Posts tonen met het label Lot. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lot. Alle posts tonen

zondag 17 december 2017

De zoon moet sterven en het volk gaat vrij uit

De zoon van de boerenkoning - XV (slot)

Saul nu sprak tot den HEERE, den God Israëls: Toon den onschuldige.
Toen werd Jonathan en Saul geraakt, en het volk ging vrij uit.
Toen zeide Saul: Werpt het lot tussen mij en tussen mijn zoon Jonathan. Toen werd Jonathan geraakt.
Saul dan zeide tot Jonathan: Geef mij te kennen, wat gij gedaan hebt.
Toen gaf het Jonathan hem te kennen, en zeide: Ik heb maar een weinig honigs geproefd, met het uiterste des stafs, dien ik in mijn hand had;
zie hier ben ik, moet ik sterven?
Toen zeide Saul: Zo doe mij God, en zo doe Hij daartoe, Jonathan!
gij moet den dood sterven.
Maar het volk zeide tot Saul: Zou Jonathan sterven, die deze grote ­verlossing in Israël gedaan heeft? Dat zij verre! zo waarachtig als de HEERE leeft, als er een haar van zijn hoofd op de aarde vallen zal; want hij heeft dit heden met God gedaan. Alzo verloste het volk Jonathan, dat hij niet stierf.
1 Samuël 14 : 41-45

Dat God zwijgt wijt Saul aan de zogenaamde goddeloosheid die men heeft bedreven door Sauls gebod te overtreden. Als dan niemand zijn mond wil open doen om te zeggen wie die zonde op zijn geweten heeft, dan gaat Saul over tot het gebruik van het ‘ultieme waarheids-medium’ dat God Zelf heeft aangewezen: het lot. En let dan eens op wat er gebeurt. let vooral op hóe Saul zijn vraag aan God stelt! En… wat (wie) God precies aanwijst!
Om de een of andere reden kiest Saul ervoor om God te laten kiezen tussen ‘het volk’ en ‘hem en zijn zoon’. Vermoedt hij al dat het Jonathan is? Anders maak je toch niet zo’n ruwe tweedeling? Let nu op wie God aanwijst, als ‘de onschuldige’ (letterlijk conform Sauls vraag aan God)!
Het lot – dus Gods aanwijzing van de onschuldige – valt op hem en zijn zoon Jonathan. Nu zou je verwachten dat Saul een onderzoek instelt onder het volk. Want: het volk is dus schuldig! Immers, God zou toch aanwijzen door het lot wie onschuldig was? Lees ook maar wat de Kanttekeningen opmerken: “Saul bidt in 1 Sam. 14:41: Toon den onschuldige, willende zeggen den schuldige. Maar God toont hier dien, die inderdaad onschuldig was, naar luid van Sauls woorden.” Merkwaardig!
Maar Saul heeft al snel zijn conclusies getrokken en hij zet de uitkomst naar zijn hand: het volk  heeft hij nodig voor zijn eigen eer en roem. En Jonathan zit zijn succes in de weg. Hij laat voor de vorm nogmaals loten, maar Saul weet voor zichzelf dat hij het niet kan zijn! De condities voor de loting blijven gewoon dezelfde: de vraag dat God de ‘onschuldige’ opnieuw zal aanwijzen. Immers, Saul zegt enkel: “Werp het lot tussen mij en tussen mijn zoon Jonathan”. Het lot valt op Jonathan! Juridisch strikt genomen betekent dat dus: Jonathan is onschuldig (zie ook de al eerder aangehaalde Kanttekeningen). Maar Saul gaat verder met zijn contra-uitleg van het lot. Laten we al deze dingen nog éénmaal op een rijtje zetten:
• de 1e loting: het volk is schuldig;
• de 2e loting: Jonathan is onschuldig en Saul is dus schuldig!

En let dan eens op Jonathan: hij legt uit wat hij heeft gedaan en zegt dan enkel: “Moet ik sterven?” Elk vaderhart zou breken; maar Saul verhardt! Dit gaat zijn positie juist versterken voor het volk, meent hij; en hij kan zich zo prima handhaven, als God hier zo duidelijk heeft gesproken, zo denkt hij. Hij zet de uitleg van het lot dus heel duidelijk naar zijn eigen hand.
Jonathan verdedigt zich niet. Let daar op! Hij wijst zelfs niet de onrechtvaardigheid van zijn vader aan. En hij roept zelfs het volk niet tot getuige voor hem, om zich door hen vrij te pleiten. Hij vraagt slechts: “Moet ik steven?”
Of, zoals een hebreeuws leraar ooit eens uitlegde bij Jezus’ woorden ‘Eli, Eli, lama zabachtani?’ ‘Sabachtani’ is Aramees voor ‘verlaten’; ‘Zabachtani’ is Hebreeuws voor ‘offeren’; ‘Azabhtani’ is Hebreeuws voor ‘verlaten’ (lees de Matthaüs Passion): “Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij mij geofferd?” Of… “Moet ik geofferd worden?”

We zien hier in Jonathan iets oplichten, dat we bij Jezus zo intens zulen terughoren: “Zie Ik kom… om Uw wil te doen!” Later zouden het aanvankelijk Davids woorden zijn in de ons bekende
40e Psalm. Maar ze gingen in Jezus zo prachtig in vervulling.
Het was beter dat Eén stierf voor het hele volk, dan dat het hele volk verloren zou gaan! Ook hier in deze geschiedenis. Met dit verschil dat het volk het voor Jonathan gaat opnemen in vers 45. Het volk komt hem te hulp en houdt zich niet afzijdig met de woorden: “Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.” Geen “Weg met Hem” of “Kruisigt Hem!” Nee, we lezen in vers 45: “Alzo verloste het volk Jonathan, dat hij niet stierf.” Jezus draait het om: “Alzo lief had God de wereld dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat een ieder die gelooft niet verloren gaat, maar het eeuwige leven heeft.”

Niet Izak moest sterven… Niet Jonathan moest sterven… Brandoffers en andere offers voor de schuld voldeden niet aan Gods eis en eer… Totdat Jezus zei: Zie Ik kom… De boekrol is niet alleen met Mijn naam vervuld, maar loopt uit op Mij! “Alzo verloste Jezus het volk, dat het niet stierf.”

vrijdag 2 januari 2015

Ten dienste van Gods kinderen

"En tot de engelen zegt Hij wel: Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaars een vlam des vuurs."
"Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen?"
Hebreeën 1 : 7 en 14

Hoe ziet een engel eruit? Hier en daar in de Bijbel vinden we wel beschrijvingen, maar alles heel summier. Er zijn engelen die vleugels hebben. Er zijn er die zelfs zes vleugels hebben. Sommigen echter zien eruit als een man, een gewoon mens. Abraham bijvoorbeeld kreeg hoog bezoek van de HEERE en twee engelen. Alle drie zagen eruit als gewone mensen; maar gaandeweg kreeg Abraham door dat het de HEERE was. Opmerkelijk is dat Abraham niet als dood op de grond viel, toen hij God gezien had. Abraham communiceerde op een gewone menselijke wijze met deze drie; en vice versa!
En later zien de twee engelen Sodom binnenwandelen. Ze werden door de mannen van Sodom opgemerkt. Lot – en daar wil ik naartoe – werd tweemaal door deze engelen gegrepen tot zijn eigen behoud én dat van zijn gezin. Toen de engelen binnen waren, dromden de vieze sodomieten rond zijn huis om deze mannen sexueel te misbruiken. Lot wilde nog – hoe walgelijk – in onderhandeling gaan door ze zijn dochters (!) in hun plaats aan te bieden. Wat een vader! Was de actie van deze dochters, later in de bergen, dan zo heel verbazingwekkend? Er blijkt totaal geen liefde uit.



Maar waar het mij om gaat is dit: "Doch die mannen staken hun hand uit, en deden Lot tot zich inkomen in het huis, en sloten de deur toe. En zij sloegen de mannen, die aan de deur van het huis waren, met verblindheden, van den kleinste tot aan den grootste, zodat zij moede werden, om de deur te vinden." (Genesis 19 : 10-11). Ze redden Lot – en daarmee ook zijn dochters – van het verderfelijk geweld der sodomieten. Deze engelen waren gedienstige geesten, uitgezonden om wille van degenen die de zaligheid beërven zullen. Dat laatste is ook op Lot van toepassing, hoe ook zijn levensstijl is af te keuren. Later lezen we dat Lot daar zijn ziel kwelde. Tegelijk waren ze ook uitgezonden tot verderf van deze goddeloze sodomieten.
Er zit nog iets opmerkelijks in deze geschiedenis waar ik later op terug zal komen: dat de engelen niet weten wie van Lots familie zich allemaal in Sodom bevinden. Zij zijn dus niet alwetend; maar daarover een volgende keer.
Het volgende moment waarop we de engelen in actie zien komen is toen Lot uit Sodom wegvluchtte. "Maar hij vertoefde; zo grepen dan die mannen zijn hand, en de hand zijner vrouw, en de hand zijner twee dochteren, om de verschoning des HEEREN over hem; en zij brachten hem uit, en stelden hem buiten de stad. En het geschiedde als zij hen uitgebracht hadden naar buiten, zo zeide Hij: behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om, en sta niet op deze ganse vlakte; behoud u naar het gebergte heen, opdat gij niet omkomt." (vers 16-17).

Engelen zijn, zo zegt de dagtekst, geesten. Eigenlijk niet waarneembaar met het blote oog: 'pneuma' staat er in de grondtekst. Niet gevangen in een lichaam van stoffelijke materie. Niettemin begrensd binnen hun eigen wezen. In vers 7 lezen we dat God ze maakte. Bij dat vers tekenen de kanttekenaren aan: "maakt geesten: Dat is, als geesten of winden om Hem snel te gehoorzamen" en "een vlam des vuurs: Dat is, gelijk een vlam des vuurs, om als een vuur en bliksem Zijn bevelen krachtig uit te voeren". Ze zijn zó snel van begrip en zó voortvarend in hun activiteit en toewijding voor God! Dat moet voor Gods kinderen toch wel een veilig gevoel geven?

En dan die gister geciteerde tekst uit Psalm 91: "Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen. Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot" (vers 11 en 12). Wat een zorg, bemoeienis en bescherming biedt God door deze hemelboden. Zelfs de engelen die naar Sodom worden gezonden als verderfengelen volvoeren tegelijk Gods zorgbevel over Lot en zijn gezin. Niet dat wij beschermengelen hebben, zoals de roomse kerk dat leert. Maar wel dat zij dienstbaar en defensief worden opgesteld. 
En satan weet maar al te goed dat hij het moet afleggen tegen deze hemelse heirlegers. Heirleger: heir = massa of grote hoeveelheid; leger = afdeling soldaten, bewapend tot de strijd. Jezus noemt ze legioenen. Psalm 68 bezingt ze als 'Gods wagens, Gods ruiterij, die tweemaal tienduizend zijn, de duizenden verdubbeld'.
Heb je er ooit weleens over nagedacht hoeveel macht God hier op aarde fysiek heeft? Wel eens goed om je te realiseren dat satans 'terrein' eigenlijk overal al is geïnfiltreerd met deze hem vijandige hemelwachters. En ze zijn er tot zijn verderf, maar… ook omwille van Gods kinderen én hun zaligheid. Zo'n zorg heeft Hij voor hen. Daar wordt je stil van, niet?