Posts tonen met het label Paulus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Paulus. Alle posts tonen

woensdag 30 mei 2018

Preken met accent- en interpretatieverschillen

Hoofdstuk 8


In welken tijd Mozes werd geboren, en was uitnemend schoon; welke drie maanden opgevoed werd in het huis zijns vaders. En als hij weggeworpen was, nam hem de dochter van Farao op, en voedde hem voor zichzelve op tot een zoon. En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren; en was machtig in woorden en in werken.
Handelingen 7 : 20-22



Als je preken naast elkaar legt – dat kan gevaarlijk zijn – zie je soms mooie overeenkomsten en ook bijzondere verschillen. Als we dit stukje van de preek van Stefanus leggen naast de preek van Paulus in ­Hebreeën 11, dan zien we dat hij ook van Jozef naar Mozes springt. Maar stilstaat bij enkele ándere details.

Broninterpretatie
Wetenschappers zweren bij ‘bronnen’ die hun theorieën kunnen onderbouwen. Wie geen bronnen kan noemen, heeft geen ‘poot’ om op de staan. Maar wanneer je een bron hebt, hoe interpreteer je die? Ook daarover zijn grote discussies. Zelfs de Bijbel is onderhevig aan zulke discussies en daarom is er binnen de kerk zoveel verdeeldheid, omdat ieder zich beroept op het Woord, maar er zijn eigen waarheid mee creëert. Als je Exodus leest of de brief aan de Hebreeën, merk je verschillen in interpretatie. En als je daar dan weer jouw interpretaties op loslaat, krijg je helemaal grote verschillen! Laten we eens zien wat Paulus en Stefanus doen met Exodus.
We gaan uit van de beschrijving zoals Mozes ons die geeft in Exodus. Hij zal zijn kinderjaren en jeugd van zijn ouders hebben doorgekregen, maar later zullen ook Aäron en Mirjam, waarmee hij pas vanaf zijn tachtigste optrok, zijn vroege geschiedenis hebben ingekleurd met hún herinneringen.
Daar sta je misschien niet zo snel bij stil, maar Mozes heeft net zo’n leven gehad als elk adoptiekind. Pas op latere leeftijd ontdek je dat je een andere oorsprong hebt, dan het milieu waarin je bent ­opgegroeid. Zijn moeder, de prinses, bleek een adoptiemoeder te zijn. En dat hij altijd voelde dat hij ‘anders’ was bleek te kloppen. Maar wie was hij echt? En wie zijn zijn bloedverwanten? Zie welke kater hij krijgt als hij ‘zijn broeders’ bezoekt en helpt!

Stefanus (Handelingen 7)
20 In welken tijd Mozes werd geboren, en was uitnemend schoon; welke drie maanden opgevoed werd in het huis zijns vaders.
21 En als hij weggeworpen was, nam hem de dochter van Farao op, en voedde hem voor zichzelve op tot een zoon.
22 En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren; en was machtig in woorden en in werken.
23 Als hem nu de tijd van veertig jaren vervuld was, kwam hem in zijn hart, zijn broeders, de ­kinderen Israëls, te bezoeken.
24 En ziende een, die onrecht leed, beschermde hij hem, en wreekte dengene, dien overlast geschiedde, en versloeg den Egyptenaar.
25 En hij meende, dat zijn broeders zouden verstaan, dat God door zijn hand hun verlossing geven zou; maar zij hebben het niet verstaan.
26 En den volgenden dag werd hij van hen gezien, daar zij vochten; en hij drong ze tot vrede, ­zeggende: Mannen, gij zijt broeders; waarom doet gij elkander ongelijk?
27 En die zijn naaste ongelijk deed, verstiet hem, zeggende: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gesteld?
28 Wilt gij mij ook ombrengen, gelijkerwijs gij gisteren den ­Egyptenaar omgebracht hebt?
29 En Mozes vluchtte op dat woord en werd een vreemdeling in het land Madiam, waar hij twee zonen gewon.


Paulus (Hebreeën 11)
23 Door het geloof werd Mozes, toen hij geboren was, drie ­maanden lang van zijn ouders verborgen, overmits zij zagen, dat het kindeken schoon was; en zij vreesden het gebod des konings niet.
24 Door het geloof heeft Mozes, nu groot geworden zijnde, geweigerd een zoon van Farao’s dochter genoemd te worden;
25 Verkiezende liever met het volk van God kwalijk gehandeld te ­worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben;
26 Achtende de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom te zijn, dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons.
27 Door het geloof heeft hij Egypte verlaten, niet vrezende den toorn des konings; want hij hield zich vast, als ziende den Onzienlijke.


Mozes (Exodus 2)
2 En de vrouw werd zwanger, en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij schoon was, zo verborg zij hem drie maanden.
3 Doch als zij hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen, en belijmde het met lijm en met pek; en zij leide het knechtje daarin, en leide het in de biezen, aan den oever der rivier.
5 En de dochter van Farao ging af, om zich te wassen in de rivier; en haar jonkvrouwen wandelden aan den kant der rivier; toen zij het kistje in het midden van de biezen zag, zo zond zij haar dienstmaagd heen, en liet het halen.
6 Toen zij het open deed, zo zag zij dat knechtje; en ziet, het jongsken weende; en zij werd met barmhartigheid bewogen over hetzelve, en zij zeide: Dit is een van de knechtjes der Hebreën!
9 Toen zeide Farao’s dochter tot haar: Neem dit knechtje heen, en zoog het mij; ik zal u uw loon geven. En de vrouw nam het knechtje en zoogde het.
10 En toen het knechtje groot geworden was, zo bracht zij het tot Farao’s dochter, en het werd haar ten zoon; en zij noemde zijn naam Mozes, en zeide: Want ik heb hem uit het water getogen.
11 En het geschiedde in die dagen, toen Mozes groot geworden was, dat hij uitging tot zijn broederen, en bezag hun lasten; en hij zag, dat een Egyptisch man een Hebreeuwsen man uit zijn broederen sloeg.
12 En hij zag herwaarts en gindswaarts; en toen hij zag, dat er niemand was, zo versloeg hij den Egyptenaar, en verborg hem in het zand.
13 Des anderen daags ging hij wederom uit, en ziet, twee Hebreeuwse mannen twistten; en hij zeide tot den ongerechte: Waarom slaat gij uw naaste?
14 Hij dan zeide: Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet? Zegt gij dit, om mij te doden, gelijk gij den Egyptenaar gedood hebt? Toen vreesde Mozes, en zeide: Voorwaar, deze zaak is bekend geworden!
15 Als nu Farao deze zaak hoorde, zo zocht hij Mozes te doden; doch Mozes vlood voor Farao’s aangezicht, en woonde in het land Midian, en hij zat bij een waterput.


Accentverschillen
 Zijn alle verschillen in de Bijbel bewijzen dat Gods Woord niet klopt? Zeker niet! Het zijn vaak accentverschillen, dienstbaar aan de boodschap die men ermee wil geven. De geschiedenis kennen we, maar kijk naar dit detail… het zegt ons dat…
We zien dat Mozes van zijn moeder of zus heeft gehoord dat men hem ‘schoon’ vond. Paulus neemt dat ook over, maar Stefanus zegt ‘uitnemend schoon’ wat kan worden vertaald met ‘goddelijk schoon’!
Mozes zwijgt over zijn opleiding aan het hof. Alleen dat de prinses hem haar zoon noemde en hem de naam ‘Mozes’ gaf. Dat was overigens niet zijn hebreeuwse naam! Paulus zegt dat hij weigerde om haar zoon te worden genoemd. Dat is het adoptiekind dat zich gaat oriënteren op zijn werkelijke afkomst en zijn biologische ouders. Maar weigeren is wel een te sterk woord, want hij heeft het goed gehad aan het hof en werd er zelfs generaal! Paulus blijft bij het contrast tussen ‘zonde’ en ‘wereld’ en laat Mozes zich distantiëren van dit decadente leven. Loochent hij daarmee dat Mozes intellectueel en staatkundig is ontwikkeld door God, om straks Zijn volk – een grote mensenmassa – door de woestijn te loodsen? Nee, dat niet, maar je krijgt wel het gevoel dat hier de concrete geschiedenis wat wordt ­vertekend voor een ánder doel.
Paulus verzwijgt ook Mozes’ moord­aanslag op de Egyptische slavendrijver. Hij wil van hem geen zeloot maken; geen geus, of verzetsstrijder, zouden wij zeggen.
Hij richt zich meer op de daden die Mozes in het geloof deed. Maar… slaat hij dan niet een beetje door, wanneer hij zegt over Mozes: “Door het geloof heeft hij Egypte verlaten, niet vrezende den toorn des konings; want hij hield zich vast, als ziende den Onzienlijke”? Maakt hij Mozes daarmee toch niet, onbedoeld, tot een zeloot die zijn moord begaat vanuit een ideologie om zijn eigen volk boven anderen te stellen? Dat gevaar is er zeker en Paulus is zelf ook zo’n extremist geweest in zijn ‘eertijds’. Als mensen dat vandaag de dag tegen je zeggen, mag je daar zeker wel wat toegeeflijk in zijn: hier was Mozes net zo min op zijn plek als Jacob toen hij loog tegen zijn vader Izak!
Als er dan vervolgens staat dat Mozes ‘zich overeind hield door te zien op de Onzienlijk God’, dan is het begrijpelijk dat mensen soms afhaken. Al vergeten ze dat hier twee verschillende gebeurtenissen worden bedoeld: de vlucht van Mozes na de moord (met vrees) was een andere dan de exodus, waarbij Mozes inderdaad niet meer vreesde voor de koning van Egypte!
De woorden in de ­Hebreeënbrief zijn geen betoog naar ongelovigen, maar een stimulans voor gelovigen. De boodschap is niet ‘ik vertel je precies wat er is gebeurd’, maar ‘kijk, zo gingen gelovigen er vroeger ook al mee om!’
Over accent- en interpretatieverschillen kun je eindeloos discussiëren. Maar als je die verschillen uit hun context haalt mis je de boodschap die werd bedoeld! Dan mis je ook de boodschap van de Heilige Geest, Die je iets wilde leren.

Was was Mozes’ echte naam?

De prinses heeft Mozes willen claimen door hem ‘mijn zoon’ te noemen en hem zelfs van zijn identiteit te beroven door hem een ‘nieuwe naam’ te geven.
Over de naam ‘Mosje’ en ‘Mozes’ is al heel veel nagedacht. Op Christipedia kun je lezen: “De naam ‘Mozes’ ontving hij van Farao’s dochter en betekent ‘uitgetrokken’, indien ontleend aan het Hebreeuwse werkwoord ‘mashah’ (= uittrekken), of de naam betekent ‘uit het water gered’, indien ontleend aan de Egyptische ­woorden ‘mo’ (= water) en ‘yses’ (= gered, behouden), ‘uit het water gered’.”
Echter, op Wikipedia wordt de vinger gelegd bij de onwaarschijnlijkheid van deze taalkundige constructie: “De naam Mozes werd afgeleid van het Egyptische werkwoord ‘mś’ / ‘mśj’ (“dragen”). Het is een verkorte vorm van de Egyptische naamvorm zoals Toetmosis “geboren uit Thot”, waarbij het element dat de god benoemt, is weggevallen en betekent dus letterlijk: “geboren uit [een naamloze god]”. In de Hebreeuwse Bijbel is de herinnering aan de Egyptische herkomst van de naam overgeleverd in het verhaal waarin de dochter van de farao het kind een naam geeft, waarbij haar een etymologie in de mond wordt gelegd die teruggaat op de Hebreeuwse stam mšh ­(“uittrekken”): “ik heb hem uit het water gehaald”. Het is buitengewoon onwaarschijnlijk dat een dochter van de farao kennis van Hebreeuwse etymologie zou hebben; mogelijk berust deze herkomst op een legende. Bovendien kan objectief worden vastgesteld dat de context strijdig is met deze etymologische herleiding, die een passieve vorm van het werkwoord mšh is, die de betekenis “die [er]uit getrokken werd” doet verwachten. Ook werd Mozes nergens aangeduid met de uit de morfologie volgende betekenis “de [er]uit trekkende”.”

Blijkbaar is de zogenaamde wetenschapper niet voldoende op de hoogte van de Bijbel. Want er zit wel degelijk een lijn in dat ‘uit het water trekken’ en het ‘uit het slavenhuis trekken’. Gods Woord serieus nemen is wat anders dan ‘elk detail kloppend en passend krijgen’. De Heere Jezus wijst tot slot op dit probleem in Johannes 5: “44 Hoe kunt gij geloven, gij, die eer van elkander neemt, en de eer, die van God alleen is, niet zoekt? 45 Meent niet, dat Ik u verklagen zal bij den Vader; die u verklaagt, is Mozes, op welken gij gehoopt hebt. 46 Want indien gij Mozes geloofdet, zo zoudt gij Mij geloven; want hij heeft van Mij geschreven. 47 Maar zo gij zijn Schriften niet gelooft, hoe zult gij Mijn woorden geloven?”

De grote vraag blijft: wat doe ik met Gods Woord? Geloof ik het van kaft tot kaft of gebruik ik liever een ‘leesbril’ zodat mijn verstand het kan plaatsen? De Bijbel lezen zonder geloof is onmogelijk. Dan ontgaan je duizenden details die zo enorm essentieel zijn! God ontgaat je dan…

maandag 11 juli 2016

Afhaken omdat het prijskaartje te veel is

Paulus die lange tijd nauw samenwerkte
met Demas, uit 'Icons of the Bible',
gefotografeerd door James C. Lewis
Meelopers heb je altijd gehad. Het zijn niet altijd Ananiassen en Saffira's, die uiteindelijk afhaken. Dat soort afhakers heeft iets triests. Hoewel het fout is kun je toch wel enig gevoel van rechtvaardigheid hebben bij de dood van Ananias en Saffira. Maar mensen die intens hebben meegewerkt in het Koninkrijk van God en toch op het laatst afhaken omdat de prijs te hoog is, hebben iets tragisch. Maar laten we ons niet te zeer door ons gevoel meeslepen, ze hebben ook iets desastreus binnen de kerk, immers er worden mensen door in verwarring gebracht. Wellicht ook haken er meerderen af. Ik snap Paulus wel, die klaagt over het feit dat Demas hem heeft verlaten.

De vorige keer keken we naar Judas. Min of meer ook iemand die langetijd meeloopt en meewerkt, maar wel van een andere orde. Het afhaken van Demas is namelijk – naar mijn overtuiging – geen wraakoefening tegen de kerk. Maar hij heeft de kosten blijkbaar niet goed overrekend, of gaandeweg het proces van werken in het Koninkrijk is de 'rekening' te hoog opgelopen. Als Demas op jouw zoon of dochter lijkt, wat kun je dan van hem leren?

"Want Demas heeft mij verlaten, hebbende de tegenwoordige wereld liefgekregen,
en is naar Thessalonica gereisd…"
2 Timotheüs 4 : 10a

Wie is Demas

Demas word nogal eens op dezelfde lijn gezet als Judas en Gehazi. Maar is dat juist? Uit de Bijbel kunnen we opmaken dat hij een trouw medewerker van Paulus was, zoals Timotheüs en Lukas bijvoorbeeld. Dr. H. Veldkamp schrijft er het volgende over:
"Wij weten wel niet zo bijzonder veel van hem, en hij is ook niet een zó op de voorgrond tredende figuur als bijvoorbeeld Barnabas en Markus, twee mannen in de schaduw van Paulus, over wie wij vroeger reeds spraken, maar toch is hij een medearbeider van de grote heidenapostel geweest, en blijkens de schaarse gegevens in Paulus' brieven niet een van de minst gewaardeerde medearbeiders.
Het is merkwaardig — het zij even terloops opgemerkt — hoe het getal van Paulus' helpers in het zendingswerk gestaag gegroeid is. Deze zendeling bij de gratie Gods is stellig een goed organisator geweest, die overal z'n mannetjes wist te vinden en aan het werk te zetten, en in de brief waar we ook van Demas lezen (2 Tim. 4) duikt zo maar een hele reeks van namen op van allerlei medewerkers: Crescens, Titus, Tychicus, Erastus, Trofimus, Aquila en Priscilla — het zijn allemaal mensen in de achterhoede weliswaar, van wie we vaak niet veel meer dan de namen weten, maar wie zal zeggen, van welke onberekenbare waarde zij geweest zijn voor het koninkrijk Gods. Onder hen was dan ook Demas!
In z'n tweede brief aan Timotheüs, een brief die geschreven is vlak vóór z'n dood, noemt Paulus zijn naam voor het laatst, maar niet voor het eerst. De wijze waarop Paulus z'n naam voor het laatst vermeldt, is voor Demas niet zo erg eervol. Hij schrijft: "Demas heeft mij verlaten". In de oorspronkelijke tekst staat het nog scherper: "Demas heeft mij in de steek gelaten" !"
Als je het gehele artikel van dr. Veldkamp wil lezen, kijk dan hier. Hij stelt dat Demas echt niet bij de eerste de beste tegenslag is afgehaakt. Demas bleef zelfs bij Paulus, in diens gevangenschap in Rome:
"Die (eerste) gevangenschap van Paulus in Rome was nog vrij ongevaarlijk. Ze was ook vrij dragelijk. Aan Paulus waren allerlei faciliteiten toegestaan, en contact met deze gevangene betekende nog geen levensgevaar. Op de duur is Paulus zelf dan ook weer vrijgelaten. Heel anders stond het met Paulus' tweede gevangenneming in Rome. Ze was het gevolg van de felle haat tegen al wat christen was tijdens het bloedige regiem van keizer Nero. Door de Gestapo van de bloedhond Nero is Paulus gegrepen en deze gevangenschap zal het einde van zijn leven betekenen: "reeds word ik als een plengoffer geofferd, en het tijdstip van mijn verscheiden staat voor de deur". Een vriend en metgezel van Paulus te zijn, betekende toen candidaat te zijn voor het schavot! Maar ziet — ook dan treffen we Demas aan in het gezelschap van de "terrorist" Paulus. Niet alleen gedurende de eerste, maar ook tijdens de tweede gevangenschap van Paulus is Demas present. Hij heeft niet geschroomd de grote heidenapostel te volgen tot voor de poorten des doods!"

Toch is er een omslag in het denken van Demas gekomen. Hoewel het allemaal wat onduidelijk blijft in Gods Woord, vertelt Veldhuis er wel dit van:
"We vernamen, dat de heiden Demas het evangelie van Christus aannam, alles verliet om Paulus te helpen in het zendingswerk, ja zelfs de heidenapostel volgde tot in Rome — het hol van de leeuw. Maar toen is hem daar de grond te warm geworden onder de voeten. Hij is voor de consequentie teruggedeinsd. Het offer om voor Christus te lijden en zelfs de dood in te gaan, valt hem te zwaar. Hij verlaat de bloedstad van Nero, om de rust en de veiligheid te zoeken in Thessalonica. In Rome christen te zijn is te gevaarlijk, in Thessalonica is het volkomen ongevaarlijk en misschien nog een eervol bedrijf. Het komen tot Jezus is nog zo bezwaarlijk niet, het blijven bij Hem, volharden tot het einde, dat is de heilige kunst van het geloof. We denken bij Demas als vanzelf aan het zaad dat terstond hoog opschoot, maar verdorde toen de zon opkwam, toen het héét werd. Want het had geen diepte van aarde. En Paulus klaagt: "Demas heeft mij verlaten, en is naar Thessalonica vertrokken".

Geen hard oordeel

Deze desertie heeft Paulus diep geraakt en pijn gedaan. Hij heeft ervaren dat de discipel niet meerder is dan zijn Meester. Ook Hem hebben ze verlaten. Allen. Dat Paulus in de steek is gelaten doet hem wel pijn, maar de pijn betreft vooral het motief van Demas:
"Wel, dat zat 'm in het motief, dat Demas bewoog. In de regel zit het goede of het kwade van een bepaalde daad niet in de daad zelf, maar in het verborgen motief. En dat omschrijft Paulus aldus: "uit liefde voor de tegenwoordige wereld". Paulus noemt hier de man bij z'n naam, en de zonde bij haar naam, en dat is ook maar het allerbeste. Het is wel scherp gezegd, doch zo'n prediking haalt meer uit, dan wanneer de gemeente wordt doodgegooid met dierbare en versleten termen die de conscientie niet meer raken."
De HEERE heeft echter Zijn dienstknecht Paulus wel getroost. Hij was wel eenzaam, maar niet alleen. Niettemin houdt Paulus zijn hart vast over Demas. Hoe zal dit aflopen? Zal Demas nog eens terugkeren? Zal hij, net als de rijke jongeling, verknocht blijven aan zijn aardse goed? Ik houd hem zelf namelijk liever op dezelfde waarde als de rijke jongeling, dan op die van de vrouw van Lot. Niettemin waarschuwt Jezus ook voor háár houding. Wat kan ons vergankelijk bezit op aarde ons toch een zand in de ogen strooien.
Laten we geen grote woorden over Demas spreken, maar van hem leren, dat die neiging ons zo snel in het bloed zit, om 'eieren voor je geld' te kiezen en te vluchten als het nog kan. We luisteren zo graag naar de verhalen van geloofshelden, maar ik wist al heel jong dat ik niet zo'n held was en dat er wel een oceaan aan kracht en genade voor nodig is, wilde ik blijven staan in het heetst van de strijd. Wees er maar eerlijk over en zie er ook je zwakheid en zonde maar in. Standvastigheid is namelijk een gave en geen verworven bezit. Wie zal volharden tot het einde, die zal zalig worden, niet waar? Maar wel in Zijn kracht.
Als Demas mijn zoon was, dan had hij een aardje naar zijn vaartje. Echter, diepweg wenste ik dat mijn zoon nog iets van Demas had…


Tot besluit van de serie 'Afhakers'

Ik had de serie nog langer kunnen maken, maar ik verlang weer naar een bijbelgedeelte tekst voor tekst te overdenken. Niettemin heeft de diversiteit aan afhakers in de Bijbel me veel gezichtspunten opgeleverd en me ook veel details geleerd.
Als de serie vragen oproept of andere reacties, schroom niet om te reageren. God zij je nabij als je zo'n afhaker in je directe omgeving kent, misschien wel tussen je eigen kinderen. Roep de Naam van de Drieënige voortdurend en aanhoudend aan, Die Zich aan de naam van je kind heeft verbonden in de Doop. Dat is geen verbondsautomatisme, maar de enige weg die nog overblijft. En blijf zoeken naar gelegenheden om zonder wrevel en irritaties op te roepen een goed geluid en een goed beeld van de Heere Jezus te verspreiden om hem of haar tot nadenken te stemmen, ja tot jaloersheid te wekken. En als er op geen enkele manier meer normaal gesprek mogelijk is, spreek dan maar niet. Dan ben jij als ouder of vriend blijkbaar niet de uitgelezen persoon om iemand van gedachten te doen veranderen. Wanneer alles escaleert en vrienden of kinderen botweg schoppen en hun eigen weg, koste wat het kost, willen vervolgen, moet je ze loslaten. Immers, de irritatie in hun denken, stimuleert ze om verder bij de HEERE weg te rennen. Die fanatieke anti-christelijke drive keer je niet zomaar met woorden. En werkt, als je telkens de confrontatie blijft zoeken, alleen maar destructief verder in de rest van je gezien/familie en in je eigen geloofsleven. En dat is wat satan wil. Dan moet je iemand, net als Paulus, maar aan de satan overgeven. Dat klinkt hard, maar lees dan eerst dit artikel, om die uitdrukking goed te begrijpen. Je laat iemand dan maar gaan, zijn schade tegemoet, weliswaar als een gewaarschuwd mens!
Dat neemt niet weg dat het gebed blijft. Heb verwachting, ook al is er nog geen wolkje ter grootte van een mannenhand te zien! Want we hebben een rijk en machtig God die juist zondaren zoekt (afhakers in alle hoedanigheden) om te zaligen!

zaterdag 28 februari 2015

Voorbereiding HA – Wat staat een Opwekking in de weg?

"Zo keerde hij weder van achter hem af, en nam een juk runderen, en slachtte het, en met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees…"
1 Koningen 19 : 21a

"Velen ook dergenen, die ijdele kunsten gepleegd hadden, brachten de boeken bijeen, en verbrandden ze in aller tegenwoordigheid; en berekenden de waarde derzelve, en bevonden vijftig duizend zilveren penningen. Alzo wies het Woord des Heeren met macht, en nam de overhand."
Handelingen 19 : 19-20


Verlangen naar een opwekking

Verlang je ook naar een opwekking? Of een doorbreken van de Geest in de gemeente? Want ten diepste is dat eveneens een opwekking die aan een bredere opwekking voorafgaat. Van Paulus lezen we in Handelingen 19 dat hij twee jaar in Efeze preekt en bijzondere krachten doet. Het is daar op dat moment het grensgebied van satans koninkrijk. Vanuit de Joden is er enorm veel verzet tegen Paulus' prediking. Paulus scheidt zich daarom af van de synagoge en trekt zich terug in de vergaderzaal van de rethorica-school van Tyrannus. Daar kwamen de Grieken vaak bij elkaar om de welsprekendheid te leren en te beoefenen. Grieken (maar ook Joden) wandelden daar gemakkelijker binnen dan bij de 'kerk' van de Joden.
Het was evangeliseren wat de klok sloeg, zou je verwachten. Dat valt te bezien. Want we lezen enkel over grote, indrukwekkende tekenen. Daar zijn sommige charismatische groepen erg van gecharmeerd. Echter, ik vrees dat we hier toch moeten zeggen dat – de tekenen ten spijt – het Woord van God nog niet werkelijk tot de mensen doordrong. Er waren geestelijke boosheden in de lucht. Het was een felle strijd tussen de satan en zijn engelen en de engelen des HEEREN. Grootse tekenen kentekenen de botsingen in deze strijd. Maar de vrucht op de prediking blijft eigenlijk nog uit.

Belemmering voor een opwekking

Er waren Joden (de zonen van Sceva) die zo behept waren met die indrukwekkende tekenen, dat zij Paulus gingen imiteren (vers 13-17). De satan lachte er echter om en zou deze jongens hebben verscheurd, als God niet had ingegrepen. De jongens hadden de naam van Jezus genoemd, maar ze kenden Hem niet persoonlijk. Ze noemde Hem 'Jezus over wie Paulus preekt'. Ken je ook zulke mensen die praten over God en Christus, maar tegelijk ook laten horen en merken dat ze Hem niet persoonlijk kennen? Kijk voor zulke mensen uit, want ze weerstaan de satan niet, maar worden door hem – zo God het niet verhoedt – overmeesterd. En als jij daarbij zou staan, zou je eenzelfde oordeel overkomen!
God greep echter in om de naam van Jezus in deze te zuiveren. Hij laat de mensen in Efeze – zowel Joden als Grieken – zien en merken dat er een enorm verschil is tussen deze zonen van Sceva en Paulus. En toen gebeurde het: "en er viel een vreze over hen allen, en de Naam van den Heere Jezus werd groot gemaakt. En velen dergenen, die geloofden, kwamen, belijdende en verkondigende hun daden." 
Dit was het moment waarnaar Paulus hevig had verlang. Het werk van de Geest brak door! Mensen staarden zich niet langer blind op die wondertekenen, maar ze zagen opeens het probleem, waardoor een opwekking uitbleef. Er kwam vrees over allen, heilig ontzag voor de HEERE. En – daar blijkt het waarachtige van het geloof – de gelovigen gingen de naam van Jezus groot maken. Vrees en blijdschap horen onlosmakelijk bij elkaar! Geen euforie of extase, maar diepe eerbied en verheuging over Wie de HEERE is!
De gelovigen gaan iets doen: 1. ze kwamen; 2. ze belijden; 3 ze verkondigen. Er komen mensen onder de indruk van de waarheid dat Jezus werkelijk de Messias is. Hem hebben ze nodig. Ze kwamen, staat er; ze doen een stap dichterbij. Dat maakt hun tongen los en ze belijden die waarheid (en daarmee hun oude, occulte onwaarheid). En tenslotte verkondigen ze dat ook openlijk. We worden met deze woorden niet opgeroepen om onze zonden breed en publiek uit te meten, maar deze occult-belaste mensen hadden voorheen openlijk hun nep-waarheid verkondigd. Om die ongedaan te maken moesten ze nu ook openlijk vertellen wat wél waar was: het geloof in Jezus Christus de Gekruisigde!

Ruim baan voor een opwekking

Nogmaals die vraag: Verlang je ook naar een opwekking? Of een doorbreken van de Geest in de gemeente? Wel, dan mag het niet bij woorden blijven. We lezen in de dagtekst dat de bekeerden ook openlijk tot daden komen. Niet alleen het openlijk vertellen van hun onwaarheid van eertijds, maar ook een openlijk afzweren. Alles wat er tussen de HEERE (zelfs na ontvangen genade) en jouw ziel zit, moet weg. Als dat openlijk is uitgeleefd en anderen wellicht ook tot zonde heeft aangezet, moet het ook openlijk worden beleden en afgezworen. Metterdaad! Ook in het kleinere geheel van de gemeente of zelfs in het gezin! Maar als niemand daar iets van heeft geweten, dan alleen jij en de HEERE, dan hoeft dat ook niet van de daken te worden geschreeuwd. Want het moet niet zo zijn dat wij met ons bekeringsverhaal iets gaan worden. Wel moet resoluut met de zonde worden gebroken. Metterdaad! 
Elisa brak met zijn verleden en dat was niet direct een zondig verleden. Toch maakte hij metterdaad duidelijk naar allen die hem voorheen gekend hadden als een toegewijd boerenbedrijfsleider, dat zijn nieuwe leven een geheel andere kant op zou gaan. Hij liet dat zien door zijn gereedschap te verbreken en te verbranden en zijn trekdieren te offeren tot een liefelijke reuk voor de HEERE.
De mensen in Efeze brachten al hun toverboeken en occulte en satanische literatuur (misschien ook wel hun sensuele en erotische lectuur of hun waardeloze filosofische lectuur of hun 'flutrommannetjes'?) bij elkaar en staken het in brand. De waarde wordt nog wel opgeteld, maar… het is slechts de waardebepaling van het offer. Weldra is het niets meer waard… stof en as. Het moet uit de weg geruimd!
Met het wegbranden van deze belastende zaken en zonden wordt de tegenstand in het hart van de gelovigen gebroken en kan de Geest krachtig doorwerken. Wat een vrucht ontstaat er hierdoor: "Alzo wies het Woord des Heeren met macht, en nam de overhand" (vers 20).

Zeg eens, wat zit er nog in jouw hart, in jullie gezin, in jullie gemeente tussen de HEERE en jou/jullie, waar de Heilige Geest wordt tegengehouden en de grote vrucht uitblijft (en daarmee ook de vruchtbaarheid te midden van deze goddeloze wereld)? Wat staat de zeggingskracht nog in de weg, waardoor de gemeente niet groeit en het binnen de gemeente – of binnen je gezin of in je eigen leven – zo dor blijft. We worden in het Heilig Avondmaal (en ook in de voorbereiding daarop) geroepen en vermaand om vruchtbaar te zijn voor de HEERE! Het kan toch niet zo zijn dat je al jaren met hetzelfde aantal Avondmaalsgangers aan tafel zit? Het kan toch niet zo zijn dat je nog nooit aan het Avondmaal hebt deelgenomen? Daar mag je toch niet in berusten? Het kan toch ook niet zo zijn dat er slechts enkelen in jouw gemeente naar het Avondmaal gaan? Dan is er toch wezenlijk iets mis? Of vind jij dat de gewoonste zaak van de wereld (kerk)? Stilstand is achteruitgang… groei is hoop. Vraag jezelf af (en laat ook anderen zich dat afvragen) of dat echt wel remonstrantse uitdrukkingen zijn. Zijn ze misschien niet snoeihard bijbelsgefundeerd? Een week van voorbereiding is er bij uitstek voor geschikt om je dit soort vragen te stellen!