Posts tonen met het label gegeven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gegeven. Alle posts tonen

maandag 14 november 2016

Jezus' tekstkeuze voor Zijn preek

"…en (Jezus) stond op om te lezen. En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja;
en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was:"
Lukas 4 : 16b-17

We staan vandaag stil bij Jezus' tekstkeuze in de rol van Jesaja

Hoe komen predikanten aan het tekstgedeelte waar zij hun preken over maken? Dat kan heel verschillend zijn. Soms nemen ze zich voor een serie preken te houden over een bepaald persoon of thema; al dan niet met een specifiek doel. Dan zoek je Bijbelgedeelten bij het onderwerp. Soms is er aanleiding om in bepaalde situaties of probleemgevallen Gods Woord op een bijzondere plaats te laten openvallen voor de gemeente, om te horen wat God tot de gemeente zegt over dat of dat onderwerp. Ik ga even voorbij aan het gebed en de afhankelijke houding aan God, die een specifieke plek in de tekstkeuze behoren te hebben. Vroeger had je predikers – en ze er nog wel; ze zijn vaak niet universitair geschoold – die pas op de kansel tot een tekstkeuze kwamen. Zij lieten de Bijbel willekeurig openvallen, lazen een heel hoofdstuk en kozen tijdens het lezen de tekst die voor hen begon 'op te lichten'. Het klinkt heel mysterieus – of hoe je dat ook wilt noemen – maar die fractie van een seconde bepaalde waar de dienst over ging. Je vraagt je dan wel af wat de functie van de te zingen psalmen in de dienst dan is/was; het zullen vaak cliché-psalmen zijn, vrees ik.

Dat klinkt allemaal wel heel religieus en mystiek, maar of dat de bedoeling is van Gods Woord betwijfel ik. Je moet de gemeente toch duidelijk bouwen en leiden. En als je dan al zo omgaat met je tekstkeuze, dan moet er ook een stuk pastoraat aan verbonden zijn, voor allen die dit niet kunnen volgen of er juist door in de knoop geraken. Ik meen dat dit niet verstandig is – vooral niet voor gastpredikers; zo maken we van de gemeente van God een soort sektarische karikatuur. Om maar te zwijgen van alle merkwaardige, soms zelfs cliché-matige, dwalingen die dan vanaf de kansel kunnen klinken!
Een goed voorbereide preek kan evenzeer harten treffen en de gemeente merkt heus wel of het Woord door de dienaar is heengegaan of dat hij slechts een formele mededeling van iets statisch – en zelfs iets doodigs – verkondigt. We leven in een tijd waarin toehoorders vaak vindingrijker en breder georiënteerd zijn dan de doorsnee predikant, omdat zij wel met twee benen in de maatschappij van deze tijd staan en de predikant het 'echte leven' helaas menigmaal enkel kent van de verhalen die gemeenteleden hem vertellen. Gemeenteleden worden overspoeld met prikkels, meningen en leerstellingen uit de politiek en het bedrijfsleven en over allerlei maatschappelijke zaken, die aan teveel predikanten voorbijgaat, omdat die zich daarvoor vaak afsluiten.

Liturgie

Het is vooraf misschien handig vast te stellen dat een joodse synagogedienst er heel anders uitzag dan onze reformatorische kerkdienst. Wij kennen een veel passiever liturgie. Er gaat niemand opstaan om het woord te nemen of te vragen. Men volgt gedwee de keuze van de te zingen psalmen. Men aanvaardt de lezing van het Bijbelgedeelte als een voldongen feit; evenals de tekstkeuze die de predikant maakt of heeft gemaakt. Hooguit vindt daar in de daaropvolgende dagen mail- of telefooncontact over. Men zingt en geeft geld in de collecte en dat is dan zo'n beetje de enige bezigheid – naast het gaan zitten en weer opstaan – van de kerkganger in de dienst. Verder is het luisteren; ook als er namens jou of voor jou wordt gebeden door de predikant.
De synagogedienst moet ons refo's tamelijk rommelig en wellicht zelfs onheilig overkomen. Er wordt daarentegen ook extreem heilige waarde gehecht aan zaken die bij ons heel 'gewoon' zijn. De boekrol wordt met een grote eerbiedigheid behandeld en men wil zelfs het papier niet aanraken; men gebruikt de bekende jat om de woorden aan te wijzen die men gaat lezen.
Als de Schriftlezing heeft plaatsgehad, wordt de rol weer opgeborgen en begint de 'preek'; eigenlijk de 'exegese'. Ik zou niet weten of er ook sprake is van 'toepassing' in de betekenis zoals wij die kennen. Jezus zal daar in ieder geval zometeen een bijzonder tintje aan geven; met alle gevolgen van dien.
Er is iemand die de boekrol 'aangeeft'. Wat voor iemand zou dat zijn? De overste van de synagoge? Hebben wij ook zo'n figuur? Wellicht de koster of de voorlezer? Maar wat mij bijzonder opvalt is dat die man aan Jezus niet de totale vrijheid laat om zelf een tekstgedeelte uit te kiezen. Hij beperkt Diens keuze tot 'De profetie van Jesaja'. Daaruit moet in deze dienst worden gepreekt. Is Jesaja dus aan de beurt? Was dat een algemeen geldende liturgie? Dat kennen wij in de wat oecumenischer ingestelde kerken ook, alsmede de Rooms Katholieke Kerk. Elke zondag heeft een naam en thema. En die vastgestelde liturgie trekt soms zelfs door in de gebeden die worden gedicteerd. In de kerkgeschiedenis van Engeland is het beruchte 'Book of Common Prayer' (met alle aversie daartegen) er een aardig voorbeeld van. Iemand als Koelman zette zich juist scherp af tegen alle vormen van 'voorgeprogrammeerde liturgie'; hij noemde formuliergebeden dan ook 'stilstaand water'.
Zelf ben ik ook altijd wat allergisch voor zulke vastgestelde liturgische lijnen. Dat beperkt ons ook in de confrontatie met de gehele Schrift. Elk jaar hetzelfde protocol? Nee, dat lijkt me bepaald ongezond. En wees eerlijk, het is heel verfrissend als een predikant eens een totaal onbekend Bijbelgedeelte openslaat. Als hij de gave heeft de gemeente mee te nemen in dit gedeelte, brengt hij ook een stuk enthousiasme voor het Woord over. Hoewel we voorzichtig moeten zijn met menselijk enthousiasme en op het gevoel in spelen, kan dit toch ook weer niet geheel ontbreken. Als een predikant fungeert als een soort pianola of draaiorgel en slechts zijn 'draaiboek' afwerkt, is hij keihard bezig de gemeente af te stompen en jongeren weerzin te doen ontwikkelen tegen de kerk(dienst). Dus een levende liturgie doet er wel degelijk toe. Prof. Immink heeft over de protestantse liturgie een mooi boek geschreven, met de titel 'Het Heilige gebeurt'.

Tekstkeuze

We lezen in de tekst dat Jezus opstond om te lezen. Een tekstverwijzing wordt gemaakt naar Nehemia 8 : 5-6 waar de wet van God weer aan het volk wordt voorgelezen en waarbij het volk staat en luistert; terwijl de uitleggers tussen het volk door liepen om alles uit te leggen. Vanaf een soort kansel klonk de verkondiging van Gods Woord en Wet.
Hoe dat in Jezus dagen precies was in de synagoge, weet ik niet, maar ik vermoed dat het volk daar wel zat en luisterde naar de lezing van de Schrift die staande werd gedaan; echter als Jezus gaat preken, gaat Hij weer zitten.
Het beeld dat ik hiervoor schetste – over een type charismatisch-mystieke voorgangers dat de Bijbel met een klap laat openvallen en dan lukraak ('geleid door de Geest') een tekst prikt – lijkt hier opeens door Jezus te worden uitgebeeld. Weliswaar heeft de schifting al plaatsgehad (de rol van Jesaja was vooraf uitgekozen), maar die Bijbelrol bestaat nog steeds uit een groot aantal chapiters. En denkend aan het boek van de profeet Jesaja, heb je denk ik levenslang stof genoegd. Abraham Hellenbroek schreef er een achttal dikke pillen over (de Evangelische Jesaja), dus menig predikant zou er ook prima vier jaar lang mee uit de voeten kunnen.
Echter, Jezus rolt het bijbelboek niet lukraak open. Er staat "als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats…". Blijkbaar zocht Hij heel bewust naar juist dát specifieke gedeelte dat over Hem ging. Dit hadden Zijn toehoorders niet zien aankomen, omdat zij iets anders lazen op die plaats; maar dat gaat Jezus veranderen! Sterker nog, Jezus gaat twee schriftgedeelten met elkaar in verband brengen en aan elkaar plakken, zo zal blijken. De Kanttekeningen merken hierbij op: "want sommige van deze woorden staan Jesaja 61:1 en sommige Jesaja 42:7".
Uiteraard is Jezus alwetend, want Hij is God! Het Woord dat hier wordt opengerold, kende Hij al vanuit de eeuwigheid. Hij en Zijn Vader hadden het er al over gehad, dat 'in de tijd' Jesaja dit zou gaan verkondigen. Jesaja ontving deze woorden en profeteerde deze als de mond van God op aarde. Maar de woorden waren bedacht in de hemel. En er is niets verborgen voor de Zoon, dat de Vader wel weet of van plan is. Wat moet dit voor Jezus in Zijn mensheid een enorme versterking zijn geweest, dat Zijn Vader Hem die woorden aanreikt! Want ik vermoed wel dat de overste van de synagoge Hem deze rol van Jesaja aanreikte, maar ten diepste is het Zijn hemelse Vader Die Hem deze rol aanreikt. God de Vader is – met eerbied – de 'Jat' Die Jezus de tekst aanwijst. Hij zocht wat Zijn Vader hem aanwees en… Hij vond de plaats die Zijn Vader bedoelde.
Wat Zijn Vader aanwees zullen we de komende keren bespreken, maar ik wens alle predikers toe dat ze zó gepassioneerd, betrokken en verwachtingsvol de Bijbel openen, biddend tot God om hen dát aan te wijzen wat Hij tot de gemeente te zeggen heeft. Ik denk dat dat heel Bijbels is. Maar ik ben er ook vast van overtuigd dat dit heel heilzaam en zegenrijk voor de gemeente is.

zondag 20 december 2015

Jezus is een Gave; wat is Hij je waard?

'A Savior is Born', FineArt door Joseph Brickley (geboren in 1973)


"Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven…"
Jesaja 9 : 5a

Tegen de Samaritaanse vrouw zei Jezus: Indien gij de gave Gods kendet, en Wie Hij is, Die tot u zegt: Geef Mij te drinken…” Jezus noemt Zichzelf in Johannes 4 : 10 een 'gave' (dórea = een gift zonder dat verwacht wordt dat het wordt terugbetaald; een vrijwillige gift). Over een paar weken begint de actie Kerkbalans weer in de meeste kerken; anderen kennen een afgeleide daarvan: de vrijwillige bijdrage. Soms wordt de slogan gebruikt: "Wat is de kerk je waard?" Welnu vanuit de genoemde tekst en de dagtekst komt de vraag tot jou en mij: wat is deze Gave, Jezus, je waard?


De Gever

De dagtekst begint met een merkwaardig woordje: 'want'. Dat is een redengeving. Waar is onze tekst de oorzaak van? Als we teruglezen zien we in vers 1 dat het gaat over een volk dat in duisternis wandelt. Geestelijke duisternis, verstoken van God en de kennis van Zijn Woord. Het volk Israël én het volk van Juda hebben zwaar te lijden in de tijd van Jesaja; zeer zwaar. En tóch zullen ze verblijd zijn/worden. "Gij hebt dit volk vermenigvuldigd, maar Gij hebt de blijdschap niet groot gemaakt; zij zullen nochtans blijde wezen voor Uw aangezicht…" (vers 2). Hoe kan dat?
Wel, het juk waar ze onder gebukt gaan (vers 3) zal worden verbroken; reden tot blijdschap en opluchting. Maar er is nóg een reden voor die onbegrijpelijke blijdschap die zéker zal komen. Er zal een Kind worden geboren. Daarom staat er 'want' aan het begin van de dagtekst. Dit Kind zal dus voor blijdschap zorgen, dwars door en ná de verdrukking.
Dat Kind is een Jongetje, een Zoon. Jesaja volstaat niet met enkel te zeggen dat Hij geboren zal worden (let er eens goed op waar het accent ligt in de kerstdiensten die jij bezoekt?). Nee, Jesaja voegt eraan toe dat dit Kind 'gegeven' is. Is! Jesaja beleeft het alsof het al gebeurd is, terwijl het nog eeuwen zal duren! Zo zeker zál het gebeuren… en het is gebeurd!
Wie is de Gever? God de Vader; lees het maar in Johannes 3 vers 16 en 17 (we hebben daar al eerder bij stilgestaan):
Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld, opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.

De Gave

Deze grote Gave heeft de Vader met een doel gegeven. Om Zelf in het middelpunt te staan? Wij mensen geven nogal eens een cadeau aan anderen, om daarmee gezien te worden. Hoeveel wikken en wegen gaat er soms vooraf aan de koop van een cadeautje! Wat zullen de mensen wel zeggen als ik dit of dat geef… Of: is dit cadeau wel groot genoeg? Raar eigenlijk, als je er goed over nadenkt.
Nee, zo is de Vader niet. Hij gaf deze Gave om de wereld te behouden. Dit was de manier waarop Hij Zijn liefde uitbeeldde aan deze goddeloze en van Hem vervreemde wereld. Welk mens zou zo iets ooit doen? Daar moet je God voor zijn!
De Gave is 'de Zoon', die al in het Oude Testament was beloofd. Lees de Kanttekeningen:
Dat is, zal ons in de volheid des tijds geboren worden. De profeet spreekt van de geboorte van Christus niet anders dan of het alreeds geschied was, vanwege de zekerheid dezer profetie. Zie Jesaja 53, in de beschrijving van het lijden van Christus.
Hij is zowel de zoon van God (denk aan Psalm 2 : 7 waar staat: "De HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd") als de zoon van Maria (Jesaja 7 : 14, waar we lezen: "Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUËL heten.").

Deze Zoon gaf Zich als vrijwillige Gave. Hij had in de eeuwigheid goed nagedacht over dit geschenk. Want Hij wilde juist wél gezien worden. Net zoals wij mensen doen? Nee, totaal niet. Hij wilde gezien worden door Zijn Vader. Hij wist dat, wanneer Hij in de volheid des tijds naar de aarde zou gaan, de Vader voortdurend naar Hem zou kijken, met grote gepassioneerde trots. "Kijk, dat is Mijn Zoon en dat doet Hij allemaal voor Mij! In zo'n Zoon schep ik een groot welbehagen!"
Maar Hij wilde ook dat de mensen Hem zagen. Dat moest wel, want Hij zou gaan lijken op die koperen slang in de woestijn. Daar moesten de mensen ook naar kijken; wie niet keek, stierf. Welnu: Jezus wil gezien worden. Niet om er Zelf iets mee te worden, maar om jou en mij te behouden én om Zijn Vader weer zichtbaar te maken voor ons verduisterd mensenverstand. Wat een gave Gave!

De ontvanger

De grote vraag is tot slot: wat doen wij met deze Gave? Want terecht wordt erop gewezen dat Hij aan 'ons' is gegeven. Bijzonder is de boodschap van de engel aan de herders: "Vreest niet, want, ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal; Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids." Je mag dat 'u' ook vrij vertalen met "speciaal voor u"! Een exclusief geschenk van de hemel!
Met een speciaal doel: onze zaligheid realiseren. God gaf Zijn Zoon om ons weer eeuwig gelukzalig te maken. Daar kun je toch niets tegen hebben? Dan is toch die vraag niet zo vreemd: "Wat doe jij met dit kostbare Geschenk, deze Gave? En wat is Hij je waard?"




donderdag 3 september 2015

De wereldwijd bekendste Bijbeltekst

Is het wel een terecht discussiepunt 'wat de wereld precies inhoudt' in Johannes 3:16?


"Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe."
Johannes 3 : 16

De allerbekendste Bijbeltekst, die het meest wereldwijd verbreid en het meest veelkleurig is opgevat: Johannes 3 : 16. Zou dit soms een uitgesleten steen zijn, waarbij we blinde vlekken hebben bij het lezen? De tekst wordt vaak losgeknipt, ontrafeld en van kleur veranderd. Wat zegt God hier in deze tekst? Is het wel een tekst waarover je zou moeten discussiëren? Moet ik mij afvragen wat 'de wereld' precies betekent? Of zit de kern in een ander deel van deze tekst? Ik haal er vier woorden uit die iets wezenlijks willen zeggen tegen je.

Want

Gisteren lazen we vers 15, waar staat: "Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe." De tweede slang, Jezus, moest worden verhoogd, opdat mensen tot geloof komend, niet verloren gaan, maar eeuwig met Hem zullen leven. Het zijn dezelfde woorden als in de tekst van vandaag. Dit stelde Jezus vast en gaat in de tekst van vandaag er iets dieper op in. Het is geen steriel kijken naar een opgerichte Jezus aan een kruis… Het was ook niet een steriel kijken naar de koperen slang op die stang… Het is niet de mystieke ervaring die ik heb, maar hier spreekt en handelt God en laat het diepst van Zijn hart zien. Wij zijn erg geneigd deze tekst uit te leggen voor ons eeuwig geluk; en dat is niet helemaal verkeerd, maar het doet de tekst geen recht; het doet God geen recht. Hij wil je iets vertellen. "Want God heeft de wereld lief en heeft een Weg geopend, zodat een ieder die in Jezus Christus gelooft níet zal verloren gaan, maar nu reeds deelgenoot is van het eeuwig leven! 'Want', dat betekent: Jezus verklaart Zich nader; nee, Hij verklaart Zijn Vader nader. Opdat we zullen zien wat Hem bewoog!

Alzo

Het woordje alzo wordt vaak uitgelegd als 'zó'. God had de wereld zó lief… En dat is zeker zo, maar staat dat er? Ik zet de meest bekende Bijbelvertalingen op een rijtje:
  • Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe. (SV)
  • Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.  (NBV)
  • Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.  (HSV)
  • Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.  (NBG51)
  • Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat iedereen die in hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft.  (Groot Nieuws Bijbel)
  • Want Gods liefde voor de mensen was zo groot, dat hij zijn enige Zoon gegeven heeft. Iedereen die in hem gelooft, zal niet sterven, maar voor altijd leven.  (Bijbel in Gewone Taal)
Met name de versie van de Bijbel in Gewone Taal geeft weer wat de meeste anderen ook bedoelen. Alleen de Statenvertaling en de Nieuwe Vertaling laten dat woordje 'alzo' staan op dezelfde plek. De meeste vertalingen schetsen Gods liefde als een bijna exploderend vat, dat zich een uitweg zocht en toen Zijn Zoon maar zond. Ik chargeer een beetje, maar daar komt het wel op neer. Een soort drang met de daad als gevolg.
Echter, het woordje 'alzo' betekent niet 'zó', maar 'op deze wijze' of 'op deze manier'. Je moet de zin dus zo lezen: Gods liefde voor de wereld uitte zich op deze manier: Hij heeft Zijn eniggeboren Zoon gegeven… Eigenlijk is het de toelichting op Jezus komst in deze wereld. En Jezus vertelt dit uit Eigen beleving, want Hij was er in de eeuwigheid bij. God wil ons Zijn liefde laten zien en doet dit door Zijn Zoon te zenden! Dringt het tot je door? Johannes zegt het in zijn eerste zendbrief zo: "Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden."
Het gaat dus in Johannes 3 : 16 niet om wie tot die wereld precies behoort en wie niet; nee, het gaat om de liefde die God tot uitdrukking wilde brengen, om ons ervan te overtuigen dat Hij ons welmenend roept!

Gegeven

Gegeven is een bijzonder diep en veelzeggend woord. Het is niet zo dat Gods Zoon door het noodlot is getroffen. Dat Hij ten onder ging aan machten die sterker waren dan Hijzelf. Nee, Zijn Vader gaf Hem en Hij wist hoe het af zou lopen. Uiteraard kwam Jezus vrijwillig naar deze wereld, die Hem vijandig gezind was. Tenslotte ging Hij naar het terrein dat satan voor zichzelf claimde. Hij liet Zich, met eerbied, droppen boven vijandelijk terrein. Maar meer nog dan Zijn vrijwilligheid springt in onze tekst de vrijgevigheid van de Vader ons in het oog. En daar moet je oog voor krijgen. Zeker in een week van voorbereiding op het Avondmaal. Hoe wil je de Zoon gedenken aan Zijn tafel, zonder de Vader te danken voor Zijn gift: Zijn eniggeboren Zoon.
Hij kwam ook niet met de hoop dat het misschien goed zou aflopen hier op aarde. Hij wist wat Hem te wachten stond, want tegelijk met het geven van Zijn Vader, loopt het Zich verbergen van de Vader voor de Zoon. Vanaf dag 1 was Christus Zich bewust dat het er van zou komen: verstoten van Zijn Vader! Wordt je daar niet klein onder? En dan deze woorden uit nota bene Jezus' Eigen mond te horen: "Want Mijn Vader heeft de wereld liefgehad en uitte dat op deze manier: Hij gaf Mij, Zijn eniggeboren Zoon…"


Hebbe

Je kunt pas gever zijn, als er ook een ontvanger is. God vergist Zich nooit. Hij gaf en wel met een heel speciaal doel: de Zijn schepselen, die Hem vijandig gezind zijn geworden, weer vrij te maken uit satans macht. Zo ervaren die schepselen dat niet, maar zo is het wel! Wat in het woordje 'hebbe' dus zit opgesloten is het 'ontvangen'. Mensen komen, wanneer ze gaan geloven, in het bezit van iets super kostbaars!
En… ze zullen dat niet na een lange weg ontvangen, of pas na dit leven, maar er staat 'hebbe', dus NU. Het eeuwige leven krijg je niet, maar daar ben je nu reeds bezitter van. Zeker, het stervensuur wacht nog, maar de voorsmaak van het zalig hemelleven mag je reeds hier op aarde genieten. En laat niemand je wijsmaken dat je dat helemaal niet kunt kennen en proeven in dit leven. We moeten staan naar geloofszekerheid. Daar mogen we zeker dagelijks om bidden. Want in het nú reeds genieten van dat eeuwig leven, de voorsmaak ervan, wordt de Gever geëerd en verblijd.
Jezus ging een onmogelijk diepe weg. En toch lezen we dat Hij, vanwege "…voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht…" (Hebreeën 12 : 2). Hij genoot er zelfs in Zijn smartelijk lijden van en dat maakte dat Hij niet alleen het kruis en de moeite/smart verdroeg, maar zelfs de schande die Hij ondervond 'verachtte'! Christenen zijn parelzoekers, die slechts één Parel hebben. Al die anderen parels, waar de wereld zo warm voor loopt, verachten zij. Weg wereld, weg schatten… Ah, dat bekende gedicht van Ledeboer, dat vaak niet helemaal goed geciteerd wordt en dat hij leende van Hieronymus van Alphen:

Roem, wereld! uw schatten!
Gij kunt niet bevatten,
Hoe rijk ik wel ben.
’k Heb alles verloren;
Maar Jezus verkoren.
Wiens rijkdom ik ken.


Nu ben ik de Zijne;
Zijn goed is het mijne;
Dat maakt mij zo rijk;
En zo zal ik blijven.
Als gij met uw schijven
Verzinkt in het slijk.


’k Had, armer dan allen,
In schulden vervallen,
Geen penninkje meer.
Die arremoe griefde
Mijn Schuldheer. O liefde!
Wat geve ik U weer?

Geen recht te verzaken.
Mij schatrijk te maken.
Is de eer van mijn God.
Door niets te betalen
Een kwijtbrief te halen.
Is ’t heil van mijn lot.


Mijn rijkdom was boven.
Toen God door beloven
Mijn schuldenaar was;
Eer Jezus op aarde
Een schat mij vergaarde,
Die de armoe genas.


Toen Jezus ten hemel.
Van ’t aardse gewemel.
Verwinnende steeg;

Een voor Zijne broed’ren
De hemelse goed’ren
In eigendom kreeg.


Toen heb ik ontvangen.
Zou ’k meerder verlangen?
’t Geen God had beloofd,
’k Zal ’t alles eens erven;
Maar, wijl ik moet zwerven.
Bewaart het mijn Hoofd.


Dies moet ik nu leven
Van ’t geen Hij wil geven;
En dat is genoeg.
Van alles versteken.
Blijft niets mij ontbreken:
’k Heb meer dan ik vroeg.


’k Mag juichende roemen,
Den rijksten mij noemen;
Wijk, werelds goed, wijk!
Mijn schat is geborgen!
Ik heb niet te zorgen!
’k Ben bedelend rijk!


Bewaart Ge, mijn koning!
Mijn schat in Uw woning...;
’k Moet in de woestijn
Bij rovers verkeren...
Ai wil me dan leren
Uw bedelaar zijn!