Posts tonen met het label verharding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verharding. Alle posts tonen

dinsdag 27 december 2016

Als Jezus door het midden weggaat is het oppassen geblazen

Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.
Lukas 4 : 30

Jezus wandelde tussen de woeste mensenmassa, zoals het volk Israël achter Mozes aan door de Rode Zee wandelde


Heb je weleens ruzie gekregen met een jongen op het schoolplein? Wat gebeurde er, als je niet terug vocht? Kwam je er dan zonder blauw oog vanaf? Of een bloedneus? Of beiden? Ben je weleens achterna gezeten door een paar grote jongens? En als ze jou te pakken kregen, schudde je ze dan even gemakkelijk van je af, zonder kleerscheuren of pijnlijke schrammen? Ik vermoed dat je er geen beste herinneringen aan hebt overgehouden! Zelfs niet als het je toch lukte te ontsnappen aan je belagers.

Maar hier in onze tekst wordt Jezus door de bevolking van een heel dorp, ja door de hele vrome gemeente van een synagoge, meegesleurd! En Hij werd niet alleen op ferme wijze het dorp uitgewerkt, maar in drieste haat sleuren ze Hem verder de heuvel op – waarop ook hun stad is gebouwd en die een stuk buiten de stad een hoogtepunt bereikt – om Hem daar van een steilte af te gooien… te pletter! Dood moet Hij!
Het zijn geen borderliners of in hun jeugd psychisch verminkten met agressieverschijnselen; het is eenzelfde massa – prima bij hun verstand – als die later ook en masse roept: "Kruist Hem!" en "Zijn bloed kome over ons en onze kinderen". En toch… niet één been zal aan Hem gebroken worden. Er komt geen engelenleger aan te pas, om er voor te zorgen dat Hij Zich aan geen steen zal stoten. Er wordt zelfs niemand van de belagers de tanden uit de mond geslagen of erger! Jezus bestrafte de zee en die werd stil, maar hier wordt zelfs geen woord gesproken!

Voorganger

Wij mogen Jezus bijzonder vinden, omdat we achteraf naar de geschiedenis kijken en geloven dat Hij de Zoon van God is, maar zo keken de bewoners van Nazareth niet tegen Hem aan. Voor hen was Hij de zoon van Maria en Jozef, een mede-stadbewoner… niet veel meer dan dat. Deze morgen was Hij de voorganger, maar in die functie stond Hij in een lange rij van voorgangers die hier ooit hadden gelezen in de Schrift en er hun kijk op hadden gegeven, al dan niet een oudvader citerend.
Jezus bar Jozef was voorganger, maar wel in hún dienst! Zij maakten de dienst uit en Jezus stond voor hun karretje. En toen dat precies andersom uitpakte – sterker nog, ze bleken niet eens in hun eigen karretje te zítten – toen sloeg de vlam in de pan. Verontwaardiging? Gekrenkte trots? Het zijn zeer verzachtende termen voor de duivelse haat die satan uit zichzelf genereert, wanneer hij zich te binnen brengt dat hij tot in eeuwigheid buiten staat.
Er zijn meer Joden in het Oude Testament geweest, die waren bevangen door diezelfde haat die onlosmakelijk gekoppeld zit aan de uitzinnige helse angst straks eeuwig buiten de staan. Ik noem alleen maar Kaïn, Ezau en Saul. Daar bewerkte zondekennis dus geen bekering, maar duivelse haat! We moeten met ons cliché 'zondekennis' maar een stuk terughoudender zijn. Nood leert niet altijd bidden; zondekennis bewerkt niet altijd verootmoediging.
Dit pijnlijke bracht Jezus aan het licht, hier in de synagoge; hun godsdienst was een dekmantel om de schijn op te houden tegenover God. Omdat Jezus hun hart kende, zo lezen we telkens weer tussen de regels door, laaide die angst op. Dat feit zint satan niet, zodat hij er de haat aan toevoegt (die we bij die boze geesten in Gardara ook zien): "Zijt gij gekomen om ons te pijnigen vóór de tijd?"

Doorganger

Het is voor ons moeilijk voor te stellen hoe groot de angst is, als je deze geschiedenis live had meegemaakt. Wij weten hoe het afloopt; wij zijn overtuigd van Jezus' almacht, toch? Maar tot aan Golgotha waren zelfs Zijn jongeren niet overtuigd van het feit dat Hij alle macht in hemel en op aarde had. Ook hier dreigt het mis te gaan. Zo'n grote menigte… dat moet Hij wel afleggen. Dit wordt onherroepelijk Zijn dood! We horen als het ware de smak al, waarmee Hij te pletter slaat in de diepte, aan de voet van de Heuvel van de Afgrond. We zien als het ware de bloedspatten al tegen de rotswanden naar beneden druipen.
Ik weet niet hoe dicht Hij de rand van de afgrond al genaderd is in onze tekst. Tien meter? Eén meter? Eén centimeter? Maar plots gaat er een rare beweging door de menigte. Een golfbeweging, niet óp Jezus af, maar ván Hem af! Van Hem af… dat is tegelijk het meest aangrijpende in deze tekst!
Er komt een pad in de kolkende massa stadsgenoten en Jezus wandelt rustig tussendoor. Nee, dat staat er niet, Hij ging over dat pad dwars door de mensen heen en… ging weg! Zoals het volk Israël droogvoets dwars door de Rode Zee ging, weg van Farao en zijn ruiters, weg van het diensthuis Egypte. Weg, dat betekent ook 'iets achter latend'. Maar wat?

Wegganger

Die term 'middendoor gaan' bracht mij de geschiedenis van Abraham uit Genesis 15 te binnen. We lezen in vers 10 dat Abraham de offerdieren voor de verbondssluiting met God 'middendoor deelde'. Hij maakte als het ware een pad tussen die dieren, letterlijk dwars door die dieren heen. Een pad waarover hij samen met God zou moeten gaan wandelen. Het kwam er niet van; God ging alleen. Hij sloot dat verbond eenzijdig met Abraham.
Abraham viel ín slaap en er viel iets óp hem: schrik en grote duisternis! Maar toen God bij hem kwam, troostte en bemoedigde Hij Abraham en nam die schrik en duisternis weg. Die werd bewaard, voor iemand anders; Iemand anders. Die schrik en duisternis zouden straks op Jezus Christus worden gelegd. Echter… zij die Hem verwerpen uit puur ongeloof, overgoten met welke vrome saus ook, zouden die schrik en duisternis voor eigen rekening krijgen. Voor hen niet de schoot van Abraham, maar de oneindige afgrijzing van satans nabijheid.
Iets daarvan merk ik in dit weggaan van Jezus. Hij wandelt maar niet zomaar tussen die kluwen hatelingen; Hij gaat dwars door hen heen en verlaat hen! Dat heeft iets sinisters en aangrijpends. Als God middendoorgaat – die term komen we op diverse plaatsen in het Oude Testament tegen – dan is er meestal sprake van oordeel. Dit middendoorgaan in Nazareth is niet minder een oordeel.

Als Jezus voorganger is in jouw gemeente, in jouw leven (!), blijft Hij dan of gaat Hij middendoor weg? Dit voorval is gelukkig een uitzondering; in verreweg de meeste gevallen blijft de HEERE nog roepen: "Jeruzalem, Jeruzalem, hoe menigmaal heb Ik u bijeen willen vergaderen…" Als jij Zijn stem hoort, en Hij is nog niet jouw Voorganger (letterlijk: Hij gaat je nog niet voor op het levensspoor), hoor dan naar Hem, verhard je niet, maar laat je leiden! Wordt wakker en leef!

vrijdag 17 juli 2015

Een misplaatst beeld van God hebben

"En Kaïn zeide tot den HEERE: Mijn misdaad is groter, dan dat zij vergeven worde."
Genesis 4 : 13

"Ja, ik ken hem nu wel; ik weet wel hoe hij is en denk." Zo kunnen wij mensen ons soms een beeld vormen van anderen en daarop voortborduren, zonder dat beeld af en toe bij te stellen aan de hand van feiten. De een-talenter uit de gelijkenis zei tegen zijn heer: "Ik kende u dat gij een hard (of straf) mens zijt…" en hij handelde naar dat beeld dat hij van zijn heer had. Ik kende u. Kaïn gaat in dit tekstvers ook zo te werk. En hoe trapt hij de HEERE daarmee op Zijn hart!


Wat Kaïn niet zegt

Deze tekst wordt nogal eens geciteerd in artikelen en preken. Kaïn wordt als illustratie gebruikt voor mensen die God niet kennen en denken dat hun fout onvergeeflijk is bij God. Kaïn staat symbool voor mensen die een te beperkte kijk op Gods vergeving en genade hebben. Gek genoeg wordt dit met name gebruikt als voorbeeld voor half- of ongelovigen die eigenlijk niet van genade willen leven en zich afkeren van een godsbeeld van toorn en verdoemenis. En tevens voor mensen die denken dat er zonden zijn die voor God te groot zijn om te vergeven of dat het bij God er heel lukraak aan toegaat in het vergeven of niet. God zou dan toch beperkt zijn in het vergeven of zelfs despotisch wisselvallig.
Maar waarom staat Kaïn niet symbool voor mensen die heel reformatorisch willen lijken en God toch op eenzelfde manier afschilderen? Waarbij God te heilig is om hun zonden te vergeven. Of waarbij God eerst wil dat we onze zonden tot zo en zo diep zullen inleven, voordat Hij genegen is om over genade en vergeving überhaupt na te denken? Ik stel die visie op dezelfde lijn als die van de ongelovigen.
Maar… wie schets mijn verbazing als ik de Kanttekeningen lees.
Anders is het woord misdaad of ongerechtigheid door velen genomen voor de straf derzelve, zie Lev. 5:1; en in zulk een zin moest de overzetting aldus staan: Mijne straf is groter dan dat ik haar zou kunnen dragen; waarover Kaïn zich beklaagt, vs. 14.
Kaïn vreest niet voor het feit dat God wellicht niet wil vergeven, maar hij beklaagt zich over de straf zelf. Zelfs – en daar schrok ik van – heeft hij geen verdriet over de gevolgen van de zonde, maar hij is het oneens met de straf. Bizar!

Wat Kaïn niet weet

Ik verbaas me over de laagdrempelige manier van omgang die er is tussen de HEERE en Kaïn. Daar zou je toch jaloers op zijn, niet? Zo spreken met de HEERE, zoals een man met zijn vriend… De HEERE kende Kaïn, maar kende Kaïn de HEERE? Uit heel zijn manier van communiceren blijkt dat hij God totaal niet kende. Niet in Zijn genaderijkheid en vergevingsgezindheid, maar ook niet in Zijn rechtvaardigheid en Zijn heiligheid. En stel dat Kaïn toch met die woorden bedoelde dat hij vermoedde dat God het wel niet zou vergeven. Hoe kon hij weten dat God zo dacht en de dingen zo interpreteerde? Wie iemand niet werkelijjk kent, weet niet hoe die iemand zal reageren. En dat levensgrote risico lopen veel mensen, zelfs binnen de kerk. Ze kennen een aantal theologische aspecten en statements; ze citeren te kust en te keur oudvaders, maar wie God niet werkelijk en persoonlijk kent, kan nooit weten hoe Hij is en reageert. Kaïn is het type van de kerkmens met een gedoopt voorhoofd, die alvast voor God invult hoe Hij denkt en is, zonder een levende relatie met Hem te hebben. Als dat jouw situatie is, zwijg dan, want je weet niet hoe God is. Voorkom dat jij met je getheoretiseer een fout beeld bij anderen schetst en schept. Hoe desastreus!

Wat Kaïn niet doet

Maar het hele trieste aan onze dagtekst en de duiding van deze woorden is wel dat Kaïn, hoewel een verbondskind, verloren blijft liggen en God de schuld van alles geeft. Hij verhardt en blijft zelf onbewogen. Kaïn had natuurlijk niet moeten buigen onder de straf en die gedwee uitzitten. Hij moest aan de troon der genade buigen en zich verootmoedigen voor God. Hij moet juist naar God toegaan, Die hij zo heeft gekrenkt met deze zonde. Immers, met zorg had God in Eva's schoot het vruchtje Abel geweven tot een volgroeide baby. Hij had Abel al die jaren gedragen en gespaard in Zijn zorgzame Vaderhanden tot aan de dag van zijn dood. Hij had het hart van Abel vernieuwd en zag in hem de Zoon van Zijn liefde terug, Die nog moest worden geboren in Bethlehem. En met één klap beëindigde Kaïn Gods herschepping en dreef Abel als eerste mens de eeuwigheid in. Kaïn maaide Abel de grens van het leven over en Abel stond opeens voor Gods troon, temidden van de duizenden en nog eens duizenden engelen. Verder was de hemel nog leeg…
Hoe groot de eeuwige vreugde in de hemel ook is, God moet verdriet hebben gehad over dit eerste beëindigde mensenleven. En Kaïn? Heeft hij ook verdriet? Is hij ook verbroken? Niets van dat al. Verharding. Ben jij daar ook verdrietig over, als mensen verharden en zich onontvankelijk maken voor het evangelie en het werk van Christus? Wen er nooit aan, wat anderen je ook willen laten geloven. Houd aan in het oproepen tot geloof en bekering.
En als je je herkent in Kaïns houding, breek ermee! Laat de talloze roepstemmen van anderen binnenkomen en volg Kaïns verhardende houding niet, maar buig, belijdt en roept tot de HEERE om hulp en vergeving.

donderdag 2 juli 2015

Het effect van Kaïns FG'tje

"En de HEERE zeide tot Kaïn …  En Kaïn sprak met zijn broeder Habel;"
 Genesis 4 : 6a, 8a

We hebben gehoord hoe de HEERE met Kaïn sprak. Je zou het een FG (FunctioneringsGesprek) kunnen noemen. Een moment waarop positieve en negatieve kanten tegenover elkaar werden gezet en leermomenten en speerpunten worden geformuleerd. Er blijft eigenlijk toch nog wel een dringende vraag liggen. Maar de geschiedenis draaft in één keer door naar een volgend gesprek: dat tussen Kaïn en Abel. Ik ben benieuwd hoe het eerste gesprek het tweede heeft beïnvloed.

Wat onbesproken bleef 

Een vraag die na de vorige bijbelstudie bij me opkwam was deze: de HEERE sprak Kaïn op zijn gedrag aan, maar Hij zweeg over de oorzaak. De HEERE wijdt geen enkel woord aan Zijn afwijzen van zowel Kaïn als zijn offer. Waarom? Als de HEERE een nieuwe koning voor Israël laat zoeken door Samuël – en die denkt dat het Eliab wel zal zijn – legt de HEERE uit dat Hij niet naar de buitenkant van iemand kijkt, maar naar diens hart (zijn motieven en diepere drijfveren).
En dat was er ook aan de hand bij het aannemen of afwijzen van de respectievelijke offers van Abel en Kaïn. De HEERE maakt die diepere motieven die niet deugen dus wel degelijk kenbaar.  Maar nergens in deze geschiedenis lezen we dat God aan Kaïn uitlegt waarom Hij zijn offer niet aannam. Nu hoeft God ook geen verantwoording af te leggen, maar je zou wel verwachten dat Hij er in het gesprek met Kaïn op terug zou komen. Met eerbied gesproken valt het ons tegen dat de HEERE blijft steken bij het materiële voordeel van de eerstgeboortezegen.
En het tweede dat ons opvalt is dat Kaïn geen enkel woord terugzegt tegen de HEERE. Later, na de dood van Abel zal hij brutaal antwoorden tegen de HEERE, maar hier, aan de vooravond van de eerste moord (of moeten we zeggen: het eerste mensenoffer?), zwijgt Kaïn. Nukkig? Ziedend? Onrustig? Overwegend? Ootmoedig? Deemoedig? Opstandig? Geblokkeerd?

Wat onbespreekbaar bleef

Er moet in Gods woorden toch voldoende duidelijkheid hebben gezeten, waardoor Kaïn precies wist wat er aan de hand was. En daarvoor moeten we toch nog even terug naar het offer van de beide jongens. Op de site www.links2life.nl las ik vandaag een paar overdenkingen over de geschiedenis van Kaïn en Abel, die me aan het denken hebben gezet en die precies aangeven, waarom God geen woorden gebruikte voor dat wat Kaïn heel goed begreep. Daarom stond er ook niets over in de Bijbel. Het was voor Kaïn duidelijk. Ik bedoel dit: Kaïns offer beantwoordde niet aan Gods voorschrift, hoe men tot Hem moest komen na Genesis 3! Ik citeer van de genoemde site:
De broers Kaïn en Abel aanbaden beiden God. De God die ooit in de de namiddag in de hof wandelde met hun ouders, moest nu op een hele specifieke manier worden benaderd, als gevolg van de vervreemding die ontstaan was door de zonde. Kaïn en Abel hadden van hun ouders geleerd hoe ze tot God moesten naderen, en hoe en wanneer ze de door God vastgestelde offers moesten brengen. 
Ze wisten dat de aanbidder niet met lege handen bij God's altaar kon aankomen, want omdat ze vanaf hun geboorte waren besmet met de zonde, was het voor de mens niet meer mogelijk om rechtstreeks tot de Heilige God te komen. God had daarvoor vanaf het allereerste begin een systeem van aanbidding door middel van offers ingesteld.
Vanaf het moment dat Adam en Eva met afgrijzen naar het karkas van het eerste geslachte dier hadden gekeken, van wiens huid God gewaden voor hen had gemaakt, was het duidelijk dat de zondaars die de dood verdienden alleen tot God konden komen via een plaatsvervangend sterven. Er moest bloed vloeien, want "de ziel die zondigt zal sterven".


Toen Abel het altaar van God naderde, had hij het geslachte, bloedende karkas van het beste en eerste van zijn kudde in zijn handen. Trillend naderde hij met het gebroken lichaam van de plaatsvervanger, en door dat te offeren maakte hij een statement in de trant van: "ik ben een zondaar en verdien het om te sterven, O Heilige God. Ik smeek dat dit onschuldige offer dat U hebt vastgesteld aan te nemen, om in mijn plaats te sterven en mijn zonden te bedekken zodat ik voor U aangezicht kan leven... ". Hij legde het offer op het altaar, en kon op de een of andere manier zien of het offer was geaccepteerd of afgewezen. Ondanks Abel's zonde was gemeenschap met God tot stand gebracht, zijn zonden waren vergeven en hij zou leven.

Toen Kaïn naderde, bracht hij een totaal ander offer, en maakte daarmee een heel ander theologisch statement. Door het meebrengen van de opbrengst van de grond, bijvoorbeeld groenten en vruchten, zei Kaïn iets tegen God dat hier op neerkomt: "God ik belijd dat u inderdaad mijn Schepper bent, en dat u de grond heeft gezegend die deze vruchten heeft voortgebracht. Ik smeek U om dit, het werk van mijn handen te aanvaarden uit de grond die U gemaakt hebt."


Kaïn was geen atheïst. Hij geloofde in God, en wilde hem aanbidden en erkennen als zijn Schepper en de gever van alle goede dingen. Hij was bereid om zijn plaats als schepsel te kennen, zelfs als een schepsel dat afhankelijk van God is. Kaïn weigerde echter zichzelf te zien als een zondaar die de dood verdient, en die alleen gered kon worden door het door God aangewezen plaatsvervangende offer. Hij veronderstelde dat hij de driemaal Heilige God kon benaderen zonder het vergieten van bloed!

En bijna alles wordt volgens de wet door bloed gereinigd, en zonder het vergieten van bloed vindt er geen vergeving plaats. (Hebr. 9:22)

Daarom voldeed Kaïns offer niet voor God, er was geen teken van Goddelijke acceptatie van Kaïns aanbidding. God wees Kaïns offer op een duidelijk waarneembare manier af.

Kaïn werd boos, nors en zelfs depressief. Hij was afgewezen en hij wist het. Abel was geaccepteerd door God, maar Kaïn niet. Dit bedroefde hem en maakte hem woedend, maar hij zei niets. Zelfs toen de HEER zelf hem confronteerde met vragen die bedoeld waren om hem tot de juiste aanbidding te brengen en hem uitdaagde zijn eigen gedrag onder ogen te zien, reageerde Kaïn niet.
Waarom ben je zo verbolgen Kaïn? Waarom zou je depressief moeten zijn? (Als je weet wat God vraagt en waarom... waarom zou je dan boos zijn?) .... Maar Kaïn antwoordt .... niets. Hij stelt zichzelf niet de vraag waarom hij kwaad of depressief zou moeten zijn, of waarom hij een probleem had met de Goddelijke inzetting van het plaatsvervangende offer. Hij heeft niets te zeggen als reactie op de liefdevolle vragen van de HEER om hem te corrigeren. God is direct in zijn vraagstelling: als je goed doet, zou je dan niet geaccepteerd worden? Met andere woorden: Kaïn je weet wat je moet doen om tot God te naderen, je kent mijn voorwaarden voor aanbidding. Je moet toegeven dat je een zondaar bent die de dood verdient, om Mijn genade en aanvaarding te kennen.... Maar Kaïn's reactie is .... niets."

Wat onbeschreven bleef

En na dit indrukwekkende gesprek van de HEERE met Kaïn – die tot dan toe nog altijd zweeg, lezen we die verbazingwekkende woorden: "En Kaïn sprak met zijn broeder Habel". Helaas – of moeten we zeggen gelukkig – blijven de woorden van dit gesprek verborgen. In ieder geval is het iets om je aan het denken te zetten. Dat moet toch vragen bij je oproepen? Waarom spreekt Kaïn met Abel? Je verwacht eerder dat Kaïn Abel uit de weg gaat, negeert. En als er nu had gestaan dat na deze gebeurtenis Abel het gesprek opende met Kaïn, dan zouden we dat nog kunnen begrijpen. Eerlijk gezegd had ik dat van een oprechte jongen als Abel wel verwacht. Maar het staat er niet.
Goed mogelijk dat Abel iets heeft opgevangen of gemerkt van het onderhoud van God met Kaïn. In ieder geval moet ook hij aan het gezicht van Kaïn hebben gezien dat er wat aan de hand was. "Kaïn, wat is er, broer. Je gezicht staat op storm… Komt het soms door het offer? Maar jongen, je weet toch hoe de HEERE gediend wil worden. Waarom deed je het op je eigen manier? Buig toch voor de HEERE, broer. Hij is het zo waard!" Nee, Abel zweeg. Althans, ik lees er niets van.
Nee, het initiatief voor het gesprek, kwam bij Kaïn vandaan. Maar Kaïn, waar wil jij over praten met Abel? Wil je hem vragen om voor je te bidden? Wil je hem vragen hoe de HEERE dan precies gediend moet worden? Kom je er niet uit en wil je het eens samen met je broer allemaal op een rijtje zetten? Maar… dat had de HEERE toch al voor je gedaan?
Vanaf moment 1 krijg ik sterk het gevoel dat Kaïn met voorbedachte rade, met een list, zoals de Kanttekeningen het inkleuren, zijn broer het veld in lokt. Op diezelfde site van daarnet valt ook wat te lezen over het tweede offer van Kaïn: iemand zal de prijs moeten betalen. We gaan daar de volgende keer wat dieper op in. Al met al blijft onbeschreven, maar niet onbedreven, Kaïns gesprek met Abel, en de daarop volgende daad…

Wat onveranderd bleef 

Tot slot: ondanks dit alles bleef het hart van Kaïn onveranderd. Je wordt er koud van, hoe koud Kaïn blijft. Hoe hellend het vlak is dat ontstaat als iemand kordaat zijn eigen pad trekt bij God vandaan en als de HEERE hem dan ook laat gaan! Deze uiterst enge mogelijkheid moet ons tot inkeer brengen; telkens weer. Nee, er is geen afval der heiligen, maar er is wel het uitblussen van de Geest en het bedroeven van de Geest. En voor wat betreft de hardnekkige weigering om God te dienen, die we zien bij onze kinderen, collega's, ouders misschien wel, of broers of zussen, moet ons aanzetten tot veel en aanhoudend gebed voor hen. Kaïn roeide een van zijn belangrijkste voorbidders uit… Laat Kaïn een baken in zee voor je zijn. En… laat zulk een dwang voor jou niet nodig wezen, als je je in Kaïn herkent. Bewust blijf ik focussen op Kaïn en niet op Abel. Want hier wankelt iemand ten dode; als je de geschiedenis goed leest, is dat ook definitief zo gebleven. En ook het Nieuwe Testament laat weinig hoop op een zalige ommekeer bij Kaïn over. Lees jij misschien daarom wel deze bijbelstudie? Of misschien lees jij hem om er anderen mee in aanraking te brengen. Geef het door en ruk zielen weg uit satans klauwen, want… de zonde, het duivelse roofdier, ligt voor de deur.