Posts tonen met het label genieten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label genieten. Alle posts tonen

woensdag 6 september 2017

Wat Jezus wil vertellen

Deze dingen heb Ik tot u gesproken, bij u blijvende.”
Johannes 14 : 25
Het laatste Avondmaal, geschilderd tussen 1495–1498 door Leonardo da Vinci (4,6 m x 8,8 m);
locatie: Santa Maria delle Grazie

Dit ogenschijnlijk weinigzeggende vers markeert een keerpunt in de gebeurtenissen rond de discipelen. Jezus komt tot een afronding en luidt een nieuw accent in. Als Hij spreekt over ‘deze dingen’, wat bedoelt Hij dan?

Je zou kunnen zeggen dat het hele voorgaande gesprek daartoe behoort. De dingen die Jezus vertelde over Zijn aanstaande hemelvaart; Zijn afwezigheid en toch weer in zekere zin Zijn aanwezigheid door de Heilige Geest; de eenheid tussen Hem en de Vader. Maar ik denk dat Hij vooral doelt op dat liefhebben van Hem en hoe je dan omgaat met Zijn geboden, Zijn gehele Woord.

Het klinkt allemaal heel theoretisch, maar na dit vers zullen we gaan zien dat met die theoretische kennis die Hij nu in hen legt, de Heilige Geest straks aan de slag gaat. Zijn geboden onthouden en onderhouden gaat het effect hebben van een toenemende liefde en aanbidding van Hem over Zijn liefde en wijsheid, waarmee Hij alles tot in detail in de hand heeft in ons leven!

Het is deze Herder en Leraar, Die inderdaad alles tot in detail weet en bestuurt, Die ons aan Zijn tafel nodigt. Waarom? Omdat Hij ons door en door kent en concludeert dat we dat nodig hebben. Als Hij met macht en toch ook met takt spreekt tegen Zijn jongeren die tamelijk in verwarring zijn, hoeveel te meer zal Hij met macht en takt spreken rondom het Avondmaal? Als Jezus spreekt wordt niet persé alles in één keer duidelijk, maar je krijgt er wel voldoende overdenking en beleving uit, dat je er weer tegen kunt. Hij nodigt aan tafel en geeft niet alleen uitleg in woorden, maar ook in daden. Hij laat de tekenen van Zijn lijden zien. Ja, Hij toont ze zelfs aan blinden door te laten smaken/proeven hoe Hij is én hoe Zijn Vader is. Want Ze zijn één, de Vader en de Zoon nietwaar? Dat had Jezus daarnet nog gezegd!

Hij laat je merken dat Hij van je af weet en van je houdt. Tilt je uit boven de golven van dit leven, boven het tumult dat er misschien wel in je eigen huis of hart is. Hij laat je even vanuit een ander perspectief kijken naar het leven van alle dag; ook naar jouw leven met Hem en misschien moet daar wel wat rechtgezet worden naar de toekomst toe. En… het belangrijkste, Hij zet je weer stil bij wat Hij Zelf deed om jou zalig te maken: Zie je dat? Vergeet je het niet? Stempelt dit je leven? En merken anderen door jou iets van Mij? Wat mag ik van je vragen? Hoe ver laat je me toe in je leven? Vertrouw je me? Voel je hoe goed Ik het met je meen? En voel je veilig bij Mij. Vertel me maar wat er aan scheelt. Kom maar bij Mij. Kijk, deze dingen heb Ik tot je gesproken en Ik heb het zelfs voor je zwakke geloof gevisualiseerd. Zodat je niet meer hoeft te twijfelen… En zodat de Heilige Geest je verder kan leiden. Niet alleen met de kennis van nu, maar vooral ook met de wetenschap van straks…

zondag 29 november 2015

De spijze van Jezus Christus

"Geliefden in den Heere, dewijl de Heere nu aan Zijn tafel onze zielen gespijzigd heeft,
zo laat ons al te zamen Zijn Naam met dankzegging prijzen…"

"En ondertussen baden Hem de discipelen, zeggende: Rabbi, eet.

Maar Hij zeide tot hen: Ik heb een spijs om te eten, die gij niet weet.

Zo zeiden dan de discipelen tegen elkander: Heeft Hem iemand te eten gebracht?

Jezus zeide tot hen: Mijn spijs is, dat Ik doe den wil Desgenen, Die Mij gezonden heeft,
en Zijn werk volbrenge."
Johannes 4 : 31-34

Als Jezus over drinken praat, tegen de Samaritaanse vrouw, dan spreekt Hij over totaal ander water dan zij. Zo ook in onze dagtekst: hier spreekt Hij over totaal ander eten, dan wat de discipelen bedoelden. Ook bij hen duurt het even voordat ze doorhebben dat Jezus ergens anders over spreekt. Wat is dat 'eten' waarover Jezus spreekt. En heeft dat ook iets te zeggen over de spijze aan Zijn Tafel, zoals we die vandaag mochten smaken?

Hemelse spijze

Toen Elia in de woestijn uitgeput in slaap was gevallen, maakte een engel hem wakker en zei: "Sta op en eet, want de weg zal voor u teveel zijn." Eten is in het gewone leven belangrijk om je werk te kunnen doen. Maar eten kan soms ook plezier verschaffen. Dan genieten we van wat we proeven en we praten er met elkaar over, hoe lekker het is. Voedsel komt tot zijn recht als we het met smaak eten en wanneer onze honger wordt gestild.
Het eten waar Jezus op doelt is in geestelijk opzicht ook zo iets, waar Hij met smaak van geniet en dat Zijn innerlijke honger, Zijn drive, stilt en bevredigt. Waar geniet Jezus dan van? Hier vertelt Hij iets over het mysterie van de verbondenheid tussen de Vader en de Zoon. De Vader geniet ervan hoe Zijn Zoon in al Zijn werk Hém bedoelt en verheerlijkt. En de Zoon geniet ervan om in alles de wil van de Vader volkomen te doen.
Als de Vader zondaren wil zaligen, maar toch ook recht moet doen aan Zijn gerechtigheid, dan zal de Zoon dat 'probleem' oplossen op een onwaarschijnlijk heerlijke manier. Hij zal het niet doen met de minste inzet, ter waarde van een 5,5, maar Hij zal dat zó volkomen doen dat een 10 nog te mager is qua beoordeling. Daarin schept de Zoon zó'n genoegen, dat het als het ware net zo is als met eten: een honger die om verzadiging vraagt. En reken maar dat de Zoon van verzadigen weet!
Gods wil doen – dat is het bijzondere aan het leven van het geloof – wordt ook de verzadiging, het dagelijks 'eten', van al Gods kinderen. Ze doen niets liever dan dat. Zo wordt ook iets zichtbaar van het leven in de hemel, waar de engelen eveneens een onverzadigbare honger hebben om God te dienen, te aanbidden en lief te hebben.
Iets daarvan heb je misschien wel gesmaakt aan de Tafel des HEEREN. Wat duurde het maar kort. Wat had je graag langer gebleven, je laten verzadigen met Hem en Zijn passie om Zijn Vader volkomen te dienen. Maar het kon niet langer duren, want de tafel werd gesloten en je moest weer gaan. Maar niet zonder Hem! Het betekent niet dat je het nu verder zonder Hem moet doen!

Werkzame spijze

Na de dankzegging/nabetrachting op het Avondmaal, vanavond, kreeg je als het ware weer nieuwe spijze mee. We keken niet alleen terug naar de Tafel, die nog er nog stond als herinnering. We keken ook vooruit, naar de Bruiloft van het Lam. Naar het moment dat we altijd bij de HEERE zullen zijn. Dat we Hem zien zoals Hij is en nooit meer honger hebben; ook geen geestelijke honger, laat staan kommer!
Maar zover is het ook nog niet. We worden niet geroepen om lijdzaam te gaan zitten (af)wachten. Maar werkzaam te zijn met de spijze die we ontvingen. En ook werkzaam te zijn met de spijze waarover Jezus hier spreekt: de wil van God doen… Hoe voelde je in de aanloop naar de Avondmaalsviering de begeerte om zonder zonde te zijn. Om geen enkele hindernis te hebben zitten tussen God en je ziel. Des te meer voel je dat, bij het vertrek uit de Avondmaalszaal, de wereld weer in.
Hoe nodig hebben we de Heilige Geest, Die altijd bij ons is en Christus met ons hart verenigt. Hoe nodig is het door Hem te worden geleid. Jezus is de Zoon van God, maar in deze dingen die we in onze dagtekst lezen, mag Hij zeker een Voorbeeldfiguur voor ons zijn. Zoals Hij het deed en beleefde, daarin had de Vader zo'n groot behagen. Zouden wij er dan niet ook een groot behagen in scheppen? Zowel in Hem, onze Zaligmaker, als in de Vader, die het doel van ons leven is.
Jezus sprak over de inhoud van de spijze: "dat Ik Zijn werk volbreng". Het verlossingswerk kunnen wij niet nadoen; godezijdank niet. Maar in het leven der dankzegging is er werk te over om te doen. Werk van de Vader: om zondaars op te roepen zich te bekeren; om dwalenden terug te roepen; om twijfelende tobbers bij te staan en te vertroosten; om aangevochtenen te versterken, bij de arm te nemen en samen ons te verlustigen in Gods Woord, luisterend naar Zijn stem; om werktuigen van Satan te weerstaan. Werk te over en daar is spijze voor nodig. Zo zie je dat de spijze aan Zijn Tafel ons aanzet om in het dagelijks leven gezond geestelijk voedsel te zoeken; om staande te kunnen blijven, weerbaar en dienstbaar te zijn en verlangend, totdat Hij komt! Naar Zijn komst heb ik zo'n 'honger'. Zijn komst is het die mijn heil volmaakt!

dinsdag 11 augustus 2015

Genieten met volle teugen

"Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien."
Johannes 3 : 2

Je kunt het gesprek tussen Jezus en Nicodémus een van de bekendste Bijbelgedeelten noemen, maar het is ook een van de meest ingewikkelde gesprekken. Ik wil er niet te diep theologisch op ingaan, maar er blijven toch veel vraagtekens over als je dit gedeelte eens doorleest. Een van die vraagtekens rijst ook op in onze dagtekst. Waar antwoordt Jezus eigenlijk op?

Als Jezus antwoord geeft

Jezus antwoordde… Dit lijkt een antwoord op Nicodémus' stelling "wij weten, dat Gij zijt een Leraar van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen, die Gij doet, zo God met hem niet is". Immers, dat is het laatste dat Nicodémus zei, voordat Jezus de woorden van onze dagtekst uitspreekt. Als het inderdaad een antwoord zou zijn op díe stelling, dan wordt het gesprek wel heel troebel. Dan lijkt het alsof – en dat gebeurt vaker in dit Evangelie – alsof Jezus de vragen ontwijkt en iets in het luchtledige poneert.
Toch menen de kanttekenaren dat Jezus hier wel degelijk antwoordt op Nicodémus' vragen: "Namelijk óf op de vraag van Nicodemus van het middel om zalig te worden, die hier niet uitgedrukt is; óf op zijne begeerte om dit te weten, hoewel hij zulks nog niet had geopenbaard." Ik wil dat eerste wel geloven, dat Jezus op een vraag kan beantwoorden, die niet in de Bijbel staat opgeschreven, maar wel gesteld werd. Echter, het wordt dan wel een heel rommelig verhaal. We moeten dan gaten gaan opvullen en hiaten in het verhaal zelf gaan interpreteren. Ik vraag me af of dat de bedoeling is.
Dat tweede wat de Kanttekeningen opperen zou nog wel eens veel aannemelijker kunnen zijn. Uit meerdere plaatsen in de Schrift blijkt dat Jezus de gedachten van de omstanders kende. Dan staat er bijvoorbeeld "Jezus wetende dat…" of "Jezus kennende hun gedachten, zeide…" of "Jezus kennende hun overleggingen, zeide…" Dit zou hier ook aan de hand kunnen zijn. Luister maar.
Nicodémus leidde het gesprek met Jezus in op zijn eigen gebruikelijke, omslachtige wijze. Maar al die woorden hadden ten diepste niets te maken met wat Nicodémus eigenlijk wilde bespreken. Het was een omslachtige inleiding op een theologisch gesprek over hoe je zalig kunt worden. Ken je dat, van die omzichtige bewegingen in een gesprek?
Jezus ontwijkt die omzichtigheid en poneert een stelling die het gesprek direct bij de kern brengt. Bij Jezus hoef je niet omzichtig te doen. Dat heeft geen enkele zin. Ook onze gebeden hoeven niet onnodig versierd te zijn met deemoedige clichées, als was het enkel via deze rituele toverspreuken dat we God aan het luisteren kunnen krijgen. Vertel maar wat er op je hart ligt; Hij weet toch al lang wat je wilt vragen. Maar Hij wil het zo graag uit jouw mond horen. Dus… wees concreet en oprecht in je gebeden. En maak Zijn naam groot vanuit een oprecht hart en niet vanuit een clichéematig theologisch-juist taalgebruik.
Als Jezus antwoord is dat altijd met macht; en toch onderstreept Hij Zijn woorden al op voorhand met dat gewichtige "voorwaar, voorwaar zeg Ik u…" Let op, nu komt het!

Als je Zijn Koninkrijk wilt zien

De discussie over de persoon van Jezus is niet altijd even relevant. En dan bedoel ik een discussie over het feit of Jezus wel echt heeft bestaan of in hoeverre Hij nu mens was en hoe het zat met Zijn Godheid. Een belijden van Jezus' functie en Naam is wat anders. Jezus omzeilt de beargumentering of Hij nu wel of niet een Leraar Israëls is. HIj is de Deur, waardoor je wel of niet het Koninkrijk van God binnenkomt. Daar staat of valt alles mee.
Het is ook opmerkelijk dat Jezus niet zegt: "Als je nu het Koninkrijk der hemelen wilt binnengaan, moet je eerst wederom geboren worden." Nee, hij zegt het anders en stelt het op het eerste gehoor zelfs negatief voor: "Je kunt het Koninkrijk der hemelen niet binnen"; dat is althans de klank die in je oren blijft hangen aan het einde van deze tekst. Maar… wacht eens even, voordat je gaat ja-maren! Want Hij zei er nog iets wezenlijks vóór: "Tenzij dat iemand wederom geboren worde…" Wedergeboorte is het scharnier tussen eeuwig wel of eeuwig wee! Daarom staat het vooraan de zin.
De eerste vraag die opkomt uit deze tekst is: Wil je het Koninkrijk der hemelen wel zien? Of interesseert het je helemaal niet (meer)? Als dat laatste zo is, hoe komt dat dan? Wie heeft je wijsgemaakt dat je je daar niet druk om hoeft te maken? Kom tot bezinning: het gaat om je eeuwige toekomst: een verschil tussen eeuwig tandenknarsen van spijt of eeuwig blijdschap genieten.
De tweede vraag die opkomt is: wat wordt bedoeld met dat 'zien'? Je bent misschien geneigd te denken dat het iets is dat met je ogen te maken heeft. En dat kan ook wel zo zijn. Toch gaat dit 'zien' iets dieper. Het is – lees de Kanttekeningen maar – genieten. Er wordt verwezen naar vers 36 uit dit hoofdstuk: "Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem." Vanuit die tekst wordt doorverwezen naar Psalm 34 : 13 waar het 'zien van goede dagen' wordt uitgelegd als 'het genieten van welvaart'.
Veel mensen genieten met hun ogen. Van kunst of van de natuur. Anderen genieten met hun oren. Van muziek of juist van stilte. Maar het opperste genot is toch het 'zien'; want als we eeuwig bij de HEERE zullen zijn, zullen we Hem zien zoals Hij is. Dan zien we met eigen ogen en genieten met volle teugen, in Zijn nabijheid en scheppen vreugde uit Zijn heerlijkheid. Daar wil jij toch ook bij zijn?