Posts tonen met het label kerkdienst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kerkdienst. Alle posts tonen

vrijdag 3 februari 2017

Rumormill of Roem in Mij?

"…en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit? En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen des omliggenden lands."
Lukas 4 : 36b-37
Bill Gaither, oprichter en zanger van de Gaither Vocal Band maakte een ludiek en toch confronterend liedje, getiteld 'Rumormill', letterlijk vertaald 'Geruchtenmolen'. Malen ambtelijke molens langzaam, roddelmolens draaien op volle toeren. Maar wat brengen ze voort? Vandaag gaat het over de Rumormill in Kapernaüm. Beluister het liedje op https://youtu.be/-5h4vIc0T1U

Velen weten dat ik een hekel heb aan verjaardagen en bijeenkomsten van veel door elkaar kakelende mensen. Naast het feit dat ik soms gek word van de herrie, erger ik me ook aan de zinloosheid van veel gesprekken. En misschien nog wel het meest aan het feit dat, als je er middenin zit en wordt meegenomen in het gesprek, je heel gemakkelijk meedoet en het heel moeilijk is om eruit te stappen.
Waar gaan de gesprekken na de kerkdienst over (en ook vóór de dienst, of tijdens de dienst)? Hoevelen wisselen daar weetjes uit (blijkbaar is er ook een hiërarchie in wie wát weet over wie en hoeveel en hoe 'betrouwbaar' die info dan is). Maar hoeveel gesprekken gaan over de preek, over wat we hoorden, over wat de HEERE tot ons sprak, over wat je hebt ervaren of aan het denken zette? Als moslims of atheïsten ons eens zouden kunnen horen, terwijl wij onszelf het kerkgebouw uitpersen, zouden ze dan denken: "Zij hebben iets dat ik mis; dát zou ik ook willen hebben." Als buurtbewoners (onkerkelijken vaak die thuis voor de TV zitten en met een schuin oog naar buiten kijkend de kerk zien uitkomen) ons zien langskomen, zien ze dan zurige gezichten, somber en zwaarmoedig geplooide lippen, of intens geluk, betrokkenheid, bewogenheid, dankbaarheid?

Gesprek na de kerkdienst

We keren terug naar Kapernaüm; nog één keer. De dienst is nagenoeg afgelopen, nadat Jezus een bezetene heeft genezen. Ik vrees dat de mensen de preek inmiddels grotendeels zijn vergeten; ze gaan met het wonder naar huis. En dat is dan ook 'gespreksonderwerp 1' na de dienst.
Ze analyseren met elkaar wat er is gebeurd en stellen samen vast dat het bijzonder was. Zo bijzonder! Heel bijzonder! Ze zoomen niet zozeer in op wat Jezus dééd, maar op wat Hij sprak: "Wat is dat voor een manier van spreken, die Hij bezigde, waardoor Hij met autoriteit en overtuiging die onreine geest de deur wees? En die duivel gehoorzaamde ook nog!" Ze pluizen als quasi-kenners die woorden van Jezus uit, als waren het toverspreuken en proberen te ontdekken in welke lettergreep nu precies de magie zat. Als waren ze bij een optreden van een illusionist geweest en proberen ze samen de tovertruc te ontrafelen. Maar wat voor gesprek wordt dat dan? Ze onderzoeken de kleur en de kwaliteit van het pakpapier, maar het kado laten ze onberoerd!
Herkenbaar? "Wat praat die dominee erg onduidelijk." "Wat een lange man is dat; de koster had de lessenaar wel wat hoger mogen zetten." "Ik vind dat die dominee altijd erg veel bijbelteksten citeert." "Ik houd niet zo van die scherpe toon in zijn stem." "Hij had al halverwege 'amen' kunnen zeggen; de rest was herhaling." "Jammer dat de dominee niet dat of dat Bijbelgedeelte erbij haalde; dan had hij die of die kant op kunnen gaan in de preek." "Geweldig hoe hij de preek opbouwde; prachtig hoe hij toewerkte naar een climax en bij Christus uitkwam." Dat laatste kan mooi zijn, maar ook te zeer inzoomen op de techniek van de rethorica en voorbijgaan aan de boodschap. Alles samengevat: "Maar wat zei God tegen mij persoonlijk?"

Praatjes op straat

Een stap verder: het gesprek dat later die dag of zelfs verderop in die week op straat plaatsvond. De buur(t)praatjes zeg maar. Dan ga jij die ander met jouw bril op naar de situatie laten kijken. In enkele gevallen kunnen dat natuurlijk mensen zijn die er ook bij waren, maar in de meeste gevallen zijn dat de gesprekken met buitenstaanders. Meer dan eens konden wij in gesprekken met mensen om ons heen – zomaar op straat soms – putten uit preken van de afgelopen zondag(en). Of uit zaken die we kort daarvoor lazen of hoorden. De HEERE geeft je vaak voldoende bagage mee uit het recente verleden. Ervaringen, beluisterde of gelezen overdenkingen en preken. Een lied of een film. Dus… de praatje op straat hoeven niet over Jan of Piet en Klaasje te gaan die dit of dat moet meemaken, zei of deed. De praatjes hoeven niet persé over het weer te gaan; maar soms kan zo iets onbenulligs wel een opstapje vormen.
In Kapernaüm sprak men op straat ook over de afgelopen synagogedienst. Ik stel me zo voor dat de vrouwen (als ze al naar de synagoge gingen) tijdens de dienst op de balustrade hadden gezeten en de mannen in- en uitliepen beneden, vlakbij de voorganger – in dit geval rabbi Jezus uit Nazareth – zaten, in de directe nabijheid van de Thora-rollen. De mannen zullen de dienst dus anders hebben beleefd dan de vrouwen. Spraken ze thuis samen nog over de dienst na? Dan zouden ze elkaars beleving hebben kunnen bijstellen en aanscherpen. Maar anders zouden de vrouwen elkaar op straat spreken, op de markt of elders, met hún visie op het gebeuren; en de mannen zouden hun eigen invalshoek kiezen in het gesprek onder elkaar. Dat zou dan ook een zekere eenzijdigheid hebben gestimuleerd. En zo werd ook een eenzijdig verslag van het wonder in de synagoge de wereld in geholpen; zeg maar 'de kerkelijke pers draait op volle toeren', maar met elk hun eigen blinde vlek.

Geruchtenmolen in de omgeving

Tenslotte komen we aan bij de derde kring van de zogeheten 'rumormill'. De eerste kring was 'live' in de dienst. De tweede kring was het in eigen woorden samengevatte verhaal op straat. De derde kring is de ring van 'van horen zeggen'-figuren die het verhaal driftig doorbrieven aan allerlei volgende doorvertellers. Een kring in een vijver die blijkbaar zo krachtig doortrok dat het alle plaatsen uit de omgeving bereikte. Met recht een vergedragen 'echo'!
Het woord 'gerucht' is het in het grieks een woord dat op ons 'echo' lijkt. Het heeft de betekenis van fantastische knaller, lawaai, verslag, gebrul; maar evengoed van gerucht of roddel.

Maar de hamvraag is: wát hebben die mensen allemaal gehoord en wát brieven zij weer door? De mensen in Beréa legden Paulus' woorden naast de Schrift en checkten of de dingen 'alzo' waren. Maar hier is een ware 'Rumormill' op gang gekomen en dat was nu precies wat Jezus níet wilde! Telkens verbood Hij mensen te spreken over Zijn wonderen, omdat de mensen dan alleen nog maar spraken (van horen zeggen) over Zijn 'kunsten' en niet over de reden van Zijn komst 'an sich'. "Hoort wat mij God deed ondervinden" verwordde tot "Moet je horen wat er nou weer is gebeurd! Die Jezus, weet je wel…" De prediker wordt ingekleurd, maar het Woord blijft dicht.

De tekst is een ontdekkende boodschap over wat we doen na de kerkdienst; wat we vertellen over de preek, in huis en daarbuiten. Geen wijsgerig lesje, een betweterig vingertje omhoog, maar een eerlijke vraag van God de Vader aan ons allen (en ik sluit me erbij in!): "Wat heb je met Mijn Zoon gedaan? Hij is je verkondigd, terwijl Hij een goed beeld van Mij schetste. Hoe kan het ook anders? Hij is immers Mijn Eigen lieve Zoon, in Wie Ik ál Mijn welbehagen heb. Maar wat deed je met Mijn oproep, Mijn aanbod, Mijn belofte en Mijn opdracht om de wereld in te gaan (juist die wereld van jouw eigen dagelijks leven) en Mijn Woord door te geven? Was je werkzaam voor de firma 'Rumormill' of ben je actief voor 'Roem in Mij'?

zaterdag 3 december 2016

De spanning van de luisteraars

"En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen."
Lukas 4 : 20


Er zijn vrij weinig afbeeldingen waarop Jezus zittend is te zien terwijl Hij preekt; de meeste kunstenaars en cineasten beelden Hem staand achter een katheder of iets dergelijks af. Maar dat klopt niet; er staat toch echt dat Hij juist ging zitten!

Onze dominees staan op de preekstoel en gaan hooguit even zitten als er gezongen wordt. Soms lezen ze nog even de preek door; of ze kijken de gemeente rond om te zien wie ze voor zich hebben (vooral gastpredikanten zie je dat nog wel eens doen). Zitten tijdens de preek heb ik ooit één keer meegemaakt, toen een predikant vanwege een hernia op een hoge kruk zat. Wij kennen dat dan ook niet als traditie, maar de Bijbel legt er in onze tekst toch de vinger bij.

Als je goed in de Bijbel leest kom je dat vaker tegen. Jezus ging zitten tijdens de Bergrede, terwijl de meeste luisteraars stonden. Op bijeenkomsten, zoals bijvoorbeeld jongerenavonden, gaan de sprekers juist staan en zitten de luisteraars. Jezus gaat hier evenwel zitten en er wordt in onze tekst geen enkel woord gesproken. Daarom letten we op de lichaamstaal van zowel Jezus als de luisteraars.

Lichaamstaal 1: Jezus gaat zitten

Het blijft een ogenblik stil in de synagoge te Nazareth. Jezus is klaar met Bijbellezen en geeft de boekrol van Jesaja weer terug aan de overste van de synagoge. Vervolgens begint Hij niet direct te spreken, maar gaat eerst rustig zitten. Je zou er zo overheen lezen, maar dit vers vraagt – in het licht van de serie over de prediking in Lukas 4 – toch onze aandacht. In de verklaring van Dächsel las ik het volgende:

De Heere (Jezus) staat op om de Schrift te lezen en gaat zitten om haar uit te leggen. Dit is echt joods en gebeurt nog vandaag in de synagoge. Men staat, omdat men het Eigen Woord van God leest en men gaat zitten, omdat men eigen woorden spreekt. Het lezen van de Schrift in staande houding is een bewijs van eerbied voor de getuigenis van de Heilige Geest. Nu heeft God eerbied voor Zijn Eigen Woord en toont dit op allerlei manieren. Ook de Heere (Jezus), Die God is, toont het hier en overal. Maar zo volkomen mens en zo geheel Jood was Christus óók, dat Hij, ofschoon Hij de Heere was en Zijn woorden Gods woorden waren, nochtans bij de uitlegging van de Schrift gaat zitten. Hiermee wordt de schriftverklaring beneden de Schrift zelf gesteld.
Een prachtige verklaring van wat hier gebeurt. Eerbied! Zelfs Jezus – Gods Zoon – betrachtte eerbied voor het Woord van Zijn Vader. Zijn lichaamstaal is duidelijk en roept om navolging. Nee, wij hoeven dat niet na te doen in die zin dat wij dan ook moeten gaan staan als het Woord gelezen wordt. Maar wel dat wij tijdens de Schriftlezing misschien eens minder zouden meelezen en actiever zouden luisteren: "Sh'ma Israël, hóór Israël…" Eerbied. Terecht leerde ik bij Godsdienst op de Driestar dat niet de preek, maar de Schriftlezing hét centrum van de eredienst is.

Lichaamstaal 2: verkeerd luisteren

Niet alleen Jezus gebruikt lichaamstaal in dit vers. Ook de luisteraars doen dat: ze kijken naar Jezus, maar wel zo dat er een gespannen verwachting van hun gezichten afdruipt. De spanning is te snijden. In mijn jeugd preekte er af en toe een gastpredikant in Bergambacht die, als de collectezang was afgelopen, niet direct ging staan om de preek te beginnen, maar rustig bleef zitten. Nu ja, rustig. Zijn priemende ogen keken de gemeente rond en de een na de ander zag je óf gauw nog een snoepje in zijn of haar mond stoppen, óf de rol snel wegmoffelen in een zak of tas. De spanning was te snijden. Als er geen rol meer te zien was, begon de preek. En wie het halverwege de preek in zijn of haar hoofd haalde toch nog een snoepje te nemen – laat staan rond te delen – kon plots een onderbreking van de preek verwachten met woorden als: "Ja, laten we nog maar een snoepje nemen, zodat de aandacht wat kan verslappen." Zo'n predikant had al gauw een bijnaam en in ieder geval wist iedereen er wel wat van te zeggen.
Lichaamstaal 1 gelezen hebbend, verbaas je je eigenlijk enorm dat de gemeente in Nazareth pas nú de ogen op Jezus houdt. Dus nú pas hielden ze hun aandacht er bij om maar niets te missen, terwijl Jezus met Zijn lichaamstaal juist vroeg om tíjdens de Schriftlezing alle aandacht aan te wenden!
Zo heb je ook predikanten die ter introductie van de preek de tekst alvast lezen en dan zeggen: "Met Gods hulp en onder de inwachting van de Heilige Geest mag ik u het Woord hieruit bedienen." Wat mij verbaast is dat ze vrijwel direct van wal steken. De Geest doet er blijkbaar niet lang over om over te komen. Het is ook geen juiste, bijbelse, woordkeus. De Schriftlezing is al geweest; dáár sprak de HEERE door Zijn Woord en Geest. Daarna valt er niets meer te 'wachten' maar ís de Geest er. Het feit dat de prediker wel de punten van de preek weet, maar nog niet of de Geest is overgekomen geeft al te denken. Die Geest moet er al in zijn studeerkamer zijn geweest. De predikant wordt geroepen in de gehele dienst om Gods stem te zijn en de gemeente mee te nemen in de exegese en te laten horen en zien wat de Geest hem gaf te zien, te smaken en te beleven óf als last op zijn schouders legde.

Lichaamstaal 3: terechte verwachting

Maar ik wil niet in kritische noten eindigen. Want ik wil deze luisteraars in Nazareth toch positief neerzetten. Ze keken met verwachting uit naar wat Jezus zou gaan zeggen. Ik laat even liggen of hun motieven juist waren, maar ik noem ze vandaag 'onze goede voorbeelden'. Immers, Jezus gaat de tekst uit leggen. En niemand kan dat beter dan Hij. Er mag verwachting zijn, als Jezus het Woord van Zijn Vader laat uitleggen. Natuurlijk, predikanten zijn mensjes uit het stof verrezen, maar vlak alsjeblieft de Heilige Geest niet uit! Er mag verwachting zijn, waar Jezus de Gastheer is. De dienst is niet van de kerkenraad of de gemeente of een of andere welkomstcommissie. Alsjeblieft niet! De dienst is des HEEREN. Niet alleen ván Hem maar eveneens vóór Hem! Deze mensen zetten ons op dit moment tot nadenken: hoe gá ik naar de kerk, hoe zít ik in de kerk en hoe groot is mijn verwachting van Jezus' uitleg?
Een tijdje geleden zei een kandidaat dat hij wel wilde dat in alle preekstoelen een bordje hing met daarop de tekst: "Wij wilden Jezus wel zien"; de woorden die de Grieken tegen Filippus zeiden. De prediker moet zich uiterst bewust zijn van zijn Zender en hoe/dat hij Hem uitstalt. En dat hij de mensen bij Jezus brengt die begerig zijn Hem te zien, alsmede mensen bij Jezus brengt die helemaal niet zo op Jezus zaten te wachten, maar meer op een 'zuivere' en 'bevindelijke' preek met enkel de juiste klanken en termen. Hij mag wegvallen, maar Jezus moet centraal staan: Christocentrische prediking. Uiterst noodzakelijk in onze tijd!