Posts tonen met het label aarde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label aarde. Alle posts tonen

vrijdag 20 oktober 2017

Speel geen spelletjes met satan!

“Ik zal niet meer veel met u spreken; want de overste dezer wereld komt, en heeft aan Mij niets.”
Johannes 14 : 30

Veel christenen onderschatten de gevaarlijke aanwezigheid van satan




In deze tijd waarin Halloween – nota bene op 31 oktober! – heel populair is geworden, lezen we over 'de overste der wereld' die komt. Daarnet zat ik achter een bus met een macabere plaat over een tentoonstelling over Halloween. Afschuw en horror geven mensen tegenwoordig blijkbaar een kick. Het spookhuis van vroeger voldoet niet meer. Hoe meer bizar, spectaculair en stuitend, hoe 'beter'. Hoe ver gaat die invloed van satan, dat mensen er geen probleem in zien?

Wij leven in een tijd, die omgekeerd is aan de tekst. De Koning van hemel en aarde komt en Hij zal alles in de hel wegwerpen, waar Hij niets aan heeft. Dat is de realiteit van de eindtijd. Daartegenover staat de werkelijkheid voor Gods kinderen: "En wij verwachten die dag met een groot verlangen, omdat we eindelijk bij Hem zullen zijn, Die ons heeft liefgehad met een eeuwige liefde!”

Spreken

Allereerst lezen we in de tekst dat Jezus vertelt dat Hij niet veel meer met Zijn jongeren zal spreken. Denk het je eens in dat Jezus het zwijgen ertoe gaat doen. Vind je dat ook niet aangrijpend en beangstigend? Is de situatie 'als God zwijgt' erger dan de hel voor je? Dan vind je Halloween walgelijk en vind je dat soort afbeeldingen, films en games ook weerzinwekkend en godslasterlijk. Dan is elke affiniteit met de hel, de satan en de demonen, iets dat je op grote afstand wilt houden. Jezus zegt in de tekst dat de overste van deze wereld 'niets aan Hem heeft'. Dat kon alleen Hij zeggen. En doordat dat ook zo is, moeten christenen de satan niet onderschatten. Want hij weet juist heel goed dat hij aan hen juist heel veel heeft. Maar daarover zo meteen.
Jezus zal niet veel meer met Zijn jongeren converseren. Dat betekent dat er een breuk aanstaande is en dat ze op eigen benen moeten gaan staan. Daarover was Hij in voorgaande verzen ook al best duidelijk. Toch denk ik dat deze woorden bij de discipelen een 1-dimensionale werkelijkheid hebben opgeroepen: radiostilte met Jezus; nu breekt het 'grote niets' aan. Echter, Jezus had ook gesproken over die andere Trooster, Die dingen aan hen zou leren (dus wel degelijk tot hen zo spreken), Die 'indachtig' zou maken en de kwartjes zou laten vallen (Hij riep Jezus' woorden weer tot leven in hen). Indirect bleef er dus spraken van het 'spreken van Jezus'.

Komen

Jezus doorzag de werkelijk problematiek als geen ander. Hij zag de satan komen. In Lukas 10 komen de zeventig discipelen weer terug bij Jezus, nadat ze overal het evangelie hebben gepreekt en wonderen hebben verricht; en opgetogen vertellen ze: “Heere, ook de duivelen zijn ons onderworpen, in Uw Naam”. Die euforie ontnam Jezus hen tóen al direct door te zeggen: Ik zag den satan, als een bliksem, uit den hemel vallen. Ziet, Ik geve u de macht, om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht des vijands; en geen ding zal u enigszins beschadigen. Doch verblijdt u daarin niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verblijdt u veel meer, dat uw namen geschreven zijn in de hemelen.”
Jezus richtte toen reeds hun oog op de werkelijkheid achter de werkelijkheid. Het is mooi als je 'machtiger' bent dan de duivelen, maar daarin ligt geen vastigheid. Je ziet dat terug in heel veel films, strips en games, waarin 'het goede' altijd momenten beleeft dat het niet is opgewassen tegen 'het kwade'. De meeste films lopen goed af, maar ze dragen allen hetzelfde motto: de macht van 'het goede' moet groter zijn dan de macht van 'het kwade'. Altijd weer is er de angst dat 'het kwaad' de kop op steekt. Die angst moet worden weggenomen door tegenkracht.
Maar dat is niet de weg die Jezus wijst. Zo zul je het nooit redden en altijd weer zal het dan ongewis blijven of 'het kwaad' misschien niet toch weer nieuwe wapens heeft uitgevonden, dat het je te slim af is… Zo zal de vernietiging alsnog het laatste woord hebben.
Daarin zie je dat deze wereld behekst is door angst, omdat er in de wereld nooit vastigheid en zekerheid bestaat over de definitieve overwinning. Als de mensheid het in eigen kracht moet fixen, zijn we ten dode opgeschreven. Want vergis je niet: de overste dezer wereld komt (en is gekomen!). Jezus zag hem al uit de hemel vallen. En denk niet dat dat vlak voor de zondeval gebeurde!
Jezus kreeg daar in Lukas 10 een voorproef van Zijn overwinning op Golgotha, over dood, graf en hel heen! En nu breekt dat moment aan, waarop Hij wel dwars door de dood in de heerlijkheid van Zijn Vader zal terugkeren, maar Hij ziet ook Zijn jongeren… die zullen met die 'overste dezer wereld' in conflict gaan komen!
Nogmaals, vergis je niet in de macht van satan. Dat zeg ik niet om je bang te maken, maar speel geen spelletje met hem. Jezus verbiedt het je, omdat je op Hem moet vertrouwen. Doe als Luther – nu we het toch over 31 oktober hebben – die menigmaal door satan werd belaagd en hem telkens weer duidelijk liet merken dat Luthers zekerheid vast lag in Jezus Christus en Die gekruisigd! Maar Luther is er evenzeer een toonbeeld van dat je niet moet spotten met satan. Zijn macht is reëel en vele malen vernietigender dan de sterkste macht van een mens. De pot inkt van Luther kon satan niet wegjagen; zijn zingen van psalmen daarentegen wel!

Verstoren

Jezus stelt dat de satan wel komt, maar aan Hem niets heeft. Toch zie ik Hem kruipen in de hof; toch hoor ik Hem angstig en afgemat roepen aan het kruis: “Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” Je kunt misschien zeggen dat daar niet de satan aan het werk was, maar dat de breuk met Zijn Vader, vanwege de zondelast, Hem radeloos van angst maakte. Ik wil dat wel be-amen, want vlak naast de macht van satan de macht van de zonde ook niet uit! Toch is het waar dat satan aan Hem niets had.
Satan kwam in de arena van Goede Vrijdag op Jezus aan om Hem uit het zadel te wippen, Hem te laten struikelen in zonde, Hem te verleiden de makkelijke weg te kiezen. Dat zou hem echter niets baten, omdat hij misrekende met de macht van Jezus over zonde en angst.
Maar denk nu niet dat Jezus satan zozeer heeft overwonnen dat hij niets meer kan. De kop van de slang is wel vermorzeld, maar zijn staart kan nog rake klappen uitdelen. Dit ‘monster van Loch Ness’ weet dat zijn tijd nog maar kort is. Daar is de Bijbel duidelijk over. En elke satanische wereldmacht reageerde hetzelfde: als het merkte dat de ondergang nabij was, werden ze nietsontziend en allesverwoestend. Als overwinnen geen optie meer is, dan moet er maar zoveel mogelijk kapot! Als satan Jezus niet heeft kunnen tackelen, dan moeten Zijn kinderen het maar ontgelden. Natuurlijk weet de satan wel dat hij met die actie Jezus’ overwinning niet meer ongedaan kan krijgen. Maar hij zal er alles aan doen om Hem zoveel mogelijk te krenken. En wees eerlijk: onze Heere en Heiland is nergens zo zeer door gekrenkt als dat Zijn bruid Hem ontrouw is, Zijn Vader smaad en een karikatuur van Hem maakt door theologische of ongelovige theorieën. Onze bruidegom is nergens zo door gekrenkt als door het negeren van Hem, het bedroeven en uitblussen van de Geest en het vergeten van de grote Huwelijksdag, de Jongste Dag. Bedenk dat Jezus naar je staat te kijken als je je inlaat met zaken als Halloween, zaken die horen bij het rijk van satan. Voor Hem was de dood naast de Godverlatenheid het meest onterende dat er bestond; hoe kunnen wij er dan een gezellig griezelfeestje van maken? De dood is net als de satan, onze vijand, omdat ze Christus' vijanden zijn!
En voordat je denkt dat ik alleen inzoom op Halloween… dat geldt voor alle zaken die ons van Hem afhouden, die ons Zijn grote Dag doen vergeten en die ons hinderen om de lof aan Hem te brengen in het midden van de gemeente en in ons gezin. Laat niets de relatie met de HEERE verstoren!

donderdag 24 september 2015

Hemels spreken of aards praten?



Het verschil tussen hemel en aarde als beeld voor Jezus en Johannes
 
“Die van boven komt, is boven allen; die uit de aarde is voortgekomen, die is uit de aarde, en spreekt uit de aarde. Die uit den hemel komt, is boven allen.”
Johannes 3 : 31

Het zijn nogal spirituele zinsneden die Johannes de Doper hier gebruikt. En ze moeten juist zijn discipel Johannes hebben aangesproken. De Evangelist Johannes heeft een poëtische en en wat filosofische inslag. De klik tussen deze twee Johannessen boeit me steeds meer.

Wijsgerige woorden

Al eerder had De Doper zulk soort woorden gebruikt over Jezus: “Deze was het, van Welken ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geworden, want Hij was eer dan ik.” (Joh. 1:15b) En net als bij het Bijbelboek Openbaringen vraag ik me dan af: zullen de lezers en hoorders van Johannes de Evangelist en Apostel zijn woorden begrepen hebben? Juist ook deze woorden moeten de mensen toch wonderlijk in de oren hebben geklonken? Johannes de Doper stond hier niet op de Areopagus of zo. Nee, er stonden romeinse militairen, tollenaars, hoeren, eenvoudige zielen en farizeeën voor hem.
Wat zegt hij daar dan met die woorden “Die na mij zal komen was er al ver voordat ik kwam”? Je dan toch gaat op zijn minst denken aan iemand die je al eerder hebt gezien. Alsof Johannes er een raadseltje van maakt; en is dat wel de bedoeling van preken? Preken behoren toch helder en duidelijk te volgen te zijn? En wanneer de mensen uiteindelijk zien Wie Johannes met die woorden bedoelden – Jezus van Nazareth – dan zullen enkele scherpzinnigen vast opmerken: maar Hij is toch een half jaar na jou geboren, Johannes? Hoezo: eer ik was, was Hij er al? Daarbij komt dat Johannes eigenlijk nergens zijn woorden heeft toegelicht. Hooguit met deze woorden, toen hij Jezus zag komen: “Kijk daar, het Lam Gods!” Moeten we de betekenis van die vreemde woorden misschien zoeken in het antwoord dat God de Vader Zelf geeft: “Deze is Mijn geliefde Zoon…”?

Weerleggende woorden

De woorden van vandaag roepen eveneens zulke vragen op. Laten we eerst eens letten op het doel van deze woorden. Hier worden aarde en hemel tegenover elkaar gezet. En als je goed leest, worden met deze woorden diverse grote monden gesnoerd. Er worden allemaal vragen gesteld over de positie en het gezag van die rabbi uit Nazareth. Hij ontpopt Zich volgens sommigen duidelijk als een concurrent van Johannes. De mensen zetten Johannes en Jezus op één lijn en spelen ze als het ware tegen elkaar uit. En dan grijpt Johannes in. Niet vanwege zijn eigen positie, maar om die van Jezus!
Hij zet als het ware een dikke streep onder de woorden van God de Vader: “Deze is Mijn geliefde Zoon”. Hij is geen concurrent; Hij is geen gewoon mens. Hij is afkomstig uit de hemel. Hij is boven alles en allen. En… Zijn woorden hebben veel meer gezag dan de mijne. En daarom formuleerde God de Vader het zo buitengewoon goed op de Berg der Verheerlijking, toen Hij sprak: “Deze is Mijn geliefde Zoon; hoort Hem!”
Jezus is niet een wervelend spreker die al pratend het overzicht in de gaten probeert te houden. Hij hoeft niet continue Zijn woorden te toetsen aan de Schriften, of het allemaal wel klopt wat Hij zegt. Want Hij is de bedenker van het Woord. En wat Hij zegt komt daar naadloos mee overeen. Wat Hij zegt, kun je 1op1 overnemen en blindelings vertrouwen. Het zijn waarachtig weerleggende woorden, die Johannes hier spreekt. Meer dan ik voor mogelijk hield, toen ik ze voor het eerst las.

Weloverwogen woorden

Johannes zegt dat Degene uit de hemel komt, hemelse dingen spreekt. En wie uit de aarde is, dus elk mens, die spreekt uit de aarde. Nu is die term ‘uit de aarde’ bijzonder negatief in ons jargon binnen de kerk. We gebruiken die term vaak, wanneer we de mens op zijn plek willen zetten: wij zijn uit de aarde aards. Maar zo is het hier niet bedoeld. Mensen behoren bij de aarde en spreken – zeker sinds Genesis 3 – op een aards niveau. Ook na ontvangen genade (lees de Kanttekeningen maar). Ook een begaafd prediker, die door de Heilige Geest diepe inzichten mag hebben gekregen, zal de beperking van zijn verstand ervaren, wanneer hij zich al dieper verlustigt in God. Ons verstand is eindig en beperkt. Zelfs grootse denkers komen woorden tekort, wanneer zij Gods innerlijk, Zijn barmhartigheid, Zijn heiligheid etc. zouden moeten beschrijven. Ze zijn immers niet in de hemel geweest en zijn er al helemaal niet opgegroeid. Dat maakt, dat Jezus zulke diepe – en voor de mensen merkwaardige – dingen kon zeggen. Het heeft soms lang geduurd voordat Zijn woorden werden begrepen. Terwijl Hij naar menselijke woorden zocht om het hen duidelijk te maken. Telkens weer blijkt dat we de Heilige Geest nodig hebben om het werkelijk te snappen; en dan toch ook elke keer weer in beperkte mate. Het moet voor Jezus ook een bijzondere kwelling zijn geweest dat Hij zoveel moest uitleggen over Zijn Vader en de hemelse heerlijkheid. Die onkunde, dat onbegrip van ons mensen. Ik begrijp wel dat Hij regelmatig moe was en de eenzaamheid zocht om met Zijn Vader weer op niveau te praten. Ja, ik verhef me er maar niet boven, want hoe vaak praat ik liever op aards niveau – simpel en plat – dan op hemels niveau – diepzinnig en geestelijk hooggestemd? Ook op een Bijbelkring of in een gesprek na de dienst…

Waarschuwende woorden

Toch zijn de woorden van de tekst niet denigrerend. Ze zeggen niet dat we als mensen ook maar hemels moeten gaan praten omdat dat aardse zo laag van niveau is. Nee, we kunnen eenvoudig Jezus niet imiteren. Laten we het dan ook niet proberen. Laten we niet gaan praten over dingen waar we als mens geen verstand van hebben. Praat dus niet over geloofszaken, als je tegelijkertijd roept dat je nog eerlijk onbekeerd bent. Spreek ook niet wijsgerig over de hemelse dingen, als je niet een ootmoedige houding wilt aannemen die laat merken dat je slechts zoekt naar woorden. Maar… deze woorden waarschuwen ons tegelijk wel voor het gevaar dat we aards blijven denken en spreken. We moeten staan naar verdieping en groei. En dat kan onmogelijk zonder de Heilige Geest. En hoe zouden we kunnen spreken, als we niet eerst goed hebben geluisterd? Zittend aan Jezus’ voeten. En laten wij, wanneer we spreken, dan ook geen concurrent van Jezus zijn (om de kwestie in onze tekst eens om te draaien) door de aandacht van Hem op ons te vestigen wanneer we wijze dingen roepen en beschouwen. Laat heel ons spreken, net als bij Johannes de Doper, één grote heenwijzing naar Christus zijn. Dan worden onze woorden misschien niet in een boek opgeschreven of in de krant vermeld, maar dan worden ze wel geschreven in het boek van het Lam, in de hemel.
En straks, als we eeuwig bij Hem zullen zijn, zullen we niet langer aards spreken, maar hemels denken en aanbidden. Verlang je daar naar? En verlang je ook daar nu al mee bezig te zijn?

woensdag 1 april 2015

Het paradijs en de hemel op aarde

"Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld.
Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend; maar Ik heb U gekend, en dezen hebben bekend, dat Gij Mij gezonden hebt.
En Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt, en zal Hem bekend maken; opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij, en Ik in hen."
Johannes 17 : 24-26

Soms hoor je mensen – zeker in een tijd van vakantie – spreken op een plaats waar ze zijn geweest; ze zeggen dan: "Het was echt een paradijs!" Paradijs is gek genoeg een woord dat wel geassocieerd wordt met de Hof van Eden, maar daar nergens wordt genoemd. Salomo is de eerste die het woord gebruikt in de betekenis van lusthof of park (Hooglied 4 :13). Vervolgens spreek Jezus tegen de moordenaar aan het kruis over het paradijs (de hemelse heerlijkheid), is Paulus opgetrokken geweest in het paradijs en sluit Christus Zelf af in Openbaringen 2:7 met de woorden: "Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is."En dat is de plek waar Jezus ook over spreekt in onze dagtekst.

Een bevoorrechte positie op de aarde

De wereld heeft God niet gekend. Die woorden zouden de suggestie kunnen wekken dat de wereld er dus niks aan kan doen. Echter, de wereld heeft God wel gekend (in Genesis 1-3), maar heeft Hem de rug toegekeerd, Zijn beeld vertrapt en in navolging van Kaïn een verwrongen beeld van God aan het nageslacht doorgegeven. En dat laatste gaat tot op de dag van vandaag door. Nou, laat ik het juister zeggen: er is in de zondvloed niemand van het nageslacht van Kaïn overgebleven (of het moet misschien een van de schoondochters van Noach of zelfs zijn eigen vrouw zijn geweest); dat geslacht is reeds voor de Jongste Dag uitgeroeid. Echter, de nazaten van Noach hebben die keuze tegen God opnieuw gemaakt. Zij hebben Gods toorn van nabij meegemaakt, maar de chamieten spotten, de jafetieten gingen op in het vergankelijke en het overgrote deel van de semieten is een pseudo-godsdienst, een afgietsel van de dienst aan de ware God, begonnen.
Met Abraham maakte de HEERE weer een nieuw begin, door hem uit het afgodendom te halen en hem weer in contact te brengen met de ware en levende God. Was dat oneerlijk ten opzichte van Abrahams tijdgenoten? Nee, het was diepe genade dat de HEERE ook Abraham niet aan zijn lot overliet, alsmede Loth. Hij maakte Abraham tot een vader aller gelovigen. Een bevoorrechte positie op aarde. 
Jezus zegt in onze tekst hetzelfde te hebben gedaan met de Zijnen. Hij maakte hen de naam (het wezen, het karakter en de heerlijkheid) van Zijn Vader bekend. Niet om hen positief te discrimineren ten opzichte van de rest van de wereld, maar om door hen de wereld tot het God terug te brengen. Dat is onze missie op aarde naast ons dagelijks werk. Wel zeker een bevoorrechte positie op aarde. Maar met het oog op een nog veel bijzonderder plaats: het paradijs.

Een bevoorrechte positie in de hemel

Wie ergens verrukt over is, kan als de beste uitleggen wat daar zo mooi en heerlijk aan is. Wie ergens geweest is waar hij enthousiast over is geworden, prijst dat aan anderen zo vurig aan, alsof hij die ander bij de arm kan nemen en meeslepen naar dat mooie, dat indrukwekkende.
Christus kan als geen ander beschrijven hoe de hemelse heerlijkheid voelt, functioneert en gestalte krijgt. Hij noemt het in onze tekst "Mijn heerlijkheid … die Gij Mij gegeven hebt". Hij benoemt het een gekregen heerlijkheid.
Als je bij je ouders woont in een bijzonder en/of mooi huis, dan kun je vertellen hoe mooi dat huis is, maar die ander moet het zien, ervaren, om te weten hoe waar je woorden zijn. Ja hij of zij moet de sfeer proeven, zich een voelen in dat wat jou zo diep raakt. Zo bidt Jezus, op een steenworp tijds afstand van Zijn diepe lijden, tot Zijn Vader die Hem zal gaan verlaten vanwege de zonde der mensen. Hij bidt, smeekt, dat de Zijnen ook de heerlijkheid van dichtbij mogen zien, ja mogen beleven. Dat is als het ware een bevoorrechte positie. Vandaag was ik bij de opening van de schilderijententoonstelling van Jip Wijngaarden, in de Oude Kerk van Delft. Een bijzondere ervaring. Ook heb ik het boek met haar schilderijen, maar ze live zien is verreweg het beste. Je moet ze ervaren, het soms vol reliëf zittende werk, de kleuren en gelaatsuitdrukkingen, de boodschap, de sfeer. Het is zeker een bevoorrechte positie deze schilderijen live te mogen zien, er als het ware met je neus op te zitten, ze te ervaren en alle indruk op je te laten hebben.
Welnu, dat is nog maar een schamele vergelijking met de hemelse heerlijkheid. Jezus prijst die in Zijn gebed aan en wenst ze de Zijnen toe. Hij wil dat waar Hij is (let op: is) ook de Zijnen die de Vader Hem heeft gegeven zullen zijn. Pas dan zullen ze – zo zegt Paulus het – zien hoe Hij is. Pas dan zullen ze kennen zoals ze gekend zijn. Pas dan zullen alle tranen echt van de ogen worden afgewist. Dan vallen alle sluiers af en is God alles en in allen. Zo over de hemel te praten is spreken over een bevoorrechte positie met de wetenschap erbij waarom je er wilt zijn. Niet om niet in de rampzaligheid te komen (dus een behoeden voor rampzaligheid), maar om de eeuwige heerlijkheid van Jezus, ja van de Drieënige God te genieten en ervaren.

Een achtergestelde positie in de hel

Hoe tegengesteld – dat moet me nog even kort van het hart – is je positie in de hel! Ik beschrijf het slechts kort in de tegen-zinnen van onze tekst:
  1. Wij zullen dan niet zijn waar Hij is;
  2. Wij zullen dan niet mogen zien (ervaren) wat Jezus' heerlijkheid is;
  3. Wij zullen dan niet aanbidden en zien dat de Vader volledige liefde heeft tot Zijn Zoon;
  4. Wij zullen dan niet erkennen dat Jezus door Zijn Vader is gezonden;
  5. Wij zullen dan niet worden vervuld van de liefde, waarmee de Vader Zijn Zoon liefheeft;
  6. Jezus Zelf zal niet in ons zijn en dus ook niet onze Verlosser en Redder zijn.
Wat voor heerlijkheid denk je buiten Christus te vinden? Hoe duurzaam is dat genieten? Hoe uitzichtloos en kortzichtig! Buiten Christus' heerlijkheid is buiten het paradijs… en dus nu reeds de hel op aarde en straks zonder ophouden voor eeuwige wroeging in al zijn gruwelijkheid… had ik maar! Je zult maar buiten het gebed van Jezus vallen! Dat ligt niet aan Hem, maar dan heb je niet gewild dat Hij Koning over je was. Dat hoeft niet. Daarom raden deze woorden van Jezus' gebed je aan die heerlijkheid in en bij Hem te zoeken… voor het te laat is!

maandag 2 februari 2015

Grote tekenen, maar God was er niet in

"En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet; en na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet…"

1 Koningen 19 : 11b-12a

Elia heeft de vernietigende kracht van een orkaan, een aardbeving of hemelvuur vlak voor zich gezien, maar… God was er niet in!



De elementen aarde, wind en vuur spreken spirituelen erg tot de verbeelding. Samen met water vormen ze de basiselementen en de vier segmenten van de horoscoop. Niet dat ik je met die kennis wil belasten, maar soms vraag je je af, waar occultisten en aanverwanten hun kennis en theorieën vandaan halen. Ik ben ervan overtuigd dat in de occulte wereld niets zelf verzonnen is, maar alles nageäapt door satan en veelal omgekeerd toegepast. God gebruikt hier drie elementen, wind, aarde en vuur en laat Elia in een spiegel zien, waar hij zijn verwachting op stelde. Spiritualiteit en occultisme spreekt tot de verbeelding, maar voor je het weet heeft het je in zijn greep. Macht en kracht spreken eveneens tot de verbeelding. Elia moest leren dat het niet door kracht, niet door geweld zou geschieden, maar… door Mijn Geest, Die Zich manifesteerde, zoals Hij dat ook in de Hof van Eden deed.

Wind

Achter Elia's woorden zit niet alleen teleurstelling. Elke teleurstelling creëert een geest van boosheid over het onrecht. Er zal vast wel een wetenschappelijke verklaring zitten over wat die boosheid voor stofje in je hersenen aanmaakt, zodat je 'er' weer tegen kunt of zo. Maar dat neemt de kern niet weg: de boosheid die, hoe gering ook, vrijkomt, komt voort uit onze oude mens. Het feit dat God grote krachten aan Elia laat zien, wijst erop dat Elia moet leren dat het niet in kracht gelegen is, of er overwinning is.
Wind is een fenomeen, dat in de Bijbel tamelijk regelmatig voorkomt. Middels krachtige wind liet God de wateren van de zondvloed stilstaan (Gen. 8:1).
God gebruikte de wind om het volk Israël te voorzien van kwakkelen (Num. 11:31).
En nog onlangs had Elia het geweld van de wind ervaren, waardoor hij Achab moest aansporen om snel naar Jizreël terug te rijden (1 Kon. 18:45). Dat leek het geweld van God te zijn, maar in die krachtige wind – die weliswaar de langverwachte regen voortbracht – was het werkelijke resultaat niet waar Elia op had gehoopt.
En ook in onze dagtekst scheurt de wind de bergen wel, zodat er brokken steen naar beneden tuimelen, misschien wel rakelings langs Elia heen, maar… dat geweld is nog geen liefelijk aangezicht van God. God is er niet in. We lezen wel dat God Zich aan Elia wilde vertonen: de HEERE 'ging voorbij'. Dat doet me denken aan Jezus, Die wandelend op de golven 'voorbij wilde gaan'. Ds. A.J. Kunz legde dat jaren geleden eens uit als wilde Jezus Zijn almacht tonen aan Zijn jongeren. Een prachtige en diep lijn…
In onze tekst merken de Kanttekenaren op bij dat 'voorbijgaan': "De Heere is aldus Elia verschenen, om hem te verzekeren van Zijn tegenwoordigheid, te onderwijzen van zijn goddelijke eigenschappen, en te versterken in Zijn dienst, opdat hij overwonnen hebbende de vrees der mensen in zijn roeping standvastiglijk zou voortgaan." Geen riet, dat door de wind heen en weer bewogen wordt, maar de zwaarste stormen trotserend…

Aarde

Het natuurgeweld is dus een oefening voor Elia. Maar… God  was niet merkbaar in dat natuurgeweld. Daarbij wordt door de Kanttekenaren aangemerkt: "De Heere is wel overal, maar niet op allerlei manier. Hij is in den wind, in de aardbeving en in het vuur niet geweest ten aanzien van Zijn goddelijke aanspraak, maar alleen ten aanzien van de openbaring van enige goddelijke eigenschappen." De HEERE is wel alomtegenwoordig, maar dat betekent nog niet dat we Hem overal in herkennenl, laat staan dat we Hem er beter door leren kennen. Wij zijn uit de aarde aards… uit stof geformeerd en we zullen, zo de Jongste Dag niet eerder aanbreekt, tot stof weerkeren.
Was het in het voorgaande de bulderende orkaan die de steenrotsen deed afbrokkelen, nu scheurt de basis van de bergen, de aarde. En dan te bedenken dat de mensen in die oude tijd nog meenden dat de aarde plat was… dat betekent dat de aarde kon breken en waar val je dan heen?
Het is diezelfde aarde die op de eerste Paasmorgen schudt, wanneer een engel bij het graf in de Hof van Jozef van Arimathéa neerdaalt. Het is eenzelfde aardbeving, die de aarde en de rotsen doet scheuren, op de allerbeste Vrijdag die de wereld ooit heeft gekend. Zó zelfs dat niet alleen de graven open breken, maar ook de doden opstaan. Als voorproef van de grote en doorluchte Jongste Dag die komen gaat.
Maar hier in onze tekst is God niet in de aardbeving. Wat een impact moet het op Elia hebben gehad, ondanks de wetenschap dat God het wel was Die dit ontketende. Elia wist dat de HEERE er was, maar niet ín dat geweld van die aardbeving!

Vuur

De krachten stapelen zich op. Eerst het gebulder van de wind, daarbij het gedaver door de ferme aardbeving. En als klap op de 'vuurpijl' een serie helle lichtflitsen. Ook dat herkende Elia… van de Karmel. Vuur van de hemel. "Spreek o God, laat Uw volk zien, als door de bliksem getroffen, dat U God bent!" Ze hebben het geweten, het volk, de koning en Elia.
Maar nu, opnieuw vuur. Het zal niet hebben ondergedaan voor het vuur op de Karmel. Wanneer God met vuur spreekt is er veelal verbolgenheid. Maar zelfs dát merkt Elia hier niet op. Het is vuur, van een bovennatuurlijk geladenheid, maar… God is er niet in. Geen enkele reactie van God, na de vuurklap.
De Boanerges, de zonen des donders, zouden gejuicht hebben als ze dit vuur hadden gezien. Wat dacht je, als ze erbij waren geweest, op de Karmel. Het had hen hoogstwaarschijnlijk tegengevallen dat dat vuur van de hemel die goddeloze koning Achab en zijn trawanten niet had gedood. Was God eigenlijk wel in dat vuur op de Karmel? Ja, het was Zijn antwoord en het volk was op de grond gevallen maar daarna bleef het toch erg stil.
O, denk niet dat God nooit wat met vuur heeft. Het waren Jezus' Eigen woorden: "Ik ben gekomen, om vuur op de aarde te werpen; en wat wil Ik, indien het alrede ontstoken is?" (Lukas 122 : 49). De Kanttekenaren lichten dat toe: "Dat is, de leer des Evangelies, welke in zichzelve en ten aanzien der gelovigen ene leer des vredes is, maar door de boosheid der mensen, die haar niet willen verdragen, wordt zij een vuur der vervolging en aanleiding van tweedracht." Maar wat wil ik nog meer, constateert Jezus, het is al aangestoken. Opmerkelijk is het dat Jeremia tegen het volk moet zeggen: "Is Mijn woord niet alzo, als een vuur? spreekt de HEERE, en als een hamer, die een steenrots te morzel slaat?" (Jeremia 23 : 29). Wie denkt daarbij niet aan de aardbeving en het vuur bij Elia, hier op de berg Sinaï? 
Is de twist over geloofszaken ook niet vaak een vuur, waarin God niet is? Zeker, we moeten grenzen stellen. We kunnen niet alles maar goed vinden, maar… een godsdienst zonder geloof in Christus is als een vuur zonder passie. Dat is slechts een verterend vuur, zonder enige opbouw!
Vuur… de aarde zal eenmaal niet door water, maar door vuur vergaan; de hel is gevuld met onuitblusselijk vuur. Maar dat is niet het doel dat God voor ogen heeft. Het vuur zal niet het laatste woord hebben. Zo ook hier. Er is nog één element over: lucht, adem of … geest; Geest. Dat zullen we morgen zien.


Wat is het belangrijk dat we God werkelijk kennen. Telkens weer zullen we er achter komen dat de HEERE zo geheel anders is. Zijn wegen zijn hoger dan de onze. Zijn gedachten hoger dan de onze. Zalig ben je als je dat gaandeweg je leven meer gaat ontdekken. Dat maakt Hem niet onbereikbaarder; integendeel! Juist dat grove natuurgeweld hoort bij het godsbeeld dat de wereld van God tekent. Ook de godsdienstige wereld in de kerk! Maar wie de HEERE écht heeft leren kennen, heeft het ongedachte, onbegrijpelijke en onpeilbaar diepe van Gods vriendelijk aangezicht leren zien. En dat is een vuur, dat God in je hart wekt, waar je steeds meer van wil ervaren. De beperktheid van dit ondermaanse stelt je keer op keer teleur. Hoe voedt het evenwel het verlangen om Zijn aangezicht eeuwig, ongestoord te mogen zien en aanbidden! Herken je het? Laat het stil worden. Want in de stilte schiep God, in de stilte streed Jezus, in de stilte stond Hij op en in de stilte werkt Gods Geest in je hart. Totdat het oorverdovende geluid van de laatste bazuin aanbreekt. Ja dan! Dan breekt alle natuurgeweld los. Een dag waarop mensen zullen gillen: "Bergen bedek ons…" Een onzinnig gebed. Maar voor Gods kinderen zal juist die dag iets zijn om naar uit te zien. Met een groot verlangen!


Psalm 130 vers 2 en 3
Zo Gij in 't recht wilt treden,
O HEER, en gadeslaan
Onz' ongerechtigheden,
Ach, wie zal dan bestaan?
Maar neen, daar is vergeving
Altijd bij U geweest;
Dies wordt Gij, HEER, met beving,
Recht kinderlijk gevreesd.

Ik blijf den HEER verwachten;
Mijn ziel wacht ongestoord;
Ik hoop, in al mijn klachten,
Op Zijn onfeilbaar woord;
Mijn ziel, vol angst en zorgen,
Wacht sterker op den HEER,
Dan wachters op den morgen;
Den morgen, ach, wanneer?