Posts tonen met het label vrouw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrouw. Alle posts tonen

zaterdag 5 december 2015

Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord

De mensen uit Sichar geloven door het Woord van Jezus

"Als dan de Samaritanen tot Hem gekomen waren, baden zij Hem, dat Hij bij hen bleef;
en Hij bleef aldaar twee dagen.
En er geloofden er veel meer om Zijns woords wil;

En zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld."
Johannes 4 : 40-42


Het Avondmaal ligt morgen al weer een week achter ons. Hoe was het? Hoe is het gegaan deze week? Wat is er over van het verlangen dicht bij de HEERE te blijven? Is het verlangen nog levendig dat vraag: "HEERE blijf dicht bij me"? Wil je ook Zijn stem telkens weer horen, Zijn nabijheid dagelijks genieten? Laat de begerende vraag van de Samaritanen ons opscherpen en aanmoedigen dat begeren gaande te houden.

Blijf bij ons Heer'

Was er wellicht bij sommigen de sensatielust om die bijzondere Joodse Profeet te ontmoeten, Zijn wonderen met eigen ogen te zien? Inmiddels is het (grotendeels) overgegaan in een verlangen om deze Heiland zelf te horen spreken. Ze beleden dat het goed was om Zijn onderwijs te ontvangen, te zitten aan Zijn voeten.
Maria Magdalena werd in de graftuin aangesproken door de Opgestane; het eerste dat ze deed was Zijn voeten vastgrijpen. Ze wilden Hem nooit meer verliezen. Jezus weerhoudt haar er echter van; dat kan niet. Hij stuurt haar juist weg: "Ga naar Mijn broeders…" Is dat hard? Nee. De tijd komt nog dat we Hem altijd bij ons hebben en we met Hem mogen genieten van de heerlijkheid. Maar bij Jezus blijven zitten, je aan Hem vastklampen, heeft tot gevolg dat we het zicht op de anderen, die nog moeten worden toegebracht, verliezen.
Daarom last Jezus een rust- en toerustingsperiode in van twee dagen. En ze zullen ervaren dat Hij – als Hij vertrekt – met Zijn Geest bij hen blijft. Dat is een leerproces – een heel leerzaam en heerlijk proces zelfs – dat ook wij na de Avondmaalstafel moeten beseffen en leren.
Het vogeltje dat ik vanmiddag luidkeels hoorde zingen – ondanks de kou en de harde wind – maakte me duidelijk dat de HEERE weet heeft van zo'n klein vogeltje. "Gaat gij niet vele musjes (of andere vogeltjes) te boven?" Uw hemels Vader weet wat gij nodig hebt. We leven zo vaak bij het zien en ervaren, maar soms laat de HEERE indirect Zijn aanwezigheid merken. De Heilige Geest leert ons beter horen, zien en luisteren: Wees niet bang, Ik ben bij je!

Ik heb het zelf uit Zijn mond gehoord

Het tweede machtige aspect in deze geschiedenis is die persoonlijke belijdenis van de Samaritanen: "Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld." Een belijdenis die de doorsnee Jood hier niet zou verwachten en eigenlijk ook maar onder de maat zou vinden. Echter Jezus vindt er de aanleiding in voor twee dagen catechese en toerusting.


De woorden van de Samaritaanse vrouw hadden in één klap veel losgemaakt in Sichar. Bakkers, slagers, herders, priesters, boeren, vrouwen, kinderen en grijsaards… de stad liep uit op wat ze de vrouw hadden horen roepen. Deze eerste vrouwelijke predikante in Sichar had goed werk gedaan. Ze vormde met haar bereidwilligheid om het evangelie te verkondigen een beschamend contrast met een figuur als de oudtestamentische profeet Jona. Ze was een boodschapster van de Blijde Boodschap; al konden zowel zij als de stadsgenoten nog niet bevatten wat het allemaal precies inhield.
Al direct na de eerste ontmoeting met Jezus begon er iets te veranderen. Ze waren gegaan op het woord van de vrouw. Maar toen ze Hem zelf hadden gehoord, werden ze persoonlijk geraakt en aangesproken. Er begon iets te leven dat ze nog niet helemaal konden doorgronden; maar het was er! Ze geloofden om Zijns woords wil; er kwam geloof door wat Hij te zeggen had. De vrouw had slechts op Hem gewezen, zoals Johannes de Doper van zichzelf had afgewezen naar Christus toe. Maar Jezus had werkelijk iets te zeggen. Zijn woorden waren levenwekkend; en dat is op tot op de huidige dag nog zo.
Maar na het tweedaagse verblijf van Christus en Zijn discipelen in de stad, ontmoetten ze de vrouw weer op straat. En wat wellicht in de voorgaande tijd maar weinig gebeurde, ze spreken haar aan. En wat ze zeggen is niet kwetsend voor haar, maar uiterst vreugdevol: "We geloven in Hem; niet slechts door wat jij ons hebt verteld, maar we hebben het zelf uit Zijne mond gehoord!" Dat moet me een vreugde hebben gegeven in het hart van die vrouw! Ze had ze bij Jezus willen brengen en het is gelukt. Daar zijn ze aan het goede adres gekomen. Niet blijven hangen bij de richtingaanwijzers, maar komen bij het Reisdoel.
Hoe haar leven verder is gegaan? De Bijbel zwijgt erover. Wellicht is ze Jezus gevolgd of breidde de opwekking in Sichar zich uit in de omgeving. Wat te denken van die ene Samaritaanse melaatse die later zou worden genezen en met dankbaarheid terugkeerde bij Jezus. We weten niet wat er precies met de vrouw is gebeurd, maar haar leven moet zeker anders geworden zijn. En dat van haar stadsgenoten niet minder. Vreugde in de hemel; vreugde op aarde. En daarmee een aansporing om door te gaan met dat werk.

vrijdag 27 november 2015

Oog in oog met de Messias: dat gaat jou ook overkomen!

De Samaritaanse vrouw staat oog in oog met de Messias Yeshua (Jezus)


"De vrouw zeide tot Hem: Ik weet, dat de Messias komt (Die genaamd wordt Christus);
wanneer Die zal gekomen zijn, zo zal Hij ons alle dingen verkondigen.
Jezus zeide tot haar: Ik ben het, Die met u spreek.
En daarop kwamen Zijn discipelen en verwonderden zich, dat Hij met een vrouw sprak.
Nochtans zeide niemand: Wat vraagt Gij, of: Wat spreekt Gij met haar?
Zo verliet de vrouw dan haar watervat, en ging heen in de stad en zeide tot de lieden:
Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus?"
Johannes 4 : 25-29

De vrouw dacht een aardige discussie te openen, om de aandacht van haar zondige leven af te leiden. Maar dat het hierop zou uitlopen, had ze niet kunnen dromen. Heel stellig zei ze te weten dat de Messias zal komen. Ze werd echter overrompeld door het feit dat Hij reeds gekomen is. Met als gevolg dat ze het aan iedereen wil vertellen; net als de herders, nadat die de Messias ook met ogen van het geloof hadden zien liggen in de kribbe.

Christus verwachten

Je kunt zeggen wat je wilt, maar deze Samaritaanse vrouw wachtte even sterk op de Messias als de Joden in Jeruzalem; misschien nog wel sterker. "Ik weet dat de Messias komt", zei ze. Dan heeft ze er ook van gehoord, dat Hij komen zal. Ze heeft die verwachting overgenomen. Misschien er zich wel een totaal verkeerd beeld van gevormd, net als de Joden; maar toch… Als je haar woorden zo beluistert dan zou je haar misschien wel in het rijtje van Simeon en Anna kunnen plaatsen. Die behoorden ook tot een groep die de Verlossing (de Messias) verwachtten (Lukas 2 : 28). Alleen staat daar nog iets onderscheidenlijks bij: "de verlossing te Jeruzalem verwachten"; daarin onderscheiden de Joden zich van de Samaritanen.
In ieder geval is de oproep dat de Messias komt doorgedrongen en heeft vorm gekregen in een houding van verwachten. Komende zondag begint de Adventstijd weer; ook zo'n oproep: "Hij komt!". En afgelopen zondag klonk eveneens zo'n soort oproep: De Meester komt en roept u komende zondag aan Zijn tafel. Is gaandeweg deze week de verwachting gegroeid? Zie je uit naar Hem, om Hem te ontmoeten aan Zijn tafel? Is Hij je alles geworden en wil je niets liever dan bij Hem zijn? Hij verwacht je!

Christus ontmoeten

De vrouw moet geschrokken zijn. Misschien heeft ze nog even gedacht dat het niet serieus was. Maar het lijkt er in ieder geval op dat ze toch snel over haar twijfel en verbazing heen was. Jezus gaat geen hele discussie met haar aan over wat ze nu precies verwacht, hoe ze verwacht en hoeveel verwachting ze nu precies heeft opgebouwd. "Ik ben het, Die met u spreek!" Wat zal er nu gebeuren? Zal de vrouw neervallen aan Zijn voeten? Zal ze net als Maria en Elisabeth een lofzang aanheffen? Zal ze…
Plots komen de discipelen eraan. Ze kijken met opgetrokken wenkbrauwen van de vrouw naar Jezus. Hun blikken spreken boekdelen en ze moeten het ook van elkaar hebben gezien; dat kun je wel zo'n beetje opmaken uit de manier waarop Johannes het verwoordt. Maar… niemand durft iets te zeggen. Wat een vervelend tijdstip! Precies nu, middenin zo'n zwaargeladen gesprek!
Zoals we niets weten van de echte ontmoeting tussen Petrus en Jezus na Zijn opstanding, zo weten we ook niet het fijne van deze openbaring in het hart van de vrouw. Jezus' woorden doen me denken aan Jozef die zich aan zijn broers bekendmaakt: "Ik ben Jozef!" Die openbaring had vrees teweeg gebracht. Ken je dat ook als je aan de Avondmaalstafel denkt? Maar in dit gedeelte lezen we niets over wat er in het hart van de Samaritaanse gebeurt. Het enige dat we ervan lezen is opwinding en verrukking.

Christus verkondigen

Zoals Maria de voeten van haar opgestane Heiland niet mocht vastpakken, zo lijkt ook deze vrouw de wereld te worden ingestuurd, bij Jezus vandaan. Evenzo zal het gaan, als we weer opstaan van de Tafel en de wereld in moeten gaan. Maar hoe? De Samaritaanse geeft in ieder geval een goed voorbeeld.
De discipelen – die zijn teruggekeerd – veroorzaken in het Bijbelgedeelte, maar ook in de ontmoeting met Jezus, een danige interruptie. De lijn van het verhaal lijkt te worden onderbroken, maar toch kan ik me aan de indruk niet onttrekken dat God onverminderd blijft doorschrijven. Onderwijl dat de vrouw weggaat, geeft Jezus alvast onderwijs over de oogst. 
Maar voor dit moment letten we op de vrouw. Ze gaat weg en klampt ieder aan die het maar horen wil, net als bij de herders in Bethlehem. "En als zij Het (Jezus) gezien hadden, maakten zij alom bekend het woord, dat hun van dit Kindeken (Jezus) gezegd was. En allen, die het hoorden, verwonderden zich over hetgeen hun (over Jezus) gezegd werd van de herders." (Lukas 3 : 17-18). We horen in diezelfde lijn de Samaritaanse zeggen: "Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus?"
Mag je praten over je bekering? Dat hangt ervan af; wat wil je ermee zeggen? Is het een illustratie die iets goeds en wonderlijks zegt over de HEERE? Is het iets, waar een ander wat mee kan? Geeft het voldoende aan Wie de HEERE is? Maar pas op dat je met je verhaal niet zelf in het middelpunt komt te staan. Niettemin mogen jongeren, misschien je eigen kinderen wel, merken en horen dat God ook vandaag nog net zo werkt als in de dagen van de Bijbel. De God van Abraham, Izak en Jacob is dezelfde als de God die Zich met deze Samaritaanse bemoeit en tot leven wekt; en Hij is ook vandaag niet veranderd!
Kijk wat deze vrouw roept: "Deze Man heeft verteld wat ik gedaan heb; mijn zonde kon niet langer verstopt blijven; ik moet er mee breken! Hij heeft me weggestuurd, maar ook weer teruggeroepen, samen met mijn man. Kom ga met ons en doe als wij!" Ze wist dat de Messias alles zou verkondigen, maar nu verkondigt ze zelf! De oproep aan de Tafel zal komende zondag klinken: "Verkondig Zijn dood, totdat Hij komt." Welnu, doe als zij.

woensdag 11 november 2015

Alles tegen, zo het lijkt

De Samaritaanse vrouw had tegen dat Samaritaan was én vrouw was;
en toch stapt Jezus over die grenzen, om haar te redden!
 
"Zo zeide dan de Samaritaanse vrouw tot Hem: Hoe begeert Gij, Die een Jood zijt, van mij te drinken, die een Samaritaanse vrouw ben? Want de Joden houden geen gemeenschap met de Samaritanen."
Johannes 4 : 9 


Dat had ze al best snel gezien: dat er een Jood voor haar zat. Het liefst had ze Hem doodgewenst; in ieder geval zou het haar een plezier gedaan hebben als Hij Zijn mond had dichtgehouden. Maar, o Godswonder van genade, Hij bleef zitten en zweeg niet! Zoals Jezus zweeg toen Zijn Eigen naam en positie in het geding was bij Pilatus, bij Herodes maar vooral op Golgotha, zo spreekt Hij juist hier. Laat het even op je inwerken!


Afstand Jood-Samaritaan

Nou, jij en ik verheugen ons in dit wonderlijke handelen van de Heiland, maar de vrouw is zich er allerminst van bewust. Haar nukkige houding en uiterst gereserveerde woordkeus laten zien dat ze liefst zo snel mogelijk van deze plaats weg zou gaan. En Johannes voegt er nog even het feit aan toe – alsof we dat nog niet wisten – dat Joden en Samaritanen zich verhouden als water en vuur. Gemeenschap houden strekt zich blijkbaar zelfs zóver uit dat ze ook niet met elkaar converseren. Maar ondanks dat ontstaat er toch een – aanvankelijk misschien wat geforceerd, vanuit de vrouw gezien – gesprek.
Er zijn twee dingen die bij me bovenkomen. Waar kwam die haat vandaan en wat vertelt Gods woord erover? Het tweede is: wat is de rol van Johannes in deze formulering? Op dat laatste zal ik bij punt 3 ingaan. Over het feit en de oorsprong van die haat lezen we iets in de Kanttekeningen, die ons verwijzen naar Lukas 9 : 53, de geschiedenis dat Jezus met Zijn discipelen opnieuw door Samaria reist en geen onderdak krijgt. We lezen in de Kanttekeningen bij vers 53, "En zij ontvingen Hem niet, omdat Zijn aangezicht was als reizende naar Jeruzalem":
‘Jeruzalem’: Namelijk om daar de godsdienst te plegen, hetwelk de Samaritanen juist deden op den berg Gerizim, Joh. 4:20; Josef. Antiq. lib. 11, cap. 8 Flavius Josefus, Joodse Oudheden, 11e boek, 8ste hoofdstuk, waaruit grote haat en vijandschap tussen de Joden en Samaritanen ontstond; Joh. 4:9.
Op Wikipedia lezen we veel interessante gegevens over de Samaritanen; waard om eens rustig te lezen. Maar wat ik er voor dit moment uit wil halen is dit:
In 722 v. Chr. werd een deel van de inwoners van het noordelijke koninkrijk Israël (ook wel Samaria genoemd) door de Assyriërs weggevoerd; de Assyriërs brachten andere kolonisten voor hen in de plaats. De noordelijke Israëlieten vermengden zich met deze nieuwkomers en hieruit ontstonden de Samaritanen.

Zij werden echter niet door de zuidelijke Israëlieten van het koninkrijk Juda geaccepteerd omdat zij de gemengde Samaritanen niet als echte Israëlieten beschouwden en de Samaritanen naar hun mening niet het zuivere Israëlitische geloof navolgden.

Toen de zuidelijke Israëlieten op hun beurt ook in gedwongen ballingschap gingen (de Babylonische ballingschap) waaruit ze in tegenstelling tot het gedeporteerde deel van de noordelijke Israëlieten wel terugkeerden en vervolgens de door de Babyloniërs verwoeste tempel in Jeruzalem wilden herbouwen, deden de Samaritanen een verzoek om te mogen meehelpen hetgeen de zuidelijke Israëlieten (vanaf toentertijd Joden genaamd) afwezen. De Samaritanen moesten genoegen nemen met hun eigen tempel in het heuvelland van Samaria op de berg Gerizim, die volgens de Israëlieten van het zuiden niet geldig was.
Rond de tijd van Jezus Christus aan het begin van de jaartelling werden de Samaritanen door de Joden nog steeds als tweederangsburgers en dito gelovigen behandeld. Daarom antwoordde Jezus volgens het Evangelie volgens Lucas in het Nieuwe Testament op de vraag van een rechtsgeleerde "wie is mijn naaste?" met de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan. 
Het geeft aan hoe hardnekkig dit conflict dus was. En… dat dit ook daadwerkelijk een hindernis was die alleen door Jezus kon worden overbrugd. De vrouw had het nooit gewild. Zelfs de discipelen zouden geen contact hebben gezocht.


Afstand man-vrouw

Er is echter nóg een scheiding die de afstand tussen de vrouw en Jezus groter maakt. We zagen al dat de vrouw liefst zo snel mogelijk wilde weglopen. Misschien is het enige dat haar niet doet wegrennen, haar bijzondere interesse in mannen. En zeker mannen die haar onderzoekend aankijken en proberen aan te spreken. Wellicht dat ze zelfs dacht dat Hij haar aansprak vanwege haar (sensuele/uitdagende) uitstraling; in ieder geval was er iets in haar dat bij sommige mannen iets losmaakte. Maar niets is minder waar.
Niet dat Jezus geen gezonde afstand bewaart tot vrouwen; zij behoorden als huwelijkspartner niet tot Zijn opdracht hier op aarde; Hij zoch slechts Zijn geestelijke bruid. Hoewel Hij als mens uit een vrouw geboren was en op haar schoot was gevoed, zou Hij nooit nauwe omgang met een vrouw kunnen hebben; want Hij is God.
Maar waar het de uitbreiding en verdieping van Zijn Koninkrijk betreft, laat Hij rustig een Maria aan Zijn voeten zitten om onderwijs te ontvangen. Laat Hij rustig een zondares zijn voeten zalven. Laat Hij rustig een Maria Magdalena, een Johanna, een Salome, een Maria, Hem volgen op Zijn weg door Israël heen. Ja, Hij laat het toe dat ze Hem daar zo zien hangen aan het kruis.
De afstand man-vrouw was voor de vrouw wel een hindernis, maar voor Jezus niet. Hij spreekt haar tegen alle ongeschreven regels aan. En haar stadsgenoten zullen Hem er later eeuwig dankbaar voor zijn! Er is ook niemand in de buurt die ethisch roet in het eten kan gooien. Jezus snijdt haar de pas niet af en drijft haar niet in een hoek. Ze staat daar bij de put in volle vrijheid om te gaan, maar… ze gaat niet en houdt voetje voor voetje het gesprek gaande.

Afstand voldongen feit?

Valt het je ook op hoe statisch Johannes hierover schrijft? Alsof het hem niets doet. Hij stelt in onze dagtekst eigenlijk heel klinisch vast dat Joden (let op de volgorde) geen gemeenschap met de Samaritanen (onder)houden. Hij wijst wel het eerst naar zijn eigen volk, de Joden die zich volgens hem dus superieur gedragen, maar legt zich vervolgens zonder enige reserve neer bij het feit dat contact tussen zijn en haar volk gewoonweg onmogelijk is. Zo is dat nu eenmaal. Je zou van deze discipel die Jezus liefhad toch wel iets anders verwachten, niet? Tja, ook kinderen van God kunnen niet altijd met iedereen door één deur.
Daarnet noemde ik Lukas 9 al; lees eens wat Johannes daar in vers 54, samen met zijn broer, roept (nota bene vlak na het voorval van de verheerlijking van Jezus op de berg!):

"Als nu Zijn discipelen, Jakobus en Johannes, dat zagen, zeiden zij: Heere, wilt Gij, dat wij zeggen, dat vuur van den hemel nederdale, en dezen verslinde, gelijk ook Elias gedaan heeft?"
Jezus is furieus over deze uitspraak. Zo deed Elia dat in zijn tijd niet; zijn ze nu helemaal! Ze moeten hun Bijbel nog maar eens beter lezen, voordat zij echte Boanerges (zonen des donders) kunnen zijn in hun prediking (lees de Kanttekeningen bij deze naam in Markus 3 : 17). "Gij weet niet van hoedanigen geest gij zijt. Want de Zoon des mensen is niet gekomen om der mensen zielen te verderven, maar om te behouden." En dat doet Hij ook hier in Johannes 4.
Ik blijf het onderwijl vreemd vinden dat Johannes zelf in zijn evangelie niet rept over dit voorval. Schaamde hij zich ervoor? Maar dan had hij toch ook wel iets anders kunnen schrijven in onze dagtekst? Of lag daar toch nog een stukje oude mens?
Al met al hadden die twee barrières er wel voor kunnen zorgen dat deze vrouw bleef liggen in haar zonden en een totaal verkeerd beeld van God behield. Hoe zou de Jongste Dag er dán voor haar hebben uitgezien? En voor haar stadsgenoten, niet te vergeten!