Posts tonen met het label brandoffer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label brandoffer. Alle posts tonen

dinsdag 11 april 2017

De roepende God

"Maar de Engel des HEEREN riep tot hem van den hemel en zeide: Abraham, Abraham. En hij zeide: Zie, hier ben ik."
Genesis 22 : 11
 

Ons leven is een handbreed gesteld, zeggen we weleens. Er staat in Psalm 39: "Gij hebt mijn dagen een handbreed gesteld, en mijn leeftijd is als niets voor U; immers is een ieder mens, hoe vast hij staat, enkel ijdelheid." We willen vaak benadrukken met die woorden dat er maar één schrede tussen ons en de dood is (ook zo'n clichée-uitdrukking). En dat is waar. Maar Psalm 39 benadrukt vooral dat we niet dik moeten doen over ons bestaan. Wat het ook aan glitter en glamour heeft, het is een zuchtje ten opzichte van God en de eeuwigheid. We doen wel alsof we heel wat zijn en het leven heel wat betekent, maar laten we eerlijk zijn en de dingen niet overdrijven.
In het geval van Izak was het leven zelfs een mes-snede van de dood verwijderd. Dat mes stond al haast op zijn keel. God wachtte tot het alleralleruiterste momentje. Je zou kunnen denken, met een grimmig hart: met alle risico's van dien! Maar zeg liever dat God alles op meer dan een nano-nauwkeurigheid in de hand heeft! Want ook hierin blijkt Zijn grootheid, macht en doeltreffendheid. Abraham moest elke escape echt hebben verworpen… er leek geen ontkomen meer aan. De doodsteek had hij al toegebracht in zijn beleving. Maar dán klinkt vanaf de hemel een stem.

Bij name geroepen

Wat zou God allemaal moeten roepen om deze doodsactie te stoppen? Een stortvloed van argumenten, alarmwoorden, attentiekreten? Wel iets met een A… de naam van Abraham. En dat tot tweemaal toe.
Abraham had al vaker zijn naam horen noemen. Zijn vader zal die naam gedurende de 75 jaar dat Terah hem meemaakte – tot in Haran toe – hebben genoemd. Abraham wist zich aangesproken; hij moet een goede relatie met zijn vader hebben gehad, ook na zijn roeping. Toch moest hij hem achterlaten in Haran, waar Terah stierf.
Ook neef Lot zal die naam hebben gebruikt, in het samen optrekken met de kudden. Echter, de laatste keer dat die naam hem in de oren klonk vanuit Lots mond was een bijzonder schrijnende keer: ze hadden ruzie gekregen en moesten uiteengaan.
Ook Sara zal de naam van haar men hebben uitgesproken. Dat was een klank van een geheel andere orde! Hoewel het huwelijksformulier beweert dat ze Abraham 'mijn heer' heeft genoemd. Wat te denken, hoe ze hem aansprak tijdens de intieme momenten waaruit na heel veel jaren Izak werd geboren!
En ook de HEERE heeft Abrahams naam meermalen uitgesproken. Hij heeft die naam zelfs veranderd en er Zijn naam mee verweven door er Zijn letter h in te weven: Abram --> Abraham. Telkens, als Hij Abrahams naam noemde, hem riep, was er iets aan de hand met het verbond. Het moest weer bevestigd worden vanwege de twijfel die was ontstaan. En de HEERE had Zijn Naam gestand gedaan: Ik ben! Ik ben, zoals Ik zeg te zullen zijn!
Tot slot: Het gevoeligst zal de vadernaam Abraham in de oren geklonken hebben, uit de mond van Izak! Dat kun je begrijpen! En precies die mond stond hij op het punt te stoppen; voorgoed! Izak zal geen 'Abraham' hebben gezegd, zoals kinderen vandaag de dag hun ouders bij de voornaam noemen, vaak. "Mijn vader…" Het had daarnet nog geklonken: "Mijn vader… waar is het lam ten brandoffer?" Izaks adamsappel klokte op en neer, toen het kille metaal van het mes in de buurt van zijn keel kwam. Zo slikte ook Abraham zijn droge keel moeizaam.

Een halt toegeroepen

"Abraham! Abraham!" God sprak zijn naam dubbel uit. De Kanttekeningen vertellen:
"De naam wordt verdubbeld, omdat de zaak haast vereiste, dewijl Abraham bezig was om het mes aan de keel te brengen en de snede te geven."
Het blijft voor mij de vraag, waarom de HEERE hier (pas) ingrijpt. Ik moest denken aan die geschiedenis van Jefta, die beloofde het eerste dat uit zijn huis hem tegemoet kwam te offeren als een dankoffer. Sommigen beweren dat Jefta's dochter uiteindelijk toch echt werd geofferd, maar ik waag het te betwijfelen. Ze zonderde zich af en de jonge dochters bezochten haar in de eenzaamheid, als ze de trouwlustige leeftijd begonnen te krijgen. God wil geen mensenoffer. En toch… toch moest een mens het offer gaan brengen voor de zonde! Daar denken we juist in deze Stille Week aan: de Mens, de tweede Adam.
Zou dat hier ook het geval zijn geweest? Greep God in, omdat Abraham Hem niet had begrepen? Net zoals Jefta ook een ondoordachte belofte deed met zijn dankoffer? Greep God in, omdat Abraham op het verkeerde spoor zat óf greep Hij in omdat Abraham zijn juiste gestalte van toewijding had geïllustreerd met een onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan God?
Nog een bijzonder element; ik het dat al eerder aangehaald: hier roept God de Zoon (de latere Jezus Christus) de mens een halt toe, omdat niet Izak, maar de meerdere Izak het offer zou brengen; het Lam ten brandoffer zou worden.
Aan dat offer kon niemand meer iets toevoegen; het was 'volbracht' en volmaakt áf! Er zijn nogal wat mensen in de kerk die met hun levensstijl niet een dankoffer, maar een brandoffer willen brengen. Ze willen een streepje voor hebben bij God, krachtens hun vermeende rechtzinnigheid of barmhartigheid of volhardendheid. Als dat je diepste drijfveer voor je godsdienst is dan roept Hij een krachtig halt toe. "Abraham! Abraham!" Vul je eigen naam er maar in. Bekeer je en bewonder het volkomen offer van Jezus Christus, Gods Zoon. Hij roept hier Abraham een halt toe. Hij zegt zoveel als: "Het is genoeg." Maar dat is wat anders dan "Het is volbracht!" Is dat voor jou ook zo'n geweldige troostvolle wetenschap, dat Jezus' offer zó enorm volmaakt volkomen was, dat je er vandaag nog steeds uit diepe dankbaarheid uit kunt leven en… sterven?
72. Koor
Wenn ich einmal soll scheiden,So scheide nicht von mir,Wenn ich den Tod soll leiden,So tritt du denn herfür !Wenn mir am allerbängstenWird um das Herze sein,So reiß mich aus den ÄngstenKraft deiner Angst und Pein !

Als ik eenmaal moet sterven,
blijf dan bij mij,
als ik de dood moet lijden,
wees Gij mij dan nabij.
Als mij het allerbangste
om het hart zal zijn,verlos mij uit mijn angsten
door uw angst en pijn.

dinsdag 7 maart 2017

De vader maakt alles in gereedheid

"Toen stond Abraham des morgens vroeg op, en zadelde zijn ezel, en nam twee van zijn jongeren met zich, en Izak zijn zoon; en hij kloofde hout tot het brandoffer, en maakte zich op, en ging naar de plaats, die God hem gezegd had."
Genesis 22 : 3
           
Abraham en Izak op weg naar Moriah

Een loodzware morgen breekt aan; de dag die het begin is van de definitieve scheiding van vader en zoon. Het moet ervan komen, want God heeft het geboden. De bevelen van Abraham aan zijn knechten zullen afgemeten hebben geklonken, zonder ruimte voor waaroms en discussie; al zal dat laatste er in die tijd ook minder zijn geweest in familiekringen. Een oorverdovend en niettemin onuitgesproken 'waarom' kerft zich door Abrahams ziel. Of zal het een knagende onrust zijn geweest omdat hij wel voelde waar de schoen wrong?
Het is enerzijds zo jammer dat de Hebreeënbriefschrijver zoveel heeft geïnterpreteerd, terwijl de schrijver van Genesis er het zwijgen toe doet. Je kunt de vraag stellen: interpreteerde de schrijver van de brief aan de Hebreeën niet teveel en te gemakkelijk? We laten het staan, want het is Gods Woord, maar wel eeuwen nadien ingevuld in een bepaalde context.

Vroeg opstaan…

Abraham is al vroeg uit de veren; hoe zal die nachtrust verlopen zijn? Dat 'vroeg opstaan' komen we bij Jezus ook tegen, wanneer Hij de eenzaamheid zocht en de gemeenschap met Zijn Vader. Zou Abraham ook gebeden hebben: 'Indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan mij voorbijgaan'? In ieder geval verwacht je toch een vertwijfeld gebed: "Heere, hoe moet dat nu met Uw belofte?" Of Abraham heeft gebeden weten we niet, maar het blijft helaas stil vanuit de hemel.
Het onomkeerbare dringt zich aan hem op. Hij zadelt zijn ezels, dat betekent: hij geeft het dier voldoende voer, maakt het reisvaardig en neemt eventueel voedsel mee voor onderweg. Elke riem die hij vastmaakt, elke knoop die hij legt, is een mokerslag in zijn gemoed. En toch… dwars daar doorheen moet er iets van onmogelijke hoop zijn geweest. Had die Hebreeënbriefschrijver het toch goed gelezen!

…knechten meenemen…

Misschien is een deel van dat werk reeds door de knechten gedaan. Misschien ook heeft Abraham het in zijn eentje gedaan, om wat om handen te hebben en zijn verwarde gedachten een beetje op orde te krijgen. Knechten… dat zijn het. Maar het trof me dat er staat: jongelingen.
Twee jongeren gaan mee in deze strijd. De Heiland zal er later drie meenemen, de Hof in. Ik heb nooit zo goed begrepen waarom Hij dat deed. Waren zij Zijn getuigen? Zoals Johannes later schrijft: "Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u…" (1 Joh. 1 : 3a) Zullen ze Abraham tot steun zijn geweest? Waren de discipelen Jezus tot steun? Ik weet het niet; misschien moet je het dan vanuit Jezus' perspectief bekijken. Sommige mensen – ik herken dat – beleven moeilijke momenten liever alleen; anderen hebben mensen om zich heen 'nodig', soms om geen stilte te laten vallen, soms om te kunnen ventileren.

…hout kloven…

Voor het brandoffer heb je hout nodig. Dat moet goed worden gekloofd, zodat het snel en goed zal branden. Hoe meer dat hout wordt geschikt gemaakt, hoe meer het indruist tegen Abrahams gemoed. De vakmanschap die hij heeft ontwikkeld in dit natuurbestaan van deze wildernis wordt nu aangewend om zijn eigen vlees en bloed de dood in de drijven.
Hout weegt ook flink (als bagage). Een duif offeren kost minder hout dan een koe. Maar hoeveel hout heb je nodig voor een zoon van rond de 15 jaar? Het hout dat in stukken wordt gekloofd is misschien wel afkomstig van de bomen waarbij het kampement van Abraham is opgeslagen. Lang heeft het een beschermende functie gehad, maar vandaag vormt het het meest bedreigende dat hij zich maar kan indenken. Hoeveel temeer het kruishout voor God de Vader?!

…en gaan

Wat me zo opvalt is dat Sara nergens in beeld is. Heeft Abraham het haar wel verteld? Er zijn bronnen die doen vermoeden dat dat inderdaad niet is gebeurd. Dat Abraham verzwegen heeft wat hij gaat doen en – om vragen te voorkomen – knechten meeneemt. Izak groeide grotendeels op in de tent van zijn moeder; dus er moet iets zijn gecommuniceerd tussen Abraham en Sara over hun beider zoon.
En nu gaan ze! Abraham, zijn twee jonge, sterke knechten en… Izak. Hij is de grote zwijgende aanwezige. Abraham zadelde zijn eigen ezel; Izak zal waarschijnlijk zijn eigen ezel hebben opgetuigd en bepakt. "Waar gaan we heen, vader?" Een zwaard ging door Abrahams ziel. "Naar een plek die de HEERE ons gaat wijzen, jongen." Abrahams oude ogen turen strak in de verte, maar zijn oren zijn gespitst als van een kat. Op de vragen van Izak, maar vooral op de aanwijzingen van de HEERE. "HEERE, waar dan heen? Tot U alleen…"

dinsdag 28 februari 2017

Lijdenstijd 2017 - Offer Uw Zoon

"En Hij zeide: Neem nu uw zoon, uw enige, dien gij liefhebt, Izak, en ga heen naar het land Moría; en offer hem aldaar tot een brandoffer op een van de bergen, dien Ik u zeggen zal."
Genesis 22 : 2

Daar waar in Davids tijd nog de berg Moria onbebouwd was, bouwde Salomo er de tempel op, dé offerplaats die God uitkoos om er door Zijn volk gediend te worden.

Het was niet de eerste keer dat Abraham door God werd geroepen om te reizen naar het land dat Hij hem zou wijzen. Eindelijk in het beloofde land aangekomen, brak er hongersnood uit. Wat was dat voor een land der belofte? En nu? Het lijkt alleen maar meer bergafwaarts te gaan. Moria, hoe zal dat in Abrahams oren hebben geklonken? Je zoon offeren. Aan wat? Aan wie? Deden de heidenen rondom Abraham dat ook niet? Was Jaweh ook zo’n wreed en bloeddorstig God?
 
Gisteren werd er door ds. W. van Vlastuin gepreekt over Jezus' angst voor de toorn van Zijn Vader. Een zeer indrukwekkende preek, die een krater opende van peilloze diepte in God. Jezus was nooit bang voor iets of iemand. Maar nu wordt Hij intens bang, nu de scheiding van Zijn Vader eraan zit te komen. Hoe zal het in de hemel eraan toe zijn gegaan? Immers, de Vader kon Zijn toorn niet inhouden. Het moest ervan komen! Ook al kostte het Hem Zijn Zoon, Zijn Enige, Die Hij liefhad!

Neem Uw Zoon

Hier in onze tekst gaat het niet over toorn, vergelding of wraak over de zonde. Hier gaat het om een schier onmogelijke opdracht die nota bene is gegeven door God Zelf! "Neem nu uw zoon, uw enige, dien gij liefhebt, Izak…" Abraham had zijn oudste zoon, Ismaël, ook al verloren. Ik denk niet dat er na het wegsturen van Ismaël nog veel contact is geweest tussen Abraham en zijn oudste zoon (en Hagar); niet toen Hager een vrouw voor Ismaël koos; en op geen enkel kruispunt in het leven van Ismaël speelde Abraham verder nog een rol. God had hem uit de functie van vader ontheven. Alleen komen we Ismaël – heel ontroerend – nog tegen bij de begrafenis van Abraham in Genesis 25: "En Izak en Ismaël, zijn zonen, begroeven hem, in de spelonk van Machpela…"
Deze zoon was Abraham dus al kwijt; er was geen escape meer. Als Izak nu dus óók van hem wordt weggenomen, is alle hoop voor de toekomst, maar ook hoop op de Messias, verkeken. De vraag van de HEERE aan Zijn vriend Abraham moest eigenlijk enorme vragen oproepen. Maar we horen Abraham geen enkele vraag stellen. Zelfs geen gedachten van "De HEERE zal wel weten wat Hij doet" of "Als het moet kan Hij Sara en mij nogmaals verblijden met een kindje". Let erop dat God Izak 'uw zoon, uw enige' noemt. Natuurlijk had Abraham zijn zoon in 'bruikleen'; maar de verantwoordelijkheid van zijn aanstaande daad lag in Abrahams eigen handen.

Ga naar Moria

Het zal ongetwijfeld een gebied zijn geweest dat de naam 'Moriah' droeg, maar toch krijg ik bij steeds meer teksten in de Bijbel de indruk dat plaatsen de naam kregen ná een bepaalde gebeurtenis. Moria, Moriah (die h is niet onbelangrijk, omdat het de letter van God is), heet in het hebreeuws Moriy-yah dat betekent 'uitgekozen door Jahweh'. Snap je wat ik dus bedoel? Het zou dus best zo kunnen zijn dat de je tekst zou moeten lezen op de volgende manier: "Ga naar het land dat Ik heb uitgekozen en offer dáár je geliefde zoon op juist díe berg die Ik je zal aanwijzen." Daarmee komt deze tekst heel dicht bij Abrahams eerdere roeping in Ur: "Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal." Moriah is hier dus dan nog niet een eigennaam, maar een aanduiding vanuit het gebeurde.
Geen TomTom, ja zelfs geen concreet reisdoel. Hoe reis je dan? Hoe beweeg je je door onbekend gebied als je niet kunt zien? Je moet iemand in de buurt hebben die je instructies geeft. 'Gehaastheid' moet je wegdoen, maar 'lijdzaamheid' aandoen. Sterk luisterend naar de instructeur. Hadden de wijzen uit het Oosten nog een richtingbepaler in hun toenmalige TomTom (de sterrenhemel) en werden zij bevestigd door de plots weer opduikende ster, Abraham moet het hebben van de stem van God.
De HEERE brengt hem bij een plek waar eeuwen later zijn verre nazaat Salomo de tempel zal bouwen. Ook dat was voor Salomo een plek die God hem zou wijzen. God was altijd weer Degene die de plek van de dienst aan Hem bepaalde. Hij liet het ook lange tijd in het midden waar Hij wilde 'rusten' in de tabernakel. Die had niet altijd een vaste plek. God is niet persé aan plaats of tijd gebonden, maar áls Hij kiest, kun je daar maar beter zijn. Want daar gebeuren wonderen. Dat is voor jou de plek waar de gemeente samenkomt en Hij jou heeft gesteld. Waar het Woord opengaat en waar de Heilige Geest Zijn werkplaats houdt.
In het Oude Testament kostte het je leven als je Hem tóch op de door jou zelf gekozen plek of op de door jou zelf gekozen manier wilde dienen. In de tijd van de nieuwe bedeling is dat wat veranderd, maar toch is het niet 'om het even'. Moria, een prachtige naam voor je kerkgebouw. Dat is de plaats waar het offer wordt uitgestald, Jezus Christus wordt voorgesteld en de aanbidding of lofprijzing van God in alle toonaarden wordt ingesteld. Als Jahweh daar nou voor gekozen heeft, zou jij het dan op je eigen manier willen doen? Dat getuigt niet echt van onvoorwaardelijke liefde. Op Moria is God het Middelpunt. Ook voor Abraham, al ziet hij dat nog niet direct door die ingrijpende opdracht die hem in de maag wordt gesplitst.

Offer Hem tot een Brandoffer

Even een stapje terug: hoe beschrijft een andere vertaling die eerste twee verzen? Het treft me dat in de meeste nieuwere vertalingen bepaalde vragen niet meer in mij laten bovenkomen. De formulering van de tekst moet dus wel secuur en prikkelend blijven. Zodra we teveel gaan inkleuren, verdwijnt een dimensie in de meditatie over Gods Woord. Het kopje boven het gedeelte geeft de bril vaak al aan waardoor we het tekstgedeelte moeten bekijken.

Fragment uit de Basisbijbel:
God test Abrahams vertrouwen
1 Op een keer wilde God Abrahams vertrouwen in Hem testen. Hij zei tegen hem: "Abraham!"

2 Abraham zei: "Ja, Heer." God zei: "Izaäk is je enige zoon en je houdt heel veel van hem. Ga nu met hem naar het gebied Moria en offer hem daar aan Mij op één van de bergen. Het moet een brand-offer worden. Ik zal je later zeggen op welke berg."

Fragment uit de Nieuwe BijbelVertaling:
Abraham op de proef gesteld
1 Enige tijd later stelde God Abraham op de proef. ‘Abraham!’ zei hij. ‘Ik luister,’ antwoordde Abraham.
2 ‘Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, Isaak, en ga met hem naar het gebied waarin de Moria ligt. Daar moet je hem offeren op een berg die ik je wijzen zal.’

Fragment uit de Herziene StatenVertaling:
Het offer van Abraham
1 En het gebeurde na deze dingen dat God Abraham op de proef stelde. Hij zei tegen hem: Abraham! Hij zei: Zie, hier ben ik.
2 Hij zei: Neem toch uw zoon,  uw enige, die u liefhebt, Izak, ga  naar het land Moria, en offer hem daar als brandoffer op een van de bergen die Ik u noemen zal.

Voor wat betreft het onderdeel waar we nu bij zijn aangekomen, brandoffer, is het opmerkelijk dat de NBV het woord gewoon vervangt door 'offeren', terwijl de basisbijbel tóch weer vasthoudt aan 'brandoffer'. Daarmee hechten zij wel waarde aan het soort offer: brandoffer. Het maakt nogal uit wat je God aanbiedt. Over het brandoffer vond ik een mooie uiteenzetting op CIP die je op een rustig moment maar eens moet lezen. Ik knip er een paar fragmenten uit:
In Leviticus 1 lezen we over het brandoffer – dat een beeld is van onze totale overgave aan God als een offer. Het brandoffer moest eerst in stukken verdeeld worden om zeker te zijn dat er geen gebrek in enig deel van het dier zou zijn, voordat het geofferd werd.
Het brandoffer is een tevens een beeld van de wijze waarop de Heere Jezus zijn lichaam gedurende Zijn leven hier op aarde als een levend offer heeft gegeven aan Zijn Vader – resulterend uiteindelijk in Zijn dood aan het kruis. Gedurende Zijn hele leven heeft hij Zijn lichaam rein bewaard in elke verzoeking, voordat Hij het aan de Vader als offer gaf door aan het kruis te sterven. God zou Zijn offer aan het kruis niet hebben aangenomen als er ook maar één bezoedeling geweest zou zijn in de 33 ½ jaar van Zijn leven.
Jezus deed nooit iets zonder de aanwijzing van de Vader, zelfs als het iets onbeduidend scheen, zoals stenen in brood veranderen als men honger heeft! Dit is de norm van gehoorzaamheid tot welke God ook ons roept.
Bent u al tot zo’n besef van zonde gekomen? Hoeveel van ons denken dat het houden van opwekkingssamenkomsten een zonde kan zijn? Dit was de gevoelige afstemming waarop en besef van zonde waarin Jezus leefde. We denken vaak dat zonden alleen zoiets kan zijn als boosheid, onreine gedachten, jaloezie of bitterheid, etc. Natuurlijk zijn dit ook zonden – maar op kleuterschool niveau. Jezus houding tegen over de zonde was op Doctor-titel niveau. Beseft u dat, als God u niet geroepen heeft om ergens samenkomsten te beleggen of te spreken, u zondigt?
Als het offer in stukken opgedeeld is en geheel op het altaar is gelegd kunt u zeggen: "Heere, laat nu Uw vuur op het offer vallen en het verteren". We lezen in Leviticus 9:24 hoe het vuur van God neerdaalde op het brandoffer en het geheel verteerde. Dat vuur is een beeld van de doop met de Heilige Geest en met vuur dat ons offer geheel verteert en onze lichamen in vuur en vlam zet voor God. Maar het vuur zal nooit neerdalen voordat het laatste stukje van het brandoffer op het altaar gelegd is.
Kernwoorden zijn 'totale overgave' en 'gehoorzaamheid' bij het brandoffer. Precies deze kenmerken komen om de hoek kijken als God Abraham hier opnieuw roept en deze opdracht geeft. In het CIP-artikel wordt nog een mooie aanvulling gegeven op het einde van de vorige serie bijbelstudies, waarin Jezus wordt gevraagd te blijven in Kapernaüm; waarom weigerde Hij? Zijn Vader had Hem iets anders bevolen. Dezelfde houding zien we hier terug bij Abraham: geen vragen, maar totale overgave en gehoorzaamheid.
Schitterend is ook de lijn naar de Heere Jezus, naar Zijn totale overgave aan Zijn Vader en Zijn gehoorzaamheid aan Hem. Tijdens de verzoekingen, maar zeker in Zijn lijden en sterven. Daarom kon er ook een opstandingsmorgen aanbreken. Op Golgotha klonk het: "Offer Uw Zoon!" Wie riep dat? Mijn zonden riepen daar om. Duidelijk bleek ook de volkomenheid van dát Offerlam!

Nog een laatste mooie lijn, die ik vond op Christipedia over het brandoffer:
Naast het brandofferaltaar was 'de plaats van as', waar de as van het altaar tijdelijk werd gelegd, om later afgevoerd te worden (zie Brandofferaltaar). Het lichaam van de Heere werd in een graf bij de plaats van de kruisiging gelegd.
Joh 19:41 En er was in de plaats, waar Hij gekruist (lees: geofferd) was, een hof, en in den hof een nieuw graf, in hetwelk nog nooit iemand gelegd was geweest.