Posts tonen met het label naam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label naam. Alle posts tonen

dinsdag 11 april 2017

De roepende God

"Maar de Engel des HEEREN riep tot hem van den hemel en zeide: Abraham, Abraham. En hij zeide: Zie, hier ben ik."
Genesis 22 : 11
 

Ons leven is een handbreed gesteld, zeggen we weleens. Er staat in Psalm 39: "Gij hebt mijn dagen een handbreed gesteld, en mijn leeftijd is als niets voor U; immers is een ieder mens, hoe vast hij staat, enkel ijdelheid." We willen vaak benadrukken met die woorden dat er maar één schrede tussen ons en de dood is (ook zo'n clichée-uitdrukking). En dat is waar. Maar Psalm 39 benadrukt vooral dat we niet dik moeten doen over ons bestaan. Wat het ook aan glitter en glamour heeft, het is een zuchtje ten opzichte van God en de eeuwigheid. We doen wel alsof we heel wat zijn en het leven heel wat betekent, maar laten we eerlijk zijn en de dingen niet overdrijven.
In het geval van Izak was het leven zelfs een mes-snede van de dood verwijderd. Dat mes stond al haast op zijn keel. God wachtte tot het alleralleruiterste momentje. Je zou kunnen denken, met een grimmig hart: met alle risico's van dien! Maar zeg liever dat God alles op meer dan een nano-nauwkeurigheid in de hand heeft! Want ook hierin blijkt Zijn grootheid, macht en doeltreffendheid. Abraham moest elke escape echt hebben verworpen… er leek geen ontkomen meer aan. De doodsteek had hij al toegebracht in zijn beleving. Maar dán klinkt vanaf de hemel een stem.

Bij name geroepen

Wat zou God allemaal moeten roepen om deze doodsactie te stoppen? Een stortvloed van argumenten, alarmwoorden, attentiekreten? Wel iets met een A… de naam van Abraham. En dat tot tweemaal toe.
Abraham had al vaker zijn naam horen noemen. Zijn vader zal die naam gedurende de 75 jaar dat Terah hem meemaakte – tot in Haran toe – hebben genoemd. Abraham wist zich aangesproken; hij moet een goede relatie met zijn vader hebben gehad, ook na zijn roeping. Toch moest hij hem achterlaten in Haran, waar Terah stierf.
Ook neef Lot zal die naam hebben gebruikt, in het samen optrekken met de kudden. Echter, de laatste keer dat die naam hem in de oren klonk vanuit Lots mond was een bijzonder schrijnende keer: ze hadden ruzie gekregen en moesten uiteengaan.
Ook Sara zal de naam van haar men hebben uitgesproken. Dat was een klank van een geheel andere orde! Hoewel het huwelijksformulier beweert dat ze Abraham 'mijn heer' heeft genoemd. Wat te denken, hoe ze hem aansprak tijdens de intieme momenten waaruit na heel veel jaren Izak werd geboren!
En ook de HEERE heeft Abrahams naam meermalen uitgesproken. Hij heeft die naam zelfs veranderd en er Zijn naam mee verweven door er Zijn letter h in te weven: Abram --> Abraham. Telkens, als Hij Abrahams naam noemde, hem riep, was er iets aan de hand met het verbond. Het moest weer bevestigd worden vanwege de twijfel die was ontstaan. En de HEERE had Zijn Naam gestand gedaan: Ik ben! Ik ben, zoals Ik zeg te zullen zijn!
Tot slot: Het gevoeligst zal de vadernaam Abraham in de oren geklonken hebben, uit de mond van Izak! Dat kun je begrijpen! En precies die mond stond hij op het punt te stoppen; voorgoed! Izak zal geen 'Abraham' hebben gezegd, zoals kinderen vandaag de dag hun ouders bij de voornaam noemen, vaak. "Mijn vader…" Het had daarnet nog geklonken: "Mijn vader… waar is het lam ten brandoffer?" Izaks adamsappel klokte op en neer, toen het kille metaal van het mes in de buurt van zijn keel kwam. Zo slikte ook Abraham zijn droge keel moeizaam.

Een halt toegeroepen

"Abraham! Abraham!" God sprak zijn naam dubbel uit. De Kanttekeningen vertellen:
"De naam wordt verdubbeld, omdat de zaak haast vereiste, dewijl Abraham bezig was om het mes aan de keel te brengen en de snede te geven."
Het blijft voor mij de vraag, waarom de HEERE hier (pas) ingrijpt. Ik moest denken aan die geschiedenis van Jefta, die beloofde het eerste dat uit zijn huis hem tegemoet kwam te offeren als een dankoffer. Sommigen beweren dat Jefta's dochter uiteindelijk toch echt werd geofferd, maar ik waag het te betwijfelen. Ze zonderde zich af en de jonge dochters bezochten haar in de eenzaamheid, als ze de trouwlustige leeftijd begonnen te krijgen. God wil geen mensenoffer. En toch… toch moest een mens het offer gaan brengen voor de zonde! Daar denken we juist in deze Stille Week aan: de Mens, de tweede Adam.
Zou dat hier ook het geval zijn geweest? Greep God in, omdat Abraham Hem niet had begrepen? Net zoals Jefta ook een ondoordachte belofte deed met zijn dankoffer? Greep God in, omdat Abraham op het verkeerde spoor zat óf greep Hij in omdat Abraham zijn juiste gestalte van toewijding had geïllustreerd met een onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan God?
Nog een bijzonder element; ik het dat al eerder aangehaald: hier roept God de Zoon (de latere Jezus Christus) de mens een halt toe, omdat niet Izak, maar de meerdere Izak het offer zou brengen; het Lam ten brandoffer zou worden.
Aan dat offer kon niemand meer iets toevoegen; het was 'volbracht' en volmaakt áf! Er zijn nogal wat mensen in de kerk die met hun levensstijl niet een dankoffer, maar een brandoffer willen brengen. Ze willen een streepje voor hebben bij God, krachtens hun vermeende rechtzinnigheid of barmhartigheid of volhardendheid. Als dat je diepste drijfveer voor je godsdienst is dan roept Hij een krachtig halt toe. "Abraham! Abraham!" Vul je eigen naam er maar in. Bekeer je en bewonder het volkomen offer van Jezus Christus, Gods Zoon. Hij roept hier Abraham een halt toe. Hij zegt zoveel als: "Het is genoeg." Maar dat is wat anders dan "Het is volbracht!" Is dat voor jou ook zo'n geweldige troostvolle wetenschap, dat Jezus' offer zó enorm volmaakt volkomen was, dat je er vandaag nog steeds uit diepe dankbaarheid uit kunt leven en… sterven?
72. Koor
Wenn ich einmal soll scheiden,So scheide nicht von mir,Wenn ich den Tod soll leiden,So tritt du denn herfür !Wenn mir am allerbängstenWird um das Herze sein,So reiß mich aus den ÄngstenKraft deiner Angst und Pein !

Als ik eenmaal moet sterven,
blijf dan bij mij,
als ik de dood moet lijden,
wees Gij mij dan nabij.
Als mij het allerbangste
om het hart zal zijn,verlos mij uit mijn angsten
door uw angst en pijn.

maandag 3 augustus 2015

De Plaatsvervanger

Fresco van de oude legende over 'De dood van Adam en Seth ontmoet de aartsengel Michael', Piero della Francesca, c. 1466, San Francesco, Arezzo
 
"En Adam bekende wederom zijn huisvrouw, en zij baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Seth; want God heeft mij, sprak zij, een ander zaad gezet voor Habel; want Kaïn heeft hem doodgeslagen."
Genesis 4 : 25

Aanvankelijk wilde ik ook vers 26 behandelen in deze Bijbelstudie, maar iets weerhield me ervan. Ik keek enige tijd naar vers 25 en besloot toch vers 26 een volgende keer te behandelen. Doordat ik even de tijd nam om deze overweging te maken en op deze manier beter naar vers 25 te kijken, raakte me iets in deze tekst: Seth is een plaatsvervangend kind, dat verder nauwelijks wordt genoemd. Hij is de nieuw Abel, met dit verschil: dat hij de tweede aardse voorvader van de Heere Jezus werd en Abel niet.

Nieuw kind

Ik weet niet of het altijd zo is, maar wanneer ouders een kind verliezen en er later een nieuw kindje wordt geboren, kunnen zij in de valkuil lopen dit nieuwe kind te zien als vervanger van het overleden kind(je). Wanneer dat overleden kind al enige jaren oud was, misschien wel tiener, dan is er zelfs het risico, dat het nieuwe kind wordt gespiegeld aan het overleden kind. In hun beleving kunnen ouders dan het overleden kind idealiseren en perfecter maken dan het in werkelijkheid is, waardoor de fouten en zonden van het nieuwe kind des te zwarter uitkomen. Dit kind heeft dan 100% kans om 'tegen te vallen', omdat het niet lijkt op dat andere, overleden kind. Het moet bij het opgroeien in een keurslijf passen waarin het onmogelijk past. Nogmaals, ik hoop niet dat dat altijd zo gaat, maar het is een wezenlijke valkuil. Verdriet vertekent namelijk heel gemakkelijk je helder kijk op het leven en op mensen; ook op je kinderen. In het verleden noemde men zo'n nieuw kindje vaak naar dat reeds overleden kind(je). Soms, omdat men koste wat kost vader of moeder wilde vernoemen en het overlijden van een vernoemd kindje dus een streep door die eer-rekening was. Maar ik ben ook meerdere gevallen tegengekomen in mijn stamboom (en ook uit de vriendenkring van mijn ouders), waarin een kindje werd vernoemd naar zijn overleden zusje of broertje. Als meest merkwaardig voorbeeld noem ik slechts de twee zusjes van mijn betovergrootvader. In het gezin was de oudste dochter Cornelia en was een jongere dochter Jannigje. Deze Jannigje overleed toen ze een jaar of zeven was en na verloop van tijd heette Cornelia ineens Jannigje en is ook met die naam overleden! Het zou nog kunnen zijn dat het haar eigen keuze is geweest, omdat haar naamsverandering pas na het trouwdatum plaatsvond; maar toch… Kinderen lopen dan met een last, die in meer of mindere mate van invloed is op hun leven.

Oud zeer

In de tekst van vandaag lezen we dat Adam en Eva opnieuw gemeenschap hebben met een zwangerschap als gevolg. Hoewel we niet lezen dat God zorgde voor deze zwangerschap, kunnen we dat wel uit de volgende woorden afleiden. Eva spreekt de naam Seth als eerste uit en ze hangt er direct het loodzware gewicht van de moord aan. Alsjeblieft jongen, ik wens je een gezegend en voorspoedig leven; maar je naam herinnert je aan een familiegeheim: broedermoord. Het jochie, een enorm stuk jonger dan zijn vertrokken broer Kaïn, krijgt de naam Seth, 'zetting' of 'fundering'. De betekenis 'zetting' heeft bij mij ook de bijklank 'in de plaats gezet van', want er zijn ook uitleggers die de naam Seth de betekenis geven van 'vervanging' of 'schadeloosstelling'. Het hele trieste aan Eva's uitroep is dat zij en Adam twee kinderen zijn verloren maar dat dit kind slechts de vervanging is van één van de twee: Habel. Op de website van KNAW las ik dat de naam Seth erg populair was bij de engelse Puriteinen. Wanneer de kleine Seth rondhuppelt, tussen de hutten van de Adams nederzetting, is hij een levende herinnering aan de pijnlijke wond die Kaïn heeft geslagen door Abel te vermoorden. Was Abel niet vermoord, was Seth er misschien wel niet geweest; zo'n soort lading… En ergens in zijn tienerleven moet hij achter deze werkelijkheid zijn gekomen; hoe zou hij zichzelf toen hebben gezien? Als belichaming van oud zeer?

Oud verhaal

Er bestaat een oude legende – ik kwam hem op diverse plaatsen en in diverse lezingen tegen – over Seth, die een tak van de boom des levens moest gaan halen uit het paradijs. Op wikipedia stond een beknopte versie van het verhaal:
Volgens een middeleeuwse traditie, die terug gaat op oudere joods-christelijke motieven, kreeg Seth van de aartsengel Michaël een tak van de verboden boom om zijn vader te genezen toen die op zijn sterfbed lag.[1] Toen hij terugkwam, was zijn vader al dood. Seth plantte de tak op Adams graf. De boom die daaruit groeide, zou uiteindelijk het hout leveren voor het kruis van Jezus. Deze 'legende van het heilige kruis' is door Agnolo Gaddo als fresco geschilderd in de kerk S. Croce te Florence.
We kennen allemaal wel de legende dat het hout van het kruis was gemaakt van hetzelfde hout als de kribbe in Bethlehem. Maar dit verhaal kende ik nog niet. Ik vond het ook wat breedsprakiger en eigentijdser verwoord in het boek 'En het werd licht' van, een op jeugdniveau geschreven roman die je bij tijden doet twijfelen aan het waarheidsgehalte van de Bijbel. Er is wel heel veel bijverzonnen.

Nieuw leven

Maar nog even terug naar die legende. De bedenker van dit verhaal heeft toch een verband gezien tussen Seth en de Heere Jezus. En dat is geen vreemde lijn. Het is de merkwaardige Bileam die juist de naam van Seth noemt in een zinsnede die gaat over de komende Messias: "Ik zal hem zien, maar nu niet; ik zal hem aanschouwen, maar niet nabij. Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israël opkomen; die zal de palen der Moabieten verslaan, en zal al de kinderen van Seth verstoren." (Numeri 24 : 17). Dat verstoren ziet vooral op het weghalen van de tussenmuur tussen Jood en niet-Jood. Uiteindelijk zal Christus alle kinderen van Seth (en dus ook van Noach) confronteren met Zijn verlossend werk en hen oproepen tot bekering en geloof.
In ieder geval ligt er een directe lijn tussen Adam en Christus, de tweede Adam. Deze tweede Adam hebben we nodig; niet om een tak van de boom des levens te bemachtigen, maar om weer toegang te krijgen tot het paradijs en de Boom des Levens zelf (lees Openbaringen 22, waar het niet alleen gaat over de 'boom des levens', maar ook over het 'water des levens' en vooral het 'boek des levens'). In deze 'zoon' van Seth is het nieuwe leven te vinden. Hij was in de puurste zin een plaatsvervanger en een fundament (Hoeksteen) en een ultieme schadeloosstelling voor Zijn hemelse Vader, wegens de zonde en de schuld die wij Hem hebben aangedaan. Kent gij, kent gij die naam nog niet?
Daar ruist langs de wolken een lieflijke naam
die hemel en aarde verenigt tezaam.
Geen naam is er zoeter en beter voor ’t hart,
hij balsemt de wonden en heelt alle smart.
Kent gij, kent gij die naam nog niet,
die naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied.

Die naam is naar waarheid mijn Jezus ook waard,
want Hij kwam om zalig te maken op aard.
Zo lief had Hij zondaars dat Hij voor hen stierf,
genade bij God door zijn zoenbloed verwierf.

Kent gij, kent gij die Jezus niet,
die om ons te redden de hemel verliet.

Eens buigt zich ook alles voor Jezus in ’t stof
en d’ engelen zingen voortdurend zijn lof.
O mochten w’ om Jezus verheerlijkt eens staan,
dan hieven wij juichend een jubeltoon aan.
Jezus, Jezus, uw naam zij d’ eer,

want Gij zijt der mensen en engelen Heer'.