Posts tonen met het label herders. Alle posts tonen
Posts tonen met het label herders. Alle posts tonen

vrijdag 27 november 2015

Oog in oog met de Messias: dat gaat jou ook overkomen!

De Samaritaanse vrouw staat oog in oog met de Messias Yeshua (Jezus)


"De vrouw zeide tot Hem: Ik weet, dat de Messias komt (Die genaamd wordt Christus);
wanneer Die zal gekomen zijn, zo zal Hij ons alle dingen verkondigen.
Jezus zeide tot haar: Ik ben het, Die met u spreek.
En daarop kwamen Zijn discipelen en verwonderden zich, dat Hij met een vrouw sprak.
Nochtans zeide niemand: Wat vraagt Gij, of: Wat spreekt Gij met haar?
Zo verliet de vrouw dan haar watervat, en ging heen in de stad en zeide tot de lieden:
Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus?"
Johannes 4 : 25-29

De vrouw dacht een aardige discussie te openen, om de aandacht van haar zondige leven af te leiden. Maar dat het hierop zou uitlopen, had ze niet kunnen dromen. Heel stellig zei ze te weten dat de Messias zal komen. Ze werd echter overrompeld door het feit dat Hij reeds gekomen is. Met als gevolg dat ze het aan iedereen wil vertellen; net als de herders, nadat die de Messias ook met ogen van het geloof hadden zien liggen in de kribbe.

Christus verwachten

Je kunt zeggen wat je wilt, maar deze Samaritaanse vrouw wachtte even sterk op de Messias als de Joden in Jeruzalem; misschien nog wel sterker. "Ik weet dat de Messias komt", zei ze. Dan heeft ze er ook van gehoord, dat Hij komen zal. Ze heeft die verwachting overgenomen. Misschien er zich wel een totaal verkeerd beeld van gevormd, net als de Joden; maar toch… Als je haar woorden zo beluistert dan zou je haar misschien wel in het rijtje van Simeon en Anna kunnen plaatsen. Die behoorden ook tot een groep die de Verlossing (de Messias) verwachtten (Lukas 2 : 28). Alleen staat daar nog iets onderscheidenlijks bij: "de verlossing te Jeruzalem verwachten"; daarin onderscheiden de Joden zich van de Samaritanen.
In ieder geval is de oproep dat de Messias komt doorgedrongen en heeft vorm gekregen in een houding van verwachten. Komende zondag begint de Adventstijd weer; ook zo'n oproep: "Hij komt!". En afgelopen zondag klonk eveneens zo'n soort oproep: De Meester komt en roept u komende zondag aan Zijn tafel. Is gaandeweg deze week de verwachting gegroeid? Zie je uit naar Hem, om Hem te ontmoeten aan Zijn tafel? Is Hij je alles geworden en wil je niets liever dan bij Hem zijn? Hij verwacht je!

Christus ontmoeten

De vrouw moet geschrokken zijn. Misschien heeft ze nog even gedacht dat het niet serieus was. Maar het lijkt er in ieder geval op dat ze toch snel over haar twijfel en verbazing heen was. Jezus gaat geen hele discussie met haar aan over wat ze nu precies verwacht, hoe ze verwacht en hoeveel verwachting ze nu precies heeft opgebouwd. "Ik ben het, Die met u spreek!" Wat zal er nu gebeuren? Zal de vrouw neervallen aan Zijn voeten? Zal ze net als Maria en Elisabeth een lofzang aanheffen? Zal ze…
Plots komen de discipelen eraan. Ze kijken met opgetrokken wenkbrauwen van de vrouw naar Jezus. Hun blikken spreken boekdelen en ze moeten het ook van elkaar hebben gezien; dat kun je wel zo'n beetje opmaken uit de manier waarop Johannes het verwoordt. Maar… niemand durft iets te zeggen. Wat een vervelend tijdstip! Precies nu, middenin zo'n zwaargeladen gesprek!
Zoals we niets weten van de echte ontmoeting tussen Petrus en Jezus na Zijn opstanding, zo weten we ook niet het fijne van deze openbaring in het hart van de vrouw. Jezus' woorden doen me denken aan Jozef die zich aan zijn broers bekendmaakt: "Ik ben Jozef!" Die openbaring had vrees teweeg gebracht. Ken je dat ook als je aan de Avondmaalstafel denkt? Maar in dit gedeelte lezen we niets over wat er in het hart van de Samaritaanse gebeurt. Het enige dat we ervan lezen is opwinding en verrukking.

Christus verkondigen

Zoals Maria de voeten van haar opgestane Heiland niet mocht vastpakken, zo lijkt ook deze vrouw de wereld te worden ingestuurd, bij Jezus vandaan. Evenzo zal het gaan, als we weer opstaan van de Tafel en de wereld in moeten gaan. Maar hoe? De Samaritaanse geeft in ieder geval een goed voorbeeld.
De discipelen – die zijn teruggekeerd – veroorzaken in het Bijbelgedeelte, maar ook in de ontmoeting met Jezus, een danige interruptie. De lijn van het verhaal lijkt te worden onderbroken, maar toch kan ik me aan de indruk niet onttrekken dat God onverminderd blijft doorschrijven. Onderwijl dat de vrouw weggaat, geeft Jezus alvast onderwijs over de oogst. 
Maar voor dit moment letten we op de vrouw. Ze gaat weg en klampt ieder aan die het maar horen wil, net als bij de herders in Bethlehem. "En als zij Het (Jezus) gezien hadden, maakten zij alom bekend het woord, dat hun van dit Kindeken (Jezus) gezegd was. En allen, die het hoorden, verwonderden zich over hetgeen hun (over Jezus) gezegd werd van de herders." (Lukas 3 : 17-18). We horen in diezelfde lijn de Samaritaanse zeggen: "Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus?"
Mag je praten over je bekering? Dat hangt ervan af; wat wil je ermee zeggen? Is het een illustratie die iets goeds en wonderlijks zegt over de HEERE? Is het iets, waar een ander wat mee kan? Geeft het voldoende aan Wie de HEERE is? Maar pas op dat je met je verhaal niet zelf in het middelpunt komt te staan. Niettemin mogen jongeren, misschien je eigen kinderen wel, merken en horen dat God ook vandaag nog net zo werkt als in de dagen van de Bijbel. De God van Abraham, Izak en Jacob is dezelfde als de God die Zich met deze Samaritaanse bemoeit en tot leven wekt; en Hij is ook vandaag niet veranderd!
Kijk wat deze vrouw roept: "Deze Man heeft verteld wat ik gedaan heb; mijn zonde kon niet langer verstopt blijven; ik moet er mee breken! Hij heeft me weggestuurd, maar ook weer teruggeroepen, samen met mijn man. Kom ga met ons en doe als wij!" Ze wist dat de Messias alles zou verkondigen, maar nu verkondigt ze zelf! De oproep aan de Tafel zal komende zondag klinken: "Verkondig Zijn dood, totdat Hij komt." Welnu, doe als zij.

dinsdag 30 december 2014

Het effect van de kerstpreek

"En het geschiedde, als de engelen van hen weggevaren waren naar den hemel, dat de herders tot elkander zeiden: Laat ons dan heengaan naar Bethlehem, en laat ons zien het woord, dat er geschied is, hetwelk de Heere ons heeft verkondigd."
Lukas 2 : 15

De inhoud van wat de engelen zingen sla ik over; daar zegt ds. Viervant zulke diepe en brede dingen over, die je eigenlijk zo zou moeten lezen. Wellicht zet ik nog een keer de hele preek in deze blogs (die heb ik in 2006 reeds hertaald). Waar het me vandaag om gaat is dit: wat gebeurt er, als de engelen teruggaan naar de hemel? Het woordje teruggaan suggereert overigens dat zij dus inderdaad beneden, op de aarde waren. En die gedachte uit de preek van ds. Viervant – die ik daarnet in de Bijbelstudie van gisteren heb toegevoegd – wordt daarmee ondersteund. Herhaaldelijk bepaalt deze predikant ons erbij dat engelen zo zeer betrokken zijn op het gebeuren op aarde; en specifiek in de harten van mensen. In wat God doet aan mensen, putten zij stof om Hem nog groter te maken.
Maar nu onze tekst: "…als de engelen van hen weggevaren waren naar de hemel…". Je bent geneigd om dan nu dus naar de herders te gaan kijken. Maar wacht even… let nog eens op de engelen! Wat zullen ze nu doen? Zullen ze zeggen: "Zo, we hebben de boodschap gebracht; onze taak is keurig uitgevoerd en de herders moeten maar zien wat ze ermee doen?" Nee, zeker niet. Dat zou tot oneer van God zijn. Ooit preekte een dominee bij ons en die zijn (doop)preek afsloot met ongeveer deze woorden: "Wat ik moest zeggen heb ik gezegd." Een andere predikant zei eens tegen me: "We hebben slechts te zaaien en God moet de wasdom geven." Maar zou dat de juiste betrokkenheid op het effect van de prediking zijn? En het 'Ere zij God' is immers ook een preek met alle erop en er aan in een notendop?!

Laten we ietsje afstand nemen van de herders. De engelen zijn teruggegaan naar de hemel. De boodschappers keerden terug naar Hem Die deze majestueuze boodschap aan de mensen bekend liet maken. Maar her en der in de Schrift lezen we toch over een grote betrokkenheid van de hemel op de aarde?! Zo staat er in Lukas 15 : 10 "Alzo, zeg Ik ulieden, is er blijdschap voor de engelen Gods over een zondaar, die zich bekeert." En op andere plaatsen wordt er gesproken over blijdschap in de hemel. Heb je daar wel eens bij stilgestaan? Dat engelen van vreugde opspringen als er slechts eentje zich bekeert; laat staan als een heel volk zich bekeert! Dat getuigt van een grote betrokkenheid van deze heilige troongeesten. En als Petrus in zijn eerste zendbrief schrijft dat de engelen begerig zijn in te zien in het verlossingswerk van de mens, terwijl het hen zelf niet betreft (!), dan geeft ook dát aan dat de engelen zeer betrokken op, ja zelfs met verlangen vervuld worden, om te zien hoe God te werk gaat; om Hem er nog dieper door te kennen en heerlijker om te verhogen en aanbidden. Woorden schieten te kort als je daarover nadenkt! En wat een les voor ons mensen, die het juist wél betreft!

Er is dus blijkbaar ook zicht op wat er op aarde gebeurt; hoe, dat weet ik niet, maar dit stel ik me erbij voor, op basis van wat ik lees in de Bijbel. Er zijn altijd engelen op aarde. En bij tijden worden zij door God zichtbaar gemaakt. We lezen bijvoorbeeld bij die dromende Jacob dat hij een ladder zag en de engelen klommen óp en neer! Ze waren er dus en klommen op naar de hemel terug en daalden weer af. En Jezus Zelf zegt in Johannes 1 tegen Nathanaël: "Van nu aan zult gij den hemel zien geopend, en de engelen Gods opklimmende en nederdalende op den Zoon des mensen." Ook weer die volgorde 'op' en 'neer'.
Wat doen zij? Brengen zij soms bericht van de aarde tot voor de troon van God? Zoals ook in de visoenen van Zacharia bijvoorbeeld engelen worden uitgezonden om de aarde te doorzoeken? En zeggen wij in onze kringen ook niet vaak dat in de kerkdiensten de engelen aanwezig zijn (en dat zij de lege plaatsten met graagte opvullen om zo Gods huis te vervullen)? Die neerdalende engelen hebben God gezien en horen spreken en neergedaald checken zij wat zij daarvan zien op aarde. En andersom zien de opklimmende engelen zaken gebeuren en gezegd worden op aarde en brengen die voor Gods troon en daar te zien en te horen hoe God daarop reageert.
Het is niet toevallig dat we juist in deze geschiedenissen lezen over Maria die al die dingen bewaart en die overlegt in haar hart. Zij laat daar iets zien van wat de engelen en al Gods kinderen doen. Niet alles snappen ze direct. De engelen – hoe volmaakt – ook niet, omdat ze ten diepste de verlossing niet kennen, zoals mensen die kennen. Dat is mediteren, dat is gemeenschap oefenen met de HEERE en dat is Zijn Woord overdenken en overwegen.

En nu onze tekst… de engelen zijn teruggegaan en voor de herders onzichtbaar geworden, even plots als ze verschenen. Maar razend betrokken kijken ze met spanning toe wat Gods boodschap bij de herders teweeg zal brengen. Wat zal dit in die herderharten gaan doen? Met eerbied beschrijf ik het op menselijke wijze. Ze hebben elkaar in heilige verrukking aangestoten toen ze de herders hoorden zeggen "Laten we gaan…". Ze zijn vol vreugde overeind gekomen toen zij hen hoorden zeggen: "…en laten we gaan zien…" En wat zal het hen geraakt hebben dat de herders als stimulans noemden "het woord dat er geschied is en dat de Heere ons heeft laten verkondigen". Wat een vreugde kan dat voor een predikant zijn, als hij merkt dat de preek iets uitwerkt bij de toehoorders. Zo ook hier!
En toen de herders uiteindelijk ook daadwerkelijk gingen, zijn ze vast in een nieuw 'Ere zij God' uitgebarsten; immers God, voor Wie zij mogen staan en werken, heeft behagen in mensen! Welbehagen! Wát een God! Vreugde in de hemel over herders die gehoorzaamden, geraakt door het woord, getrokken door Gods Geest en verlangend naar de geboren Koning.

De hemel looft, o HEER, Uw wond'ren dag en nacht;
Uw waarheid wordt op aard' de glorie toegebracht,
Daar Uw geheiligd volk van Uwe trouw mag zingen;
Want wie is U gelijk bij al de hemelingen?
En, welke vorsten ooit het aard'rijk moog' bevatten,
Wie hunner is, o HEER, met U gelijk te schatten? 
En jij? Wat brachten de kerstpreken in jouw hart teweeg?

zaterdag 27 december 2014

Een engel past in Gods heerlijkheid; en jij?

"En ziet, een engel des Heeren stond bij hen, en de heerlijkheid des Heeren omscheen hen, en zij vreesden met grote vreze."
Lukas 2 : 9


Wie een kaars aansteekt in een donkere kamer, zal grote schaduwen op de muur zien, ontstaan door alle voorwerpen en personen die er rondom staan. En wie een zaklamp neemt om daarmee in een kamer iets te zoeken, zal misschien wel één object kunnen beschijnen van 1 kant, maar die lichtbundel zal nooit ook de achterkant van het object verlichten. Dat is natuurkundig heel simpel te verklaren. Licht komt uit een bron voort, hooguit zal het zich verspreiden, maar het zal nooit om een bochtje schijnen; behalve met glasvezel (maar dat is dan ook nog heel beperkt).
Dat er in onze tekst geen sprake is van glasvezel, lijkt me duidelijk. Toch gebeurt er iets wonderlijks. De engel, die bij de herders komt staan wordt vaak afgeschilderd als een lichtende figuur. Op veel plaatjes, in bijvoorbeeld kinderbijbels, is een engel omgeven door lichtstralen. Maar al die stralen – kijk er maar eens goed naar – waaieren uit en 'omvangen' nooit iets.

Het woordje 'omschijnen' in onze tekst betekent 'van alle kanten verlichten'. Doet dat die stralenkrans van deze ene lichtbron, de engel? Natuurkundig kan dat niet… Op het plaatje zie je dat enkel de voorkanten van de herders zijn verlicht; en omdat de meeste schapen gewend aan het donker, zich afkeren van het felle licht, worden hun achterkanten beschenen. De rest is schemer of zelfs donker.
Het is een mooi plaatje en voor een kind zeer beeldend. Maar het klopt niet helemaal met de tekst. 
De hemelse bode (was het Gabriël weer?) bracht dit keer iets mee uit de hemel. Bij de ontmoeting met Maria en met Zacharias lezen we dat echter niet: "de heerlijkheid des Heeren omscheen hen". Iets van Gods zuivere en reine gloed komt mee met de engel, zoals het aangezicht van Mozes blinkend was, nadat hij met God was geweest op de berg Sinaï in Exodus 34:
30 Als nu Aäron en al de kinderen Israëls Mozes aanzagen, ziet, zo glinsterde het vel zijns aangezichts; daarom vreesden zij tot hem toe te treden.
31 Toen riep Mozes hen; en Aäron, en al de oversten in de vergadering keerden weder tot hem; en Mozes sprak tot hen.
32 En daarna traden al de kinderen Israëls toe; en hij gebood hun al wat de HEERE met hem gesproken had op den berg Sinaï.
33 Alzo eindigde Mozes met hen te spreken, en hij had een deksel op zijn aangezicht gelegd.
34 Doch als Mozes voor het aangezicht des HEEREN kwam, om met Hem te spreken, zo nam hij het deksel af, totdat hij uitging; en nadat hij uitgegaan was, zo sprak hij tot de kinderen Israëls, wat hem geboden was.
35 Zo zagen dan de kinderen Israëls het aangezicht van Mozes, dat het vel van het aangezicht van Mozes glinsterde; derhalve deed Mozes het deksel weder op zijn aangezicht, totdat hij inging om met Hem te spreken.
Aan Mozes kon je zien bij Wie hij was geweest. En je ziet in vers 30 dezelfde reactie, als in onze dagtekst. Er komt vrees. Waarom? Het is hetzelfde effect, als wanneer een voorvluchtige crimineel in het donker plots wordt gevangen door de lichtbundel van een politiehelikopter. Alles is in één klap verlicht… hij bevindt zich – helemaal 'weerloos' – binnenin dat licht en alles wordt zichtbaar; hij kan niet meer ontkomen. 
Het is ook dezelfde reactie als van Adam en Eva, toen zij hadden gezondigd: ze kropen weg tussen de struiken, om uit Gods blikveld te blijven. Maar dat is een zinloze poging.
Zo'n zelfde schrikreactie zien we ook bij de herders. Het alles onthullende licht, dat hen van alle kanten omvangt, brengt schrik. Er valt niets meer te verbergen. Sinds Genesis 3 is God zo. En telkens als God de mensen opzoekt – in de meeste gevallen doet Hij dat door Zijn boden, de engelen en de voorgangers – ervaren zij in het licht van Gods aangezicht, dat ze voor Hem niet kunnen bestaan.
Juist daarvoor kwam de Messias, om ons te verlossen van de schrik, de angst… zodat we God weer onder ogen kunnen komen, Zijn licht ons niet langer verschrikt, ja… dat wij wandelen in dat Licht met Jezus!

Tot slot: die engel is slechts een schepsel en heeft dat licht niet van zichzelf. Het is daarom ook de 'heerlijkheid van de Heere'. Aan die engel kon je wel zien in Wiens nabijheid hij was geweest! Een engel is een geest… en toch kan hij worden gezien, juist dankzij dat licht van God. Je merkt dat de engel past bij dat reine licht… en dat de mens er voor terugdeinst! Gods heiligheid en de mens passen sinds Genesis 3 niet meer bij elkaar. De engel laat ons in wezen zien hoe het was in het Paradijs. Al moet worden gezegd dat Jesaja engelen in de hemel zag (Jesaja 6:2), die met twee van hun vleugels hun gezicht bedekken, vanwege Gods heerlijkheid en heiligheid! Uit eerbied. In dat licht is het dan nog eens extra bijzonder dat deze engel mag zeggen van zijn Zender: "Vreest niet… want ik verkondig u grote blijdschap!"