Posts tonen met het label de Vader. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de Vader. Alle posts tonen

donderdag 13 juli 2017

Wat wil je bereiken met jouw gebed?

"Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen."
Johannes 14 : 14




Het lijkt misschien alsof ik een heel stuk oversla. Maar de voorgaande vier verzen hebben alles met dit 14e vers te maken. Eerst vertelt Jezus hoe sterk die band tussen Hem en Zijn Vader is. Daarna springt Hij over op ons gebed. Hoe hoe moet je bidden? Wat moet je uitgangspunt (doel) zijn?

Jezus en de Vader

Allereerst lezen we in vers 10: "Gelooft gij niet dat Ik in den Vader ben, en de Vader in Mij is? De woorden die Ik tot ulieden spreek, spreek Ik van Mijzelven niet, maar de Vader, Die in Mij blijft, Dezelve doet de werken."
Hier vraagt Jezus naar onze visie op Hemzelf. Zien we Hem los van de Vader of zien we in Hem juist de Vader? In dit vers heeft Hij het nog over Zijn woorden. Maar in vers 11 richt Hij Zich op Zijn daden: "Gelooft Mij, dat Ik in den Vader ben en de Vader in Mij is; en indien niet, zo gelooft Mij om de werken zelve."
Mocht je die band dus nog niet zien, zie hem dan in de daden, de werken, die Hij doet. Die staan niet op zichzelf! Hij is geen tovenaar, maar Jezus laat in die daden weer zien Wie en hóe Zijn Vader is!

Jezus en de apostelen

Dat geloof in Hem (en dus ook in de Vader) is wezenlijk belangrijk (vers 12): "Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Die in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen en zal meerdere doen dan deze; want Ik ga heen tot Mijn Vader"
Grootse beloften: de apostelen zullen wonderen doen in woord en daad. En ook zij zullen geen tovenaars zijn! Al blijken ze in Handelingen meer dan eens zo te worden gezien. Allerminst! Ze laten eveneens iets zien van hun Hemelse Vader! Daar gaat het om. Jezus deed al grootse werken, maar zij zullen 'nog meerdere werken' doen. Bij 'meerdere' moeten we niet denken aan grotere of indrukwekkender werken, maar meer in aantal. En toch ook andere. Lees de Kanttekeningen maar:
Namelijk dan sommige wonderen zijn die Christus in de dagen Zijns vleses gedaan heeft, gelijk daar zijn door oplegging der handen den Heiligen Geest te geven, de kennis der talen, en de wonderbaarlijke bekering der wereld, en andere. Zie ook Mark. 16:17, enz.
En dan snap je ook waarom Jezus die merkwaardige zin erachteraan zegt: "Want Ik ga heen tot Mijn Vader". Hij zal namelijk de Heilige Geest gaan sturen, Die de apostelen in staat zal stellen die werken te kunnen doen. En niet alleen doen, maar ook begrijpen en uitleggen aan de mensen. Wondertekenen staan niet op zichzelf! Pinksterkringen isoleren de gaven van de Geest. Maar nee, ze horen onlosmakelijk verbonden te zijn aan het 'tonen van de Vader'. De mensen moeten God de Vader weer leren kennen. Dat was Jezus' taak op aarde. Hij stond ten diepste niet in het middelpunt (en ook de Heilige Geest zal dat niet staan)! Ook de apostelen mogen niet in het middelpunt staan. Nee… alles wat ze zullen doen, zal gericht moeten zijn op 'het kennen van God de Vader'. De mens was Zijn Schepper, de Vader, vergeten. De verbinding was verbroken. Die connectie moet weer gelegd worden. Want daar zit een breuk, die Jezus met Zijn offer kan herstellen.

Jezus en ons gebed

Dus apostelen en ook de gelovigen van vandaag zijn geen geloofsbinken. Geen sterren op het doek van Gods Koninkrijk! Maar gelovigen – en predikers in het bijzonder – hebben tot taak de Vader weer zichtbaar te maken. Drie elementen zullen dan zichtbaar worden: ellende, verlossing én dankbaarheid.
En luister dan eens goed wat Jezus daarover zegt: "En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde."
Dat ga je dus niet kunnen in eigen kracht. Het gevaar zal op de loer liggen dat je met die wonderen en daden (maar ook die schitterende preken) zelf iets wordt. Allereerst moet je je afhankelijk weten: bidden in Jezus' naam! Vervolgens moet je overtuigd zijn dat Jezus zal geven wat je nodig hebt. Maar… en dat is het cruciale thema in deze verzen: het moet wel één doel hebben. Als jij Jezus bidt om gaven, dan moeten ze ook besteedbaar zijn in Zijn Koninkrijk. Dan moet die ander niet onder de indruk zijn van wat jij kunt. Zelfs – en lees dat goed – moet die ander Jezus niet geweldig gaan vinden! Dat deed Simon de tovenaar in Samaria ook. Hij wilde Petrus geld geven om de Heilige Geest ook te kunnen geven aan mensen. Maar zijn motief was eigen belang.
Nee, De Vader moet daardoor worden verheerlijkt. Elke daad, elk woord, elke preek moet een prachtig schilderij van de Vader zijn. Geen theologisch waterdicht systeem. Geen dogmatisch dichtgetimmerd passende puzzel. Geen 'God op grote afstand van de zondaar' maar 'de Vader dichtbij in al Zijn heerlijkheid'. Nou, ga er maar aanstaan, predikers, ambtsdragers, gelovigen in de wereld van vandaag.
Is wat je zegt van toegevoegde waarde voor de Vader? Hebben we met al ons gebrabbel weer eens prachtig gezegd dat God een ontoegankelijk licht bewoont en daarom totaal onbereikbaar is? Hebben we het Woord uit zijn verband gerukt en toonden we een karikatuur van de Vader? Dan kun je bidden tot je een ons weegt, maar Jezus zal je niet geven waar je om bidt.
Dit geldt overigens ook voor de andere kant, alsof we maar moeten geloven dat Jezus geeft waar wij om vragen. Hij heeft het immers beloofd, dus Hij geeft het ook. Dan moeten we maar pleiten op dat woord en krijgen we wat we hebben willen. Nee, dat is te simplistisch en een grove dwaling.

Kijk er je gebed nog eens op na: bedoel ik de verheerlijking van de Vader? En als ik ageer tegen geldende gedachten over God in mijn gemeente, ben ik dan furieus omdat er een karikatuur van mijn hemelse Vader wordt geschetst? Of probeer in mensen, groepen, te behagen met vrome, zalvende, zwaar klinkende, of juist prettig eigentijdse woorden?
Zoals die ouderling die vlak voor de dienst tegen de predikant zei: "Zeg het ze maar eens goed aan, dominee!" Wat een rare opdracht is dat? Wat wilde die ouderling?
Nee, Jezus maakt de drempel laag: "Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen." Als zei Hij: "Teken Mijn Vader maar in alle kleuren en toonaarden uit voor ze. Vertel ze maar, uit eigen bevinding en door Mijn Geest, hóe Mijn Vader is. Ik zal je wel van alle bagage voorzien, Mijn kind. Toe maar… vertel maar. Want Mijn Vader wordt er door verheerlijkt. Daarom zit Ik hier in de hemel, naast Hem: zodat jij daar beneden dat prachtige werk van Mij mag voortzetten! En als Mijn Vader wordt verheerlijkt, geniet Ik met volle teugen mee. Let er maar op: jij zult ook genieten! En straks, straks mag je Hem zien zoals Hij is! Dan zul je eens zien dat je de helft nog niet hebt gezegd en uitgeschilderd! Wacht maar!

dinsdag 7 maart 2017

De vader maakt alles in gereedheid

"Toen stond Abraham des morgens vroeg op, en zadelde zijn ezel, en nam twee van zijn jongeren met zich, en Izak zijn zoon; en hij kloofde hout tot het brandoffer, en maakte zich op, en ging naar de plaats, die God hem gezegd had."
Genesis 22 : 3
           
Abraham en Izak op weg naar Moriah

Een loodzware morgen breekt aan; de dag die het begin is van de definitieve scheiding van vader en zoon. Het moet ervan komen, want God heeft het geboden. De bevelen van Abraham aan zijn knechten zullen afgemeten hebben geklonken, zonder ruimte voor waaroms en discussie; al zal dat laatste er in die tijd ook minder zijn geweest in familiekringen. Een oorverdovend en niettemin onuitgesproken 'waarom' kerft zich door Abrahams ziel. Of zal het een knagende onrust zijn geweest omdat hij wel voelde waar de schoen wrong?
Het is enerzijds zo jammer dat de Hebreeënbriefschrijver zoveel heeft geïnterpreteerd, terwijl de schrijver van Genesis er het zwijgen toe doet. Je kunt de vraag stellen: interpreteerde de schrijver van de brief aan de Hebreeën niet teveel en te gemakkelijk? We laten het staan, want het is Gods Woord, maar wel eeuwen nadien ingevuld in een bepaalde context.

Vroeg opstaan…

Abraham is al vroeg uit de veren; hoe zal die nachtrust verlopen zijn? Dat 'vroeg opstaan' komen we bij Jezus ook tegen, wanneer Hij de eenzaamheid zocht en de gemeenschap met Zijn Vader. Zou Abraham ook gebeden hebben: 'Indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan mij voorbijgaan'? In ieder geval verwacht je toch een vertwijfeld gebed: "Heere, hoe moet dat nu met Uw belofte?" Of Abraham heeft gebeden weten we niet, maar het blijft helaas stil vanuit de hemel.
Het onomkeerbare dringt zich aan hem op. Hij zadelt zijn ezels, dat betekent: hij geeft het dier voldoende voer, maakt het reisvaardig en neemt eventueel voedsel mee voor onderweg. Elke riem die hij vastmaakt, elke knoop die hij legt, is een mokerslag in zijn gemoed. En toch… dwars daar doorheen moet er iets van onmogelijke hoop zijn geweest. Had die Hebreeënbriefschrijver het toch goed gelezen!

…knechten meenemen…

Misschien is een deel van dat werk reeds door de knechten gedaan. Misschien ook heeft Abraham het in zijn eentje gedaan, om wat om handen te hebben en zijn verwarde gedachten een beetje op orde te krijgen. Knechten… dat zijn het. Maar het trof me dat er staat: jongelingen.
Twee jongeren gaan mee in deze strijd. De Heiland zal er later drie meenemen, de Hof in. Ik heb nooit zo goed begrepen waarom Hij dat deed. Waren zij Zijn getuigen? Zoals Johannes later schrijft: "Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u…" (1 Joh. 1 : 3a) Zullen ze Abraham tot steun zijn geweest? Waren de discipelen Jezus tot steun? Ik weet het niet; misschien moet je het dan vanuit Jezus' perspectief bekijken. Sommige mensen – ik herken dat – beleven moeilijke momenten liever alleen; anderen hebben mensen om zich heen 'nodig', soms om geen stilte te laten vallen, soms om te kunnen ventileren.

…hout kloven…

Voor het brandoffer heb je hout nodig. Dat moet goed worden gekloofd, zodat het snel en goed zal branden. Hoe meer dat hout wordt geschikt gemaakt, hoe meer het indruist tegen Abrahams gemoed. De vakmanschap die hij heeft ontwikkeld in dit natuurbestaan van deze wildernis wordt nu aangewend om zijn eigen vlees en bloed de dood in de drijven.
Hout weegt ook flink (als bagage). Een duif offeren kost minder hout dan een koe. Maar hoeveel hout heb je nodig voor een zoon van rond de 15 jaar? Het hout dat in stukken wordt gekloofd is misschien wel afkomstig van de bomen waarbij het kampement van Abraham is opgeslagen. Lang heeft het een beschermende functie gehad, maar vandaag vormt het het meest bedreigende dat hij zich maar kan indenken. Hoeveel temeer het kruishout voor God de Vader?!

…en gaan

Wat me zo opvalt is dat Sara nergens in beeld is. Heeft Abraham het haar wel verteld? Er zijn bronnen die doen vermoeden dat dat inderdaad niet is gebeurd. Dat Abraham verzwegen heeft wat hij gaat doen en – om vragen te voorkomen – knechten meeneemt. Izak groeide grotendeels op in de tent van zijn moeder; dus er moet iets zijn gecommuniceerd tussen Abraham en Sara over hun beider zoon.
En nu gaan ze! Abraham, zijn twee jonge, sterke knechten en… Izak. Hij is de grote zwijgende aanwezige. Abraham zadelde zijn eigen ezel; Izak zal waarschijnlijk zijn eigen ezel hebben opgetuigd en bepakt. "Waar gaan we heen, vader?" Een zwaard ging door Abrahams ziel. "Naar een plek die de HEERE ons gaat wijzen, jongen." Abrahams oude ogen turen strak in de verte, maar zijn oren zijn gespitst als van een kat. Op de vragen van Izak, maar vooral op de aanwijzingen van de HEERE. "HEERE, waar dan heen? Tot U alleen…"

maandag 29 augustus 2016

Bij de HEERE weet je écht waar je aan toe bent

"… maar nu vergeef toch de overtreding der dienaren van den God uws vaders! […]
Daarna kwamen ook zijn broeders, en vielen voor hem neder, en zeiden: Zie, wij zijn u tot knechten!"

Genesis 50 : 17b en 18


De verloren zoon wilde ook een dienstknecht zijn vanwege zijn zonden; maar zover kwam het niet.

Als ik de verzen van vandaag even op mij laat inwerken, komt als vanzelf het beeld van de verloren zoon mij voor ogen. Die zoon die koste wat het kost terug wilde naar zijn vader en zich voornam dat hij dan maar een huurling van zijn vader moest worden. Die woorden komen hem echter niet over de lippen. Zijn vader kust ze als het ware weg. Zie het intense geluk in zijn vaders ogen: zijn zoon gevonden is, terwijl hij verloren was! De broers echter gebruiken wel tot tweemaal toe dat woord 'slaaf' of 'knecht'. Ze hullen zich in nederigheid en ootmoed, als ze hun rechtvaardige broer benaderen.

Misschien is het goed te beseffen dat zij dat niet hadden hoeven doen. Ze hadden in een hoek in Gosen kunnen wegkruipen en net doen of ze er niet waren. Ze hadden kunnen doen alsof hun neus bloedde, maar dat deden ze niet. Ze zochten bewust het contact met Jozef. Blijkbaar op advies van vader Jacob. Eerst citeren ze hun vader, vervolgens benadrukken ze dat ze kinderen van één Vader (hun hemelse Vader) zijn en daarom hoop mogen hebben op vergeving. Vervolgens komen ze zelf bij Jozef en werpen zich voor hem neer, net als Mefiboseth deed. Of wat dacht je van Esther? 'Komen we om dan komen we om, maar we zullen tot de (onder)koning gaan!"

Doelbewust gaan

Zoals al eerder gezegd, er waren heel wat redenen om niet te gaan. Wilde je geen onrust creëren of risico’s lopen, dan moest je niet het contact met Jozef zoeken. Hoewel, Jozef was toch ook maar onder Farao gesteld? Dus moesten ze dan misschien liever via Farao de dingen veilig stellen. Konden ze niet lobbyen aan het hof van Farao? Dan was de kans op een veilige plek voor de toekomst veiliggesteld. Maar nee, ze kiezen voor het risicovolle contact met Jozef.
De hele reis naar de begraafplaats van Jacob was het er blijkbaar niet van gekomen, maar nu ze terug zijn worden ze innerlijk gedrongen om hun broer op te zoeken en alles op het spel te zetten. Waarom doen ze dat? Ik denk toch dat ze dat met het oog op de toekomst deden. Een zekere vorm van langetermijn-denken. En dat is toch een verstandig besluit. Niet alleen zij, maar ook hun kinderen en kleinkinderen moesten hier een veilige plek hebben. Mocht Jozef ze nog met rust laten, Jozefs kinderen zouden wellicht nóg intenser wraak kunnen nemen voor hun vader! Daar hadden zij al helemaal geen invloed op. Ongetwijfeld hadden Efraïm en Manasse ook al een goede positie aan het hof. Wie weet welke ellende dat zou gaan betekenen.
Al die voors en tegens tegens terzijde schuivend, besluiten ze tóch te gaan. Op het risico af dat ze zouden worden gedood, of op zijn minst in de gevangenis te worden gegooid, mochten hun voorgevoelens waarheid worden. Dat doelbewuste, onverschrokkene mag toch wel onze houding zijn wanneer we naar God gaan. Niet vrijpostig of brutaal, maar voortvarend, doelbewust en aanhoudend. "Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd," adviseert en stimuleert Paulus in Hebreeën 4 : 16.

Welbewust dienen

Ik zei daarnet: waarom geen gelobby aan het hof van Farao? Waarom zo doelbewust naar broer Jozef? En wat denken ze te bereiken met hun dienstknechtspositie? Nou, let er eens op dat ze zich heel bewust in de handen van Jozef werpen: "Zie, wij zijn u tot dienstknechten"! Niet: "Anders willen best wel voor jou werken of zo…" Nee, zonder enig voorbehoud: "We zijn jouw knechten, jouw slaven, jouw eigendom." Alle eigen rechten worden opgegeven. Wat je ook van die broers vindt en wat wellicht ook hun diepere en diepste motieven zijn geweest (ik kan me voorstellen dat ze niet allemaal even intens en volkomen waren in hun uitlevering), toch zijn ze een prachtige illustratie voor elke afgedwaalde: Ga terug; kom doe het maar!
Bij dat woordje 'u' moest ik denken aan David, die door God werd gestraft voor zijn hoogmoedige plan om het volk te tellen. Hij moest kiezen uit drie straffen en hij kon eigenlijk niet kiezen. Hoor wat hij zei: "Mij is zeer bange; laat ons toch in de hand des HEEREN vallen, want Zijn barmhartigheden zijn vele, maar laat mij in de hand van mensen niet vallen." (2 Sam. 24 : 14).
De broers hadden wel een hekel aan die altijd vrome en brave Jozef, maar alles overziende moesten ze erkennen dat hij een oprechte en barmhartige broer was. Met Farao, de wispelturige despoot (hoewel hij zich in deze geschiedenissen nog wel van een positieve kant heeft laten zien, vind ik), wist je het maar nooit. Maar van Jozef wisten ze nog wel hoe hij vroeger was. Dat zou kunnen zijn veranderd door het leven hier en de omstandigheden waarin hij hier terecht kwam, maar toch…

Nou, mocht je bij Jozef nog aarzelen, bij de HEERE weet je écht waar je aan toe bent. Geen betere plek, geen kloppender hart en geen warmer omhelzing te verwachten. De vader uit de gelijkenis stond op de uitkijk… Wat denk je? Was dat een nietszeggend sprookje? Of vertelde Jezus daar iets wezenlijks over Zijn Vader? In deze week van Voorbereiding op het Heilige Avondmaal worden we opgeroepen om te zien of er soms afstand is tussen de HEERE en ons hart. En er is weinig fantasie voor nodig om te bekennen dat die afstand er zeker is en dat het hoog tijd is voor de bediening van het Avondmaal. Terug naar Huis, terug naar het Vaderhart. En alles wat er tussenin staat moet opgeruimd. "Zie, wij zijn U tot knechten!" Geen nieuwe slavernij, maar welbewust dienen in de vrijheid van de kinderen Gods. Verlang je daar ook naar?

  1. Waarom kozen de broers voor die dienstknecht-positie? Wat zal dat met Jozef hebben gedaan?
  2. Wij kennen biecht en penetentie niet of nauwelijks meer sinds de Reformatie. Missen we daar iets aan, of zou dat toch weer moeten worden ingevoerd?
  3. Mag je tot God vluchten om de straf te ontgaan/in de hemel te komen? Waarom dien jij de HEERE eigenlijk? Of dien je hem nog niet?

woensdag 27 mei 2015

Hij houdt mij in het oog

"De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel,
en is gezeten aan de rechter hand Gods."

Markus 16 : 19

"Ik zal u geen wezen laten," zei Jezus, enige tijd voor Zijn vertrek naar de hemel. Ook beloofde Hij dat Hij altijd bij ons zou zijn, tot weerziens op de Jongste Dag! Maar wat gebeurt er in de hemel en wat zien we ervan op aarde?

Mijn waarneming

Eerlijk gezegd is dat laatste een veelgestelde vraag en ik kan niet precies aanwijzen waar God precies aan het werk is en waar Zijn almacht blijkt. Toch zijn er tal van dingen te noemen, waarin je iets van Gods werk mag opmerken. Soms heel kleine dingen, af en toe ook grote dingen. Maar, zoals dat gaat wanneer je door een oude straat in een stad loopt en veel oude gebouwen passeert, zonder hun schoonheid op te merken, zo kun je door het leven banjeren zonder Gods werk op te merken.
Als de dingen in je leven overhoop liggen is vaak ook het overzicht en het vertrouwen weg. Dat betekent overigens niet dat het overzicht van God uit naar jou er niet is. En het betekent nog veel minder dat Hij niet alle dingen in Zijn macht heeft. Er zit dus een enorm hiaat tussen de werkelijkheid die niet waarneembaar is en onze menselijke waarneming. We moeten het dus doen met Jezus' woord; en wees eerlijk, daar kun je van op aan! Al de eeuwen door hebben de kinderen van God, jong en oud, hun vertrouwen kunnen stellen op de HEERE en … ze zijn nooit bedrogen uitgekomen. Zou ik er dan wel bedrogen mee uitkomen?

Jezus' waarneming

Laten we eens op Jezus' houding letten: Hij is gezeten. Dat is een pose van rust; verdiende rust na gedane zware arbeid. Niettemin zag Stefanus Hem enige weken later staan! En ook Johannes op Patmos zag Christus als het het 'Lam, staande als geslacht'. (Openbaringen 5:6). Ik herinner mij een avondlezing van ds. J. Westerink op de Haamstedeconferentie van zeker vijftien jaar geleden, die over Christus als Koning sprak. Hij tekende Hem vanuit deze tekst. Hij staat, Hij is innig betrokken op het gebeuren hier beneden. Hij houdt het nauwlettend in de gaten. Hij rust niet, maar is volop actief aan het werk, 24/7! Wij moesten ons dat toch meer bewust zijn. Hoeveel meer vertrouwen zouden we dan hebben. Hij laat ons niet als wezen achter, laat ons niet aan ons lot over. Hij regeert, niet afstandelijk, maar intens betrokken.
Dat ik dat niet altijd zo ervaar is omdat ik ook andere verwachtingen van het leven heb. Is ook, omdat ik dingen waarneem die ik niet kan plaatsen, die ik anders zou doen. Maar ja, ik ken het totaalplan niet eens, wat zou ik dan kunnen vinden? Ja, ik spreek ook tegen mijzelf. Ik word soms zo moe van mijn geredeneer dat maar niet wil ophouden. Hoe vaak heeft Christus al laten zien dat Zijn wegen hoger, heerlijker en doeltreffender zijn dan mijn wegen? Als ik mij eenzaam voel, bang en verlaten, wil dat nog niet zeggen dat Jezus mij daadwerkelijk verlaten heeft. Integendeel, niets ziet Hij over het hoofd: mijn ganse leven valt onder Zijn waarneming!

Gods nabijheid

Laten we de laatste woorden van de tekst ook niet vergeten. Hij zit aan de rechterhand, de ereplaats, van Zijn Vader. Hij verkeert al werkend en biddend, in de nabijheid van God de Vader. Alles wat de Zoon op aarde deed, volgde de Vader nauwlettend vanuit de Hemel. Voortdurend waren Christus en de Vader in contact, middels het gebed. Hoe nauw zal dan nu, zo vlak naast elkaar staande in de hemel, Hun contact zijn? Ik behoef er geen moment aan te twijfelen dat, wanneer Jezus ergens naartoe werkt, ook Zijn Vader daar nauw bij betrokken is. Als de Vader al zo trots op Zijn Zoon was, toen Hij op aarde wandelde, hoe trots moet Hij zijn, nu Zijn Zoon naast Hem staat. En… de Heilige Geest, Die met Pinksteren werd uitgestort, gaat uit van deze Twee: de Vader en de Zoon. En in Hem, de Heilige Geest, zijn de Vader én de Zoon, mij altijd nabij."Niets kan mij meer van U scheiden, machten, krachten, lijden of nood; heden, toekomst, lengte, diepte, honger, armoe of de dood."


Laten we daarom onze harten opheffen in de hemel, waar Christus is en niet zien op de uiterlijke dingen die ons zorgen baren, benauwen of onprettig overkomen. En als we het tóch benauwd krijgen, omdat de vervolging echt hevig wordt of satan ons onophoudelijk probeert te vangen in sombere gedachten of zelfs daadwerkelijke zondige gevoelens of daden, laat ons des te vurige tot Hem roepen. Want Christus staat en hoort ons roepen, nog voor de klanken onze keel verlaten!

Afgelopen zondag tijdens de schriftlezing van Romeinen 8 kwam een lied bovendrijven, dat we ooit op het jongerenkoor in Bergambacht zongen; ik citeerde hiervoor al het refrein en druk het hele lied hieronder af:


God, ’t is donker en U bent zover.
’t Is alsof de zon nooit meer zal schijnen.
Ziet U niet mijn eenzaamheid,
angst, pijn en mijn verlorenheid?
God, ik schreeuw het uit: waar moet ik heen,
als u mij niet begrijpt, waar moet ik heen?

God, ’t is donker, nergens zie ik licht.
’k Ben alleen en zonder idealen.
Als U dan mijn Vader bent,
waarom hebt U Zich dan afgewend?
God, ik schreeuw het uit: waar moet ik heen,
als U mij niet meer hoort, waar moet ik heen?

Niets kan mij meer van U scheiden,
machten, krachten, lijden of nood.
Heden, toekomst, lengte, diepte,
honger, armoe of de dood.

God, ik weet het wel, ’k ben nooit alleen.
U regeert, bij U ben ’k veilig.
Heer’, vergeef toch mijn opstandigheid,
laat mij leven in Uw zonneschijn.

God, ik dank U wel,
U hebt mijn leven in Uw sterke hand,
ik zing het uit:

Niets kan mij meer van U scheiden,
machten, krachten, lijden of nood.
Heden, toekomst, lengte, diepte,
honger, armoe of de dood.