Posts tonen met het label wapendrager. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wapendrager. Alle posts tonen

vrijdag 2 februari 2018

Het plan van Jonathan

De vriend van de gezalfde - IV

Zo zal ik drie pijlen ter zijde schieten, als of ik naar een teken schoot. En zie, ik zal den jongen zenden, zeggende: Ga heen, zoek de pijlen, indien ik uitdrukkelijk tot den jongen zeg: Zie, de pijlen zijn van u af en herwaarts, neem hem; en kom gij, want er is vrede voor u, en er is geen ding,
zo waarlijk de HEERE leeft! Maar indien ik tot den jongen alzo zeg: Zie, de pijlen zijn van u af en verder; ga heen, want de HEERE heeft u laten gaan. En aangaande de zaak, waarvan ik en gij gesproken hebben, zie, de HEERE zij tussen mij en tussen u, tot in eeuwigheid!
1 Samuël 20 : 20-23


Dat plan van Jonathan kennen we wel. Met die pijlen die óf verderop liggen óf juist dichterbij. Verderop betekent vluchten en dichterbij betekent blijven. Maar de vraag is: waarom zo’n ingewikkeld plan? Hij had toch ook gewoon naar de afgesproken plek kunnen gaan om David te vertellen hoe de vlag erbij hing bij zijn vader Saul? Het doet mij allemaal wat erg ingewikkeld aan. En omdat ik Jonathan hoog inschat, moet er dus een reden voor zijn geweest.
Inderdaad had Jonathan alleen kunnen gaan naar deze plek en met David kunnen spreken. Uiteindelijk doet hij dit ook. Toch wil hij er tot op zekere hoogte een getuige bij, die overigens niets voortijdig te weten komt. De jongen, zijn wapendrager, is zijn vertrouweling. Die had hij heel goed het zwijgen kunnen opleggen, bij wat hij van plan was. Het was immers zijn persoonlijke vertrouweling? Toch houdt hij hem maar voor een deel onkundig. Op de een of andere manier, we zagen dat ook gisteren al, houdt Jonathan er rekening mee dat hij deze periode niet gaat overleven. En hij is er zeker van dat David terugkomt. Maar die ‘jongen’, zijn wapendrager, speelt een heel belangrijke achtergrond rol, waar we niet goed uitkomen.

Zou Jonathan deze jongen in dit plan betrekken om hem iets van de situatie te laten zien? Om hem te gebruiken als getuige van een deel van de zaak? Zodat, als David eenmaal aan de macht komt, voor hem de stukjes op hun plaats zullen vallen en dat juist deze jongen zal pleiten bij David voor de kinderen van Jonathan die in dit verbond met David zijn opgenomen? Wie is deze jongen? En komen we hem misschien later ook nog tegen in het leger van David? Het zou kunnen. Jonathan gebruikt deze jongen voor drie dingen:
  • als dekmantel voor zijn missie, om onder het argwanende oog van Saul uit te komen;
  • als getuige, zoals Jezus Zijn discipelen meenam in de Hof van Gethsémané, terwijl ze er nog lang niet alles van begrepen;
  • als afleiding voor eventuele verspieders in de buurt, door de actie er als een echte jachtpartij uit te laten zien had hij drie keer de gelegenheid om de omgeving af te speuren; en toen niemand verscheen was de kust veilig.
Jonathan neemt werkelijk elke voorzorgsmaatregel in acht om David tot het uiterste te beschermen. En David gehoorzaamt hem, ondanks dat hij weet dat hij gezalfd is tot koning! Hij acht zich met al zijn ­recente ­overwinningen en de zalving tot koning niet onoverwinnelijk!
Tenslotte nog dat 23e vers, waarin Jonathan haast dreigende dingen zegt over een eed en over God Die getuige is en zal zijn! Dat element ontbreekt in het voorgaande, maar wordt benoemd in vers 42: “Toen zeide Jónathan tot David: Ga in vrede; hetgeen dat wij beiden in den Naam des HEEREN gezworen hebben, zeggende: De HEERE zij tussen mij en tussen u, en tussen mijn zaad en tussen uw zaad, zij tot in der eeuwigheid.” Het blijkt dat Jonathan met David een verbond voor Gods aangezicht heeft gesloten tot in het volgende geslacht.

vrijdag 22 december 2017

De band tussen Gods kind en iemand met een boze geest

De fan van de muzikant - III

Alzo kwam David tot Saul en hij stond voor zijn aangezicht;
en hij beminde hem zeer en hij werd zijn wapendrager.
1 Samuël 16 : 21

Hoe ging dat ook alweer met David en dat harpspelen? De verhalen die ik mij nog herinner tekenden David als die kleine herdersjongen die op zijn harp speelde. Sommige verhalen lieten hem alleen halen als Saul weer in een dip zat, anderen lieten hem wel aan het hof wonen, maar… hij was enkel en alleen harpspeler. De enige vraag die je nog zou kunnen hebben is: wie moest er nu voor de schapen zorgen? Moest vader Isaï dat nu gaan doen of toch een van die andere broers? Wat deden die andere broers eigenlijk? Als ze hem voor de schapen lieten zorgen, waar vulden zij dan hun dagen mee?
Laten we vooraf vaststellen dat het oorlog was. Oorlog met de Filistijnen. En de oudere broers dienden in het leger van Saul. Dat zal in het volgende hoofdstuk wel blijken. Maar David… was hij wel die lieve kleine herdersjongen?

Als Saul aan zijn knechten vraagt om te zoeken naar een man die goed kan spelen (waarop?), heeft één van de knechten al direct een goed voorstel: “Zie, ik heb gezien een zoon van Isaï, den Bethlehemiet, die spelen kan, en hij is een dapper held en een krijgsman en verstandig in zaken en een schoon man; en de HEERE is met hem.” Die lieve herdersjongen was deze man opgevallen. Het mooiste dat hij noemt is ‘de HEERE is met hem’. Moet je eens even op je in laten werken. Dat is weliswaar het laatste dat deze knecht tegen Saul zegt, maar dat is blijkbaar van doorslaggevend belang! Immers, de hofhouding heeft wel door dat die ‘dip’ waarin Saul zich regelmatig bevindt, wordt veroorzaakt door een boze geest. Een boze geest van God. De Kanttekeningen spreken over ‘melancholie’, sombere depressiviteit. In onze dagen wordt dat niet persé in een vakje geplaatst waarop staat ‘boze geest van God’. Dat is een psychische gemoedstoestand die “zich kenmerkt door een verdrietige kijk op het verleden of een onvervuld verlangen”. Nou, dat laatste past ook wel bij Saul!

Daarnaast wordt David – en dat beeld kom ik nauwelijks in een kinderbijbel tegen – door deze knecht uitgeschilderd als heldhaftig, onverschrokken in militaire zaken en ‘verstandig in zaken’. Dat laatste moet vooral worden opgevat als ‘welsprekend’. Het poëtische gen dat David bezit, zal daar zeker toe hebben bijgedragen.
Saul laat deze jongen halen “die bij de schapen is”. Blijkbaar wist hij dat David een schaapherder was. Niet direct een positie die past bij het hofleven. Maar… als David voor Sauls troon staat, is Saul direct onder de indruk. Dat moet vooral te maken hebben met Davids voorkomen, zijn uiterlijk.
Direct wordt gecommuniceerd met vader Isaï dat David aan het hof blijft. Als argument wordt gegeven: David heeft genade in mijn ogen gevonden. Hij mocht die herdersjongen wel. Nou, jongen.

Ik moet mijn beeld van David ook hierin bijstellen: hij was een dapper man, niet voor een kleintje vervaard. In het volgende hoofdstuk zal David tegen Saul vertellen: “Uw knecht weidde de schapen zijns vaders, en er kwam een leeuw en een beer, en nam een schaap van de kudde weg. En ik ging uit hem na, en ik sloeg hem, en redde het uit zijn mond; toen hij tegen mij opstond, zo vatte ik hem bij zijn baard, en sloeg hem, en doodde hem. Uw knecht heeft zo den leeuw als den beer geslagen…” Kleine David, speel op je harp? Pas maar op! Hij draait je zo je nek om!

Vergeet niet dat Saul een grote vent is, die met kop en schouders boven de mensen uitstak. Die heeft het niet zo snel op kleine jochies. Saul was onder de indruk van Samuël; dat had deels te maken met diens onberekenbare macht, omdat God met hem was. Maar Samuël was ook geen kleine jongen. Hij hakte in het vorige hoofdstuk Agag met een paar klappen in stukken. Misschien dat die distantie jegens Samuël wel heeft meegewogen in Sauls affectie jegens David. Een soort balans in zijn geestelijke onbalans.

En laten we eerlijk zijn: David heeft zijn waarde bewezen. Dat lezen we in het laatste vers van dit hoofdstuk: “En het geschiedde als de (boze) geest Gods over Saul was, zo nam David de harp en hij speelde met zijn hand; dat was voor Saul een verademing, en het werd beter met hem en de boze geest week van hem.” Het musiceren van David is voor Saul een ‘verademing’. We lezen dat David ‘met zijn hand’ speelde; hij tokkelde op zijn harp. Maar is het teveel gezegd als we veronderstellen dat hij ook zal hebben gezongen? Het kan haast niet anders. Muziek werkt helend, maar David heeft ook de kracht van het woord bij de muziek ervaren. Hij uitte er zijn innerlijk in, wanneer hij psalmen maakte tot eer van God. En David nam zelden een blad voor de mond. Het kan haast niet anders – zeker als iedereen de psychose van Saul duidt als een kwade geest van God – of David heeft naast de muziek ook de tekst van zijn lied ingezet. Zingen jaagt de duivel op de vlucht.

Dat moet Jonathan ook hebben gehoord en meegemaakt. Hier raakte hij van onder de indruk. Misschien dat hij zelf niet zo mooi kon zingen en wellicht ook niet zo muzikaal was. Maar hij heeft gezien dat dit een machtiger wapen is dan het zwaard, de speer of de boog. Hiermee jaag je niet alleen de vijand, maar zelfs de satan op de vlucht! Zou er ergens aan het hof nog zo’n figuur zijn geweest, waarmee Jonathan zich geestelijk een wist? Ik vermoed daarom dat de woorden die David zong, Jonathan hebben geraakt. Het riep herkenning op en over enige tijd lezen we dat hun zielen zich verbonden hebben.

Nog één aspect uit de dagtekst is onbesproken gebleven. David is wapendrager bij Saul geworden. Jammer dat de Kanttekeningen er niet verder op ingaan. Is de huidige wapendrager van Saul ontslagen? Had Saul nog geen wapendrager? Jonathan had er in ieder geval wél een; en wát een team was dat! Was Saul jaloers?
Toen ik googelde op deze tekst, vond ik een merkwaardige site, van Rens Kopmels, die de tekst ánders interpreteert. Er staan namelijk nogal vaak ‘hij’ en ‘zijn’; maar wie is wie? Kopmels zegt: “Alzo kwam David tot Saul en hij [David] stond voor zijn [Saul] aangezicht; en hij [David] beminde hem [Saul] zeer en hij [David] werd zijn [Saul] wapendrager.” Dan is het dus David die Saul bemint… Gods kind dat affectie heeft met dit verbondskind dat erbuiten staat. Dat is een mooie gedachte. Kopmels legt er de vinger bij dat David zich nooit wilde ontdoen van Saul; terwijl het andersom wel zo was! Daar zit het grote verschil tussen Gods kinderen en de kinderen van de duisternis.
Maar terug naar die wapendrager… In een bijbelstudie van ‘Oude Sporen’ las ik toch weer: “Dan staat er geschreven dat Saul veel van hem hield (vs. 21). David genoot zoveel vertrouwen van de kant van Saul, dat hij zijn wapendrager werd. Hij bleef in de dienst van Saul; en zodra de boze geest over Saul kwam, nam hij de citer en speelde. Het citerspel schonk Saul verlichting: hij voelde zich beter, omdat de boze geest van hem week (vs. 22-23). Sauls liefde was gebaseerd op Davids citerspel, dat ervoor zorgde dat hij zich beter voelde en de boze geest van hem week.” Maar wanneer David populairder wordt dan Saul, onder het volk, slaat die liefde om in nietsontziende haat!

Wapendrager… het is de vertrouweling, de rechterhand en de man die zorgt dat de heer de handen vrij heeft om succesvol te ­handelen. Een dienende taak, niet zonder gevaar. Saul ziet in David niet alleen soelaas voor zijn psychoses, maar hij ziet in hem ook ­voordeel in de oorlogen. David is meer dan een wapen- of muziek­instrumentendrager! Hij is zijn mascotte, waarmee hij God claimt.

zaterdag 2 december 2017

Een slag van niks met grote gevolgen

De zoon van de boerenkoning - XII

Toen klom Jónathan op zijn handen en op zijn voeten,
en zijn wapendrager hem na; en zij vielen voor Jónathans aangezicht,
en zijn wapendrager doodde hen achter hem.
Deze eerste slag nu, waarmede Jónathan en zijn wapendrager
omtrent twintig mannen versloegen,
geschiedde omtrent in de helft eens bunders, zijnde een juk ossen land.
1 Samuël 14 : 13-14

God had het teken, dat Jonathan had voorgesteld, geaccepteerd en beantwoord. “Maar zeggen zij aldus: Klimt tot ons op; zo zullen wij opklimmen, want de HEERE heeft hen in onze hand gegeven…”
Dat laatste stelde Jonathan enigszins bij, toen hem duidelijk werd dat de HEERE wilde dat ze zouden verdergaan met hun actie. Hij vuurde zijn wapendrager aan: “Klim op achter mij, want de HEERE heeft hen gegeven in de hand van Israël.” Eerst sprak hij over ‘onze hand’ en daarna nuanceerde hij het tot ‘de hand van Israël’. Het ging hem uiteindelijk niet om eigen projectjes en eigen eer, maar zijn actie zou die van het hele volk zijn en zijn overwinning zou die van Israël zijn. En daarmee gaf hij naast God ook het volk van God de eer!
Jonathan klimt omhoog, op handen en voeten. Een uiterst kwetsbare onderneming. Geen tijd en mogelijkheid om zich te ­verdedigen met zwaard of boog. Hij had er al zijn ledematen bij nodig. En blijkbaar hielden de filistijnen niet voor mogelijk dat het Jonathan en zijn wapendrager zou lukken, want ze ondernemen geen enkele actie om hen neer te schieten. Deze domme inschatten is voor de twee vertrouwers op de HEERE juist een teken dat de HEERE ­inderdaad de overwinning gaat realiseren.
En voor de filistijnen het goed en wel beseffen zijn Jonathan en zijn wapendrager boven en maaien in een korte tijd twintig man de eeuwigheid in. Is dat een overwinning? De getallen van de legers van de vijand zitten ons nog vers in het geheugen: tienduizenden en nog eens tienduizenden! Twintig gesneuvelden? Wat gaat dat voorstellen?
De actie is misschien niet heel groot, maar de psychische impact is enorm. Jonathan is de enige met een zwaard, zo zagen we eerder (samen met zijn vader Saul). Wat droeg zijn wapendrager dan? Een boog en een pijlkoker? Heel veel kan het niet hebben voorgesteld. Maar als Jonathan de eerste heeft neergemaaid, grijpt de wapendrager het zwaard van de overwonnen soldaat en begint er zelf ook lustig op los te steken. Zijn generaal sabelt ze neer, hij steekt ze dood. Dat is voor de filistijnen nog eens extra vernederend. Ze worden niet in één klap gedood, maar ze zien met eigen ogen hun onmacht tegenover deze zoon van de boerenkoning, die over een onstuibare kracht beschikt. En voor ze zich kunnen afvragen wat die kracht precies is (toverkracht of Gods kracht?) worden ze stuk voor stuk gedood.
Het besef dat deze kleine actie zo onstuibaar succesvol blijkt, doet hen op de vlucht slaan! Let nog even op die massa vijanden: misschien wel een half miljoen! En twintig van hen sneuvelen, waardoor ze alle moed verliezen. Vers 15 zegt het zo: “En er was een beving in het leger, op het veld en onder het ganse volk; de bezetting en de ­verdervers beefden ook zelven; ja, het land werd beroerd, want het was een beving Gods.” Ze ervaren de angst die hen zo plotseling demotiveert als een beving van God, de God van Israël! Hoe juist was dat?!
Tenslotte zoomt de tekst nog in op de plek waar deze slag plaatsvond: “omtrent in de helft eens bunders, zijnde een juk ossen land.” Die uitdrukking ‘een juk ossen land’ betekent: een stuk land dat twee ossen met een ploeg in één dag kunnen ploegen. Een betrekkelijk klein gebied, zeggen de Kanttekeningen, waar Jonathan en zijn wapendrager gemakkelijk door de te hulp gekomen vijanden hadden kunnen worden omsingeld. Maar omdat God zijn kinderen en knechten beschermt, gebeurt dat niet.
Bij de verklaring van ‘Oude sporen’ las ik: hoewel dit een klein gebied is, waarop deze actie plaatsvond, is het ook een nieuw begin. Een span ossen kon er zijn werk weer gaan beginnen en het land kon weer gebruikt worden waarvoor het bedoeld was. Mooie gedacht; Gods bevrijding heeft altijd het element van herschepping in zich.
Wat zou er door die wapendrager zijn gegaan? Dit moet nieuw voor hem geweest zijn. En… dit had hij van koning Saul nog nooit gezien. Met Jonathan op avontuur gaan is een belevenis! En zo totaal anders dan in het angsthazenkamp van de passieve Israëlieten en koning Saul! Die wapendrager moet toch wel het verschil zijn gaan zien tussen Saul, die zonder God zijn strategie uitzette en diens zoon Jonathan, zijn heer, die zijn ‘gewone’ militaire acties van alle dag altijd in nauw contact met de HEERE uitvoert.
Een al eerder gestelde vraag, maar iets gewijzigd: wat ziet jouw ‘wapendrager’ dankzij jou van God? Wat leert hij of zij over de HEERE van jouw doen en laten? Is dat een rare vraag?
Morgen is het Heilig Avondmaal; vorige week in de preek van de voorbereidingsdienst stelde de dominee: als je aangaat leg je daarmee getuigenis af van jouw relatie met de HEERE. Maar als je afblijft leg je evenzeer in het midden van de gemeente van Jezus Christus ­getuigenis af van jouw relatie met de HEERE! Niet uit een of ander automatisme om dan maar aan te gaan allemaal, maar juist op het scherpst van de snede: welk getuigenis leg jij af naar anderen, met je doen én je laten?

woensdag 29 november 2017

Opklimmen tot de vijand, voor Gods aangezicht

De zoon van de boerenkoning - XI

Jónathan nu zeide: Zie, wij zullen overgaan tot die mannen,
en wij zullen ons aan hen ontdekken.
Indien zij aldus tot ons zeggen: Staat stil totdat wij aan ulieden komen, zo zullen wij blijven staan aan onze plaats, en tot hen niet opklimmen.
Maar zeggen zij aldus: Klimt tot ons op; zo zullen wij opklimmen, want de HEERE heeft hen in onze hand gegeven; en dit zal ons een teken zijn.
1 Samuël 14 : 8-10

Jonathans wapendrager had gezegd dat hij zijn heer onvoorwaardelijk zou volgen. Dat waren grote en stoere woorden. Ze worden nu op de proef gesteld, want Jonathan voegt de daad bij het woord: hij gaat de vijand tegemoet. Hij klimt die oergevaarlijke weg omhoog en is zo uiterst kwetsbaar voor zijn vijand.

Is dat nu niet een beetje riskant en onverantwoord? Ik lees helemaal niet dat Jonathan de dingen eerst overlegd met de HEERE! Hij gaat zomaar, zo lijkt het. Nou, het is waar dat we niets lezen over een of ander gebed tot God, maar hij weet zich wel afhankelijk van de HEERE. Ooit zei de HEERE tot vader Abraham: “Wandel voor Mijn aangezicht en wees oprecht”. Geen mooie woorden, Abraham, maar laat met je daden zien dat je wéét dat Ik je zie. En laat aan je hele houding zien, zowel aan de wereld als aan Mij, dat wát je doet geheel gericht is op mij. Als Jonathan ook zo leefde – en het heeft er alles van weg – dan kunnen we ook zijn volgende woorden plaatsen!

Die andere bekende richter ‘verzocht’ God met een schapenvacht: Gideon. Hij wilde zeker weten dat de HEERE met hem was. De afspraak die Jonathan maakt lijkt hier veel op. Dit is geen verzoeken van God in negatieve zin, maar God vragen door een teken de weg te wijzen.
“Kom,” zegt Jonathan, “wij zullen opklimmen naar die filistijnen en ons duidelijk laten zien. En let dan goed op wat er gaat gebeuren, wapendrager! God zal ons de weg wijzen, vanuit de reactie van de vijand. Als zij zeggen: ‘Hé, wat moet dat daar?! Staan blijven, wij zullen wel eens even naar jullie toe komen om je een lesje te leren’, dan weten we dat God niet wil dat we verder gaan. Dan zullen we God gehoorzamen en Hem niet verzoeken. Maar… als ze zeggen: ‘Hé, angsthazen, klim maar op, als je durft!’, dan dagen ze ten diepste de HEERE uit… Dán weten we dat de HEERE ze al in onze hand heeft gegeven, nog vóór wij één vinger naar hen hebben kunnen uitsteken.” Met die woorden gaf hij al op voorhand de eer van de overwinning aan de HEERE Zelf!

Opklimmen tot… Jaren later zou Jonathans vriend en zwager David een prachtige psalm dichten: “Wie zal klimmen op den berg des HEEREN, en wie zal staan in de plaats Zijner heiligheid? Die rein van handen, en zuiver van hart is, die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid, en die niet bedriegelijk zweert; die zal den zegen ontvangen van den HEERE, en gerechtigheid van den God zijns heils. Dat is het geslacht dergenen, die naar Hem vragen, die Uw aangezicht zoeken, dat is Jakob! Sela.” (Psalm 24 : 3-6)
Dat zijn woorden die Jonathan ook had kunnen dichten. Hij voelde zich niet waardig om zomaar tot God op te klimmen. Niet lichtzinnig, maar weloverwogen. Hij kende zijn plaats, als zoon van de koning, onder God. Hij wist dat God het hart aanzag. En in dat hart was een verlangen dat Gods volk weer op de HEERE zou vertrouwen. Dat het niet zijn angstige vader zou volgen, maar dat het Gods Geest zou ervaren en kloeke daden zou doen ter ere van God Zelf. In deze zaken is Gods eer in het geding. En daarom is het niet onverantwoord om tot de vijanden van God op te klimmen.
Maar dat teken, dat Jonathan ten diepste met God afspreekt, had ook anders uit kunnen pakken. God had ook dat andere kunnen laten gebeuren. Dan had Jonathan geen ‘grote daden’ kunnen laten zien en had hij zijn durf en dapperheid niet kunnen tonen. Was het hem dan ook goed geweest? Ja, daar getuigt zijn antwoord ook van. En zijn wapendrager heeft het goed kunnen horen. Die wapendrager diende een legeraanvoerder, die onvoorwaardelijk de God van het Verbond gehoorzaamde.
Je bent gezegend als je zo’n predikant in je gemeente hebt. Als je zulke ambtsdragers hebt, die gaan in de kracht van God, maar die ook stil kunnen zijn en super geconcentreerd letten op wat de HEERE doet. Geen mystiek en mistig toneelstuk, maar ­transparant voor de hele gemeente. Je wordt als ­‘wapendragers’ meegenomen in een intenste vriendschap met God, waarin je ziet en merkt dat Hij het voor het zeggen heeft in het leven van de gemeente.

Opklimmen tot de vijand… alleen als de HEERE voorop gaat. Maar áls Hij ook gaat, dan ga je onvoorwaardelijk mee. Dan is de overwinning al behaald, nog voor de strijd begonnen is. Wie is hier de grote Overwinnaar? David vroeg het zich ook al af: “Heft uw hoofden op, gij poorten, ja, heft op, gij eeuwige deuren! opdat de Koning der ere inga! Wie is Hij, deze Koning der ere? De HEERE der heirscharen, Die is de Koning der ere. Sela.” Of, zoals David in Psalm 60 zingt: “Maar nu hebt Gij dengenen, die U vrezen, een banier gegeven, om die op te werpen, vanwege de waarheid. Wie zal mij voeren in een vaste stad? […] Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten? Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid, want ‘s mensen heil is ijdelheid. In God zullen wij kloeke daden doen, en Hij zal onze wederpartijders vertreden.”

zondag 26 november 2017

Wie laat jij zien hoe machtig de HEERE is?

De zoon van de boerenkoning - X

Jónathan nu zeide tot den jongen die zijn wapenen droeg:
Kom en laat ons tot de bezetting dezer onbesnedenen overgaan;
misschien zal de HEERE voor ons werken; want bij den HEERE is geen verhindering om te verlossen door velen of door weinigen.
1 Samuël 14 : 6



Je zult wapendrager bij Jonathan zijn. Wat heb je dan een machtig werkgever! Je moet niet voor een kleintje vervaard zijn, maar het is één groot avontuur mét God! Geweldig!
Moet je nog even terug lezen, een paar verzen: vader Saul zit met een legertje van 600 man angstig weggescholen in de spelonken aan een ene kant van de Filistijnen. En Ahia, de oomzegger van Ikabod (Ken je hem nog? Hij werd geboren toen zijn vader de ark had meegenomen naar het oorlogsveld van de Filistijnen en daar sneuvelde; zijn moeder liet het leven bij de geboorte; en zijn opa Eli brak zijn neg; alles op 1 dag!. Hij werd dus als wees geboren haast!) was hogepriester (hij droeg de borstlap), maar onbereikbaar voor Saul en zijn leger. Hoe symbolisch: er zat een onoverbrugbare kloof tussen God en Saul.  Een uitzichtloze situatie!

Maar daar gaat Jonathan. Hij maakt zich los van zijn eigen leger (zou hij dat nog wel gehad hebben?) en trekt er met zijn wapendrager op uit. De priester weet het niet en de koning evenmin. Hij kan het niet over zijn hart verkrijgen om niets te doen en angstig te gaan zitten koekeloeren naar de Filistijnen, wat die gaan doen. Stel dat je de wapendrager, het maatje, bent van zo’n aanvoerder, die niet kan stilzitten en passief gaan zitten zijn! Er is namelijk nood, de vijand lijkt een makkie te hebben en… dat zou een blamage voor de God van het verbond zijn!

Als ze een opening hebben gevonden tussen de legers van de Filistijnen, zoeken ze naar een plek om dichterbij te komen. Tussen twee steenklippen bevinden zich de legers en die klippen hebben namen: Bozez en Séne. Het zijn een soort Yin- en Yang-achtige ­namen:  Bozez of Boses betekent ‘witter dan wit’ en Séne betekent ‘doornachtig’, gerelateerd aan het woord ‘senah’ dat wordt gebruikt voor de brandende braambos, uit het verhaal met Mozes. Juist een klip met doornstruiken en diepzwarte bramen. Zwart en wit dus!

Jonathan vindt – en hier blijkt ook zijn strategisch inzicht – een doorgang, om dichterbij te komen. Aanvankelijk wordt er nog gesproken over ‘overgaan naar’ het legerkamp van de Filistijnen, maar uit het vervolg blijkt wel degelijk dat ze ‘omhoog klauteren’. Jonathan kiest dus de meest kwetsbare weg. Het is vele malen gevaarlijker om verticaal, omhoog te klimmen naar een vijand, dan hem recht over land, horizontaal, aan te vallen. Jonathan kiest onverschrokken deze kwetsbare weg. En zijn wapendrager? Hij zal voor de Filistijnen fungeren als schietschijf…Gaat hij dat echt doen? Ja, in het volgende vers zegt hij tegen Jonathan: “Doe al wat in uw hart is; wend u, zie, ik ben met u, naar uw hart.”

Ongelofelijk toch? Maar in heel deze situatie kijken we ook Jonathan direct in zijn hart. Die wapendrager had er alle reden voor om Jonathan zo onverschrokken te volgen. Luister maar: “Kom en laat ons tot de bezetting dezer onbesnedenen overgaan; misschien zal de HEERE voor ons werken; want bij den HEERE is geen verhindering om te verlossen door velen of door weinigen.” Jonathan zegt hier vier belangrijke dingen.

Allereerst noemt hij die Filistijnen ‘onbesnedenen’. Dat is niet zozeer een scheldwoord, maar meer een aanduiding voor mensen die geen verbond met God hebben, of eigenlijk: met wie God geen ­verbond heeft gesloten. Jonathan verheft zicht niet boven hen, ­krachtens het verbond, maar hij pleit op het verbond dat God sloot en ziet er ook de grote rijkdom van. Hij brengt de rijkdom van het verbond in praktijk. En dat zal altijd Gods eer bedoelen!

Vervolgens gebruikt hij het woord ‘misschien’. Hij stelt zich afhankelijk aan de HEERE op. Hij erkent Hem als souverein, hoewel hij zelf een zoon van de souvereine koning is. Het militaire verkenningsplan dat Jonathan maakt, bakent hij af tussen Gods vrije wil: misschien zal de HEERE voor ons werken. Hij stelt ook ijkpunten in, die moeten gaan duidelijk maken wat Gods wil in deze is.

Hij stelt ook vast dat bij God niets onmogelijk is. Hij looft, terwijl hij in een uiterst gevaarlijke situatie zit, de HEERE om Zijn majesteit, macht en heerlijkheid. Met mijn God dring ik door benden en spring ik over muren, zo zou later David zingen. Jonathan houdt het voor mogelijk, zonder een riskant leven te leiden. Je zult van zo’n generaal de wapendrager zijn! Dan ben je gezegend!

Tenslotte kwalificeert Jonathan die almacht van God en laat daarmee zien waar zijn geloof op gegrond is. Hij zegt dat God niet alleen almachtig is en van grote legers gebruik maakt, maar dat Hij ook een overwinning kan geven met zeer weinigen. En daarom is er hoop van de wapendrager en Jonathan. Ging voorvader Ehud er alleen op uit, Jonathan neemt zijn wapendrager mee. En eerlijk, dat is toch mooier. Als je iemand aan je hand meeneemt en hem of haar Gods grote majesteit laat zien. Je neemt hem of haar mee om iets te zien en te proeven van Wie de HEERE voor jou is. Dat is eigenlijk zaaien met een enorme kans op vrucht! Vrucht voor de HEERE. In de gemeente zitten heel wat van zulke wapendragers, die wachten op zulke voortrekkers. Is er voor jou werk aan de winkel?