Posts tonen met het label vertrouwen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vertrouwen. Alle posts tonen

woensdag 28 februari 2018

Vrees de dolkstoot in je rug niet maar verwacht hem en zing een Psalm...

De loyale van de royale - IV


“Toen zeide Saul: Gezegend zijt gijlieden den HEERE, dat gij u over mij ontfermd hebt.”
1 Samuël 23 : 21


Ken je dat? Mensen die een gebeurtenis duidden als een gave van God omdat die wel heel goed in hun straatje past? Die anderen een rad voor ogen draaien met op de klank af vrome woorden, maar die hun eigen projectje aan het uitvoeren zijn en daar eer mee in proberen te leggen. In de vorige Bijbelstudie werd gesteld: “Wat Jonathan van zijn vader zegt, maakt de vreselijke afval van Saul duidelijk. Saul handelt tegen beter weten in.” De dagtekst is topsport in de categorie schijnheiligheid.
De categorie mensen waar ik op doel hebben altijd andere mensen nodig, die voor hen in de bres gaan staan. Ze durven zelden met open vizier te strijden. En als er tegenstand dreigt, zijn ze vaak buiten beeld. Saul is typisch zo’n voorbeeld. En kijk maar als hij een steuntje in de rug lijkt te krijgen: hij herpakt zich en gebruikt God.

Ik maak even dit uitstapje, omdat Jonathan in de geschiedenis weer wat naar de achtergrond is verdwenen, maar waarschijnlijk hierbij wel aanwezig is. Hij als rechterhand van zijn vader en oudste van zijn broers moet dit gebeuren hebben meegemaakt. Hier staan mensen voor Saul die zijn hartsvriend David verraden. Jonathan moet op zijn hoede zijn geweest, maar hij zal er geen woord van hebben willen missen. Alarm! Een gebed stijgt op uit zijn hart.
Hoe krenkend moet het voor hem zijn geweest dat zijn vader hier zo over in zijn nopjes is. Zó in zijn nopjes zelfs, dat hem de rol van Jonathan ontgaat! Jonathan moet voor Saul toch een soort lopend geweten zijn geweest; dat kan haast niet anders. Dat moet Saul dus ook enorm hebben geïrriteerd, waardoor hij juist heel onzeker werd wanneer Jonathan in zijn buurt was en zag/hoorde wat hij deed.

Kijken we even terug naar wat er met David gebeurde. Want wat Jonathan op afstand heeft gesignaleerd van Davids leven is ingrijpend. Aan het begin van hoofdstuk 23 trok het legertje vrijheidsstrijders van David naar Kehila in Juda, dat door de Filistijnen was belegerd. Vergeet even niet dat David kort daarvoor bij de Filistijnen in de problemen was gekomen doordat ze hem herkenden! Nadat de HEERE hem toestond om Kehilia – nota bene in zijn vaderland – te bevrijden (en de overwinning schonk) hoorde Saul dat David daar was. En let dan op wat Saul zegt: “God heeft hem in mijn hand overgegeven, want hij is ­besloten, komende in een stad met poorten en grendels.” Wanneer David hoort dat Saul eraan komt (zo kort waren de info-lijntjes in die tijd dus ook al!) vraagt hij aan God of de inwoners van Kehila hem zullen verraden en uitleveren aan Saul. Onwaarschijnlijk: ja dat zullen ze!

David en zijn mannen vluchtten naar het woud in de woestijn. En daar vond die ontmoeting met Jonathan plaats. Maar dan gebeurt er opnieuw iets. Waren de inwoners van Kehila misschien nog zwak, als Saul hen onder druk zette om David uit te leveren, de Zifieten bakken ze nog bruiner!
Saul is blijkbaar weer in Gibea (dus misschien is dat ‘Jonathan ging naar zijn huis’ toch gewoon Gibea geweest, omdat Saul David niet heeft kunnen vinden; Gibea en Kehila liggen niet zo heel ver van elkaar trouwen!). Ze vormen de dolkstoot in de rug van David en verraden hem bij Saul: “Weet u wel dat David zich bij ons verborgen heeft? Hij zit in de berggrotten in de bossen op de heuvel van Hachila, aan de zuidkant van de woestijn. U kan hem gerust komen halen, mijn heer de koning. We zullen hem aan u uitleveren.” Wat voor baat hadden die mensen daarbij? Ze hadden het niet hoeven doen! Er moet een stuk eigenbelang in het spel zijn. Dat zie je vaker als mensen op een heel merkwaardig ­moment in actie komen, terwijl ze zich voordien ‘gedeisd’ hielden en de ‘schaduw’ probeerden op te zoeken.
De wildernis van Maon ligt naar het zuidoosten, richting de Dode Zee! Dus een directe dreiging van de Filistijnen kan niet direct het probleem zijn geweest. Het bekende, zo niet beruchte witte voetje moet eerder de aanleiding geweest zijn. Wat een minne streek. Dit moet ook bij Jonathan een schok hebben gegeven. Hij kon nu niets meer doen. De inwoners van Zif kenden de streek als hun broekzak en ze wisten ongeveer waar David zich schuilhield. Maar de specifieke plek vertellen ze niet aan Saul. Dus Jonathan zou niet alleen het leger van zijn vader moeten voorkomen, maar ook de Zifieten omzichtig moeten ontwijken om niet herkend te worden.

In het vorige hoofdstuk was het Doëg die met zijn verraad een hele schare priesters de dood in jaagde. Maar nu is het een bevolkingsgroep die verraad pleegt en een Judasdaad verricht. Het verbaast eigenlijk nog dat ze niet over een ‘prijs’ onderhandelen voor deze deal!
Saul stuurt ze weg, om ze de precieze plek van David te laten uitzoeken. Onderwijl mobiliseert hij zijn leger. En ook Jonathan zal zijn meegegaan. De snelheid waarmee Saul handelt verraadt dat hij zijn vertrouwen niet op God maar op zijn eigen ‘geluk’ stelt. “Dit keer zal hij me niet ontsnappen!” moet Saul hebben gedacht.

Het gerucht van de naderende Saul en de dolkstoot van de Zifieten doet David niet moedeloos in elkaar zakken, maar hij dicht de 54e Psalm. Woorden vol van liefde tot zijn vervolgers? De linkerwang? De onderste weg? Of juist een slimme weg, om behendig een veilige schuilplaats voor de groep rondom hem te vinden?

“O God! verlos mij door Uw Naam, en doe mij recht door Uw macht. […] Want vreemden staan tegen mij op, en tirannen  zoeken mijn ziel; zij stellen God niet voor hun ogen. Ziet, God is mij een Helper; Hij zal dit kwaad mijn verspieders vergelden; roei hen uit door Uw waarheid. Ik zal U met vrijwilligheid offeren; ik zal Uw Naam, o HEERE! loven, want Hij is goed. Want Hij heeft mij gered uit alle benauwdheid; en mijn oog heeft gezien op mijn vijanden."

Dat zijn forse woorden die er stevig inhakken. Er wordt om wraak gebeden. De tirannen zijn zowel de eigen volksgenoten die de dolkstoot in de rug gaven, als de door God gezalfde koning Saul! Wij zingen die woorden van David berijmd zo:

O God, verlos mij uit den nood, En red door Uwen naam mijn leven;
[…] Want vreemden steken ’t hoofd omhoog Tot mijn verderf;
ik zie tirannen, Om mij te doden, samenspannen; Zij stellen God zich niet voor ’t oog. […] Roei uit, die tegen mij zich stelden; Het gaat Uw trouw en waarheid aan. […] Want God wil mij Zijn bijstand biên. Hij heeft mij ‘t onheil doen ontkomen, En mijn benauwdheid weggenomen: lk heb mijns vijands val gezien.

Past dat in onze 21e-eeuwse visie? Is David nog wel die lieve, vrome en op God vertrouwende man in onze ogen, als we dit zingen? Kan Jonathan deze woorden ook meemaken? Zeker is dat hij David zou zijn bijgevallen bij diens laatste woorden: “lk zal U, met een blij gemoed Vrijwillig off’ren, HEER der heren; lk zal Uw naam met lofzang eren, Dit eist Uw naam, want hij is goed.” Zingen, terwijl er nog niets van is te zien. Rotsvast vertrouwen dat de HEERE zál helpen. Waarom? “Het gaat Uw trouw en waarheid aan…” Geen eigen belang, zoals bij de Zifieten, maar Gods belang voorop!

maandag 26 februari 2018

Je hand versterken in God


De loyale van de royale - II


Als David zag, dat Saul uitgetogen was, om zijn ziel te zoeken, zo was David in de woestijn Zif in een woud. Toen maakte zich Jonathan, de zoon van Saul, op, en hij ging tot David in het woud; en hij versterkte zijn hand in God. En hij zeide tot hem: Vrees niet, want de hand van Saul, mijn vader, zal u niet vinden, maar gij zult koning worden over Israël, en ik zal de tweede bij u zijn; ook weet mijn vader Saul zulks wel. En die beiden maakten een verbond voor het aangezicht des HEEREN; en David bleef in het woud, maar Jonathan ging naar zijn huis.
1 Samuël 23 : 15-18


Soms zijn er momenten dat je het plaatje weer helder en compleet hebt: zo zal het gaan en zo is het goed. Terwijl zo vaak de structuur van het leven een raadsel voor je is en niets is wat het lijkt. Gods plan? Is dat er eigenlijk wel? Wat zie je ervan? En áls God dan een plan heeft en dat zogenaamd ‘onwederstandelijk’ uitwerkt… waarom gaat het dan schijnbaar totaal de verkeerde kant op? Waarom blijven mensen om je heen voortdurend vreemde keuzes maken en waarom lijken zovelen zo vaak te slapen? Als God al een plan had, waarom stelt niemand de vraag: “God, hoe zit het met dat plan? Dit gaat toch niet goed zo?” Vind je dat een brutale vraag?
Ik ga er niet over in discussie, maar als je dat brutaal vind, zou ik toch adviseren je vragen te stellen en te laten zien dat je leeft. Niet om daarmee antwoorden te ­vergaren en het plaatje weer passend te krijgen, maar om minder God te zijn en meer van Hem afhankelijk.
Er is namelijk een levensgroot verschil in het stellen van vragen en het uiten van frustratie over onbegrepen wegen. Je kunt er arrogant en brutaal mee richting een ‘lege’ hemel roepen, zoals Gerard Reve:
Graf te Blauwhuis – voor buurvrouw H. te G.

Hij rende weg, maar ontkwam niet,
en werd getroffen, en stierf, achttien jaar oud.
Een strijdbaar opschrift roept van alles,
maar uit een bruin geëmailleerd portret
kijkt een bedrukt en stil gezicht.
Een kind nog. Dag lieve jongen.

Gij, die koning zijt, dit en dat, wat niet al,
ja ja, kom er eens om,

Gij weet waarom het is, ik niet.
Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?

Gerard Reve (1923-2006) – Uit: Nader tot u
Maar beter is om met je vragen naar God gaan en eerlijk je kleine mensenverstandje aan Hem laten zien. Dat wij de antwoorden niet ­weten is eigenlijk vanzelfsprekend. Omdat jij en ik de grote lijn van God niet kunnen overzien. Die spanningsboog is te groot. Maar als wetenschappers zich kunnen vastbijten in ‘berekende zekerheden’ van miljoenen jaren terug, waarom kan een christen dan niet, ondanks alle tegenstrijdige zichtbaarheden, vast blijven staan op Gods plan?

Jonathan trekt met zijn vader Saul en een fors leger richting de plek waar men David vermoedt. Dat moet me een dwaze vertoning zijn geweest! Een leger van soldaten met een goed verstand, hollend achter een krankzinnige leider die slechts één doel heeft, dat weinig onder doet voor Hitlers doel: Gods verbond moet onwaarschijnlijk worden en Zijn volk uitgeroeid. Als God mensen aan de kant schuift om beter bij Zijn doel te komen, zullen de reacties tweeërlei zijn: óf verblinde en drieste haat óf gebrokenheid met gerustheid en tranen.
Saul vervult duidelijk het eerste voorbeeld. En je zou verwachten dat Jonathan daardoor in totale wanhoop terecht komt. Maar toch is dat niet zo. Hij weet David te zitten en sluipt weg uit het leger. Zou zijn wapendrager weer bij hem zijn?

Die actie van Jonathan was niet zonder risico. Het staat er in de Bijbel een beetje romantisch en kort beschreven, maar allereerst liep hij het risico dat zijn vader hem als deserteur en/of collaborateur zou zien en botweg laten doden. Vervolgens is het ‘David opzoeken’ niet slechts een taak van uitvogelen waar hij zich schuilhoudt, maar ook zijn wachtposten, die op scherp staan, passeren. Hen overtuigen dat hij geen spion is van zijn vader, maar de hartsvriend van hun leider! De meeste van de meute rondom David had juist aversie tegen Saul, dus diens zoon zouden ze zeker niet ontzien! Maar…we lezen niets van overleggingen bij Jonathan. Hij gaat op zoek en vindt zijn vriend.
Het eerste dat Jonathan doet is David geruststellen. Niet met zichtbare feiten, maar met geloofszekerheden: “Vrees niet, want de hand van Saul, mijn vader, zal u niet vinden…” Daar was, met dat leger van Saul voor de ‘deur’, allerminst reden toe om dat klakkeloos aan te nemen, maar toch… Daarnaast belijdt Jonathan iets dat we nog niet eerder zo stellig hebben gehoord: “…gij zult koning worden over Israël, en ik zal de tweede bij u zijn…” Wij weten hoe het gaat aflopen, maar deze twee mannen weten dat nog niet. Daarmee ontdekken we dus hoe Jonathans gestalte is: hij blijft loyaal aan de royale (de huidige koning, maar ook aan de nieuwe koning!). Hij biedt zich aan om dienstbaar te zijn voor de nieuwe koning. Dat is geen desertie, maar een belijdenis aan David: ik buig voor Gods plan en val Hem bij!

Jonathan voegt er nog iets schijnbaar onheilspellends bij: “…ook weet mijn vader Saul zulks wel.” Saul heeft het door. Die informatie heeft iets raar in zich: immers, als Saul de twee vrienden door had en wist wat Davids positie was, zou hij dan Jonathan niet gevangen hebben gezet of zelfs gedood? Allerminst zou hij hem toch hebben meegenomen op zijn strooptocht om David op te sporen? Maar… Jonathan is er tóch bij en weet zelfs ongezien weg te komen om David te spreken. Zouden ze een geheim afgesproken teken hebben gehad, zodat Jonathan zo gemakkelijk contact kon leggen met David?
De geheime missie van Jonathan had niet slechts tot doel om de boodschap over te brengen en David te waarschuwen: “Pas op, mijn vader weet dat jij de nieuwe koning zult zijn!” Jonathan had ook niet tot doel om zijn eigen hachje te redden en zijn toekomst bij David veilig te stellen. Alhoewel het er wel erg op lijkt! Nee, Jonathan komt bij David om hem te troosten en moed in te spreken. Onder allerlei dekmantels en schijnbare vormen van eigenbelang zat het hart voor de goede zaak: het plan van God zou doorgaan. De vrienden troosten elkaar en sluiten voor Gods aangezicht een verbond. Want we lazen een vers eerder al: “…hij versterkte zijn hand in God.” En die ‘hij’ is hier Jonathan, terwijl ‘zijn’ zowel op hemzelf als op David kan duiden. En dat laatste is het meest waarschijnlijk. Jonathan kon David niets geven dat hem versterkte. Maar hij wees zijn vriend op de machtige God Die ze beiden dienden. Soms kun je iets betekenen voor je vriend/vriendin door iets te doen dat zichtbaar is. Soms is het enige dat je kunt doen: wijzen op de HEERE en Zijn beloften. De zalfolie was voor David  niet iets dat hem uit de problemen redde; hij moest het doen met de betekende zaak die in het teken verborgen zat: de belofte van God.

Toen gingen de vrienden weer uiteen: “David bleef in het woud, maar Jonathan ging naar zijn huis.” God bleef Dezelfde en dat verbond hen beiden: hoe de weg ook zou gaan. David bleef vluchteling, maar Jonathan ging naar huis… Naar huis? Niet terug naar het leger?

woensdag 6 september 2017

Wat Jezus wil vertellen

Deze dingen heb Ik tot u gesproken, bij u blijvende.”
Johannes 14 : 25
Het laatste Avondmaal, geschilderd tussen 1495–1498 door Leonardo da Vinci (4,6 m x 8,8 m);
locatie: Santa Maria delle Grazie

Dit ogenschijnlijk weinigzeggende vers markeert een keerpunt in de gebeurtenissen rond de discipelen. Jezus komt tot een afronding en luidt een nieuw accent in. Als Hij spreekt over ‘deze dingen’, wat bedoelt Hij dan?

Je zou kunnen zeggen dat het hele voorgaande gesprek daartoe behoort. De dingen die Jezus vertelde over Zijn aanstaande hemelvaart; Zijn afwezigheid en toch weer in zekere zin Zijn aanwezigheid door de Heilige Geest; de eenheid tussen Hem en de Vader. Maar ik denk dat Hij vooral doelt op dat liefhebben van Hem en hoe je dan omgaat met Zijn geboden, Zijn gehele Woord.

Het klinkt allemaal heel theoretisch, maar na dit vers zullen we gaan zien dat met die theoretische kennis die Hij nu in hen legt, de Heilige Geest straks aan de slag gaat. Zijn geboden onthouden en onderhouden gaat het effect hebben van een toenemende liefde en aanbidding van Hem over Zijn liefde en wijsheid, waarmee Hij alles tot in detail in de hand heeft in ons leven!

Het is deze Herder en Leraar, Die inderdaad alles tot in detail weet en bestuurt, Die ons aan Zijn tafel nodigt. Waarom? Omdat Hij ons door en door kent en concludeert dat we dat nodig hebben. Als Hij met macht en toch ook met takt spreekt tegen Zijn jongeren die tamelijk in verwarring zijn, hoeveel te meer zal Hij met macht en takt spreken rondom het Avondmaal? Als Jezus spreekt wordt niet persé alles in één keer duidelijk, maar je krijgt er wel voldoende overdenking en beleving uit, dat je er weer tegen kunt. Hij nodigt aan tafel en geeft niet alleen uitleg in woorden, maar ook in daden. Hij laat de tekenen van Zijn lijden zien. Ja, Hij toont ze zelfs aan blinden door te laten smaken/proeven hoe Hij is én hoe Zijn Vader is. Want Ze zijn één, de Vader en de Zoon nietwaar? Dat had Jezus daarnet nog gezegd!

Hij laat je merken dat Hij van je af weet en van je houdt. Tilt je uit boven de golven van dit leven, boven het tumult dat er misschien wel in je eigen huis of hart is. Hij laat je even vanuit een ander perspectief kijken naar het leven van alle dag; ook naar jouw leven met Hem en misschien moet daar wel wat rechtgezet worden naar de toekomst toe. En… het belangrijkste, Hij zet je weer stil bij wat Hij Zelf deed om jou zalig te maken: Zie je dat? Vergeet je het niet? Stempelt dit je leven? En merken anderen door jou iets van Mij? Wat mag ik van je vragen? Hoe ver laat je me toe in je leven? Vertrouw je me? Voel je hoe goed Ik het met je meen? En voel je veilig bij Mij. Vertel me maar wat er aan scheelt. Kom maar bij Mij. Kijk, deze dingen heb Ik tot je gesproken en Ik heb het zelfs voor je zwakke geloof gevisualiseerd. Zodat je niet meer hoeft te twijfelen… En zodat de Heilige Geest je verder kan leiden. Niet alleen met de kennis van nu, maar vooral ook met de wetenschap van straks…

vrijdag 14 april 2017

Gods kinderbescherming

"Toen zeide Hij: Strek uw hand niet uit aan den jongen en doe hem niets; want nu weet Ik, dat gij godvrezende zijt, en uw zoon, uw enige, van Mij niet hebt onthouden."
Genesis 22 : 12



Aan de rechterkant van kerkelijk Nederland wil men beweren dat de mens enkel geneigd is God en zijn/haar naaste te haten. Dat clichée mist zijn effect als men dat vertaalt met boze haat, in plaats van wat het eigenlijk is: God niet op de eerste plaats in je leven te zetten. Dus het is belangrijk dat we duidelijk taal in de kerk spreken anders mist de boodschap compleet zijn doel!

Haten is in onze tijd een té geladen en verkeerd te interpreteren begrip geworden. Als ik iemand haat, omdat hij een verwoestend, destructief gedrag vertoont in een gemeenschap of gezin, of denigrerend en kwetsend naar anderen is op onrechtmatige gronden, dan is mijn liefde compleet geluwd, zo niet uitgeblust. Met alle gevolgen van dien. Uit haat – denk aan geradicaliseerde haat – komt psychische of fysieke doodslag voort. Maar de haat waar ik het hier over wil hebben is het God niet Zijn plek in je leven gunnen, omdat je zelf dan aan de kant moet gaan. Dat is wat er hier speelde. Let maar op.

Abrahams kinderbescherming

God laat Zijn Zoon de naam van Abraham noemen. En Abraham is de persoon die per direct met alle zintuigen in zijn bestaan oplet. "Doe Izak geen kwaad met je offermes! Nu weet ik dat je Mij vreest." Huh? Abraham vreesde God toch wel? Hij werd zelfs een vriend van God genoemd; wie kan dat zeggen? Hij praatte veel met God en God vertelde soms zelfs wat Hij ging doen (denk aan de verwoesting van Sodom, Gomorra, Adama, Zeboïm en bijna ook Zoar!). Met wie overlegt God nog meer zulk soort dingen? Nou, Mozes misschien en David… maar dan houdt het toch wel zo'n beetje op. En toch moet dit 'offer' het bewijs voor God worden dat Abraham godvrezend is? Dat woord staat bij ons als één geheel vertaald 'godvrezend', maar dat ziet er erg aards uit. Het moet eigenlijk zijn 'God vrezend'. Vrezen kán 'angst hebben voor' betekenen, maar hier heeft het de betekenis van 'eerbiedigen' of 'vereren'. Voor Abraham stond Izak boven God, zo blijkt tussen de regels door. Misschien als we het Abraham zouden hebben gevraagd, zou hij het niet hebben toegegeven. "Nee, natuurlijk niet. De HEERE is mijn deel, de belangrijkste in mijn leven. Wat zou ik zonder Hem moeten en kunnen?
Maar… Abraham had al een aantal keren laten zien (in Egypte en in Gerar bijvoorbeeld) dat hij niet helemaal blind op de HEERE vertrouwde en zijn eigen ratio toch een tikkeltje serieuzer nam dan Gods vaderlijke zorg voor hem. Daarmee nam hij ook de zorg voor de kwetsbare Izak (immers, Izak was de enige; juist dat woordje typeert zo de angstige kwetsbaarheid die Abraham ervaart als hij naar zijn zoon kijkt) buitenproportionele vormen aan. Maar nog meer gold dat voor de zorg die Abraham had voor zijn eigen leven. Als uit hem de Messias zou moeten worden geboren, dan moest hij ervoor zorgen dat hijzelf in leven bleef. Desnoods offerde hij Saraï op, maar niet zichzelf! Want dan kwam Gods plan in het gevaar.
En daarom stuurde de HEERE aan om Izak aan de totale kwetsbaarheid bloot te stellen, door Abraham bescherming uit te schakelen. Sterker nog: hij zou de doodsoorzaak voor Izak worden. Waar bleef die krampachtige hang naar zorgen nu? Abrahams kinderbescherming (in het licht van de komende Messias) leed schipbreuk en op een radicale manier ook!

Gods kinderbescherming

Hoe moet dat nu? Bijna keelde het mes zijn dierbare jongen, zijn lieveling. Maar… was Abraham dan de enige die van Izak hield? Of moest Izak ook leren meer verwachting te hebben van zijn hemelse Vader?
De woorden die de Engel des HEEREN gebruikt hebben een dubbele lading: "Doe hem niets". Hier openbaart God, zo lezen we in de Kanttekeningen, God Zijn plan. Hij wil iets leren over menselijke zorg en Goddelijke zorg. En Hij wil iets aan ons, eeuwen later, leren over wat er in Abrahams hart leefde. De HEERE stelt Abraham hier tegelijk dus tot een voorbeeld om na te volgen; niet om onze kinderen op te offeren, maar aan Hem toe te vertrouwen. En dat geldt voor allen die ons lief en dierbaar zijn. Ook als ze andere wegen gaan!
Het eerste is dat Abraham zijn zoon niet letterlijk gevaar moet berokkenen, door hem het mes op de keel te zetten. Maar psychisch en geestelijk berokkende hij zijn zoon ook kwaad, door hem boven God te stellen (hem meer zorg toe te vertrouwen dan God Zelf). Hier naderen we het scherpst van de snede, het spanningsveld tussen verantwoordelijkheid en vertrouwen dat in elke opvoeding weer een punt van zorg is.
God prijst Abraham in dit vers, dat hij duidelijk heeft laten zien (aan allen die de geschiedenis eens zullen horen en lezen) dat God op nummer 1 staat. De Kanttekening leggen een link met Psalm 139 en dat is een mooie lijn! Vers 23 van die psalm zingt: "Beproef mij en ken mijn gedachten." Ze me openlijk op de proef, zodat eruit komt wat erin zit: toewijding of niet. En vers 2 van die psalm belijdt: "Gij verstaat (begrijpt en ook ként) mijn gedachten van verre". Ja God weet het wel, maar als we door ons gedrag naar de mensen om ons heen vragen hebben opgeroepen, dan moet het openbaar worden onderstreept. "God weet wel hoe we dat bedoelen," zei eens iemand. Misschien, maar weten de omstanders, met name de ongelovige omstander dat dan ook? Of krijgen ze door ons wazige gedrag een merkwaardig verwrongen beeld van God? Dan wil de HEERE toch graag openlijke helderheid.

In die zin hoeven we niet bang te zijn, want Gods bescherming van Zijn kinderen is totaal en waterdicht. Daar kun je zeker van zijn. Misschien kost het je 'gezicht', maar nooit je ziel! Kijk maar, God neemt het direct voor Izak op en neemt hem in Zijn hoede. Er is werk aan de winkel voor Izak, die dit moment zijn leven lang niet zal hebben vergeten, maar… misschien toch wel even dit moment vergat, toen hij Ezau wilde zegenen vóór Jacob. En? Ontbrak het Jacob uiteindelijk aan bescherming? Lees dat prachtige gebed van Jacob in Genesis 32 : 9-13 maar eens, waarin hij zegt: "Ik ben geringer dan al deze weldadigheden, en dan al deze trouw, die Gij aan Uw knecht gedaan hebt; want ik ben met mijn staf over deze Jordaan gegaan, en nu ben ik tot twee heiren geworden!" Wat een vaderlijke zorg van de HEERE! Hem loopt niets uit de hand.

En hoe ingrijpend is deze tekst op een dag als vandaag (Goede Vrijdag) te gedenken dat God Zijn Zoon niet in bescherming nam, maar Hem overgaf in de dood. Om Abraham, Izak en ons te kunnen beschermen tot in eeuwigheid! Hij deed Hém al dat kwaad dat wij deden, om ons te zaligen en te beschermen tegen alle kwaad. Izak kun je misschien als een slachtoffer zien, maar Jezus niet. Luister hoe de Mattheüs Passion het bezingt:
Aus Liebe will mein Heiland sterben,
Von einer Sünde weiß er nichts.
Daß das ewige Verderben
Und die Strafe des Gerichts
Nicht auf meiner Seele bliebe.

maandag 27 februari 2017

Lijdenstijd 2017 - Zie, hier ben Ik

"En het geschiedde na deze dingen, dat God Abraham verzocht; en Hij zeide tot hem: Abraham! En hij zeide: Zie, hier ben ik!"
Genesis 22 : 1

In de geschiedenis van Izak en Abraham zien we iets oplichten van het offer van Jezus voor Zijn Vader en ons.


Morgen is het de eerste lijdenszondag. Graag wil ik me in de nieuwe stof hierbij bepalen. Ooit vertelde ouderling Verlek, die mij inwerkte in het kerkenraadswerk hier in Schoonhoven, over een goede vriend in Polen die hem een paar keer per jaar een briefje schreef en het elk jaar weer bijzonder vond om de lijdenstijd te beleven. Ik vond dat toen wat overgevoelig, maar ik ben dat toch steeds meer gaan waarderen. De MattheüsPassion heeft me daar erg bij geholpen.

Vanmiddag wees mijn neef Niels mij op de geschiedenis van Abraham en Izak. Een geschiedenis die in de evangeliën een duidelijk accent richting Jezus en de Vader heeft gekregen. Izak mag je zeker een type van Christus noemen. Maar het gesprek prikkelde me om juist in deze nieuwe lijdensweken te beginnen met deze geschiedenis. We zien wel hoe het gaat lopen. Ik hoop dat de stof en overdenking meewerkt aan een onvergetelijke 'Lijdenstijd2017', het voorportaal van Pasen2017.

God verzoekt Zijn vriend Abraham

De Kanttekeningen geven al direct de spanning aan, als ze aantekenen bij 'na deze dingen':
Nadat Abraham zovele beloften ontvangen had, ja, zelfs van de geboorte van den Messias, van welke er geen konden vervuld worden, zo Izak zonder zaad ware gestorven, zo heeft de Heere Abraham aldus willen beproeven, alsof Hij al de voorgemelde beloften had willen vernietigen.
Inderdaad, je zult van God maar een paar stevige beloften hebben ontvangen en het leven lijkt te liegen jegens die beloften! Sterker nog: God lijkt Zijn beloften niet serieus te nemen. Herken je dat misschien ook in je eigen leven? Dat je leven voor je gevoel totaal de verkeerde kant op lijkt te gaan en dat de dingen die gebeuren lijken te stuwen naar te belachelijkmaking van Gods betrouwbaarheid. Dat gaat diep.
Wij hebben ook het Nieuwe Testament. Daar stelt Jakobus: "Niemand, als hij verzocht wordt, zegge: Ik word van God verzocht; want God kan niet verzocht worden met het kwade, en Hij Zelf verzoekt niemand." (Jakobus 1:13) Hoe zit dat? Nou, deze tekst staat in de context van 'jezelf niet in verleiding brengen'. Let op wat je doet en ga dan niet zeggen dat God je verzoekt, want (dat staat er eigenlijk) God brengt niemand in zondige verleiding.
Dat is dus wat anders dan wat er in de dagtekst staat. God gaat hier het geloof van Abraham op de proef stellen. Misschien wel om eenzelfde reden – het staat er niet – als waarom Hij dat deed bij Job. Om satan uit te dagen en te laten zien dat het geloof dat Hij verwekt het heil van mensen beoogt en zelfs bestand is tegen satans moordenaarswerk. Maar ja… dat wist Abraham (en ook Job) allemaal niet. Abraham moest het enkel doen met het geopenbaarde woord.
En juist dát stelt de dingen zo enorm onder druk. God ging immers met Abraham om zoals een man met zijn vriend! En dat was wederzijds. Vriendschap is gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Maar hoeveel kan zo'n vriendschap eigenlijk hebben? God is – het is een zwak beeld – als de timmerman die het prachtige meubel dat Hij heeft gemaakt, test op het onachtzinnige gedrag van kleine kinderen en andere onvoorzichtige individuen. Maar vergeet daarbij niet dat het voor de geteste vriend wel spannend wordt.
Nog even over dat verzoeken; de Kanttekeningen schrijven hierbij:

God verzoekt de Zijnen als Hij een proef neemt van hun zwakheid of deugd, om door derzelver openbaring hen te vernederen, of te verheerlijken. Zie Deut. 8:2; 13:3. Richt. 2:22. 2 Kron. 32:31. Ps. 139:23, 24. Wat Abraham aangaat, God kende hem volkomenlijk, maar wilde zijn sterk geloof en ongeveinsde gehoorzaamheid op een bijzondere wijze, tot Zijn eer, mitsgaders ten beste van Abraham en Zijn ganse kerk, openbaren. Zie vss. 16, 17.
Ik kan begrijpen als je dit wat té geïnterpreteerd vindt; wat té theologisch 'juist'. Ja, God kende Abraham tot in diens nieren (zijn overleggingen, gevoelens en gedachten). Maar dat wat God bewoog om dit te doen, is slechts geopenbaard in vers 16, waar God stelt dat Abraham álles, zelfs zijn enigste zoon, niet onthield aan God. Abraham gehoorzaamde God onvoorwaardelijk.
Het is natuurlijk een prachtige gedachte dat dit 'tot Gods eer, mitsgaders ten beste van Abraham en (zelfs) Zijn ganse kerk' zou zijn. Maar waarom zwijgen de Kanttekenaren dan over die andere zoon van Abraham, Ismaël? Was Ismaël het bewijs dat Abraham God onvoorwaardelijk vertrouwde? Of was die zoon juist het bewijs dat Abraham graag wilde bijsturen? Of wat dacht je van die geschiedenis in Gerar met Abimelech (daar was nota bene Ismaël bij, terwijl hij zijn vader hoorde zeggen: "Nee hoor, ze is niet mijn vrouw, maar mijn zus!"). Abraham moest zijn betrouwbaarheid jegens Abimelech en Pichol later nog eens extra onderstrepen met een eed (blijkbaar vonden zij Abrahams 'ja' niet direct een echt 'ja').
Kijkend dus naar Ismaël en Abimelech begrijp ik wel een beetje waarom God niet doet alsof er niets is gebeurd; alsof de vriendschap geen krassen of barsten heeft opgelopen. Daarom begint onze tekst ook met "En het geschiedde na deze dingen". Denk je ook niet? Want je kunt de band tussen je medemensen wel weer goedmaken, maar daarmee is de band met de HEERE nog niet hersteld.

Abraham stelt zich beschikbaar aan God

Wat Abraham allemaal zal hebben vermoed vertelt de Bijbel ons niet. Ik kan het hooguit interpreteren of fantaseren. Ik kan doen als: "Wat zou ik doen of voelen?" Maar luister eens wat Abraham ons vertelt: "Zie, hier ben ik". Dat is van een geheel andere orde als "Riep U mij?" of "Joehoe, hier zit ik". De woorden dragen de lading: "Kijkt U maar, HEERE, ik ben bereid om alles te doen dat U van me vraagt." Terecht wordt verwezen naar de houding van Jozef en Samuël. Luisteren we nog een keer naar de Kanttekeningen:
Hebr. Zie ik, te weten ben hier. Een manier van spreken, dengenen eigen die geroepen zijnde, bereid zijn om aan te horen wat hun voorgehouden wordt. Zie vss. 7, 11. Insgelijks Gen. 27:1. 1 Sam. 3:4, 6, enz.
We gaan die woorden dus ook nog terughoren in vers 7, waar Izaäk zich zo gewillig aanbiedt; en in vers 11, waar Abrahams betraande ogen naar zijn lieveling Izak kijken, maar plots verrast oplichten als hij de stem van de engel hoort. Maar de woorden in onze tekst liggen dichterbij de woorden uit vers 7. Bereid en toegewijd zijn voor de HEERE. Jozef leerde het van zijn vader Jacob. Samuël leerde het van Eli en misschien ook wel van zijn moeder Hannah. Van wie leerde Abraham het? Zijn vader Terah was nu niet bepaald een voorbeeld voor hem geweest. Zou hij het niet van de HEERE Zelf hebben geleerd? Die nam hem nogal eens in vertrouwen; over Sodom en Gomorra, maar ook over de keuze van Lot en de toekomst van Abrahams nazaten; of over de vervulling van de belofte dat Abrahams nazaten talrijk zouden zijn als het zand aan de zee en de sterren aan Gods hemelboog.

Er moet iets in de toon van de HEERE hebben geklonken, toen Hij hem aansprak in onze tekst, waardoor Abrahams gemoed direct in de juiste houding kwam. Er sprak niet zomaar iemand, maar de HEERE, Die zo vriendschappelijk met hem, de onbetrouwbare Abraham, omging. Iets in de toon van Gods introductie moet Abraham tegelijk gerust en ongerust hebben gemaakt. Wat zei de HEERE, waarop Abraham kon zeggen: "Zie, hier ben ik"? We lezen die woorden niet in de Bijbel.
Ook Flavius Josephus (pagina 60) (en eigenlijk de Septuagintha) laat onbesproken wát God precies zei tegen Abraham. Maar ik noem hem toch, omdat in die lezing van Gods Woord iets wordt toegelicht over Abrahams houding tegenover God. Abraham zou namelijk ál zijn aandacht op Izak hebben gericht en God niet meer op de eerste plaats hebben staan in zijn leven. Zeker kan dat menselijke interpretatie van de zeventig en van Josephus zijn, maar vers 16 lijkt die gedachte wel te ondersteunen: "Nu weet Ik dat je zelfs je lieve zoon niet aan Mij onthoudt" ofwel "Nu weet ik dat je liefste zoon niet op Mijn eerste plaats in jouw leven staat".
Als God op dat moment tot hem gaat spreken, weet Abraham in één handomdraai: "God spreekt tot mij… hoe lang is het alweer geleden dat ík met Hém sprak?" Misschien herken je dat ook in je eigen leven? Hoe lang is het geleden dat je écht gesproken, onderhandeld, hebt met, de HEERE? Hoe zit het met de vriendschap tussen de HEERE en jou? Weet de HEERE – die weliswaar alwetend is – ook vanuit jouw daden en woorden dat Hij nog steeds op nummer 1 staat? "Zie, hier ben ik" zegt eigenlijk tegen de HEERE zoveel als: "Kijk maar HEERE, ik sta hier en U staat daar op nummer 1. En ziet U wel, er zit niets tussen U en mij in."
In die context hoor ik Jezus in de eeuwigheid zeggen met de woorden van Psalm 40: "Zie, hier ben Ik; Ik kom om Uw wil te doen, Vader." In die context hoor ik Jezus in Gethsémané tegen Zijn Vader zeggen: "Zie, hier ben Ik. Niet Mijn wil, maar Uw wil staat altijd op nummer 1." Wordt je daar niet heel erg stil van?

zaterdag 20 juni 2015

Vacht vertrouwen

En Gideon zeide tot God:
Indien Gij Israël door mijn hand zult verlossen, gelijk als Gij gesproken hebt;
Zie, ik zal een wollen vlies op den vloer leggen;
indien er dauw op het vlies alleen zal zijn, en droogte op de ganse aarde,
zo zal ik weten, dat Gij Israël door mijn hand zult verlossen, gelijk als Gij gesproken hebt.
En het geschiedde alzo; want hij stond des anderen daags vroeg op, en drukte het vlies uit,
en hij wrong den dauw uit het vlies, een schaal vol waters.
En Gideon zeide tot God: Uw toorn ontsteke niet tegen mij, dat ik alleenlijk ditmaal spreke;
laat mij toch alleenlijk ditmaal met het vlies verzoeken;
er zij toch droogte op het vlies alleen, en op de ganse aarde zij dauw.
En God deed alzo in denzelven nacht;
want de droogte was op het vlies alleen, en op de ganse aarde was dauw.
Richteren 6 : 36-40

Gisteren zagen we dat Gideon om een teken vroeg, om zeker te weten dat het God Zelf was Die hem deze boodschap stuurde. Beschaamd was hij op de grond gevallen toen de engel het offer op de rots aanstak en verdween. Gideon was voldoende overtuigd, zou je denken. Voorafgaand aan onze dagtekst sprak God opnieuw en gaf een duidelijk bevel aan Gideon. Deze gehoorzaamd en trommelt strijdbare mannen bij elkaar. Gideon lijkt dapperheid en moed uit te stalen. Echter…


Opnieuw een teken

Het is niet van zelfsprekend blijkbaar dat God een opdracht geeft en dat Zijn dienstknechten blindelings aan de gang gaan. In een animatiefilmpje zag ik Gideon in zijn wijngaard lopen met een schapenvacht. Hij vertelde aan een meisje dat naast hem stond dat hij altijd weer twijfelde of hij wel de goede weg bewandelde. Dat zat in hem. Het was als het ware zijn karaktertrek. Gebrek aan vertrouwen? Of is dit een eigenschap die God als een doorn in je vlees kan laten om je ootmoedig en afhankelijk te houden? Aanvankelijk dacht ik dat het Gideon gewoon aan vertrouwen ontbrak, maar nu ik er meer over nadenk zou het toch best kunnen zijn dat God Zelf die zwakheid in Gideons vlees achterlaat om hem afhankelijk te houden. Dan snap ik ook waarom God niet op Gideon en wel op Zacharias boos werd.
Gideon spreek met de HEERE af dat het wollen fleece-kleed nat van de dauw zal worden en de omliggende aarde droog zal zijn. Hij zette direct hoog in, want als hij eerst andersom had gevraagd, had het vocht van de vette wol kunnen afdruipen op de grond, zodat hij niet zeker kon weten of zijn gebed was verhoord. Gideon begint bij het meest onmogelijke: het wollen fleece-kleed nat en de grond droog. Hij speelt op safe, zou je zeggen. En de HEERE toont hem zijn antwoord: ja! Ja, ik zal door jouw hand Israël verlossen.

En een tegengesteld teken

"Word alstUblieft niet boos, HEERE; maar sta mij toe dat U nog om een teken vraag." Gideon vraagt of, door het tegenovergestelde te laten gebeuren, de HEERE extra bevestigen wil dat Hij door Gideons hand de Israëlieten zal bevrijden. "Ontsteek toch niet in toorn…" Het is net als bij Abraham die pleit voor Lot in Sodom en maar door blijft vragen: "Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik spreke; misschien zullen aldaar dertig gevonden worden!"
In het filmpje zegt Gideon dat hij met dit dubbelteken van de vacht de bevestiging ontving die hem zekerheid gaf over Gods leiding en weg. Inderdaad komen we geen twijfel en vragen om tekenen meer tegen in Gideons geschiedenis. Al is het ook zo dat de HEERE nóg een teken zal geven in de nacht: de droom van de soldaat die een gerstenbrood van de berg zag afrollen.
Je vraagt je af of Gideon faalangst had. Of niet gewend aan leidinggevende posities. Deze geschiedenis laat zien dat de HEERE die zaken soms wegneemt en soms nog smeulend laat voortbestaan. Gideon wordt gebruikt in Gods plan. Voor hem was het belangrijk te weten dat de HEERE hem de overwinning zou geven. De HEERE zal zorgen dat Gideon niet op zichzelf zou kunnen bogen, door hem een zeer klein legertje te geven. Zo bleef de eer aan God.
Laat dat de les zijn voor ons, als we tot grote en verantwoordelijke taken worden geroepen – misschien wel iets boven onze macht of buiten het gewone werk om – dat we in alles God danken en Hem de eer geven. Met Hem zal het gaan, als Hij ons zendt. Aan Hem de glorie en eer als we onze taken mogen zien slagen. Dat houdt ons klein en maakt Hem groot. Dat maakt ons gaandeweg ook los van 'vacht-vertrouwen' en vestigt in ons meer en meer 'vast vertrouwen'.