Posts tonen met het label verwachting. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verwachting. Alle posts tonen

vrijdag 21 juli 2017

Wij denken in menselijke termen van aanwezigheid

“Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u.”
Johannes 14 : 18

Jezus' afwezigheid doet niets af aan Zijn aanwezigheid


Als je een fles cola op het aanrecht zet, staat hij niet meer in de koelkast. En als je hem weer terugzet in de koelkast, staat hij niet meer op het aanrecht. Niets is er meer te vinden, hooguit markeert een kring van het condensvocht de plek waar de fles stond. Maar je kunt de fles niet én op het aanrecht hebben staan én in de koelkast.

Alles wat geschapen is, is onderhevig aan die wet van 'zijn' die wij kennen als het verschil tussen 'aanwezigheid' en 'afwezigheid'. Een vader die zijn gezin verlaat voor een zakenreis, kan contact houden met zijn gezin via Whatsapp, mail, of skype, maar hij ís er niet. Die afstand kun je kleiner maken door de moderne media, maar toch blijft hij fysiek bestaan. Je kunt elkaar niet aanraken via de media. Niet elkaars aanwezigheid voelen en niet elkaars gevoelens proeven; er blijft toch altijd een ongrijpbare afstand.
Zelfs de engelen in de hemel zijn beperkt tot de plaats waar ze zijn. Als ze in de hemel zijn, zijn ze niet tegelijk op de aarde. Gelukkig zijn het er miljoenen, maar toch. Jezus lijkt in staat de afstand die er door Zijn hemelvaart gaat komen, tot 0 te reduceren. Hij zegt, door Zijn Geest, nóg intenser aanwezig te zijn – ín Zijn jongeren – dan voordien. Dat is een bovenmenselijk mysterie. Toch gaat Hij een tipje van de sluiter oplichten, in de dagtekst. Hoewel de tekst nog steeds in raadselen spreekt. En inmiddels weten we dat Jezus voluit God is, dus is Hij ook alomtegenwoordig. Het 'zijn' in de hemel sluit het 'zijn' op aarde niet uit!

Er komt geen afwezigheid

Er is nogal wat verschil van inzicht op het eerste deel van de tekst. Je kunt het lezen als "Ik laat jullie wel als wezen achter, maar dat blijft niet zo…" Maar beter is om het toch zo te lezen: "Ik laat jullie niet als wezen achter…" Dat laatste impliceert dan ook dat er 'geen afwezigheid' zal optreden, als Jezus ten hemel vaart. En zo is het ook. Het is goed om goed te letten op er juist die dagen tussen hemelvaart en Pinksteren gebeurt.
Maar eerst verwijzen de Kanttekeningen nog naar een tekst die deze lezing staaft: Mattheüs 28 : 20, waar Jezus zweert: "En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen." Als Hij zo stellig beweert 'al de dagen tot aan de voleinding der wereld' bij ons te zijn, dan impliceert dat 'geen afwezigheid'.
Wie Petrus op de Eerste Pinksterdag ziet staan en hoort preken, denk misschien dat de Heilige Geest een wonder heeft gedaan. Dat er op die dag pas iets is veranderd. Maar nee, al voor die dag werd Jezus' blijvende aanwezigheid onderstreept door een aantal factoren die ik uit de laatste verzen van Lukas en de eerste van Handelingen haal:
  1. Lukas 24:52  De discipelen gehoorzamen Jezus door terug te gaan naar Jeruzalem (het hol van de leeuw): ze keren terug met grote blijdschap (de droefheid en mensenvrees is verdwenen!) en ze blijken elke dag in de tempel te zijn (opnieuw geen mensenvrees);
  2. Lukas 24:53  Ze blijven bij elkaar: ze blijken zelfs elke dag in de tempel te vinden te zijn; ze zitten niet schuw in een hoekje, maar ze loven en danken God! Dat moet mensen in Jeruzalem zijn opgevallen, want zij herkennen hen ongetwijfeld als 'die bij Jezus waren'; later werden ze genoemd 'de mensen van de weg (van Jezus)'.
  3. Handelingen 1:2  Al vóór de dag van hemelvaart gaf Jezus door de Heilige Geest opdrachten aan Zijn uitgekozen apostelen. De Geest was dus eigenlijk al aanwezig bij de overdracht.
  4. Handelingen 1:4  Jezus gaf instructie om in Jeruzalem te blijven en daar standvastig te wachten op de belofte van Zijn Vader; dus Hij betrekt er Zijn Vader direct bij. Zij moesten de tussenliggende tijd met intensief verwachten vullen, gericht op dat God de Vader Zijn belofte, die Jezus hen had verteld, zal gaan waarmaken. Die houding is een contrast met de dagen voor Goede Vrijdag, waarin ook onze dagtekst moet worden geplaatst!
  5. Handelingen 1:11  De engelen, die direct na Jezus hemelvaart verschijnen op de Olijfberg zetten hen a la minute in beweging. "Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren."
  6. Handelingen 1:15-23  Petrus neemt het voortouw, te midden van een groeiende groep van 12 tot 120 mensen maar liefst! En als hij gaat spreken, is hij in staat om het gebeuren rond Judas in een Oud-Testamentisch profetisch perspectief te zetten; herinner je je nog dat Jezus enkele verzen geleden zei: jullie zullen meerder tekenen doen? Dit had Petrus nog nooit gedaan.
  7. Handelingen 1: 24-25  Zij richten zich in hun gebed om duidelijkheid tot Jezus en noemen Hem de 'Kenner des harten'. Je zou kunnen denken dat ze zich, volgens Jezus' raad tot God de Vader richten, maar de Kanttekeningen wijzen toch in de richting van Jezus Zelf; ze wijzen naar Galaten 1:1, waar Paulus zich geroepen noemt niet door mensen, maar door Jezus Christus persoonlijk (en door God de Vader); hij wijst er expliciet op dat Jezus roept tot het ambt, waarvoor ze dus ook in Handelingen 1 om hulp bidden.
Het is bijzonder warm te horen hoe die eerste, kleine gemeente, zich voluit overgeeft aan Christus, Die hun harten kent en weet wat nodig is.

Eenmaal is er nooit meer sprake van afwezigheid

Dat neemt niet weg dat zij en wij het gevoel kunnen krijgen dat Jezus toch best ver weg is en dat de aanwezigheid van en door Zijn Heilige Geest niet afdoende is. Dat is het overigens wel, maar zo kan het voelen. Daarom richt Jezus hun blik al op dat vroege tijdstip (nog voor Goede Vrijdag en Pasen!) op Zijn wederkomst: "Ik kom weer tot u." Natuurlijk gold dat ook voor Pasen, waarop Jezus weer tot Zijn discipelen terugkwam, maar dat was nog onvolkomen, beperkt tot momenten.
Mochten dus die momenten van 'wees-zijn' aanbreken, dan moesten ze zich voluit en met een groot verlangen richten op de Jongste Dag, waarop Hij zou terugkeren en ze tot Zich nemen. Dat was bepaald geen doekje voor het bloeden. Want met Jezus zouden ook Zijn engelen komen. Het oordeel zou dan worden geveld. En alle onrecht wat hen en ons ooit zal wedervaren, zal dan worden rechtgezet.
Jezus afwezigheid is voor ons een valkuil dat we 'bang worden', of zelfs 'in slaap vallen' of, erger, dat we alvast 'eigen rechtertje' gaan spelen. Daarom verwakkert het ons ook, als we worden aangevuurd om die dag met een groot verlangen te verwachten, zoals de discipelen de Heilige Geest verwachtten. Aanhoudend verlangen en voortdurend bidden om de komst en wederkomst van Jezus.
Je ziet: Jezus speelt wel degelijk een cruciale rol en Zijn aanwezigheid is essentieel. De vraag is: ziet zo ons leven eruit, vol verwachting? En is dat het grootste stempel dat op onze kerkelijke gemeente, ja op onze kerk gedrukt staat. Als daar wat aan mankeert dan hebben we de opdracht om daar wat van te zeggen en op te scherpen. Maar tot aan die dag "mag ik leven, dicht bij U en mij alvast verlustigen in Uw nabijheid! Wetend dat we straks zullen kennen, zoals we gekend zijn en Hem zullen zien zoals Hij is." Voor de discipelen zal dat een 'weerzien' zijn, maar voor ons, die na hen leven, zal dat een 'zien voor het eerst' zijn. En in beide gevallen zullen we Jezus herkennen! Want… Hij heeft Zich ook, door Zijn Geest, aan ons geopenbaard. We zullen geen Vreemde zien, maar met eerbied een 'Goede Bekende'! En… we zullen beamen dat Hij altijd al bij ons was. Let maar op!

zaterdag 3 december 2016

De spanning van de luisteraars

"En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen."
Lukas 4 : 20


Er zijn vrij weinig afbeeldingen waarop Jezus zittend is te zien terwijl Hij preekt; de meeste kunstenaars en cineasten beelden Hem staand achter een katheder of iets dergelijks af. Maar dat klopt niet; er staat toch echt dat Hij juist ging zitten!

Onze dominees staan op de preekstoel en gaan hooguit even zitten als er gezongen wordt. Soms lezen ze nog even de preek door; of ze kijken de gemeente rond om te zien wie ze voor zich hebben (vooral gastpredikanten zie je dat nog wel eens doen). Zitten tijdens de preek heb ik ooit één keer meegemaakt, toen een predikant vanwege een hernia op een hoge kruk zat. Wij kennen dat dan ook niet als traditie, maar de Bijbel legt er in onze tekst toch de vinger bij.

Als je goed in de Bijbel leest kom je dat vaker tegen. Jezus ging zitten tijdens de Bergrede, terwijl de meeste luisteraars stonden. Op bijeenkomsten, zoals bijvoorbeeld jongerenavonden, gaan de sprekers juist staan en zitten de luisteraars. Jezus gaat hier evenwel zitten en er wordt in onze tekst geen enkel woord gesproken. Daarom letten we op de lichaamstaal van zowel Jezus als de luisteraars.

Lichaamstaal 1: Jezus gaat zitten

Het blijft een ogenblik stil in de synagoge te Nazareth. Jezus is klaar met Bijbellezen en geeft de boekrol van Jesaja weer terug aan de overste van de synagoge. Vervolgens begint Hij niet direct te spreken, maar gaat eerst rustig zitten. Je zou er zo overheen lezen, maar dit vers vraagt – in het licht van de serie over de prediking in Lukas 4 – toch onze aandacht. In de verklaring van Dächsel las ik het volgende:

De Heere (Jezus) staat op om de Schrift te lezen en gaat zitten om haar uit te leggen. Dit is echt joods en gebeurt nog vandaag in de synagoge. Men staat, omdat men het Eigen Woord van God leest en men gaat zitten, omdat men eigen woorden spreekt. Het lezen van de Schrift in staande houding is een bewijs van eerbied voor de getuigenis van de Heilige Geest. Nu heeft God eerbied voor Zijn Eigen Woord en toont dit op allerlei manieren. Ook de Heere (Jezus), Die God is, toont het hier en overal. Maar zo volkomen mens en zo geheel Jood was Christus óók, dat Hij, ofschoon Hij de Heere was en Zijn woorden Gods woorden waren, nochtans bij de uitlegging van de Schrift gaat zitten. Hiermee wordt de schriftverklaring beneden de Schrift zelf gesteld.
Een prachtige verklaring van wat hier gebeurt. Eerbied! Zelfs Jezus – Gods Zoon – betrachtte eerbied voor het Woord van Zijn Vader. Zijn lichaamstaal is duidelijk en roept om navolging. Nee, wij hoeven dat niet na te doen in die zin dat wij dan ook moeten gaan staan als het Woord gelezen wordt. Maar wel dat wij tijdens de Schriftlezing misschien eens minder zouden meelezen en actiever zouden luisteren: "Sh'ma Israël, hóór Israël…" Eerbied. Terecht leerde ik bij Godsdienst op de Driestar dat niet de preek, maar de Schriftlezing hét centrum van de eredienst is.

Lichaamstaal 2: verkeerd luisteren

Niet alleen Jezus gebruikt lichaamstaal in dit vers. Ook de luisteraars doen dat: ze kijken naar Jezus, maar wel zo dat er een gespannen verwachting van hun gezichten afdruipt. De spanning is te snijden. In mijn jeugd preekte er af en toe een gastpredikant in Bergambacht die, als de collectezang was afgelopen, niet direct ging staan om de preek te beginnen, maar rustig bleef zitten. Nu ja, rustig. Zijn priemende ogen keken de gemeente rond en de een na de ander zag je óf gauw nog een snoepje in zijn of haar mond stoppen, óf de rol snel wegmoffelen in een zak of tas. De spanning was te snijden. Als er geen rol meer te zien was, begon de preek. En wie het halverwege de preek in zijn of haar hoofd haalde toch nog een snoepje te nemen – laat staan rond te delen – kon plots een onderbreking van de preek verwachten met woorden als: "Ja, laten we nog maar een snoepje nemen, zodat de aandacht wat kan verslappen." Zo'n predikant had al gauw een bijnaam en in ieder geval wist iedereen er wel wat van te zeggen.
Lichaamstaal 1 gelezen hebbend, verbaas je je eigenlijk enorm dat de gemeente in Nazareth pas nú de ogen op Jezus houdt. Dus nú pas hielden ze hun aandacht er bij om maar niets te missen, terwijl Jezus met Zijn lichaamstaal juist vroeg om tíjdens de Schriftlezing alle aandacht aan te wenden!
Zo heb je ook predikanten die ter introductie van de preek de tekst alvast lezen en dan zeggen: "Met Gods hulp en onder de inwachting van de Heilige Geest mag ik u het Woord hieruit bedienen." Wat mij verbaast is dat ze vrijwel direct van wal steken. De Geest doet er blijkbaar niet lang over om over te komen. Het is ook geen juiste, bijbelse, woordkeus. De Schriftlezing is al geweest; dáár sprak de HEERE door Zijn Woord en Geest. Daarna valt er niets meer te 'wachten' maar ís de Geest er. Het feit dat de prediker wel de punten van de preek weet, maar nog niet of de Geest is overgekomen geeft al te denken. Die Geest moet er al in zijn studeerkamer zijn geweest. De predikant wordt geroepen in de gehele dienst om Gods stem te zijn en de gemeente mee te nemen in de exegese en te laten horen en zien wat de Geest hem gaf te zien, te smaken en te beleven óf als last op zijn schouders legde.

Lichaamstaal 3: terechte verwachting

Maar ik wil niet in kritische noten eindigen. Want ik wil deze luisteraars in Nazareth toch positief neerzetten. Ze keken met verwachting uit naar wat Jezus zou gaan zeggen. Ik laat even liggen of hun motieven juist waren, maar ik noem ze vandaag 'onze goede voorbeelden'. Immers, Jezus gaat de tekst uit leggen. En niemand kan dat beter dan Hij. Er mag verwachting zijn, als Jezus het Woord van Zijn Vader laat uitleggen. Natuurlijk, predikanten zijn mensjes uit het stof verrezen, maar vlak alsjeblieft de Heilige Geest niet uit! Er mag verwachting zijn, waar Jezus de Gastheer is. De dienst is niet van de kerkenraad of de gemeente of een of andere welkomstcommissie. Alsjeblieft niet! De dienst is des HEEREN. Niet alleen ván Hem maar eveneens vóór Hem! Deze mensen zetten ons op dit moment tot nadenken: hoe gá ik naar de kerk, hoe zít ik in de kerk en hoe groot is mijn verwachting van Jezus' uitleg?
Een tijdje geleden zei een kandidaat dat hij wel wilde dat in alle preekstoelen een bordje hing met daarop de tekst: "Wij wilden Jezus wel zien"; de woorden die de Grieken tegen Filippus zeiden. De prediker moet zich uiterst bewust zijn van zijn Zender en hoe/dat hij Hem uitstalt. En dat hij de mensen bij Jezus brengt die begerig zijn Hem te zien, alsmede mensen bij Jezus brengt die helemaal niet zo op Jezus zaten te wachten, maar meer op een 'zuivere' en 'bevindelijke' preek met enkel de juiste klanken en termen. Hij mag wegvallen, maar Jezus moet centraal staan: Christocentrische prediking. Uiterst noodzakelijk in onze tijd!

dinsdag 29 november 2016

Jezus' profielschets van de Messias

Hij heeft Mij gezonden,
om den armen het Evangelie te verkondigen,
om te genezen, die gebroken zijn van hart;

om den gevangenen te prediken loslating,
en den blinden het gezicht,
om de verslagenen heen te zenden in vrijheid;
om te prediken het aangename jaar des Heeren.
Lukas 4 : 18b-19

Welke verwachting heb jij van de Messias? Zou je deze woorden van Jezus op jouw Kerstkaart 2016 zetten?

Als vacante gemeenten een profielschets voor de nieuw te beroepen predikant opstellen, zetten zij daarin een aantal criteria waaraan deze herder en leraar moet voldoen. Soms zijn het wensen op het gebied van de balans prediking-pastoraat. Soms zijn het aspecten die te maken hebben met de inhoud van de prediking. De vragende gemeente/kerkenraad vraagt dus een predikant met deze aspecten in zijn missie. Maar… wat is de missie van de predikant zelf? Moet hij voldoen aan al die eisen, of is er een ander referentiekader waaraan hij gebonden is?

Jezus geeft vandaag een profielschets van Zijn missie. En eerlijk gezegd had bijna niemand zich bemoeid met die profielschets. God had in de profetiën door de eeuwen heen wel enkele aspecten uit de profielschets van de Messias gegeven, maar die waren na verloop van eeuwen door de kerkelijke leiders uit hun verband gehaald en óf uitvergroot óf gereduceerd tot minimale zaken. Zo was de profielschets tot een karikatuur verworden. Vind je het gek dat de Messias onherkenbaar was tóen Hij eenmaal verscheen? Hoe desastreus zijn dus theologische brillen die het volk worden opgezet, als ze niet worden getoetst aan het Woord! Niet zo verwonderlijk dat Jesaja uitriep: "Toen wij Hem uiteindelijk zagen, was er geen enkel aspect in Zijn uiterlijk waarom wij Hem ook maar enigszins zouden hebben begeerd!" Sterker nog, toen de Messias moest gaan lijden, dachten wij dat Hij door God Zelf werd gestraft, omdat Hij Zich Gode gelijk had gemaakt. Hoe finaal kun je ernaast zitten!

Precies zoals beloofd

Toen Jezus kwam voldeed Hij perfect aan de profielschets die God had gegeven aan het volk. Het probleem zat hem echter in de verwrongen theologie. Men had het plaatje zelf ingekleurd, zonder te weten welke kleur waar moest komen. Men was aan het redeneren gegaan en had zich een Messias ingebeeld die totaal afweek van de Messias Die komen zou. Om maar iets te noemen: in het rijtje in onze dagtekst komen slechts twee dingen voor die in de buurt komen van de profielschets die de schriftgeleerden hadden gemaakt: bevrijding uit de gevangenis én het uitroepen van het Jaar des Heeren: de Grote Verzoendag. Als die andere zaken die in de tekst worden genoemd waren zaken die niet duidelijk aan de orden waren gekomen, voordat Jezus werd geboren. Dat maakte ook dat de mensen Hem helemaal niet herkende, ja zelfs dachten dat Hij een bedrieger was. Aan het begin van Zijn rondwandeling op aarde, voordat Hij Zichzelf ging offeren, zette Jezus alle zaken in de profielschets weer netjes op een rijtje. Hieraan hadden jullie Mij kunnen herkennen!

Toetsmateriaal

Jezus vat in onze tekst twee schriftgedeelten samen: Jesaja 42 en 61:
Jesaja 61:
1 De Geest des Heeren HEEREN is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis;
2 Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten;
3 Om den treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest; opdat zij genaamd worden eikebomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN, opdat Hij verheerlijkt worde.

Jesaja 42
5 Alzo zegt God, de HEERE, Die de hemelen geschapen, en dezelve uitgebreid heeft, Die de aarde uitgespannen heeft, en wat daaruit voortkomt; Die den volke, dat daarop is, den adem geeft, en den geest dengenen, die daarop wandelen:
6 Ik, de HEERE, heb u geroepen in gerechtigheid, en Ik zal u bij uw hand grijpen; en Ik zal u behoeden, en Ik zal u geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen.
7 Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten.
8 Ik ben de HEERE, dat is Mijn Naam; en Mijn eer zal Ik geen anderen geven, noch Mijn lof den gesneden beelden.
9 Ziet, de voorgaande dingen zijn gekomen, en nieuwe dingen verkondig Ik; eer dat zij uitspruiten, doe Ik ulieden die horen.
Als je de andere woorden uit deze tekstgedeelten leest snap je wel een beetje waarom de mensen zijn gaan denken dat de Messias hen van de vijanden zou verlossen door een grote oorlog. Immers, als de HEERE spreek over een dag der wraak, dan heb je het plaatje – als je slecht leest – snel ingekleurd. En… wat ook moet worden opgemerkt is dat veel profeten de komst en de wederkomst van de Messias als 1 gebeurtenis hebben gezien. Ze hebben de tijdsspanne die ertussen ligt niet kunnen zien. De dag der wraak komt zeker, maar nu nog niet. Eerst komt Silo, de Messias, in gunst en genade, voordat Hij komt om te oordelen de levenden en de doden.

Merkwaardige adventsteksten

De teksten die Jezus hier nu citeert vanuit Jesaja zijn moedgevende en hoopgevende teksten. De woorden schilderen Zijn komst als troostvol, beschermend. Zacharias zong: Hij neemt Zijn Israël op (God neemt het op voor Zijn Verbondsvolk). Maar Jezus doet ook heel andere uitspraken in de komende tijd. Op ruwe wijze schudt Hij de Joden wakker met schokkende uitspraken. Wat dacht je van de 'adventsteksten' als:
  • "Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen." Mattheüs 5:17;
  • "Ik wil barmhartigheid, en niet offerande; want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering." Mattheüs 9:13
  • "Meent niet, dat Ik gekomen ben, om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard." Mattheüs 10:34;
  • "…want Ik ben niet gekomen, opdat Ik de wereld oordele, maar opdat Ik de wereld zalig make." Johannes 12:47b
Op tal van andere plaatsen corrigeert Jezus het beeld dat men van Zijn komst had. En wees eerlijk, niemand zet een tekst zoals Mattheüs 10:34 op zijn of haar kerstkaart. Zou trouwens wel een mooie aanleiding tot gesprek zijn misschien. Juist de aversie die deze woorden van Jezus oproepen vragen om uitleg. Hoe zou jij zo'n gesprek aangaan? En wat is jouw verwachting van Jezus tweede komst op de wolken? Behoor jij tot Zijn ware adventsgemeente?

woensdag 5 augustus 2015

De Naam des HEEREN aanroepen


 
“En denzelven Seth werd ook een zoon geboren, en hij noemde zijn naam Enos.
Toen begon men den Naam des HEEREN aan te roepen.”
Genesis 4 : 26

Toen Elia op de Karmel tegenover die honderden Baälspriesters stond stelde hij voor: “Roept gij daarna den naam van uw god aan, en ik zal den Naam des HEEREN aanroepen; en de God, Die door vuur antwoorden zal, Die zal God zijn.” De term ‘de Naam des HEEREN aanroepen’ is een bekende en veelvoorkomende term in de Bijbel. Dát is de manier waarop de HEERE gediend wil worden. Elia stond op een traditie die terugging op de dagen van Enos en Seth!

Godsdienst

Je zult maar verdreven zijn uit de veilige omtuining van de Hof van Eden en saampjes de enige mensen op aarde zijn. De wereld zal wel gevuld zijn met geboomte en gedierte, maar verder waren er geen mensen. Wat Adam en Eva hadden meegekregen aan ervaring en openbaring vanuit het paradijs was de enige handleiding voor een leven op aarde. Het eerste dat we van Adam en Eva lezen na hun wegzending uit Eden is dat zij gemeenschap hadden met elkaar. Maar hoe zag hun geestelijke gemeenschap met God eruit? Aan het offeren van Kaïn en Abel hebben we kunnen herleiden dat er een zeker besef van godsdienst moet zijn geweest. Wellicht heeft God ook wel een instructie over het offeren gegeven, al lezen we daar niets van. En tot aan onze dagtekst zwijgt de Bijbel over hoe de dienst aan God eruit zag.
Ik stel me voor dat met deze uitdrukking in onze dagtekst – meer nog dan in 1 Kon. 18 bij Elia – wordt bedoeld ‘het samenkomen op één centrale plaats om God aan te roepen’. Oppervlakkig zou je dat een ritueel kunnen noemen. Maar deze term gaat dieper, zonder dat ik een hele theologische uiteenzetting ga geven. Het is ‘gezamenlijk de HEERE grootmaken op de manier die Hem welgevallig is en die Hem centraal stelt’. En dat is ook exact de roeping van de mens, zoals hij is bedacht en geschapen door God Zelf! Godsdienst is de dienst van/aan God, de enige en ware God Die er maar bestaat. Strikt genomen kun je dus niet spreken van wereldgodsdiensten, als stonden die allemaal op één lijn; er is afgoderij, er zijn spirituele rituelen óf er is de dienst aan de HEERE God.

Godsdienstigheid

Er is veel godsdienstigheid; ook binnen de kerk. Daar – of voor dat soort mensen – is dan de dienst aan de HEERE een ritueel geworden. Zo heb je het ‘alleen op hoogtijdagen (Kerst en Oudjaarsavond) naar de kerk gaan; of het alleen op zondagmorgen naar de kerk gaan. Maar ook wanneer godsdienst zich beperkt tot de zondagse erediensten is er sprake van godsdienstigheid en niet van ware dienst aan de HEERE. Want die strekt zich uit over 100% van je leven, 24/7.
Kaïn kende de rituelen; hij volgde als het ware keurig de handleiding over wát je wel en niet moet doen bij godsdienstige handelingen. Maar dat is nog wat anders dan ‘Hem dienen in Geest en waarheid’.
De Samaritaanse vrouw in Johannes 4 was gericht op godsdienstigheid (niet anders dan de Joodse farizeeën) en meende dat zij het op de juiste manier deed (maar ze was er niet geheel zeker van!). Jezus vertelt haar: “Maar de ure komt, en is nu, wanneer de ware aanbidders den Vader aanbidden zullen in geest en waarheid; want de Vader zoekt ook dezulken, die Hem alzo aanbidden. God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.” Daar luidt Jezus een nieuw tijdperk in, dat het tijdperk van Enos afsluit. De dienst aan de HEERE was namelijk verworden tot een rituelendienst, zonder dat men God kende en een levende band met Hem had. Je komt dat ook veelvuldig tegen onder Moslims, Joden, ultra-orthodox Gereformeerden en Rooms Katholieken. Ze doen hun ding en meer kun je niet doen. Voor de rest is het maar afwachten.
Kaïn ging nog een stap verder – en door zijn visie gingen ook zijn nazaten meerdere stappen verder – door de dienst aan de HEERE te laten versloffen. Het knagende gat dat ontstond, werd in de loop van de tijd opgevuld met hard werken, vermaak en genot. Door niet meer aan God te denken, kun je een hele tijd menen dat Hij er niet is; maar er zullen altijd weer dingen je pad kruisen die je in herinnering roepen dat je je kop in het zand steekt. En dat je tot je schrik een heel stuk dichter bij de Jongste Dag bent gekomen, zonder gereinigd en geheiligd te zijn. Geen paspoort voor de hemel te hebben, dat is getekend met het bloed van de Heere Jezus. Met recht is godsdienstigheid dus een vrome manier van god-loos leven.

God dienen

Er zijn uitleggers die zeggen dat je onze dagtekst zo moet lezen: “toen begon men zich te noemen met de Naam des HEEREN". Zoals men in Antiochië de volgelingen van Jezus van Nazareth voor het eerst ‘christenen’ ging noemen. De clan van Adam ging dus een naam gebruiken om het groepsgevoel te bestendigen. Zij stelden zich daarmee duidelijk apart van de rest, de clan van Kaïn. Daar is wat voor te zeggen als je kijkt naar de aanduidingen in Genesis 6: ‘Gods zonen’ tegenover ‘de dochteren der mensen’. Deze visie hing bijvoorbeeld Johannes Coccejus aan, aldus zijn volgeling Johannes d’Outrein. Maar toch vraag ik me af of dat hier wordt bedoeld.
Er zijn zelfs joodse uitleggers – aldus diezelfde Johannes d’Outrein (en andere hedendaagse theologen) – die de hebreeuwse term ‘beginnen aan te roepen’ uitleggen als ‘ontheiligen’. d’Outrein wil deze twee visies zelfs tegelijk aanhangen door te stellen dat ‘het zich noemen met de Naam van de HEERE’ gold voor de Sethieten en het ‘ontheiligen van de Naam van de HEERE’ gold voor de Kaïnieten. Toch meen ik dat we dan te ver in de joodse letters zitten en het geheel van de samenhang in de Bijbel uit het oog zijn verloren.
De Kaïnieten spelen er denk ik wel een rol in, maar meer een achtergrondrol. Seth en zijn broers en zussen vormden het huisgezin van Adam en Eva. Wat Adam en Eva hun kinderen voorhielden kon op hen worden overgebracht. En zij konden als ouders ook peilen wat er bij hun kinderen beklijfde en wat niet. Er was direct contact in huis; er was dagelijks het gesprek mogelijk en elk signaal van afwijken en afdwalen kon worden opgepikt, om er direct of op termijn op in te spelen en in gesprek over gaan. Dat contact veranderde (ook in de omstandigheden van de oudheid) toen de kinderen een eigen leven gingen opbouwen door een eigen tent of hut te gaan bewonen. Hoewel nog steeds binnen de nederzetting en omheining van Adams territorium en ondanks de sterke invloed die stamvaders bleven houden op hun nazaten, was er deze mate van verwijdering. Simpelweg omdat een zoon bij zijn huwelijk zijn vader en moeder ‘verlaat’ en zijn eigen vrouw gaat ‘aankleven’. Kinderen zullen wellicht nog wel luisteren naar hun ouders, zeker in de oudheid, maar ze zullen ook hun eigen visie gaan vormen en eigen interpretaties gaan ontwikkelen. Dat hoeft niet per definitie negatief te zijn; geloof moet juist ook een eigen, persoonlijk band met de HEERE zijn! Maar toen Enos werd geboren, ontstond het probleem van de derde generatie: daar heb je als grootouders niet zo’n invloed op als op je eigen kinderen. Dat is enerzijds gezond, anderzijds ook een soms een zorg.
Door als clan gemeenschappelijk de Naam des HEEREN aan te roepen (en stamvader Adam zal daarin vast voorganger zijn geweest) leer je ook het nakomende geslacht (het derde en vierde lid dergenen die God vrezen) de HEERE te dienen, lief te hebben en te vrezen. En zie daar de functie van het gemeenteleven in onze kerken. Het is het middel waarmee oud en jong elkaar kunnen bijstaan, opscherpen en aanmoedigen om de HEERE te dienen en Hem lief te hebben.

Verwachting

Godsdienstigheid is egocentrisch van aard. Godsdienst daarentegen kan eenrichtingsverkeer lijken: van de mens richting God. Maar het werkelijke aanroepen van de Naam des HEEREN is wisselwerking, tweerichtingsverkeer. Je roept God niet aan, zonder verwachting van Hem te hebben. Dan roep je niet écht aan. Op het gebed mag er ook verwachting zijn. Want God is niet een God Die we slechts tevreden moeten stellen. Nee, Hij is een horend God en een gaarne vergevend God. Het werkelijk dienen van God kent ook verwachting. Er mag wat van de HEERE verwacht worden. En… Hij zal nooit beschaamd laten staan! Was het Jezus Zelf niet Die zei (en Hij kon het weten): “Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!” (Matth. 7:11).
Wat zijn de kinderen van Seth dan toch een stuk beter af dan hun neven en nichten, de Kaïnieten! Hoe ziet jouw godsdienst er eigenlijk uit?