Posts tonen met het label dienen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dienen. Alle posts tonen

dinsdag 7 februari 2017

Koortsachtig of Koortsvrij?

"En Jezus opgestaan zijnde uit de synagoge, ging in het huis van Simon; en Simons vrouws moeder was met een grote koorts bevangen, en zij baden Hem voor haar. En staande boven haar, bestrafte Hij de koorts, en de koorts verliet haar; en zij van stonden aan opstaande, diende henlieden."
Lukas 4 : 38-39

Jezus bestraft de koorts zoals Hij de verkopers in de tempel bestrafte: "Jullie ontheiligen Mijn Vaders huis!" Tegen de koorts heeft Hij wellicht gezegd: "Jij koorts, jij ontheiligt Mijn Vaders schepping!"

Het lijkt alsof er iets totaal nieuws gebeurt. De eredienst op de sabbath is afgelopen. Nieuw hoofdstuk. Maar let erop dat het nog steeds sabbath is, als Jezus de synagoge verlaat en met Petrus meegaat. Gisteren las ik ergens iets over Petrus die Jezus al vanuit Nazareth zou zijn gevolgd. Het lijkt haast alsof hij Jezus 'mee op de koffie' heeft gevraagd uit de kerk. Ken je dat? Een stel of een alleenstaande/alleengaande meenemen voor een goed gesprek over de preek. Of over andere geestelijke zaken die in de gemeente spelen of in het persoonlijk leven. Een goede gewoonte.
Maar… als Petrus al die tijd Jezus zou zijn gevolgd (we weten het immers niet zeker) dan liep hij aldoor met die zorg voor zijn schoonmoeder in zijn achterhoofd. Meer aannemelijk is dat Petrus naar de synagoge is gegaan om Jezus op te wachten. Wat een hoop moet die man gekregen hebben toen hij meemaakte dat Jezus een duivel uitwierp! Als Jezus een duivel het zwijgen kon opleggen, dan zou hij toch zeker de zware koorts van zijn schoonmoeder kunnen wegnemen, nietwaar?

Opnieuw een bestraffing

Jezus woonde al een week of langer in Kapernaüm. En Petrus' schoonmoeder lag niet in haar eigen huis, maar in Petrus' woning op bed. Petrus is volgens mij de enige van wie we weten dat hij getrouwd was (geweest) toen hij Jezus’ discipel werd. Was hij weduwnaar? Of liet hij zijn gezin lange tijd alleen, terwijl hij met Jezus het land doortrok? Ik las deze dagen het boek over ds. Laurus Boone die een hele stapel gemeenten tegelijk moest bedienen in Zeeland en het grootste deel van de week op pad was om de mensen te bezoeken. Hij liet ook zijn vrouw en kinderrijke gezin achter. Er waren er meer – oefenaars en predikanten – die zo dagen aaneen van huis waren voor het Koninkrijk van God.
Dat is toch niet normaal, was de eerste reactie die in mij opkwam. Maar toen ik bedacht dat heel veel vaders ook lange tijd van huis zijn, in het buitenland zitten voor zaken, en hun vrouw met de kinderen achterlaten, dacht ik: waar kun je dan beter mee bezig zijn? Zijn al die zakenreizen wel echt zo nodig?
Toen ze het huis binnenkwamen stonden er mensen om het bed van 'oma'. Ze was doodziek. Toen ze Jezus zagen, bogen ze zich ootmoedig voor Hem neer en vroegen hem: "Ontferm U over haar, Heere!" Streek Jezus over het lichaam? Smeerde Hij slijk over haar? Zalfde Hij haar met olie? Nee. Net als in de synagoge sprak Hij slechts één machtswoord. In de tekst staat dat Hij de ziekte bestrafte. Nu niet tegen een duivel; hoewel… Onder de foto schreef ik: Jezus bestraft de koorts zoals Hij de verkopers in de tempel bestrafte: "Jullie ontheiligen Mijn Vaders huis!" Tegen de koorts heeft Hij wellicht gezegd: "Jij koorts, jij ontheiligt Mijn Vaders schepping!"

Nu een andere reactie

Opnieuw een wonder in Kapernaüm. De dokters hadden hun pogingen gestaakt en de familie op het ergste voorbereid. Er was geen hoop meer. Maar toen kwam Jezus. Eén woord van de Meester en … de zieke is genezen. Niet half, niet een beetje, maar totaal!
En als het ware zit je al te wachten op het refrein: "En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht…" en "Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit?" Wat is dat toch met die Jezus uit Nazareth? Praatjes op de straatjes van Kapernaüm, opnieuw? Nee…
Een nieuw couplet zet zich in: "…de koorts verliet haar; en zij van stonden aan opstaande, diende henlieden"! Een dienst van dankbaarheid aan Jezus. Een dankoffer. Wat een verschil met die Rumormill die onderwijl door het dorp waardt! Want ja, dat gaat tegelijk door. Terwijl Petrus' schoonmoeder Jezus dient, kwebbelen talloze praatzieken in Kapernaüm over dat wonder in de synagoge. Wat een wereld van verschil.
Jezus' bestrafte eerst de satan zelf. Nu bestraft Hij de gevolgen van de zonde. Er komt een moment dat Hij Zijn jongeren zal bestraffen omdat ze te weinig geloof hebben en zelfs niet met Hem kunnen waken. De kring sluit zich steeds verder. Maar … met als doel het behoud van zondaren. Als je dat doel uit het oog verliest, zie je enkel het wonderteken, dat een illustratie moest zijn bij Jezus' werkelijke 'reisdoel' vanuit de hemel.
Dat 'uit het oog verliezen' kan zich uiten op verschillende manieren. Maar de grote overeenkomst is dat je Jezus' woorden hoort, Zijn wonderen ziet, maar Hem niet dient! Ben je nog koortsachtig bezig om dikke verhalen over Jezus te vertellen of… ben je 'koortsvrij' gesproken door Hem? Neem dan een voorbeeld aan Petrus' schoonmoeder, daar in dat huisje in Kapernaüm.

donderdag 12 maart 2015

Nabetrachting HA – Zo wijs als een ezel

"…Daarna stond hij op, en volgde Elia na, en diende hem."
1 Koningen 19 : 21c

"Toen stond Bileam des morgens op, en zadelde zijn ezelin, en hij trok heen met de vorsten van Moab."
Numeri 22 : 21

Engel en ezel probeerden Bileam tot inkeer te brengen en eerlijk naar zijn innerlijke motieven te laten kijken.

Al in een vroeg stadium moest ik aan Bileam, toen ik besloot over de tekst uit 1 Kon. 19 : 21 na te denken deze twee weken. Waarom lukte het niet eerder iets op 'papier' te krijgen over Bileam? Wellicht omdat het contrast juist hier het grootst is ten opzichte van Elisa. Laten we kijken naar deze spiritist die ook opstond, volgde en diende; maar zo geheel anders dan Elisa. Ter waarschuwing; want het is maar de vraag of Bileam wel echt zo ver van de (reformatorische) kerkmens afstaat.


Opstaan of opstand?

Of Bileam die ochtend ontbeten heeft weet ik niet; er staat weliswaar dat hij 's morgens opstond, maar niet zozeer dat hij opstond van een etenstafel. Echter, met een fikse reis voor de boeg zal hij hebben gegeten, voordat hij vertrok. Maar let erop (dat had ik nooit zo gelezen) dat hij hier voor de tweede keer dubt of hij zal gaan of niet! Al eerder waren gezanten van Balak gekomen om hem als spiritist te ontbieden om het slavenvolk der Joden te vervloeken. Die keer besloot hij ferm – na een nachtelijk onderhoud met God – niet te gaan.
Balak liet het er echter niet bij zitten en beloofde hem bergen met zilver en goud. Toch wijst Bileam die schatten af en zegt: "Wanneer Balak mij zijn huis vol zilver en goud gave, zo vermocht ik niet het bevel des HEEREN mijns Gods te overtreden, om te doen klein of groot. En nu, blijft gijlieden toch ook hier dezen nacht, opdat ik wete, wat de HEERE tot mij verder spreken zal." 
Bileam krijgt zijn zin en denk God nu aan zijn kant te hebben. Hij staat 's morgen op en wil vertrekken. Maar in vers 22 lezen we al dat Gods toorn ontstak, omdat hij toch ging. Dit mag in onze vertaling misschien wat merkwaardig klinken – immers God had toch gezegd dat hij mocht gaan, mits hij de woorden zou spreken die God hem in de mond legde – maar de Bijbel laat ons met die woorden eigenlijk in het hart van Bileam kijken (lees de kanttekeningen). Een kind dat zijn zin krijgt is nog geen tevreden kind dat tegelijk zijn ouders vervult met blijdschap! Zo ook Bileam: God liet hem toe binnen Zijn grenzen te gaan, maar de oorzaak waarom Bileam ging was boos; en de hoop in zijn hart om het volk tóch te vervloeken en God zo voor Zijn karretje te spannen, was bozer dan boos!
Vandaar dat de engel en de ezel Bileam tot het besef probeerden te brengen dat hij slechts binnen Gods ruimte mocht handelen! En die ruimte was zeer beperkt. Evenwel veranderde dat het hart van Bileam niet!


Wie volgt wie?

Wij zijn – dat mag ik hopen – geen spiritist. We zijn er binnen de reformatorische gezindten allerminst op uit om Gods volk te vervloeken, toch? We zijn geen heidenen, zoals Bileam en Balak. Maar de vraag blijft recht overeind: Wie volgt wie?
Elisa stond op en volgde Elia; en daarmee God Zelf! Bileam stond op en volgde zijn eigen hart; immers hij zwijgt over wat God tegen hem had gezegd, maar doet alsof er niets is gebeurd en wekt het gevoel dat hij God heeft bezworen en aan zijn kant gekregen. Zijn brave en deemoedig gebazel ten spijt in vers 38: "Zie, ik ben tot u gekomen; zal ik nu enigszins iets kunnen spreken? Het woord, hetwelk God in mijn mond leggen zal, dat zal ik spreken."
Een onderworpen houding aannemen stemde de boze geesten nog wel eens gunstig, zodat ze toch op jouw hand waren. Met al dat "God tot gunstige gemoedsstemming bewegen" probeerde Bileam het zover te krijgen dat God hem zou volgen. Ik vrees dat dat een diepingevreten zonde is in onze reformatorische gezindten: God met deemoedigheid en zelfvernedering (noem het rustig zelfkastijding) tot goedgunstigheid bewegen. Laten we vooral benadrukken dat we stof en as, ja slijk en minder dan dat, zijn. Laten we rustig tien, twintig keer in het gebed benadrukken dat het toch vooral niet om iets van ons is… Voel je wat ik bedoel? Ik wil er niets aan afdoen, dat het inderdaad nooit om iets van ons kan, wanneer wij tot God naderen, maar het beginnen toverspreuken te worden, zodra ze meer dan tweemaal en dwangmatig in ons gebed worden ingeparkeerd!
En wat dacht je van het mantra in preek, geschrift en gebed dat God aan ons niets verplicht is. Dat Hij geen onrecht zou doen, als Hij ons voor eeuwig zou laten in onze val. Het is waar: God is soeverein, maar wat wil je ermee bezweren? Welk hart klopt daar achter? Want voor je het weet is het begrip 'souvereiniteit Gods' een toverformule die ons een grillig, despotisch beeld van God geven, terwijl Hij toch juist in het Avondmaal zo diep heeft laten zien dat Hij de zonde eerder wilde straffen aan Zijn Zoon, dan ze ongestraft te laten! Hoe laat de HEERE Zich kennen? Welk beeld laten wij met onze wandel én onze woordkeus bij mensen achter?
Of neem dat angstvallig noemen van "Deo Volente" voor elke datum die uit onze mond of op papier komt… Onze gezindheid moet "Deo Volente" uitstralen! Maar we moeten God niet bezweren door bij elke datum krampachtig dat DV te plaatsen en liefst voluit Deo Volente te noemen. Want voor je het weet wordt God voor ons (religieuze of materiële) karretje gespannen. Daar hoef je echt geen Balak of Bileam voor te zijn! Neem liever een voorbeeld aan Bileams wijze ezel.


Waar dien je voor?

Over Elisa lezen we dat hij Elia diende. Dat betekende geenzins een stijgend banksaldo of carrière in de maatschappij. Het betekende hoon en spot, zo niet agressie en haat. Maar in Gods weg gaan, Hem dienen en liefhebben is wel een heerlijk leven met uitzicht op de eeuwige heerlijkheid. God hier reeds dienen, Die je straks ongestoord zult dienen én zien tot in allee eeuwigheid… er is niets heerlijkers te bedenken. Ben je het met me eens?
En dát is ook precies het doel, dat God met ons leven voor had, toen Hij ons schiep. Daar diende en dien je voor! Dat is je missie… Je verdient er niets mee en je krijgt er alles voor!
Ik laat Bileam nog één keer opdraven. Hij is inmiddels alweer naar huis; Balak is woest dat Bileam hem zo heeft laten zitten. En Bileam heeft zijn ezel misschien wel met een trap na de stal in geparkeerd. O, wat haat hij dat dier; het liet hem haarfijn zijn arglistig hart zien. Diezelfde blinde haat zie je op een gegeven moment ook bij iemand als Saul boven komen drijven. Of wat dacht je van de Farizeeën ten opzichte van Jezus, Die hen ook haarfijn hun innerlijke motieven toonde?!
Als het volk Israël in Numeri 31 ten strijde trekt tegen de Midianieten, doden ze ook Bileam de zoon van Beor met het zwaard. Pech? Een ongeluk? Nou, lees vers 15 en 16 eens: "En Mozes zeide tot hen: Hebt gij dan alle vrouwen laten leven? Ziet, deze waren, door den raad van Bileam, den kinderen Israëls, om oorzake der overtreding tegen den HEERE te geven, in de zaak van Peor; waardoor die plaag werd onder de vergadering des HEEREN."
Wat Bileam met vervloeken niet had gekund, bereikte hij door het volk bij Peor tot sexuele bandeloosheid te verleiden. De ware aard van Bileam, om zo geniepig te werk te gaan? Nou, het volk was ook veel te verwijten, maar het tekent ons vooral het geslepen karakter van de satan. Hoe vatbaar zijn we voor zijn listen, vanwege de zwakheid van onze oude mens, juist na een Avondmaalstafel. Wees gewaarschuwd – welke zondige ingang het ook is: sex, geld, muziek, film, drank, roddel, leugen, onoprechtheid – en wapen je met de wapenrusting van het geloof. Kijk nog maar eens goed in Efeze 6 waar die verschillende uitrustingsstukken voor dienen. En let vooral op het wapen van het gebed.
En benaarstig je – beijver je – om onbevlekt voor en met de HEERE te leven, zodat niets tussen jouw hart en de HEERE in staat. Zo wordt je gebedsleven niet geschaad en je getuigenis in de gemeente en in de wereld standvastig en waarachtig. Opdat ook anderen mogen worden gewonnen voor Christus. Opdat ook zij Hem gaan dienen en liefhebben van ganser harte.

woensdag 31 december 2014

In dienst van Koning Jezus

"Toen liet de duivel van Hem af; en ziet, de engelen zijn toegekomen, en dienden Hem."
Mattheüs 4 : 11

De satan weggestuurd; de engelen staan klaar om Jezus te dienen.
"Spring naar beneden en U zult door de engelen zachtjes naar de grond worden gedragen", falsificeert satan de tekst uit Psalm 91, waar staat: "Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen. Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot."
Jezus' antwoord is doeltreffend en terechtwijzend. Zou Hij Zijn Vader verzoeken? Nooit. Is het dan niet waar, wat daar staat? Zeker. En het zal in onze dagtekst waarheid worden! De engelen worden door God uitgezonden om Zijn kinderen – en dus zeker Zijn Eigen Zoon – te dienen en te beschermen. Er staat namelijk "van u bevelen, dat zij u bewaren…", dat betekent "ten dienste van u opdracht geven u bij te staan…".

Een opmerkelijk woordje in onze tekst is 'toegekomen'. Het plaatje hierboven toont, op een menselijke wijze evenwel, dat de engelen er reeds staan, als de satan wordt weggestuurd. Het woordje 'toegekomen' doet dat inderdaad vermoeden. Het woord betekent "dichterbij komen" of "naderen tot iemand of iets". Dat betekent: je staat er al en je doet een of meer stappen naar voren.
En weer zie ik daarmee de hemel de adem inhouden. De engelen volgen met opperste concentratie wat Jezus doet, spreekt en terechtwijst richting satan. Satan… hij was ooit een van hen. Daar staan ze in de nabijheid van hun eeuwige tegenstander. Kwam hij in de geschiedenis van Job tot voor de troon van God om Job verdacht te maken, hier komt de Zoon van God in 'zijn' territorium om satan te ontmaskeren. Het is inderdaad satan, die aanklager is in het rechtsgeding tegen Gods kinderen. Maar hier treed er Eén in het territorium van satan, Die hem aan ons toont in zijn valsheid.

Die engelen waren er al sinds Genesis 3; immers de weg naar de boom des levens moest worden afgesloten. Maar hier komt de Tweede Adam, om de weg naar de Boom des Levens te openen. Daarmee zal Hij óf satan óf de engelen tegen Zich hebben.
Nauwgezet volgen de engelen verzoeking na verzoeking. En uit alles blijkt dat Jezus hier op aarde de volmaakte Tweede Adam is. Ze zijn niet enkel in de hemel de gedienstige geesten van God, maar ze zijn het ook hier op aarde. Want zie maar: ze treden toe en dienen de Heere Jezus.
En niet maar voor één momentje… ze zijn er voortdurend ten dienste van Hem. Het was niet zo'n raar antwoord dat Jezus aan Pilatus gaf: "Of meent gij, dat Ik Mijn Vader nu niet kan bidden, en Hij zal Mij meer dan twaalf legioenen engelen bijzetten?" (Matth. 26:53). Jezus had maar te wenken en ze zouden toesnellen. Maar zo was Zijn eeuwige afspraak met de Vader niet. En Gode zij dank, zo wilde Jezus het ook niet. Stel je voor!

Die engelen zijn er ook in de Hof van Gethsémané: "En van Hem werd gezien een engel uit den hemel, die Hem versterkte" (Lukas 22:43). Wat een bijzondere diepten zitten er in die tekst. Later zou Christus de gemirrede wijn niet drinken, maar Hij laat Zich hier wel versterken door deze engel, die de laatste lijn met Zijn Vader uitbeeldt. Daarom lees je in het volgende vers dat Hij "des te ernstiger bad". De strijd nam toe, maar de kracht die de engel kwam brengen, sterkt Hem in deze strijd.
Dan is het niet zo verwonderlijk dat er op die Eerste Paasmorgen weer een engel aanwezig is, gedienstig tot Jezus' dienst bereid. Deze engel wentelt de steen af; niet omdat Jezus er niet toe in staat zou zijn geweest, maar om Hem daarin ook ten dienste te zijn. Het woordje 'dienen' in onze tekst is 'diako'neo', waarin je ons woord 'diaken' hoort.

Opmerkelijk contrast vormt onze tekst met die uitdaging van satan, even daarvoor: "Al deze dingen zal ik U geven, indien Gij, nedervallende, mij zult aanbidden" (vers 9). Daarin vraagt satan of Jezus voor hem wil neerknielen. Om satan definitief in het ongelijk te stellen, knielen nu hier die engelen (en hoeveel zullen het er wel niet geweest zijn?) voor Jezus neer. Zij mogen de goedkeuring van de Vader onderstrepen, die Hij in de geschiedenis hiervoor uitsprak: "Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!" En als de HEERE een welbehagen heeft in Zijn Zoon, hoeveel te meer deze engelen. Wat een dienst nemen zij hier op zich! Nee, laat ik het beter zeggen: wat een heerlijkheid om deze Koning te dienen… voor Zijn troon… en hier beneden!
Dat mogen wij wel van deze engelen leren en ons leven er naast leggen. Hoe gedienstig zijn wij voor Koning Jezus?

De engelen zijn er echter niet alleen voor Jezus, maar ook voor de Zijnen. De komende keer gaan we – naar aanleiding van Hebreeën 1:14 – zien hoe deze gedienstige geesten er ten dienste van Gods kinderen zijn: "Zijn zij niet allen gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden, om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen?"