Posts tonen met het label komen tot Christus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label komen tot Christus. Alle posts tonen

donderdag 10 december 2015

Waarom we niet altijd een bevestiging krijgen

 
"Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw zoon leeft.
En de mens geloofde het woord dat Jezus tot hem zeide, en ging heen."
Johannes 4 : 50

Wat zou je zulk soort nieuws graag uit Jezus' mond horen! "Ga heen, je geliefde is gezond", "Ga heen, je problemen zijn over" of "Ga heen, je kind is wedergeboren". Zou je het geloven, als Hij het je zei, zonder dat je dat ter plekke kon checken? Zou je niet twijfelen, als je zulke berichten kreeg; toch ergens in je achterhoofd een reserve? Of – en dat is ook mogelijk – zou je na zo'n bericht achterover gaan leunen, omdat wedergeboorte onuitwisbaar en onverbrekelijk is? Daarmee zou je een gearriveerd christen zijn; maar kan dat wel?

Horen

Bij het nadenken over deze tekst vond ik een vertaalde preek van Spurgeon over dit gedeelte. Soms heeft Spurgeon een hang naar  inlegkunde en gaan refo's in Holland daarmee aan de haal in het vertalen van zijn preken. Deze preek neigt daar ook naar; er wordt ingegaan op de vonk van geloof bij de man, die Spurgeon ook mogelijk als Chûsas aanwijst. In de preek staan een aantal waardevolle dingen die ik hier en daar inlas. Bijvoorbeeld dit:
"Mogelijk had hij er nooit aan gedacht om Jezus te zoeken als het niet was geweest om die dierbare stervende knaap. Hoe vaak gebeurt het, dat kinderen, ofschoon het geen engelen zijn, nochtans gebruikt worden om beter werk te doen dan engelen zouden kunnen volbrengen; want zij leiden op zoete wijze hun ouders tot God in de hemel. Zij slingeren zich om ons hart, en als wij dan zien dat zij ziek worden, en hun pijnen merken, wordt ons medegevoelend hart door angst en benauwdheid aangegrepen, en wij roepen uit: "O God, spaart Gij mijn kind! Heere, ontferm U over mijn kleine lieveling!" De eerste gebeden die uit menig hart voortkomen, worden, onder Gods bestel, ontlokt door de smart over teer beminde kleine kinderen. Staat er niet geschreven: "En een klein jongsken zal ze drijven?" Zo was het bij deze man; hij werd door de onrust, door de angst om een kind, tot Jezus gebracht. Op dit ogenblik ligt de gedachte mij sterk bij, dat ik tot sommige personen het woord richt, die niet bekeerd zijn, maar hier zijn gekomen, omdat zij in grote benauwdheid verkeren; mogelijk wel, dat één van hun geliefde kleinen wegkwijnt, en hun hart roept tot God, dat, zo het mogelijk is, het dierbare leven gespaard moge blijven. In het huis des gebeds gevoelen zij zich enigermate verlicht, hun hart is anders op het punt om te breken vanwege het verlies, dat zij zozeer duchten. Hoezeer bid ik onze Heere, dat Hij deze onrust moge gebruiken als een middel der genade!"
Wie God wil horen spreken moet wel bij Hem komen: in Zijn huis, maar ook in Zijn Woord en in het gebed. Deze man moet een corrigerend voorbeeld voor je zijn, wanneer het lijkt dat je God niet hoort/bemerkt, maar je toch verder niets onderneemt. In al zijn verdriet en zorg krijgt Chûsas een antwoord op zijn vraag. Maar wat zal hij ermee doen?

Geloven

"Oké, dan zullen we maar snel gaan," besluit Jezus, terwijl Hij de man in de ogen kijkt. Dat zou deze man hebben verwacht; zijn hartekreet vroeg om snelle reactie van Jezus. Hij lijkt wel een beetje op Naäman die bij Elisa aanklopt en alvast in zijn verbeelding bedenkt hoe het zal gaan verlopen. Elisa zal zul of zo zeggen of doen… Niets van dat al: "Was u zevenmaal in de Jordaan…". Deze man had ook zo'n voorstellingsvermogen en dacht dat Jezus wellicht machtig was, maar toch wel lijfelijk aanwezig moest zijn bij zijn zieke zoon. Echter, Jezus stuurt hem met dezelfde stelligheid weg als Elisa met Naäman deed.
“Vele mensen zouden door hun verstandelijke vooroordelen de Heere der genade wel willen binden aan een bepaalde weg om hen te behouden; maar onze Heere wil Zich niet aldus onder bedwang laten brengen; waarom zoude Hij dat ook doen? Hij wil behouden die Hij wil, en Hij wil redden zoals Hij wil. Zijn evangelie is niet: "Gij moet zo en zoveel verschrikkingen en wanhoop ondergaan, en gij zult leven", maar "Gelooft in de Heere Jezus Christus, en gij zult zalig  worden." Hij komt tot velen en roept hen met kracht door het zacht gefluister van Zijn liefde; zij stellen slechts hun vertrouwen op Hem en genieten onmiddellijk rust. Met weinig treffend gevoel, hetzij van verschrikkelijke, hetzij van opwindende aard, oefenen zij met een kalm gemoed een kinderlijk vertrouwen op hun gekruisigden Heere, en zij vinden het eeuwige leven. Waarom zou het met u niet zo zijn? Waarom zoudt gij uzelf buiten alle troost sluiten door een programma op te stellen en te vragen, dat de vrije Geest Zich daaraan houdt? Laat Hem u behouden gelijk Hij wil. Weg met dwaze vooroordelen!



Wat moest hij doen? Er was niets te zien, niets te verifiëren. Als hij nu niet zou aanhouden bij Jezus en naar huis zou gaan, dan zou hij zijn zoon wellicht dood aantreffen. Hij moest Jezus er toch van overtuigen dat Hij écht mee moest?! We lezen er niets van. Er staat dat ontstellende, verrassende en verblijdende: "en de mens geloofde het woord tot hem zeide."
“Merkt op, dat dit geloof zulk een klein geloof was, dat het slechts betrekking had op het genezen van het zieke kind. De koninklijke hoveling wist niet, dat zijn eigen hart genezing van node had; hij bemerkte zijn eigen onkunde aangaande Jezus en zijn blindheid ten opzichte van de Messias, niet; wellicht was het hem onbekend, dat hij behoefte had aan de wedergeboorte; en evenmin verstond hij het, dat de Zaligmaker hem geestelijk leven en licht kon schenken. Hij had weinig kennis van de geestelijke macht van de Zaligmaker, en aldus was zijn geloof zeer beperkt van omvang. Wat hij geloofde was, dat de Heere Jezus, als Hij tot zijn huis wilde komen, zijn kind kon behoeden voor het sterven aan de koorts. Zover was het met hem; en het geloof dat hij bezat, wendde hij terstond aan tot een praktisch gebruik.






Bij Jezus komen met een verzoek – Spurgeon wijst daar ook heel sterk op – verschaft je nog geen recht dat Hij zal horen. Niettemin mag er grote verwachting zijn op Zijn genade. Pleiten op Zijn genade is eerlijk toegeven dat je niets verdient en toch alles verwacht van Hem.
Let op de drangreden, die hij gebruikt. Hij smeekte Jezus om af te komen en zijn zoon te genezen, want deze lag op zijn sterven. Hij stelde geen verdienstelijkheid op de voorgrond, maar bepleitte het diep treurige van het geval. Hij wees er niet op, dat de knaap van aanzienlijke geboorte was – dat zou een zeer slecht pleiten bij Jezus geweest zijn; ook stelde hij niet op de voorgrond, dat het een beminnelijk kind was – dat zou al een onbeduidende drangreden geweest zijn. Neen, hij pleitte, dat hij op zijn sterven lag. Dat hij in zijn uiterste lag, dat was de reden voor de aandrang; het kind was aan de poort des doods, daarom smeekt de vader, dat de deur der genade moge worden geopend. Wanneer gij, mijn vriend, door genade geleerd hebt om op de rechte wijze te bidden, zult gij die feiten op de voorgrond plaatsen, welke uw eigen nood en gevaar openbaren, en niet die, welke u rijk en rechtvaardig zouden doen schijnen. Bedenk hoe David bad. "Heere", zeide hij, "vergeef mijn ongerechtigheid, want zij is groot." Dat is een evangelisch pleiten. De meeste mensen zouden gezegd hebben: "Heere, vergeef mijn onrechtmatigheid, want zij was verschoonbaar en reikte op verre na niet tot de afschuwelijkheid van mijn medemensen." David wist het beter. Zijn geroep luidt: "Vergeef mijne ongerechtigheid, want zij is groot."
Bepleit bij God, arme zondaar, de grootheid van uw nood, het ellendige van uw toestand; zeg, dat gij op uw sterven ligt; zeg, dat de zaak, waaromtrent gij pleit, een zaak van leven of dood is; dit zal een drangreden zijn, die er op berekend is om het hart, dat met oneindig mededogen vervuld is, te bewegen. Iedere tint van goedheid, welke uw trots in verzoeking mocht brengen op de schilderij te werpen, zou ze bederven: leg de zwarte kleuren er maar dik en driedubbel op.
Pleit bij God, terwijl gij u beroept op Zijn genade; want genade is het enige, waarop gij met hope u gronden kunt in uw toenadering tot Hem, gij, die een zondaar zijt, welke nog geen vergiffenis heeft ontvangen. Gij kunt de Heere niet vragen u te zegenen vanwege enigerlei verdienste of waardigheid, die gij bezit, want er is geen spoor van zoiets bij u aanwezig; maar gij zult wijs handelen, wanneer gij uw noden voordraagt. Roep: "o God, wees mij genadig, want ik heb Uw genade van node!" Leg het geval met uw kind bloot en zeg: "Want hij ligt op zijn sterven." Dit is de sleutel, die de deur der genade opent. Volgt gij mij, waarde toehoorders, gij, die niet bekeerd zijt? Is er in ieder geval in u een begeerte om tot de Heere Jezus Christus te komen, al is het dan ook alleen, omdat een tijdelijk leed u zwaar terneer drukt? Een paard heeft geen dozijn sporen nodig om het vooruit te krijgen. Die, welke nu uw zijde wonden, zijn scherp genoeg, en zij worden zo diep ingedrukt, dat gij het wel moet gevoelen. Luistert er naar, opdat er niet een zweep zowel als sporen nodig zijn om u in beweging te krijgen. Indien gij tot het uitverkoren volk des Heeren behoort, zult gij moeten komen, en hoe bereidwilliger gij dit doet, des te beter zal het voor u zijn. Komt terstond. Wees niet gelijk een paard, of gelijk een muilezel, hetwelk geen verstand heeft; maar komt tot Jezus, terwijl Hij zachtjes trekt. Al is het ook met zulk een zwak geloof, dat gij vreest dat het eerder ongeloof dan geloof is, nadert nochtans tot Hem. Komt juist zoals gij zijt, en ziet biddend naar Jezus op; want in dat bidden zal de hoop, ja de zekerheid der bevrijding liggen. Het grote hart van Jezus zal uw gebed gevoelen en zeggen: "Gaat heen in vrede."

Doen

Hij gaat! Hij gaat! Vind je dat geen wonder? Leg je eigen vertrouwen er eens naast? Als jij hetzelfde zou hebben gedaan, dan nóg zou je het een wonder blijven vinden, omdat je weet hoe groot het wonder in jouw eigen hart zou zijn. Laat staan als je dit niet herkent in je eigen leven en totaal het vertrouwen mist om Jezus op Zijn woord te geloven.
De man ging en we zullen in een van de komende dagen horen en zien dat Jezus hem onderweg toch nog een bevestiging gaf, voordat hij thuis was! Een numeriek, rekenkundig teken zelfs.
Het is zo'n bekend spreekwoord: 'we brengen wel alles bij de HEERE in het gebed, maar we nemen het na het 'amen' voor het merendeel weer op en sjouwen door'. Juist dan, wanneer je niet kunt merken/zien dat God zal verhoren of zelfs al verhoord heeft. Ik blijf dat vertrouwen een lastige zaak vinden; en juist dat doet mij verlangen naar de Jongste Dag, waarop ik nooit meer wantrouwende gevoelens in mijn hart voel opkomen. Wanneer ik Hem altijd en volkomen vertrouw, dien en liefheb.

vrijdag 4 december 2015

Een bekeringsverhaal met extra resultaat

Standbeeld van Andrew Gray (1828-1917) in het Zuid-Afrikaanse Wellington, waar hij op 18 januari 1917 overleed.


En velen der Samaritanen uit die stad geloofden in Hem, om het woord der vrouw, die getuigde:
Hij heeft mij gezegd alles, wat ik gedaan heb.
Johannes 4 : 39

Twee uit een stad? Nee er staat velen uit die stad geloofden in Hem. Die hadden dan zeker wel een hele lange bekeringsweg afgelegd, door diepe dalen, langs de angsten der hel; het haar zal hen te berge gerezen zijn, geestelijk, nietwaar? Ze zullen de slaande hand des HEEREN wel zwaar hebben gevoeld; in de derde hel verworpen en opgetrokken tot in de zevende hemel? Ik weet niet wie al dat soort termen bedacht heeft, maar ze vinden geen basis en stramien in Gods Woord. Wel lees ik dat hier mensen van een afwijkend joods-achtig geloof tot geloof komen, nadat één van hun stadsgenoten iets bijzonders heeft meegemaakt. Copy-paste-gedrag, zoals je bij veel opwekkingsbijeenkomsten en in veel hypercalvinistische kringen tegenkomt? Een echte GerGem-bekering, zoals ik quasi-rechtzinnige mensen soms hoor zeggen? Laten we liever naar Gods Woord luisteren.

Een grote volksbekering

De vader en naamgenoot van de bekende schotse opwekkingsprediker Andrew Murray, die eveneens werkzaam was in Zuid-Afrika, heeft sterk gebeden om een opwekking maar moest er lang op wachten. L.J. van Valen heeft over hem een boek – 'Geworteld in Zijn liefde' – geschreven en ik citeer iets uit een gesprek met hem, dat voorin een prekenbundel van Murray staat.

"Hij was een veelzijdig en kleurrijk leidersfiguur die van grote betekenis is geweest voor de kerk in Zuid-Afrika. Met veel toewijding gaf hij leiding aan een grote opwekking die er in 1860 plaats had. Van Murray's vader is bekend dat hij veertig jaar lang naar een geestelijke herleving had uitgezien. Elke vrijdagavond trok hij zich in zijn studeerkamer terug om ervoor te bidden. Toen hij de wonderen zag die de Heere in tal van gemeenten deed, riep hij in tranen uit: „Dat ik dit nog mag meemaken..." Murray Jr. merkte in het pastoraat dat mensen zich min of meer gelaten neerlegden bij hun falen en hun inwonende zonden. Meer dan eens hoorde hij gemeenteleden zeggen: ,,We blijven tot het laatst zondaar, nietwaar?" Daar was hij het op zich mee eens, maar de manier waarop zulke uitspraken werden gedaan, wees hij af. Mensen namen er genoegen mee. Zij berustten erin. Ze gebruikten die waarheid als een dooddoener. Na een weg van zoeken en tasten ontdekte Murray dat de Heere ons veel meer in de heiliging wil geven dan wij ons bewust zijn. In de weg van gebed en Bijbelonderzoek breekt Hij de heerschappij van de zonde in ons leven af. Christus is niet alleen de Gekruiste, maar ook de Opgestane. Daarom kunnen wij door de kracht van de Heilige Geest vorderen in de genade. De zonde is er wel, maar hij heerst niet meer over ons"
Overwinningsleven is een ontspoord begrip geworden. Niettemin is het waar – we stonden daar gisteren op de MannenBijbelstudieVereniging in Schoonhoven bij stil vanuit Romeinen 6 – blijven veel mensen hangen in de zonde die nog steeds aankleeft. In Christus zijn we – let erop: in Christus! – meer dan overwinnaars. De zonde is er wel, maar heeft geen recht van spreken meer. Hij is ons tot vijand geworden; we zijn een nieuwe schepping geworden. Het weidt te ver uit om over deze materie verder te schrijven. Wat ik wilde onderstrepen is vanuit het leven van vader en zoon Andrew Murray de begeerte en het verlagen naar een opwekking. Een helder zien wat zonde is, wat zonde doet en waar wij staan – na ontvangen genade – ten opzichte van de macht van de zonde.
De stadsgenoten van de zondares uit Sichar kwamen tot inkeer door het verhaal over de ontmoeting met Jezus. Daarin werd haarscherp duidelijk hoe de Messias te werk ging: Hij zei haar – legde bloot – alles wat ze had gedaan! Eigenlijk is dat de vooruitgeschoven Jongste Dag. Sommigen spreken van 'de vierschaar in het geweten' – een term die een zeer gevaarlijk eigen leven is gaan leiden (evenals dat overwinningsleven), maar het geeft wel iets aan van de kern van de ontmoeting met Jezus. Oog in oog met Hem staan is 'niet meer weten waar je blijven moet, vanwege je zonde'. Maar daar staat geen punt, dat drijft onherroepelijk uit tot Hem, met Wie je oog in oog staat. De vrouw heeft dat ondervonden en komt van die ontmoeting vertellen, met alle gevolgen van dien! Al moet ik er direct bijzeggen dat niet ieder van die mensen uit Sichar kreeg te horen 'alles wat hij/zij gedaan had'. Er zijn er zeker geweest die bij die ontmoeting werden getrokken door de liefde van Christus. Niet ieder ondervindt hetzelfde als hij of zij tot geloof komt. En er zijn er ook die al van jongsaf de HEERE mogen vrezen en liefhebben. Zij zullen gaandeweg hun leven, op een gelijkmatiger manier worden gevormd!

Een goede voorbeeldhouding

Wat heeft die vrouw precies gezegd? Wat heeft ze precies ondervonden, meegemaakt, doorleefd. De Bijbel vindt het blijkbaar niet nodig daar verder over uit te weiden. De vrouw heeft gewoon letterlijk gezegd; "Komt, ziet een Mens, Die mij gezegd heeft alles, wat ik gedaan heb; is Deze niet de Christus?" Dat was blijkbaar voldoende om de mensen per direct in beweging te zetten. Haar woorden kregen impact door de Heilige Geest. En ik geloof zeker dat haar woorden niet helemaal theologisch feilloos waren gevormd; ze stonden ook nog eens haaks op de theologie over de Messias van die dagen! Dus haar woorden hadden zo'n beetje alles tegen wat je maar kunt bedenken. En kijk eens wat er gebeurt: ze laten alles vallen en snellen de stad uit. Niet één of twee, maar velen!
Er moet nog iets geweest zijn, al staat het er niet met zoveel woorden bij. Ze vertelde – lees het maar in onze tekst: "Hij heeft mij gezegd alles, wat ik gedaan heb". Vind je het niet merkwaardig dat zij in levende lijve daar in Sichar is teruggekeerd? Is het niet wonderlijk dat ze nog woorden weet te vinden? Hoe geslagen en door God verbrijzeld was ze? Ik lees er niets van. Ze stond daar, getuigde en was een levend toonbeeld van Gods barmhartigheid en genade. Besef je hoeveel impact dát heeft?
Het is in de gereformeerde gezindten trendy om een verbrijzelend imago van de Godsontmoeting te schetsen en dat anderen op te leggen als maatstaf en regel. Ik kan je verzekeren, deze Samaritaanse vrouw past niet in dát orthodox-gereformeerde plaatje. En toch maakt de HEERE haar tot een toonbeeld, een illustratie, van Wie Hij werkelijk is. De mensen vluchten niet weg, zoals Lot uit Sodom en later zelfs uit Zoar, maar ze snellen naar Christus toe. En het feit dat de vrouw haar stadsgenoten daar deelgenoot van wilde maken – het hen ook zo gunde om bij Jezus te komen – wekte nieuwsgierigheid, verlangen en zelfs aanbidding.
We kunnen met recht verlangen naar een opwekking. Het wordt tijd dat we ons kerkelijk denken – zowel ter linker- als ter rechterzijde van de Koninklijke weg – weer eens goed naast de Schrift gaan leggen. Want we kunnen wel een spectaculaire opwekking wensen, maar als we dat wensen met de afgoden van hyper-calvinistische rechtzinningheid of orthodoxe Godsvertekening dan is er weinig hoop op een opwekking. Die vrouw werd aangezegd wat ze gedaan had, maar ze bleef niet wie ze was! Welke les trek jij er voor jezelf uit?