Posts tonen met het label gedienstige geesten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gedienstige geesten. Alle posts tonen

vrijdag 2 januari 2015

Ten dienste van Gods kinderen

"En tot de engelen zegt Hij wel: Die Zijn engelen maakt geesten, en Zijn dienaars een vlam des vuurs."
"Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen?"
Hebreeën 1 : 7 en 14

Hoe ziet een engel eruit? Hier en daar in de Bijbel vinden we wel beschrijvingen, maar alles heel summier. Er zijn engelen die vleugels hebben. Er zijn er die zelfs zes vleugels hebben. Sommigen echter zien eruit als een man, een gewoon mens. Abraham bijvoorbeeld kreeg hoog bezoek van de HEERE en twee engelen. Alle drie zagen eruit als gewone mensen; maar gaandeweg kreeg Abraham door dat het de HEERE was. Opmerkelijk is dat Abraham niet als dood op de grond viel, toen hij God gezien had. Abraham communiceerde op een gewone menselijke wijze met deze drie; en vice versa!
En later zien de twee engelen Sodom binnenwandelen. Ze werden door de mannen van Sodom opgemerkt. Lot – en daar wil ik naartoe – werd tweemaal door deze engelen gegrepen tot zijn eigen behoud én dat van zijn gezin. Toen de engelen binnen waren, dromden de vieze sodomieten rond zijn huis om deze mannen sexueel te misbruiken. Lot wilde nog – hoe walgelijk – in onderhandeling gaan door ze zijn dochters (!) in hun plaats aan te bieden. Wat een vader! Was de actie van deze dochters, later in de bergen, dan zo heel verbazingwekkend? Er blijkt totaal geen liefde uit.



Maar waar het mij om gaat is dit: "Doch die mannen staken hun hand uit, en deden Lot tot zich inkomen in het huis, en sloten de deur toe. En zij sloegen de mannen, die aan de deur van het huis waren, met verblindheden, van den kleinste tot aan den grootste, zodat zij moede werden, om de deur te vinden." (Genesis 19 : 10-11). Ze redden Lot – en daarmee ook zijn dochters – van het verderfelijk geweld der sodomieten. Deze engelen waren gedienstige geesten, uitgezonden om wille van degenen die de zaligheid beërven zullen. Dat laatste is ook op Lot van toepassing, hoe ook zijn levensstijl is af te keuren. Later lezen we dat Lot daar zijn ziel kwelde. Tegelijk waren ze ook uitgezonden tot verderf van deze goddeloze sodomieten.
Er zit nog iets opmerkelijks in deze geschiedenis waar ik later op terug zal komen: dat de engelen niet weten wie van Lots familie zich allemaal in Sodom bevinden. Zij zijn dus niet alwetend; maar daarover een volgende keer.
Het volgende moment waarop we de engelen in actie zien komen is toen Lot uit Sodom wegvluchtte. "Maar hij vertoefde; zo grepen dan die mannen zijn hand, en de hand zijner vrouw, en de hand zijner twee dochteren, om de verschoning des HEEREN over hem; en zij brachten hem uit, en stelden hem buiten de stad. En het geschiedde als zij hen uitgebracht hadden naar buiten, zo zeide Hij: behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om, en sta niet op deze ganse vlakte; behoud u naar het gebergte heen, opdat gij niet omkomt." (vers 16-17).

Engelen zijn, zo zegt de dagtekst, geesten. Eigenlijk niet waarneembaar met het blote oog: 'pneuma' staat er in de grondtekst. Niet gevangen in een lichaam van stoffelijke materie. Niettemin begrensd binnen hun eigen wezen. In vers 7 lezen we dat God ze maakte. Bij dat vers tekenen de kanttekenaren aan: "maakt geesten: Dat is, als geesten of winden om Hem snel te gehoorzamen" en "een vlam des vuurs: Dat is, gelijk een vlam des vuurs, om als een vuur en bliksem Zijn bevelen krachtig uit te voeren". Ze zijn zó snel van begrip en zó voortvarend in hun activiteit en toewijding voor God! Dat moet voor Gods kinderen toch wel een veilig gevoel geven?

En dan die gister geciteerde tekst uit Psalm 91: "Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen. Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot" (vers 11 en 12). Wat een zorg, bemoeienis en bescherming biedt God door deze hemelboden. Zelfs de engelen die naar Sodom worden gezonden als verderfengelen volvoeren tegelijk Gods zorgbevel over Lot en zijn gezin. Niet dat wij beschermengelen hebben, zoals de roomse kerk dat leert. Maar wel dat zij dienstbaar en defensief worden opgesteld. 
En satan weet maar al te goed dat hij het moet afleggen tegen deze hemelse heirlegers. Heirleger: heir = massa of grote hoeveelheid; leger = afdeling soldaten, bewapend tot de strijd. Jezus noemt ze legioenen. Psalm 68 bezingt ze als 'Gods wagens, Gods ruiterij, die tweemaal tienduizend zijn, de duizenden verdubbeld'.
Heb je er ooit weleens over nagedacht hoeveel macht God hier op aarde fysiek heeft? Wel eens goed om je te realiseren dat satans 'terrein' eigenlijk overal al is geïnfiltreerd met deze hem vijandige hemelwachters. En ze zijn er tot zijn verderf, maar… ook omwille van Gods kinderen én hun zaligheid. Zo'n zorg heeft Hij voor hen. Daar wordt je stil van, niet?

woensdag 31 december 2014

In dienst van Koning Jezus

"Toen liet de duivel van Hem af; en ziet, de engelen zijn toegekomen, en dienden Hem."
Mattheüs 4 : 11

De satan weggestuurd; de engelen staan klaar om Jezus te dienen.
"Spring naar beneden en U zult door de engelen zachtjes naar de grond worden gedragen", falsificeert satan de tekst uit Psalm 91, waar staat: "Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen. Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot."
Jezus' antwoord is doeltreffend en terechtwijzend. Zou Hij Zijn Vader verzoeken? Nooit. Is het dan niet waar, wat daar staat? Zeker. En het zal in onze dagtekst waarheid worden! De engelen worden door God uitgezonden om Zijn kinderen – en dus zeker Zijn Eigen Zoon – te dienen en te beschermen. Er staat namelijk "van u bevelen, dat zij u bewaren…", dat betekent "ten dienste van u opdracht geven u bij te staan…".

Een opmerkelijk woordje in onze tekst is 'toegekomen'. Het plaatje hierboven toont, op een menselijke wijze evenwel, dat de engelen er reeds staan, als de satan wordt weggestuurd. Het woordje 'toegekomen' doet dat inderdaad vermoeden. Het woord betekent "dichterbij komen" of "naderen tot iemand of iets". Dat betekent: je staat er al en je doet een of meer stappen naar voren.
En weer zie ik daarmee de hemel de adem inhouden. De engelen volgen met opperste concentratie wat Jezus doet, spreekt en terechtwijst richting satan. Satan… hij was ooit een van hen. Daar staan ze in de nabijheid van hun eeuwige tegenstander. Kwam hij in de geschiedenis van Job tot voor de troon van God om Job verdacht te maken, hier komt de Zoon van God in 'zijn' territorium om satan te ontmaskeren. Het is inderdaad satan, die aanklager is in het rechtsgeding tegen Gods kinderen. Maar hier treed er Eén in het territorium van satan, Die hem aan ons toont in zijn valsheid.

Die engelen waren er al sinds Genesis 3; immers de weg naar de boom des levens moest worden afgesloten. Maar hier komt de Tweede Adam, om de weg naar de Boom des Levens te openen. Daarmee zal Hij óf satan óf de engelen tegen Zich hebben.
Nauwgezet volgen de engelen verzoeking na verzoeking. En uit alles blijkt dat Jezus hier op aarde de volmaakte Tweede Adam is. Ze zijn niet enkel in de hemel de gedienstige geesten van God, maar ze zijn het ook hier op aarde. Want zie maar: ze treden toe en dienen de Heere Jezus.
En niet maar voor één momentje… ze zijn er voortdurend ten dienste van Hem. Het was niet zo'n raar antwoord dat Jezus aan Pilatus gaf: "Of meent gij, dat Ik Mijn Vader nu niet kan bidden, en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen bijzetten?" (Matth. 26:53). Jezus had maar te wenken en ze zouden toesnellen. Maar zo was Zijn eeuwige afspraak met de Vader niet. En Gode zij dank, zo wilde Jezus het ook niet. Stel je voor!

Die engelen zijn er ook in de Hof van Gethsémané: "En van Hem werd gezien een engel uit den hemel, die Hem versterkte" (Lukas 22:43). Wat een bijzondere diepten zitten er in die tekst. Later zou Christus de gemirrede wijn niet drinken, maar Hij laat Zich hier wel versterken door deze engel, die de laatste lijn met Zijn Vader uitbeeldt. Daarom lees je in het volgende vers dat Hij "des te ernstiger bad". De strijd nam toe, maar de kracht die de engel kwam brengen, sterkt Hem in deze strijd.
Dan is het niet zo verwonderlijk dat er op die Eerste Paasmorgen weer een engel aanwezig is, gedienstig tot Jezus' dienst bereid. Deze engel wentelt de steen af; niet omdat Jezus er niet toe in staat zou zijn geweest, maar om Hem daarin ook ten dienste te zijn. Het woordje 'dienen' in onze tekst is 'diako'neo', waarin je ons woord 'diaken' hoort.

Opmerkelijk contrast vormt onze tekst met die uitdaging van satan, even daarvoor: "Al deze dingen zal ik U geven, indien Gij, nedervallende, mij zult aanbidden" (vers 9). Daarin vraagt satan of Jezus voor hem wil neerknielen. Om satan definitief in het ongelijk te stellen, knielen nu hier die engelen (en hoeveel zullen het er wel niet geweest zijn?) voor Jezus neer. Zij mogen de goedkeuring van de Vader onderstrepen, die Hij in de geschiedenis hiervoor uitsprak: "Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!" En als de HEERE een welbehagen heeft in Zijn Zoon, hoeveel te meer deze engelen. Wat een dienst nemen zij hier op zich! Nee, laat ik het beter zeggen: wat een heerlijkheid om deze Koning te dienen… voor Zijn troon… en hier beneden!
Dat mogen wij wel van deze engelen leren en ons leven er naast leggen. Hoe gedienstig zijn wij voor Koning Jezus?

De engelen zijn er echter niet alleen voor Jezus, maar ook voor de Zijnen. De komende keer gaan we – naar aanleiding van Hebreeën 1:14 – zien hoe deze gedienstige geesten er ten dienste van Gods kinderen zijn: "Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen?"