Posts tonen met het label haat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label haat. Alle posts tonen

vrijdag 14 april 2017

Gods kinderbescherming

"Toen zeide Hij: Strek uw hand niet uit aan den jongen en doe hem niets; want nu weet Ik, dat gij godvrezende zijt, en uw zoon, uw enige, van Mij niet hebt onthouden."
Genesis 22 : 12



Aan de rechterkant van kerkelijk Nederland wil men beweren dat de mens enkel geneigd is God en zijn/haar naaste te haten. Dat clichée mist zijn effect als men dat vertaalt met boze haat, in plaats van wat het eigenlijk is: God niet op de eerste plaats in je leven te zetten. Dus het is belangrijk dat we duidelijk taal in de kerk spreken anders mist de boodschap compleet zijn doel!

Haten is in onze tijd een té geladen en verkeerd te interpreteren begrip geworden. Als ik iemand haat, omdat hij een verwoestend, destructief gedrag vertoont in een gemeenschap of gezin, of denigrerend en kwetsend naar anderen is op onrechtmatige gronden, dan is mijn liefde compleet geluwd, zo niet uitgeblust. Met alle gevolgen van dien. Uit haat – denk aan geradicaliseerde haat – komt psychische of fysieke doodslag voort. Maar de haat waar ik het hier over wil hebben is het God niet Zijn plek in je leven gunnen, omdat je zelf dan aan de kant moet gaan. Dat is wat er hier speelde. Let maar op.

Abrahams kinderbescherming

God laat Zijn Zoon de naam van Abraham noemen. En Abraham is de persoon die per direct met alle zintuigen in zijn bestaan oplet. "Doe Izak geen kwaad met je offermes! Nu weet ik dat je Mij vreest." Huh? Abraham vreesde God toch wel? Hij werd zelfs een vriend van God genoemd; wie kan dat zeggen? Hij praatte veel met God en God vertelde soms zelfs wat Hij ging doen (denk aan de verwoesting van Sodom, Gomorra, Adama, Zeboïm en bijna ook Zoar!). Met wie overlegt God nog meer zulk soort dingen? Nou, Mozes misschien en David… maar dan houdt het toch wel zo'n beetje op. En toch moet dit 'offer' het bewijs voor God worden dat Abraham godvrezend is? Dat woord staat bij ons als één geheel vertaald 'godvrezend', maar dat ziet er erg aards uit. Het moet eigenlijk zijn 'God vrezend'. Vrezen kán 'angst hebben voor' betekenen, maar hier heeft het de betekenis van 'eerbiedigen' of 'vereren'. Voor Abraham stond Izak boven God, zo blijkt tussen de regels door. Misschien als we het Abraham zouden hebben gevraagd, zou hij het niet hebben toegegeven. "Nee, natuurlijk niet. De HEERE is mijn deel, de belangrijkste in mijn leven. Wat zou ik zonder Hem moeten en kunnen?
Maar… Abraham had al een aantal keren laten zien (in Egypte en in Gerar bijvoorbeeld) dat hij niet helemaal blind op de HEERE vertrouwde en zijn eigen ratio toch een tikkeltje serieuzer nam dan Gods vaderlijke zorg voor hem. Daarmee nam hij ook de zorg voor de kwetsbare Izak (immers, Izak was de enige; juist dat woordje typeert zo de angstige kwetsbaarheid die Abraham ervaart als hij naar zijn zoon kijkt) buitenproportionele vormen aan. Maar nog meer gold dat voor de zorg die Abraham had voor zijn eigen leven. Als uit hem de Messias zou moeten worden geboren, dan moest hij ervoor zorgen dat hijzelf in leven bleef. Desnoods offerde hij Saraï op, maar niet zichzelf! Want dan kwam Gods plan in het gevaar.
En daarom stuurde de HEERE aan om Izak aan de totale kwetsbaarheid bloot te stellen, door Abraham bescherming uit te schakelen. Sterker nog: hij zou de doodsoorzaak voor Izak worden. Waar bleef die krampachtige hang naar zorgen nu? Abrahams kinderbescherming (in het licht van de komende Messias) leed schipbreuk en op een radicale manier ook!

Gods kinderbescherming

Hoe moet dat nu? Bijna keelde het mes zijn dierbare jongen, zijn lieveling. Maar… was Abraham dan de enige die van Izak hield? Of moest Izak ook leren meer verwachting te hebben van zijn hemelse Vader?
De woorden die de Engel des HEEREN gebruikt hebben een dubbele lading: "Doe hem niets". Hier openbaart God, zo lezen we in de Kanttekeningen, God Zijn plan. Hij wil iets leren over menselijke zorg en Goddelijke zorg. En Hij wil iets aan ons, eeuwen later, leren over wat er in Abrahams hart leefde. De HEERE stelt Abraham hier tegelijk dus tot een voorbeeld om na te volgen; niet om onze kinderen op te offeren, maar aan Hem toe te vertrouwen. En dat geldt voor allen die ons lief en dierbaar zijn. Ook als ze andere wegen gaan!
Het eerste is dat Abraham zijn zoon niet letterlijk gevaar moet berokkenen, door hem het mes op de keel te zetten. Maar psychisch en geestelijk berokkende hij zijn zoon ook kwaad, door hem boven God te stellen (hem meer zorg toe te vertrouwen dan God Zelf). Hier naderen we het scherpst van de snede, het spanningsveld tussen verantwoordelijkheid en vertrouwen dat in elke opvoeding weer een punt van zorg is.
God prijst Abraham in dit vers, dat hij duidelijk heeft laten zien (aan allen die de geschiedenis eens zullen horen en lezen) dat God op nummer 1 staat. De Kanttekening leggen een link met Psalm 139 en dat is een mooie lijn! Vers 23 van die psalm zingt: "Beproef mij en ken mijn gedachten." Ze me openlijk op de proef, zodat eruit komt wat erin zit: toewijding of niet. En vers 2 van die psalm belijdt: "Gij verstaat (begrijpt en ook ként) mijn gedachten van verre". Ja God weet het wel, maar als we door ons gedrag naar de mensen om ons heen vragen hebben opgeroepen, dan moet het openbaar worden onderstreept. "God weet wel hoe we dat bedoelen," zei eens iemand. Misschien, maar weten de omstanders, met name de ongelovige omstander dat dan ook? Of krijgen ze door ons wazige gedrag een merkwaardig verwrongen beeld van God? Dan wil de HEERE toch graag openlijke helderheid.

In die zin hoeven we niet bang te zijn, want Gods bescherming van Zijn kinderen is totaal en waterdicht. Daar kun je zeker van zijn. Misschien kost het je 'gezicht', maar nooit je ziel! Kijk maar, God neemt het direct voor Izak op en neemt hem in Zijn hoede. Er is werk aan de winkel voor Izak, die dit moment zijn leven lang niet zal hebben vergeten, maar… misschien toch wel even dit moment vergat, toen hij Ezau wilde zegenen vóór Jacob. En? Ontbrak het Jacob uiteindelijk aan bescherming? Lees dat prachtige gebed van Jacob in Genesis 32 : 9-13 maar eens, waarin hij zegt: "Ik ben geringer dan al deze weldadigheden, en dan al deze trouw, die Gij aan Uw knecht gedaan hebt; want ik ben met mijn staf over deze Jordaan gegaan, en nu ben ik tot twee heiren geworden!" Wat een vaderlijke zorg van de HEERE! Hem loopt niets uit de hand.

En hoe ingrijpend is deze tekst op een dag als vandaag (Goede Vrijdag) te gedenken dat God Zijn Zoon niet in bescherming nam, maar Hem overgaf in de dood. Om Abraham, Izak en ons te kunnen beschermen tot in eeuwigheid! Hij deed Hém al dat kwaad dat wij deden, om ons te zaligen en te beschermen tegen alle kwaad. Izak kun je misschien als een slachtoffer zien, maar Jezus niet. Luister hoe de Mattheüs Passion het bezingt:
Aus Liebe will mein Heiland sterben,
Von einer Sünde weiß er nichts.
Daß das ewige Verderben
Und die Strafe des Gerichts
Nicht auf meiner Seele bliebe.

dinsdag 27 december 2016

Als Jezus door het midden weggaat is het oppassen geblazen

Maar Hij, door het midden van hen doorgegaan zijnde, ging weg.
Lukas 4 : 30

Jezus wandelde tussen de woeste mensenmassa, zoals het volk Israël achter Mozes aan door de Rode Zee wandelde


Heb je weleens ruzie gekregen met een jongen op het schoolplein? Wat gebeurde er, als je niet terug vocht? Kwam je er dan zonder blauw oog vanaf? Of een bloedneus? Of beiden? Ben je weleens achterna gezeten door een paar grote jongens? En als ze jou te pakken kregen, schudde je ze dan even gemakkelijk van je af, zonder kleerscheuren of pijnlijke schrammen? Ik vermoed dat je er geen beste herinneringen aan hebt overgehouden! Zelfs niet als het je toch lukte te ontsnappen aan je belagers.

Maar hier in onze tekst wordt Jezus door de bevolking van een heel dorp, ja door de hele vrome gemeente van een synagoge, meegesleurd! En Hij werd niet alleen op ferme wijze het dorp uitgewerkt, maar in drieste haat sleuren ze Hem verder de heuvel op – waarop ook hun stad is gebouwd en die een stuk buiten de stad een hoogtepunt bereikt – om Hem daar van een steilte af te gooien… te pletter! Dood moet Hij!
Het zijn geen borderliners of in hun jeugd psychisch verminkten met agressieverschijnselen; het is eenzelfde massa – prima bij hun verstand – als die later ook en masse roept: "Kruist Hem!" en "Zijn bloed kome over ons en onze kinderen". En toch… niet één been zal aan Hem gebroken worden. Er komt geen engelenleger aan te pas, om er voor te zorgen dat Hij Zich aan geen steen zal stoten. Er wordt zelfs niemand van de belagers de tanden uit de mond geslagen of erger! Jezus bestrafte de zee en die werd stil, maar hier wordt zelfs geen woord gesproken!

Voorganger

Wij mogen Jezus bijzonder vinden, omdat we achteraf naar de geschiedenis kijken en geloven dat Hij de Zoon van God is, maar zo keken de bewoners van Nazareth niet tegen Hem aan. Voor hen was Hij de zoon van Maria en Jozef, een mede-stadbewoner… niet veel meer dan dat. Deze morgen was Hij de voorganger, maar in die functie stond Hij in een lange rij van voorgangers die hier ooit hadden gelezen in de Schrift en er hun kijk op hadden gegeven, al dan niet een oudvader citerend.
Jezus bar Jozef was voorganger, maar wel in hún dienst! Zij maakten de dienst uit en Jezus stond voor hun karretje. En toen dat precies andersom uitpakte – sterker nog, ze bleken niet eens in hun eigen karretje te zítten – toen sloeg de vlam in de pan. Verontwaardiging? Gekrenkte trots? Het zijn zeer verzachtende termen voor de duivelse haat die satan uit zichzelf genereert, wanneer hij zich te binnen brengt dat hij tot in eeuwigheid buiten staat.
Er zijn meer Joden in het Oude Testament geweest, die waren bevangen door diezelfde haat die onlosmakelijk gekoppeld zit aan de uitzinnige helse angst straks eeuwig buiten de staan. Ik noem alleen maar Kaïn, Ezau en Saul. Daar bewerkte zondekennis dus geen bekering, maar duivelse haat! We moeten met ons cliché 'zondekennis' maar een stuk terughoudender zijn. Nood leert niet altijd bidden; zondekennis bewerkt niet altijd verootmoediging.
Dit pijnlijke bracht Jezus aan het licht, hier in de synagoge; hun godsdienst was een dekmantel om de schijn op te houden tegenover God. Omdat Jezus hun hart kende, zo lezen we telkens weer tussen de regels door, laaide die angst op. Dat feit zint satan niet, zodat hij er de haat aan toevoegt (die we bij die boze geesten in Gardara ook zien): "Zijt gij gekomen om ons te pijnigen vóór de tijd?"

Doorganger

Het is voor ons moeilijk voor te stellen hoe groot de angst is, als je deze geschiedenis live had meegemaakt. Wij weten hoe het afloopt; wij zijn overtuigd van Jezus' almacht, toch? Maar tot aan Golgotha waren zelfs Zijn jongeren niet overtuigd van het feit dat Hij alle macht in hemel en op aarde had. Ook hier dreigt het mis te gaan. Zo'n grote menigte… dat moet Hij wel afleggen. Dit wordt onherroepelijk Zijn dood! We horen als het ware de smak al, waarmee Hij te pletter slaat in de diepte, aan de voet van de Heuvel van de Afgrond. We zien als het ware de bloedspatten al tegen de rotswanden naar beneden druipen.
Ik weet niet hoe dicht Hij de rand van de afgrond al genaderd is in onze tekst. Tien meter? Eén meter? Eén centimeter? Maar plots gaat er een rare beweging door de menigte. Een golfbeweging, niet óp Jezus af, maar ván Hem af! Van Hem af… dat is tegelijk het meest aangrijpende in deze tekst!
Er komt een pad in de kolkende massa stadsgenoten en Jezus wandelt rustig tussendoor. Nee, dat staat er niet, Hij ging over dat pad dwars door de mensen heen en… ging weg! Zoals het volk Israël droogvoets dwars door de Rode Zee ging, weg van Farao en zijn ruiters, weg van het diensthuis Egypte. Weg, dat betekent ook 'iets achter latend'. Maar wat?

Wegganger

Die term 'middendoor gaan' bracht mij de geschiedenis van Abraham uit Genesis 15 te binnen. We lezen in vers 10 dat Abraham de offerdieren voor de verbondssluiting met God 'middendoor deelde'. Hij maakte als het ware een pad tussen die dieren, letterlijk dwars door die dieren heen. Een pad waarover hij samen met God zou moeten gaan wandelen. Het kwam er niet van; God ging alleen. Hij sloot dat verbond eenzijdig met Abraham.
Abraham viel ín slaap en er viel iets óp hem: schrik en grote duisternis! Maar toen God bij hem kwam, troostte en bemoedigde Hij Abraham en nam die schrik en duisternis weg. Die werd bewaard, voor iemand anders; Iemand anders. Die schrik en duisternis zouden straks op Jezus Christus worden gelegd. Echter… zij die Hem verwerpen uit puur ongeloof, overgoten met welke vrome saus ook, zouden die schrik en duisternis voor eigen rekening krijgen. Voor hen niet de schoot van Abraham, maar de oneindige afgrijzing van satans nabijheid.
Iets daarvan merk ik in dit weggaan van Jezus. Hij wandelt maar niet zomaar tussen die kluwen hatelingen; Hij gaat dwars door hen heen en verlaat hen! Dat heeft iets sinisters en aangrijpends. Als God middendoorgaat – die term komen we op diverse plaatsen in het Oude Testament tegen – dan is er meestal sprake van oordeel. Dit middendoorgaan in Nazareth is niet minder een oordeel.

Als Jezus voorganger is in jouw gemeente, in jouw leven (!), blijft Hij dan of gaat Hij middendoor weg? Dit voorval is gelukkig een uitzondering; in verreweg de meeste gevallen blijft de HEERE nog roepen: "Jeruzalem, Jeruzalem, hoe menigmaal heb Ik u bijeen willen vergaderen…" Als jij Zijn stem hoort, en Hij is nog niet jouw Voorganger (letterlijk: Hij gaat je nog niet voor op het levensspoor), hoor dan naar Hem, verhard je niet, maar laat je leiden! Wordt wakker en leef!

woensdag 11 november 2015

Alles tegen, zo het lijkt

De Samaritaanse vrouw had tegen dat Samaritaan was én vrouw was;
en toch stapt Jezus over die grenzen, om haar te redden!
 
"Zo zeide dan de Samaritaanse vrouw tot Hem: Hoe begeert Gij, Die een Jood zijt, van mij te drinken, die een Samaritaanse vrouw ben? Want de Joden houden geen gemeenschap met de Samaritanen."
Johannes 4 : 9 


Dat had ze al best snel gezien: dat er een Jood voor haar zat. Het liefst had ze Hem doodgewenst; in ieder geval zou het haar een plezier gedaan hebben als Hij Zijn mond had dichtgehouden. Maar, o Godswonder van genade, Hij bleef zitten en zweeg niet! Zoals Jezus zweeg toen Zijn Eigen naam en positie in het geding was bij Pilatus, bij Herodes maar vooral op Golgotha, zo spreekt Hij juist hier. Laat het even op je inwerken!


Afstand Jood-Samaritaan

Nou, jij en ik verheugen ons in dit wonderlijke handelen van de Heiland, maar de vrouw is zich er allerminst van bewust. Haar nukkige houding en uiterst gereserveerde woordkeus laten zien dat ze liefst zo snel mogelijk van deze plaats weg zou gaan. En Johannes voegt er nog even het feit aan toe – alsof we dat nog niet wisten – dat Joden en Samaritanen zich verhouden als water en vuur. Gemeenschap houden strekt zich blijkbaar zelfs zóver uit dat ze ook niet met elkaar converseren. Maar ondanks dat ontstaat er toch een – aanvankelijk misschien wat geforceerd, vanuit de vrouw gezien – gesprek.
Er zijn twee dingen die bij me bovenkomen. Waar kwam die haat vandaan en wat vertelt Gods woord erover? Het tweede is: wat is de rol van Johannes in deze formulering? Op dat laatste zal ik bij punt 3 ingaan. Over het feit en de oorsprong van die haat lezen we iets in de Kanttekeningen, die ons verwijzen naar Lukas 9 : 53, de geschiedenis dat Jezus met Zijn discipelen opnieuw door Samaria reist en geen onderdak krijgt. We lezen in de Kanttekeningen bij vers 53, "En zij ontvingen Hem niet, omdat Zijn aangezicht was als reizende naar Jeruzalem":
‘Jeruzalem’: Namelijk om daar de godsdienst te plegen, hetwelk de Samaritanen juist deden op den berg Gerizim, Joh. 4:20; Josef. Antiq. lib. 11, cap. 8 Flavius Josefus, Joodse Oudheden, 11e boek, 8ste hoofdstuk, waaruit grote haat en vijandschap tussen de Joden en Samaritanen ontstond; Joh. 4:9.
Op Wikipedia lezen we veel interessante gegevens over de Samaritanen; waard om eens rustig te lezen. Maar wat ik er voor dit moment uit wil halen is dit:
In 722 v. Chr. werd een deel van de inwoners van het noordelijke koninkrijk Israël (ook wel Samaria genoemd) door de Assyriërs weggevoerd; de Assyriërs brachten andere kolonisten voor hen in de plaats. De noordelijke Israëlieten vermengden zich met deze nieuwkomers en hieruit ontstonden de Samaritanen.

Zij werden echter niet door de zuidelijke Israëlieten van het koninkrijk Juda geaccepteerd omdat zij de gemengde Samaritanen niet als echte Israëlieten beschouwden en de Samaritanen naar hun mening niet het zuivere Israëlitische geloof navolgden.

Toen de zuidelijke Israëlieten op hun beurt ook in gedwongen ballingschap gingen (de Babylonische ballingschap) waaruit ze in tegenstelling tot het gedeporteerde deel van de noordelijke Israëlieten wel terugkeerden en vervolgens de door de Babyloniërs verwoeste tempel in Jeruzalem wilden herbouwen, deden de Samaritanen een verzoek om te mogen meehelpen hetgeen de zuidelijke Israëlieten (vanaf toentertijd Joden genaamd) afwezen. De Samaritanen moesten genoegen nemen met hun eigen tempel in het heuvelland van Samaria op de berg Gerizim, die volgens de Israëlieten van het zuiden niet geldig was.
Rond de tijd van Jezus Christus aan het begin van de jaartelling werden de Samaritanen door de Joden nog steeds als tweederangsburgers en dito gelovigen behandeld. Daarom antwoordde Jezus volgens het Evangelie volgens Lucas in het Nieuwe Testament op de vraag van een rechtsgeleerde "wie is mijn naaste?" met de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. 
Het geeft aan hoe hardnekkig dit conflict dus was. En… dat dit ook daadwerkelijk een hindernis was die alleen door Jezus kon worden overbrugd. De vrouw had het nooit gewild. Zelfs de discipelen zouden geen contact hebben gezocht.


Afstand man-vrouw

Er is echter nóg een scheiding die de afstand tussen de vrouw en Jezus groter maakt. We zagen al dat de vrouw liefst zo snel mogelijk wilde weglopen. Misschien is het enige dat haar niet doet wegrennen, haar bijzondere interesse in mannen. En zeker mannen die haar onderzoekend aankijken en proberen aan te spreken. Wellicht dat ze zelfs dacht dat Hij haar aansprak vanwege haar (sensuele/uitdagende) uitstraling; in ieder geval was er iets in haar dat bij sommige mannen iets losmaakte. Maar niets is minder waar.
Niet dat Jezus geen gezonde afstand bewaart tot vrouwen; zij behoorden als huwelijkspartner niet tot Zijn opdracht hier op aarde; Hij zoch slechts Zijn geestelijke bruid. Hoewel Hij als mens uit een vrouw geboren was en op haar schoot was gevoed, zou Hij nooit nauwe omgang met een vrouw kunnen hebben; want Hij is God.
Maar waar het de uitbreiding en verdieping van Zijn Koninkrijk betreft, laat Hij rustig een Maria aan Zijn voeten zitten om onderwijs te ontvangen. Laat Hij rustig een zondares zijn voeten zalven. Laat Hij rustig een Maria Magdalena, een Johanna, een Salome, een Maria, Hem volgen op Zijn weg door Israël heen. Ja, Hij laat het toe dat ze Hem daar zo zien hangen aan het kruis.
De afstand man-vrouw was voor de vrouw wel een hindernis, maar voor Jezus niet. Hij spreekt haar tegen alle ongeschreven regels aan. En haar stadsgenoten zullen Hem er later eeuwig dankbaar voor zijn! Er is ook niemand in de buurt die ethisch roet in het eten kan gooien. Jezus snijdt haar de pas niet af en drijft haar niet in een hoek. Ze staat daar bij de put in volle vrijheid om te gaan, maar… ze gaat niet en houdt voetje voor voetje het gesprek gaande.

Afstand voldongen feit?

Valt het je ook op hoe statisch Johannes hierover schrijft? Alsof het hem niets doet. Hij stelt in onze dagtekst eigenlijk heel klinisch vast dat Joden (let op de volgorde) geen gemeenschap met de Samaritanen (onder)houden. Hij wijst wel het eerst naar zijn eigen volk, de Joden die zich volgens hem dus superieur gedragen, maar legt zich vervolgens zonder enige reserve neer bij het feit dat contact tussen zijn en haar volk gewoonweg onmogelijk is. Zo is dat nu eenmaal. Je zou van deze discipel die Jezus liefhad toch wel iets anders verwachten, niet? Tja, ook kinderen van God kunnen niet altijd met iedereen door één deur.
Daarnet noemde ik Lukas 9 al; lees eens wat Johannes daar in vers 54, samen met zijn broer, roept (nota bene vlak na het voorval van de verheerlijking van Jezus op de berg!):

"Als nu Zijn discipelen, Jakobus en Johannes, dat zagen, zeiden zij: Heere, wilt Gij, dat wij zeggen, dat vuur van den hemel nederdale, en dezen verslinde, gelijk ook Elias gedaan heeft?"
Jezus is furieus over deze uitspraak. Zo deed Elia dat in zijn tijd niet; zijn ze nu helemaal! Ze moeten hun Bijbel nog maar eens beter lezen, voordat zij echte Boanerges (zonen des donders) kunnen zijn in hun prediking (lees de Kanttekeningen bij deze naam in Markus 3 : 17). "Gij weet niet van hoedanigen geest gij zijt. Want de Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden." En dat doet Hij ook hier in Johannes 4.
Ik blijf het onderwijl vreemd vinden dat Johannes zelf in zijn evangelie niet rept over dit voorval. Schaamde hij zich ervoor? Maar dan had hij toch ook wel iets anders kunnen schrijven in onze dagtekst? Of lag daar toch nog een stukje oude mens?
Al met al hadden die twee barrières er wel voor kunnen zorgen dat deze vrouw bleef liggen in haar zonden en een totaal verkeerd beeld van God behield. Hoe zou de Jongste Dag er dán voor haar hebben uitgezien? En voor haar stadsgenoten, niet te vergeten!

donderdag 5 november 2015

Op de vlucht voor succes?


Vluchten voor je succes?


"Als dan de Heere verstond, dat de Farizeeën gehoord hadden, dat Jezus meer discipelen maakte en doopte dan Johannes; (hoewel Jezus zelf niet doopte, maar Zijn discipelen), zo verliet Hij Judea, en ging wederom heen naar Galilea."
Johannes 4 : 1-3

Als je de dagtekst leest zou je haast denken dat Jezus wegvlucht voor het succes. Hordes mensen lopen Hem na. Dit is toch precies wat Hij zou moeten willen? "Komt allen tot Mij…"; maar nu ze komen, vertrekt Hij en keert terug naar Zijn woongebied Galilea.

De valkuil van succes

Het Evangelie verkondigen is een prachtig werk. Maar wat, als er veel mensen onder je gehoor komen, speciaal voor jouw preken? Wat, als gemeenteleden je ophemelen en je kwaliteiten breed uitmeten. Wat, als je geen kwaad bij hen kunt doen? Als er nooit eens een is die je vraagt waarom je dit zus doet en dat zo? Waarom je dit vergeet, dat nalaat. Apollos was zo'n welsprekend en gevierd prediker. En toch had hij de gave van de Heilige Geest om zich te laten onderwijzen door gemeenteleden als Aquilla en Priscilla. Ze wezen hem op nalatigheden en mankementen. Niet om hem onderuit te halen, maar om hem te laten groeien, te laten ontwikkelen in het preken. En zo nóg dienstbaarder te zijn in het Koninkrijk van God. Prachtig toch?
Hoeveel predikanten, voorgangers en sprekers die enig succes ervaren, gaan naast hun schoenen lopen. De toehoorders hebben ze nodig om zich succesvol te voelen. Ik vrees dat er ook verschillende oudvaders in die valkuil zijn gestapt. De zichtbare problemen ontstaan, wanneer er een kritische opmerking wordt gemaakt over de lezing of preek. Men beschouwt het als kritiek, afbrekende kritiek. Maar het werkelijke probleem zit dieper en ligt al veel eerder op de loer: men is zichzelf tot een middelpunt gaan verheffen. Het Evangelie staat niet werkelijk centraal. En zo is een klinkende preek uiteindelijk een vals-luidende schel.
En wat je aan zowel de over-bevindelijke kant als aan de over-evangelische kant ziet: men doet aan klantenbinding. Er worden geestelijke problemen gecreëerd zowel in de levensheiliging als in de rechtvaardigmaking. En het resultaat is dat God op grote afstand komt te staan, mensen aan het dwalen gaan en er sprake is van geesteloosheid, dorheid en verachtering in de genade. Het is niet erg veel verschillend van wat wij met het milieu doen: we buiten het uit, zonder dat we ons rekenschap geven van ons rentmeesterschap. Dus: wat is de insteek van ons gemeente-zijn, de kerkdiensten en alle kerkelijk werk? Misschien goed om op dit zijspoor van deze tekst eens te overdenken.

De valkuil voor Jezus

Maar is dit aan de orde in de tekst? Is Jezus op de vlucht voor het succes van Zijn optreden. Misschien vind je die vraag raar, maar toch komt dit hier en daar in het Evangelie aan de orde, wanneer je dit soort dingen leest: "Maar Jezus Zelf betrouwde hun Zichzelven niet, omdat Hij hen allen kende" (Joh. 2 : 24). En op meerdere plaatsen lezen we dat Jezus Zichzelf wat uit het zicht houdt, wanneer de schare in extase dreigt te raken. Zo ook op het laatste Paasfeest in Jeruzalem. Is dat ook hier in onze dagtekst aan de hand? Of distantieert Hij Zich, om Johannes de Doper meer ruimte te geven?
Nee, het probleem zat niet in wedijver met Johannes of vrees voor de schare die euforisch was over Jezus, maar het probleem zat 'em in de farizeeën die voortdurend zichzelf als werktuigen van satan aanboden om Jezus maar op een ander tijdstip en onder andere omstandigheden dan Hij Zelf had bedacht, uit de weg te ruimen. Jezus doet er bij wijze van spreken weinig moeite voor. Hij trekt gewoon weg. De Kanttekeningen wijzen erop dat er geen wedijver is van Jezus ten opzichte van de farizeeën, maar wel andersom: de farizeeën ten opzichte van Jezus. "Zij vreesden dat zij hun aanzien bij het volk meer zouden verliezen door Jezus, dan inmiddels geschied was door Johannes; en dat zij daarover met nijdigheid en haat tegen Hem hoe langer hoe meer ontstoken werden". Om hen niet al te zeer te tarten – en dus nog genadetijd en tijd van inkeer te geven – week Jezus van hen en keerde terug naar de streek waar Hij was opgegroeid.

De valkuil voor christenen

Jezus had met Zijn goddelijke almacht kunnen blijven waar Hij was. Wie zou Hem eigenlijk ooit iets kunnen doen, wat Hij niet wilde? Vind je het ook niet vreemd dat Jezus wegvlucht? Had Hij niet juist nu en daar Zijn almacht kunnen tonen? De farizeeën kunnen wegvagen of en-masse tot bekering brengen? Had Hij niet… had Hij… Nee, Zijn ure is nog niet gekomen.
Wij mensen – en christenen zijn daar zeker niet een uitzondering op – houden wel van vuurwerk, krachtwerk en succes. Maar dat is een grote valkuil. Voortijdige overwinning – die misschien wel alle kracht heeft gevergd, die later nog nodig blijkt te zijn – is niet altijd de juiste en totale overwinning. Jezus wacht Zijn tijd af. Niet geslepen zoals satan, niet listig als een slang, een sluipmoordenaar of een roofdier, maar kalm, Zijn tijd afwachtend.
Christenen zouden ook wat meer dat terughoudende geduld moeten hebben én tegelijk een secure inschatting van de tijd, waarin ze leven. Je hoeft niet altijd in actie te komen, om actief christen te zijn. Je hoeft niet altijd te spreken om wat te zeggen. Weloverwogen, vastberaden en vooral doelgericht: op Hem! Daarmee zeg ik niet dat christenen er vooral het zwijgen toe moeten doen. Juist in deze eindtijd moet het Evangelie helder en duidelijk hoorbaar klinken.
Maar waar ik op doel is dat het teveel voorkomt dat christelijke voorgangers, leiders en zegsmannen in de ban komen van hun 'succes' en daarmee onbruikbaar worden. Ja, het Koninkrijk van God soms grote schade berokkenen, hoewel ze dat natuurlijk niet bewust gewild hadden. De satan gaat rond… we moeten de tijd uitkopen en soms uitkoken… En we leven in een tijd waarin veel achter de schermen gebeurt, in lobby-circuits. Ook in kerkelijke structuren. Denk aan de vorming van de PKN en zoveel trammelant meer. Waakt en bidt en kijk vooral kritisch naar je eigen motieven. Waarom doe ik het? Moet ik dit wel doen? Is dit de juiste tijd? Proef je nieren! Bid en sta stevig in de verdrukking die veelkoppig is.