Posts tonen met het label Hemelvaart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hemelvaart. Alle posts tonen

woensdag 11 oktober 2017

“Wees blij, want Ik ga naar Mijn Vader!”

“…Indien gij Mij liefhadt, zo zoudt gij u verblijden, omdat Ik gezegd heb: Ik ga heen tot den Vader; want Mijn Vader is meerder dan Ik.”
Johannes 14 : 28b
 
De zekerheid van Christus’ opstanding gaf Hij vooraf Zelf!

Ik moet toch nog even terugkomen bij het vers van afgelopen keer! Dat komt door de opmerking die in de Kanttekeningen bij de StatenVertaling wordt gegeven. Die gaat in op dat “indien gij Mij liefhadt…” Er zit – misschien nog wel in meerdere mate voor ons dan voor de verwarde discipelen – een kritische ondertoon in Jezus’ woorden. Wij mensen kunnen zo met onszelf en onze situatie bezig zijn, dat we de hoofdlijn uit het oog verliezen. Vandaar dat ik er nog even op terugkom.

Waar gaat het over? Er zit een toon in Jezus' woorden ‘indien bij Mijn liefhadt’, die bij me is blijven hangen. Vanwaar dat ‘verwijt’, terwijl de discipelen zo in verwarring waren? Waar is Jezus' erbarmen? Zeker, Hij staat vlak voor Zijn grote lijden en heeft naar de mens gesproken ‘genoeg’ aan Zichzelf. Maar Hij is ook God. En juist deze woorden spreekt Hij naar Zijn godheid! Waarom dat verwijt?

Een terecht verwijt

Moet je horen wat ik in de Kanttekeningen las bij die woorden ‘Mijn Vader is meerder dan Ik’: “Namelijk in majesteit of heerlijkheid dan Ik ben in dezen staat Mijner vernedering. En daarom behoort gij u te verblijden, dat Ik heenga om het gebruik derzelver heerlijkheid weder aan te nemen, die Ik bij Hem gehad heb eer de wereld was, dewijl hetzelve ook tot uw zaligheid zal strekken, Joh. 17:5, 24.”
“Met dat ‘uit het lood zijn vanwege het naderend afscheid’, focus je teveel op jezelf. Je zou daarentegen niet jezelf moeten liefhebben (en je bezorgd maken over je eigen leven), maar blij moeten zijn met Mijn aanstaande verhoging! Het draait niet om jou/jullie, maar om Mij, Jezus, en om Mijn Vader! Ik ga iets doen, dat geen mens had kunnen bedenken, laat staan uitvoeren. En… daarna ga ik terug naar Mijn Vader. Ik weet al precies wat er komen gaat. Dat zal Me een gebeurtenis zijn, als Ik terug kom in de hemel, Mijn Thuis! Dan zal de hemel daveren op haar grondvesten. En… de hel zal barsten van venijn en afgrijzen. Mijn gerucht zal al voor Mij uitgaan. Vanaf de heuvel Golgotha zal Ik “Het is volbracht!” uitschallen en Mijn stem zal verder reiken dan welke stem op aarde ook, tot in de hemelse gewesten. Dus wees blij met Mij, want er gloort hoop als ik spreek over ‘Ik ga heen tot Mijn Vader’. Als Ik dat zo zeker kan zeggen, dan hoeft er bij jullie geen twijfel meer te zijn. Ik ga Mijn heerlijkheid tegemoet!”
Jezus spreekt over de heerlijkheid die Hij bij de Vader had, voordat Hij naar de aarde kwam. Maar eigenlijk – het kan in zekere zin niet – zal deze aanstaande heerlijkheid nog veel heerlijker zijn! Dit zal een heerlijkheid zijn waarin Vader en Zoon nagenieten van de grote lakmoesproef van Hun Beider liefde. Ze hebben de wereld, ja zelfs de hel, laten zien hoe onafscheidelijk ze van Elkaar zijn en hoe intens verbonden in liefde. Dat moet me een vreugdegeschal hebben gegeven, op Goede Vrijdag… maar meer nog bij Jezus terugkeer in de hemel! “Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen…”

Een troostvol verwijt

Soms heb je iemand nodig die je aandacht gevangen neemt en je de dingen vanuit een andere hoek laat bekijken. Je staart naar een probleem, bekijkt het voor jouw idee van alle kanten, maar je komt er niet uit. Of je vormt je mening over een kwestie, zet de voors en tegens op een rij en raakt overtuigd van je conclusie. Totdat iemand je opeens vanuit een totaal ongedachte hoek laat kijken, waardoor je conclusies, meningen, standpunten onderuit gehaald lijken. Of, in het eerste geval, het probleem is kleiner dan je dacht, of zelfs helemaal oplosbaar!
In het geval van de ontroering van de discipelen is dat laatste het geval. Jezus had al eerder gezegd: “Uw hart worde niet ontroerd”, maar de beargumentering in de tekst van vandaag, is nóg sterker, overtuigender. Ik ga naar Mijn Vader! Dat had bij de discipelen de schellen van de ogen moeten doen vallen. Jezus sprak enerzijds over heengaan, sterven en gedood worden; over verraad en ergernissen. Maar onomwonden spreekt Hij hier over de weg ‘na de dood’. “Ik ga naar Mijn Vader!” Er ligt grote troost in dit liefdevolle verwijt. Het tipje van de sluier vertoont goud. Maar het lijkt wel of Jezus onmachtig is Zijn jongeren voldoende te troosten. Is dan alles voor niets? Verzwaart dat het lijden nog eens extra voor Hem?
In de volgende tekst zullen we zien dat Jezus dit onderwijs en deze troost 'op voorhand' geeft. Hij zet het alvast in de gedachten/herinnering van Zijn jongeren. Zij zullen zich die dingen opeens gaan herinneren, wanneer de een na de andere voorzegging in vervulling zal gaan. Het effect van troost en vreugde zal dan dubbel zo groot zijn. Inderdaad, daar kunnen ze op dit moment nog niets van bevroeden. Ze staren zich blind op een betonnen muur van verdriet en afscheid. En vlak het niet uit! Het was heftig en het zou nog wel even heftig blijven. Maar daarna…! Daarna zal Hij naar Zijn Vader gaan. Hij, het Hoofd van Zijn Kerk, zal veilig Boven aankomen! Hoeveel te zekerder zal de rest van Zijn lichaam daar aankomen. “Ik ga naar Mijn Vader!” Je leest er zomaar overheen, maar wát een troost, hoe heerlijk blinkt Jezus’ macht en majesteit. En hoe zeer wordt God de Vader in de Zoon verheerlijkt. Als een trotse peuter die groot opgeeft over zijn aardse vader. Ja, veel meer nog dan dat!

donderdag 5 oktober 2017

Als gouden de portalen zijn, hoe zullen dan de zalen zijn?

“Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam,
Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles wat Ik u gezegd heb.”

Johannes 14 : 26
Als gouden de portalen zijn… (Foto: Golden Hall, Stockholm)

Na lange tijd van veel schrijfwerk eindelijk weer ruimte om de bijbelstudieserie te vervolgen. De preek van afgelopen zondag intensiveerde enorm het nadenken over Christus’ hemelvaart: een preek van ds. D.J. Diepenbroek over HC Zondag 18. Maar liefst vier vragen over Hemelvaart, tegenover 1 vraag over Pasen. Dat geeft te denken. Het is vandaag de dag vaak wel andersom.
Maar… hemelvaart staat niet op zichzelf. Daarom spreek Jezus altijd over Zijn hemelvaart, in het licht van Pinksteren en de Wederkomst. De kwestie die ook de opstellers van de Heidelbergse Catechismus heeft aangezet tot het stellen van vier vragen is: waar is Jezus na Pasen? En waar is Hij na Hemelvaart? En waar is Hij na Pinksteren? Wij mensen denken in vormen van ‘plaats’, ‘zijn’ en ‘tijd’. Je bent óf hier óf daar, gisteren of vandaag of straks, maar niet alles tegelijk.
Jezus is naar Zijn menselijke natuur niet meer op aarde, maar zit aan de rechterhand van Zijn Vader. Dat levert direct veel vragen op voor ons menselijke, beperkte, verstand. Dat gold niet minder voor de discipelen die nóg minder wisten dan wij. Als Jezus in de hemel is, sinds Zijn hemelvaart, dan is Hij toch niet meer hier bij ons op aarde? Hoe kon Hij dan zeggen dat Hij hen niet ging verlaten en dat Hij altijd bij hen bleef? Nog óp de hemelvaartsdag onderstreept Hij dat: “Zie, Ik ben met ulieden, al de dagen, tot aan de voleinding der wereld!” Een paar tellen later zagen zij Hem naar de hemel gaan. Wat bleef er nog over van dat woord van Jezus?

Menselijke oplossing

Wij mensen hebben iets gevonden om dat enigszins te begrijpen. Wij zijn op den duur gaan spreken over Jezus’ menselijke natuur en Zijn goddelijke natuur. Die termen waren vóór Jezus’ komst niet bekend. En hoewel dat dus nieuwe aanduidingen waren, ben ik ervan overtuigd dat ze volkomen juist zijn. God geeft ons woorden, om dingen die boven onze macht gaan, uit te drukken. Maar omdat het menselijke woorden voor een goddelijk mysterie zijn, kunnen ze vervelende vragen oproepen, die lastig te beantwoorden zijn. Gelijkenissen en menselijke uiteenzettingen over Gods werk gaan altijd ergens mank. Maar dat moet ons niet weerhouden om bepaalde woorden en uitdrukkingen toch te handhaven.
Zo zullen de eerste tien dagen na de hemelvaart ongetwijfeld zijn gevuld met interpretaties van Jezus’ laatste woorden. Die 120 mensen daar in de opperzaal in Jeruzalem hebben met elkaar gebeden. Jazeker. Maar hoe kun je dingen in je gebed goed verwoorden, zonder er goed over na te denken en met elkaar over te praten? En Jezus' woorden roepen enorm veel gedachten en gevoelens op. Dus er zal ook veel gesprek met elkaar zijn geweest. “Wat wil toch dit zijn?” of “Wat bedoelde Jezus eigenlijk, toen Hij zei…?”. Al die dingen zijn stukje bij beetje op hun plek gaan vallen, vanaf de uitstorting van de Heilige Geest. Hoe kwam dat? Hadden ze nu alles opeens op een rijtje?

Goddelijke oplossing

Wat de discipelen niet wisten was dat Jezus naar de hemel opvoer en de troonzaal van Zijn Vader is binnengegaan met Zijn offer. Hoewel de Vader Zijn goedkeuring aan dat offer al had gegeven op de eerste Paasdag (door Zijn Zoon op te wekken uit de dood), zag de Vader Hem al van verre aankomen. Hij snelde Zijn troon af en liep Zijn Zoon tegemoet. Hij viel Hem om de hals en kuste Hem. De Vader riep tot Zijn dienaren: “Brengt hier voor het beste kleed en doet het Hem aan en geeft Hem een ring aan zijn hand en schoenen aan de voeten en brengt het gemeste kalf, en slacht het; en laat ons eten en vrolijk zijn. Want deze Mijn Zoon was dood, en is weder levend geworden; Hij is om de overtredingen van de gevallen mens verwond, om hun ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die hen de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is hen genezing geworden!" En zij begonnen vrolijk te zijn.
Van dat wat er zich in de hemel heeft afgespeeld, hebben de apostelen af en toe flarden mogen zien. In pure aanbidding en verwondering hebben Paulus, Petrus en Johannes dingen opgeschreven die ons verstand ver te boven gaan. Hoe hebben ze dat toch gekund?

Bovenmenselijk preken

Door wat Jezus in de dagtekst vertelde: “De Heilige Geest zal Mijn Vader naar jullie sturen, namens Mij. Die zal exact doen, wat Ik deed; Hij zal jullie niets nieuws vertellen, maar gaan uitleggen wat Ik jullie deze afgelopen jaren heb verteld. Hij zal – met eerbied – jullie notitieblok zijn, waarop al Mijn woorden staan geschreven. Jullie zijn ze misschien allang vergeten, maar let op als Hij aan het werk gaat! Dan brengt Hij jullie die woorden weer te binnen en zullen de stukjes op hun plaats vallen. Dat heb je nodig, als je anderen over Mij zult willen vertellen. Je zult je op misschien 1 of 2 preken kunnen voorbereiden, maar je zult nooit alles kunnen onthouden en in het juiste perspectief zien. Hij zal het voor je op een rijtje zetten en als je dát gaat ontdekken, zul je kunnen preken met een vrijheid die ongekend is. Je zult dingen kunnen verwoorden, die het menselijk bevattingsvermogen zullen oprekken tot ongekende hoogte. En dat alles zal nog maar een tipje van de sluier zijn. Straks, als jullie voor eeuwig bij Mij zijn, zul je alles gaan begrijpen. En je zult nog dieper zien hoe wijs Mijn Vader is in alles wat Hij deed en doet. Hoe diep Zijn zorg voor jullie en alle mensen is en hoe rijk Zijn toekomst, die Hij heeft uitgedacht.”

Predikers zijn levenslang op school. Ze hebben het uit de eerste hand. Maar als je als gemeentelid wordt meegenomen in een preek, zoals afgelopen zondag over hemelvaart, dan heb je dingen meegemaakt, die zich na afloop maar amper laten vertalen in woorden. Misschien mag je het noemen dat je bent opgetrokken in de derde hemel en het leven van elke dag hebt gezien vanuit Gods oogopslag. Je ziet nog maar de contouren van waar Hij mee bezig is. Maar je proeft al bij benadering hoe het gaat worden. Het tipje van de sluier! Als gouden de portalen zijn, hoe zullen dan de zalen zijn?

donderdag 8 juni 2017

Heen en weer in heerlijkheid

"En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn en u plaats zal bereid hebben,
zo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt waar Ik ben."
Johannes 14 : 3
 

Stel dat de Heere Jezus vandaag nog moest weggaan. Dan hadden we nog een onbestemd lange tijd voor de boeg (al heeft nooit iemand geweten hoe lang). Maar nu, Jezus ís opgevaren en Hij kan elk moment terugkomen. Brengt dat je hart niet in opperste staat van verwachten en verlangen?
Ken je dat, verlangen naar Jezus' wederkomst? Is dat de kern van je bestaan, elke dag? Omdat jouw hart en dat van Hem aan elkaar versmolten zijn en jij zonder Hem totaal incompleet bent? Kijk, het eventuele verlangen dat de discipelen op dit moment zou kunnen hebben vervuld, was het verlangen dat alles maar zo snel mogelijk voorbij was en het weer gewoon rustig werd, Jezus met hen… klaar. Maar zo zou het niet gaan. Het zou allemaal absoluut anders gaan worden. Niets zou meer hetzelfde blijven; dat zou direct duidelijk worden toen Jezus na Zijn opstanden weer af en toe bij hen kwam. En vraag die zomaar bij me opkomt: wat zou Jezus in de tussentijd hebben gedaan, toen Hij na Zijn opstanding even niet bij Zijn discipelen was. Was Hij misschien toen al in de hemel?


Heen in heerlijkheid

In ieder geval spreekt Jezus hier aan de Paasmaaltijd vooral van Zijn hemelvaart én Zijn wederkomst. Je voelt aan dat ze dat niet hebben kunnen plaatsen. Hoeveel te meer troost en bemoediging geven deze woorden dan vandaag! Als ik me druk maak om problemen in dit vergankelijk leven, mag ik weten dat Hij daar boven druk bezig is voor de periode daarna! En die tijd duurt me een tijd! Eeuwig! Kun je je geen voorstelling van maken.
Jezus vertelt hier iets over Zijn hemelvaart, maar die staat in direct verband met Zijn wederkomst. Kijk maar hoe de zin is opgebouwd: Ik kom terug bij jullie en jullie mogen dan altijd zijn waar Ik ben; maar eerst moet ik nog opvaren en plaatsbereiden. Hoewel in het Nederlands de zin in een andere volgorde staat, maar de kern van Zijn boodschap is toch vooral Zijn terugkomst. Dat accent moeten we goed helder houden. In die zin is afscheidnemen niet een stukje sterven, maar de eerste stap tot oneindig veel meer léven.

Weer in heerlijkheid

Ja en als al die voorgaande stappen zijn genomen (Jezus zwijgt hier nog van Zijn lijden, sterven en opstanding) dan komt Hij weer. En … Hij is geen Vreemde voor hen. Voor jou ook niet? Je verwacht toch Iemand die je kent? En hopelijk ook Iemand naar Wie je verlangt. Of wordt dat verwachten gekenmerkt door vrees en beven, hopen dat het met een sisser zal aflopen? "Het geloof (dat wat voorafgaat aan het aanschouwen bij de wederkomst) nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet" (Hebr. 11 : 1). Daar kun je dus zeker van zijn in dit leven; en juist die zekerheid is zo belangrijk voor de mate van verwachten (zonder vrees). Een bruid die met een onbestemd gevoel aan de dag van de bruiloft begint, omdat ze niet zeker is van het feit of haar bruidegom haar wel echt wil hebben, gaat een raar huwelijk tegemoet dat ergens diepweg zelfs wordt getoonzet door wantrouwen.

Waar is die heerlijkheid?

Er zijn nogal wat mensen die spreken over 'de hemel' als het hiernamaals. Onze eeuwige toekomst zal in de hemel zijn. Deze tekst zou dat ook onderbouwen: "Ik kom terug om jullie mee te nemen naar die plek waar Ik ben"… dus de hemel. Ooit hoorde ik ds. J. Westerink in Utrecht uitleggen bij de tekst (1 Thes. 4 : 17): "Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen." Wij zouden dan worden opgenomen in de hemel. Maar, zo legde hij uit, toen de nieuwe burgemeester van Bunschoten (een voorval uit zijn jeugd) naar ons dorp kwam, liep de hele bevolking uit, hem tegemoet en we haalden hem binnen. Precies dat wordt bedoeld, zoals dat ook ging met een oosterse bruiloft. In reidans de bruidegom tegemoet om hem te verwelkomen.
Terug naar de tekst; wat zegt Jezus hier? Je zou kunnen denken dat Hij afdaalt, bij Zijn wederkomst, naar de aarde om ons op te halen. Maar dat 'tot Mij nemen' kan evengoed betekenen 'tegen Mij aantrekken', zoals een vader of moeder troostend een verdrietig of bang kind tegen zich aan trekt en knuffelt. En nu die laatste woorden, want daar zit nog een belangrijk aspect in. "Opdat jij ook mag zijn waar Ik ben". Betekent dat 'waar Ik ben' dan dus de hemel? Nou, als Jezus naar de aarde komt en hier spreekt over 'ben' (tegenwoordige tijd) dan klopt dat niet. Het gaat dus ook niet zozeer over waar die plek precies is, maar dat Zijn onophoudelijk aanwezigheid die plek tot een hemelse plek maakt! En zou naar mijn overtuiging de nieuwe aarde zijn (waar die zich op dat moment ook zal bevinden).
Denk je eens in: dan zal Hij nooit meer weggaan. Hij is tot je gekomen om je nooit meer te verlaten. Een bruid en een bruidegom leven toch intens verlangend naar de dag van hun bruiloft, waarop ze voor altijd bij elkaar zullen zijn? En dan is dat een vreugd die nog maar beperkt is, want die bruidegom moet een paar dagen later weer naar zijn werk en er zal toch ook een tijd komen waarop een van beide door de dood zal gescheiden worden van de ander. Maar deze vreugde, waartoe Jezus ons probeert te prikkelen, is intensheid zonder einde, zonder schaduw en zonder enig moment van 'tegenvallen' of 'uitgekeken zijn op'.
Dat hoeven jij en ik niet zelf vol te houden, maar Zijn aanwezigheid is de eeuwigdurende magneet en geestelijke motor van waaruit die vreugde en dat genieten gaande gehouden wordt. De engelen hebben daar al lang iets van begrepen. Wij denken nog in tijd en ruimte, maar dan zullen we er achter komen dat de helft van die heerlijkheid ons nog niet is aangezegd. En omdat ik weet hoe beperkt mijn bevattingsvermogen en voorstellingsvermogen is, verwacht ik daar heel grote en heerlijke dingen van.
Binnenkort komt de dag,
dat ik Hem begroeten mag.
Mijn problemen zijn voorbij,
Jezus komt en ’k weet dat Hij,
mij een plaats heeft bereid,
vrede tot in eeuwigheid,
wat een dag, o wat een dag zal dat zijn!

Wat een dag, wat een dag,
als ik Hem begroeten mag,
en voorgoed naar Hem zal gaan,
oog in oog met Hem zal staan,

en Hij leidt mij aan Zijn hand,
naar ’t lang beloofde land.
Wat een dag, o wat een dag zal dat zijn.

Alle zorgen zijn voorbij,
Want ook dat beloofde Hij,
en geen ziekte en geen pijn,
geen verdeeldheid zal er zijn,
maar wij juichen voor de troon.
Zijn voor altijd bij Gods Zoon.

Wat een dag, o wat een dag zal dat zijn.

Wat een dag, wat een dag,
als ik Hem begroeten mag,
en voorgoed naar Hem zal gaan,

oog in oog met Hem zal staan,
en Hij leidt mij aan Zijn hand,
naar ‘t lang beloofde land.
Wat een dag, o wat een dag zal dat zijn.

woensdag 7 juni 2017

Jezus heeft de tickets

"In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben;
Ik ga heen om u plaats te bereiden."
Johannes 14 : 2



Er zijn processen in het leven, ook in de kerk, die wrevel en wrijving oproepen. Voor je het weet focus je enkel op het vergankelijke, dat wat geen blijvende waarde heeft. Want deze wereld gaat voorbij; ook de kerkelijke wereld. Het blijft niet bij woorden, maar het wordt volle werkelijkheid. Soms helpt het om net als Christen in de Christenreis van Bunyan, even de verrekijker aan de ogen te zetten en intensief naar de toekomst te turen… ja, het is er echt en dáár gaat het heen!

Processen op aarde, vaak politiek getint tot op de werk- en kerkvloer toe, zijn nogal eens ondoorzichtig. Soms heeft dat te maken met een stukje 'wat je niet weet, kan ook geen verwarring geven'; soms ook voel je dat er iets essentieels achtergehouden wordt. Te veel mensen slikken dat voor zoete koek en halen hun schouders op. "Zij zullen het wel weten", wordt er dan gezegd. Wie die 'zij' zijn blijft vaak vaag. Maar vaagheid en troebelheid is er bij Jezus' komende Koninkrijk niet bij. De dingen zijn kraakhelder en eerlijk voorzegd. Wel zegt Jezus soms dat Hij Zijn jongeren nog niet alles vertelt, omdat ze het dan nog niet kunnen dragen of begrijpen; maar later zullen ze het wel begrijpen en dan zal de Geest 'indachtig maken', in herinnering roepen.

Perspectief

De Heere Jezus neemt Zijn jongeren in vertrouwen; Hij ziet een glimp van verwarring op hun gezichten. Ze voelen dat er wat aan gaat komen, maar wat en hoe weten ze niet. Hij tilt als het ware hun kin op en laat ze omhoog kijken: "In het huis van Mijn Vader zijn volop verblijfplaatsen… er is ruimte genoeg!" Waarom wijst Hij ze daarop? Hij had toch ook kunnen troosten met: "Ik ga sterven, maar Ik zal weer opstaan"? Dat heeft Hij eerder ook al gedaan, maar blijkbaar gaf het niet echt perspectief bij de discipelen. Sterven hoorde niet bij hun plaatje over Gods Koninkrijk.
Vlak voor de maaltijd hadden ze gekibbeld over wie de meeste zou zijn in dat Koninkrijk. Ze gunden elkaar haast geen plek; nu zegt Jezus: "Er is daar plaats genoeg! Voor jullie én voor alle gelovigen, zovelen als er de HEERE onze God toe roepen zal" (zie de Kanttekeningen).

Transparant

Ik kan me voorstellen dat de gedachten van bijvoorbeeld Johannes de denker koortsachtig zullen zijn gaan werken, op zoek gaand naar woorden die Jezus eerder zei. Had Hij weleens eerder zoiets gezegd?
In Johannes 12 : 25-27 had Jezus gezegd: "Die zijn leven liefheeft, zal hetzelve verliezen; en die zijn leven haat in deze wereld, zal hetzelve bewaren tot het eeuwige leven. Zo iemand Mij dient, die volge Mij; en waar Ik ben, aldaar zal ook Mijn dienaar zijn. En zo iemand Mij dient, de Vader zal hem eren. Nu is Mijn ziel ontroerd; en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hierom ben Ik in deze ure gekomen."
Jezus had gesproken over Zijn dood; die zou zijn als een tarwekorrel die in de aarde begraven werd, maar daarna zou hij gegarandeerd veel vrucht dragen. Hij had toen ook op een merkwaardige manier over perspectief gesproken.
Maar hoe dan ook, nooit had Jezus gezegd dat er niet genoeg plaats zou zijn in dat Koninkrijk van God. Nooit heeft Hij het accent willen leggen op 'het zijn er maar weinig' op 'een klein groepje' of 'witte raven'; al helemaal niet over een 'misschientje' of 'ik hoop het maar'. Dat zijn menselijke bedenksels. Jezus is transparant, en hier wel op z'n best: "Als het niet zo zou zijn, dan zou Ik het u hebben gezegd." Geen kleine lettertjes, geen dubbele agenda, geen dubbele bodem of holle woorden. Waarom maken mensen in de wereld, maar ook in de utra-orthodoxe kant van de kerk die woorden dan altijd weer verdacht? Waarom moet het accent telkens weer zo snel mogelijk liggen op 'ja, maar…' Als Jezus transparant is, dan is Hij dat om reden van Zijn liefde voor zondaren. En als Hij transparant is over de hemel, dan is Hij dat ook over de hel! Of zwakken we dat ook liever af?

Daadkracht

Nu kun je beschouwelijk praten over de hemel en zeggen dat er daar ginds plek zat is. Lekker makkelijk. Je moet er nog wel komen en dan pas zul je zien of het zo is. Maar Jezus roept niet zomaar wat: Hij onthult iets van Zijn komende werk. Hij zal ten hemel opvaren om daar plaats te gaan bereiden.
Hoe Hij dat gaat doen, laat Hij voor nu even in het midden, maar dát Hij dat gaat doen is zeker en vast! Hij gaat er plaats 'bereiden', 'klaarmaken' of 'in orde brengen'. Dat wekt direct de vraag op: is het dan nog niet volmaakt in de hemel? Zijn ze daar niet voorbereid op onze komst? Er was toch een eeuwige Raad van God; Hij wist toch van te voren wie zalig zouden worden en wie niet?
Wel, ik denk dat dat klaarmaken niet zozeer te maken heeft met onze voorstelling van: een paar stoelen erbij zetten, zodat iedereen straks kan zitten. Ik denk dat het vooral te maken heeft met de toegangstickets die moeten worden geregeld.
Als jij straks bij de hemelpoort aankomt, zul je niet je eigen kaartje meebrengen, maar Hij heeft het kaartje al geregeld. Je wist het al, want Hij had het op aarde al in je hart gefluisterd. Je was ook helemaal niet bang dat het mis zou gaan, dat Hij het vergeten zou of dat het kaartje toch niet geldig bleek. Nee, Jezus heeft alles op orde! Daar is Hij transparant over; Hij toont daadkracht: wat Hij belooft dóet Hij ook. En die zekerheid biedt perspectief. Daar kunnen we vandaag in de kleine, onnozele dingen op aarde nog veel van leren!

Dat prachtige lied uit de bundel van Johannes de Heer zingt het zo:

Ieder uur, iedere stap brengt ons nader
Bij de grens van leven en dood
Heeft de Heiland uw paspoort getekend
Met Zijn bloed dat Hij reddend vergoot?

Nog is het tijd
De Heer heeft genâ
De toegang is vrij door Golgotha
Jezus ging voor
Hij wacht aan de grens
Is uw paspoort getekend,  o mens?

Gij kunt zelf de tol niet betalen
Zilver en goud verliest daar zijn macht
Slechts het kruis in uw paspoort geeft toegang
Tot het land waar de Heiland u wacht

Nog is het tijd
De Heer heeft genâ
De toegang is vrij door Golgotha
Jezus ging voor
Hij wacht aan de grens
Is uw paspoort getekend, o mens?

Het is nu het uur der beslissing
Ieder toont dan zijn ware gezicht
O, geloof in de Heiland Uw redder
En Hij voert  U naar ’t eeuwige licht

Slechts het kruis in uw paspoort geeft toegang
Tot het land waar de Heiland u wachtTot het land waar de Heiland u wacht

zaterdag 3 juni 2017

Het gevaar van ontroering

"Uw hart worde niet ontroerd…"
Johannes 14 : 1a

Voorkom dat ontroering omslaat in verdriet en angst!

Het was opnieuw mijn neef die me prikkelde tot nieuwe blogs met een hint: ik heb de lijn in de frequentie nog niet helemaal kunnen ontdekken. Nu heeft die er nooit in gezeten, maar het is de afgelopen tijd wel wat mager geweest. Ik heb wel een hele hoop geschreven de afgelopen weken, veel (kerk)geschiedenis, maar bezinning op Gods Woord moet toch bovenaan staan. Ik was van plan een serie te schrijven over Hemelvaart, in de week tussen Hemelvaart en Pinksteren, maar de voorbereidingen voor het huwelijk van mijn zoon nam te veel tijd in beslag. En juist dat huwelijk, dat gisteren mocht worden gesloten, bracht mij tot een bepaald aspect van de beleving van de discipelen over Hemelvaart: ontroering vanwege afscheid.

Of ik niet blij was gisteren? Zeker wel, intens gelukkig en diep geraakt. Wat is er mooier dan je (schoon)kinderen te zien knielen voor de HEERE, de Almachtige God van hemel en aarde. Wat is er heerlijker dan dat ze samen met Hem willen gaan, in deze nieuwe, gemeenschappelijke weg?
Toch laat die nieuwe weg vandaag wel een lege plek achter, hier in huis. Een raar gevoel dat paradoxaal is met de overtuiging dat het goed is dat ze samen verder gaan. En dat gevoel zullen al velen voor ons hebben gevoeld. Het is ook voor ons niet de eerste keer. Je bent je kind niet kwijt, maar je hebt er één bijgekregen. Ja dat is rijk! En het komt vast ook goed.
Een werelds liedje zingt: 'Every time we say goodbye, I die a little'; elke keer als ik afscheid neem, sterf ik een beetje.



Om dat verwarrende, die ontroering, alvast aan te kondigen, spreekt Jezus Zijn jongeren op een emotioneel moment, aan de Paasmaaltijd, bemoedigend aan: "Wees niet onaangenaam verrast dat zo'n gevoel je overvalt." Tegelijk waarschuwt Hij hen om niet door te slaan.

Ontroering

Je kunt rationeel wel bedenken dat iemand je voorgoed verlaat, maar hoe dat voelt, kun je van te voren nog niet ervaren. Zoals de geboorte van een kind iets raars teweeg brengt (namelijk dat je je niet meer kunt voorstellen hoe het voelde toen het kindje er nog niet was), zo laat een kind dat trouwt ook een gevoel achter, maar dan precies andersom.
Hoe moesten de discipelen zich inbeelden hoe het zou zijn zonder Jezus, als ze nog teveel vastzaten aan het plaatje dat de Messias het Koninkrijk aan Israël weer zou oprichten? Jezus voorziet dat probleem, die verwarring en wijst hen erop. Hij kondigt dat verwarrende aan, zodat het hen niet zal overvallen als het zich voordoet.
Ontroering is een gevaarlijk terrein in je brein. De regie in je verstand lijkt weg te vallen. Emoties overvallen je en nemen het roer over. Je zegt dingen, voelt dingen en verzwijgt dingen, die je in normale situaties nooit zo zou doen.
Daarmee zeg ik niet dat ontroering enkel iets negatiefs is. Als gevoelsmens heb ik vaak te maken met tranen die achter je ogen prikken of er zomaar uitrollen. Ontroering door een prachtig gedicht, zoals gister, of een bijzonder moment. Ontroering – ook vaak – als de grote toekomt en heerlijkheid van onze Heere en Heiland in beeld komt. Het woord heimwee heeft ook die lading. Heimwee: verlangen naar Huis! Dat is zeker een goede vorm van ontroering!

Ontvoering

Maar waar Jezus voor waarschuwt is – aldus de Kanttekeningen – een ontroering "met te grote droefheid of vrees, over Mijn weggaan tot den Vader." Dan sla je door en wordt het plaatje waar je naar kijkt vertroebeld. Dan zie je niet hoe nodig het is dat Ik heenga. Dan houd je vast aan jouw plaatje, dat helemaal niet blijkt te kloppen. Zo heb Ik het nooit gezegd, maar zo heb jij het blijkbaar opgevat of hebben de mensen je laten geloven.
Dat is een vorm van ontroering die misschien ook wel een ondertoon van teleurstelling in zich heeft. Je had nog zo graag… Het is zo snel al… Zo had je het jezelf niet voorgesteld… En teleurstelling is een machtig wapen voor satan, om je niet alleen gefrustreerd te maken over situaties, maar vooral over God Zelf! En dat zou je terecht 'ontvoering' kunnen noemen. Satan gaat met je gevoel aan de haal en daarmee hobbel jij achter hem aan. En de beelden die hij dan voor je ogen schetst zullen een karikatuur gaan vormen van de levende God!
Dan ligt het werk in Gods Koninkrijk stil. Dan doe je niets positiefs en loop je het grote risico dat je anderen meesleurt in je negatieve spiraal. Dat is allerminst 'vruchtdragen'! Want dan blijf je niet in Jezus, de Ware Wijnstok!
Let dus goed op wat de dingen in je hart teweeg brengen. Heb je alles nog wel scherp? Kloppen de feiten nog met de voorspellingen en voorstellingen? Kloppen Gods beloften nog met wat jij ziet? Zo niet, trek aan de bel! Sla de Bijbel open, ga het gesprek met de dominee, de ouderling, de jeugdwerker of die goede geestelijke vriend(in) aan. Praten helpt; piekeren brengt geen structuur in je denken maar zoomt in op de problemen en trekt de dingen uit hun verband. Ik heb makkelijk praten? Nee. Het is slechts een praktijkadvies. En Jezus is daar ook niet onduidelijk over: "Uw hart worde niet…!" Het klinkt haast als een dringend advies. Laat het zover niet komen! Zit niet bij de pakken neer, maar kom in actie: bid, lees, huil en bewonder!

woensdag 27 mei 2015

Hij houdt mij in het oog

"De Heere dan, nadat Hij tot hen gesproken had, is opgenomen in den hemel,
en is gezeten aan de rechter hand Gods."

Markus 16 : 19

"Ik zal u geen wezen laten," zei Jezus, enige tijd voor Zijn vertrek naar de hemel. Ook beloofde Hij dat Hij altijd bij ons zou zijn, tot weerziens op de Jongste Dag! Maar wat gebeurt er in de hemel en wat zien we ervan op aarde?

Mijn waarneming

Eerlijk gezegd is dat laatste een veelgestelde vraag en ik kan niet precies aanwijzen waar God precies aan het werk is en waar Zijn almacht blijkt. Toch zijn er tal van dingen te noemen, waarin je iets van Gods werk mag opmerken. Soms heel kleine dingen, af en toe ook grote dingen. Maar, zoals dat gaat wanneer je door een oude straat in een stad loopt en veel oude gebouwen passeert, zonder hun schoonheid op te merken, zo kun je door het leven banjeren zonder Gods werk op te merken.
Als de dingen in je leven overhoop liggen is vaak ook het overzicht en het vertrouwen weg. Dat betekent overigens niet dat het overzicht van God uit naar jou er niet is. En het betekent nog veel minder dat Hij niet alle dingen in Zijn macht heeft. Er zit dus een enorm hiaat tussen de werkelijkheid die niet waarneembaar is en onze menselijke waarneming. We moeten het dus doen met Jezus' woord; en wees eerlijk, daar kun je van op aan! Al de eeuwen door hebben de kinderen van God, jong en oud, hun vertrouwen kunnen stellen op de HEERE en … ze zijn nooit bedrogen uitgekomen. Zou ik er dan wel bedrogen mee uitkomen?

Jezus' waarneming

Laten we eens op Jezus' houding letten: Hij is gezeten. Dat is een pose van rust; verdiende rust na gedane zware arbeid. Niettemin zag Stefanus Hem enige weken later staan! En ook Johannes op Patmos zag Christus als het het 'Lam, staande als geslacht'. (Openbaringen 5:6). Ik herinner mij een avondlezing van ds. J. Westerink op de Haamstedeconferentie van zeker vijftien jaar geleden, die over Christus als Koning sprak. Hij tekende Hem vanuit deze tekst. Hij staat, Hij is innig betrokken op het gebeuren hier beneden. Hij houdt het nauwlettend in de gaten. Hij rust niet, maar is volop actief aan het werk, 24/7! Wij moesten ons dat toch meer bewust zijn. Hoeveel meer vertrouwen zouden we dan hebben. Hij laat ons niet als wezen achter, laat ons niet aan ons lot over. Hij regeert, niet afstandelijk, maar intens betrokken.
Dat ik dat niet altijd zo ervaar is omdat ik ook andere verwachtingen van het leven heb. Is ook, omdat ik dingen waarneem die ik niet kan plaatsen, die ik anders zou doen. Maar ja, ik ken het totaalplan niet eens, wat zou ik dan kunnen vinden? Ja, ik spreek ook tegen mijzelf. Ik word soms zo moe van mijn geredeneer dat maar niet wil ophouden. Hoe vaak heeft Christus al laten zien dat Zijn wegen hoger, heerlijker en doeltreffender zijn dan mijn wegen? Als ik mij eenzaam voel, bang en verlaten, wil dat nog niet zeggen dat Jezus mij daadwerkelijk verlaten heeft. Integendeel, niets ziet Hij over het hoofd: mijn ganse leven valt onder Zijn waarneming!

Gods nabijheid

Laten we de laatste woorden van de tekst ook niet vergeten. Hij zit aan de rechterhand, de ereplaats, van Zijn Vader. Hij verkeert al werkend en biddend, in de nabijheid van God de Vader. Alles wat de Zoon op aarde deed, volgde de Vader nauwlettend vanuit de Hemel. Voortdurend waren Christus en de Vader in contact, middels het gebed. Hoe nauw zal dan nu, zo vlak naast elkaar staande in de hemel, Hun contact zijn? Ik behoef er geen moment aan te twijfelen dat, wanneer Jezus ergens naartoe werkt, ook Zijn Vader daar nauw bij betrokken is. Als de Vader al zo trots op Zijn Zoon was, toen Hij op aarde wandelde, hoe trots moet Hij zijn, nu Zijn Zoon naast Hem staat. En… de Heilige Geest, Die met Pinksteren werd uitgestort, gaat uit van deze Twee: de Vader en de Zoon. En in Hem, de Heilige Geest, zijn de Vader én de Zoon, mij altijd nabij."Niets kan mij meer van U scheiden, machten, krachten, lijden of nood; heden, toekomst, lengte, diepte, honger, armoe of de dood."


Laten we daarom onze harten opheffen in de hemel, waar Christus is en niet zien op de uiterlijke dingen die ons zorgen baren, benauwen of onprettig overkomen. En als we het tóch benauwd krijgen, omdat de vervolging echt hevig wordt of satan ons onophoudelijk probeert te vangen in sombere gedachten of zelfs daadwerkelijke zondige gevoelens of daden, laat ons des te vurige tot Hem roepen. Want Christus staat en hoort ons roepen, nog voor de klanken onze keel verlaten!

Afgelopen zondag tijdens de schriftlezing van Romeinen 8 kwam een lied bovendrijven, dat we ooit op het jongerenkoor in Bergambacht zongen; ik citeerde hiervoor al het refrein en druk het hele lied hieronder af:


God, ’t is donker en U bent zover.
’t Is alsof de zon nooit meer zal schijnen.
Ziet U niet mijn eenzaamheid,
angst, pijn en mijn verlorenheid?
God, ik schreeuw het uit: waar moet ik heen,
als u mij niet begrijpt, waar moet ik heen?

God, ’t is donker, nergens zie ik licht.
’k Ben alleen en zonder idealen.
Als U dan mijn Vader bent,
waarom hebt U Zich dan afgewend?
God, ik schreeuw het uit: waar moet ik heen,
als U mij niet meer hoort, waar moet ik heen?

Niets kan mij meer van U scheiden,
machten, krachten, lijden of nood.
Heden, toekomst, lengte, diepte,
honger, armoe of de dood.

God, ik weet het wel, ’k ben nooit alleen.
U regeert, bij U ben ’k veilig.
Heer’, vergeef toch mijn opstandigheid,
laat mij leven in Uw zonneschijn.

God, ik dank U wel,
U hebt mijn leven in Uw sterke hand,
ik zing het uit:

Niets kan mij meer van U scheiden,
machten, krachten, lijden of nood.
Heden, toekomst, lengte, diepte,
honger, armoe of de dood.