Posts tonen met het label hel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hel. Alle posts tonen

maandag 19 oktober 2015

Geloven is onze plicht en roeping

Geloven of niet geloven in Jezus is een zaak van leven of dood!

"Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem."
Johannes 3 : 35

Ooit waren mijn ouders bij een trouwdienst, waarin het bruidspaar in het huwelijk werden bevestigd met de tekst 'Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven'. Vreemde, halve tekst, zo reageerden zij. Immers, er staat nog wat achter. Ik kan, nu ik er zoveel jaar later aan terugdenk, ook niet zo goed bedenken waarom je deze tekst als trouwtekst kiest. Of het moet bij het bruidspaar zelfs vandaan zijn gekomen. Maar hoe dan ook: het is een gewichtsvolle tekst, als je hem heel laat.

Geloven biedt perspectief

Hoe sta je tegenover Jezus? De tekst is daar eigenlijk heel kort over. Bij het geloof in de Zoon behoort het bezit van het eeuwige leven. Dat is dus een nieuwe situatie, want van nature is het eeuwige leven onbereikbaar. Een engel sloot de weg naar de Boom des Levens af, nadat Adam en Eva hadden gezondigd. En dat zou eeuwig zo zijn gebleven, ware het niet dat Christus een nieuwe weg heeft geopend naar de Vader. Hij liet Zich offeren 'aan een boom' (het kruis), zodat het eeuwige leven weer bereikbaar.
We behoeven het eeuwige leven niet te bereiken via allerlei wettische trappen en staten. Ook kunnen we het niet verdienen. Het wordt ons 'om niet' geschonken. En dat geschenk is zó kostbaar, dat we daar de HEERE tot in eeuwigheid (rare uitdrukking trouwens, want de eeuwigheid heeft ook geen eindepunt) groot om zullen maken. In in die aanbidding zal geen enkele dag, geen enkel moment, hetzelfde zijn. Hier houdt ons bevattingsvermogen op!

Geloven is geen keuze

Maar wie nu denk dat je de keuze hebt om óf in de Zoon te geloven óf niet, die heeft het mis. Geloven blijkt geen keuze van ons te zijn, maar een opdracht aan ons. Daar zijn nogal wat ontsporingen in kerkelijk Nederland, op dat terrein.
In de Kanttekeningen staat bij 'ongehoorzaam': "Dat is, die naar zijn bevel in Hem niet gelooft, Romeinen 1:5." In Romeinen 1 licht Paulus zijn roeping tot het ambt toe en zegt dat God de Zoon hem heeft aangesteld tot heidenapostel. Door de Zoon heeft hij de genade ontvangen en het apostelschap, tot gehoorzaamheid des geloofs onder al de heidenen, voor Zijn Naam; "onder welken gij ook zijt, geroepenen van Jezus Christus!" Paulus was geroepen, zo lezen we opnieuw in de Kanttekeningen, om de heidenen tot "gehoorzaamheid aan Christus te brengen en tot het geloof".
Elders wordt gesproken over dat predikers geroepen worden het Evangelie te prediken 'vergezeld van het bevel tot geloof en bekering'. Geloven is een opdracht, en moet voor ons eigenlijk de gewoonste zaak van de wereld zijn. Niet geloven is dus eigenlijk geen optie, of we moeten verloren willen gaan. Maar wees eerlijk: dan ben je al heel wat dranghekken en waarschuwingsborden gepasseerd!

Niet geloven belooft ook wat

Geloven brengt verandering in je leven en in je toekomst. Niet geloven… dan blijft alles bij het oude. De toorn van God blijft op je. Dat betekent dat de toorn van God reeds op je ligt en dat blijft dan zo. "Laat maar zitten," wordt vaak gezegd in het dagelijks leven, wanneer iets er niet echt toe doet. Laat het maar, zoals het nu is. Wel, zo zal het blijven. Dat vertelt ons niet alleen van de afgrijselijke toekomst die wacht, wanneer we niet geloven. Dat vertelt ons voor alles dat die afgrijselijkheid nu reeds werkelijkheid is. Daar zit geen misschientje bij. Ongelofelijk dat mensen daar laconiek over kunnen doen. Aangrijpend dat zelfs kerkmensen daar onbewogen onder kunnen blijven.
Je komt weleens mensen tegen die in tranen zijn omdat hun geloofsleven zo is verflauwd. Dan wordt weleens gezegd: "De hemel verkwikt niet meer, en de hel verschrikt niet meer". Daar beleef je dan pijn aan en je voelt dat het niet zo kan blijven. Maar wanneer je daar verdriet over hebt mag je met verwachting bij God aankloppen, mits het niet komt omdat je bewust zonden aan de hand houdt.
Geheel anders is het met mensen die onbewogen onder die werkelijkheid leven. Als de hemel je niet lokt en vervult met verlangen, en zelfs de hel je niet wakker schudt met zijn schrik, dan ben je een beklagenswaardig mens die hoog nodig luidkeels naar de hemel moet roepen om doorbreking van die duivelse gelatenheid. Want niet geloven belooft ook wat: niet veel goeds, ja, eeuwig afgrijzen!

woensdag 1 april 2015

Het paradijs en de hemel op aarde

"Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld.
Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend; maar Ik heb U gekend, en dezen hebben bekend, dat Gij Mij gezonden hebt.
En Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt, en zal Hem bekend maken; opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij, en Ik in hen."
Johannes 17 : 24-26

Soms hoor je mensen – zeker in een tijd van vakantie – spreken op een plaats waar ze zijn geweest; ze zeggen dan: "Het was echt een paradijs!" Paradijs is gek genoeg een woord dat wel geassocieerd wordt met de Hof van Eden, maar daar nergens wordt genoemd. Salomo is de eerste die het woord gebruikt in de betekenis van lusthof of park (Hooglied 4 :13). Vervolgens spreek Jezus tegen de moordenaar aan het kruis over het paradijs (de hemelse heerlijkheid), is Paulus opgetrokken geweest in het paradijs en sluit Christus Zelf af in Openbaringen 2:7 met de woorden: "Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is."En dat is de plek waar Jezus ook over spreekt in onze dagtekst.

Een bevoorrechte positie op de aarde

De wereld heeft God niet gekend. Die woorden zouden de suggestie kunnen wekken dat de wereld er dus niks aan kan doen. Echter, de wereld heeft God wel gekend (in Genesis 1-3), maar heeft Hem de rug toegekeerd, Zijn beeld vertrapt en in navolging van Kaïn een verwrongen beeld van God aan het nageslacht doorgegeven. En dat laatste gaat tot op de dag van vandaag door. Nou, laat ik het juister zeggen: er is in de zondvloed niemand van het nageslacht van Kaïn overgebleven (of het moet misschien een van de schoondochters van Noach of zelfs zijn eigen vrouw zijn geweest); dat geslacht is reeds voor de Jongste Dag uitgeroeid. Echter, de nazaten van Noach hebben die keuze tegen God opnieuw gemaakt. Zij hebben Gods toorn van nabij meegemaakt, maar de chamieten spotten, de jafetieten gingen op in het vergankelijke en het overgrote deel van de semieten is een pseudo-godsdienst, een afgietsel van de dienst aan de ware God, begonnen.
Met Abraham maakte de HEERE weer een nieuw begin, door hem uit het afgodendom te halen en hem weer in contact te brengen met de ware en levende God. Was dat oneerlijk ten opzichte van Abrahams tijdgenoten? Nee, het was diepe genade dat de HEERE ook Abraham niet aan zijn lot overliet, alsmede Loth. Hij maakte Abraham tot een vader aller gelovigen. Een bevoorrechte positie op aarde. 
Jezus zegt in onze tekst hetzelfde te hebben gedaan met de Zijnen. Hij maakte hen de naam (het wezen, het karakter en de heerlijkheid) van Zijn Vader bekend. Niet om hen positief te discrimineren ten opzichte van de rest van de wereld, maar om door hen de wereld tot het God terug te brengen. Dat is onze missie op aarde naast ons dagelijks werk. Wel zeker een bevoorrechte positie op aarde. Maar met het oog op een nog veel bijzonderder plaats: het paradijs.

Een bevoorrechte positie in de hemel

Wie ergens verrukt over is, kan als de beste uitleggen wat daar zo mooi en heerlijk aan is. Wie ergens geweest is waar hij enthousiast over is geworden, prijst dat aan anderen zo vurig aan, alsof hij die ander bij de arm kan nemen en meeslepen naar dat mooie, dat indrukwekkende.
Christus kan als geen ander beschrijven hoe de hemelse heerlijkheid voelt, functioneert en gestalte krijgt. Hij noemt het in onze tekst "Mijn heerlijkheid … die Gij Mij gegeven hebt". Hij benoemt het een gekregen heerlijkheid.
Als je bij je ouders woont in een bijzonder en/of mooi huis, dan kun je vertellen hoe mooi dat huis is, maar die ander moet het zien, ervaren, om te weten hoe waar je woorden zijn. Ja hij of zij moet de sfeer proeven, zich een voelen in dat wat jou zo diep raakt. Zo bidt Jezus, op een steenworp tijds afstand van Zijn diepe lijden, tot Zijn Vader die Hem zal gaan verlaten vanwege de zonde der mensen. Hij bidt, smeekt, dat de Zijnen ook de heerlijkheid van dichtbij mogen zien, ja mogen beleven. Dat is als het ware een bevoorrechte positie. Vandaag was ik bij de opening van de schilderijententoonstelling van Jip Wijngaarden, in de Oude Kerk van Delft. Een bijzondere ervaring. Ook heb ik het boek met haar schilderijen, maar ze live zien is verreweg het beste. Je moet ze ervaren, het soms vol reliëf zittende werk, de kleuren en gelaatsuitdrukkingen, de boodschap, de sfeer. Het is zeker een bevoorrechte positie deze schilderijen live te mogen zien, er als het ware met je neus op te zitten, ze te ervaren en alle indruk op je te laten hebben.
Welnu, dat is nog maar een schamele vergelijking met de hemelse heerlijkheid. Jezus prijst die in Zijn gebed aan en wenst ze de Zijnen toe. Hij wil dat waar Hij is (let op: is) ook de Zijnen die de Vader Hem heeft gegeven zullen zijn. Pas dan zullen ze – zo zegt Paulus het – zien hoe Hij is. Pas dan zullen ze kennen zoals ze gekend zijn. Pas dan zullen alle tranen echt van de ogen worden afgewist. Dan vallen alle sluiers af en is God alles en in allen. Zo over de hemel te praten is spreken over een bevoorrechte positie met de wetenschap erbij waarom je er wilt zijn. Niet om niet in de rampzaligheid te komen (dus een behoeden voor rampzaligheid), maar om de eeuwige heerlijkheid van Jezus, ja van de Drieënige God te genieten en ervaren.

Een achtergestelde positie in de hel

Hoe tegengesteld – dat moet me nog even kort van het hart – is je positie in de hel! Ik beschrijf het slechts kort in de tegen-zinnen van onze tekst:
  1. Wij zullen dan niet zijn waar Hij is;
  2. Wij zullen dan niet mogen zien (ervaren) wat Jezus' heerlijkheid is;
  3. Wij zullen dan niet aanbidden en zien dat de Vader volledige liefde heeft tot Zijn Zoon;
  4. Wij zullen dan niet erkennen dat Jezus door Zijn Vader is gezonden;
  5. Wij zullen dan niet worden vervuld van de liefde, waarmee de Vader Zijn Zoon liefheeft;
  6. Jezus Zelf zal niet in ons zijn en dus ook niet onze Verlosser en Redder zijn.
Wat voor heerlijkheid denk je buiten Christus te vinden? Hoe duurzaam is dat genieten? Hoe uitzichtloos en kortzichtig! Buiten Christus' heerlijkheid is buiten het paradijs… en dus nu reeds de hel op aarde en straks zonder ophouden voor eeuwige wroeging in al zijn gruwelijkheid… had ik maar! Je zult maar buiten het gebed van Jezus vallen! Dat ligt niet aan Hem, maar dan heb je niet gewild dat Hij Koning over je was. Dat hoeft niet. Daarom raden deze woorden van Jezus' gebed je aan die heerlijkheid in en bij Hem te zoeken… voor het te laat is!