Posts tonen met het label Johannes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Johannes. Alle posts tonen

vrijdag 1 september 2017

Begreep Jezus de vraag van Judas eigenlijk wel?

“Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen en zullen woning bij hem maken.”
Johannes 14 : 23
 
Hoogsensitieve en hoogbegaafde mensen hebben oog voor detail, vragen door, denken zwart/wit en leggen de lat hoog; waarschijnlijk was Judas de Goede zo iemand en hadden hij een Johannes een bijzondere geloofs-click

Die Judas! Stelt hij een vraag en krijgt hij eigenlijk hetzelfde te horen, als Jezus net vóór die vraag al heeft gezegd. Soms krijg je een antwoord op een vraag, of een voorstel dat op een bepaalde manier is verwoord, waarbij je je afvraagt: “Heb je m’n vraag wel begrepen?” En ik moet eerlijk zeggen dat ik dat bij Jezus’ antwoorden heel vaak heb: is dit nu het antwoord op de vraag die is gesteld? De invalshoek die Jezus bij Zijn antwoorden kiest, is zeker niet een voor de hand liggende!
Bij een normaal mens zou ik hebben gezegd: “Hebben we het wel over hetzelfde?” of “Je snapt mijn vraag niet.” Maar bij Jezus ga ik toch maar eens goed kijken wát Hij zegt. Want het kan niet zo zijn dat Hij mijn (of Judas’) vraag niet heeft begrepen. Zijn antwoorden zijn niet onze (verwachtte) antwoorden. Daarom ga ik dit antwoord leggen naast vers 21, waar Jezus ogenschijnlijk dezelfde dingen zegt. En we gaan kijken wat dit antwoord Judas – én de discipelen alsmede ons – leert.

Goed luisteren

Allereerst moet ik zeggen dat Judas voor mijn gevoel de enige is die goed heeft geluisterd. Hij ziet al luisterend de verbanden, de lijnen in Jezus’ verhaal. Zijn vraag is dus opgekomen uit een lijn die hij ontdekte, maar niet geheel begreep. Je wordt door het woord ‘openbaren’ misschien op een verkeerd been gezet (als zou Judas een vraag stellen over Jezus’ woorden in vers 21), maar Judas grijpt eigenlijk terug op wat Jezus al een zin of vijf eerder zei. Kijk maar, we luisteren naar Jezus’ woorden vanaf vers 15:
"Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden. En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid; namelijk den Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn. Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u. Nog een kleinen tijd, en de wereld zal Mij niet meer zien; maar gij zult Mij zien; want Ik leef, en gij zult leven. In dien dag zult gij bekennen, dat Ik in Mijn Vader ben, en gij in Mij, en Ik in u. Die Mijn geboden heeft, en dezelve bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader geliefd worden; en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelven aan hem openbaren.”

Judas luisterde scherp en legde de verbinding tussen het ‘openbaren’ en ‘de wereld kent Mij niet’. Hij voelde de spanning in het ‘de wereld zal Mij niet meer zien, maar gij zult Mij zien’. Hij voelde aan dat er een scheiding gaat komen tussen hen en de wereld. Maar wat hield dat precies in en hoe zou dat dan gaan? Er op de achtergrond van Judas’ vraag vermoed ik zelfs die woorden van Jezus, nog een zin eerder: dat “de Wereld de Heilige Geest níet kan ontvangen” maar dat Hij in Zijn jongeren wél blijft wonen. Dat was voor hem iets wonderlijks. Iedereen kon Jezus toch zien? Gaat er nu dus een scheiding plaatsvinden in een ‘andere dimensie’?
Eerder al had Jezus zo’n zelfde soort scheiding gemaakt, tussen de wereld en de discipelen, toen Hij besloot voortaan in gelijkenissen te spreken en het enkel in de intieme kring van de discipelen toe te lichten. Maar als Jezus nu dus zegt weg te gaan, hoe gaat Hij die exclusieve uitleg dan realiseren? Snap je dat Judas hier iets heel duidelijk ‘aanvoelt’, maar de praktische invulling daarvan nog niet bevat. Luisterde iedereen maar zo scherp. Dan zouden veel preken een beter resultaat in de gemeente hebben. En … zaten maar meer preken zo in elkaar, als Jezus’ preken, dan zouden er misschien ook wel meer goede Judassen in de gemeente opstaan, die vragen stellen over dingen die ze aanvoelen, vermoeden, maar nog niet geheel doorgronden. Die begerig zijn in te zien in de geheimen van God, net als de engelen! Die bidden met de dichter van Psalm 119: “maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere", en “Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen” en “O HEERE! … maak mij verstandig naar Uw woord”. Dan zit je toch op het puntje van je stoel, bij zo’n preek? Dan kun je het toch niet hebben dat mensen slapen tijdens de dienst of direct na de dienst beginnen over het weer of over die of die? Dan kun je het ook niet hebben, als predikanten een preek maken van opgestapelde waarheden, zonder dat daar werkelijk leven in zit!

Tweemaal hetzelfde?

Nu naar die twee ogenschijnlijk dezelfde teksten:
Vers 21: “Die Mijn geboden heeft, en dezelve bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader geliefd worden; en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelven aan hem openbaren.”Vers 23: “Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken.”

Zelf vind ik vers 23 een stuk duidelijker, ook naar alle remonstrantse denkers toe, dan vers 21. Want in vers 23 vloeit het bewaren van Gods Woord voort uit het liefhebben van God Zelf. In beide gevallen wordt de link dus gelegd tussen liefhebben en bewaren. En dat woord ‘bewaren’ is een nogal omstreden begrip.
Het woord kun je uitleggen vanuit de grondtekst als het ‘bewaken’ van een gevangene, of ‘conserveren’ van een kostbaar object. Dan zijn we vooral bezig met het afschermen van dat te beschermen object! Gods Woord wordt dan iets dat streng bewaakt moet worden, afgeschermd met allerlei regeltjes die als een hermetische kluisdeur moeten fungeren.
Je kunt het ook vertalen met ‘reserveren’. Dan loop je het gevaar anderen buiten te sluiten en je reserveert, conserveert of exclusiviseert het zelfs voor een bepaald publiek, waardoor het wel een heel bezitterig gebeuren wordt. Gods Woord wordt dan exclusief voor intimi.
Echter, je kunt het ook opvatten als ‘onderhouden’, dus in de praktijk brengen en er serieus én actief mee omgaan. Wel, het lijkt me duidelijk dat Jezus de liefde tot Hem graag geassocieerd wil zien met het ‘tot uitvoering brengen’ en ‘koesteren’ ja, zelfs ‘liefhebben’ van Zijn geboden, Zijn Woord. Daar heb je smaak in, als je tenminste van Hem houdt! Liefde tot Hem is dus ook liefde tot wat bij Hem vandaan komt: Zijn Woord.

Het verschil in de bovengenoemde twee teksten zit hem vooral in het einde van de teksten: "Ik zal Mijzelven aan hem openbaren.” en “Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken.” Er zit dus een link tussen ‘openbaren’ en ‘woning maken’. In vers 21 sprak Jezus nog over dat Hij Zichzelf ging openbaren, maar in vers 23 doen én de Vader én de Zoon (en eigenlijk ook, het hele Bijbelgedeelte bijeenhoudend, de Heilige Geest) iets. Ze gaan ‘woning maken’ bij of in die persoon die Hem liefheeft. Dat is, volgens Strong, metaforisch gesproken over de Drieënige God, “Die een enorm gezegende invloed uitoefent op de zielen van de gelovigen”. Woningmaken, residentie oprichten, een woonplaats creëren, heeft ook iets ‘blijvends’. In het Oude Testament zou dat denk ik zijn omschreven als ‘tabernakelen’, blijven wonen. Hoe heerlijk is dat, dat God in je blijft wonen (en dat de Heilige Geest in je blijft wonen, vers 16 en 17); dat is een voorproefje van de hemel, zoals Psalm 5 dat bezingt:
’t Rechtvaardig volk zult Gij belonen,
Terwijl Gij, HEER, hen overdekt,
Hun tot een veilig schild verstrekt.
Gij zult goedgunstig hen bekronen,
Ja, bij hen wonen.

Vraag en antwoord?

Is het antwoord van Jezus dus een antwoord op Judas’ vraag? Wel, we hebben gezien dat Judas’ vraag niet in eerste instantie opkwam uit Jezus’ laatste woorden in vers 22, maar op de dingen die Hij al eerder heeft gezegd. Er is dus geloof en liefde voor nodig om die inwoning van Jezus in je hart te ontvangen. De wereld, heeft die niet, want ze kunnen ten diepste met die inwoning ook niet uit de voeten. Als God in je hart woont, moet alles eruit. Wil je niet alles eruit gooien, dan is er ook geen ruimte voor Hem.
Maar Judas wijst op nóg iets: dat heel specifieke ‘jullie wel’ maar ‘de wereld niet’! In de komende verzen gaat Jezus daar dieper op in en ja, Judas krijgt een prachtig antwoord op zijn vraag. Zal Judas het begrepen hebben? De Bijbel zwijgt erover.

Het is opmerkelijk dat we Johannes zo expliciet een denker en gevoelsmens noemen en over Judas meestal zwijgen. Ik wil toch graag dit scheefgetrokken beeld rechttrekken en Judas een scherpe luisteraar, hoogsensitief en misschien wel hoogbegaafd, noemen. En Johannes heeft dit wel opgeschreven, maar op dat moment toch net even iets minder door gehad. Ik denk wel dat deze twee ‘hoogbegaafden’ een click met elkaar hebben gehad; dat zie je vaker. Zet twee hoogbegaafden in een grote groep en ze vinden elkaar, vaak zonder veel woorden…
God verbindt harten door Zijn liefde aan Zichzelf en hij verbindt ook harten onderling aan elkaar. Harten die elkaar aanvoelen, elkaar opscherpen, dezelfde soort vragen stellen en dezelfde verrukking, beleving en sensitiviteit kennen met betrekking tot de HEERE en Zijn Woord. Noem het ‘gemeenschap der heiligen’ in een misschien voor de grote massa te kleine, te enge, context. Ik denk dat God daar anders tegenaan kijkt. Die ‘buitenbeentjes’ worden vaak gillend gek in de grote massa van een gemeente, maar blijven er toch bij gehouden door dat gouden gevoelsdraadje dat hen met die ander(en) verbindt. Je zou willen dat de grote massa dat ook zag, begreep en koesterde.

donderdag 28 januari 2016

Hype-predikers zijn onheil-predikers

Wuivend riet, wervelende predikers zijn soms precies zo; maar pas op!


"Als nu dezen heengingen, heeft Jezus tot de scharen begonnen te zeggen van Johannes:
Wat zijt gij uitgegaan in de woestijn te aanschouwen?
Een riet, dat van den wind ginds en weder bewogen wordt?"

Mattheüs 11 : 7

Even heb ik overwogen om vers 8 en 9 er ook maar bij te nemen, want het lijkt allemaal meer van hetzelfde… Maar bij nader inzien geloof ik toch dat dit vers vandaag de dag heel actueel is en daarom wil ik er afzonderlijk bij stilstaan. Jezus spreek over mensen die uitzwermen naar predikers die als een wapperend rietstengeltje zijn; nu zijn ze zus, dan weer zo; heen en weer… En ze kramen er van alles uit. Het bekt lekker, maar klopt het wel? Wervelende predikers, maar wat is het effect? De hype en het onheil!

De golfbeweging van de hype

Wat is een goede prediker? Jezus zegt daarover in Mattheüs 13 : 52: "Daarom, een iegelijk Schriftgeleerde, in het Koninkrijk der hemelen onderwezen, is gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt." Je hebt predikanten die graag platgetreden paden bewandelen, en niet alleen in termologiën maar ook in tekstkeuzes. Daarover zeg ik: stilstand is achteruitgang.
Maar waar ik in deze tekst voor wil waarschuwen is het fenomeen dat er soort dwangmatig nieuwe dingen moeten worden gezegd om maar nieuwe dingen te zeggen. En meestal om de aandacht op zichzelf te vestigen en niet in eerste instantie op de Koning der Kerk. Dit soort predikers vervallen snel in thema-preken, waarbij grote delen van de Schrift structureel buiten beeld blijven. Zij hebben ook hun stokpaardjes, items die iedere preek weer terugkomen. En ze stellen zichzelf in de spotlights. En hun toehoorders vliegen van de ene preekbloem naar de andere, onrustig zwermend op zoek naar nieuwe dingen, hypes.
Paulus vertelt in Handelingen 17 over zulke mensen: "Die van Athene nu allen, en de vreemdelingen, die zich daar onthielden, besteedden hun tijd tot niets anders dan om wat nieuws te zeggen en te horen." Trendwatchers zijn zulke mensen. Waar vul je toch je tijd mee, als je denkt aan de eeuwigheid? We zijn zo druk met jongeren die grote delen van hun tijd verdoen met gamen; en terecht. Maar grote mensen kunnen er ook wat van, door aldoor maar druk te zijn met hypes, lifestyles in interieurs, mode, tuin, vakantie, auto's en noem maar op. Voorop lopen in trends.
Maar voor je het het weet is de hype weer 'uit' en vliegen de mensen naar elders. Het is een type sectarisme waarbij je maar voor een korte tijd 'aandacht' en 'gehoor' hebt. En dit soort hype-predikers – juist ook binnen geloofsgemeenschappen en kerken – binden wel voor een korte tijd toehoorders aan zich, maar vliegen zelf weg of – nog triester – men is ze al snel weer zat. En dan? En wat laten ze achter? Structurele geloofsopbouw is wat anders dan allerlei geestelijke hypes navolgen, talloze opzwepende of emotionerende bijeenkomsten aflopen. Onrustig is het hart, tot het rust vindt in U! Augustinus is hyperactueel.

De golfbeweging van het onheil

Wat voor schade veroorzaakt die oppervlakkigheid, die vluchtigheid? Wat is het onheil dat deze hypes teweegbrengen. Laten we eens een paar effecten bekijken.
  • Geen lust tot meditatie. Rustig bepeinzen van Gods Woord is er niet bij of kost enorm veel moeite. Dingen ernaast lezen die de teksten kunnen verhelderen, is te ingewikkeld. Men gaat af op wat hype-voorgangers wervelend kunnen uitleggen, zonder het te toetsen; want toetsen is anno 2016 argwaanwekkend, nietwaar?
  • Moeite met diepgang. Kritisch zijn op oppervlakkige preken wordt al gauw als afbrekende kritiek gezien. Als het maar lekker is of lekker klinkt, dan is het voldoende. Het moet niet teveel inspanning kosten. Verbanden zien, lijnen ontdekken, doordenken, het zou allemaal te drempelopwerpend zijn en we moeten integendeel drempelverlagend zijn als kerk in deze moderne tijd.VLUCHTIGHEID is de trend van deze tijd. Maar dodelijk voor beklijving!
  • Ondoordachte meningsvorming. Op basis van gevoelens worden dingen geponeerd, maar niet of nauwelijk getoetst. Waar staan we voor? Wat zegt het Woord? Als iemand dingen poneert die niet waar zijn, maar de mensen in zijn groepje hebben ook weinig kennis dan zal men het over het algemeen klakkeloos over- of aannemen. Ik schrik vaak van het feit dat mensen zo gemakkelijk knikken en terugdeinzen voor nuancering en kritische kanttekeningen.
  • Geen doorzettingsvermogen. Als de prediking eens een periode zwaar, moeizaam is, als er predikers komen die weinig preektalent hebben (begrijp me goed dat ik matige voordacht onderscheid van bewust wangedrag en stemmingmakerij) dan vliegt men snel weg, op zoek naar wervelender voordracht, ongeacht de boodschap.
  • Vlindergedrag. Wisselende relaties zijn fnuikend voor trouw en liefde. Dat is op sexueel gebied zo, met alle medische gevolgen. Maar dat is op geestelijk terrein niet anders. Ten diepste vind je het dan nergens en beland je op een terrein waar je een zeer gemakkelijke speelbal van satan wordt. Niet is zo gevaarlijk voor een zondaar die in eigen kracht deze geestelijke strijd moet gaan voeren.
De Kanttekeningen wijzen naar Paulus' woorden in Efeze 4
14. Opdat wij niet meer kinderen zouden zijn, die als de vloed bewogen en omgevoerd worden met allen wind der leer, door de bedriegerij der mensen, door arglistigheid, om listiglijk tot dwaling te brengen;

15. Maar de waarheid betrachtende in liefde, alleszins zouden opwassen in Hem, Die het Hoofd is, namelijk Christus;

16. Uit Welken het gehele lichaam bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt zijnde, door alle voegselen der toebrenging, naar de werking van een iegelijk deel in zijn maat, den wasdom des lichaams bekomt, tot zijns zelfs opbouwing in de liefde.

Ik sluit af met een dringend en gezond advies van Paulus aan zijn geestelijke zoon Timotheüs, aan het einde van het vierde hoofdstuk van zijn eerste brief: "Heb acht op uzelven en op de leer; volhard daarin; want dat doende, zult gij en uzelven behouden, en die u horen."

maandag 25 januari 2016

Een scherpe les tussen de regels door

Als Gods weg een warboel voor je lijkt, is het goed je te realiseren dat Zijn weg altijd de goede kant op gaat.
 

"En zalig is hij die aan Mij niet zal geërgerd worden"
Mattheüs 11 : 6

In de vorige bijbelstudie ging het over dat ene dat Jezus níet citeerde uit de profetiën, maar achterwege laat: dat de gevangene vrijheid krijgen bij de komst van de Messias. Dat moet voor Johannes de Doper een moeilijk punt zijn geweest. Maar… laat Jezus dat helemaal achterwege of zegt Hij er tóch iets over?

Tussen de regels door

Juist op het moment dat Jezus iets had moeten zeggen over die profetische woorden jegens gevangenen die zullen worden bevrijd, voegt Hij de zinsnede toe, die in onze dagtekst staat: "Zalig is hij die niet zich niet aan Mij zal ergeren." In de Kanttekeningen hun je hierbij lezen: "Dat is, die uit Mijn geringe staat of leringen geen aanstoot neemt om in Mij niet te geloven. Zie Mark. 6 : 3. Joh. 6 : 41, 52, 66." Het lijkt alsof de Kanttekenaren deze zin lezen als doelend op Jezus' persoon en manier van onderwijs.
Maar zou het niet juist zorgvuldig gekozen kunnen zijn als doelend op dat wat Jezus voor Johannes achterwege liet? En dan zo: "Ook als jij als gevangene niet zult worden bevrijd – omdat Ik een ander plan met jouw leven heb – erger je dan niet aan Mij en Mijn weg, maar volg Mij onvoorwaardelijk." Dan zou Jezus hier tussen de regels door een heel heldere boodschap aan Johannes hebben doorgegeven. Wellicht hebben Johannes' discipelen het niet begrepen, maar voor Johannes zelf was het een boodschap van troost, hoewel met een zachte terechtwijzing. Erger je niet aan de HEERE, als Zijn wegen hoger zijn dan jouw wegen; als de weg in je leven anders loopt.
Persoonlijk vind ik dat een lastige les, waar ik soms best veel moeite mee kan hebben. Maar dat ík er moeite mee heb, betekent nog niet dat ik God geen gelijk geef. Je kunt nog zoveel plannen hebben, nog zoveel andere opties voor mogelijk houden. Die optionele wegen loslaten en Gods weg gaan kost inspanning en afsterven aan je oude mens. En al meer raak je overtuigd van het feit dat, wil ik Gods doel bereiken, Hij mij echt wel een begaanbaar pad geeft. Dagelijks en voortdurend biddend: wijs mij de weg.

Scherpe leefregel

Nog even terug naar de ergernissen, waarover Jezus spreekt. De gelijkenis van het zaad vertelt over 'zorgvuldigheden' die het geloof kunnen overwoekeren. Of over vogels die al snel het zaad wegpikken. Of over rotsen onder de grond, die het opgroeiende, ontluikende zaad laten verschrompelen, verdorren.
Ergernissen zijn ook zulke rotsen, die de aanvankelijk opgeschoten beroering in je ziel kunnen doen verdorren. Ergeren is eigenlijk een gemelijke manier van inzinken en verdorren. Een nukkige vorm van teleurgesteld zijn. Ergernis staat in vol contrast met geloof, vertrouwen en groei.
Ligt daar wellicht voor ons vandaag ook een corrigerende tik in deze scherpe leefregel? Wat doet het in ons gemoed, wanneer Gods weg een andere kant op gaat dan die welke wij voor ogen hadden? Wat is het effect in ons denken en gevoelen, als we Gods hand voelen die ons een andere richting in duwt of die telkens wegen blokkeert, die we hádden willen inslaan?
Als de opties in het leven worden 'toegemuurd' (zeg maar: dichtgemetseld), zijn we dan gefrustreerd? Boos? Nukkig? Gemelijk? Of drijft het ons tot het gebed: "Heere, welke kant wilt U op? Wat wilt U dat ik doen zal? Waar kan ik U beter dienen? Welke weg leidt naar Uw toekomst? In welke weg komt U tot Uw eer?"
Je voelt denk ik wel aan, dat deze gebeden niet uit jezelf komen. Dat zit er niet standaard in. Wat is de leiding van Gods Geest keihard nodig om tot zulke gebeden te komen. Zeker als je daarin je karakter ook nog eens tegen hebt. Thomas besloot om dan maar achter Jezus aan te gaan en uiteindelijk met Hem te gaan sterven; Petrus veerde op en brieste: "Dat zal U geenszins geschieden!" Beiden waren discipelen en beiden hadden niet begrepen hoe je Gods weg zou moeten gaan. Johannes zwijgt op dit punt; ook hij zal onthutst zijn geweest, maar uitte dat nog even niet. Wat een karakterverschillen. Maar allemaal hadden ze Gods Geest nodig die hen leidde naar het punt en op de weg van God!

dinsdag 15 december 2015

Een driedubbel wonder in het tweede teken

Rondom het Meer van Galiléa spelen zich veel voorvallen met Jezus af.
Kapernaüm (Capernaum) was jarenlang zijn woonplaats.

"En hij geloofde zelf en zijn gehele huis.
Dit tweede teken heeft Jezus wederom gedaan, als Hij uit Judéa in Galiléa gekomen was."
Johannes 4 : 53b-54

Goed kijkend naar de tekst valt mij iets op. Er wordt gesproken over een 'tweede teken'; dat betekent dat er dus ook een 'eerste teken' was. En het woordje 'wederom'; Jezus deed opnieuw een teken in Galiléa, nadat Hij Judéa achter Zich liet. Lees ik dat goed? Betekent dat iets belangrijks? Laten we eens gaan kijken.

Tweede teken, eerste wonder: de genezing

Dit 'tweede teken' blijkt volgens deze geschiedenis, te bestaan uit drie wonderen. Allereerst wordt dus gesproken over 'dit tweede teken'. Wat is het eerste teken geweest? Wel, dat was de verandering van water in wijn op de bruiloft te Kana. De vraag is: waarom wordt dit zo specifiek verteld? Naar mijn weten worden nergens wonderen of tekenen opgeteld. Er wordt ook niet doorgeteld, al zijn er uitleggers die dat wel doen; zij zien in die 'tekenen' die Jezus doet een betekende lijn (die tekenen vertellen samen dus een verhaal).
Dit is wat ik tegenkwam op oudesporen.nl Ik geef er direct bij aan, dat dit dicht bij inlegkunde komt; toch is het wel goed hier notie van te nemen en zo de tekst nog eens te bekijken.

Overzicht van de acht tekenen
  1. Water in wijn veranderd (Joh. 2:1-11): Overvloed van vreugde na het herstel van Israëls relatie met Jahweh in de eindtijd.
  2. Genezing van de zoon van een (Romeinse) hoveling (Joh. 4:46-54): Herstel van een gelovige rest (ook uit de volken), redding van de dood en nieuw leven door het geloof in Jezus’ woord.
  3. Genezing van een man die 38 jaar lang ziek was geweest (Joh. 5:1-18): De macht van de Zoon om levend te maken wie Hij wil, en dat tegenover de krachteloosheid van de wet die door bemiddeling van engelen was gegeven.
  4. Spijziging van de vijfduizend (Joh. 6:1-15): Christus, het ware manna, is het brood uit de hemel dat eeuwig leven geeft aan een ieder die gelooft. Hij is ook de Messias, die de armen van Zijn volk met brood verzadigt (Ps. 132:15).
  5. Jezus loopt op de zee (Joh. 6:16-21): Christus is de Meester van de stormen van de eindtijd, en Hij brengt de Zijnen veilig aan land.
  6. Genezing van de blindgeborene (Joh. 9): De Messias opent de ogen van het blinde volk, opdat zij Zijn heerlijkheid zien en Hem aanbidden (Jes. 35:5).
  7. Opwekking van Lazarus (Joh. 11:1-44): Herrijzenis en herstel van geheel Israël in de eindtijd (Ezech. 37; Dan. 12; Rom. 11:25vv.).
  8. Tweede wonderbare visvangst (Joh. 21:1-14): Een grote menigte uit de volkerenzee wordt ook gered en in het Vrederijk ingevoerd
Wat je hiervan ook vindt, feit is dat er in onze tekst wordt gesproken over 'tweede teken' en niet over 'tweede wonder'. Ik citeer opnieuw die bijbelstudie van Hugo Bouter, die uitlegt wat het verschil is tussen wonder en teken:
"Alle tekenen zijn tegelijkertijd ook wonderen, d.w.z. bovennatuurlijke werkingen van Gods macht. Het gaat hierbij om het opzienbarende effect dat wonderen hebben op degenen die ze waarnemen. Maar niet alle wonderen zijn tegelijk ook tekenen, want de Bijbel koppelt bijzondere lessen aan de tekenen. Er ligt specifiek onderwijs opgesloten in de tekenen, want er worden geestelijke lessen door meegedeeld. Bij de tekenen die in het evangelie naar Johannes beschreven worden, is dit heel duidelijk het geval en is er naast het bovennatuurlijke karakter en de werking van Gods macht steeds een speciale ‘be-teken-is’ op te merken.

De beperkte selectie van tekenen die in dit evangelie zijn beschreven (acht in totaal), heeft als doel dat wij zouden geloven ‘dat Jezus de Christus is, en dat wij gelovend het leven hebben in Zijn naam’ (Joh. 20:30-31). Het gaat steeds om wonderwerken die:
(1) de godheid van Christus onderstrepen,
(2) Zijn heerlijkheid openbaren,
(3) opdat wij door het geloof in Hem en in Zijn werk het eeuwige leven ontvangen.

Tweede teken, tweede wonder: de bekering

Binnen dit tweede teken gebeuren er een aantal dingen. De gezondmaking van de zoon van Chûsas is eigenlijk nog maar het voorportaal van het grote wonder dat daarop volgt: de bekering van Chûsas' hart. De HEERE had, zo zagen we al eerder, de ziekte van de jongen gebruikt om Chûsas bij Hem te krijgen. In een andere bijbelstudie las ik iets dat met nog niet was opgevallen: Jezus had dertig jaar in Nazareth gewoond en toen Hij op Zichzelf wilde gaan wonen, koos Hij Kapernaüm uit. Let erop: dat was ook de woonplaats van Chûsas! Al die tijd had Jezus vlakbij gewoon, maar nu loopt Chûsas de weg van Kapernaüm naar Kana om Jezus om genezing te vragen! Er was dus al 'voorwerk' gedaan door de HEERE. En Chûsas wachtte niet tot Jezus weer thuis was. Het feit dat Jezus juist in Kana was, zou de herinnering aan het eerste teken dat Hij deed kunnen hebben veroorzaakt. Wie weet dat hij zelfs dacht dat, als Jezus dáár is, gebeuren er wonderen; daar moet ik dus bij zijn!
Het verzoek om de genezing van zijn zoon had echter veel ingrijpender consequenties. Zijn hele leven zou veranderen, meer nog dan de gezondheid van zijn zoon. En niet alleen werd Chûsas bekeerd, ook zijn gehele huis(gezin) werd gelovig en diende de HEERE. Net als bij Lydia in Filippi en ook de stokbewaarder daar. En ik vermoed ook bij Cornelius. Wat een enorm wonder. Hier mag een vreemdeling uit de heiden (althans vermoedelijk is hij een Romein). Eerst geloofde de vrouw uit Sichar 'en heel haar stad', nu gelooft een hoveling aan het hof van Herodes 'en heel zijn huis'.
En dan te bedenken dat Jezus daar na verloop van tijd weer vlakbij in de stad gaat wonen. Wat is het heerlijk in de nabijheid van de Heere Jezus te verkeren. Pas na je bekering ga je de diepe waarde daarvan zien en ervaren. Ik snap wel dat Johanna Jezus is gevolgd naar Jeruzalem. Ze wilde net als Maria Magdalena de Heere Jezus vlakbij haar houden. En samen met nog enkele vrouwen zorgden ze voor Hem, onderweg, zodat Hij alle tijd voor de dienst aan Zijn Vader kon hebben. Wat moet dat Jezus goed hebben gedaan. Wat jammer dat de Roomse Kerk deze vrouwen tot half-goddelijk heeft verheven. Het was 'slechts' "al wat gedaan werd uit liefde tot Jezus".

Tweede teken, derde wonder: de lokalisering

Er is nog iets wonderlijks in onze dagtekst. Dit tweede wonder deed Hij opnieuw, toen Hij in Galiléa aankwam, nadat Hij Judéa achter Zich gelaten had. Dat woordje 'wederom' vind ik op een opmerkelijke plek staan. Er staat niet enkel dat Hij een wonder deed, maar dat Hij dat 'opnieuw' deed toen Hij Judéa verwisselde voor Galiléa. Wat kan dat betekenen?
In Judéa had Hij misgunning ervaren en rivaliteit. Zijn tijd was nog niet gekomen en de akker van het geloof was er alles behalve toebereid. Je zou nog kunnen denken dat Hij dit tweede teken op de weg vanuit Judéa naar Galiléa deed, nadat Hij het eerste teken in Sichar had gedaan; dus twee tekenen op dezelfde weg naar Galiléa. Maar dat betekent het niet. Het is een herhaling van een eerder teken.
Was dat dan het teken in Kana? Inderdaad. Voorafgaand aan het verhaal van de bruiloft in Kana (Johannes 2) lezen we in Johannes 1 dat Jezus discipelen uitkiest. En dan lezen we dit in vers 44: "…des anderen daags wilde Jezus heengaan naar Galiléa, en vond Filippus…" Later zal Hij ook Nathanaël vinden die zo stellig zei: "Kan uit Nazareth (lees Galiléa) iets goeds komen?" Ja, daar kon zeker iets Goeds uit voort komen. Nadat Jezus Zijn goddelijke almacht had getoond, door hem te zeggen dat Hij Nathanaël al had gezien, nog voordat Filippus hem riep, nam Hij hem mee op zijn reis naar… Galiléa. Kom dan maar, Nathanaël en zie dat uit Galiléa iets Goeds kan komen. Hij nam hem en de andere discipelen mee naar die bekende bruiloft en toonde hem dat eerste teken van Zijn almacht.
En nu, opnieuw na een reis vanuit Judéa naar Galiléa, toont Hij hem het tweede teken van Zijn almacht. "Opdat gij gelovende het leven hebt!" Kan uit Galiléa iets goeds komen? In ieder geval is uit Judéa niet veel beters te verwachten. Jezus stelt hier Zijn 'geboortegrond' tegenover Zijn 'jeugdomgeving'. En hier prefereert Hij nog tot het uiterste dat verachte Galiléa. Maar laten ze daar niet prat op gaan! Want weldra zullen ze Hem uit de synagoge gooien en gooien ze de deur naar Zijn hart bijna dicht! "En gij, Kapernaum, die tot den hemel toe verhoogd zijt, gij zult tot de hel toe nedergestoten worden!" Hij was gezonden tot het volk dat in duisternis wandelde, opdat het het grote Licht zou zien, maar het heeft niet gewild. Wat een waarschuwing! Zo dicht bij en toch zo ver af!

donderdag 24 september 2015

Hemels spreken of aards praten?



Het verschil tussen hemel en aarde als beeld voor Jezus en Johannes
 
“Die van boven komt, is boven allen; die uit de aarde is voortgekomen, die is uit de aarde, en spreekt uit de aarde. Die uit den hemel komt, is boven allen.”
Johannes 3 : 31

Het zijn nogal spirituele zinsneden die Johannes de Doper hier gebruikt. En ze moeten juist zijn discipel Johannes hebben aangesproken. De Evangelist Johannes heeft een poëtische en en wat filosofische inslag. De klik tussen deze twee Johannessen boeit me steeds meer.

Wijsgerige woorden

Al eerder had De Doper zulk soort woorden gebruikt over Jezus: “Deze was het, van Welken ik zeide: Die na mij komt, is voor mij geworden, want Hij was eer dan ik.” (Joh. 1:15b) En net als bij het Bijbelboek Openbaringen vraag ik me dan af: zullen de lezers en hoorders van Johannes de Evangelist en Apostel zijn woorden begrepen hebben? Juist ook deze woorden moeten de mensen toch wonderlijk in de oren hebben geklonken? Johannes de Doper stond hier niet op de Areopagus of zo. Nee, er stonden romeinse militairen, tollenaars, hoeren, eenvoudige zielen en farizeeën voor hem.
Wat zegt hij daar dan met die woorden “Die na mij zal komen was er al ver voordat ik kwam”? Je dan toch gaat op zijn minst denken aan iemand die je al eerder hebt gezien. Alsof Johannes er een raadseltje van maakt; en is dat wel de bedoeling van preken? Preken behoren toch helder en duidelijk te volgen te zijn? En wanneer de mensen uiteindelijk zien Wie Johannes met die woorden bedoelden – Jezus van Nazareth – dan zullen enkele scherpzinnigen vast opmerken: maar Hij is toch een half jaar na jou geboren, Johannes? Hoezo: eer ik was, was Hij er al? Daarbij komt dat Johannes eigenlijk nergens zijn woorden heeft toegelicht. Hooguit met deze woorden, toen hij Jezus zag komen: “Kijk daar, het Lam Gods!” Moeten we de betekenis van die vreemde woorden misschien zoeken in het antwoord dat God de Vader Zelf geeft: “Deze is Mijn geliefde Zoon…”?

Weerleggende woorden

De woorden van vandaag roepen eveneens zulke vragen op. Laten we eerst eens letten op het doel van deze woorden. Hier worden aarde en hemel tegenover elkaar gezet. En als je goed leest, worden met deze woorden diverse grote monden gesnoerd. Er worden allemaal vragen gesteld over de positie en het gezag van die rabbi uit Nazareth. Hij ontpopt Zich volgens sommigen duidelijk als een concurrent van Johannes. De mensen zetten Johannes en Jezus op één lijn en spelen ze als het ware tegen elkaar uit. En dan grijpt Johannes in. Niet vanwege zijn eigen positie, maar om die van Jezus!
Hij zet als het ware een dikke streep onder de woorden van God de Vader: “Deze is Mijn geliefde Zoon”. Hij is geen concurrent; Hij is geen gewoon mens. Hij is afkomstig uit de hemel. Hij is boven alles en allen. En… Zijn woorden hebben veel meer gezag dan de mijne. En daarom formuleerde God de Vader het zo buitengewoon goed op de Berg der Verheerlijking, toen Hij sprak: “Deze is Mijn geliefde Zoon; hoort Hem!”
Jezus is niet een wervelend spreker die al pratend het overzicht in de gaten probeert te houden. Hij hoeft niet continue Zijn woorden te toetsen aan de Schriften, of het allemaal wel klopt wat Hij zegt. Want Hij is de bedenker van het Woord. En wat Hij zegt komt daar naadloos mee overeen. Wat Hij zegt, kun je 1op1 overnemen en blindelings vertrouwen. Het zijn waarachtig weerleggende woorden, die Johannes hier spreekt. Meer dan ik voor mogelijk hield, toen ik ze voor het eerst las.

Weloverwogen woorden

Johannes zegt dat Degene uit de hemel komt, hemelse dingen spreekt. En wie uit de aarde is, dus elk mens, die spreekt uit de aarde. Nu is die term ‘uit de aarde’ bijzonder negatief in ons jargon binnen de kerk. We gebruiken die term vaak, wanneer we de mens op zijn plek willen zetten: wij zijn uit de aarde aards. Maar zo is het hier niet bedoeld. Mensen behoren bij de aarde en spreken – zeker sinds Genesis 3 – op een aards niveau. Ook na ontvangen genade (lees de Kanttekeningen maar). Ook een begaafd prediker, die door de Heilige Geest diepe inzichten mag hebben gekregen, zal de beperking van zijn verstand ervaren, wanneer hij zich al dieper verlustigt in God. Ons verstand is eindig en beperkt. Zelfs grootse denkers komen woorden tekort, wanneer zij Gods innerlijk, Zijn barmhartigheid, Zijn heiligheid etc. zouden moeten beschrijven. Ze zijn immers niet in de hemel geweest en zijn er al helemaal niet opgegroeid. Dat maakt, dat Jezus zulke diepe – en voor de mensen merkwaardige – dingen kon zeggen. Het heeft soms lang geduurd voordat Zijn woorden werden begrepen. Terwijl Hij naar menselijke woorden zocht om het hen duidelijk te maken. Telkens weer blijkt dat we de Heilige Geest nodig hebben om het werkelijk te snappen; en dan toch ook elke keer weer in beperkte mate. Het moet voor Jezus ook een bijzondere kwelling zijn geweest dat Hij zoveel moest uitleggen over Zijn Vader en de hemelse heerlijkheid. Die onkunde, dat onbegrip van ons mensen. Ik begrijp wel dat Hij regelmatig moe was en de eenzaamheid zocht om met Zijn Vader weer op niveau te praten. Ja, ik verhef me er maar niet boven, want hoe vaak praat ik liever op aards niveau – simpel en plat – dan op hemels niveau – diepzinnig en geestelijk hooggestemd? Ook op een Bijbelkring of in een gesprek na de dienst…

Waarschuwende woorden

Toch zijn de woorden van de tekst niet denigrerend. Ze zeggen niet dat we als mensen ook maar hemels moeten gaan praten omdat dat aardse zo laag van niveau is. Nee, we kunnen eenvoudig Jezus niet imiteren. Laten we het dan ook niet proberen. Laten we niet gaan praten over dingen waar we als mens geen verstand van hebben. Praat dus niet over geloofszaken, als je tegelijkertijd roept dat je nog eerlijk onbekeerd bent. Spreek ook niet wijsgerig over de hemelse dingen, als je niet een ootmoedige houding wilt aannemen die laat merken dat je slechts zoekt naar woorden. Maar… deze woorden waarschuwen ons tegelijk wel voor het gevaar dat we aards blijven denken en spreken. We moeten staan naar verdieping en groei. En dat kan onmogelijk zonder de Heilige Geest. En hoe zouden we kunnen spreken, als we niet eerst goed hebben geluisterd? Zittend aan Jezus’ voeten. En laten wij, wanneer we spreken, dan ook geen concurrent van Jezus zijn (om de kwestie in onze tekst eens om te draaien) door de aandacht van Hem op ons te vestigen wanneer we wijze dingen roepen en beschouwen. Laat heel ons spreken, net als bij Johannes de Doper, één grote heenwijzing naar Christus zijn. Dan worden onze woorden misschien niet in een boek opgeschreven of in de krant vermeld, maar dan worden ze wel geschreven in het boek van het Lam, in de hemel.
En straks, als we eeuwig bij Hem zullen zijn, zullen we niet langer aards spreken, maar hemels denken en aanbidden. Verlang je daar naar? En verlang je ook daar nu al mee bezig te zijn?

vrijdag 3 april 2015

Alleen die gezien hebben kunnen martelaar zijn

"En die het gezien heeft, die heeft het getuigd, en zijn getuigenis is waarachtig; en hij weet, dat hij zegt, hetgeen waar is, opdat ook gij geloven moogt. Want deze dingen zijn geschied, opdat de Schrift vervuld worde…"
Johannes 19 : 35-36a

Je komt binnen de kerk nogal wat mensen tegen die in meerder of mindere mate actie 'voor de kerk' zijn. Je kunt ze charteren voor een rommelmarkt, voor het bijhouden van de kerktuin of de pastorietuin, ze zijn in voor een verzetje als er een strandwandeling van de kerk is, of een gemeentedag organiseren. Noem maar op. Maar voor een Bijbelkring achten ze zichzelf niet echt in de wieg gelegd. Ik wil ze niet over één kam scheren, maar voor een groot deel zou je ze de 'baat het niet dan schaadt het ook niet'-typen kunnen noemen. Te porren voor leuke verzetjes, maar het serieuze werk is aan hen niet besteed. Je komt er ook tegen die juist bij de serieuze onderdelen, zoals mannen- of vrouwenvereniging, gemeenteavonden of na afloop van de dienst het hoogste woord voeren over hoe het wel zou moeten of juist niet. Wat er niet aan klopte en hoe die of die oudvader het toch beter verwoordde. Maar… als hen rekenschap wordt gevraagd door een medegemeentelid of een ongelovige buitenstaander, dan maken ze behendig duidelijk niet 'één van Hem' te zijn. Ook hen wil ik niet over één kam scheren, maar je zou ze voor een groot deel de 'sanhedrin'-typen kunnen noemen. Maar wat is Johannes voor een type?

De getuige

Luisteren we op deze Goede Vrijdag-avond naar Johannes' conclusie. Johannes heeft alle details rond Jezus lijden en sterven op een rijtje gezet, tot in detail. Juist die details, waarin hij de enige evengelist lijkt, soms, zijn het overdenken waard. Maar je zou kunnen gaan twijfelen aan de waarachtigheid van die details. Zijn ze wel echt gebeurd?
Hij beschrijft de discussie tussen de joodse overpriesters en Pilatus. Hij trekt zijn schriftuurlijke conclusies uit het verdelen van Jezus' kleding door de soldaten. Hij vertelt hoe Jezus hem de hoede over Zijn moeder beveelde. En dan is er zelfs die innerlijke overweging van Jezus Zelf, die hij beschrijf: "Hierna Jezus, wetende, dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden…"
De vraag kan bovenkomen: Hoe wist Johannes dat allemaal? Het moet hem zijn uitgelegd in de veertig dagen na Pasen. De kwartjes moeten een voor een op hun plek zijn gevallen.
En jaren later… jaren later weet Johannes – door de Heilige Geest geïnspireerd en behoed voor vergeetachtigheid – nog exact wat waar was en wat niet: "Ik weet dat wat ik hier nu zeg, waar gebeurd is en waarheid voldoende is, waarmee je zalig kunt worden." Al die dingen zijn echt gebeurd.  Johannes heeft het gezien, met eigen ogen, en heeft het getuigd. En deze getuigenis is waarachtig!

De netwerker

Johannes is tot op zeker hoogte wel mijn type. De breder lijnen in de Schrift zien, de rijkdom van Gods Woord door de wandel met Christus steeds dieper zien schitteren. En bij tijde de vurigheid met hartelijk verlangen. Toch vrees ik dat ik meer op Petrus zal lijken. Die trok sneller zijn conclusies. Of Johannes de Doper, die zich mateloos kon irriteren aan de halfslachtigheid van het volk en de hypocriete houding van de overpriesters en zogenaamde 'alwetende gelovigen'. En regelmatig is er de Thomas die om de hoek komt kijken. Maar ik dwaal af…
Johannes was, in tegenstelling tot mij, een netwerker. Hij had zo overal zijn contacten en bewoog zich tamelijk gemakkelijk in allerlei kringen. Als Petrus zijn Meester verloochent concluderen we nogal eens snel: die had daar in de hof van Kajafas niet moeten wezen. Hij hoorde daar niet als volgeling van Jezus! Maar Johannes dan? Hij was het die een babbeltje met de portierster maakte en Petrus naar binnen loodste.
Hij was het ook die nogal wat ins en outs wist vanuit het Sanhedrin. Als hij er al niet zelf aanwezig was, dan had hij de informatie via Nicodemus of Jozef van Arimathea of een van zijn andere lobbyers. Het merkwaardige hieraan vind ik nog, dat juist hij niets vermoedde van Judas' plan. Judas' naam moet zijn gevallen in vergaderingen (of werden die zaken ad hoc, in het 'moderamen' bekokstoofd?). Johannes was bepaald geen 'gewone visser'. Hij moet theologisch toch wel op een bepaald niveau zijn geweest, om zich in die kringen te bewegen. Hoewel, als we hem in Handelingen 4 voor de Joodse Raad zien staan, behandelen zij Johannes niet als verrader. Integendeel: "Zij nu, ziende de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes, en vernemende, dat zij ongeleerde en slechte mensen waren, verwonderden zich, en kenden hen, dat zij met Jezus geweest waren."
Johannes is dus maar tot op zeker hoogte die kring binnengedrongen. Hij probeerde niet net als Judas buiten beeld te blijven. Integendeel, hij was naast netwerker, vooral getuige of, zoals het griekse woord ook kan worden vertaald, martelaar.

De martelaar

Waar Johannes in de nacht in Gethsémané nog wegvluchtte, bleef hij waar hij was in de rechtzaal van Kajafas, en bleef hij op Golgotha zelfs op hoorafstand van Jezus. Jezus zag hem en sprak hem aan vanaf het kruis. In Handelingen 4 is het Johannes, samen met Petrus, die volmondig en dapper getuigt: "Oordeelt gij, of het recht is voor God, ulieden meer te horen dan God. Want wij kunnen niet laten te spreken, hetgeen wij gezien en gehoord hebben."
De Boko Haran van de Joodse Raad dreigde hen wel, wanneer ze toch zouden spreken, maar ze zwegen niet! Nadat ze waren vrijgelaten keerden zij terug naar de thuisgemeente. Toen zij daar hun belevenissen vertelden, besloot men om te bidden tot God. Om bescherming en een einde aan alle dreiging en laster? Gek genoeg, nee! Beklagen ze zich, omdat ze onheus behandeld worden? Nee, ze zien in de tegenstand die zíj ervaren, de tegenwerking van satan tegen God. Luister maar: 
"Heere! Gij zijt de God, Die gemaakt hebt den hemel, en de aarde, en de zee, en alle dingen, die in dezelve zijn.
Die door den mond van David Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenen, en hebben de volken ijdele dingen bedacht?
De koningen der aarde zijn te zamen opgestaan, en de oversten zijn bijeenvergaderd tegen den Heere, en tegen Zijn Gezalfde.
Want in der waarheid zijn vergaderd tegen Uw heilig Kind Jezus, Welken Gij gezalfd hebt, beiden Herodes en Pontius Pilatus, met de heidenen en de volken Israëls;
Om te doen al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had, dat geschieden zou.
En nu dan, Heere, zie op hun dreigingen, en geef Uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw woord te spreken;
Daarin, dat Gij Uw hand uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door den Naam van Uw heilig Kind Jezus."

"En als zij gebeden hadden, werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid."
De oplossing van de dreiging is niet het einddoel, maar de ruimte om te spreken, opdat ook gij geloven moogt! Dat is de drive van ware getuigen. Ik ervaar die moed niet vanuit mijzelf. Als ik vooraf bedenk dat ik een ander moet uitleggen wat Goede Vrijdag betekent, en hoe rampzalig het leven buiten Christus is in de eeuwigheid, dan is mijn eerste reactie een voorzichtige houding. Ik ben niet zo'n durfal. En toch, als God de nood op je hart bindt, omdat je anderen ziet wegzinken, dan moet het en dan gaat het. 
In die dag zal de Heilige Geest je woorden in de mond leggen. Maar… Hij moet wel ergens uit putten. Je moet écht gezien hebben, wil je getuige kunnen zijn. Want meelopers haken bij verdrukking af; het kost hen teveel. Ben jij voldoende geestelijk toegerust om gebruikt te worden voor Zijn dienst? Ben je bereid getuige en dus ook martelaar te zijn? Heb je je geschoeid met de bereidheid van het geloof. Johannes had die drive… door genade. Ook toen het hem op hoge leeftijd zijn leven kostte. Onze hoogste roeping is toch echt: getuigen van Jezus Christus de Gekruisigde!