Posts tonen met het label gevaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gevaar. Alle posts tonen

vrijdag 2 februari 2018

Het plan van Jonathan

De vriend van de gezalfde - IV

Zo zal ik drie pijlen ter zijde schieten, als of ik naar een teken schoot. En zie, ik zal den jongen zenden, zeggende: Ga heen, zoek de pijlen, indien ik uitdrukkelijk tot den jongen zeg: Zie, de pijlen zijn van u af en herwaarts, neem hem; en kom gij, want er is vrede voor u, en er is geen ding,
zo waarlijk de HEERE leeft! Maar indien ik tot den jongen alzo zeg: Zie, de pijlen zijn van u af en verder; ga heen, want de HEERE heeft u laten gaan. En aangaande de zaak, waarvan ik en gij gesproken hebben, zie, de HEERE zij tussen mij en tussen u, tot in eeuwigheid!
1 Samuël 20 : 20-23


Dat plan van Jonathan kennen we wel. Met die pijlen die óf verderop liggen óf juist dichterbij. Verderop betekent vluchten en dichterbij betekent blijven. Maar de vraag is: waarom zo’n ingewikkeld plan? Hij had toch ook gewoon naar de afgesproken plek kunnen gaan om David te vertellen hoe de vlag erbij hing bij zijn vader Saul? Het doet mij allemaal wat erg ingewikkeld aan. En omdat ik Jonathan hoog inschat, moet er dus een reden voor zijn geweest.
Inderdaad had Jonathan alleen kunnen gaan naar deze plek en met David kunnen spreken. Uiteindelijk doet hij dit ook. Toch wil hij er tot op zekere hoogte een getuige bij, die overigens niets voortijdig te weten komt. De jongen, zijn wapendrager, is zijn vertrouweling. Die had hij heel goed het zwijgen kunnen opleggen, bij wat hij van plan was. Het was immers zijn persoonlijke vertrouweling? Toch houdt hij hem maar voor een deel onkundig. Op de een of andere manier, we zagen dat ook gisteren al, houdt Jonathan er rekening mee dat hij deze periode niet gaat overleven. En hij is er zeker van dat David terugkomt. Maar die ‘jongen’, zijn wapendrager, speelt een heel belangrijke achtergrond rol, waar we niet goed uitkomen.

Zou Jonathan deze jongen in dit plan betrekken om hem iets van de situatie te laten zien? Om hem te gebruiken als getuige van een deel van de zaak? Zodat, als David eenmaal aan de macht komt, voor hem de stukjes op hun plaats zullen vallen en dat juist deze jongen zal pleiten bij David voor de kinderen van Jonathan die in dit verbond met David zijn opgenomen? Wie is deze jongen? En komen we hem misschien later ook nog tegen in het leger van David? Het zou kunnen. Jonathan gebruikt deze jongen voor drie dingen:
  • als dekmantel voor zijn missie, om onder het argwanende oog van Saul uit te komen;
  • als getuige, zoals Jezus Zijn discipelen meenam in de Hof van Gethsémané, terwijl ze er nog lang niet alles van begrepen;
  • als afleiding voor eventuele verspieders in de buurt, door de actie er als een echte jachtpartij uit te laten zien had hij drie keer de gelegenheid om de omgeving af te speuren; en toen niemand verscheen was de kust veilig.
Jonathan neemt werkelijk elke voorzorgsmaatregel in acht om David tot het uiterste te beschermen. En David gehoorzaamt hem, ondanks dat hij weet dat hij gezalfd is tot koning! Hij acht zich met al zijn ­recente ­overwinningen en de zalving tot koning niet onoverwinnelijk!
Tenslotte nog dat 23e vers, waarin Jonathan haast dreigende dingen zegt over een eed en over God Die getuige is en zal zijn! Dat element ontbreekt in het voorgaande, maar wordt benoemd in vers 42: “Toen zeide Jónathan tot David: Ga in vrede; hetgeen dat wij beiden in den Naam des HEEREN gezworen hebben, zeggende: De HEERE zij tussen mij en tussen u, en tussen mijn zaad en tussen uw zaad, zij tot in der eeuwigheid.” Het blijkt dat Jonathan met David een verbond voor Gods aangezicht heeft gesloten tot in het volgende geslacht.

donderdag 25 januari 2018

Zijn Jonathan en David naïef of goedgelovig?

De zwager van de nieuwe koning - VI

Toen zwoer David verder en zeide: Uw vader weet zeer wel, dat ik genade in uw ogen gevonden heb; daarom heeft hij gezegd: Dat Jónathan dit niet wete, opdat hij zich niet bekommere. En zekerlijk, zo waarachtig als de HEERE leeft en uw ziel leeft, er is maar als één schrede tussen mij en tussen den dood.
1 Samuël 20 : 3


Profeteren of niet, de Geest van God of niet… David neemt het zekere voor het onzekere. Als Saul in de extase van een overgeestelijke bui zich van zijn koninklijke kleed heeft ontdaan, vlucht David de stad uit. In de hoop dat Saul voorlopig even niet op andere gedachten wordt gebracht. Hij loopt zo snel hij kan naar Gibea, waar Sauls paleis is en waar hij Jonathan vermoed. De trouwste handlangers zijn aan het profeteren in Rama, dus het grootste gevaar is daar weg.
Je zou verwachten dat er in de Bijbel stond: “Toen vluchtte David van Najoth bij Rama, en hij kwam weer terug bij zijn vrouw Michal…” Maar zij is niet het doel van zijn reis. Hij zoekt Jonathan op! Hoe zal híj zich al die tijd hebben gevoeld? Heeft hij gebeden om bescherming van David door God? Mag je daar van uitgaan? Ik denk het wel.
Jonathan heeft al die tijd niets kunnen doen. Zijn vader heeft soldaten naar Rama gestuurd. De orders moeten hebben geklonken in het paleis, de trawanten moeten geïnstrueerd en bewapend op pad zijn gestuurd, terwijl Jonathan het heeft zien gebeuren…
Ook Michal moet angstige moment hebben doorgemaakt. Ze kende haar geliefde man, maar of ze de God van haar man kende is maar zeer de vraag. Rekende ze met de HEERE? Toen ze David wilde ‘vermommen’ had ze het eerste een afgodsbeeld, een terafim, gepakt. Haar vader had haar ziedend ter verantwoording geroepen, maar het antwoord dat zij haar vader gaf was even onthutsend. Ze had een leugen over David verteld en zijn imago geschaad. En gek genoeg had Saul er genoegen mee genomen. Vervolgens waren driemaal groepen soldaten naar Rama gestuurd. Dat nodigde niet uit tot geruststellende gedachten voor haar!
David trotseert het risico dat hij wordt gearresteerd door de bewakers. Vind je niet niet opmerkelijk dat hij het paleis wordt binnengelaten, zonder dat iemand hem aanspreekt of tegenhoudt? Hij beent direct door naar Jonathan, die volgens de Kanttekening ‘stadhouder’ – zeg maar de tijdelijk plaatsvervanger van zijn vader is – zolang die buiten Gibea is.
“Wat heb ik gedaan, wat is mijn misdaad, en wat is mijn zonde voor het aangezicht uws vaders, dat hij mijn ziel zoekt?” Zou David het echt niet weten? Ik kan het me na al die hoofdstukken niet indenken. Maar ja… ik heb een Bijbel en David leefde live in de geschiedenis. Had hij het vermogen om dingen op een rijtje te zetten en lijnen en structuren te ontdekken? Had Jonathan dat? Nou, dat viel me wel tegen!
Jonathan reageert op het naïeve af: “Hij daarentegen zeide tot hem (David): Dat zij verre, gij zult niet sterven. Zie, mijn vader doet geen grote zaak, en geen kleine zaak, die hij voor mijn oor niet openbaart; waarom zou dan mijn vader deze zaak van mij verbergen? Dat is niet.” Dus is de conclusie van Jonathan: er is niets speciaals in de handelingen van mijn vader. Geen verborgen bedoelingen om jou uit de weg te ruimen. Dat is raar! Want Jonathan wist het toch wel? Hij had David toch al eerder gewaarschuwd? Kan het zijn dat je als kind dit bij je ouders niet voor mogelijk wil houden en het daarom ontkent? Wat is het?
Maar David is niet snel tevreden gesteld. Hij voelt haarfijn aan dat er maar íets hoeft te gebeuren of hij gaat eraan. Hij noemt het ‘een schrede tussen mij en de dood’. Dat Jonathan zegt niets te weten, dat kan hij simpel verklaren: je vader weet het! Hij weet dat wij meer zijn dan alleen legeraanvoerders onder zijn bewind. Meer dan alleen twee zwagers. Hij weet dat we vrienden voor het leven zijn!
“Jonathan, dat jij niets weet verklaart niets! Als je vader ook maar iets vermoed, dan zal hij jou omzeilen met zijn plannen. Hij zal je niet willen vermoeien… Maar meer nog: hij zal je bewust onkundig houden, zodat je mij niet kunt inlichten om mij te laten ontsnappen! Dat is het! Zeker weten!”
Nou, David zegt het eigenlijk nog een beetje liever. Hij schetst het alsof Saul zijn zoon Jonathan zou willen ontzien, om hem geen onnodig verdriet aan te doen: “Dat Jonathan dit niet wete, opdat hij zich niet ­bekommere…” Het is de vraag of David dit zegt om Jonathan te sparen (en zijn vader bewust niet in een kwaad daglicht te stellen), of dat hij écht gelooft in de mogelijkheid dat Saul het ten diepste wel goed meent.
Is dit ten diepste de houding van een gelovige? Uitgaan van het goede van iemands bedoelingen? Iets in mij zegt dat je dan naïef denkt. Maar heb ik het bij het juiste eind? Of is dit wat God van ons vraagt?
Laten we dit voorop stellen. David begint niet met grootse beschuldigingen of verdachtmakingen. Hij wil feiten weten, alvorens hij handelt. “Gij zult geen vals getuigenis geven…” Is het fout om vragen te stellen? Nee. Is het fout om vragen te stellen die veronderstellen dat iemand kwade bedoelingen heeft? Of mag je alleen vragen stellen die zoeken binnen de grenzen van positieve bedoelingen? Dus moet ik actief op zoek zijn naar iemands positieve bedoelingen, zonder die op voorhand in twijfel te trekken? Hoe diep gaat etische oprechtheid en gerechtigheid? Moet je daar jurist voor zijn? Of gewoon transparant christen? David vermoed toch ook het kwaad? Mijn intuïtie heeft een hekel aan naïviteit. Maar is mijn intuïtie van na Genesis 3 nog zuiver?

woensdag 18 november 2015

Hoezo 'onze (oud)vaderen'?

De Jacobsbron bij Sichem, getekend met potlood en aquarel door de engelse David Roberts (1796-1864)
tijdens zijn rondreizen in het Midden-Oosten

"Zijt Gij meerder dan onze vader Jakob, die ons den put gegeven heeft,
en hijzelf heeft daaruit gedronken, en zijn kinderen en zijn vee?"
Johannes 4 : 12

Het is opvallend dat deze vrouw zo hoog opgeeft van haar 'vader Jacob'. Ze zet hem op een voetstuk, maar… wat voor voetstuk? Vind zij hem echt geweldig, of gebruikt ze hem, om haar bestaansrecht en de graad van zuiverheid van haar godsdienstig leven te waarborgen? Dat laatste gedrag zie je ook bij refo's die schermen met oudvaders. Aanstonds zal blijken dat Jezus door zo'n façade heen prikt. Maar voor vandaag zoomen we in op dat gedrag.

Schermen met oud- of voorvaders

Ik wil nog even terug naar Jacob en de put. Op www.broedersinchristus.nl/Bijbel-Sichem vond ik het volgende, dat best wat verheldering geeft over deze geschiedenis in Johannes 4:
De naam Sichem betekent iets als: op zijn schouders nemen, wat een actie aangeeft, zoals vroeg beginnen of niet aarzelen’. De plek was al vroeg in de geschiedenis bewoond. In de tijd van Abraham was hier een Kanaänitische stad. Ongeveer 500 m ten zuidoosten van Tell Balata ligt aan de weg naar het Jordaandal, op het terrein dat Jacob eens van de koning van Sichem kocht, de bron die hij voor zijn huisgezin en zijn kudden groef. Aan de echtheid van de put van Jacob, twijfelt men niet meer, want het is in de verre omtrek de enige waterput. Via een trap kan de put worden bereikt. De emmer moet ± 20 m neergelaten worden om water te kunnen scheppen, uit een waterader die van de berg Gerizim naar de Wadi Fara loopt. Het water smaakt uitstekend.
Ik doel stuur dan ook niet aan op een discussie over de vraag of Jacob deze put heeft gegraven. Stefanus maakt het ons nog wel wat moeilijk, als hij beweert dat "onze vader" Abraham hier een stuk grond heeft gekocht (lees zijn preek in Handelingen 7), maar laten we de Kanttekeningen en veel uitleggers maar volgen die menen dat hier een verschrijving heeft plaatsgevonden en dat het dus wel degelijk Jacob was die hier de put heeft gegraven.
De vraag is echter: wat wil je daarmee zeggen? Waarom beroep je je op vader Jacob? Wil je daarmee zeggen dat jij voluit een nazaat (dochter in dit geval) van deze Jacob bent? Dat zou nog wel eens lastig kunnen worden. Deze samaritaans heeft namelijk ook heidens bloed in zich. Al moet worden toegegeven dat ook de nazaten van Rachab, Ruth en Davids moeder (die eerst met de ammonitische koning Nahas was getrouwd).
Stefanus spreekt overigens in zijn preek in Handelingen 7 ook regelmatig over 'onze vader Abraham' of 'onze vaderen' (de twaalf zonen van Jacob). Hij beroemde zich niet op zijn voorvaderen, maar sprak zo tegen de massa voor hem, om aan te geven dat ze één volk zijn met gemeenschappelijke voorvaderen, de aartsvaders Abraham, Izak en Jacob. Daarmee noemde hij zich voluit Jood, ondanks dat hij Jezus volgde, diende en liefhad. Dat bijt elkaar niet!

Je beroemen op voorvaderen of oudvaderen kan niettemin een gevaarlijke zaak zijn. Ten diepste sta je – als je daar fout mee omgaat – niet ver af van de Roomsen die heiligen aanroepen om zo een streepje voor te hebben bij God. En we belijden toch dat bij de HEERE GEEN AANNEMING DES PERSOONS is? We worden niet zalig door de woorden van oudvaders. We worden al helemaal niet zalig door hun geloof. Het komt aan op persoonlijk geloof. En dat is het wat in dit hoofdstuk zo prachtig duidelijk wordt, tot grote vrijheid van deze vrouw en haar stadsgenoten. Ook zij zullen later zeggen: "We geloven nu niet vanwege deze vrouw, maar omdat we ZELF hebben gezien en gehoord…"
Zijn oudvaders dan onbelangrijk? Doen gelovige voorvaderen er dan niet toe? Het zijn goede richtingaanwijzers waar je zeker zegenrijk gebruik van kunt maken. Je mag er God dankbaar voor zijn dat Hij door de lijn der geslachte werkt. Maar die voor- en oudvaders zijn geen wet Gods op zich; ze zijn al helemaal geen heiligen in Roomse zin. Ze zijn nog minder in staat jou geloof te schenken. Het komt op persoonlijk geloof aan!

Je houdt het niet voor mogelijk

Nog kort iets over de haast smalende woorden "zijt Gij dan meerder dan…" Je komt ze tegen, het wettische type mensen, dat zich in de gemeente weliswaar uitgeeft voor een soort bevindelijken, maar dat stuk voor stuk door de mand valt, als het op een persoonlijk gesprek aankomt. Die op deze toon communiceren: "Wou jij het beter weten dan vader Smijtegelt?" of erger nog "Wou jij ingaan tegen de nu zalige Van der Groe?" Calvijn is bij veel hypercalvinisten toch nog een tikkeltje te lichtzinnig en te theologisch. Ze houden het liever bij haarklovers uit de Nadere Reformatie (en begrijp me goed: ik heb niets tegen de Nadere Reformatie, maar wel tegen 'leerlingen' die preciezer willen zijn dan hun zogenaamde 'leermeesters') en leggen die dan zo diffuus, ja mistig, uit dat ze er eigenlijk niet veel verder mee komen dan: God moet het doen.
Graag zou ik met hen meelezen en dan wel met de Bijbel er naast natuurlijk! Want ja, die heeft het laatste woord. Ik weet van gezelschappen waar op een gegeven moment de Bijbel dichtging, omdat men enkel nog leefde bij het licht van de Heilige Geest. O ja, veel charismatische groeperingen doen vandaag de dag ook zo! Dan moet je wel heel ver van het pad af zijn.

Ongelovig keek de vrouw Jezus aan. Elke overlegging was zinloos: hoe moest Hij water kunnen putten zonder emmer? Die put is meer dan 20 meter diep! Zelfs Goliath had niet zulke lange armen. Jezus zegt het niet, maar Hij had het kunnen zeggen: "Wat bij de mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God!" Het gevaar – dat wij gaan beredeneren of de HEERE iets met onze geestelijke dorst kan – is dat we nooit tot de vraag komen: "Heere, geef mij ook van dat levende water!"
En dat is het resultaat van hypercalvinisme. Een mens kan niet vragen… Dat is de vrucht van passief kerkgangerschap (ik wil het woord christen hierbij zelfs niet in de mond nemen!). Schud jezelf wakker; schud je buurman in de kerk of thuis wakker, als je nog nooit van dat levende water gedronken hebt. En laat je laven! Houdt het maar rustig voor mogelijk, want we hebben met God te doen. Die zal je nog eens versteld doen staan!