Posts tonen met het label preken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label preken. Alle posts tonen

woensdag 30 mei 2018

Preken met accent- en interpretatieverschillen

Hoofdstuk 8


In welken tijd Mozes werd geboren, en was uitnemend schoon; welke drie maanden opgevoed werd in het huis zijns vaders. En als hij weggeworpen was, nam hem de dochter van Farao op, en voedde hem voor zichzelve op tot een zoon. En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren; en was machtig in woorden en in werken.
Handelingen 7 : 20-22



Als je preken naast elkaar legt – dat kan gevaarlijk zijn – zie je soms mooie overeenkomsten en ook bijzondere verschillen. Als we dit stukje van de preek van Stefanus leggen naast de preek van Paulus in ­Hebreeën 11, dan zien we dat hij ook van Jozef naar Mozes springt. Maar stilstaat bij enkele ándere details.

Broninterpretatie
Wetenschappers zweren bij ‘bronnen’ die hun theorieën kunnen onderbouwen. Wie geen bronnen kan noemen, heeft geen ‘poot’ om op de staan. Maar wanneer je een bron hebt, hoe interpreteer je die? Ook daarover zijn grote discussies. Zelfs de Bijbel is onderhevig aan zulke discussies en daarom is er binnen de kerk zoveel verdeeldheid, omdat ieder zich beroept op het Woord, maar er zijn eigen waarheid mee creëert. Als je Exodus leest of de brief aan de Hebreeën, merk je verschillen in interpretatie. En als je daar dan weer jouw interpretaties op loslaat, krijg je helemaal grote verschillen! Laten we eens zien wat Paulus en Stefanus doen met Exodus.
We gaan uit van de beschrijving zoals Mozes ons die geeft in Exodus. Hij zal zijn kinderjaren en jeugd van zijn ouders hebben doorgekregen, maar later zullen ook Aäron en Mirjam, waarmee hij pas vanaf zijn tachtigste optrok, zijn vroege geschiedenis hebben ingekleurd met hún herinneringen.
Daar sta je misschien niet zo snel bij stil, maar Mozes heeft net zo’n leven gehad als elk adoptiekind. Pas op latere leeftijd ontdek je dat je een andere oorsprong hebt, dan het milieu waarin je bent ­opgegroeid. Zijn moeder, de prinses, bleek een adoptiemoeder te zijn. En dat hij altijd voelde dat hij ‘anders’ was bleek te kloppen. Maar wie was hij echt? En wie zijn zijn bloedverwanten? Zie welke kater hij krijgt als hij ‘zijn broeders’ bezoekt en helpt!

Stefanus (Handelingen 7)
20 In welken tijd Mozes werd geboren, en was uitnemend schoon; welke drie maanden opgevoed werd in het huis zijns vaders.
21 En als hij weggeworpen was, nam hem de dochter van Farao op, en voedde hem voor zichzelve op tot een zoon.
22 En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren; en was machtig in woorden en in werken.
23 Als hem nu de tijd van veertig jaren vervuld was, kwam hem in zijn hart, zijn broeders, de ­kinderen Israëls, te bezoeken.
24 En ziende een, die onrecht leed, beschermde hij hem, en wreekte dengene, dien overlast geschiedde, en versloeg den Egyptenaar.
25 En hij meende, dat zijn broeders zouden verstaan, dat God door zijn hand hun verlossing geven zou; maar zij hebben het niet verstaan.
26 En den volgenden dag werd hij van hen gezien, daar zij vochten; en hij drong ze tot vrede, ­zeggende: Mannen, gij zijt broeders; waarom doet gij elkander ongelijk?
27 En die zijn naaste ongelijk deed, verstiet hem, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gesteld?
28 Wilt gij mij ook ombrengen, gelijkerwijs gij gisteren den ­Egyptenaar omgebracht hebt?
29 En Mozes vluchtte op dat woord en werd een vreemdeling in het land Madiam, waar hij twee zonen gewon.


Paulus (Hebreeën 11)
23 Door het geloof werd Mozes, toen hij geboren was, drie ­maanden lang van zijn ouders verborgen, overmits zij zagen, dat het kindeken schoon was; en zij vreesden het gebod des konings niet.
24 Door het geloof heeft Mozes, nu groot geworden zijnde, geweigerd een zoon van Farao’s dochter genoemd te worden;
25 Verkiezende liever met het volk van God kwalijk gehandeld te ­worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben;
26 Achtende de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom te zijn, dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons.
27 Door het geloof heeft hij Egypte verlaten, niet vrezende den toorn des konings; want hij hield zich vast, als ziende den Onzienlijke.


Mozes (Exodus 2)
2 En de vrouw werd zwanger, en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij schoon was, zo verborg zij hem drie maanden.
3 Doch als zij hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen, en belijmde het met lijm en met pek; en zij leide het knechtje daarin, en leide het in de biezen, aan den oever der rivier.
5 En de dochter van Farao ging af, om zich te wassen in de rivier; en haar jonkvrouwen wandelden aan den kant der rivier; toen zij het kistje in het midden van de biezen zag, zo zond zij haar dienstmaagd heen, en liet het halen.
6 Toen zij het open deed, zo zag zij dat knechtje; en ziet, het jongsken weende; en zij werd met barmhartigheid bewogen over hetzelve, en zij zeide: Dit is een van de knechtjes der Hebreën!
9 Toen zeide Farao’s dochter tot haar: Neem dit knechtje heen, en zoog het mij; ik zal u uw loon geven. En de vrouw nam het knechtje en zoogde het.
10 En toen het knechtje groot geworden was, zo bracht zij het tot Farao’s dochter, en het werd haar ten zoon; en zij noemde zijn naam Mozes, en zeide: Want ik heb hem uit het water getogen.
11 En het geschiedde in die dagen, toen Mozes groot geworden was, dat hij uitging tot zijn broederen, en bezag hun lasten; en hij zag, dat een Egyptisch man een Hebreeuwsen man uit zijn broederen sloeg.
12 En hij zag herwaarts en gindswaarts; en toen hij zag, dat er niemand was, zo versloeg hij den Egyptenaar, en verborg hem in het zand.
13 Des anderen daags ging hij wederom uit, en ziet, twee Hebreeuwse mannen twistten; en hij zeide tot den ongerechte: Waarom slaat gij uw naaste?
14 Hij dan zeide: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Zegt gij dit, om mij te doden, gelijk gij den Egyptenaar gedood hebt? Toen vreesde Mozes, en zeide: Voorwaar, deze zaak is bekend geworden!
15 Als nu Farao deze zaak hoorde, zo zocht hij Mozes te doden; doch Mozes vlood voor Farao’s aangezicht, en woonde in het land Midian, en hij zat bij een waterput.


Accentverschillen
 Zijn alle verschillen in de Bijbel bewijzen dat Gods Woord niet klopt? Zeker niet! Het zijn vaak accentverschillen, dienstbaar aan de boodschap die men ermee wil geven. De geschiedenis kennen we, maar kijk naar dit detail… het zegt ons dat…
We zien dat Mozes van zijn moeder of zus heeft gehoord dat men hem ‘schoon’ vond. Paulus neemt dat ook over, maar Stefanus zegt ‘uitnemend schoon’ wat kan worden vertaald met ‘goddelijk schoon’!
Mozes zwijgt over zijn opleiding aan het hof. Alleen dat de prinses hem haar zoon noemde en hem de naam ‘Mozes’ gaf. Dat was overigens niet zijn hebreeuwse naam! Paulus zegt dat hij weigerde om haar zoon te worden genoemd. Dat is het adoptiekind dat zich gaat oriënteren op zijn werkelijke afkomst en zijn biologische ouders. Maar weigeren is wel een te sterk woord, want hij heeft het goed gehad aan het hof en werd er zelfs generaal! Paulus blijft bij het contrast tussen ‘zonde’ en ‘wereld’ en laat Mozes zich distantiëren van dit decadente leven. Loochent hij daarmee dat Mozes intellectueel en staatkundig is ontwikkeld door God, om straks Zijn volk – een grote mensenmassa – door de woestijn te loodsen? Nee, dat niet, maar je krijgt wel het gevoel dat hier de concrete geschiedenis wat wordt ­vertekend voor een ánder doel.
Paulus verzwijgt ook Mozes’ moord­aanslag op de Egyptische slavendrijver. Hij wil van hem geen zeloot maken; geen geus, of verzetsstrijder, zouden wij zeggen.
Hij richt zich meer op de daden die Mozes in het geloof deed. Maar… slaat hij dan niet een beetje door, wanneer hij zegt over Mozes: “Door het geloof heeft hij Egypte verlaten, niet vrezende den toorn des konings; want hij hield zich vast, als ziende den Onzienlijke”? Maakt hij Mozes daarmee toch niet, onbedoeld, tot een zeloot die zijn moord begaat vanuit een ideologie om zijn eigen volk boven anderen te stellen? Dat gevaar is er zeker en Paulus is zelf ook zo’n extremist geweest in zijn ‘eertijds’. Als mensen dat vandaag de dag tegen je zeggen, mag je daar zeker wel wat toegeeflijk in zijn: hier was Mozes net zo min op zijn plek als Jacob toen hij loog tegen zijn vader Izak!
Als er dan vervolgens staat dat Mozes ‘zich overeind hield door te zien op de Onzienlijk God’, dan is het begrijpelijk dat mensen soms afhaken. Al vergeten ze dat hier twee verschillende gebeurtenissen worden bedoeld: de vlucht van Mozes na de moord (met vrees) was een andere dan de exodus, waarbij Mozes inderdaad niet meer vreesde voor de koning van Egypte!
De woorden in de ­Hebreeënbrief zijn geen betoog naar ongelovigen, maar een stimulans voor gelovigen. De boodschap is niet ‘ik vertel je precies wat er is gebeurd’, maar ‘kijk, zo gingen gelovigen er vroeger ook al mee om!’
Over accent- en interpretatieverschillen kun je eindeloos discussiëren. Maar als je die verschillen uit hun context haalt mis je de boodschap die werd bedoeld! Dan mis je ook de boodschap van de Heilige Geest, Die je iets wilde leren.

Was was Mozes’ echte naam?

De prinses heeft Mozes willen claimen door hem ‘mijn zoon’ te noemen en hem zelfs van zijn identiteit te beroven door hem een ‘nieuwe naam’ te geven.
Over de naam ‘Mosje’ en ‘Mozes’ is al heel veel nagedacht. Op Christipedia kun je lezen: “De naam ‘Mozes’ ontving hij van Farao’s dochter en betekent ‘uitgetrokken’, indien ontleend aan het Hebreeuwse werkwoord ‘mashah’ (= uittrekken), of de naam betekent ‘uit het water gered’, indien ontleend aan de Egyptische ­woorden ‘mo’ (= water) en ‘yses’ (= gered, behouden), ‘uit het water gered’.”
Echter, op Wikipedia wordt de vinger gelegd bij de onwaarschijnlijkheid van deze taalkundige constructie: “De naam Mozes werd afgeleid van het Egyptische werkwoord ‘mś’ / ‘mśj’ (“dragen”). Het is een verkorte vorm van de Egyptische naamvorm zoals Toetmosis “geboren uit Thot”, waarbij het element dat de god benoemt, is weggevallen en betekent dus letterlijk: “geboren uit [een naamloze god]”. In de Hebreeuwse Bijbel is de herinnering aan de Egyptische herkomst van de naam overgeleverd in het verhaal waarin de dochter van de farao het kind een naam geeft, waarbij haar een etymologie in de mond wordt gelegd die teruggaat op de Hebreeuwse stam mšh ­(“uittrekken”): “ik heb hem uit het water gehaald”. Het is buitengewoon onwaarschijnlijk dat een dochter van de farao kennis van Hebreeuwse etymologie zou hebben; mogelijk berust deze herkomst op een legende. Bovendien kan objectief worden vastgesteld dat de context strijdig is met deze etymologische herleiding, die een passieve vorm van het werkwoord mšh is, die de betekenis “die [er]uit getrokken werd” doet verwachten. Ook werd Mozes nergens aangeduid met de uit de morfologie volgende betekenis “de [er]uit trekkende”.”

Blijkbaar is de zogenaamde wetenschapper niet voldoende op de hoogte van de Bijbel. Want er zit wel degelijk een lijn in dat ‘uit het water trekken’ en het ‘uit het slavenhuis trekken’. Gods Woord serieus nemen is wat anders dan ‘elk detail kloppend en passend krijgen’. De Heere Jezus wijst tot slot op dit probleem in Johannes 5: “44 Hoe kunt gij geloven, gij, die eer van elkander neemt, en de eer, die van God alleen is, niet zoekt? 45 Meent niet, dat Ik u verklagen zal bij den Vader; die u verklaagt, is Mozes, op welken gij gehoopt hebt. 46 Want indien gij Mozes geloofdet, zo zoudt gij Mij geloven; want hij heeft van Mij geschreven. 47 Maar zo gij zijn Schriften niet gelooft, hoe zult gij Mijn woorden geloven?”

De grote vraag blijft: wat doe ik met Gods Woord? Geloof ik het van kaft tot kaft of gebruik ik liever een ‘leesbril’ zodat mijn verstand het kan plaatsen? De Bijbel lezen zonder geloof is onmogelijk. Dan ontgaan je duizenden details die zo enorm essentieel zijn! God ontgaat je dan…

zaterdag 7 januari 2017

Is de prediking vanaf jullie kansel controversieel?

"En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels,
en riep uit met grote stem, z
eggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazaréner?"
Lukas 4 : 33-34a

"Und er ist dennoch Gottes Sohn", 1927, Sacha Schneider. Sacha schilderde deze overwinning van Christus op de satan tweemaal. De eerste heette 'Es ist vollbracht' uit 1896. Maar deze versie uit 1927 ziet er het meest definitief uit.


Heb je dat weleens meegemaakt: 2 dominees in 1 dienst? Ik wel; tweemaal. De eerste keer was de trouwdienst van mijn zus en zwager die werd geleid door ds. H. Harkema jr. en de zegen werd gegeven door zijn vader, ds. H. Harkema sr. De tweede keer dat ik het meemaakte was toen onze eerste predikant (in de HHG van Stolwijk), ds. W.J.C. van Blijderveen, werd bevestigd door zijn leraar ds. R. van Kooten en bevestigd door ds. Joh. Post bij wie hij zijn vicariaat deed. In beide gevallen was er geen sprake van tegenstrijdige boodschappen of tegenstrijdige belangen. Gode zij dank niet.

In de tekst van vandaag is dat er wel. Jezus preekt overgoten door de Heilige Geest, maar er staat iemand op die gedreven wordt door een totaal andere en tegenstrevende geest uit de afgrond. Twee predikers en twee geesten. Je zal het maar hebben in je gemeente. Ik ga daar toch een paar praktische lijnen uit trekken; maar laten we eerst kijken wat er gebeurt.

Controversiële predikers

In de synagoge van Kapernaüm gebeurt iets, juist nadat de mensen constateerden dat Jezus zo geheel anders preekte dan de farizeeën. Dat was al een heftig getuigenis op zich. Maar satan was er niet gerust op dat de mensen de kant van de farizeeën – en dus zijn kant – kozen. Daarom stuurde hij een tegenreactie de kerkzaal in. Die had er waarschijnlijk al die tijd al gezeten en had zich blijkbaar rustig gehouden. In ieder geval was hij de mensen niet bijzonder opgevallen.
Maar nu de commotie en het gemurmel ontstaan, wordt er iets in zijn binnenste geactiveerd. Hij komt als een soort robot van satan in actie en begint niet te krijsen of extreem gek te doen, maar… te preken! Hoewel… ik kan niet helemaal hard maken hoe het heeft geklonken. Er moet wel iets van angst in die woorden hebben doorgeklonken: "Hou op! Ga weg! Wat hebben we met jou te doen, Jezus uit Nazareth?!"
Dat gaat een stap verder dan het "ze zijn vol zoete wijn" op de eerste Pinksterdag. Maar is minstens zo fnuikend voor Gods Koninkrijk. Twee preken in één dienst met een totaal tegenstrijdige boodschap. Dat is met recht controversieel; en controversieel is niet veelzijdig (dus postitief), maar afbrekend (en dus negatief). Direct houden mensen de adem in en voelen haarfijn aan dat het nu erop of eronder is. Wat is waarheid?
Het probleem van elkaar tegensprekende preken vanaf 1 kansel is dat je de gemeente niet werkelijk bouwt. Er moet duidelijkheid worden geschapen. Het evangelie kan geen onduidelijkheid velen. Het Woord is krachtig en dient daarom ook helder gepredikt te worden. Dogmatiek is daarbij soms een danig probleem voor de evangeliebediening; de zogenaamde bevindingen die de prediker op de klank af citeert van anderen vormen niet minder problemen! Sommige predikers hebben dat controversiële zelfs in 1 preek zitten en breken met het een het ander weer af. Dan houd je een lege huls over! Ouderlingen moeten daarom toezien op de prediking, of die conform het Woord is en of de preken elkaar niet tegenspreken. En… ook ingrijpen! Een zich niet-kind-van-God-noemend gemeentelid vond dat juist een verrijking: zo hoor je enerzijds hoe onmogelijk het zaligworden is en aan de andere kant hoe ruim de HEERE is in Zijn nodiging; aan Hem ligt het dan dus niet. Dat klinkt aardig, maar wat een waanzin is dat?! Stuurt Jezus zó Zijn discipelen de wereld in? Waarom wil je dat in de 21e eeuw dan wel zo?

Verwarrende verschillen

Ik heb me verbaasd over die toevoeging 'onreine' bij 'duivel'. Alsof er ook nog reine duivelen kunnen zijn. Ik wenste wel dat alle mensen zo zwart-wit konden denken en zien! Het verwarrende in de kerk is dat er teveel mensen zijn die nog van het goede van de mens uitgaan. Dat kom je kerkbreed tegen, maar vooral bij de uitersten. In die zin, dat men wel schismatiseert, maar tegelijk naar eigen volk heel welwillend is; hoe doods die ander ook kan zijn.
Als de prediking niet met macht is, moeten we op onze qui-vive zijn! Als er wel wordt gesproken over de 'inwachting van de Heilige Geest', maar geen elke glimp van die Geest wordt opgevangen (zelfs niet concreet verwacht wordt in het verdere van de preek), dan kun je terecht vragen of we hier wel te maken hebben met écht stichtende prediking.
Als de prediker klanken uitstoot (als was het een reformatorische tongentaal) die binnen een bepaalde groepering herkenning en waardering oproept (omdat die klanken lekker vertrouwd zijn), kun je je afvragen of we te maken hebben met de uitbreiding van Gods Koninkrijk of met die van de kapel van satan. Want laat ik er maar direct duidelijk over zijn: als God Zijn Kerk bouwt, bouwt de satan zich suf aan zijn eigen kapel die bijna op instorten staat! En dát bouwen gaat een stuk fanatieker en heftiger dan de bouw van Gods Koninkrijk. Ik zeg niet dat hij beter bouwt; dat allerminst. Maar wel met meer toegenegenheid, passie en zinderende drang. En hij schuwt niet om Gods Woord op de klank af te citeren; hij schuwt zelfs niet om Gods Zoon het zwijgen op te leggen in de preek, ja, Hem te verzwijgen in de preek. Dus als Jezus niet aan bod komt in de preek… wat gebeurt er dan wel?
Als er bevindelijke tongentaal wordt gebezigd over wat een mens allemaal niet of juist wel is, maar we leren God niet beter kennen… wat gebeurt er dan wel? Als het Evangelie niet mag worden aangeboden, omdat de prediker vreest dat hij de parels aan varkens zou kunnen uitreiken… wat gebeurt er dan wel?

Slecht luisteren

Veel mensen horen die verschillen niet en dat is een superlastige zaak in de gemeente. Mensen hóren de verschillen in de prediking maar heel slecht of helemaal niet. Soms vraag je je af: wat heb je dan wél gehoord? Heb je het Woord er wel naast gelegd. Heb je werkelijk niets raars gehoord? Waarom heb je je niet afgevraagd waarom de predikant het zó zei en op die manier inkleedde? Het lijkt soms wel dat er een kleed van dorheid, doofheid en doodsheid over de gemeente ligt. We komen niet verder dan de klanken. Maar wat werd er niet écht gezegd? Positief en negatief, hoor!
De boodschap in Kapernaüm was superduidelijk en kraak helder. Ik zou wel willen weten wat de mensen van die haatprediker van satan vonden. Wat deed dát woord met hen? Vertolkte hij misschien iets van hun eigen eerste indruk? We zullen het nooit weten, omdat Jezus gaat ingrijpen en de mensen enkel met Jezus’ ingrijpen naar huis gaan. Het gesprek van de dag is Jezus' machtswoord. Dat is natuurlijk maar goed ook; hoewel…
Ik zou soms toch echt weleens per zin willen weten wat de woorden van de preek uitwerken in de harten van de mensen afzonderlijk. Kunnen we niet eens spreek- en denkwolkjes boven ieders hoofd zichtbaar maken? Tja, dan zou de dominee ook kunnen zien wat ik denk; maar maakt dat echt zoveel uit? Want God heeft geen denk- en spreekwolkjes nodig. Nog voor we roepen antwoordt Hij al. Hij kent onze nieren. Luisteren we daarom in de volle bewustheid dat we luisteren voor Zijn aangezicht? Dat kan dan niet door slecht luisteren! Maar intensief, betrokken, levend en krachtig!

vrijdag 6 januari 2017

De preek slaat in als een bom

"En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht."
Lukas 4 : 32

De preek slaag in als een bom: mensen worden 'verslagen'; de engelsman noemt dat 'astonished': met verbazing geslagen!


Er worden wat een profielen opgesteld voor predikanten. Niet enkel nutteloze elementen en voorwaarden, waaraan zij moeten voldoen. Maar… hoeveel profielen kenmerken zich door dit: de predikant moet met macht spreken?

Direct dringt zich de vraag op: wat voor macht? Gezag? Afstand? Dominantie? Impressie? Expressie? Intrigerend? Interessant? Populair? Aansprekend? En denk vooral niet dat deze karaktertrek enkel voor God Zelf geldt. Wat dacht je van Johannes de Doper? Wat dacht je van Elia? Of Henoch? Hoe zou een predikant zich kunnen meten met deze groten? Ik zou haast zeggen, voor minder mag het niet. Immers, een predikant behoort toch 'geroepen' te zijn door God Zelf? Dan moet zijn prediking toch wel met macht zijn? En dat zal ook wat uitwerken.


Geraakt in een leerdienst

Dat woordje 'versloegen' trof me direct. Ik zet eerst wat vertalingen onder elkaar:
  1. StatenVertaling:  En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.
  2. Herziene StatenVertaling: En zij stonden versteld van Zijn onderricht, want Zijn woord was met gezag.
  3. Lutherse Vertaling: En zij verwonderden zich over zijne leer, want zijn woord was met macht.
  4. Leidse Vertaling: en zij stonden versteld over zijn onderricht; want hij sprak met gezag.
  5. Nieuwe BijbelVertaling: En zij stonden versteld over zijn leer, want zijn woord was met gezag.
  6. Het Boek: Zij waren verbaasd over wat Hij hun leerde, want Hij sprak als iemand met gezag, die wist waarover Hij het had.
  7. King James: And they were astonished at his doctrine: for his word was with power.
Het merkwaardig is dat we bij het zoeken naar een vertalingen het karakter van het woord zijn kwijtgeraakt: door iets geslagen worden. Je hoort in de SV nog een beetje die klap terug. Verbazen is eigenlijk ook een softe vertaling; het is 'door verbazing getroffen'. Die bliksemschicht zou meer zichtbaar moeten zijn. 'Versteld staan' kun je ook bij een acrobatiek kunstje en 'verwonderen' kun je ook bij een mooi schilderij van Rembrandt. Maar 'getroffen' worden door iets, uit het veld geslagen worden, dát is wat er gebeurde in deze leerdienst van Jezus.
En ik zie dat terug bij de preken van Johannes, van Petrus op de eerste Pinksterdag, bij Elia op de Karmel en – om er niet meer te noemen – ook bij Nathan die voor David staat.

Geroerd door een gastpredikant

Al sinds mensenheugenis luisteren mensen in de kerk selectief. Een onkerkelijke op straat, die onvoorbereid iets hoort verkondigen, is ontvankelijker dan de doorsnee kerkmens die onderuitgezakt de preek kritisch analyseert. Hij of zij in de kerk heeft namelijk een matrix over het oor liggen. Is gespitst op bepaalde klanken, woorden, termen en houdingen van de predikant. Althans, dat risicio is enorm groot! Die matrix kan zowel negatief als positief getint zijn. Een goede predikant moet:
  • preken over Gods liefde
  • een mens zijn ziel verklaren
  • het Evangelie brengen
  • de doemwaardigheid van een ziel aanwijzen
  • een mens in extase weten te brengen
  • christocentrisch preken
  • de wet prediken
  • zijn preek in een climax opbouwen
  • iets nieuws weten te brengen
  • mij dichterbij God de Vader brengen
  • duidelijk praten
  • laten horen hoe Gods volk leeft, denkt en doet
  • bevinding etaleren
  • puriteinen citeren
  • de jeugd aanspreken
  • laten zien waar je allemaal over moet worstelen
  • mij bekeren
  • veel oudvaders citeren
  • Calvijns lijn aanhouden
  • de onmogelijkheid van de mens laten zien
  • het goede boodschappen
  • Lloyd Jones, Spurgeon, Lewis, Piper of Keller citeren
  • verlossing voorstellen
  • Christus uitstallen
Als een of meer van die 'voorwaarden' aan de orde zijn geweest dan kan de beoordeling gaan starten en valt het kwartje naar de goede of de verkeerde kant. De prediker moet het schaap met zeven poten zijn; zijn preek moet onmogelijk veilig en volledig zijn, zodat álles klopt (maar tegelijk is alle leven eruit). Daarentegen zijn er ook die vinden dat preken juist de dogmatiek uit zijn verband rukken is. Maar al dat soort houdingen maken een scheiding tussen het eigen hart en de prediking (lees liever: God Zelf).

Gereflecteerd aan de schriftgeleerden

Deze leerdienst van Jezus was geen veilige preek; geen 'precies passend systeem' van spitsvondig dogmatische hoogstandjes. Deze preek was een preek met macht. Een bliksemschicht daalde neer en trof de mensen. En bracht hen in opperste verwarring. Dit was anders dan ze gewend waren. Het bed werd opgeschud en alle systemen klopten opeens niet meer. Hoe zat dat dan met de wet? Hoe zat dat met de onwaardigheid van een mens? Hoe zat dat met de heiligheid des Heeren? Hoe zat dat dan met de Messias Die zou komen om Zijn Verbondsvolk te bevrijden?
Hoe zat dat met al mijn leesbrillen, waarmee ik altijd naar de Bijbel keek en probeerde te ontcijferen wat er stond? Ik dacht dat ik het wist?! Maar nu… De rabbi's hadden altijd gezegd … De oudvaders spraken toch altijd over … De Schriftgeleerden wezen toch altijd weer op…
Je hoort het de mensen in verwarring denken. In Markus 1 : 22 lezen we: "En zij versloegen zich over Zijn leer; want Hij leerde hen als macht hebbende, en niet als de schriftgeleerden." In Mattheüs 7, aan het einde van de Bergrede lezen we vanaf vers 28 eveneens: "En het is geschied als Jezus deze woorden geëindigd had, dat de scharen zich ontzetten over Zijn leer; want Hij leerde hen als macht hebbende, en niet als de schriftgeleerden."
En hier in de synagoge van Kapernaüm gebeurt precies hetzelfde. Ze ontzetten zich over het gezag van Jezus’ woorden. Het sinistere is dat dat 'spreken met macht' blijkbaar een contrast vormt met hoe de Schriftgeleerden altijd preekten! En ik denk dat dat ook de bedoeling van de evangelisten is geweest met deze woorden. Die Schriftgeleerden waren altijd maar aan het nabauwen geweest; hadden dingen geroepen, maar altijd in de vragende vorm, zich verschuilend achter God Die je toch nooit kon begrijpen. Bijbelstudie moest meer vragen oproepen dan voordat je begon. Er was een hele cultus ontstaan die verdacht veel leek op die van de onbekende God, die je maar beter kon tevredenstellen met je offers, dan die te vertoornen met foute vragen.
En ik denk dat er in onze dagen opnieuw zo'n cultus binnen de kerk is, gewijd aan de grote onbekende God van de Bijbel. In de eerste plaats aan de kant van de vrij- en lichtzinningheid waar God wordt gereduceerd tot tussen je oren. Maar dat zit aan de anderekant naadloos aan tegen die offervaardigheid en psychische zelfkastijding aan de rechterkant van het kerkelijk spectrum, waar we maar niet teveel vragen moeten stellen; wie kan immers God begrijpen? Laten we maar dom napraten. Je kunt beter met je eigen doemwaardigheid bezig zijn dan met het aanbod van genade; je mocht eens met een gestolen Jezus de bietenbrug op gaan!

Kerk van Nederland en predikers op alle(rlei) kansels: wát laten jullie zien en horen van Jezus' Vader? "Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft…" Een kind moet toch Zijn Vader (steeds beter) leren kennen?! Tegen Filippus zeiden de Grieken: "Wij wilden Jezus wel zien!" Tegen de prediker vandaag roepen we: "Ik wil mijn Vader zo graag zien!"
Ik lees geen woord over de inhoud van de preek in Kapernaüm, maar Jezus is er Zelf duidelijk over waar Zijn leerdiensten mee waren gevuld: Zijn Vader verheerlijken en uitschilderen in woorden die mensen konden begrijpen en bevatten. Hij sprak over de Vader, niet alleen omdat Hij de Zoon was (dat ook!), maar omdat Hij de Vader kénde uit eigen ondervinding.
En dáár zit de grote open zenuw in Kapernaüm en in grote delen van de kerk in onze dagen. Dát gaat een klap, een schok geven, wanneer een prediker door God gezonden en met de Heilige Geest overkleed spreekt. En ze zijn er Gode zij dank! Maar let op hoe ze worden bekritiseerd; als zouden ze geen twee wegen leren, te weinig in de mens wroeten en zijn doodstaat verklaren of wat voor jargon men daar ook op loslaat. Een schisma aanbrengend tussen buigen en bukken; ontdekt is nog niet verlost; maar wanneer is het dat dan wel? Eindeloze discussies, met name door mensen die het hoogste woord voeren over hun eerlijke onbekeerdheid.
De kanttekeningen vertellen bij Jezus' 'spreken met macht' dat het gaat om 'spreken met Goddelijke autoriteit en met een bijzondere beweeglijkheid en vrijmoedigheid'. Nou, laat de prediker zich daar vandaag eens aan spiegelen: ben ik zo HEERE? En laat de luisteraar daar om bidden en zichzelf daar eveneens aan spiegelen. Immers de kerkganger van zondag is de prediker van maandag op de werkvloer?

maandag 5 december 2016

De kortste preek

En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
Lukas 4 : 21

De profeet Jesaja schrijf over Christus' geboorte; schilderij gemaakt door Harry Anderson


De kortste preek ooit! Acht woorden maar. Maar wat een gevolgen. Jezus had nog helemaal geen vervelende dingen gezegd, zoals korte tijd later. Niets negatiefs over Zijn dorpsgenoten. Maar ontstellend is de reactie op deze woorden.

Voor dat we naar de reactie gaan kijken, staan we eerst stil bij deze korte preek. De woorden die Jezus daarna spreekt, zijn min of meer een antwoord op de reacties vanuit de synagoge. Het was niet strafbaar om Jesaja te lezen. Het was niet de doodstraf waardig, om hem te citeren en te exegetiseren. De Joden laten graag meer vragen over dan er in de preek antwoorden zijn gegeven. Echter… Jezus gaat antwoorden geven op de vragen die Jesaja opriep. Hij gaat invullen wat Jesaja voorzag of bedoelde. En dat viel verkeerd.

Beginnen met spreken

Zoals we in de vorige Bijbelstudie zagen, ging Jezus zitten toen Hij het Woord van Zijn Vader had gelezen en over ging tot het spreken van Zijn Eigen woorden. Niet minder goddelijk in Zijn geval, maar Hij paste zich qua lichaamshouding aan ons mensen aan.
Vandaag lezen we de woorden "Hij begon… te zeggen". Dat betekent natuurlijk heel letterlijk dat Hij een begin maakte met Zijn preek. Maar het draagt ook de lading in zich van 'de eerste zijn om iets te doen' of 'de voornaamste, de leider' zijn. Jezus neemt de leiding en spreekt door de zalving met de Heilige Geest, met macht. Het zijn woorden die een reactie van verwondering en ontzag zullen opwekken bij de toehoorders. Op een andere plaats concluderen de luisteraars verbaasd dat Hij zo anders spreekt dan de schriftgeleerden. Dat is veelzeggend. Ook hier.
Jezus spreekt maar niet algemeen wat gedachten uit die zo bij Hem komen bovendrijven. Hij spreekt met Goddelijk gezag en laat Zijn luisteraars op een nieuwe manier kijken en luisteren naar de oude profetieën. Profetiën die misschien wel helemaal uitgekauwd zijn. Veel rabbi's hebben er hun hoofd al over gebroken. Men is zich vooral gaan richten op de vragen die het gedeelte opriep; meer dan het gebed om licht en de Heilige Geest om te zien wat God concreet bedoelde te zeggen. Er waren er al heel wat die hadden gesproken over deze woorden; immers deze woorden kwamen elk jaar weer terug in dezelfde volgorde. maar nú begint er Eén te spreken! Gericht tot 'hén'. Niet over de hoofden heen; niet boven 'hun pet' maar ín hun hart! Zoals er nog nooit een heeft gesproken!


Eindigen met profeteren

Vervullen is een bijzonder begrip. Ik zou wel willen weten wat Jezus voor hebreeuws woord gebruikte. Ik vermoed dat we – wanneer we dat zouden weten – ook nog veel beter zouden begrijpen waarom Zijn luisteraars (met name de schriftgeleerden) zo furieus reageerden.
Net zoals toen Jezus zei: "Ik ben de Alfa en de Omega"; eigenlijk zei Hij: "Ik ben de Aleph en de Tav". Die letters kenden de Joden uit Genesis 1 : 1 (lees dit artikel): met die woorden (letters) maakte Hij Zich aan God gelijk. Sterker nog, met deze letters verkondigde Jezus: "Hier ben Ik, de Schepper van hemel en aarde").
Jezus spreekt in onze dagtekst over de profetie die is vervuld. Eindelijk is bewerkstelligt, tot stand gekomen, wat God eeuwen daarvoor beloofde. De luisteraars werden teruggeworpen op hun oren, niet op hun ogen. Aan Hem zágen ze nog niets, maar zij hóórden Hem zeggen dat deze profetie even zeker vervuld was, op dit moment, als dat zij het met hun oren hoorden!
Heden. Nu. Eigenlijk nog niet toen Jezus werd geboren. Toen duurde die profetie nog voort – al waren er op dat moment ook al profetiën in vervulling gegaan. Maar de woorden die Jezus nu voor hun oren citeert gaan in vervulling op dít moment.
Wat ze er van zagen? Ze waren er niet bij – hoogst waarschijnlijk – toen Jezus werd gedoopt en uit het water opkwam. Zij hadden de Geest niet zien neerdalen als een duif. Zij hadden Gods stem niet gehoord. Zij hoorden Hem slechts zeggen: "Heden is deze Schrift in uw oren vervuld."

Dat had toch iets moeten losmaken bij de luisteraars, niet? Als de profetie over de Messias 'begon' in te vulling te gaan, dan zouden er grote dingen gaan gebeuren voor het volk der Joden. Zoveel wisten ze er wel van. Er zou verheuging en verrukking moeten ontstaan. Maar hoe ontstellend anders is hun reactie! Herkenbaar? Misschien wel bij mensen om je heen in de kerk. Je hoort de HEERE roepen om het hart van die man of vrouw, dat meisje of die jongen vlakbij je in de kerk die maar niet kan geloven dat God ook hem of haar op het oog heeft. En je denkt: nu moet er wel wat gaan branden in dat hart! Wat een teleurstelling kan het dan zijn, als er niets lijkt te gebeuren!
En als dat jaar op jaar hetzelfde blijft, raak je er dan niet langzamerhand aan gewend? Wekken deze mensen misschien wel wrevel op omdat ze zelf kribbig reageren op jouw aanhoudend attenderen op woorden uit de preken? Je snapt het toch niet dat mensen zo koud kunnen blijven? Nou… houdt dat maar vast; dat moet je nooit gaan snappen ook! Het moet je nooit koud laten, dat het anderen wel koud laat. Het moet nooit 'gewoon' worden dat anderen jaar en dag in de kerk zitten, zonder dat er sprake is van bekering. Dat moet iets onverteerbaars blijven; en dat mag best gezegd worden!

zaterdag 3 december 2016

De spanning van de luisteraars

"En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen."
Lukas 4 : 20


Er zijn vrij weinig afbeeldingen waarop Jezus zittend is te zien terwijl Hij preekt; de meeste kunstenaars en cineasten beelden Hem staand achter een katheder of iets dergelijks af. Maar dat klopt niet; er staat toch echt dat Hij juist ging zitten!

Onze dominees staan op de preekstoel en gaan hooguit even zitten als er gezongen wordt. Soms lezen ze nog even de preek door; of ze kijken de gemeente rond om te zien wie ze voor zich hebben (vooral gastpredikanten zie je dat nog wel eens doen). Zitten tijdens de preek heb ik ooit één keer meegemaakt, toen een predikant vanwege een hernia op een hoge kruk zat. Wij kennen dat dan ook niet als traditie, maar de Bijbel legt er in onze tekst toch de vinger bij.

Als je goed in de Bijbel leest kom je dat vaker tegen. Jezus ging zitten tijdens de Bergrede, terwijl de meeste luisteraars stonden. Op bijeenkomsten, zoals bijvoorbeeld jongerenavonden, gaan de sprekers juist staan en zitten de luisteraars. Jezus gaat hier evenwel zitten en er wordt in onze tekst geen enkel woord gesproken. Daarom letten we op de lichaamstaal van zowel Jezus als de luisteraars.

Lichaamstaal 1: Jezus gaat zitten

Het blijft een ogenblik stil in de synagoge te Nazareth. Jezus is klaar met Bijbellezen en geeft de boekrol van Jesaja weer terug aan de overste van de synagoge. Vervolgens begint Hij niet direct te spreken, maar gaat eerst rustig zitten. Je zou er zo overheen lezen, maar dit vers vraagt – in het licht van de serie over de prediking in Lukas 4 – toch onze aandacht. In de verklaring van Dächsel las ik het volgende:

De Heere (Jezus) staat op om de Schrift te lezen en gaat zitten om haar uit te leggen. Dit is echt joods en gebeurt nog vandaag in de synagoge. Men staat, omdat men het Eigen Woord van God leest en men gaat zitten, omdat men eigen woorden spreekt. Het lezen van de Schrift in staande houding is een bewijs van eerbied voor de getuigenis van de Heilige Geest. Nu heeft God eerbied voor Zijn Eigen Woord en toont dit op allerlei manieren. Ook de Heere (Jezus), Die God is, toont het hier en overal. Maar zo volkomen mens en zo geheel Jood was Christus óók, dat Hij, ofschoon Hij de Heere was en Zijn woorden Gods woorden waren, nochtans bij de uitlegging van de Schrift gaat zitten. Hiermee wordt de schriftverklaring beneden de Schrift zelf gesteld.
Een prachtige verklaring van wat hier gebeurt. Eerbied! Zelfs Jezus – Gods Zoon – betrachtte eerbied voor het Woord van Zijn Vader. Zijn lichaamstaal is duidelijk en roept om navolging. Nee, wij hoeven dat niet na te doen in die zin dat wij dan ook moeten gaan staan als het Woord gelezen wordt. Maar wel dat wij tijdens de Schriftlezing misschien eens minder zouden meelezen en actiever zouden luisteren: "Sh'ma Israël, hóór Israël…" Eerbied. Terecht leerde ik bij Godsdienst op de Driestar dat niet de preek, maar de Schriftlezing hét centrum van de eredienst is.

Lichaamstaal 2: verkeerd luisteren

Niet alleen Jezus gebruikt lichaamstaal in dit vers. Ook de luisteraars doen dat: ze kijken naar Jezus, maar wel zo dat er een gespannen verwachting van hun gezichten afdruipt. De spanning is te snijden. In mijn jeugd preekte er af en toe een gastpredikant in Bergambacht die, als de collectezang was afgelopen, niet direct ging staan om de preek te beginnen, maar rustig bleef zitten. Nu ja, rustig. Zijn priemende ogen keken de gemeente rond en de een na de ander zag je óf gauw nog een snoepje in zijn of haar mond stoppen, óf de rol snel wegmoffelen in een zak of tas. De spanning was te snijden. Als er geen rol meer te zien was, begon de preek. En wie het halverwege de preek in zijn of haar hoofd haalde toch nog een snoepje te nemen – laat staan rond te delen – kon plots een onderbreking van de preek verwachten met woorden als: "Ja, laten we nog maar een snoepje nemen, zodat de aandacht wat kan verslappen." Zo'n predikant had al gauw een bijnaam en in ieder geval wist iedereen er wel wat van te zeggen.
Lichaamstaal 1 gelezen hebbend, verbaas je je eigenlijk enorm dat de gemeente in Nazareth pas nú de ogen op Jezus houdt. Dus nú pas hielden ze hun aandacht er bij om maar niets te missen, terwijl Jezus met Zijn lichaamstaal juist vroeg om tíjdens de Schriftlezing alle aandacht aan te wenden!
Zo heb je ook predikanten die ter introductie van de preek de tekst alvast lezen en dan zeggen: "Met Gods hulp en onder de inwachting van de Heilige Geest mag ik u het Woord hieruit bedienen." Wat mij verbaast is dat ze vrijwel direct van wal steken. De Geest doet er blijkbaar niet lang over om over te komen. Het is ook geen juiste, bijbelse, woordkeus. De Schriftlezing is al geweest; dáár sprak de HEERE door Zijn Woord en Geest. Daarna valt er niets meer te 'wachten' maar ís de Geest er. Het feit dat de prediker wel de punten van de preek weet, maar nog niet of de Geest is overgekomen geeft al te denken. Die Geest moet er al in zijn studeerkamer zijn geweest. De predikant wordt geroepen in de gehele dienst om Gods stem te zijn en de gemeente mee te nemen in de exegese en te laten horen en zien wat de Geest hem gaf te zien, te smaken en te beleven óf als last op zijn schouders legde.

Lichaamstaal 3: terechte verwachting

Maar ik wil niet in kritische noten eindigen. Want ik wil deze luisteraars in Nazareth toch positief neerzetten. Ze keken met verwachting uit naar wat Jezus zou gaan zeggen. Ik laat even liggen of hun motieven juist waren, maar ik noem ze vandaag 'onze goede voorbeelden'. Immers, Jezus gaat de tekst uit leggen. En niemand kan dat beter dan Hij. Er mag verwachting zijn, als Jezus het Woord van Zijn Vader laat uitleggen. Natuurlijk, predikanten zijn mensjes uit het stof verrezen, maar vlak alsjeblieft de Heilige Geest niet uit! Er mag verwachting zijn, waar Jezus de Gastheer is. De dienst is niet van de kerkenraad of de gemeente of een of andere welkomstcommissie. Alsjeblieft niet! De dienst is des HEEREN. Niet alleen ván Hem maar eveneens vóór Hem! Deze mensen zetten ons op dit moment tot nadenken: hoe gá ik naar de kerk, hoe zít ik in de kerk en hoe groot is mijn verwachting van Jezus' uitleg?
Een tijdje geleden zei een kandidaat dat hij wel wilde dat in alle preekstoelen een bordje hing met daarop de tekst: "Wij wilden Jezus wel zien"; de woorden die de Grieken tegen Filippus zeiden. De prediker moet zich uiterst bewust zijn van zijn Zender en hoe/dat hij Hem uitstalt. En dat hij de mensen bij Jezus brengt die begerig zijn Hem te zien, alsmede mensen bij Jezus brengt die helemaal niet zo op Jezus zaten te wachten, maar meer op een 'zuivere' en 'bevindelijke' preek met enkel de juiste klanken en termen. Hij mag wegvallen, maar Jezus moet centraal staan: Christocentrische prediking. Uiterst noodzakelijk in onze tijd!

woensdag 2 november 2016

Hoe gaat het met de dominee?

"En Jezus keerde weder door de kracht des Geestes naar Galiléa; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land. En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen."
Lukas 4 : 14-15

Spurgeon was ook een geprezen en bekritiseerd redenaar; soms zaten er duizenden onder zijn gehoor.


Daarnet las mijn vrouw uit de kinderbijbel het verhaal over Naäman die melaats was en bij Elisa kwam om genezen te worden. Het is in korte tijd al de derde keer dat dit verhaal wordt gelezen in huis. Ik blijf het een fascinerende geschiedenis vinden met veel lessen. Dit bracht me bij Jezus' woorden over hem in Lukas 4. Bij dit begin van Jezus' optreden wil ik de komende tijd stilstaan.

Er is nog een reden dat ik het hierover wil hebben, juist naar aanleiding van de tekst van vandaag. Op CIP stonden twee artikelen over het leven van de predikant. Het eerste is een artikel met de titel 'Hoe gaat het met de dominee', dat aandacht vraagt voor de overbelasting en overwaardering van de predikant. Het tweede artikel was als het ware een illustratie hierbij, een interview met onze 'eigen' (lees oud-)predikant, ds. W.J.C. van Blijderveen. Welke verwachtingen worden er aan een prediker gesteld? En waar zijn die verwachtingen op gestoeld? In Jezus’ geval kijken we in een peilloosdiepe krater van het listige mensenhart: de tomeloze zoektocht naar een God, omdat men God Zelf kwijt is.

De geruchtmakende prediker

Jezus keert terug, door de kracht van de Heilige Geest. Als je het voorgaande leest, weet je dat hij kort daarvoor door de satan werd verzocht in de woestijn. En dat aangrijpende gedeelte eindigt met spanningsvolle woorden: "En als de duivel alle verzoeking voleindigd had, week hij van Hem voor een tijd." Denk niet dat hij zijn Prooi loslaat! Verleiding 2.2 zet in bij het volgende vers: de mensen worden als willoze kuddedieren door het gerucht van Jezus aangetrokken. Willoos. Misschien denk je dat ik negatief over Jezus wil gaan worden of dat ik gelovigen altijd in het porceleinkastje van de kritiek wil stellen. Maar dat is allerminst zo. Ik lees deze verzen, net als jij, met in mijn achterhoofd hoe het allemaal gaat aflopen. Dan is dat enthousiasme voor die Jezus van Nazareth toch weinig minder dan euforie of hang naar sensatie? Zo worden predikanten en vooral kandidaten nog steeds bekeken: men wil die of die ook weleens horen. Soms omdat het een familielid is of een zoon van een neef van een goede bekende van een buurman… Maar soms ook omdat zijn gerucht hem al vooruit ging. En dat is niet ongevaarlijk! Sensatie is in kerkelijk Nederland een grote valkuil. Zowel onder refo's als onder evangelischen. Je merkt dat die uitersten elkaar vaak raken!

De geprezen prediker

Maar laat ik nog even terughoudend zijn met kritiek. Want ik heb nog niet vastgesteld wát het gerucht precies inhield, waarop men is afgekomen. Dat laat ik even rusten. Ik wil vanuit de tekst duidelijk laten zien dat de mensen niet alleen een gerucht hoorden, maar ook kwámen. Juist dat aspect zal Jezus Zelf fors onder kritiek zetten, wanneer Hij tegenover die quasi-geïnteresseerden die weduwe uit Zarfat en Naäman de Syriër zet. In Lukas 11 en Mattheüs 12 haalt Hij er zelfs de Koningin van Scheba bij alsmede Ninevieten uit Jona's tijd. Waarom? Wel Hij zal in de komende verzen de beoordeling van de mensen op de proef gaan stellen. Hun beoordeling lezen we aan het einde van de tekst: "en werd van allen geprezen"! Als je een veelgeprezen prediker of publicist bent kun je eigenlijk alleen nog maar 'vallen' en 'afgaan'. De roem van mensen is net als hun leven: een damp. En… als je mensen aan je wilt binden, door jouw manier van preken of publiceren, dan zul je vroeg of laat bedrogen uitkomen. Ook een prediker heeft weleens zijn dag niet. Hij is ook maar een mens. Het gaat daarom niet om hem, maar om zijn Zender.

De listige luisteraar

Het staat er argeloos: Jezus leerde in hun synagogen. Misschien niet persé met die bedoeling, maar mijn oog viel er wel op. Ik moet denken aan Saul die het vertikte om Agag te doden en met een grote buit terugkwam, terwijl Gods bevel geheel anders was. Samuël leverde kritiek op hem en maakte hem duidelijk dat God hem had verworpen. Let eens op wat Saul dan zegt tegen Samuël: "Bidt tot uw God". God was niet Sauls God blijkbaar!
Hier is het precies andersom: die godsdienstige centra waar God centraal zou moeten staan, waren verworden tot dogmatische lippendienst van de bovenste plank. Veel kritiek op uiterlijkheden, veel verwrongen theologisch gebazel over God, maar… het bleken 'hún' synagogen. Het lijkt wel alsof God hier Zijn handen aftrekt van dergelijke godsdienst.
En juist daar komt Jezus! Hij gaat preken, hoewel Hij weet wie zijn luisteraars zijn! Hij komt niet op beroep, maar doet een beroep op Zijn toehoorders. En Hij maakt het hen bepaald niet gemakkelijk om eerlijk onbekeerd te blijven. Van dik hout zaagt met planken, zo zullen we zien. En dan zal blijken hoe listig deze luisteraars zijn. Want vergeet niet: Jezus komt hier (naast het feit dat Hijzelf God is) geleid door de Heilige Geest! Tot slot de hand in eigen boezem: hoe luister jij naar de verkonding van Gods Woord?

zaterdag 30 mei 2015

Mag een mens wel evangeliseren?

"En zij, uitgegaan zijnde, predikten overal, en de Heere wrocht mede, en bevestigde het Woord door tekenen, die daarop volgden. Amen."
Markus 16 : 20


Het is opmerkelijk hoeveel haast Markus heeft aan het einde van zijn evangelie. Na slechts kort hemelvaart te hebben genoemd, zou je een korte memoratie van Pinksteren verwachten. Juist als je bedenkt dat Petrus zijn zegsman was. Was het niet Petrus die zo'n daverende preek op die eerste Pinksterdag hield? Markus zwijgt erover. Blijkbaar vindt hij het laatste vers belangrijker dan de historische volgorde precies te noemen.

Gehoorzaam

Wat God beloofd dat doet Hij altijd. Dat is waar, maar in onze dagen gaan er teveel mensen automatisch vanuit. Dat is de ene kant in kerkelijk Nederland. De andere kant, evenzeer naast de Koninklijke weg, is dat we eerst willen zien dat God wel doet wat Hij belooft, omdat we onze onwaardigheid toch vooral als wisselgeld willen inbrengen.
Ik lees van beide dwaalwegen niets bij de discipelen, dus laten we hun spoor maar gewoon volgen. Dat is de meest beproefde en zegenrijke weg. Ze kregen een belofte van de Heere Jezus, vlak voordat Hij ten hemel zou varen.
"Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. En degenen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken. Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden."
Wat veel mensen in onze dagen van 'hype and happening' uit het oog verliezen dat bijzaken doelen op zich worden. Zoals je aan de andere kant van opnieuw diezelfde Koninklijke weg ziet dat zaken als 'zondenkennis' en 'inleving van verlorenheid' doelen in zichzelf worden. Mensen proberen op een indoctrinerende wijze anderen te dwingen bijzaken tot hoofdzaken te verheffen. Het geloof wordt bijzaak. De happening van zowel zondaar-zijn als spiritueel-christen lijken meer aan te spreken. Wat wil je ook in een tijd waarin religie onder druk staat en aanwijsbare en tastbare ervaringen er toe doen.
We gaan voorbij aan het gebod om te geloven (of we dat nu wel of niet denken te kunnen). God vraagt niet van ons of wij aan kunnen geven wat er in ons vermogen ligt, maar Hij vraagt van ons Hem onvoorwaardelijk te geloven en te volgen. Dat volgen krijgt in ons tekst hoofdstuk vorm in de woorden van Christus: "Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen." Er zijn zielen te winnen, die dreigen verloren te gaan. Waar haal je de tijd vandaan om te gaan zitten wroeten in jezelf of het wel aan de juiste criteria van een of ander half-geïnterpreteerde oud-vader of overgeestelijke secteleider voldoet? Ga… Predik… Aan iedereen… En Ik zal zorgen dat je de tools krijgt om dit te doen en vol te houden. Of… heb je niets te vertellen aan de wereld? Is alles met vraagtekens in je eigen leven omvangen? Ja, dan snap ik dat je niet veel beter kunt bedenken dan eigenzinnige theologie of eigenzinnige spiritualiteit te plegen. Maar weet dat de satan zich erom krom lacht! Want je laat het bevel van Christus als het ene talent ongebruikt in je kleffe zweetdoek in de aarde liggen tot de Jongste Dag! Wordt wakker, want je hebt de boodschap gemist.

Geholpen

Nou, de discipelen zijn na de Pinksterdag volgeschonken door de Heilige Geest en ja toen ging het vanzelf. Ze behoefde niet te studeren want de Geest geeft het zomaar vanzelf. En ja, als de Heilige Geest niet die speciale inwerking in je leven bepaalt, dan kun je ook niets doen. De discipelen waren dus dankzij Pinksteren super-spirituele wezens geworden. O ja? Ik lees het nergens. Ik hoor Petrus geen tongentaal spreken. Ik hoor hem niet uitzinnige dingen verkondigen. Hij is bepaald kort door de bocht door de samengestroomde mensen om hun oren te slaan met de woorden: "Jullie hebben Jezus gekruisigd!" Petrus! Ben jij wel zoveel beter, met je drie verloocheningen? Zeker niet, maar dit is wat er gebeurt; daar begint Petrus niet mee. Hij gehoorzaamt echter aan Christus bevel om te gaan preken en dan gebeurt wat we vandaag lezen: "En de HEERE wrocht mede…" God kwam erin mee. De prediker heeft morgen misschien wel alles op papier staan, maar als de HEERE meekomt in de preek, dan gebeuren er wonderen. Johannes mocht de stem, de mond, van de Roepende in de woestijn van deze wereld zijn. Petrus mocht de stem, de mond, van de roepende ten hemelgevaren Christus zijn. En de predikant van morgen zal dat hopelijk eveneens zijn.
De predikers, de evangelisten en zendelingen behoeven dat niet in eigen kracht te doen. Maar ze moeten wel werk van dit werk maken. Ze moeten zich goed voorbereiden. Ze moeten thuis zijn in het Woord en ze moeten van zichzelf afwijzen. God gebruikt het. Hij werkt mee. Het woord 'wrocht mede' betekent ook 'ondersteunde' en het betekent 'samenwerken'. Het is 'kracht aanwenden met iemand en zodoende helpen". De prediker helpt God? Ja en nee. Niet omdat God onvermogend is, maar omdat Hij in Zijn macht en majesteit heeft bedacht dat Hij mensen wil bekeren door de dwaasheid der prediking. Dat hulpmiddel wil God gebruiken en Hij is er niet te heilig voor! Al eens zo naar de preek geluisterd?
Maar… datzelfde geldt voor jouw en mijn getuigenis in deze wereld. Op die plekken waar geen predikant komt, maar jij wel! Wees voorbereid. Weest thuis in Gods Woord. Lijd een biddend leven en mediteer door de hele dag. Leef dicht bij de HEERE. Want het kan zomaar zijn dat je op het alleronverwachts tot getuigenis wordt geroepen door de collega's, klasgenoten, buren of passanten in dit leven. Wees niet bezorgd over wat je op die dag moet gaan spreken. Dat betekent niet: bereid je vooral niet voor! Maar dat betekent dat je woorden in je mond krijgt die, als je ze vooral zou opschrijven, geheel anders zullen zijn. Ervaar het maar.

Gezegend

Om dat aan zowel de prediker/getuige als aan de toehoorder duidelijk te maken geeft Christus aan dat de Heilige Geest tekenen gaat vertonen om dat te bevestigen. Illustraties bij het Woord, zoals de tekenen bij de sacramenten heenwijzen naar iets hogers. Plaatjes in een leesboek zijn geen doel op zich. Het zijn hulpmiddelen voor hen die er zich moeilijk iets bij kunnen voorstellen. Soms is er een stripboek voor nodig. Soms slechts een titelplaat. Maar het gaat om de boodschap. Die moet landen.
De HEERE bevestigt door tekenen het Woord. Bevestigt betekent 'stevig maken' of 'versterken'. Hoor je daarin ook de lijn die er in de sacramenten van Doop en Avondmaal zitten?
Dat is een gezegend werk. Gods werk keert nooit ledig weer. Wij kunnen ons daarover wel eens vragen stellen. En het is niet onbelangrijk hoe wij spreken. We mogen best kritisch naar onszelf zijn: heb ik het wel duidelijk en eerlijk gezegd? Maar sla niet door. Je moet spreken alsof het van jou afhangt, en tegelijk moet je beseffen dat het totaal niet van jou afhangt, want de Geest werkt erin mee. De Geest zal in de raderen zijn (Ezechiël 1) en als de Geest daarin is dan zullen die raderen in beweging komen. Dan zal, als het ware, elk vastgeroeste uurwerk dat in de harten der mensen zit, gesmeerd gaan lopen. Dan breken de harten, net als op de eerste Pinksterdag: "Mannenbroeders, wat moeten wij doen?" Er is er niet een die vraag: "Is het wel voor mij?" of "Mag ik wel aannemen dat dit woord voor mij is?" of "Is het nu een uitwendige of een inwendige roeping?"
Wat een geestelijke kwakzalverij is er waar we overgeestelijk en spiritueel worden en het Woord niet meer laten spreken. Waar we zelf voor de te openen deur gaan liggen en met ons geredeneer zorgen dat geen hart zich zal openen. Maak jij je daar ook schuldig aan? Of maken mensen in jouw omgeving zich daar schuldig aan? Doe er nooit aan mee. Wijs mensen op hun ongehoorzaamheid aan Christus' bevel, maar laat je nooit beïnvloeden en verhinderen te spreken van de grote werken Gods!
Zie je dat Pinksteren tussen de regels door toch door Markus wordt genoemd. Pinksteren is geen doel op zich, maar één groot zendingsbevel: Predik het Woord, houd aan, tijdig en ontijdig!

dinsdag 21 april 2015

Performance en prediken

"En zij, haastelijk uitgegaan zijnde, vloden van het graf, en beving en ontzetting had haar bevangen; en zij zeiden niemand iets; want zij waren bevreesd."
Markus 16 : 8

Toen Jezus werd geboren, verkondigden miljoenen engelen dit heugelijke feit. Zij spraken de herders aan en wezen hen de weg naar de stal in Bethlehem. En toen de herders in de stal waren geweest en gezien hadden wat God had gedaan, maakten zij 'alom bekend' wat er was gebeurd, wat de engel had gezegd en ze vertelden het aan iedereen die het maar horen wilde. Hoe tegengesteld is dat bij Christus' opstanding! Heeft de evangelische preek van de engel dan geen effect?

Hals over kop gevlucht

Gisteren vroeg ik mij nog af waarom de discipelen – na de ontvangen blijde boodschap van Christus' opstanding – nog steeds in Jeruzalem waren. Je kunt natuurlijk zeggen dat het zondag was en reizen dus niet was toegestaan, maar toen was de sabbat nog de rustdag, dus dat kan het niet zijn geweest. Luisteren we nog even naar wat de Emmaüsgangers vertelden tegen Jezus, met Wie zij opwandelden: "Maar ook sommige vrouwen uit ons hebben ons ontsteld, die vroeg in den morgenstond aan het graf geweest zijn; en Zijn lichaam niet vindende, kwamen zij en zeiden, dat zij ook een gezicht van engelen gezien hadden, die zeggen, dat Hij leeft." Over de vrouwen vertellen de Emmaüsgangers dat zij de discipelkring met hun boodschap 'ontstelden'. Ze raakten er door in verwarring. Bij ons leeft het beeld dat de Emmaüsgangers vast zaten in hun ongelovigheid doordat ze gewoonweg slecht luisterden naar de boodschap van de vrouwen; en de vrouwen zien we voor ons als blij en jubelend, een beetje verdrietig over het hardnekkig ongeloof van de mannen. Ik wil dat beeld niet helemaal omhalen, maar misschien is het goed toch even te kijken naar de presentatie van de vrouwen: die maakte niet dat de omstanders het snel gingen geloven.
We zien ze in onze tekst gaan, de prille evangelisten: bevend, vol ontzetting die hen zelfs 'bevangen' (in haar greep) had. Er staat voor 'bevangen hebben' een woord dat wij kennen: echo. Als het ware resoneerde, echode, de angst door heel hun voordracht. Niet direct een overtuigende performance, zou je zeggen. Daarnaast hadden ze tegen dat ze vrouwen waren; verwarde vrouwen die iets vertelden over een 'gezicht van engelen'. Het geheel komt ons toch wat verward over. Maar… zo ver was het nog niet direct; eerst moesten ze de weg nog afleggen van het graf naar de discipelen. We maken in de tekst dus even een stap terug in de tijd.

Niemand iets verteld

In onze tekst staat dat ze niemand iets zeiden, want ze waren bevreesd. Wat is dat nou? Ze worden door de engelen verwelkomd in het meest blijdschapgevende graf uit de geschiedenis: het lege graf van Jezus. Er wordt hen verteld dat hun geliefde Jezus leeft en dat Hij in Galilea op hen wacht om hen daar te verwelkomen. Wat een nieuws, wereldnieuws, nietwaar? Met zo'n boodschap op pad worden gestuurd, daar moet je toch wel van getuigen? Dat moet naar buiten barsten, niet?
Niets van dat al, in de dagtekst. Wat wordt er bedoeld? De Kanttekeningen verklaren ons iets over dat 'tegen niemand iets zeggen' van de vrouwen: "Namelijk (niets zeggen tegen) degenen, die hen ontmoeten, totdat zij tot de discipelen kwamen, aan wie zij het (wél) geboodschapt hebben, zie ook Mark. 16:10 en Luk. 24:9."
We zien ze gaan, als een pijl uit de bood; doordat ze waren aangedreven door de pees van angst en verwarring. Opeens was hun toekomstbeeld in positieve zin 180° omgekeerd. Zich geen tijd gunnend om alles rustig te laten bezinken, zoals even later Johannes wel deed, speren ze met hun boodschap naar de discipelen.
De talloze tegenvragen van de discipelen konden ze onmogelijk beantwoorden. Ze wisten simpel weg niet hoe het kon, maar dat het waar was, stond voor hen wel vast. Wel terdege hebben ze hun boodschap overgebracht, maar de verwarring en niet goed overdachte werkelijkheid maakte hen het gedreven getuige zijn onmogelijk. Het is daarom goed om niet in een staat van verwarring te gaan evangeliseren. Dat neemt niet weg, dat je toch mensen kunt tegenkomen, die je staande houden en vragen stellen. De vrouwen renden door, wimpelde de vragen af en liepen door. Ik denk dat dat op dat moment toch het beste was. Want wat je in zo'n verwarde situatie zegt blijft wel haken bij anderen.
En als je moet spreken, spreek dan eerlijk je vragen uit, voor zover die iets toelichten over je eigen situatie, maar geef wel een duidelijk en eerlijke beeld van de HEERE door, ook al ben je zelf het zicht op Hem kwijt.
Zo zie je maar, niemand is onbruikbaar in het Koninkrijk van God. Maar soms ben je wel minder vruchtbaar en dienstbaar. Hoe nodig is het een stabiele geest in je te hebben en een vast en evenwichtig vertrouwen op God. De dagelijkse, standvastige omgang met de HEERE, juist in de moeilijke situaties van je leven, zijn onmisbaar.
En zie, tot slot, dat God die povere preekje van de vrouwen, gaandeweg de dag ondersteunt met getuigenissen van bijvoorbeeld Petrus en Johannes: De HEERE is waarlijk opgestaan en Hij is door de vrouwen gezien? Ja, maar Hij is ook door Simon gezien!