft David niet te doden, maar zomaar iets weggeven kan hij ook niet. Zelfs bij het inwisselen van zijn belofte (en wat had David niet gedaan, om daarvoor in aanmerking te komen!) probeert hij er nog een slaatje uit te slaan. Dat valt niet direct op; hoe doortrapt is Saul, maar hoe goedgelovig is David hier nog. Het zal ook Jonathan niet direct zijn opgevallen. Immers, de twee zijn inmiddels al dikke vrienden.
Had Jonathan zijn vader altijd anders bekeken? Was Saul, vóórdat hij koning werd, wél altijd oprecht en transparant in zijn handel en wandel? Het beeld van zijn vader zal bij Jonathan langzaamaan zijn bijgesteld. Hoe ingrijpend, of aangrijpend, is dat?!

David is een bescheiden man, wanneer Saul over een huwelijk met zijn dochter begint. “Wie ben ik eigenlijk? Ik kan toch onmogelijk de schoonzoon van de koning worden?” Die nederigheid komen we bij David ook nog tegen (gelukkig) in 2 Samuël 7 : 8, waar bij belijdt voor de HEERE: “Wie ben ik, Heere HEERE, en wat is mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe gebracht hebt?”
Dan vindt er opeens een merkwaardige bruid-wisseltruc plaats. Saul lijkt hier op Laban. Waarom deed hij dat? Dat blijft vaag. Het lijkt erop dat er andere belangen op de achtergrond speelden. Tegelijk zal ook hebben meegewogen dat hij David liever dood dan levend zag.

Maar plots wordt hij gewaar dat zijn jongste dochter, Michal, op David verliefd is geworden. Wij hebben een ingekleurd beeld van haar, maar let erop dat haar liefde voor David en Davids liefde voor haar de meest pure waren in hun beider leven. Je kunt dat prachtig lezen in het boek ‘Michal’ van Jill Eileen Smith. David stal het hart van Michal al toen hij nog telkens werd geroepen om Saul te kalmeren. De angst voor de waanzin-buien van haar vader deden Michal verlangen, aldus Jill Eileen Smith, naar de komst van David. Zijn aanwezigheid deed haar adem stokken. Maar… hij leek bestemd voor haar grote zus. Maar er kwam, zo verraadde Michal aan haar vader, een rijke man in het leven van Merab: Adriël, de zoon van Barzillaï (die later op zijn oude dag nog een rol in het leven van David zal spelen).

Terug naar de Bijbel. Saul merkt dat zijn jongste dochter is verliefd geworden op David. En dat maakt dat hij haar gaat inzetten in zijn strijd tegen David, zonder dat ze dat zelf zal hebben gemerkt. Ook zijn knechten zet hij in, om David te pressen om te trouwen met Michal. De knechen moeten op David inpraten. Maar hij noemt zichzelf, tegenover die knechten, zelfs ‘arm en verachtzaam’. Denk nog even terug aan zijn afkomst en zijn positie binnen het gezin van zijn vader! Toch liet de liefde zich niet dwingen. Achter dat liefdesspel tussen deze twee harten, moeten we wel Gods hand blijven zien.
Dat David openlijk zegt dat hij onvoldoende geld heeft om een bruidsschat te betalen, komt Saul ter ore via de knechten. Daar heeft hij een handige oplossing voor. David moet 100 voorhuiden geven als bruidsschat aan Saul. Naast dat dat een smerig werkje is, en onterend bovendien, is het ook een riskant klusje. Om de voorhuid (of wellicht wel het hele geslachtsdeel) van de vijand eraf te snijden, moet de Filistijn zelf ook zijn uitgeschakeld. Risico’s te over dat David dat niet gaat overleven. Maar niets is minder waar. Hij brengt er zelfs 200 mee!

Wat een rare zaak is dit! Dat David dit doet? We horen niet dat Sauls opdracht ook een opdracht van de HEERE is. En… Filistijnen besnijden is geen evangeliserend werd. Zeker niet als ze gedood moeten worden. Waarom doet David dit, als hij zich onwaardig acht om de schoonzoon van de koning te worden? Was hij verliefd en dreef de liefde voor Michal hem tot deze actie? Wilde hij zich bewijzen? Hoewel het raadselachtig blijft, zien we Gods stuwende hand hier achter deze geschiedenis. De HEERE was met David… dat is de rode draad. En let dus op wat dát uitwerkt! “Saul zag en merkte dat de HEERE met David was…”, lezen we in vers 28. En wat werkte dat uit?
Wat werkte het bij Jonathan uit? We lezen er niet veel over, maar merken tussen de regels door dat het hem juist meer verbond aan David. Maar over Saul lezen we: “Toen vreesde Saul nog meer voor David…”. Zou dat met David ook nog iets hebben gedaan? Was dat niet een enorme valkuil voor hem? Goliath overwonnen, het volk is idolaat van hem én de koning is als de dood voor hem. Wat een ingangen voor satan!
Of het bij David een ingang voor satan was weten we niet (waarschijnlijk niet), maar bij Saul vindt satan wel een forse ingang: “…en Saul was David tot vijand al zijn dagen.” Wat een triest leven; en hoe onnodig. Zelfhandhaving is de meest schadelijke vorm van zelfmoord.

Nog even kort terug naar Jonathan. Met het huwelijk tussen zijn vriend David en zijn zusje Michal werd hij de zwager van de nieuwe koning. Uit het al eerder aangehaalde boek van Jill Eileen Smith krijg je het idee dat er tussen Jonathan en Michal een zeer warme broer-zus-band bestond. Of dat zo was, of dat het enkel de dichterlijke vrijheid van de schrijfster was weten we niet.
Wat we wel weten is, lezend tussen de regels, dat Jonathan en David steeds dichter bij elkaar kwamen te staan, ondanks dat we in het dertigste vers lezen dat David succesvoller was dan al Sauls knechten (ook Jonathan als aanvoerder van een legeronderdeel). Jonathan kon er prima mee leven dat David zijn meerdere was. Hij genoot van hun vriendschap die bewonderenswaardig diep ging. Want samen genoten ze van de HEERE en Zijn dienst. Dát zijn echte vriendschapsbanden. Dan gaan de gesprekken ook ergens over. Geen koetjes en kalfjes, maar het leven met de HEERE op het scherpst van de snede. Zijn liefdedienst en de heerlijke rijkdom van Zijn Woord.