Posts tonen met het label bloed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bloed. Alle posts tonen

woensdag 27 december 2017

Een vriendschap op zielsniveau

De fan van de muzikant - V

Het geschiedde nu als hij geëindigd had tot Saul te spreken,
dat de ziel van Jónathan verbonden werd aan de ziel van David;
en Jónathan beminde hem als zijn ziel.
1 Samuël 18 : 1


In stoere heldenverhalen, in boekvorm, strip of film, zijn de ­dappere strijders altijd spierbundels die uitmunten in kracht, slimheid en vooral ongenaakbaarheid. Ze steken met kop en schouders boven de rest uit. Hoewel daar de laatste jaren ook best wel verandering in is gekomen en zijn soms ook zwakke, sullige helden de overwinnaars.

Maar terug naar ons bijbelverhaal: David is niet het lieve jochie met zijn gladgekamde haartjes en zijn satijnen vingertjes die tokkelen op zijn harpje. Niks geen engelachtige verschijning. Met één ferme hauw hakt hij het hoofd van Goliath van diens romp. Het reusachtige hoofd – dat toch wel bijna anderhalf keer zo groot moet zijn geweest als dat van David zelf – rolt bloedend opzij. Het gezicht was sowieso bebloed, vanwege de steen die het voorhoofd van de reus had doorkliefd. De steen was in het voorhoofd gezonken als was dat een pakje boter. Zelfs zo’n gladde steen zal niet een gladde snee hebben achtergelaten, die een vlijmscherp mes zou hebben gemaakt. Het moet een gapende wond zijn geweest met versplinterde stukken schedelbot. En de aanvankelijk angstig opengesperde ogen waren al gesloten bij de klap die het logge lichaam op de grond heeft gemaakt.
Met in zijn ene hand het loodzware en enorme zwaard, bukt hij zich en houdt het hoofd van de reus – hoe zwaar zou het hebben gewogen? – aan diens haren omhoog. Alleen al aan die twee details kun je zien dat David over forse kracht beschikte. Dat hij dat harnas van Saul niet aan kon was niet omdat hij nog een jochie was. Nee, David was de katachtige, niet gebouwd voor logge beschermings­artikelen zoals een maliënkolder of harnas. Hij was, net als Jonathan, meer de besluiper dan de zwaar bepantserde verdediger. Vandaar!

De reus was nog te zwaar bepantserd dat hij zijn schild zelf kon blijven dragen. Dat deed zijn wapendrager (lees 1 Samuël 17 : 41). Luid brallend had hij David getart. Maar dat had David niet aangezet tot daden. Nee, het was omdat Goliath God en Diens kracht en majesteit had gehoond. “Kom maar eens hier, ventje! Dan voer ik je vlees aan de vogels en de wilde dieren!”, had de reus luidkeels gebrald. David had nergens op zijn eigen kracht geboogd. Hij snoefde niet toen hij riep: “Jij komt naar mij toe met een zwaard, een speer en een schild. Maar ik kom naar jou toe namens de Heere van de hemelse legers, de God van het leger van Israël, de God die jij hebt uitgedaagd. Vandaag zal de Heer jou in mijn macht geven. Ik zal je verslaan en je hoofd afhakken. Vandaag zal ik de lijken van het leger van de Filistijnen aan de vogels en de wilde dieren voeren. Dan zal de hele wereld weten dat Israël een God heeft. En al deze mensen hier zullen toegeven dat de Heer niet redt door zwaarden en speren. Want de Heer Zelf strijdt voor ons. Hij geeft jullie in onze macht.”

En zo was het gebeurd. Terwijl het leger van Israël de door angst overmande Filistijnen achternajaagde, ging David iets merkwaardigs doen. In vers 54 lezen we: “David nam het hoofd van de Filistijn mee en bracht het naar Jeruzalem. Maar de wapens van de reus legde hij in zijn tent.” Twee dingen vallen direct op: dat David de wapens van Goliath voor zichzelf houdt aanvankelijk; en dat hij dus een eigen tent had (terwijl we hem toch even daarvoor bij vader Isaï vandaan zagen komen, nietwaar?). Het zwaard zou een overwinningstrofee gaan worden, die David in Nob afleverde om die voor de ark van het ­verbond neer te leggen als offer aan God. David werd er dus nooit zelf groot mee. Later zou hij dat zwaard weer ophalen, toen hij moest vluchten voor Saul. Maar hoe kwam David aan een eigen tent? Of was het de tent van zijn broers? Merkwaardige details!

Maar… het hoofd van Goliath nam hij dus mee naar Jeruzalem. En nadat het leger weer terug was van het verjagen van de Filistijnen en Saul weer in zijn paleis was (of was het de staftent in het leger?) vroeg hij aan David: “Wie is je vader?” Merkwaardige vraag, terwijl hij al eerder, zie het vorige hoofdstuk, een bode naar Isaï had gestuurd met de mededeling dat David bij hem bleef. Er lijken delen van deze hoofdstukken te overlappen en zorgen voor verwarring.

Terwijl David nog met dat grote hoofd van Goliath in zijn hand staat, brengt Abner hem bij Saul, waar hij vertelt wie zijn vader is: “Ik ben een zoon van uw knecht Isaï, de Bethlehemiet”. Let op de keuze van zijn woorden! Blijkbaar is er nog meer gezegd. En daar heeft ook Jonathan bij gestaan. Want toen David zijn verhaal had gedaan, sprong er een vonk over in de ziel van Jonathan. Er staat in de tekst dat de ziel van Jonathan werd verbonden aan die van David. Er staat niet dat Jonathan geïnteresseerd raakt in David, of dat hij bewondering voor David ging koesteren (dat is nog introvert) of misschien zelfs verliefd werd op deze sterke held (want die mensen zijn er ook die een homo-relatie tussen Jonathan en David willen bewijzen). Er staat slechts dat er een vriendschapsband ontstaat op zielsniveau. Ondanks dat ­bloedende hoofd van de reus!

Herkende Jonathan iets in David, vanuit zijn eigen geestelijk leven, toen hij hem hoorde praten met zijn vader? Dat zou eens goed kunnen. Maar dat die twee zielen zich aan elkaar verbonden lijkt toch vooral ook een wisselwerking te zijn. Er gebeurt dus niet alleen iets in het hart van Jonathan, maar ook in dat van David. Bijzonder, zulke grote stoere en heldhaftige mannen! Ze blijken in één klap ‘gewoon mens’. Het staat er helaas niet met zoveel woorden, maar het lijkt toch het werk van Gods Geest. Hoe prachtig is dat?!

zondag 17 december 2017

De zoon moet sterven en het volk gaat vrij uit

De zoon van de boerenkoning - XV (slot)

Saul nu sprak tot den HEERE, den God Israëls: Toon den onschuldige.
Toen werd Jonathan en Saul geraakt, en het volk ging vrij uit.
Toen zeide Saul: Werpt het lot tussen mij en tussen mijn zoon Jonathan. Toen werd Jonathan geraakt.
Saul dan zeide tot Jonathan: Geef mij te kennen, wat gij gedaan hebt.
Toen gaf het Jonathan hem te kennen, en zeide: Ik heb maar een weinig honigs geproefd, met het uiterste des stafs, dien ik in mijn hand had;
zie hier ben ik, moet ik sterven?
Toen zeide Saul: Zo doe mij God, en zo doe Hij daartoe, Jonathan!
gij moet den dood sterven.
Maar het volk zeide tot Saul: Zou Jonathan sterven, die deze grote ­verlossing in Israël gedaan heeft? Dat zij verre! zo waarachtig als de HEERE leeft, als er een haar van zijn hoofd op de aarde vallen zal; want hij heeft dit heden met God gedaan. Alzo verloste het volk Jonathan, dat hij niet stierf.
1 Samuël 14 : 41-45

Dat God zwijgt wijt Saul aan de zogenaamde goddeloosheid die men heeft bedreven door Sauls gebod te overtreden. Als dan niemand zijn mond wil open doen om te zeggen wie die zonde op zijn geweten heeft, dan gaat Saul over tot het gebruik van het ‘ultieme waarheids-medium’ dat God Zelf heeft aangewezen: het lot. En let dan eens op wat er gebeurt. let vooral op hóe Saul zijn vraag aan God stelt! En… wat (wie) God precies aanwijst!
Om de een of andere reden kiest Saul ervoor om God te laten kiezen tussen ‘het volk’ en ‘hem en zijn zoon’. Vermoedt hij al dat het Jonathan is? Anders maak je toch niet zo’n ruwe tweedeling? Let nu op wie God aanwijst, als ‘de onschuldige’ (letterlijk conform Sauls vraag aan God)!
Het lot – dus Gods aanwijzing van de onschuldige – valt op hem en zijn zoon Jonathan. Nu zou je verwachten dat Saul een onderzoek instelt onder het volk. Want: het volk is dus schuldig! Immers, God zou toch aanwijzen door het lot wie onschuldig was? Lees ook maar wat de Kanttekeningen opmerken: “Saul bidt in 1 Sam. 14:41: Toon den onschuldige, willende zeggen den schuldige. Maar God toont hier dien, die inderdaad onschuldig was, naar luid van Sauls woorden.” Merkwaardig!
Maar Saul heeft al snel zijn conclusies getrokken en hij zet de uitkomst naar zijn hand: het volk  heeft hij nodig voor zijn eigen eer en roem. En Jonathan zit zijn succes in de weg. Hij laat voor de vorm nogmaals loten, maar Saul weet voor zichzelf dat hij het niet kan zijn! De condities voor de loting blijven gewoon dezelfde: de vraag dat God de ‘onschuldige’ opnieuw zal aanwijzen. Immers, Saul zegt enkel: “Werp het lot tussen mij en tussen mijn zoon Jonathan”. Het lot valt op Jonathan! Juridisch strikt genomen betekent dat dus: Jonathan is onschuldig (zie ook de al eerder aangehaalde Kanttekeningen). Maar Saul gaat verder met zijn contra-uitleg van het lot. Laten we al deze dingen nog éénmaal op een rijtje zetten:
• de 1e loting: het volk is schuldig;
• de 2e loting: Jonathan is onschuldig en Saul is dus schuldig!

En let dan eens op Jonathan: hij legt uit wat hij heeft gedaan en zegt dan enkel: “Moet ik sterven?” Elk vaderhart zou breken; maar Saul verhardt! Dit gaat zijn positie juist versterken voor het volk, meent hij; en hij kan zich zo prima handhaven, als God hier zo duidelijk heeft gesproken, zo denkt hij. Hij zet de uitleg van het lot dus heel duidelijk naar zijn eigen hand.
Jonathan verdedigt zich niet. Let daar op! Hij wijst zelfs niet de onrechtvaardigheid van zijn vader aan. En hij roept zelfs het volk niet tot getuige voor hem, om zich door hen vrij te pleiten. Hij vraagt slechts: “Moet ik steven?”
Of, zoals een hebreeuws leraar ooit eens uitlegde bij Jezus’ woorden ‘Eli, Eli, lama zabachtani?’ ‘Sabachtani’ is Aramees voor ‘verlaten’; ‘Zabachtani’ is Hebreeuws voor ‘offeren’; ‘Azabhtani’ is Hebreeuws voor ‘verlaten’ (lees de Matthaüs Passion): “Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij mij geofferd?” Of… “Moet ik geofferd worden?”

We zien hier in Jonathan iets oplichten, dat we bij Jezus zo intens zulen terughoren: “Zie Ik kom… om Uw wil te doen!” Later zouden het aanvankelijk Davids woorden zijn in de ons bekende
40e Psalm. Maar ze gingen in Jezus zo prachtig in vervulling.
Het was beter dat Eén stierf voor het hele volk, dan dat het hele volk verloren zou gaan! Ook hier in deze geschiedenis. Met dit verschil dat het volk het voor Jonathan gaat opnemen in vers 45. Het volk komt hem te hulp en houdt zich niet afzijdig met de woorden: “Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.” Geen “Weg met Hem” of “Kruisigt Hem!” Nee, we lezen in vers 45: “Alzo verloste het volk Jonathan, dat hij niet stierf.” Jezus draait het om: “Alzo lief had God de wereld dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat een ieder die gelooft niet verloren gaat, maar het eeuwige leven heeft.”

Niet Izak moest sterven… Niet Jonathan moest sterven… Brandoffers en andere offers voor de schuld voldeden niet aan Gods eis en eer… Totdat Jezus zei: Zie Ik kom… De boekrol is niet alleen met Mijn naam vervuld, maar loopt uit op Mij! “Alzo verloste Jezus het volk, dat het niet stierf.”

woensdag 15 juli 2015

Kaïn kon Abels bloed wel drinken; de aarde deed het daadwerkelijk

"En nu zijt gij vervloekt van den aardbodem, die zijn mond heeft opengedaan, om uws broeders bloed van uw hand te ontvangen."
Genesis 4 : 11

Al meer dan eens heb ik verband gelegd tussen de geschiedenis van Saul en David en die van Kaïn in Abel. Je ziet erin wat jaloersheid teweeg brengt. Je ervaart er ook iets van het werk van satan in. Als satan je verleidt tot één zonde, volgen er meer, zoals het ene schaap dat over de dam gaat… In de dagtekst lijkt God een punt te zetten. Maar meer nog laat Hij merken dat je in die weg schuurt langs het moment waarop Hij een punt gaat zetten. Hoe ver kun je nog gaan, als er reeds bloed heeft gevloeid?

 

De drempel die je overgaat

Kort geleden stond er een interview met een ex-ISIS-lid (of van BokoHaram) in de krant. Hij vertelde, hij was nog maar net in de twintig jaar (!), hoe hij eraan gewend raakte om mensen te doden. Alles wat er voor zijn loop kwam, schoot hij koelbloedig neer. Het raakte hem na de eerste moord niet meer. Bizar hoe je innerlijk kunt verharden door zo'n foute weg in te slaan. Men zegt weleens dat je je geweten kunt toeschroeien als met een brandijzer; het is trouwens ook een uitdrukking uit de Bijbel. Dan hol je verder op de verkeerde, goddeloze weg, zonder dat je geweten je nog terugroept. Ik vraag het me in alle eerlijkheid af, of dat mogelijk is. Er moeten in het leven tal van prikkels zijn, die je geweten toch weer een inpulsje geven, waardoor het in ieder geval probeert 'tot leven' te komen. Bewust leg je je geweten dan opnieuw het zwijgen op. En… ook je omgeving en de mensen die jou onder druk zetten, kunnen daartoe bijdragen, dat je dat heel gewiekst en behendig doet. 
Niettemin, als je de drempel van het kwaad over bent, is de volgende stap wel een stuk gemakkelijker geworden. Wie ooit in het rood stond, gaat de volgende keer iets gemakkelijker het rood in. Wie ooit sjoemeld met de (belasting)wet of met eerlijk omgaan met geld, zal dat de volgende keer gemakkelijk doen. Wie ooit bewust een kerkdienst oversloeg, zal dat een volgende keren gemakkelijker doen. En je raakt verblind voor de gevolgen op de langere termijn. Het ging nu goed, dus het zal de volgende keer ook wel goed gaan.
Het bloed dat Kaïn liet vloeien, maakte dat hij de volgende keer de alarmbel makkelijker negeerde. Je ziet als het ware Lamech al voor je: "Ik heb van mijn voorvader Kaïn gehoord wat hij deed; nou ik deins er niet voor terug hem zevenvoudig te overtreffen! Wie doet me wat? Huh!"

Dat wat er buiten je blikveld gebeurt

Kaïn liep weg van de 'plaats delict'. Weglopen van die plek, helpt om te vergeten, zo dacht hij. Hij rekende mis met twee zaken: 1. God komt er altijd op terug en als je 'pech' hebt al vrij snel na de misdaad; 2. Je geheugen laat zich niet zo gemakkelijk wissen omdat geuren en andere associaties beelden oproepen die blijkbaar onuitwisbaar zijn, ook al heb je er al jaren niet meer aan gedacht. Nu, wat dat laatste betreft handelde Kaïn bijzonder kortzichtig. Als je je broer doodt, vormen alle connecties in de familie een risico om een herinnering boven te laten komen. En… er zijn nog de data die je pijnlijk laten herinneren dat er iemand gemist wordt: verjaardagen, feestdagen, offerdagen en al die momenten waarop ouders graag de gezinskring compleet hebben. Er zal, hoewel je er geen stoel voor vrijhoudt, altijd een lege plaats blijven in de beleving van de familiekring.
Kaïn sloeg Abel dood en zeer waarschijnlijk heeft hij ook het bloed uit Abels hoofd zien vloeien. Misschien ook wel uit zijn handen die afwerend richting het moordwapen waren gericht. Dat beeld is onuitwisbaar; vraag het maar aan ex-gedetineerden. Zelfs als Abel er geen rekening mee had gehouden dat zijn broer tot zoiets in staat kon zijn en nietsvermoedend met zijn rug naar zijn broer stond, zal dat beeld van Abels rug gegrift staan in Kaïns geheugen. En het zijn juist die beelden, die je weliswaar liever niet meer ziet, die boven komen drijven op momenten waarop je geur, je herinnering en allerlei andere associaties met je gedachten aan de haal gaan.
Kaïn had zich wellicht snel afgewend, maar daar, buiten zijn blikveld, sijpelde bloed. En de droge aarde zoog het rode vocht op, zonder er voeding uit op te halen voor de gewassen. Dat is nu eenmaal de aard van aarde: vocht opnemen. Echter, de rode kleurstof van het bloed zou een halstarrige vlek achterlaten die niet verdwijnt als de zon de aarde uitdroogt.
God spreekt over 'roepen' en 'opzuigen', twee aspecten die met een mond te maken hebben. Zoals de aarde openscheurde bij Korach, Dathan en Abiram – en hun levens weghapte zoals een mond voedsel weghapt – zo deed de aarde ook met het bloed van Abel. Het slorpte Abels levensvocht op en… het riep tot God in de hemel om wraak. En God rekent het voluit aan Kaïn toe, want Hij zegt dat de aarde dat bloed van Kaïns hand heeft ontvangen. Je kunt ervan weglopen, maar dat roepen, opslorpen en ontvangen gaat onverkort door. Het is als mailcontact dat buiten jouw blikveld ontstaat nadat jij een vervelend mailtje hebt gestuurd naar iemand. Die ander stuurt dat door naar mensen, waarvan jij liever niet had gehad dat die lazen wat je schreef. Zo werkt het ook met je foute posts op Facebook en je verkeerder tweets op Twitter. Je hebt er geen grip meer op en het gaat jouw leven beïnvloeden, buiten jouw blikveld. Een onafwendbare schade dus.

De vloek die verband houdt met de aarde

De HEERE spreekt heel duidelijk over vloek! Kaïn wordt vervloekt 'van' de aardbodem. Hoe moeten we dat zien? Kaïn heeft het – zo schijnt het althans – verkeerd geïnterpreteerd. Hij meende vervloekt te zijn overal waar hij zich op aarde bevond. Hij meende nergens meer veilig te zijn en door God verdoemd te zijn. Maar is dat wat God hier bedoelde? Er wordt ook in het volgende vers een duidelijke link gelegd tussen dit moment en het moment waarop God tegen vader Adam zei: "Het aardrijk zij om uwentwil vervloekt". Lees de Kanttekeningen er maar op na: de aarde was geschapen om tot zegen voor de mens te zijn, maar het zal niet meer opbrengen wat het anders had opgebracht. Je zult tegenslagen krijgen bij je werk, bij de oogst en bij het eten van de oogst. Gewassen zullen doodgaan of matig groeien. Binnengehaalde oogst zal worden opgevreten of gestolen of door brand verloren gaan. Maag- en darmkwalen zullen maken dat je je voedsel niet met smaak zult kunnen eten. Ja, bepaalde gewassen zullen zelfs schadelijk worden voor je gezondheid. En elke hap die je neemt van jouw oogst, zal je herinneren aan je broer die er niet meer is en die van de 'oogst' van zijn kudde niets meer zal kunnen eten. Ook niet van jouw oogst. Immers, Abel at ook brood, dat gemaakt was van het koren dat bij Kaïn op het land was gegroeid en in zijn schuren was binnengehaald? Op tal van manieren en plaatsen zal de aarde je herinneren aan wat jij graag wilde vergeten. 
De aarde zal gebukt gaan onder de gevolgen van jouw vloek. Immers, elke misoogst is iets dat in of op die aarde gebeurt. En dat is door jouw schuld. 

Dat is de straf of Kaïns zonde, maar dat is eigenlijk al begonnen in de straf op Adams zonde. De schepping gaat gebukt onder de vloek die de mens heeft afgeroepen. Ik sla niet door, ik spreek geen verzinsels. Luister maar naar wat Paulus in Romeinen 8 vers 22: "Want wij weten, dat het ganse schepsel te zamen zucht, en te zamen als in barensnood is tot nu toe." Die vloek duurt voort en stapelt al hoger op, zodat er sprake is van zuchten. Zuchten, maar niet enkel met uitzichtloosheid. Het is ook zuchten 'als in barensnood'. De schepping hijgt naar het einde en roept om de Nieuwe Dag, dat Jezus zal weerkomen op de wolken van de hemel. 
Herken je dat zuchten? Herken je het in je eigen leven? Zie je ook zo uit naar de opheffing van die vloek, door het offer van Jezus Christus? Dan zal de wolf weer met het lam kunnen verkeren. Dan zal een klein kind plezier kunnen schepen uit het hol van een adder. Dan zal de dood voorgoed verslonden zijn en zal er geen bloed meer door de aarde worden opgeslorpt. Dan zal er ook geen bloed meer naar de hemel roepen om wraak, want dan is (achter het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon!) Gods wraak eeuwig gestild. Wat hebben onze zonden veel schade en smart teweeggebracht. En wat brengen ze nog elke dag veel teweeg. Bidt: Maranatha, ja HEERE kom haastig!

maandag 13 juli 2015

Wil jij ook de 'history' uit je leven wissen

"En Hij zeide: Wat hebt gij gedaan?
Daar is een stem des bloeds van uw broeder, dat tot Mij roept van den aardbodem."
Genesis 4 : 10

Je kunt stof en vuil bijelkaar vegen en onder een vloerkleed schuiven; dan zie je het niet meer, maar het is er nog wel. Je kunt de history van je internetbrowser wissen, zodat je niet meer kunt zien waar je allemaal bent heengesurft. Er zijn ook mensen die hun onbetaalde rekeningen in een laatje in hun kast stoppen. Ze kunnen ze niet betalen en stoppen zo het probleem, dat hun innerlijk teistert, weg. Er volgt een aanmaning en ook die verdwijnt in dat laatje. Maar nog erger is het met mensen die hun zonde,  ja hun hele leven proberen te onttrekken aan Gods blikveld. Dat van die rekeningen vinden we dom en kortzichtig, maar dit laatste is werkelijk ronduit rampzalig.

Je 'history' maakt geluid

Het probleem dat ik hierboven schetste is dit: mensen komen erachter dat ze hun probleem niet kunnen oplossen. Maar elke dag worden ze eraan herinnerd. Wat dan? Als het probleem niet is te verwijderen, dan moet je de herinneringen aan dat probleem maar laten verdwijnen en kun je leven alsof er niets is gebeurd.
Het probleem van Kaïn lag buiten op het veld. Ik weet niet hoe lang er tussen vers 8 (het moment van de moord) en vers 9 e.v. (het moment dat God Kaïn opzoekt, zoals Hij ook zijn ouders in de Hof opzocht) zat. Zou het gebeuren dat vanaf vers 9 wordt beschreven plaats hebben gevonden tijdens een grootschalige zoekactie naar de verdwenen Abel? Best mogelijk, al noemt bijna geen enkele verklaarder deze mogelijkheid.
Ik zag die zoekactie voor me en als vanzelf kwam dat lugubere voorval in Dordrecht van enige jaren geleden weer bij me boven, dat zelfs de dader nog had meegezocht. "Nee, ik heb hem nog wel zien langskomen, maar hij ging die kant op." Drukgebaren wijst Kaïn zijn zussen en broers en ouders richting de verte, een groene, grazige wijde waar nog enkele van Abels schapen liepen te grazen. Ze hadden zelf maar voedsel gezocht, bij het ontbreken van hun herder. Her en der waren andere schapen een andere kant opgegaan en er waren er zelfs die waren verscheurd door een wild dier, omdat de bescherming van hun herder ontbrak. Wat een chaos.
De jankende wolven, de blatende schapen, de roepende familieleden… ze maken geluid. Voor alle betrokkenen zijn het losse geluiden, zonder samenhang. Maar voor de moordenaar, Kaïn, hebben al die geluiden één aangrijpend verband: de dood van zijn broer. En het is opmerkelijk dat God juist hierbij insteekt en zegt: "Ik hoor, daar boven in de hemel, het geluid van bloed, dat roept tot Mij." Het meest stille, het druppende, of inmiddels geronnen bloed, van Abel maakt een geluid dat helemaal tot in de hemel hoorbaar is!

Je 'history' wissen

Je kunt nog zoveel uitwissen uit je leven, ja je kunt misschien wel je hele 'history' voorgoed laten verdwijnen (hoewel het wissen van posts op facebook en twitter nogal heel lastig blijkt te zijn!), het is allemaal nauwkeurig bijgehouden in Gods boek, van minuut tot minuut. Wat denk je, zou jij jouw history uit Zijn boek kunnen uitwissen? Is dat iets waar je mee loopt en waar je mee zit?
Ja, dat zal zeker kunnen. En vreemd genoeg gaat dat eveneens gepaard met bloed. Die hele stapel zonden die minutieus in de hemel is bijgehouden kan worden gewist met het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon. Zelfs zo dat Hij geen zonde meer in Zijn Jacob en geen overtreding in zijn Israël zietk. Dat laatste is trouwens een verbouwde Bijbeltekst (Num. 23:21): "Hij schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jakob; ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israël." Het is een van de evangelische zegeningen die Bileam van God heeft moeten uitspreken over Israël; een overtredend en wederspannig volk nota bene! Deze woorden moeten Bileam innerlijk hebben tegengestaan. Hij sprak ze uit, maar innerlijk was hij misschien nog wel verder van huis dan Jona die het ook niet kon hebben dat God barmhartig en gaarne vergevende is. Het is opmerkelijk dat Bileam hier bij een brandoffer staat. Weliswaar een heidens brandoffer, maar toch. Er moest worden geofferd, wilde deze zegen waarheid kunnen zijn. God kan niet anders dan door bloed vergeven en rechtvaardigen.
En zo wist Hij de 'history' van zondaren, omdat Hij in hen Zijn Eigen Zoon ziet. Hij kijkt naar hen door Zijn Zoon en Hij ziet reinheid en heiligheid. God houdt Zichzelf niet voor de gek, maar Hij is volkomen genoeggedaan door het offer van Zijn Zoon. Geloof je dat?
Bid met David mee (Psalm 51:3-6):
Wees mij genadig, o God! naar Uw goedertierenheid; delg mijn overtreding uit, naar de grootheid Uwer barmhartigheden.
Was mij wel van mijn ongerechtigheid, en reinig mij van mijn zonde.
Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is steeds voor mij.
Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, en gedaan, dat kwaad is in Uw ogen…

Als je hier amen op zegt dan geldt die andere tekst voor je (Jes. 44 : 22a):
Ik delg uw overtredingen uit als een nevel, en uw zonden als een wolk;
keer weder tot Mij, want Ik heb u verlost.