Posts tonen met het label synagoge. Alle posts tonen
Posts tonen met het label synagoge. Alle posts tonen

vrijdag 6 januari 2017

De preek slaat in als een bom

"En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht."
Lukas 4 : 32

De preek slaag in als een bom: mensen worden 'verslagen'; de engelsman noemt dat 'astonished': met verbazing geslagen!


Er worden wat een profielen opgesteld voor predikanten. Niet enkel nutteloze elementen en voorwaarden, waaraan zij moeten voldoen. Maar… hoeveel profielen kenmerken zich door dit: de predikant moet met macht spreken?

Direct dringt zich de vraag op: wat voor macht? Gezag? Afstand? Dominantie? Impressie? Expressie? Intrigerend? Interessant? Populair? Aansprekend? En denk vooral niet dat deze karaktertrek enkel voor God Zelf geldt. Wat dacht je van Johannes de Doper? Wat dacht je van Elia? Of Henoch? Hoe zou een predikant zich kunnen meten met deze groten? Ik zou haast zeggen, voor minder mag het niet. Immers, een predikant behoort toch 'geroepen' te zijn door God Zelf? Dan moet zijn prediking toch wel met macht zijn? En dat zal ook wat uitwerken.


Geraakt in een leerdienst

Dat woordje 'versloegen' trof me direct. Ik zet eerst wat vertalingen onder elkaar:
  1. StatenVertaling:  En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht.
  2. Herziene StatenVertaling: En zij stonden versteld van Zijn onderricht, want Zijn woord was met gezag.
  3. Lutherse Vertaling: En zij verwonderden zich over zijne leer, want zijn woord was met macht.
  4. Leidse Vertaling: en zij stonden versteld over zijn onderricht; want hij sprak met gezag.
  5. Nieuwe BijbelVertaling: En zij stonden versteld over zijn leer, want zijn woord was met gezag.
  6. Het Boek: Zij waren verbaasd over wat Hij hun leerde, want Hij sprak als iemand met gezag, die wist waarover Hij het had.
  7. King James: And they were astonished at his doctrine: for his word was with power.
Het merkwaardig is dat we bij het zoeken naar een vertalingen het karakter van het woord zijn kwijtgeraakt: door iets geslagen worden. Je hoort in de SV nog een beetje die klap terug. Verbazen is eigenlijk ook een softe vertaling; het is 'door verbazing getroffen'. Die bliksemschicht zou meer zichtbaar moeten zijn. 'Versteld staan' kun je ook bij een acrobatiek kunstje en 'verwonderen' kun je ook bij een mooi schilderij van Rembrandt. Maar 'getroffen' worden door iets, uit het veld geslagen worden, dát is wat er gebeurde in deze leerdienst van Jezus.
En ik zie dat terug bij de preken van Johannes, van Petrus op de eerste Pinksterdag, bij Elia op de Karmel en – om er niet meer te noemen – ook bij Nathan die voor David staat.

Geroerd door een gastpredikant

Al sinds mensenheugenis luisteren mensen in de kerk selectief. Een onkerkelijke op straat, die onvoorbereid iets hoort verkondigen, is ontvankelijker dan de doorsnee kerkmens die onderuitgezakt de preek kritisch analyseert. Hij of zij in de kerk heeft namelijk een matrix over het oor liggen. Is gespitst op bepaalde klanken, woorden, termen en houdingen van de predikant. Althans, dat risicio is enorm groot! Die matrix kan zowel negatief als positief getint zijn. Een goede predikant moet:
  • preken over Gods liefde
  • een mens zijn ziel verklaren
  • het Evangelie brengen
  • de doemwaardigheid van een ziel aanwijzen
  • een mens in extase weten te brengen
  • christocentrisch preken
  • de wet prediken
  • zijn preek in een climax opbouwen
  • iets nieuws weten te brengen
  • mij dichterbij God de Vader brengen
  • duidelijk praten
  • laten horen hoe Gods volk leeft, denkt en doet
  • bevinding etaleren
  • puriteinen citeren
  • de jeugd aanspreken
  • laten zien waar je allemaal over moet worstelen
  • mij bekeren
  • veel oudvaders citeren
  • Calvijns lijn aanhouden
  • de onmogelijkheid van de mens laten zien
  • het goede boodschappen
  • Lloyd Jones, Spurgeon, Lewis, Piper of Keller citeren
  • verlossing voorstellen
  • Christus uitstallen
Als een of meer van die 'voorwaarden' aan de orde zijn geweest dan kan de beoordeling gaan starten en valt het kwartje naar de goede of de verkeerde kant. De prediker moet het schaap met zeven poten zijn; zijn preek moet onmogelijk veilig en volledig zijn, zodat álles klopt (maar tegelijk is alle leven eruit). Daarentegen zijn er ook die vinden dat preken juist de dogmatiek uit zijn verband rukken is. Maar al dat soort houdingen maken een scheiding tussen het eigen hart en de prediking (lees liever: God Zelf).

Gereflecteerd aan de schriftgeleerden

Deze leerdienst van Jezus was geen veilige preek; geen 'precies passend systeem' van spitsvondig dogmatische hoogstandjes. Deze preek was een preek met macht. Een bliksemschicht daalde neer en trof de mensen. En bracht hen in opperste verwarring. Dit was anders dan ze gewend waren. Het bed werd opgeschud en alle systemen klopten opeens niet meer. Hoe zat dat dan met de wet? Hoe zat dat met de onwaardigheid van een mens? Hoe zat dat met de heiligheid des Heeren? Hoe zat dat dan met de Messias Die zou komen om Zijn Verbondsvolk te bevrijden?
Hoe zat dat met al mijn leesbrillen, waarmee ik altijd naar de Bijbel keek en probeerde te ontcijferen wat er stond? Ik dacht dat ik het wist?! Maar nu… De rabbi's hadden altijd gezegd … De oudvaders spraken toch altijd over … De Schriftgeleerden wezen toch altijd weer op…
Je hoort het de mensen in verwarring denken. In Markus 1 : 22 lezen we: "En zij versloegen zich over Zijn leer; want Hij leerde hen als macht hebbende, en niet als de schriftgeleerden." In Mattheüs 7, aan het einde van de Bergrede lezen we vanaf vers 28 eveneens: "En het is geschied als Jezus deze woorden geëindigd had, dat de scharen zich ontzetten over Zijn leer; want Hij leerde hen als macht hebbende, en niet als de schriftgeleerden."
En hier in de synagoge van Kapernaüm gebeurt precies hetzelfde. Ze ontzetten zich over het gezag van Jezus’ woorden. Het sinistere is dat dat 'spreken met macht' blijkbaar een contrast vormt met hoe de Schriftgeleerden altijd preekten! En ik denk dat dat ook de bedoeling van de evangelisten is geweest met deze woorden. Die Schriftgeleerden waren altijd maar aan het nabauwen geweest; hadden dingen geroepen, maar altijd in de vragende vorm, zich verschuilend achter God Die je toch nooit kon begrijpen. Bijbelstudie moest meer vragen oproepen dan voordat je begon. Er was een hele cultus ontstaan die verdacht veel leek op die van de onbekende God, die je maar beter kon tevredenstellen met je offers, dan die te vertoornen met foute vragen.
En ik denk dat er in onze dagen opnieuw zo'n cultus binnen de kerk is, gewijd aan de grote onbekende God van de Bijbel. In de eerste plaats aan de kant van de vrij- en lichtzinningheid waar God wordt gereduceerd tot tussen je oren. Maar dat zit aan de anderekant naadloos aan tegen die offervaardigheid en psychische zelfkastijding aan de rechterkant van het kerkelijk spectrum, waar we maar niet teveel vragen moeten stellen; wie kan immers God begrijpen? Laten we maar dom napraten. Je kunt beter met je eigen doemwaardigheid bezig zijn dan met het aanbod van genade; je mocht eens met een gestolen Jezus de bietenbrug op gaan!

Kerk van Nederland en predikers op alle(rlei) kansels: wát laten jullie zien en horen van Jezus' Vader? "Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft…" Een kind moet toch Zijn Vader (steeds beter) leren kennen?! Tegen Filippus zeiden de Grieken: "Wij wilden Jezus wel zien!" Tegen de prediker vandaag roepen we: "Ik wil mijn Vader zo graag zien!"
Ik lees geen woord over de inhoud van de preek in Kapernaüm, maar Jezus is er Zelf duidelijk over waar Zijn leerdiensten mee waren gevuld: Zijn Vader verheerlijken en uitschilderen in woorden die mensen konden begrijpen en bevatten. Hij sprak over de Vader, niet alleen omdat Hij de Zoon was (dat ook!), maar omdat Hij de Vader kénde uit eigen ondervinding.
En dáár zit de grote open zenuw in Kapernaüm en in grote delen van de kerk in onze dagen. Dát gaat een klap, een schok geven, wanneer een prediker door God gezonden en met de Heilige Geest overkleed spreekt. En ze zijn er Gode zij dank! Maar let op hoe ze worden bekritiseerd; als zouden ze geen twee wegen leren, te weinig in de mens wroeten en zijn doodstaat verklaren of wat voor jargon men daar ook op loslaat. Een schisma aanbrengend tussen buigen en bukken; ontdekt is nog niet verlost; maar wanneer is het dat dan wel? Eindeloze discussies, met name door mensen die het hoogste woord voeren over hun eerlijke onbekeerdheid.
De kanttekeningen vertellen bij Jezus' 'spreken met macht' dat het gaat om 'spreken met Goddelijke autoriteit en met een bijzondere beweeglijkheid en vrijmoedigheid'. Nou, laat de prediker zich daar vandaag eens aan spiegelen: ben ik zo HEERE? En laat de luisteraar daar om bidden en zichzelf daar eveneens aan spiegelen. Immers de kerkganger van zondag is de prediker van maandag op de werkvloer?

maandag 2 januari 2017

Een prekenserie in de diepte

"En Hij kwam af te Kapérnaüm, een stad van Galiléa, en leerde hen op de sabbatdagen."
Lukas 4 : 31

Capharnaum wordt nog altijd 'The town of Jesus' genoemd, omdat Hij er had gewoond; de dertig jaar in Nazareth vallen een beetje weg tegen de drie jaar in Kapernaum

Het is de tweede dag van het jaar onzes Heeren 2017. Kerst ligt al weer een dikke week achter ons. Kerst herinnert ons eraan dat God afkwam naar ons nederig zondaarsbestaan. O, hoe onpeilbaar diep is de vernedering voor Gods Zoon om de heerlijkheid van Zijn Vader achter Zich te laten! Hij achtte het geen roof, geen bezit waarop Hij recht meende te hebben. Hij legde het vrijwillig af. Om ons en om Zijn Vader!

De afdaling van Jezus, vanuit het hoger gelegen Nazareth, naar het stadje Kapernaum bij de zee trekt vandaag onze aandacht. Elke keer dat God neerdaalt gebeurt er wel iets aangrijpends. Maar misschien vandaag wel iets bijzonder moois, na dat afgrijselijke daarboven op die Berg van de Steilte!

Verder de diepte in…

Kapernaum is niet zomaar een plaats, toevalligerwijze gekozen om heen te vertrekken. De naam van die stad was nota bene door de stadsgenoten in Nazareth genoemd! Zij begeerden ook zulke tekenen, zoals daar in Kapernaum hadden plaatsgevonden. Wat een prediking dat Jezus na dat heftige voorval – die afgrijselijke verwerping van die voor het oog zo godsdienstige Nazarenen – juist naar die plek gaat, waar Hij reeds wonderen had gedaan.
Gaat Jezus hen nu de ogen uitsteken? Dat denk ik niet. Hij gaat in eerste instantie geen wonderen doen, maar preken. Daar in de diepte richt Hij Zich op de eigenlijke taak, die voorafgaat aan de vervulling van Zijn missie: Zijn lijden, sterven en opstanding. Hij verkondigt de gevangenen loslating en de verslagenen vrijheid. Dat moet je even proberen vast te houden tot over een paar verzen, als het gaat over die mens die een onreine geest had. Dan zullen er namelijk twee predikers tegenover elkaar staan en de spanning zal oplopen, welke prediker het sterkst is. Dan zullen de woorden van Jesaja, gelezen door Jezus in Nazareth, in vervulling gaan. Hij daalt hier niet alleen letterlijk af naar een diepte, aan de kust. Maar Jezus daalt ook af tot de diepte van het rijk van satan. Hij verliet een helse menigte in de stad van Zijn jeugd, maar ontmoet een helse geest in het stadje waar Hij drie jaar lang Zijn woning houdt. Totdat Hij Zich uiteindelijk waagt in het hol van de hellehond zelf en de gevangenis gevangen neemt!

…om meer verdieping te geven

Heb je dat ook weleens, dat je alles om je heen helemaal zat bent en even helemaal niets om je heen wilt. Even alleen, op de maan? De hei, of het bos mag natuurlijk ook. Maar… hoe lang houd je dat vol? Stel dat je op de maan zou zitten – ik heb me dat vaak ingebeeld vroeger, vanaf de maan kijkend naar de aarde die dan zo klein lijkt als de maan hiervandaan is – zou je je dan na verloop van tijd toch niet eenzaam gaan voelen? Zou de duisternis niet des te enger zijn, als je helemaal stik alleen zou zijn? Als er in de verste verte geen levende ziel zou zijn? Ik zou het niet vol kunnen houden.
Hoe weldadig moet het voor Jezus zijn geweest om na in Nazareth te zijn uitgespuwd, ontvangen te worden door mensen? Het lijkt wel of Hij de dienst die in Nazareth zo ruw werd onderbroken nog diezelfde sabbath voortzet in Kapernaum. En opnieuw neemt Hij het woord. Hij zoekt geen ontferming, maar biedt die door het Woord Zijner kracht. Hij ging doen wat Hij het liefste deed: mensen leren over Zijn Vader. Er staat in de tekst dat Hij 'hen' leerde; heel persoonlijk. Daar zou je toch bij hebben willen zijn, nietwaar?
Er staat zelfs dat Hij op de sabbatdagen (meervoud) leerde; een prekenserie in de diepte! Lijkt je dat geen schitterende gemeenteopbouw? Dat zullen me een leerdiensten zijn geweest?! Geen catechismuspreken van eindeloos dezelfde kadans omdat het zo moet… maar levende leerdiensten. Ik zeg niet dat er geen catechismuspreken moeten zijn, maar het gaat mij om de motivatie waarom je dat zo graag wilt. De Catechismus is allereerst een belijdenisgeschrift: een onder woorden brengen van wat je gelooft; dat kan dus nooit een volledige uitwerking van de gehele Schrift zijn, maar een leerstellige lijn op hoofdpunten. Als alle leerdiensten alleen maar uit catechismuspreken zouden bestaan, blijft er toch nog een hoop van de Schrift ongelezen; want dat andere was op het moment van schrijven van de Catechismus namelijk even niet aan de orde. Belijdenisgeschriften – hoe rijk ook – zijn maar momentopnamen. Van de Catechismus leer ik hoe fout de dwaling van Rome is, maar niet hoe funest de dwaling binnen sommige zich orthodox noemende reformatorische kringen is, vandaag de dag! Evenmin leer ik hoe ik moet omgaan met mijn islamitische buren; moet ik ze verketteren of moet ik ze in liefde tot Jezus lokken?
Hier moet een leerdienst toch om gaan: dat we zitten aan Jezus' voeten en hangen aan Jezus' lippen om Zijn Vader beter te leren kennen! En Jezus zegt Zelf dat een goede huismeester (lees: predikant) uit zijn (door God de Vader toevertrouwde) voorraad altijd weer 'nieuwe en oude schatten' behoort voort te brengen. In die volgorde…

zaterdag 17 december 2016

"Bergafwaarts met die haatprediker!"

En opstaande, wierpen zij Hem uit, buiten de stad, en leidden Hem op den top des bergs, op denwelken hun stad gebouwd was, om Hem van de steilte af te werpen.
Lukas 4 : 29

Een kijkje vanaf Mount Kedumim, 'Berg van de Afgrond', richting de Thabor. Hoogstwaarschijnlijk heeft men Jezus vanaf deze steilte willen werpen. Dit is echter niet een berg, waarop Nazareth is gebouwd, maar een berg die circa 2 kilometer ten zuiden van het huidige Nazareth ligt.

Toen Jezus tot 'het Zijne' kwam, hebben de Zijnen Hem niet aangenomen. Hoe vaak hebben ze Hem wel niet verdreven?! Hij werd al kort na Zijn geboorte verdreven uit Bethlehem, door een moorddadige Herodes. En later zouden ze Hem buiten de 'legerplaats', buiten Jeruzalem, doden op Golgotha. Ze spuwden Hem uit: "Weg met Hem". 

We vinden dat uiterst gemeen, van zowel het Verbondsvolk Israël als van de heidenen, toen. Maar… gebeurt dat nooit binnen onze kerkelijke kringen? Hoe 'populair' is Jezus Christus binnen de gereformeerde gezindten? Of is Hij misschien juist een bedreiging voor rechtzinnigen? Iets daarover hoorde ik in de column van Cor Verkade, die spreekt over 'verwarring in de maatschappij en verstarring in de gereformeerde gezindten'.

Bedreiging?

Is Jezus' spreken over en vanuit het Woord van Zijn Vader misschien voor onze gezindten een bedreiging? Zien we hem misschien ook liever gaan dan komen, omdat Hij zo anders (s)preekt dat wij in onze dogmatiek hebben versleuteld? Iets van dat bedreigende, dat werd ervaren bij Jezus' komst in Nazareth, las ik in het volgende fragment uit het boek 'De Zeloot' van Reza Aslan:
"De broers van ]ezus hebben een behoorlijk belangrijke rol gespeeld in de beweging die hij heeft gesticht. Zijn broer ]akobus werd de leider van de gemeenschap in ]eruzalem na ]ezus’ kruisdood. Misschien heeft het even geduurd voordat ]ezus’ familie zijn leer en uitzonderlijke claims heeft aanvaard. Maar het historische bewijs doet vermoeden dat ze uiteindelijk in hem en zijn missie zijn gaan geloven.
De buren van ]ezus waren echter een ander verhaal. Volgens het evangelie waren zijn dorpsgenoten uit Nazaret overstuur door de terugkeer van ’de zoon van Maria’. Hoewel een paar mensen goed over hem spraken en versteld stonden om zijn woorden, maakten de meeste zich zorgen over zijn aanwezigheid en zijn leer. ]ezus werd al snel een verschoppeling in de kleine gemeenschap. Het evangelie van Lucas beweert dat de inwoners van Nazaret hem uiteindelijk naar de rand van de berg dreven waarop hun dorp gebouwd was, om hem in de afgrond te storten (Lucas 4:14-30)."
Waar zat die omslag nu precies in de synagogedienst? Als je de geschiedenis bekijkt als een incident, snap je niet waarom men zo plots zo furieus reageert. Als je echter bovenstaand citaat een klein beetje serieus neemt, zou je dus kunnen stellen dat ze hem al eerder met een soort 'angst' bekeken. Misschien waren ze wel blij dat Hij na dertig jaar richting Jeruzalem vertrok. En nu is Hij opeens weer terug in Zijn vaderland. Nou, alles goed en wel, maar dan moet Hij zich wel vooral bezighouden met wonderen doen. Geen gezeur verder. Dat is allemaal maar bedreigend.

Bedrieging?

Vlak na dat bovenstaande fragment uit 'De Zeloot' stond de volgende passage (over de steilte waar vanaf ze Jezus wilden laten vallen:
"Het verhaal is verdacht: er is in Nazaret geen rots waar je iemand van af zou kunnen duwen, alleen maar een licht hellende heuvel. Maar het feit blijft dat ]ezus, in elk geval aanvankelijk, in Nazaret weinig volgelingen wist te winnen. ‘Geen enkele profeet [is] welkom in zijn vaderstad,’ zei hij voordat hij zijn geboorteplaats verliet en naar Kafarnaum vertrok, een nabijgelegen vissersdorp op de noordkust van het Meer van Galilea. Kafarnaum was voor ]ezus een ideale plek om zijn prediking te beginnen, aangezien het een perfecte afspiegeling bood van de rampzalige economische veranderingen die zich onder het bc\vind van Antipas in Galilea hadden voltrokken."
Daar hebben de kritici wel een punt. Of het moet zijn dat het oude Nazareth op een iets andere locatie heeft gelegen; maar volgens de bronnen wijkt dat niet zo veel af. Er is wel een berg, vlakbij Nazareth, waar zich een clif bevindt, waar je gemakkelijk iemand van zou kunnen te pletter gooien. Dit is de Mount Kedumim of de Berg van de Steilte (of Afgrond). De synagogebezoekers, nota bene Jezus' eigen dorpsgenoten, hebben hem dus meegesleurd, de stad uit, de Berg van de Afgrond op om Hem tot zwijgen te brengen. Had de satan Hem ook niet, kort daarvoor, meegenomen op een hoge berg? Had de satan Hem ook niet aangezet om tot springen over te gaan vanaf de tinnen des tempels? Nu wordt Hij tegen wil en dank als een bedrieger te pletter gegooid: "Laat Hem bergafwaarts gaan, deze Haatprediker!" Zou Hij om een legioen engelen bidden? We zullen het de volgende verzen zien.



Bedroeving!

Wat er ook is gebeurd… Jezus' woedde ontlaadde zich niet op zijn dorpsgenoten. Ze hebben daarentegen de Geest bedroefd en dat maakte dat Jezus later ook moest zeggen dat Hij geen tekenen kón doen, vanwege hun ongeloof.
Terug naar de kerk van vandaag. Moet Jezus ook nu niet weer zeggen dat Hij geen wonderen kan doen, vanwege het ongeloof? Wordt Christus wel gepredikt? Is Hij wel werkelijk het centrum van de prediking? Of is Hij eigenlijk een bedreiging voor de prediker en zijn luisteraars? Is Zijn aanwezigheid een ongewenste zaak? Nee, we slepen Hem niet de stad uit en de Berg der Afgrond op om Hem neer te werpen in de diepte. Maar hoe beschrijf je een toegemuurd evangelie? Ik denk aan die woorden die Cor Verkade sprak in zijn column, over zaken die mis zijn in onze gezindten. Wie het algemene aanbod van genade niet aanneemt, zal ook nooit het kindschap Gods ervaren. Zoals een echtpaar geen kinderen zal krijgen, wanneer het niet het bed deelt. Er is een eigen verantwoordelijkheid. En als we die verzaken, blussen we de Geest uit. Erger nog, we sluiten Hem buiten en verklaren Hem dood! Kijk jezelf er eens op na. En check je predikant eens, aanstaande zondag, of hij een prediker is van deze zeer blijde boodschap… of dat hij een dicteerapparaat is van een droog stuk theologie, dat een eigen leven is gaan leiden, buiten Christus en Zijn heerlijkheid!

vrijdag 16 december 2016

Eén tegen allen, alleen tegen Eén

"Er waren vele weduwen in Israël […] en tot geen van hen werd Elias gezonden, dan naar Sarepta Sidonis… En er waren vele melaatsen in Israël […] en geen van hen werd gereinigd, dan Naäman
En zij werden allen in de synagoge met toorn vervuld, als zij dit hoorden."
Lukas 4 : 25-28

Nadat Jezus groepen Joden tegenover enkelingen uit de heidenen heeft gezet, keert de gehele gemeente in de synagoge van Nazareth zich tegen Hem. Wat wilde Jezus daarmee duidelijk maken?


Soms vallen je woorden op in een serie teksten, die een merkwaardig contrast vormen. Zo ook die contrastwoorden in de afgelopen teksten en de tekst van vandaag (vers 28): 'vele weduwen' en 'vele melaatsen' contra 'de enkele weduwe in Sarepta' en 'de eenling Naäman de Syriër'. Uiteindelijk loopt het uit op de overtreffende trap van 'allen in de synagoge' contra 'de Ene'. 

"Met z'n allen tegen één is gemeen". Dat werd vroeger op school vaak gezegd. "Durf je wel tegen zo'n kleintje?" Wie echter zo kijkt naar het tekstgedeelte van vandaag, denkt te klein van Jezus. Dat zal aanstonds in de komende teksten wel blijken! Veel mensen denken zo 'te klein' van Jezus; omdat ze ook te klein denken van Zijn Vader! En daar zit iets schijnbaar zieligs in, maar daar zit ten diepste deze vijandschap achter!

Eén tegenover velen

Als er een groep in onze samenleving leeft in grote zorgen, bijvoorbeeld gehandicapten, en de regering zou deze groep passeren, maar wel een grote landelijke financiële actie op touw zetten om een gehandicapt meisje in Maleisië te helpen, dan zou dat enorm kwaad bloed zetten. We kunnen dat prima begrijpen. Precies zo beoordeelden de Joden dit 'voorbijgaan aan' in Jezus' voorbeelden.
Jezus plaatste Zich, zo zagen we, in de lijn van Elia en Elisa die beiden op onnavolgbare wijze Gods raad volvoerden en overal buiten schot bleven. Hun optreden leek tegelijk een straf over het volk. Hun passeren was een stil protest van God aan Zijn Verbondsvolk. Maar het leek weinig impact te hebben. Zelfs Achab verweet Elia dat hij die ellendeling was die ervoor had gezorgd dat het drieëneenhalf jaar droog was gebleven.
Ahazia liet een afgod raadplegen, maar Elia riep met vlijmscherpe stem: "Is er dan geen God in Israël dat jullie zo'n stuk afgod gaan raadplegen? Waar ben je helemaal mee bezig?" Hij haalde daarmee de wraak van Ahazia op zijn hals met alle gevolgen van dien.
En ook Elia had meer dan eens grote wonderen gedaan. Zelfs posthume deed zijn lichaam nog wonderen, toen er een man begraven moest worden en snel in het graf van Elisa werd gegooid; de aanraking van die beide lichamen bracht de nog niet begravene tot leven (2 Koningen 13).
Het Verbondsvolk had er niet erg van geprofiteerd. En juist dit accent, dat naar ik vermoed in de synagogen in Israël niet vaak aan de orde zal zijn gekomen, brengt Jezus voor het voetlicht.
Hij zet al die groepen die een wonder van ontferming 'nodig hadden' (of moet ik zeggen, die een wondertje begeerden), tegenover een enkeling die Gods wonderen wél ten deel viel. En in beide gevallen zelfs een heiden! Het was erger dan de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan; verachtelijker dan de gelijkenis van de verloren zonen.
En let eens op wanneer de ware aard van mensen aan het licht wordt gebracht; wanneer ze een dubbele agenda hanteren en zich op een onbewaakt ogenblik vergalopperen. Dan gaan ze óf in de slachtofferrol kruipen óf ze worden agressief.


Allen tegenover Eén

Dat laatste is het geval in ons tekstgedeelte. Hun eigen dubbele agenda komt akelig duidelijk aan het licht. Hun werkelijke motief ligt open en bloot ten aanschouwen voor iedereen. Ze wilden het wonder om het wonder, maar wilden de Wonderdoener niet. Een wonder van God brengt altijd God de lof toe; maar het wonder dat slechts wordt geconsumeerd, brengt de stank van egocentrisch denken boven.
Zo heb je mensen die op een bekering wachten… precies volgens het boekje. Maar waarom? Om er naar anderen over te kunnen zeggen: kijk dit is écht. Het gaat niet om een werkelijk wonder, maar om een kunstje waardoor je erbij hoort en kunt meepraten. Er is geen werkelijk wegcijferen ten behoeve van het heil van anderen. Er is geen werkelijke Godsverheerlijking. God komt er niet en komt er nooit door aan Zijn eer. Hoe vaak men ook het tegenovergestelde beweert.
En kijk maar hoe deze mensen reageren: ze worden agressief! Schijnvroomheid eist zelfhandhaving. Het is een verslaving waar je maar zeer moeilijk van af komt. Zelfrechtvaardigmaking heet het harnas waarin men zich manouvreert. En dat gaat over lijken! Kijk maar in deze geschiedenis. Zelfs God Zelf moet er aan geloven! Dat heeft niet iets zieligs over Jezus in zich, maar iets aangrijpends over de mensen die in actie komen!
Wees niet vervaard, want de HEERE zal voor je strijden. Wees ook niet bang, want hoe meer men woedt, hoe meer men die schijnheiligheid zelf illustreert. Heel dat schijnproces tegen Jezus is één grote illustratie van de dubbele agenda van de Joden in Nazareth. Wat zeg ik? Schijnproces? Het is direct een volksgericht! Het horen van dít vlijmscherpe en ontmaskerende onderwijs maakt hen ziedend: "allen in de synagoge [werden] met toorn vervuld" Je hoort er dezelfde reactie ontstaan als na de preek van Stefanus. Toen barsten hun harten en ze knarsten met de tanden van woede.


Een vóór Eén


Zeg eens… steekt het als God eerlijk tegen je wordt? Of verootmoedigt het. Ootmoedig worden als je in de spiegel van de wet kijkt, hoeft niet te betekenen dat je het onrecht dat gebeurt om je heen – in de gemeente misschien wel – dan maar niet aanwijst. Sta maar pal voor gerechtigheid en rechtvaardigheid. Eerlijk duurt het langst. Maar dat hoeft niet een conflict te betekenen met een lankmoedig, ootmoedig innerlijk. Johannes de Doper was ook een zondaar en wist van verootmoediging voor de HEERE. Maar als de zonde benoemd moest worden, ging de bijl erin!
Jezus heeft hier niets zieligs! Zijn ingehoude toorn en diepgekrenkte zondaarsliefde moeten ons vooral opvallen.
Zeg niet te snel: "Jaaa… zo zijn we allemaal. We willen Hem niet. Neeee, we willen niet dat Hij Koning over ons zij…" Dat klinkt wel vroom, maar jezelf in de grote groep opnemen is ook heel 'veilig'. Durf maar uit die groep te treden en zeg: "En tóch houd ik van Hem! Zo Eén is mijn Liefste, hoor je dat?! U weet dat ik U liefheb!" Doe niet mee aan de massapsychose dat we allemaal zondaars zijn. Dat is vroom vloeken. Wees in je binnenkamer voor de HEERE klein, maar spreek buiten groot over Hem. Durf in de kerk toch eerlijk te zeggen dat je van Hem houdt! Dan hoor je niet bij die 'allen in de synagoge' die met vrome toorn vervuld zijn over een 'gestolen Jezus' en een 'ingebeelde hemel'.

donderdag 8 december 2016

Primaire reacties op Jezus' preek

En zij gaven Hem allen getuigenis, en verwonderden zich over de aangename woorden die uit Zijn mond voortkwamen, en zeiden: "Is Deze niet de Zoon van Jozef?"
Lukas 4 : 22

"En allen, die Hem hoorden, ontzetten zich over Zijn verstand en antwoorden"; schilderij gemaakt door de mormoonse kunstschilder Grant Romney Clawson (1927-2016), die juli dit jaar overleed


Jezus had nog niet eens tekst en uitleg gegeven. In onze westerse optiek verwacht je helemaal nog geen reactie. Niet positief maar ook niet negatief. Waar wil Jezus heen? Hoe bedoelt Hij die woorden? Waar doelt Hij precies op. Er is niets zo vervelend als predikers die niet precies zeggen wat ze bedoelen. Maar… je moet ze wel even de tijd gunnen om dat te doen. Niet primair en niet direct reageren na de eerste de beste onduidelijkheid. Maar… je mag je terecht ergeren aan bedekte termen en omzichtige, veilige bewoordingen. Preken behoort in de geest van Johannes de Doper te zijn: in betoning van Geest en kracht!

Wie schetst onze verbazing, wanneer er al na 1 regel preek een gemompel ontstaat (of waren het slechts gedachten die Jezus doorzag?). Of… geven ook de luisteraars met hun lichaamshouding misschien een merkbare reactie op die eerste woorden? We weten het niet. En misschien is er dus nóg een aspect: wij kennen de aramese woorden niet en de joodse context. Wellicht had Jezus maar heel weinig woorden nodig om iets in beroering te brengen. Er zit iets ongrijpbaars in deze geschiedenis.

Getuigen

Er staat dat de mensen aan of over Jezus 'getuigenis gaven'. Wie? De oversten, de leidslieden of juist het gewone volk? En wat houden die woorden in? Ik denk dat het een zoemend geroezemoes was te midden van het gewone volk, maar dat leiders dat vuurtje opstookten. Je weet wat mensen soms kunnen doen, met een schuin oog kijkend naar in hun ogen gezaghebbende personen. Niettemin zullen er gewone mensen zijn geweest die elkaar verbaasd aankeken en wat tegen elkaar mompelden.
De kanttekeningen verwijzen naar Markus 6 : 2 waar staat (en ik neem even vers 1 ook erbij): "En Hij ging van daar weg, en kwam in Zijn vaderland, en Zijn discipelen volgden Hem. En als het sabbat geworden was, begon Hij in de synagoge te leren; en velen, die Hem hoorden, ontzetten zich, zeggende: Van waar komen Dezen deze dingen, en wat wijsheid is dit, die Hem gegeven is, dat ook zulke krachten door Zijn handen geschieden?" Het gewone volk dus. Te meer denk ik dat, omdat zij Jezus vergelijken met de gangbare rabbi's en schriftgeleerden. Wat Hij zei week af van wat ze sabbath na sabbath hoorden!
Dat heeft ons ook wat te zeggen vandaag de dag. Er is een stroming gaande die wil dat we meer joods gaan denken en spreken over de Schrift. We moeten meer denken als een Jood en redeneren als een Jood. Er zit wel wat in, maar… Jezus' exegese en prediking week dus juist af van wat die Joodse leiders leerden, vonden en predikten. Dus het is maar de vraag of het wel zo'n heilzaam spoor gaat worden om joodser te gaan doen en denken. Immers, hoewel zij het uitverkoren volk van God blijven, is hun blindheid voor de gekomen Messias cruciaal voor hun Schriftverstaan. Hoezeer zij ook dichterbij de bronnen staan dan wij, hoezeer zij autentieker denken zoals de aangesprokenen in de Thora dachten… er wringt iets in die hang naar verjoodsing. En ik waag het – ondanks mijn liefde voor het Joodse volk – toch te betwijfelen of Gód dit van ons gevraagt. Daarmee zeg ik zeker niet dat we alle joodse bronnen moeten dichtlaten!

Verwonderen

De reactie van de mensen in de synagoge van Nazareth is kenmerkend: ze verwonderen zich. En daar gaat straks een tegenreactie op komen, net als op de eerste Pinksterdag die woorden: "Ze zijn vol zoete wijn!" Ontkrachting is één van de sterkste wapens van satan binnen de kerk.
Merkwaardig is de tekstverwijzing die ik zie staan naar Jesaja 50 : 4, waar staat "De Heere HEERE heeft Mij een tong der geleerden gegeven, opdat Ik wete met den moede een woord ter rechter tijd te spreken; Hij wekt allen morgen, Hij wekt Mij het oor, dat Ik hore, gelijk die geleerd worden." Zullen mensen in de synagoge dit ook met elkaar hebben geassocieerd? Zou wel gaaf zijn! Dan daagde er wel iets van het besef: "Zou dit dan toch de Messias zijn?"
In Mattheüs 13 : 54 lees ik (eveneens een tekstverwijzing bij deze tekst): "En gekomen zijnde in Zijn vaderland, leerde Hij hen in hun synagoge, zodat zij zich ontzetten, en zeiden: Van waar komt Dezen die wijsheid en die krachten?" En dat was al niet de eerste keer dat mensen zich over Jezus’ wijsheid ontzetten! In Lukas 2 : 47 komen we de Barmitswa Jezus van Nazareth tegen in de tempel te Jeruzalem: "En allen, die Hem hoorden, ontzetten zich over Zijn verstand en antwoorden." Waarover zullen zij zich dan hebben ontzet, verbaasd, verwonderd en misschien wel verontrust? Immers, je komt die reactie vandaag de dag ook in orthodoxe kerken tegen, wanneer je vragen stelt over Bijbelgedeelten, waarop geen antwoord bestaat; simpelweg omdat niemand die vraag ooit nog heeft gesteld of heeft durven stellen. Ik bedoel niet de vragen die voortkomen uit een negatief kritische houding of uit ongeloof, maar uit de drang om uit een soort denk-keurslijf te komen. Er is zoveel automatisme, vanzelfsprekendheid en veiligheid in het kerkelijk denken dat je er soms doodmoe van wordt. Zo weinig inspanning om de Schrift te begrijpen en de HEERE dieper te kennen. Zo dodelijk veel clichéematige vroomheid, zonder werkelijk te weten wat men nu vindt, voelt, denkt en zegt.
Veel vragen zijn maar lastig en moeten lacherig of zuur worden genegeerd. Dat doet mensen, vooral ook jongeren, om zich heen kijken naar andere kerken. Ik keur zeker af dat jongeren hun heil zoeken bij vrije en evangelische groepen, want ze zullen daar ten diepste niet vinden wat ze zochten, hooguit een prettig gevoel. Maar ik snap het wel en het is schuld van allen die geen enkele poging doen om ze serieus te nemen. Mensen die verwonderd zijn – en dus vragen gaan stellen – zoeken naar sturing en leiding en niet naar veilige antwoorden, zonder pit.

Concluderen

En dan is daar opeens dat tegengeluid: "Is dat niet gewoon de zoon van Jozef en Maria?" Trouwens, zelfs de naam Maria, die waarschijnlijk inmiddels weduwe was, wordt niet eens genoemd. Hadden ze haar al lang afgeschreven als 'niet bij haar verstand met die wonderlijke Zoon van haar'? In Johannes 6 : 41-43 lezen we bij een latere gelegenheid: "De Joden dan murmureerden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het Brood, Dat uit den hemel nedergedaald is. En zij zeiden: Is deze niet Jezus, de Zoon van Jozef, Wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Deze dan: Ik ben uit den hemel nedergedaald? Jezus antwoordde dan, en zeide tot hen: Murmureert niet onder elkander." Daar zat dus het probleem!
Maar er is nóg een reden voor die tegenreactie. De mensen verwonderden zich over iets ín Jezus’ woorden: aangenaamheid; maar je zou het vanuit het grieks (ook vanuit het hebreeuws?) ook kunnen vertalen met 'de woorden der genade', aldus de Kanttekeningen. Wat maakte Jezus' woorden dus zo bijzonder: genade! De leraars der wet waren enkel bezig met wetticisme, om met nauwgezetheid God tot goedheid en gunst te bewegen. Maar Jezus spreekt woorden van genade. Dat is geen lievigheid, maar in de manier waarop Hij spreekt zit een natuurlijke autoriteit. En dat hebben de leiders ook feilloos door; direct! Dat beweegt hen om die woorden geniepig te ontkrachten met een ogenschijnlijk of orenschijnlijk "Hé, is dit niet de zoon van Jozef?" Ze wisten echt wel Wie Jezus was; die opmerking is dan ook geen verbazing in de trant van: "O, joh! Nou zie ik het! Het is die zoon van Jozef!" Maar: "Hier denkt er een de Schrift te kennen en meet zich een statuur aan die hem niet past! Hij is maar een zoon – en nog wel een buitenechtelijke – van Jozef!"
Met opzet wordt niet Maria maar Jozef genoemd. Juist zijn naam maakt Jezus geloofwaardigheid ongeloofwaardiger! En het is voor hen hét bewijs dat Jezus gewoon normaal geboren is uit een biologische baarmoeder en niet uit de transcedente hemel is gekomen!
Herken je zulke reacties? Je legt je vingers bij de een tekst waar iets onomstotelijks staat en je bent nog niet uitgesproken of er duiken direct mensen op je met 'Ja, maar…', of, erger nog, 'Je kunt wel horen dat je er niet geestelijk naar kunt kijken'. Wie stelt de vraag wat hún motief is? Wie vraagt zich openlijk af of tegenargumenten altijd gerechtvaardigd zijn, wanneer er een goed beeld van God wordt gegeven? Hoeveel oprechte denkers en zoekers worden afgeserveerd met ogenschijnlijk kloppend-dogmatische, maar liefdeloze, statements die een verder gesprek blokkeren? Is dat de setting waarin Gods één na laatste voorzegging in vervulling zal gaan dat de volheid (of moeten we zeggen de leegheid) der zich godsdienstig gedragende heidenen bereikt, zodat het heil tenslotte teruggaat naar het Joodse verbondsvolk en zij haar Messias – ondanks ons – gaat herkennen?

maandag 5 december 2016

De kortste preek

En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren vervuld.
Lukas 4 : 21

De profeet Jesaja schrijf over Christus' geboorte; schilderij gemaakt door Harry Anderson


De kortste preek ooit! Acht woorden maar. Maar wat een gevolgen. Jezus had nog helemaal geen vervelende dingen gezegd, zoals korte tijd later. Niets negatiefs over Zijn dorpsgenoten. Maar ontstellend is de reactie op deze woorden.

Voor dat we naar de reactie gaan kijken, staan we eerst stil bij deze korte preek. De woorden die Jezus daarna spreekt, zijn min of meer een antwoord op de reacties vanuit de synagoge. Het was niet strafbaar om Jesaja te lezen. Het was niet de doodstraf waardig, om hem te citeren en te exegetiseren. De Joden laten graag meer vragen over dan er in de preek antwoorden zijn gegeven. Echter… Jezus gaat antwoorden geven op de vragen die Jesaja opriep. Hij gaat invullen wat Jesaja voorzag of bedoelde. En dat viel verkeerd.

Beginnen met spreken

Zoals we in de vorige Bijbelstudie zagen, ging Jezus zitten toen Hij het Woord van Zijn Vader had gelezen en over ging tot het spreken van Zijn Eigen woorden. Niet minder goddelijk in Zijn geval, maar Hij paste zich qua lichaamshouding aan ons mensen aan.
Vandaag lezen we de woorden "Hij begon… te zeggen". Dat betekent natuurlijk heel letterlijk dat Hij een begin maakte met Zijn preek. Maar het draagt ook de lading in zich van 'de eerste zijn om iets te doen' of 'de voornaamste, de leider' zijn. Jezus neemt de leiding en spreekt door de zalving met de Heilige Geest, met macht. Het zijn woorden die een reactie van verwondering en ontzag zullen opwekken bij de toehoorders. Op een andere plaats concluderen de luisteraars verbaasd dat Hij zo anders spreekt dan de schriftgeleerden. Dat is veelzeggend. Ook hier.
Jezus spreekt maar niet algemeen wat gedachten uit die zo bij Hem komen bovendrijven. Hij spreekt met Goddelijk gezag en laat Zijn luisteraars op een nieuwe manier kijken en luisteren naar de oude profetieën. Profetiën die misschien wel helemaal uitgekauwd zijn. Veel rabbi's hebben er hun hoofd al over gebroken. Men is zich vooral gaan richten op de vragen die het gedeelte opriep; meer dan het gebed om licht en de Heilige Geest om te zien wat God concreet bedoelde te zeggen. Er waren er al heel wat die hadden gesproken over deze woorden; immers deze woorden kwamen elk jaar weer terug in dezelfde volgorde. maar nú begint er Eén te spreken! Gericht tot 'hén'. Niet over de hoofden heen; niet boven 'hun pet' maar ín hun hart! Zoals er nog nooit een heeft gesproken!


Eindigen met profeteren

Vervullen is een bijzonder begrip. Ik zou wel willen weten wat Jezus voor hebreeuws woord gebruikte. Ik vermoed dat we – wanneer we dat zouden weten – ook nog veel beter zouden begrijpen waarom Zijn luisteraars (met name de schriftgeleerden) zo furieus reageerden.
Net zoals toen Jezus zei: "Ik ben de Alfa en de Omega"; eigenlijk zei Hij: "Ik ben de Aleph en de Tav". Die letters kenden de Joden uit Genesis 1 : 1 (lees dit artikel): met die woorden (letters) maakte Hij Zich aan God gelijk. Sterker nog, met deze letters verkondigde Jezus: "Hier ben Ik, de Schepper van hemel en aarde").
Jezus spreekt in onze dagtekst over de profetie die is vervuld. Eindelijk is bewerkstelligt, tot stand gekomen, wat God eeuwen daarvoor beloofde. De luisteraars werden teruggeworpen op hun oren, niet op hun ogen. Aan Hem zágen ze nog niets, maar zij hóórden Hem zeggen dat deze profetie even zeker vervuld was, op dit moment, als dat zij het met hun oren hoorden!
Heden. Nu. Eigenlijk nog niet toen Jezus werd geboren. Toen duurde die profetie nog voort – al waren er op dat moment ook al profetiën in vervulling gegaan. Maar de woorden die Jezus nu voor hun oren citeert gaan in vervulling op dít moment.
Wat ze er van zagen? Ze waren er niet bij – hoogst waarschijnlijk – toen Jezus werd gedoopt en uit het water opkwam. Zij hadden de Geest niet zien neerdalen als een duif. Zij hadden Gods stem niet gehoord. Zij hoorden Hem slechts zeggen: "Heden is deze Schrift in uw oren vervuld."

Dat had toch iets moeten losmaken bij de luisteraars, niet? Als de profetie over de Messias 'begon' in te vulling te gaan, dan zouden er grote dingen gaan gebeuren voor het volk der Joden. Zoveel wisten ze er wel van. Er zou verheuging en verrukking moeten ontstaan. Maar hoe ontstellend anders is hun reactie! Herkenbaar? Misschien wel bij mensen om je heen in de kerk. Je hoort de HEERE roepen om het hart van die man of vrouw, dat meisje of die jongen vlakbij je in de kerk die maar niet kan geloven dat God ook hem of haar op het oog heeft. En je denkt: nu moet er wel wat gaan branden in dat hart! Wat een teleurstelling kan het dan zijn, als er niets lijkt te gebeuren!
En als dat jaar op jaar hetzelfde blijft, raak je er dan niet langzamerhand aan gewend? Wekken deze mensen misschien wel wrevel op omdat ze zelf kribbig reageren op jouw aanhoudend attenderen op woorden uit de preken? Je snapt het toch niet dat mensen zo koud kunnen blijven? Nou… houdt dat maar vast; dat moet je nooit gaan snappen ook! Het moet je nooit koud laten, dat het anderen wel koud laat. Het moet nooit 'gewoon' worden dat anderen jaar en dag in de kerk zitten, zonder dat er sprake is van bekering. Dat moet iets onverteerbaars blijven; en dat mag best gezegd worden!

zaterdag 3 december 2016

De spanning van de luisteraars

"En als Hij het boek toegedaan en den dienaar wedergegeven had, zat Hij neder; en de ogen van allen in de synagoge waren op Hem geslagen."
Lukas 4 : 20


Er zijn vrij weinig afbeeldingen waarop Jezus zittend is te zien terwijl Hij preekt; de meeste kunstenaars en cineasten beelden Hem staand achter een katheder of iets dergelijks af. Maar dat klopt niet; er staat toch echt dat Hij juist ging zitten!

Onze dominees staan op de preekstoel en gaan hooguit even zitten als er gezongen wordt. Soms lezen ze nog even de preek door; of ze kijken de gemeente rond om te zien wie ze voor zich hebben (vooral gastpredikanten zie je dat nog wel eens doen). Zitten tijdens de preek heb ik ooit één keer meegemaakt, toen een predikant vanwege een hernia op een hoge kruk zat. Wij kennen dat dan ook niet als traditie, maar de Bijbel legt er in onze tekst toch de vinger bij.

Als je goed in de Bijbel leest kom je dat vaker tegen. Jezus ging zitten tijdens de Bergrede, terwijl de meeste luisteraars stonden. Op bijeenkomsten, zoals bijvoorbeeld jongerenavonden, gaan de sprekers juist staan en zitten de luisteraars. Jezus gaat hier evenwel zitten en er wordt in onze tekst geen enkel woord gesproken. Daarom letten we op de lichaamstaal van zowel Jezus als de luisteraars.

Lichaamstaal 1: Jezus gaat zitten

Het blijft een ogenblik stil in de synagoge te Nazareth. Jezus is klaar met Bijbellezen en geeft de boekrol van Jesaja weer terug aan de overste van de synagoge. Vervolgens begint Hij niet direct te spreken, maar gaat eerst rustig zitten. Je zou er zo overheen lezen, maar dit vers vraagt – in het licht van de serie over de prediking in Lukas 4 – toch onze aandacht. In de verklaring van Dächsel las ik het volgende:

De Heere (Jezus) staat op om de Schrift te lezen en gaat zitten om haar uit te leggen. Dit is echt joods en gebeurt nog vandaag in de synagoge. Men staat, omdat men het Eigen Woord van God leest en men gaat zitten, omdat men eigen woorden spreekt. Het lezen van de Schrift in staande houding is een bewijs van eerbied voor de getuigenis van de Heilige Geest. Nu heeft God eerbied voor Zijn Eigen Woord en toont dit op allerlei manieren. Ook de Heere (Jezus), Die God is, toont het hier en overal. Maar zo volkomen mens en zo geheel Jood was Christus óók, dat Hij, ofschoon Hij de Heere was en Zijn woorden Gods woorden waren, nochtans bij de uitlegging van de Schrift gaat zitten. Hiermee wordt de schriftverklaring beneden de Schrift zelf gesteld.
Een prachtige verklaring van wat hier gebeurt. Eerbied! Zelfs Jezus – Gods Zoon – betrachtte eerbied voor het Woord van Zijn Vader. Zijn lichaamstaal is duidelijk en roept om navolging. Nee, wij hoeven dat niet na te doen in die zin dat wij dan ook moeten gaan staan als het Woord gelezen wordt. Maar wel dat wij tijdens de Schriftlezing misschien eens minder zouden meelezen en actiever zouden luisteren: "Sh'ma Israël, hóór Israël…" Eerbied. Terecht leerde ik bij Godsdienst op de Driestar dat niet de preek, maar de Schriftlezing hét centrum van de eredienst is.

Lichaamstaal 2: verkeerd luisteren

Niet alleen Jezus gebruikt lichaamstaal in dit vers. Ook de luisteraars doen dat: ze kijken naar Jezus, maar wel zo dat er een gespannen verwachting van hun gezichten afdruipt. De spanning is te snijden. In mijn jeugd preekte er af en toe een gastpredikant in Bergambacht die, als de collectezang was afgelopen, niet direct ging staan om de preek te beginnen, maar rustig bleef zitten. Nu ja, rustig. Zijn priemende ogen keken de gemeente rond en de een na de ander zag je óf gauw nog een snoepje in zijn of haar mond stoppen, óf de rol snel wegmoffelen in een zak of tas. De spanning was te snijden. Als er geen rol meer te zien was, begon de preek. En wie het halverwege de preek in zijn of haar hoofd haalde toch nog een snoepje te nemen – laat staan rond te delen – kon plots een onderbreking van de preek verwachten met woorden als: "Ja, laten we nog maar een snoepje nemen, zodat de aandacht wat kan verslappen." Zo'n predikant had al gauw een bijnaam en in ieder geval wist iedereen er wel wat van te zeggen.
Lichaamstaal 1 gelezen hebbend, verbaas je je eigenlijk enorm dat de gemeente in Nazareth pas nú de ogen op Jezus houdt. Dus nú pas hielden ze hun aandacht er bij om maar niets te missen, terwijl Jezus met Zijn lichaamstaal juist vroeg om tíjdens de Schriftlezing alle aandacht aan te wenden!
Zo heb je ook predikanten die ter introductie van de preek de tekst alvast lezen en dan zeggen: "Met Gods hulp en onder de inwachting van de Heilige Geest mag ik u het Woord hieruit bedienen." Wat mij verbaast is dat ze vrijwel direct van wal steken. De Geest doet er blijkbaar niet lang over om over te komen. Het is ook geen juiste, bijbelse, woordkeus. De Schriftlezing is al geweest; dáár sprak de HEERE door Zijn Woord en Geest. Daarna valt er niets meer te 'wachten' maar ís de Geest er. Het feit dat de prediker wel de punten van de preek weet, maar nog niet of de Geest is overgekomen geeft al te denken. Die Geest moet er al in zijn studeerkamer zijn geweest. De predikant wordt geroepen in de gehele dienst om Gods stem te zijn en de gemeente mee te nemen in de exegese en te laten horen en zien wat de Geest hem gaf te zien, te smaken en te beleven óf als last op zijn schouders legde.

Lichaamstaal 3: terechte verwachting

Maar ik wil niet in kritische noten eindigen. Want ik wil deze luisteraars in Nazareth toch positief neerzetten. Ze keken met verwachting uit naar wat Jezus zou gaan zeggen. Ik laat even liggen of hun motieven juist waren, maar ik noem ze vandaag 'onze goede voorbeelden'. Immers, Jezus gaat de tekst uit leggen. En niemand kan dat beter dan Hij. Er mag verwachting zijn, als Jezus het Woord van Zijn Vader laat uitleggen. Natuurlijk, predikanten zijn mensjes uit het stof verrezen, maar vlak alsjeblieft de Heilige Geest niet uit! Er mag verwachting zijn, waar Jezus de Gastheer is. De dienst is niet van de kerkenraad of de gemeente of een of andere welkomstcommissie. Alsjeblieft niet! De dienst is des HEEREN. Niet alleen ván Hem maar eveneens vóór Hem! Deze mensen zetten ons op dit moment tot nadenken: hoe gá ik naar de kerk, hoe zít ik in de kerk en hoe groot is mijn verwachting van Jezus' uitleg?
Een tijdje geleden zei een kandidaat dat hij wel wilde dat in alle preekstoelen een bordje hing met daarop de tekst: "Wij wilden Jezus wel zien"; de woorden die de Grieken tegen Filippus zeiden. De prediker moet zich uiterst bewust zijn van zijn Zender en hoe/dat hij Hem uitstalt. En dat hij de mensen bij Jezus brengt die begerig zijn Hem te zien, alsmede mensen bij Jezus brengt die helemaal niet zo op Jezus zaten te wachten, maar meer op een 'zuivere' en 'bevindelijke' preek met enkel de juiste klanken en termen. Hij mag wegvallen, maar Jezus moet centraal staan: Christocentrische prediking. Uiterst noodzakelijk in onze tijd!

maandag 14 november 2016

Jezus' tekstkeuze voor Zijn preek

"…en (Jezus) stond op om te lezen. En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja;
en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was:"
Lukas 4 : 16b-17

We staan vandaag stil bij Jezus' tekstkeuze in de rol van Jesaja

Hoe komen predikanten aan het tekstgedeelte waar zij hun preken over maken? Dat kan heel verschillend zijn. Soms nemen ze zich voor een serie preken te houden over een bepaald persoon of thema; al dan niet met een specifiek doel. Dan zoek je Bijbelgedeelten bij het onderwerp. Soms is er aanleiding om in bepaalde situaties of probleemgevallen Gods Woord op een bijzondere plaats te laten openvallen voor de gemeente, om te horen wat God tot de gemeente zegt over dat of dat onderwerp. Ik ga even voorbij aan het gebed en de afhankelijke houding aan God, die een specifieke plek in de tekstkeuze behoren te hebben. Vroeger had je predikers – en ze er nog wel; ze zijn vaak niet universitair geschoold – die pas op de kansel tot een tekstkeuze kwamen. Zij lieten de Bijbel willekeurig openvallen, lazen een heel hoofdstuk en kozen tijdens het lezen de tekst die voor hen begon 'op te lichten'. Het klinkt heel mysterieus – of hoe je dat ook wilt noemen – maar die fractie van een seconde bepaalde waar de dienst over ging. Je vraagt je dan wel af wat de functie van de te zingen psalmen in de dienst dan is/was; het zullen vaak cliché-psalmen zijn, vrees ik.

Dat klinkt allemaal wel heel religieus en mystiek, maar of dat de bedoeling is van Gods Woord betwijfel ik. Je moet de gemeente toch duidelijk bouwen en leiden. En als je dan al zo omgaat met je tekstkeuze, dan moet er ook een stuk pastoraat aan verbonden zijn, voor allen die dit niet kunnen volgen of er juist door in de knoop geraken. Ik meen dat dit niet verstandig is – vooral niet voor gastpredikers; zo maken we van de gemeente van God een soort sektarische karikatuur. Om maar te zwijgen van alle merkwaardige, soms zelfs cliché-matige, dwalingen die dan vanaf de kansel kunnen klinken!
Een goed voorbereide preek kan evenzeer harten treffen en de gemeente merkt heus wel of het Woord door de dienaar is heengegaan of dat hij slechts een formele mededeling van iets statisch – en zelfs iets doodigs – verkondigt. We leven in een tijd waarin toehoorders vaak vindingrijker en breder georiënteerd zijn dan de doorsnee predikant, omdat zij wel met twee benen in de maatschappij van deze tijd staan en de predikant het 'echte leven' helaas menigmaal enkel kent van de verhalen die gemeenteleden hem vertellen. Gemeenteleden worden overspoeld met prikkels, meningen en leerstellingen uit de politiek en het bedrijfsleven en over allerlei maatschappelijke zaken, die aan teveel predikanten voorbijgaat, omdat die zich daarvoor vaak afsluiten.

Liturgie

Het is vooraf misschien handig vast te stellen dat een joodse synagogedienst er heel anders uitzag dan onze reformatorische kerkdienst. Wij kennen een veel passiever liturgie. Er gaat niemand opstaan om het woord te nemen of te vragen. Men volgt gedwee de keuze van de te zingen psalmen. Men aanvaardt de lezing van het Bijbelgedeelte als een voldongen feit; evenals de tekstkeuze die de predikant maakt of heeft gemaakt. Hooguit vindt daar in de daaropvolgende dagen mail- of telefooncontact over. Men zingt en geeft geld in de collecte en dat is dan zo'n beetje de enige bezigheid – naast het gaan zitten en weer opstaan – van de kerkganger in de dienst. Verder is het luisteren; ook als er namens jou of voor jou wordt gebeden door de predikant.
De synagogedienst moet ons refo's tamelijk rommelig en wellicht zelfs onheilig overkomen. Er wordt daarentegen ook extreem heilige waarde gehecht aan zaken die bij ons heel 'gewoon' zijn. De boekrol wordt met een grote eerbiedigheid behandeld en men wil zelfs het papier niet aanraken; men gebruikt de bekende jat om de woorden aan te wijzen die men gaat lezen.
Als de Schriftlezing heeft plaatsgehad, wordt de rol weer opgeborgen en begint de 'preek'; eigenlijk de 'exegese'. Ik zou niet weten of er ook sprake is van 'toepassing' in de betekenis zoals wij die kennen. Jezus zal daar in ieder geval zometeen een bijzonder tintje aan geven; met alle gevolgen van dien.
Er is iemand die de boekrol 'aangeeft'. Wat voor iemand zou dat zijn? De overste van de synagoge? Hebben wij ook zo'n figuur? Wellicht de koster of de voorlezer? Maar wat mij bijzonder opvalt is dat die man aan Jezus niet de totale vrijheid laat om zelf een tekstgedeelte uit te kiezen. Hij beperkt Diens keuze tot 'De profetie van Jesaja'. Daaruit moet in deze dienst worden gepreekt. Is Jesaja dus aan de beurt? Was dat een algemeen geldende liturgie? Dat kennen wij in de wat oecumenischer ingestelde kerken ook, alsmede de Rooms Katholieke Kerk. Elke zondag heeft een naam en thema. En die vastgestelde liturgie trekt soms zelfs door in de gebeden die worden gedicteerd. In de kerkgeschiedenis van Engeland is het beruchte 'Book of Common Prayer' (met alle aversie daartegen) er een aardig voorbeeld van. Iemand als Koelman zette zich juist scherp af tegen alle vormen van 'voorgeprogrammeerde liturgie'; hij noemde formuliergebeden dan ook 'stilstaand water'.
Zelf ben ik ook altijd wat allergisch voor zulke vastgestelde liturgische lijnen. Dat beperkt ons ook in de confrontatie met de gehele Schrift. Elk jaar hetzelfde protocol? Nee, dat lijkt me bepaald ongezond. En wees eerlijk, het is heel verfrissend als een predikant eens een totaal onbekend Bijbelgedeelte openslaat. Als hij de gave heeft de gemeente mee te nemen in dit gedeelte, brengt hij ook een stuk enthousiasme voor het Woord over. Hoewel we voorzichtig moeten zijn met menselijk enthousiasme en op het gevoel in spelen, kan dit toch ook weer niet geheel ontbreken. Als een predikant fungeert als een soort pianola of draaiorgel en slechts zijn 'draaiboek' afwerkt, is hij keihard bezig de gemeente af te stompen en jongeren weerzin te doen ontwikkelen tegen de kerk(dienst). Dus een levende liturgie doet er wel degelijk toe. Prof. Immink heeft over de protestantse liturgie een mooi boek geschreven, met de titel 'Het Heilige gebeurt'.

Tekstkeuze

We lezen in de tekst dat Jezus opstond om te lezen. Een tekstverwijzing wordt gemaakt naar Nehemia 8 : 5-6 waar de wet van God weer aan het volk wordt voorgelezen en waarbij het volk staat en luistert; terwijl de uitleggers tussen het volk door liepen om alles uit te leggen. Vanaf een soort kansel klonk de verkondiging van Gods Woord en Wet.
Hoe dat in Jezus dagen precies was in de synagoge, weet ik niet, maar ik vermoed dat het volk daar wel zat en luisterde naar de lezing van de Schrift die staande werd gedaan; echter als Jezus gaat preken, gaat Hij weer zitten.
Het beeld dat ik hiervoor schetste – over een type charismatisch-mystieke voorgangers dat de Bijbel met een klap laat openvallen en dan lukraak ('geleid door de Geest') een tekst prikt – lijkt hier opeens door Jezus te worden uitgebeeld. Weliswaar heeft de schifting al plaatsgehad (de rol van Jesaja was vooraf uitgekozen), maar die Bijbelrol bestaat nog steeds uit een groot aantal chapiters. En denkend aan het boek van de profeet Jesaja, heb je denk ik levenslang stof genoegd. Abraham Hellenbroek schreef er een achttal dikke pillen over (de Evangelische Jesaja), dus menig predikant zou er ook prima vier jaar lang mee uit de voeten kunnen.
Echter, Jezus rolt het bijbelboek niet lukraak open. Er staat "als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats…". Blijkbaar zocht Hij heel bewust naar juist dát specifieke gedeelte dat over Hem ging. Dit hadden Zijn toehoorders niet zien aankomen, omdat zij iets anders lazen op die plaats; maar dat gaat Jezus veranderen! Sterker nog, Jezus gaat twee schriftgedeelten met elkaar in verband brengen en aan elkaar plakken, zo zal blijken. De Kanttekeningen merken hierbij op: "want sommige van deze woorden staan Jesaja 61:1 en sommige Jesaja 42:7".
Uiteraard is Jezus alwetend, want Hij is God! Het Woord dat hier wordt opengerold, kende Hij al vanuit de eeuwigheid. Hij en Zijn Vader hadden het er al over gehad, dat 'in de tijd' Jesaja dit zou gaan verkondigen. Jesaja ontving deze woorden en profeteerde deze als de mond van God op aarde. Maar de woorden waren bedacht in de hemel. En er is niets verborgen voor de Zoon, dat de Vader wel weet of van plan is. Wat moet dit voor Jezus in Zijn mensheid een enorme versterking zijn geweest, dat Zijn Vader Hem die woorden aanreikt! Want ik vermoed wel dat de overste van de synagoge Hem deze rol van Jesaja aanreikte, maar ten diepste is het Zijn hemelse Vader Die Hem deze rol aanreikt. God de Vader is – met eerbied – de 'Jat' Die Jezus de tekst aanwijst. Hij zocht wat Zijn Vader hem aanwees en… Hij vond de plaats die Zijn Vader bedoelde.
Wat Zijn Vader aanwees zullen we de komende keren bespreken, maar ik wens alle predikers toe dat ze zó gepassioneerd, betrokken en verwachtingsvol de Bijbel openen, biddend tot God om hen dát aan te wijzen wat Hij tot de gemeente te zeggen heeft. Ik denk dat dat heel Bijbels is. Maar ik ben er ook vast van overtuigd dat dit heel heilzaam en zegenrijk voor de gemeente is.