Posts tonen met het label Abel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Abel. Alle posts tonen

vrijdag 13 mei 2016

De weg van Kaïn inslaan

Kaïn en Abel, uit 'Icons of the Bible',
gefotografeerd door James C. Lewis
In de volgende overdenkingen wil ik telkens bij één verbondskind stilstaan, dat net als Ezau is afgehaakt. De Bijbel kent er wel een paar en de HEERE laat ze beschrijven als waarschuwing. Kaïn is de eerste afhaker. In de bijbelstudie die in onlangs (deels) over hem maakte, heb ik mij afgevraagd wát het was dat hem bij de HEERE vandaan dreef. Ik wil er nog een keer specifiek in deze serie over nadenken en zien wat hem bewoog.

Je hebt jongeren aan wie je al heel vroeg merkt dat ze geen zin hebben in de dienst aan de HEERE. Ik heb dat nooit begrepen, omdat ik er zelf al jong 'smaak' van kreeg. Daarmee zeg ik niet dat het dienen van de HEERE me 24/7 alle dagen van mijn leven heeft vervuld met genot. Niets menselijk is me vreemd. Maar voortdurend haalde de HEERE me weer dicht bij Zich. Ik weet hoe goed het is in Zijn nabijheid. En juist daarom begrijp ik vaak niet dat mensen 'er geen zin in hebben'. Hoe is het mogelijk en wat een gevolgen heeft dat voor henzelf, voor hun kinderen en kleinkinderen, als de HEERE daar niet snel wat tussen steekt!


"Wee hun, want zij zijn den weg van Kaïn ingegaan…"
Judas : 11a

Toch probeer ik te begrijpen waarom een jongen als Kaïn afhaakt. Maar hij is misschien wel de meest lastige, want hij wordt haatdragend en moorddadig… zo dicht bij het Paradijs! Over de volgende drie zaken heb ik me verbaasd (vervat in drie korte, op elkaar lijkende, woorden): Eva's adoratie van Kaïn, Kaïns adoratie van zichzelf, Gods genade voor Kaïn en Zijn afschuw voor diens gedrag. Kaïn wordt in het Nieuwe Testament als het ware getekend als een schip op het strand, dat een baken in zee is.

Idool

Geheel anders dan bij Ezau is juist moeder Eva zeer gesteld op haar ruwe, ruige en robuuste zoon. Genesis 4 zet in met een zakelijk beschrijving van een aantal zeer intieme en expressieve zaken: "En Adam bekende Heva, zijn huisvrouw, en zij werd zwanger, en baarde Kaïn, en zeide: Ik heb een man van den HEERE verkregen!" Voor het eerst wordt gesproken over geslachtsgemeenschap en dat nog wel ná de felle aantijgingen naar elkaar in het voorgaande hoofdstuk! Met name Adam schuift de schuld van de zondeval op zijn vrouw. Dat is typisch een omstandigheid waarin de vrouw nooit van harte zal instemmen met intimiteit, laat staan dat zij verlangt om één te zijn met haar man en haar intiemste zelf met hem te delen. Toch is het van 'bekennen' gekomen en ik ben ervan overtuigd dat Adam eerst het hart van Eva heeft herwonnen, voordat hij ook haar geniet als een paradijsbloem. De Bijbel spreekt meestal over de man die bekent, maar ik geloof dat dat niet betekent dat de vrouw het allemaal maar gelaten over zich heen laat komen. Echter… wat wist Eva van zwangerschap? Van barensweeën en bevallen? Wat uit deze intimiteit voortkwam was een zwangerschap, waar we verder niets gedetailleerds over lezen. Bij Rebekka lezen we dat het haar verwarde en dat ze daarmee tot God ging. Bij Eva blijft het – zo lijkt het – stil. Toch wist ze dat er twee soorten mensen bestaan: jongetjes en meisjes. Eén van beide zou het worden. Mocht je denken dat ze op een meisje had gehoopt, dan maakt het eerste vers van Genesis 4 ons duidelijk dat ze in volle verrukking is over het feit dat ze een jongen heeft gebaard; een man zelfs! Zou dit het Vrouwenzaad zijn, waarover de HEERE had gesproken? Mag zij de Messias in haar handen houden? Wanneer zal ze er achter zijn gekomen dat Kaïn de Messias niet was? Juist deze jongen, die zulke hoge verwachtingen bij moeder Eva had gewekt, trapt haar zo gemeen op het hart door zijn levensstijl! Hij was haar idool, zo lijkt het. Maar nu…

Icoon

Waarom nam God het offer van Kaïn niet aan? Dat is altijd weer de vraag bij die geschiedenis van het offeren van de beide broers. In een korte Bijbelstudie van Hugo Bouter wordt gesteld dat Kaïn niet wilde offeren op de voorgeschreven manier. De jongens hadden geleerd van vader Adam wat offeren was en hoe het moest. Ze wisten dat de offers voor de zonde (en ook uit dankbaarheid) heenwezen naar het komende Vrouwenzaad, de Messias. Zou Kaïns aversie daarin misschien zijn ontstaan? Zijn moeder had hém aangezien voor de Messias, maar nu moet hij een offer gaan brengen dat heenwijst naar de Ander, in Wiens schaduw Kaïn nog niet eens kan staan. Kaïn – als hij een spiegel zou hebben gehad – zou vaak naar zijn spiegelbeeld hebben gekeken; hij zou trots zijn op zijn ego. Niks om je voor te schamen. Dat offeren daarentegen betekende belijden dat je zelf dood ligt in de zonde en de misdaden en dat er na jou Iemand komt, Die jij niet waard bent Zijn schoenen na te dragen. Hij moet wassen en jij minder worden…
Als God dan ook nog eens laat merken dat Hij Kaïns manier van offeren niet accepteert en die zwakke kwezel van een broer van hem wel aanneemt, is voor Kaïn de maat vol. In de haat tegen Abel manifesteert zich eigenlijk de haat tegen God Zelf. Ten diepste wilde hij niet Abel doden, maar God.
Het is bijzonder dat de HEERE hem opzoekt en zelfs Zijn bescherming aanbiedt. Kaïn lijkt radeloos van angst voor bloedwrekers. Dat moeten dus zijn eigen broers en oomzeggers zijn geweest! Of zijn vader! Daarom bouwt hij een stad. Maar… die stad is ook een statussymbool: Kaïn wordt een icoon waar de wereld hoog tegenop zal zien! Daar zal hij zelf voor zorgen. En die adoratie zal hij afdwingen door de naam van zijn zoon te gebruiken om de eerste stad naar hem te vernoemen. Zo zet hij zijn eigen zoon op een voetstuk en dwingt hem in het keurslijf van Kaïns-aanbidding. Het lijkt Noord-Korea wel! Of wat dacht je van Erdogan? Hij wil enkel goede getuigenissen over zichzelf horen. Al wie mij op de tweede plaats zet zal hij weten te vinden!

Idioot

In sommige kinderen zit inderdaad die hang naar adoratie. Soms kan dat het gevolg zijn van te weinig liefde van de ouders. Soms ook kunnen ouders zo slap zijn dat ze hun kinderen niet kastijden (corrigeren, vermanen en met straf tot orde roepen). Dan loop je inderdaad de kans dat kinderen respectloos zullen worden. Maar als je wél liefde hebt laten zien én duidelijk hebt laten merken dat zonde geen legale plek heeft in je huis, wat is dán de reden dat kinderen zo grof en respectloos worden op het punt van de dienst aan de HEERE? Natuurlijk, ze zijn geboren na Genesis 3, dus in die zin zijn godvrezende kinderen méér een wonder dan een regel! Waarom zeggen ze, als het gaat over de Doop: "Ja, daar heb ík niet om gevraagd!" Waarom geloven ze niet, maar denken zonder God wel een bestaan in deze wereld op te bouwen? Waarom zijn ze zo ijverig om te laten zien dat ze succesvol zijn, targets halen en status bereiken? Prestatiedrang is eigenlijk een schreeuw, waarmee God het zwijgen wordt opgelegd. Kaïn, de stedebouwkundige icoon (of tycoon) van de Oudheid, wordt in het Nieuwe Testament neergezet als een idioot. Al zijn targets blijken nagels aan zijn doodskist en molenstenen om zijn hals.
In de brief van Judas wordt Kaïn neergezet als een eigenzinnige die zijn eigen stad wilde bouwen en daarmee de Stad die fundamenten heeft verachtte. Hij wilde eeuwige roem op zijn eigen manier. Hij misgunde Jezus Christus de rol van Messias ten diepste. Judas noemt zulke mensen individuen die zichzelf weiden. Ik dacht nog even dat er 'wijden' stond, maar er staat 'weiden'. Zij 'kunnen het zelf wel', ze zijn zelfstandige denkers en doeners en ze hebben geen hulp nodig. Wie God nodig heeft is een watje. Ik dop mijn eigen boontjes wel…
Johannes noemt Kaïn in zijn eerste brief, derde hoofdstuk, 'boos'. Sterker nog, zegt hij, Kaïn was 'uit den boze', een duivelskind! Weet je waarom hij Abel doodsloeg? Omdat zijn werken boos waren. Je zonden bedekken met grof geweld… dat is waarlijk idioot! Laat zulk een dwang (baken in zee) voor u niet nodig wezen… wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen. Is het nu niet dan wel tot in eeuwigheid. Kom afhakers, ik ben geen draad beter dan jij of u, maar de strijd tegen God is gedoemd te mislukken! Draag Jezus' schoenen maar achter Hem aan. En draag vooral Zijn Naam achter Hem aan. En let er dan eens op hoe Hij je zal aankijken als je oog in oog met Hem zal staan! Hij zal zeggen: "Ik ben wél Mijns broeders Hoeder; daarom… Komt in gij gezegende Mijns Vaders…"

woensdag 15 juli 2015

Kaïn kon Abels bloed wel drinken; de aarde deed het daadwerkelijk

"En nu zijt gij vervloekt van den aardbodem, die zijn mond heeft opengedaan, om uws broeders bloed van uw hand te ontvangen."
Genesis 4 : 11

Al meer dan eens heb ik verband gelegd tussen de geschiedenis van Saul en David en die van Kaïn in Abel. Je ziet erin wat jaloersheid teweeg brengt. Je ervaart er ook iets van het werk van satan in. Als satan je verleidt tot één zonde, volgen er meer, zoals het ene schaap dat over de dam gaat… In de dagtekst lijkt God een punt te zetten. Maar meer nog laat Hij merken dat je in die weg schuurt langs het moment waarop Hij een punt gaat zetten. Hoe ver kun je nog gaan, als er reeds bloed heeft gevloeid?

 

De drempel die je overgaat

Kort geleden stond er een interview met een ex-ISIS-lid (of van BokoHaram) in de krant. Hij vertelde, hij was nog maar net in de twintig jaar (!), hoe hij eraan gewend raakte om mensen te doden. Alles wat er voor zijn loop kwam, schoot hij koelbloedig neer. Het raakte hem na de eerste moord niet meer. Bizar hoe je innerlijk kunt verharden door zo'n foute weg in te slaan. Men zegt weleens dat je je geweten kunt toeschroeien als met een brandijzer; het is trouwens ook een uitdrukking uit de Bijbel. Dan hol je verder op de verkeerde, goddeloze weg, zonder dat je geweten je nog terugroept. Ik vraag het me in alle eerlijkheid af, of dat mogelijk is. Er moeten in het leven tal van prikkels zijn, die je geweten toch weer een inpulsje geven, waardoor het in ieder geval probeert 'tot leven' te komen. Bewust leg je je geweten dan opnieuw het zwijgen op. En… ook je omgeving en de mensen die jou onder druk zetten, kunnen daartoe bijdragen, dat je dat heel gewiekst en behendig doet. 
Niettemin, als je de drempel van het kwaad over bent, is de volgende stap wel een stuk gemakkelijker geworden. Wie ooit in het rood stond, gaat de volgende keer iets gemakkelijker het rood in. Wie ooit sjoemeld met de (belasting)wet of met eerlijk omgaan met geld, zal dat de volgende keer gemakkelijk doen. Wie ooit bewust een kerkdienst oversloeg, zal dat een volgende keren gemakkelijker doen. En je raakt verblind voor de gevolgen op de langere termijn. Het ging nu goed, dus het zal de volgende keer ook wel goed gaan.
Het bloed dat Kaïn liet vloeien, maakte dat hij de volgende keer de alarmbel makkelijker negeerde. Je ziet als het ware Lamech al voor je: "Ik heb van mijn voorvader Kaïn gehoord wat hij deed; nou ik deins er niet voor terug hem zevenvoudig te overtreffen! Wie doet me wat? Huh!"

Dat wat er buiten je blikveld gebeurt

Kaïn liep weg van de 'plaats delict'. Weglopen van die plek, helpt om te vergeten, zo dacht hij. Hij rekende mis met twee zaken: 1. God komt er altijd op terug en als je 'pech' hebt al vrij snel na de misdaad; 2. Je geheugen laat zich niet zo gemakkelijk wissen omdat geuren en andere associaties beelden oproepen die blijkbaar onuitwisbaar zijn, ook al heb je er al jaren niet meer aan gedacht. Nu, wat dat laatste betreft handelde Kaïn bijzonder kortzichtig. Als je je broer doodt, vormen alle connecties in de familie een risico om een herinnering boven te laten komen. En… er zijn nog de data die je pijnlijk laten herinneren dat er iemand gemist wordt: verjaardagen, feestdagen, offerdagen en al die momenten waarop ouders graag de gezinskring compleet hebben. Er zal, hoewel je er geen stoel voor vrijhoudt, altijd een lege plaats blijven in de beleving van de familiekring.
Kaïn sloeg Abel dood en zeer waarschijnlijk heeft hij ook het bloed uit Abels hoofd zien vloeien. Misschien ook wel uit zijn handen die afwerend richting het moordwapen waren gericht. Dat beeld is onuitwisbaar; vraag het maar aan ex-gedetineerden. Zelfs als Abel er geen rekening mee had gehouden dat zijn broer tot zoiets in staat kon zijn en nietsvermoedend met zijn rug naar zijn broer stond, zal dat beeld van Abels rug gegrift staan in Kaïns geheugen. En het zijn juist die beelden, die je weliswaar liever niet meer ziet, die boven komen drijven op momenten waarop je geur, je herinnering en allerlei andere associaties met je gedachten aan de haal gaan.
Kaïn had zich wellicht snel afgewend, maar daar, buiten zijn blikveld, sijpelde bloed. En de droge aarde zoog het rode vocht op, zonder er voeding uit op te halen voor de gewassen. Dat is nu eenmaal de aard van aarde: vocht opnemen. Echter, de rode kleurstof van het bloed zou een halstarrige vlek achterlaten die niet verdwijnt als de zon de aarde uitdroogt.
God spreekt over 'roepen' en 'opzuigen', twee aspecten die met een mond te maken hebben. Zoals de aarde openscheurde bij Korach, Dathan en Abiram – en hun levens weghapte zoals een mond voedsel weghapt – zo deed de aarde ook met het bloed van Abel. Het slorpte Abels levensvocht op en… het riep tot God in de hemel om wraak. En God rekent het voluit aan Kaïn toe, want Hij zegt dat de aarde dat bloed van Kaïns hand heeft ontvangen. Je kunt ervan weglopen, maar dat roepen, opslorpen en ontvangen gaat onverkort door. Het is als mailcontact dat buiten jouw blikveld ontstaat nadat jij een vervelend mailtje hebt gestuurd naar iemand. Die ander stuurt dat door naar mensen, waarvan jij liever niet had gehad dat die lazen wat je schreef. Zo werkt het ook met je foute posts op Facebook en je verkeerder tweets op Twitter. Je hebt er geen grip meer op en het gaat jouw leven beïnvloeden, buiten jouw blikveld. Een onafwendbare schade dus.

De vloek die verband houdt met de aarde

De HEERE spreekt heel duidelijk over vloek! Kaïn wordt vervloekt 'van' de aardbodem. Hoe moeten we dat zien? Kaïn heeft het – zo schijnt het althans – verkeerd geïnterpreteerd. Hij meende vervloekt te zijn overal waar hij zich op aarde bevond. Hij meende nergens meer veilig te zijn en door God verdoemd te zijn. Maar is dat wat God hier bedoelde? Er wordt ook in het volgende vers een duidelijke link gelegd tussen dit moment en het moment waarop God tegen vader Adam zei: "Het aardrijk zij om uwentwil vervloekt". Lees de Kanttekeningen er maar op na: de aarde was geschapen om tot zegen voor de mens te zijn, maar het zal niet meer opbrengen wat het anders had opgebracht. Je zult tegenslagen krijgen bij je werk, bij de oogst en bij het eten van de oogst. Gewassen zullen doodgaan of matig groeien. Binnengehaalde oogst zal worden opgevreten of gestolen of door brand verloren gaan. Maag- en darmkwalen zullen maken dat je je voedsel niet met smaak zult kunnen eten. Ja, bepaalde gewassen zullen zelfs schadelijk worden voor je gezondheid. En elke hap die je neemt van jouw oogst, zal je herinneren aan je broer die er niet meer is en die van de 'oogst' van zijn kudde niets meer zal kunnen eten. Ook niet van jouw oogst. Immers, Abel at ook brood, dat gemaakt was van het koren dat bij Kaïn op het land was gegroeid en in zijn schuren was binnengehaald? Op tal van manieren en plaatsen zal de aarde je herinneren aan wat jij graag wilde vergeten. 
De aarde zal gebukt gaan onder de gevolgen van jouw vloek. Immers, elke misoogst is iets dat in of op die aarde gebeurt. En dat is door jouw schuld. 

Dat is de straf of Kaïns zonde, maar dat is eigenlijk al begonnen in de straf op Adams zonde. De schepping gaat gebukt onder de vloek die de mens heeft afgeroepen. Ik sla niet door, ik spreek geen verzinsels. Luister maar naar wat Paulus in Romeinen 8 vers 22: "Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe." Die vloek duurt voort en stapelt al hoger op, zodat er sprake is van zuchten. Zuchten, maar niet enkel met uitzichtloosheid. Het is ook zuchten 'als in barensnood'. De schepping hijgt naar het einde en roept om de Nieuwe Dag, dat Jezus zal weerkomen op de wolken van de hemel. 
Herken je dat zuchten? Herken je het in je eigen leven? Zie je ook zo uit naar de opheffing van die vloek, door het offer van Jezus Christus? Dan zal de wolf weer met het lam kunnen verkeren. Dan zal een klein kind plezier kunnen schepen uit het hol van een adder. Dan zal de dood voorgoed verslonden zijn en zal er geen bloed meer door de aarde worden opgeslorpt. Dan zal er ook geen bloed meer naar de hemel roepen om wraak, want dan is (achter het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon!) Gods wraak eeuwig gestild. Wat hebben onze zonden veel schade en smart teweeggebracht. En wat brengen ze nog elke dag veel teweeg. Bidt: Maranatha, ja HEERE kom haastig!

zaterdag 4 juli 2015

Gelovigen moeten eraan geloven voor haatdragenden

"En Kaïn sprak met zijn broeder Habel; en het geschiedde, als zij in het veld waren, dat Kaïn tegen zijn broeder Habel opstond, en sloeg hem dood."
Genesis 4 : 8

Hij gaat over lijken, wordt weleens gezegd van iemand die koste wat kost zijn doel wil bereiken. Hitler en Napoleon waren van zulke mensen. Maar je komt zulke spreekwoordelijke figuren ook tegen in het bedrijfsleven. Soms zitten ze boven je, soms zitten ze op jouw carrièrehoogte – of zelfs eronder – en willen ze over jouw 'lijk', je functie, opklimmen of heersen. De meesten van hen steken je niet overhoop, maar 'moorden' psychologisch. Helaas zijn er echter, die toch tot de daad van moord komen, omdat iemand hun doel of geluk in de weg staat. Ik heb het niet over hen die tot een moord of doodslag komen omdat ze door andere worden getreiterd, maar die een ander uit de wegruimen omdat hun geweten en die andere persoon samenspannen en dat een uiterst vervelend gevoel geeft.

Haat tegen het goede 

In de tekst lijkt alles snel op elkaar te volgen. Er vindt in het veld een gesprek tussen de beide broers plaats. Dat loopt op ruzie uit en in een vlaag van verstandsverbijstering slaat Kaïn zijn broer dood. Helaas gaat deze versie van het verhaal niet op, want Kaïn toont geen berouw over zijn daad, alleen spijt over de straf en dan nog pas nádat God hem heeft laten merken dat Hij alles weet.
De puntkomma in onze tekst zou ook best een periode kunnen betekenen die ligt tussen het gesprek en de daad. Sudderend is het vuur van de haat aangewakkerd tot een doelbewuste daad vanuit een door haat verwrongen hart. Het moet maar eens afgelopen wezen met dat vrome gezwets. Ja, je zult maar verbondskind wezen en telkens te horen krijgen dat je gedoopt bent. Gek wordt je ervan… Wanneer houdt dat nou eens op. En als het waar is dat God daar ooit nog op terugkomt, hoe ontloop je dat? Uitzinnig van uitzichtloosheid komen de gekste plannen in je hoofd. Maar wacht, roep die gedachten een halt toe, want wat denk je te ontlopen? Dat is ook wat God tegen Kaïn zegt. Zo hoeft het niet te blijven, die uitzichtloosheid. Is het niet dat, zo je goed, doet er verhoging wacht? Dan kun je met opgeheven hoofd door het leven gaan, richting Gods grote Dag.

Kaïn sprak met zijn broer en vrijwel zeker moet dat gesprek zijn gegaan over de ontmoeting tussen God en Kaïn. Abel zal de HEERE in alles gelijk hebben gegeven. Hij heeft Kaïn mogelijk ook opgewekt toch vooral het goede te kiezen. En misschien, misschien is Kaïn nog wel even van mening geweest dat, als je het zou zien zoals Abel het zag, dat inderdaad de beste keuze zou zijn.
Maar toen hij thuiskwam en er wellicht wel met zijn vrouw over heeft gesproken (want ik vermoed dat Kaïn toen al was getrouwd en vlakbij het paradijs en bij vader Adam en moeder Eva zijn huis en bedrijfje had opgericht, achter de veilige omheining van het gezinskampement), bezag hij de dingen toch weer vanuit zijn eigen gekrenkte perspectief. God en Abel hadden zijn ego gekrenkt en dat is kasie voor satans influisteringen. "Zeg, dat laat je je toch zeker niet gezeggen? Zij bekijken het toch ook alleen maar vanuit hun eigen perspectief? Laat je niet verblinden door een God en door Zijn blinde navolgers, die je dom willen houden!" Was dat ook niet het argument waarmee de slang moeder Eva de ogen 'opende'? Het smeulend haatvuurtje werd een haard van ontembare haatvlammen. Het goede werd in deze visie een kooi waaruit je je moet zien te bevrijden. Satan had een sterk punt, want hij sloot aan bij het connectiepunt dat er in Genesis 3 in het menselijk brein is gekomen. Een opening, een trechter, waarin hij zijn giftige werkelijkheidsverblinding als de meest heldere kijk op het leven giet. Er komt hang naar ongebondenheid en haat tegen die kooi van het goede.

Haat tegen de goede

Maar het gaat nog een stap verder. Want Kaïn had zijn koffers kunnen pakken, net als de jongste zoon uit de gelijkenis en had de wijde wereld in kunnen trekken. Waarom bleef hij hangen binnen de kraal waarin de stam van Adam woonde? Waarom bouwde hij niet een stuk verderop een eigen kraal? Wel, twee dingen zijn er die meespelen. 
Allereerst is er door de zonde nog een element in het menselijk brein bijgekomen: angst en hang naar veiligheid. Door het eten van de vrucht heeft de mens ontdekt dat hij daarmee Gods geborgenheid kwijt was. Het vertrouwen was weg omdat hij greep naar satans vrucht van wantrouwen. Zeker, hij kende nu als nooit te voren wat goed en kwaad was. Daar was hij voordien onnozel van, zoals ook de niet-gevallen engelen het kwaad niet uit eigen ervaring kennen. 
Daarom wilde Kaïn niet een eigen bestaan opbouwen. Hij wist hoeveel moeite het zijn vader had gekost om deze kraal te realiseren, een nederzetting met omheining tegen de wilde dieren die opeens moordenaars bleken te zijn. Geen leeuw meer met een lam, geen wolf meer met een kalfje, maar verscheuring die zich niet alleen beperkte tot de dierenwereld. Ook de mens kon worden aangevallen. Een nieuwe nederzetting opbouwen, een woest gebied van distels en doornen cultiveren tot een pover paradijsje waarin je kon leven, eten en slapen, terwijl dat hier voor het oprapen lag… nee Kaïn koos daar niet voor. En daarnaast was hij de eerstgeborene. Dus als zijn vader een stap terug zou doen, zou hij het regime overnemen. Mooier kon je je het niet wensen. En dan zou er zeker wat gaan veranderen hier in de gemeenschap. Hij zou het anders doen dan zijn vader.
Het tweede dat meespeelt in tal van dit soort conflicten is dat – hoe men zich ook aan Gods kinderen irriteert – er toch ook een aantrekkingskracht is op gelovigen. Zij hebben iets, als het goed is (!), dat nieuwsgierig maakt. Dat iets diepweg wakker maakt van 'gemis' of 'verlangen'. En er is niets zo irritant voor satan, dan dat hij zulke gevoelens bemerkt bij ongelovigen. Wegtrekken bij hen die God aan hun zijde hebben, is een niet aanlokkelijke zaak. Er zijn nogal eens managers die echte christenen dichtbij zich willen, in die zin dat je het maar nooit weet: wellicht heb je er bedrijfstechnisch baat bij. Als die werknemers een levend gebedsleven hebben en Gods zegen ervaren, misschien dat die God ook wel tot zegen is voor het bedrijf. Ze houden het voor zichzelf nog wel op 'gezonde' afstand, maar je weet het maar nooit. Zo kan ook Kaïns overweging geweest zijn: de nederzetting van vader Adam verlaten is de bescherming van de God van vader Adam verlaten. In die tweestrijd vermoed ik Kaïn; en het zou heel goed kunnen zijn dat zijn vrouw – over wie we hier niet zoveel lezen – daarin een cruciale rol speelde. Meer dan eens zien we dat op de achtergrond van moordenaars hun vriendinnen/vrouwen een minstens zo invloedrijke en angstaanjagende rol spelen. Niet in alle gevallen (denk aan Pilatus), maar bij Herodes, Achab en ook bij Kaïn nazaat Lamech zien we hun vrouwen/vriendinnen een dergelijke rol spelen.

En plots is daar dan de dag van de eerste dode op aarde. Dode mens, wel te verstaan, want al veel dieren zijn hem voorgegaan. Misschien gebeurde deze moord wel onder het werk. Terwijl Abel met zijn schapen langs het land van Kaïn komt, ontstaat er een woordenwisseling en hoe meer Abel op het goede van God wijst, hoe heftiger Kaïns haat wordt aangewakkerd. Hij staat tegen hem op. Letterlijk. Hij maakt zich groot, verheft zich in woord en lichaamslengte en postuur. En misschien heeft Abel wel iets dergelijks gezegd als dat jochie dat door Boko Haram werd ondervraagd: "Al sla je nog zo hard, ja al slacht je mij, je kunt mijn geloof in God niet uit mijn hart verwijderen, want ik ben eeuwig geborgen in Hem!" Toen werd het rood voor Kaïns ogen; Abel móest eraan geloven!

Mag ik eens vragen: ken je die haatgevoelens? Kun jij je verplaatsen in Kaïn of in extremisten? O, bedaar die verwoestende gevoelens. Ze breken zoveel kapot in je en ze schuiven je al verder van God weg. Roep tot God, want zo ver kun je niet weggegleden zijn of Hij hoort je. Vraag om zijn Geest en de juiste kijk op de werkelijkheid en de toekomst die wacht! Haast je, omwille van je eeuwig leven!
En als je die haatgevoelens niet kent, weet dan dat veel extremisten door dergelijke gevoelens worden voortgedreven en tot daden van moord worden aangezet. Bidt voor hen, opdat zij tot inkeer zullen komen en Koning Jezus mogen leren kennen. Bidt dat er mensen op hun pad komen die hen de weg terug naar Gods vaderhart laten zien. Want ook voor hen is er nog hoop en redding mogelijk.

dinsdag 30 juni 2015

Wat doe je als de zonde voor je deur ligt?

"En de HEERE zeide tot Kaïn: Waarom zijt gij ontstoken, en waarom is uw aangezicht vervallen?
Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? en zo gij niet weldoet, de zonde ligt aan de deur.
Zijn begeerte is toch tot u, en gij zult over hem heersen."
Genesis 4 : 6-7

"Ga eerst eens even zitten en bekijk de situatie rustig van een afstandje," zo vertelde een van mijn directeuren me enige tijd geleden. Die les had hij geleerd van zijn leermeester. "Het voorkomt dat je in het wilde weg dingen gaat doen, gejaagd naar oplossingen zoekt en zo een deel van de mogelijkheden niet eens in beeld hebt." Ga eerst eens even zitten… Het is alsof de HEERE aan Kaïn zo'n zelfde advies heeft. Waar kijken ze dan samen naar?

Een confronterende vraag

Het is haast een grapje, de tegenstelling die de HEERE tekent; ware het niet dat Hij bloedserieus is, wanneer Hij Kaïn achterna gaat en tot rede wil brengen. Tegenover het naar beneden gerichte, mokkende gezicht van Kaïn plaatst God de verhoging die er wacht, wanneer hij zal breken met de zonde en kiest voor 'weldoen'. Kaïn kijkt naar beneden, naar de aarde; God tilt als het ware Kaïns hoofd omhoog en laat hem opkijken naar de hemel.
We zijn in dergelijke situaties misschien snel geneigd om omzichtig te werk te gaan, niet al te direct; de kool en de geit sparend. De HEERE niet: "Waarom ben je boos? Ik zie het aan je gezicht; het is verwrongen van haat!" Zo'n zelfde confronterende vraag als Hij stelde aan Jona: "Is uw toorn billijk (terecht) ontstoken?"
Direct het mes erin. Ik zal niet zeggen dat dat altijd werkt, maar wees er wel altijd duidelijk in dat je niet van zin bent om om de hete brei heen te draaien. Stel aan je kinderen directe en concrete vragen. Maar laat ze merken dat liefde de drijfveer en het motief van je confronterende vragen is. Ik geeft toe dat dat soms erg lastig is. Als clubleider of -leidster speel je wel een andere rol, dan als ouders. Als ouders maak je je kinderen langer mee dan als clubleiding. In dat laatste geval is het soms ook zoeken naar 'andere' momenten dan die clubavond die vaak omvliegt en waarbij je ook je aandacht bij de les moet hebben. Het gesprek kan dan niet zomaar uitlopen.
Concrete vragen, als er pijn en moeite is; confronterende vragen, als er boosheid en zelfs onredelijke kwaadheid is. Tussen jongeren of… tussen een jongere en jou als leider/ouder. In het geval van Kaïn zette God hem als het ware op een bankje langs de weg neer en zette het mes er direct in. Scherp en toch… liefdevol. Wij hadden Kaïn misschien allang afgeschreven, maar onze tekstwoorden laten toch echt wel Gods liefdevolle pogingen zien om hem tot bedaren te brengen.

Een kalme overweging

De HEERE zet de dingen helder op een rijtje; geef eens eerlijk antwoord, Kaïn: is het niet zo dat… Eigenlijk zet je op deze manier voor die ander even de dingen helder tegenover elkaar. Je verbindt oorzaak en gevolg met elkaar, daad en beoordeling. Welk resultaat wil je bereiken? Verhoging of verwerping?
Nou, de HEERE omzeilt dat geladen woord zelfs. Hij spreekt over 'de zonde ligt aan de deur'. Als je het goede kiest – in dit geval ten opzichte van Abel – dan ontvang je verhoging, geluk. Maar als je bewust voor het kwade kiest – de haat tegen Abel met alle gevolgen van dien voor Abel – dan laat je de zonde, die op de loer ligt voor de deur van je hart, zijn gang gaan. En dan is de ramp niet te overzien, Kaïn! Welk doel wil je bereiken? Het schuurt haast tegen het punt van Kaïns vrije wil aan. Wat zal Kaïn kiezen? Of… vind je dat een remonstrantse gedachte en wuif je dat zonder na te denken weg met "Kaïn kan gewoon niet anders kiezen dan het kwade, want hij heeft een onbekeerd hart". Zou dat een ware constatering zijn? Zouden we daarmee recht doen aan Gods welmenende roeping? Wordt Zijn lokking dan niet juist uiterst sarcastisch? Gebruik niet te snel clichée-dogmatische termen om deze tekstwoorden in te kleuren. Welk beeld schets je dan van de HEERE? En klopt dat beeld met Hemzelf? Ik zeg niet dat Kaïn nog een vrije wil had; maar… de HEERE komt daar wel heel dicht bij; wellicht om hem te laten voelen dat hij die vrije wil is verspeeld en het dus helemaal van de HEERE moet leren verwachten!

Een mogelijke toekomst

"Is er niet, indien gij weldoet, verhoging?" Wat een bijzondere woorden! De Kanttekeningen beperken die 'verhoging' tot de toekomst die hem als eerstgeborene te wachten stond:
"Dat is, zult gij niet [als de eerstgeborene] verheven en verhoogd blijven boven uw broeder? Of anders vertaald: zult gij uw hoofd of aangezicht niet vrijelijk opsteken, in plaats dat het nu nedergeslagen of zo ontvallen is? Sommigen vertalen het met: Aanneming, aangenaamheid, of vergeving, overeenkomstig de verschillende betekenissen van het hebreeuwse woord."
Zou de HEERE dát bedoelen met deze woorden? Ik vraag het me eerlijk gezegd af; dit doet toch wat te kort aan Gods bedoeling. De woorden zijn niet enkel op aardse eer gericht, maar ook en vooral op de glorierijke toekomst in Gods heerlijkheid. Natuurlijk belooft de HEERE ook aan Zijn verbondsvolk dat, wanneer ze in Zijn geboden en inzettingen wandelen, zij een stil en gerust, ja een lang leven zullen hebben in het land dat Hij hen geeft. Maar het blijft niet steken in materialisme, in materiële voorspoed.
"Indien gij weldoet"; het woord 'weldoen' heeft ook de betekenis van 'vrolijk zijn' en 'aangenaam zijn'. Daar heb je die lijn weer, die we ook zagen in de vorige bijbelstudie: God zag het offer en de persoon van Abel aan, Hij had er een vermaak in. Zo is het ook met wat Hij aan Kaïn uitlegt: "Als je maakt dat Ik een vermaak in je heb… dan is er verhoging". 'Verhoging' betekent verheffing of waardigheid, maar is gerelateerd aan een ander woord dat 'opheffen' of 'dragen' betekent. De God des heils, Die Zich aan Kaïn bekend maakt zal in Psalm 68 worden bezongen als de God Die ons dag aan dag draagt. Zijn zorg, als je Hem tot vermaak bent, zal je door alles heen dragen, levenslang. Wat een stil en gerust leven heb je dan!

De HEERE wijst in het vervolg van het vers er nog op dat Kaïn krachtens de eerstgeboortezegen zal 'heersen' over zijn broer. Hij hoeft dus helemaal niet bedrukt te zijn of bang voor verlies van zijn positie op aarde. Dat heersen hoeft niet negatief te zijn, hoor! Deze orde heeft de HEERE in het eerstgeboorterecht ingezet. Kaïn, je hebt – zo stellen de Kanttekeningen – niets te mopperen of te toornen, want Abel zal er genoegen in hebben dat jij de eerste zult zijn en in de familie de eerstverantwoordelijke. Daarmee is Abel ook geacht zijn oudere broer lief te hebben en te dienen. De oudste broer mag stedehouder van God op aarde zijn. Heerschappij over de schepping en degenen die aan hem zijn toevertrouwd. En dat met het oog op het heil van zowel Kaïn als Abel.
Welnu, wat is je keuze, Kaïn? Wil je heersen en tegelijk gedragen worden door God Die je tot deze taak roept? Of loop je weg van je verantwoordelijkheid en daarmee ook van je zegen?
Tot dat moment was het, menselijkerwijs gesproken, nog een mogelijke toekomst voor Kaïn. Voordat we gaan zien wat Kaïn kiest, de vraag: wat kies jij? Ga eerst eens even zitten en bekijk jouw situatie rustig van een afstandje… en overweeg wat tot je eeuwige vrede zal dienen!

maandag 29 juni 2015

Als God laat merken wat HIj van je vindt

"En de HEERE zag Habel en zijn offer aan;
Maar Kaïn en zijn offer zag Hij niet aan. Toen ontstak Kaïn zeer, en zijn aangezicht verviel."
Genesis 4b-5
"Ja, Kaïn kon er dus niks aan doen," zou een jongere misschien kunnen reageren op de dagtekst. "Hij offerde net als Abel; toch zag God Abel en zijn offer wél aan, maar Kaïn en zijn offer niet. Wat was er mis? Twee gelijkwaardige offers, twee broers. De een wordt aangenomen, de ander verlaten. Pech, je kunt er niets aan doen." Dat is het voortdurende dispuut over de predestinatie.


Wel of niet aanzien

Laten we eerst eens kijken naar dat woordje 'aanzien' (sha'ah). Het betekent 'aanschouwen', 'toeschouwen' of 'bezien' als ook 'zich afkeren' of 'zich afwenden'. Dat lijken toch duidelijk twee tegengestelde dingen: ergens naar kijken, of ergens van wegkijken.
Over het algemeen komt het woord in deze, in zekere zin tegengestelde betekenissen voor in de Bijbel. Je zou, kort door de bocht, kunnen stellen dat God eigenlijk net deed of Hij het offer van Kaïn niet zag en alleen maar aandacht leek te hebben voor Abel en zijn offer. Dat kan je wel eens overkomen in het dagelijks leven, dat iemand 'straal' langs je heenkijkt en net doet of lijkt te doen alsof hij je niet ziet staan. Iemand die zo doet, wekt onze aversie op, nietwaar? Dat is ronduit asociaal. Zo ga je niet met elkaar om, vinden we. Hoewel we toch innerlijke niet altijd onze afkeer van iets kunnen onderdrukken, maken we elkaar wijs dat je het toneelspel van aardig zijn voor elkaar moeten opvoeren. Alsof niemand eens wegkijkt. Irritatie is een gegeven van na de zondeval. Maar… God staat nog steeds vóór de zondeval, als je begrijpt wat ik bedoel. Hij is niet gevallen en is dus rein en zuiver van motief. Hij is ook vrij om sommigen aan te nemen en anderen te verdoen, naar Zijn rechtvaardig oordeel. Hij is – zo noemen we dat – souverein.
Maar is dit hier aan de orde? Al eerder – in de vorige bijbelstudie – zagen we dat de diepere motivatie achter Kaïns offer anders was dan die van Abel. Zou Gods kijken daarmee verband kunnen houden?


Kijken met vermaak

Er is één plaats in de Bijbel waar dit woord anders wordt vertaald. Psalm 119 : 117 luidt als volgt: "Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken." Daar wordt het woord sha'ah vertaald met 'vermaken'. Als God met een waardeoordeel naar de beide offers keek en naar de persoon die offerde, dan moest Hij beide offers afwijzen. Twee broers, buiten het paradijs, besmet met de erfzonde van hun vader en moeder. Dan kan nooit iets worden.
Maar zou het kunnen zijn dat het verschil in Gods kijken hierin ligt dat Hij naar Abel en diens offer met 'vermaak' kijkt?
In Hebreeën 11 : 4 lezen we: "Door het geloof heeft Abel een meerdere offerande Gode geofferd dan Kaïn, door hetwelk hij getuigenis bekomen heeft, dat hij rechtvaardig was, alzo God over zijn gave getuigenis gaf; en door hetzelve geloof spreekt hij nog, nadat hij gestorven is." De Kanttekeningen wijzen op deze tekst als ze stellen: "Habels persoon en offerande waren God aangenaam van wege zijn geloof, ziende op de offerande des beloofden Messias." De HEERE ziet in Abel en zijn offer iets van Zijn Zoon en Diens komende offer. Nog simpeler: Hij ziet er Zijn Eigen werk in terug.
De negatieve spiraal die de zondeval heeft ingezet, is door God Zelf in een positieve spiraal van toewijding en aanbidding omgezet. Wat Abel hier doet is, zoals de HEERE het bij de schepping bedoelde. En dat vermaak bleef niet verborgen in de hemel. Het werd merkbaar op aarde.

Als God iets van Zichzelf laat merken

Hoe het voor Kaïn en Abel duidelijk werd hoe God erover dacht, is niet bekend. Oude prenten laten de rook van Abels offer omhoog gaan terwijl de rook van Kaïn verstikkend naar beneden walmt. Maar dat lezen we nergens. Ook zou het best kunnen zijn dat God met vuur uit de hemel antwoordde. Maar het staat er allemaal niet. Feit is dat Gods oordeel over de offers merkbaar werd.
Wat moet het voor Abel een intense vreude zijn geweest, toen hij merkte dat zijn offer God behaagde. Wat intens diep en heerlijk als je Gods goedheid mag ervaren in je diepe verootmoediging voor en toewijding aan Hem. Maar waar bij Abel de tranen van diepe vreugde over zijn wangen liepen, 'vervalt' het gezicht van Kaïn. Zijn gelaatsuitdrukking toont tien dagen storm. Zijn blik is onheilspellend, gemelijk. Grimmig smijt hij de rondslingerende spullen op een hoop en beent weg. Er ontstak geen vuur van Gods goedkeuring op zijn offer, maar er ontstak wel een ander vuur in zijn hart. Geen vuur van toewijding, maar van ergernis en haat. Haat richting zijn broer, maar eigenlijk richting God. Kaïn is – daar moeten we wel heel duidelijk over zijn – niet in de eerste plaats jaloers dat God zijn broer verkoos boven hem (hoewel dat gevoel er zeker bij zal hebben gezeten). Hij is bovenal grimmig over het feit dat God zijn hart doorzag. Net als Saul en Judas heeft Kaïn doorgekregen dat God hem liet merken dat hij er nog helemaal buiten stond, ondanks zijn godsdienstigheid. Dat wekte dus haatgevoelens op in zijn hart, die brandden als een sissend vuur. En dat werd zichtbaar voor Abel; misschien zelfs hoorbaar vanwege het tandenknarsen.
Dit is een heel eng punt, waarvoor ik luid en duidelijk wil waarschuwen. Want in de volgende Bijbelstudie zullen we zien dat de HEERE het er nog niet bij laat zitten. Hij – en niet Abel – gaat Kaïn achterna en klopt op zijn hart, schudt hem wakker en wijst hem op het afgrijselijke gevaar van haat en verharding. Herken jij zulke gevoelens? Ben je stoned? Niet high vanwege drugs, maar versteend vanwege haatgevoelens jegens God, omdat je merkt dat je nog buiten de zaligheid leeft en je onmacht gevoelt om daar verandering in te brengen? Ontspan je vuisten dan, nu, en doof het agressieve vuur in je hart en werp je met al je opstand voor Gods voeten. Roep, schreeuw het maar uit: "O God, hoor mij, ook al ben ik het niet waard! Wees mij, de zondaar genadig! Redt mij naar Uw belofte die U gaf in de doop. Doof het vuur in mij, breek de opstand weg. Verlevendig mij opdat ik leven mag voor U, voor U alleen!"

zaterdag 27 juni 2015

Komt eruit wat erin zit?

"En het geschiedde ten einde van enige dagen, dat Kaïn van de vrucht des lands den HEERE offer bracht. 
En Habel bracht ook van de eerstgeborenen zijner schapen, en van hun vet."
Genesis 4 : 3-4a

Vroeg of laat komt eruit wat erin zit, zegt men vaak. Ik betwijfel of dit altijd zó opgaat als hoe men het stelt. En ik twijfel ook, wanneer er iets negatiefs uitkomt, of dat er altijd zó onderhuids heeft gezeten. Er zijn gevallen waarin er karaktertrekken ontstaan die we nog niet kenden of vermoedden. Wat jaloezie losmaakt of wat macht met mensen doet, kan soms een raadsel voor hen zijn. Natuurlijk is alles te verklaren vanuit de erfzonde en is het nog een zegen van genade dat er niet uitkomt wat er aan zonden kunnen zijn. Maar sommige omstandigheden veranderen een mens en maken hem tot een raadsel voor zijn omgeving en voor zichzelf.

Hoe goed was Abel?

Vandaag komen we de beide broers tegen op hun werkterrein. Hoe voeren ze hun werk uit? Beiden hebben een seizoen van hard werken achter de rug en willen de HEERE danken voor Zijn zegeningen. Het is geweldig mooi, wat we lezen bij Job, dat hij voor zijn kinderen offert en bidt, omdat ze mogelijk zondigden tijdens het feestvieren. Maar dit, wat we lezen over de kinderen van Adam en Eva is mooier. Kaïn en Abel hebben zich hun godsdienstige opvoeding eigen gemaakt en offeren nu zelfstandig aan de HEERE. Dat moet een verheugend beeld zijn geweest voor vader Adam en moeder Eva.
Zou Eva diep van binnen misschien meer blij zijn geweest over Kaïn dan over Abel? Van Abel lag het zo in de lijn van hoe en wie hij was. Maar dat ze daar Kaïn ook uit zichzelf God ziet aanbidden en offeren, is dat misschien voor haar toch bijzonderder? Een moeder voelt aan als haar kind innerlijk andere neigingen heeft en keuzes maakt. Als je merkt dat het niet van zelfsprekend is dat je eigen kind de HEERE ook dient, net als jij, dan baart dat zorg en vult dat je gebeden. En als je dan toch ziet dat je kind uit eigen beweging de HEERE een offer wil brengen, kan dat verbazingwekkend verblijden.
Over Abel maakte ze zich veel minder zorgen. Er waren zoveel meer momenten, waarop hij blijk gaf van zijn liefde tot de HEERE. De vragen die hij stelde, de keren dat hij zijn hart luchtte en sprak over wat de HEERE hem had laten zien en horen. Hij hoefde nooit aangespoord te worden tot de dienst aan de HEERE. Bij al dat goede bouwde Abel ook meer goodwill bij zijn ouders, ter compensatie voor de momenten waarop hij toch in zonde viel. Misschien was Abel wel net zo'n jongen als Jozef of Daniël, waarover je eigenlijk maar weinig zondigs leest. Een zegen voor zijn ouders, maar… wel een vertekend beeld van de werkelijkheid van doorsnee kinderen. Ze vormen namelijk helaas uitzonderingen. Ook bij Abel moeten Adam en Eva iets hebben herkend van hun eigen zondeval. Natuurlijk zullen ze hun kinderen gewaarschuwd hebben voor de valkuilen waarin zij zelf vielen, maar er zijn nog zoveel meer valkuilen. Niet in de laatste plaats in het godsdienstige zelf.
Na de preek van vanmorgen over Saulus van Tarsen, moest ik aan diens ouders denken. Wat zullen ze blij zijn geweest over zijn toegewijdheid aan de dienst van de HEERE. Hij was echt een Hebreeër uit de Hebreën, naar de ijver der wet een farizeër; een zoon waarmee je in de kerk voor de dag kunt komen. Voor je het weet een zoon, waarmee je als ouders iets wordt en die zo niet meer voldoende en objectiefwordt bekeken, gestimuleerd en gecorrigeerd. Waar ouders gerust zijn over hun kind, dreigt een levensgroot gevaar dat kinderen met open ogen een verkeerde weg inslaan. Het gevaar van 'veilige scholen', 'veilige jongerenavonden uit eigen kring', 'veilige vrienden' en 'veilige lectuur'.
Hoe Abel is opgevoed vertelt de Bijbel ons niet. Of Adam en Eva hem kritisch ter zijde stonden, weet ik evenmin. Maar bij alles wat we van Abel lezen, moet worden gezegd dat hij buiten het paradijs was geboren en het wonder van Gods Geest in hem niet was te danken aan zijn inspanning en geestelijke geaardheid. Daarentegen was dit offeren voor Abel wel een heel vanzelfsprekende zaak geworden. Hij had geleerd hoe de HEERE gediend wilde worden, door de inscherpende werking van opvoeding en Gods Geest. Het dankoffer dat Abel bracht was, getuige Gods oordeel, een eerbiedige erkentenis van eigen onwaardigheid en diepe vreze des HEEREN. Hij had God lief met een volkomen hart. Gods offers zijn een gans verbroken hart door schuld en genade getekend.

Hoe slecht was Kaïn?

Om maar direct met de deur in huis te vallen, Kaïn was niet slechter dan Abel en Abel was niet beter dan Kaïin. Ik denk dat psychologen een aardig rapport zouden kunnen schrijven over Kaïn en zijn ontwikkeling. Hij groeide op als oudste in het gezin. Moest daarom ook de meeste verantwoordelijkheid dragen en moest die vooral ook al heel vroeg dragen. Hij moest het goede voorbeeld zijn voor de kinderen die na hem werden geboren. Althans, dat is de valkuil in veel gezinnen vandaag de dag en dat hoor ik ook van veel gezinnen uit de generaties voor ons. De cultuur in het oosten was daar in zekere zin ook debet aan, omdat de oudste ook het grootste deel van de erfenis kreeg. Veel oudste zonen zetten het bedrijf van hun vader voort. Of dat ook in het gezin van Adam en Eva zo was, weet ik niet. Er was voor hen nog geen draaiboek over opvoeding. Er was geen vergelijkingsmateriaal met andere gezinnen. Zij moesten het doen met én wat God in hen had overgelaten na de zondeval én wat zij biddend van de HEERE als leiding en advies kregen.
Kaïn – zo vermoed ik uit onze tekst – gaf het goede voorbeeld aan Abel, want er staat dat Kaïn offerde en dat Abel 'ook' offerde. Kaïn gaf het gewenste goede voorbeeld. Nu zou de HEERE toch wel extra blij met hem zijn, zoals zijn ouders ook extra blij met hem zijn, wanneer hij een goed voorbeeld aan de andere broers en zussen geeft. En daar gaat het mis.
De HEERE oordeelt anders dan wij mensen; ook wij als ouders. In dat oordeel werkt de HEERE ook opvoedend. En nu is het de vraag, in het vervolg van de geschiedenis, wat Kaïn daarmee doet. Voor nu is belangrijk te stellen dat beide broers offerden van hun eigen oogst. Het probleem zit hem niet in de dingen die werden geofferd, maar in de selectie ervan en het hart erachter. Dat zal blijken. Er staat dat Kaïn, net als de oudste zoon, netjes volgens de regels offert, maar dat Abel iets extra toevoegt: "van de eerstgeborenen van zijn schapen en hun vet". Dat laatste kan letterlijk 'vet' betekenen, maar het betekent hier vrijwel zeker 'het beste'. En dat kon zowel gelden van dieren als van gewassen. Dus het zat nogmaals niet in wát ze offerden, maar hoe zorgvuldig ze het beste voor de HEERE uitkozen. Later zal de HEERE daarop wijzen als Hij instructies geeft voor de offerdienst in de tabernakel.
In zeker zin zit er een verband tussen Kaïn en Annanias en Zaffira. Of in ieder geval tussen Kaïn en de oudste zoon uit de gelijkenis. Kaïn deed zijn ding, godsdienstig. En daarmee was de kous af. Abel was niet zo snel klaar. En… dat zullen we in de volgende verzen lezen, de HEERE verdoemt Kaïn daarmee niet, maar Hij wijst hem en zijn offer af. Er breekt een leermoment aan; de HEERE laat hem merken dat Hij Kaïn niet alleen nauwlettend in de gaten houdt, maar ook tot rede wil brengen en terug wil roepen. Maar intussen is er iets binnengeslopen in Kaïn. Hij werd niet gewaar dat hij naakt was, zoals zijn ouders dat merkten, maar hij werd gewaar dat hij erbuiten stond. En dat zette kwaad bloed. Net als bij Saul, die merkte dat de HEERE met David was en niet met hem; in zijn beleving was er maar één oplossing: David moest dood. En Kaïn?
En jij, als je merkt dat je hart nog buiten de zegen van de HEERE staat? Wat doet het met je, als je anderen de HEERE met vrucht ziet dienen, terwijl het bij jou koud en leeg blijft? Sla je de Bijbel dan maar dicht en doe je net alsof God niet bestaat? Stop je met de dienst aan Hem, omdat je denkt toch niet aan de juiste verplichtingen te kunnen voldoen? Of roep je tot de HEERE net als Bartimeüs: "Jezus, Gij Zone Davids, ontferm u over mij!" Doe vooral dat laatste, want als de HEERE je van je erbarmelijke staat wil overtuigen, dan wil Hij je juist terugroepen naar Zijn Vaderhart. Geloof je dat?

De beroepskeuze van Kaïn en Abel

"En zij voer voort te baren zijn broeder Habel;
en Habel werd een schaapherder, en Kaïn werd een landbouwer."
Genesis 4 : 2

Zo luidruchtig als Kaïn ter wereld kwam, zo stil blijft het bij Abels geboorte. Geen grootse woorden, geen uitroep van Adam of Eva. Uit alle lijkt te blijken dat hij in de schaduw van zijn grote, ruige broer staat. Al vanaf zijn geboorte. Echter, God keek daar anders tegenaan. Al in de baarmoeder van Eva ontfermde Hij zich over dit nog ongeboren Abeltje. En hoewel het verbond, middels besnijdenis of doop nog niet bestond, richtte God wel een bijzonder verbond met dit kind op. En toen het tot zijn verstand kwam, ontwikkelde zich daar, door Gods Geest, wederliefde tot God.

Wat er niet staat

We lezen in de dagtekst dat Eva weer een kind baart. Maar we lezen niets over wat zij uitriep bij de geboorte of hoe zij het kindje bekeek. Sommige geboortekaartjes – met name die van vroeger – zijn zo cliché. Al moet ik zeggen dat veel gedichtjes tegenwoordig zo vaak gekopieerd zijn dat ze ook aan zeggingskracht hebben ingeboet. Ook het geboortekaartje van Abel is tamelijk sober; geen omhaal van woorden of expressieve taal. We moeten de bijzondere aandacht van Adam en Eva dus zoeken in de naam van het kindje: 'Hebel' of, zoals hij in onze taal wordt genoemd, (H)Abel.
Geen bijzondere uitingen rond de geboorte dus, geen profetische uitspraken. Ook geen woord over de dochters die waarschijnlijk inmiddels al zijn geboren; of in ieder geval na Abels geboorte. Immers, zowel Seth als Kaïn moeten getrouwd zijn met een van hun zussen. En of er nog meer zonen waren vertelt Gods Woord ook niet. Deze twee worden genoemd, omdat ze de twee hoofdfiguren worden in de geschiedenis die aanstonds volgt.
Er is nóg iets dat er niet staat: wanneer deze twee jongens werden geboren. Was het vlak na de zondeval? Of heeft het nog vele jaren geduurd voordat Adam en Eva hun schaamte voorbij waren en weer intiem durfden zijn. Immers, zij bekleedden zich voor elkaar; er was verder nog geen andere mensen voor wie ze zich zouden behoeven te schamen. En… zij kleedden zich voor God; voor Hem is alles naakt en geopend. Hem onder ogen komen voelde sindsdien anders, beangstigend! De zonde heeft ook intermenselijk veel kapot gemaakt. Het huwelijk was beschadigd. En toch… opnieuw een kindje. Een zoontje: Abel.

Wat er wel staat

Laten we nu letten op wat er wél staat in onze tekst. Allereerst lezen we dat Eva 'voort voer te baren'. Ze had reeds minstens één kindje gebaard, en daarmee gaat ze na minstens negen maanden door. Wij zouden zeggen: ze baarde opnieuw. Maar blijkbaar beschouwt Gods Woord het als een doorgaande actie. Of… zouden Kaïn en Abel tweelingen zijn? Die gedachten is niet waarschijnlijk. Baren is voortbrengen; dat is niet alleen het ter wereld brengen, maar daarin ligt ook de kern en het grondprincipe van de opvoeding.
Het tweede dat opvalt is dat er niet staat 'Adams zoon", of 'Eva's kind', maar 'zijn broeder'. Dit accentueert nog eens te meer de dominante positie die Kaïn in het gezin had. Kaïn en Abel, in die volgorde kennen we ze; zowel chronologisch als in volgorde van belangrijkheid; belangrijkheid naar de maatstaven van het buiten-paradijselijke. Ik vermoed dat Adam en Eva toch nog vrij lang grote gedachten van Kaïn hebben gehad.
Tenslotte lezen we de naam van het kind: Abel. In het hebreeuws 'Hebel', wat 'adem' betekent, of 'damp', of 'ijdelheid'. Was dit kindje zo broos, toen het ter wereld kwam? Of moest het door zijn naam al voelen dat het niet kon tippen aan zijn grote broer? Of hadden Adam en Eva inmiddels iets geleerd over de broosheid van het leven en de vergankelijkheid? Hadden ze tijdens de opvoeding van de kleine Kaïn gezien en geleerd dat het leven eindig, kwetsbaar en onzeker is. Ons leven is een damp, de dood wenk ieder uur. Ik hoop dat dat het is; en niet dat Abel alvast een sticker op kreeg, zoals sommige ouders tijdens de opvoeding veelvuldig doen, door hun kinderen te vergelijken met andere kinderen, of zelfs met broers of zussen die heb veel beter doen, veel gemotiveerder zijn, veel gehoorzamer, veel netter, veel secuurder, veel… noem maar op! Hoe kwetsbaar en gekneusd wordt dan de ziel van een kind. Zal het ooit nog fier en sterk op eigen benen staan? Of zal, wanneer dat gebeurt, er een ruwe breuk door het gezin lopen, omdat het kind in assertiviteit is doorgeslagen en klaar is met opvoeding en gezin.

Hoe het verder ging

Vanuit hun ontwikkeling en passie kiezen beide broers een beroep. Was vader Adam zowel hoeder van dieren als akkerbouwer (immers, hij moest voor het eten zorgen en dus groenten verbouwen), de beide broers kiezen elk een apart gedeelte van vaders beroep. Kaïn wordt akkerbouwer (letterlijk arbeider van de aarde) en Abel wordt schaapherder (eigenlijk hoeder van kleinvee).
Het gaat in rap tempo, in onze tekst. Ze worden geboren, ze worden respectievelijk akkerbouwer of schaapherder. Direct komt bij mij de vraag boven: hoe zou Adam zijn zoons hebben begeleid in hun beroepskeuze? Hoe zou hij de passie – of eigenlijk de Goddelijke opdracht – om de aarde te bebouwen en te onderhouden hebben overgebracht op zijn kinderen? Zij voerden een beroep uit dat direct ten dienste van het eigen gezin was. Immers, er waren alleen nog maar een vader, een moeder en meerdere kinderen. De manier waarop Adam – zeker in die oud-vaderlijke tijd – zijn beroep uitoefende was van directe invloed op en betekenis voor zijn kinderen. Naast dat innerlijk in de beide jongens een geestelijk verschil ontstond, moeten zij ook de opvoeding verschillend hebben ervaren.
Ik zie als vanzelf de gelijkenis voor me van de verloren zoon. In Kaïn zie ik – en dat zal gaandeweg deze geschiedenis duidelijker worden – de oudste zoon, die zijn vader altijd heeft gediend, maar het niet kon hebben dat zijn Vader barmhartig was over die goddeloze broer van hem. De Heere Jezus laat de vader zeggen: "Uw broeder…", maar de oudeste zoon laat Hij zeggen: "Deze uw zoon…" De HEERE laat in onze tekst nog schrijven "zijn broeder", maar gaandeweg zal duidelijk worden dat Abel ongedacht meer en meer de rivaal en zelfs antipool van Kaïn wordt. De broederband is bevroren en omgeklonken tot jaloezie en haat. Een glijdende schaal, latent aanwezig achter twee goddelijke beroepen. Twee ogenschijnlijk hardwerkende en vakkundige broers; maar wát een wereld van verschil. Voor dit moment de vraag: wat is de diepere intentie van jouw beroepsleven? Is je vak gericht op eigen eer of op Gods eer (ongeacht welk beroep je uitvoert)? En… kan je beroep misschien een obstakel zijn voor je gerichtheid op God?