Posts tonen met het label verlangen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verlangen. Alle posts tonen

vrijdag 21 juli 2017

Wij denken in menselijke termen van aanwezigheid

“Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u.”
Johannes 14 : 18

Jezus' afwezigheid doet niets af aan Zijn aanwezigheid


Als je een fles cola op het aanrecht zet, staat hij niet meer in de koelkast. En als je hem weer terugzet in de koelkast, staat hij niet meer op het aanrecht. Niets is er meer te vinden, hooguit markeert een kring van het condensvocht de plek waar de fles stond. Maar je kunt de fles niet én op het aanrecht hebben staan én in de koelkast.

Alles wat geschapen is, is onderhevig aan die wet van 'zijn' die wij kennen als het verschil tussen 'aanwezigheid' en 'afwezigheid'. Een vader die zijn gezin verlaat voor een zakenreis, kan contact houden met zijn gezin via Whatsapp, mail, of skype, maar hij ís er niet. Die afstand kun je kleiner maken door de moderne media, maar toch blijft hij fysiek bestaan. Je kunt elkaar niet aanraken via de media. Niet elkaars aanwezigheid voelen en niet elkaars gevoelens proeven; er blijft toch altijd een ongrijpbare afstand.
Zelfs de engelen in de hemel zijn beperkt tot de plaats waar ze zijn. Als ze in de hemel zijn, zijn ze niet tegelijk op de aarde. Gelukkig zijn het er miljoenen, maar toch. Jezus lijkt in staat de afstand die er door Zijn hemelvaart gaat komen, tot 0 te reduceren. Hij zegt, door Zijn Geest, nóg intenser aanwezig te zijn – ín Zijn jongeren – dan voordien. Dat is een bovenmenselijk mysterie. Toch gaat Hij een tipje van de sluiter oplichten, in de dagtekst. Hoewel de tekst nog steeds in raadselen spreekt. En inmiddels weten we dat Jezus voluit God is, dus is Hij ook alomtegenwoordig. Het 'zijn' in de hemel sluit het 'zijn' op aarde niet uit!

Er komt geen afwezigheid

Er is nogal wat verschil van inzicht op het eerste deel van de tekst. Je kunt het lezen als "Ik laat jullie wel als wezen achter, maar dat blijft niet zo…" Maar beter is om het toch zo te lezen: "Ik laat jullie niet als wezen achter…" Dat laatste impliceert dan ook dat er 'geen afwezigheid' zal optreden, als Jezus ten hemel vaart. En zo is het ook. Het is goed om goed te letten op er juist die dagen tussen hemelvaart en Pinksteren gebeurt.
Maar eerst verwijzen de Kanttekeningen nog naar een tekst die deze lezing staaft: Mattheüs 28 : 20, waar Jezus zweert: "En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen." Als Hij zo stellig beweert 'al de dagen tot aan de voleinding der wereld' bij ons te zijn, dan impliceert dat 'geen afwezigheid'.
Wie Petrus op de Eerste Pinksterdag ziet staan en hoort preken, denk misschien dat de Heilige Geest een wonder heeft gedaan. Dat er op die dag pas iets is veranderd. Maar nee, al voor die dag werd Jezus' blijvende aanwezigheid onderstreept door een aantal factoren die ik uit de laatste verzen van Lukas en de eerste van Handelingen haal:
  1. Lukas 24:52  De discipelen gehoorzamen Jezus door terug te gaan naar Jeruzalem (het hol van de leeuw): ze keren terug met grote blijdschap (de droefheid en mensenvrees is verdwenen!) en ze blijken elke dag in de tempel te zijn (opnieuw geen mensenvrees);
  2. Lukas 24:53  Ze blijven bij elkaar: ze blijken zelfs elke dag in de tempel te vinden te zijn; ze zitten niet schuw in een hoekje, maar ze loven en danken God! Dat moet mensen in Jeruzalem zijn opgevallen, want zij herkennen hen ongetwijfeld als 'die bij Jezus waren'; later werden ze genoemd 'de mensen van de weg (van Jezus)'.
  3. Handelingen 1:2  Al vóór de dag van hemelvaart gaf Jezus door de Heilige Geest opdrachten aan Zijn uitgekozen apostelen. De Geest was dus eigenlijk al aanwezig bij de overdracht.
  4. Handelingen 1:4  Jezus gaf instructie om in Jeruzalem te blijven en daar standvastig te wachten op de belofte van Zijn Vader; dus Hij betrekt er Zijn Vader direct bij. Zij moesten de tussenliggende tijd met intensief verwachten vullen, gericht op dat God de Vader Zijn belofte, die Jezus hen had verteld, zal gaan waarmaken. Die houding is een contrast met de dagen voor Goede Vrijdag, waarin ook onze dagtekst moet worden geplaatst!
  5. Handelingen 1:11  De engelen, die direct na Jezus hemelvaart verschijnen op de Olijfberg zetten hen a la minute in beweging. "Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren."
  6. Handelingen 1:15-23  Petrus neemt het voortouw, te midden van een groeiende groep van 12 tot 120 mensen maar liefst! En als hij gaat spreken, is hij in staat om het gebeuren rond Judas in een Oud-Testamentisch profetisch perspectief te zetten; herinner je je nog dat Jezus enkele verzen geleden zei: jullie zullen meerder tekenen doen? Dit had Petrus nog nooit gedaan.
  7. Handelingen 1: 24-25  Zij richten zich in hun gebed om duidelijkheid tot Jezus en noemen Hem de 'Kenner des harten'. Je zou kunnen denken dat ze zich, volgens Jezus' raad tot God de Vader richten, maar de Kanttekeningen wijzen toch in de richting van Jezus Zelf; ze wijzen naar Galaten 1:1, waar Paulus zich geroepen noemt niet door mensen, maar door Jezus Christus persoonlijk (en door God de Vader); hij wijst er expliciet op dat Jezus roept tot het ambt, waarvoor ze dus ook in Handelingen 1 om hulp bidden.
Het is bijzonder warm te horen hoe die eerste, kleine gemeente, zich voluit overgeeft aan Christus, Die hun harten kent en weet wat nodig is.

Eenmaal is er nooit meer sprake van afwezigheid

Dat neemt niet weg dat zij en wij het gevoel kunnen krijgen dat Jezus toch best ver weg is en dat de aanwezigheid van en door Zijn Heilige Geest niet afdoende is. Dat is het overigens wel, maar zo kan het voelen. Daarom richt Jezus hun blik al op dat vroege tijdstip (nog voor Goede Vrijdag en Pasen!) op Zijn wederkomst: "Ik kom weer tot u." Natuurlijk gold dat ook voor Pasen, waarop Jezus weer tot Zijn discipelen terugkwam, maar dat was nog onvolkomen, beperkt tot momenten.
Mochten dus die momenten van 'wees-zijn' aanbreken, dan moesten ze zich voluit en met een groot verlangen richten op de Jongste Dag, waarop Hij zou terugkeren en ze tot Zich nemen. Dat was bepaald geen doekje voor het bloeden. Want met Jezus zouden ook Zijn engelen komen. Het oordeel zou dan worden geveld. En alle onrecht wat hen en ons ooit zal wedervaren, zal dan worden rechtgezet.
Jezus afwezigheid is voor ons een valkuil dat we 'bang worden', of zelfs 'in slaap vallen' of, erger, dat we alvast 'eigen rechtertje' gaan spelen. Daarom verwakkert het ons ook, als we worden aangevuurd om die dag met een groot verlangen te verwachten, zoals de discipelen de Heilige Geest verwachtten. Aanhoudend verlangen en voortdurend bidden om de komst en wederkomst van Jezus.
Je ziet: Jezus speelt wel degelijk een cruciale rol en Zijn aanwezigheid is essentieel. De vraag is: ziet zo ons leven eruit, vol verwachting? En is dat het grootste stempel dat op onze kerkelijke gemeente, ja op onze kerk gedrukt staat. Als daar wat aan mankeert dan hebben we de opdracht om daar wat van te zeggen en op te scherpen. Maar tot aan die dag "mag ik leven, dicht bij U en mij alvast verlustigen in Uw nabijheid! Wetend dat we straks zullen kennen, zoals we gekend zijn en Hem zullen zien zoals Hij is." Voor de discipelen zal dat een 'weerzien' zijn, maar voor ons, die na hen leven, zal dat een 'zien voor het eerst' zijn. En in beide gevallen zullen we Jezus herkennen! Want… Hij heeft Zich ook, door Zijn Geest, aan ons geopenbaard. We zullen geen Vreemde zien, maar met eerbied een 'Goede Bekende'! En… we zullen beamen dat Hij altijd al bij ons was. Let maar op!

donderdag 8 juni 2017

Heen en weer in heerlijkheid

"En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn en u plaats zal bereid hebben,
zo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt waar Ik ben."
Johannes 14 : 3
 

Stel dat de Heere Jezus vandaag nog moest weggaan. Dan hadden we nog een onbestemd lange tijd voor de boeg (al heeft nooit iemand geweten hoe lang). Maar nu, Jezus ís opgevaren en Hij kan elk moment terugkomen. Brengt dat je hart niet in opperste staat van verwachten en verlangen?
Ken je dat, verlangen naar Jezus' wederkomst? Is dat de kern van je bestaan, elke dag? Omdat jouw hart en dat van Hem aan elkaar versmolten zijn en jij zonder Hem totaal incompleet bent? Kijk, het eventuele verlangen dat de discipelen op dit moment zou kunnen hebben vervuld, was het verlangen dat alles maar zo snel mogelijk voorbij was en het weer gewoon rustig werd, Jezus met hen… klaar. Maar zo zou het niet gaan. Het zou allemaal absoluut anders gaan worden. Niets zou meer hetzelfde blijven; dat zou direct duidelijk worden toen Jezus na Zijn opstanden weer af en toe bij hen kwam. En vraag die zomaar bij me opkomt: wat zou Jezus in de tussentijd hebben gedaan, toen Hij na Zijn opstanding even niet bij Zijn discipelen was. Was Hij misschien toen al in de hemel?


Heen in heerlijkheid

In ieder geval spreekt Jezus hier aan de Paasmaaltijd vooral van Zijn hemelvaart én Zijn wederkomst. Je voelt aan dat ze dat niet hebben kunnen plaatsen. Hoeveel te meer troost en bemoediging geven deze woorden dan vandaag! Als ik me druk maak om problemen in dit vergankelijk leven, mag ik weten dat Hij daar boven druk bezig is voor de periode daarna! En die tijd duurt me een tijd! Eeuwig! Kun je je geen voorstelling van maken.
Jezus vertelt hier iets over Zijn hemelvaart, maar die staat in direct verband met Zijn wederkomst. Kijk maar hoe de zin is opgebouwd: Ik kom terug bij jullie en jullie mogen dan altijd zijn waar Ik ben; maar eerst moet ik nog opvaren en plaatsbereiden. Hoewel in het Nederlands de zin in een andere volgorde staat, maar de kern van Zijn boodschap is toch vooral Zijn terugkomst. Dat accent moeten we goed helder houden. In die zin is afscheidnemen niet een stukje sterven, maar de eerste stap tot oneindig veel meer léven.

Weer in heerlijkheid

Ja en als al die voorgaande stappen zijn genomen (Jezus zwijgt hier nog van Zijn lijden, sterven en opstanding) dan komt Hij weer. En … Hij is geen Vreemde voor hen. Voor jou ook niet? Je verwacht toch Iemand die je kent? En hopelijk ook Iemand naar Wie je verlangt. Of wordt dat verwachten gekenmerkt door vrees en beven, hopen dat het met een sisser zal aflopen? "Het geloof (dat wat voorafgaat aan het aanschouwen bij de wederkomst) nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet" (Hebr. 11 : 1). Daar kun je dus zeker van zijn in dit leven; en juist die zekerheid is zo belangrijk voor de mate van verwachten (zonder vrees). Een bruid die met een onbestemd gevoel aan de dag van de bruiloft begint, omdat ze niet zeker is van het feit of haar bruidegom haar wel echt wil hebben, gaat een raar huwelijk tegemoet dat ergens diepweg zelfs wordt getoonzet door wantrouwen.

Waar is die heerlijkheid?

Er zijn nogal wat mensen die spreken over 'de hemel' als het hiernamaals. Onze eeuwige toekomst zal in de hemel zijn. Deze tekst zou dat ook onderbouwen: "Ik kom terug om jullie mee te nemen naar die plek waar Ik ben"… dus de hemel. Ooit hoorde ik ds. J. Westerink in Utrecht uitleggen bij de tekst (1 Thes. 4 : 17): "Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met den Heere wezen." Wij zouden dan worden opgenomen in de hemel. Maar, zo legde hij uit, toen de nieuwe burgemeester van Bunschoten (een voorval uit zijn jeugd) naar ons dorp kwam, liep de hele bevolking uit, hem tegemoet en we haalden hem binnen. Precies dat wordt bedoeld, zoals dat ook ging met een oosterse bruiloft. In reidans de bruidegom tegemoet om hem te verwelkomen.
Terug naar de tekst; wat zegt Jezus hier? Je zou kunnen denken dat Hij afdaalt, bij Zijn wederkomst, naar de aarde om ons op te halen. Maar dat 'tot Mij nemen' kan evengoed betekenen 'tegen Mij aantrekken', zoals een vader of moeder troostend een verdrietig of bang kind tegen zich aan trekt en knuffelt. En nu die laatste woorden, want daar zit nog een belangrijk aspect in. "Opdat jij ook mag zijn waar Ik ben". Betekent dat 'waar Ik ben' dan dus de hemel? Nou, als Jezus naar de aarde komt en hier spreekt over 'ben' (tegenwoordige tijd) dan klopt dat niet. Het gaat dus ook niet zozeer over waar die plek precies is, maar dat Zijn onophoudelijk aanwezigheid die plek tot een hemelse plek maakt! En zou naar mijn overtuiging de nieuwe aarde zijn (waar die zich op dat moment ook zal bevinden).
Denk je eens in: dan zal Hij nooit meer weggaan. Hij is tot je gekomen om je nooit meer te verlaten. Een bruid en een bruidegom leven toch intens verlangend naar de dag van hun bruiloft, waarop ze voor altijd bij elkaar zullen zijn? En dan is dat een vreugd die nog maar beperkt is, want die bruidegom moet een paar dagen later weer naar zijn werk en er zal toch ook een tijd komen waarop een van beide door de dood zal gescheiden worden van de ander. Maar deze vreugde, waartoe Jezus ons probeert te prikkelen, is intensheid zonder einde, zonder schaduw en zonder enig moment van 'tegenvallen' of 'uitgekeken zijn op'.
Dat hoeven jij en ik niet zelf vol te houden, maar Zijn aanwezigheid is de eeuwigdurende magneet en geestelijke motor van waaruit die vreugde en dat genieten gaande gehouden wordt. De engelen hebben daar al lang iets van begrepen. Wij denken nog in tijd en ruimte, maar dan zullen we er achter komen dat de helft van die heerlijkheid ons nog niet is aangezegd. En omdat ik weet hoe beperkt mijn bevattingsvermogen en voorstellingsvermogen is, verwacht ik daar heel grote en heerlijke dingen van.
Binnenkort komt de dag,
dat ik Hem begroeten mag.
Mijn problemen zijn voorbij,
Jezus komt en ’k weet dat Hij,
mij een plaats heeft bereid,
vrede tot in eeuwigheid,
wat een dag, o wat een dag zal dat zijn!

Wat een dag, wat een dag,
als ik Hem begroeten mag,
en voorgoed naar Hem zal gaan,
oog in oog met Hem zal staan,

en Hij leidt mij aan Zijn hand,
naar ’t lang beloofde land.
Wat een dag, o wat een dag zal dat zijn.

Alle zorgen zijn voorbij,
Want ook dat beloofde Hij,
en geen ziekte en geen pijn,
geen verdeeldheid zal er zijn,
maar wij juichen voor de troon.
Zijn voor altijd bij Gods Zoon.

Wat een dag, o wat een dag zal dat zijn.

Wat een dag, wat een dag,
als ik Hem begroeten mag,
en voorgoed naar Hem zal gaan,

oog in oog met Hem zal staan,
en Hij leidt mij aan Zijn hand,
naar ‘t lang beloofde land.
Wat een dag, o wat een dag zal dat zijn.