Posts tonen met het label wijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wijn. Alle posts tonen

woensdag 25 november 2015

Is Jezus jouw val of jouw opstanding?

Simeon bezingt het kindje Jezus met deze woorden: "Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israël, en tot een teken, dat wedersproken zal worden", geschilderde door Greg Olson (1958-)



"De vrouw zeide tot Hem: Heere, ik zie, dat Gij een profeet zijt.
Onze vaders hebben op dezen berg aangebeden;
en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden.
Jezus zeide tot haar: Vrouw, geloof Mij, de ure komt,
wanneer gijlieden, noch op dezen berg, noch te Jeruzalem, den Vader zult aanbidden."
Johannes 4 : 19-21

Simeon kun je met recht een profeet noemen. Hij voorzegde dat Jezus een val en een opstanding voor velen in Israël zou zijn. En de oude man voegde daar nog aan toe dat Hij ook werd gezet tot een teken dat wedersproken zou gaan worden. Hoe heeft hij gelijk gekregen. Tot op de huidige dag wordt er gediscussieerd over Jezus; zijn er allerlei visies op Hem binnen de islam, het jodendom én ook binnen de christelijke kerken. De Samaritaanse vrouw zag Hem aanvankelijk als een groot profeet.

Wat zie jij in Jezus?

Zo dicht bij het Levende Water… maar de vrouw gaat niet weg, haalt niet haar man. Ze kijkt hem onderzoekend aan en lijkt allerminst onder de indruk (hoewel zal blijken dat ze dat wel degelijk was!). Haar uitroep "Ik zie dat Gij een profeet zijt…" is niet een belijdenis, maar een inschatting en een reden, om Hem met 'brandende vragen' te bestoken. Weet je hoe gevaarlijk zo'n actie is? Van uitstel kan afstel komen!
Voor dat we luisteren naar wat ze Jezus vraagt, de vraag: wat zie jij in Jezus? Een profeet? Een voorbeeldfiguur? Een onbereikbare? Een … Of komt de naam 'mijn Liefste' weleens over je lippen? De bruid uit het Hooglied tekent Hem wel zo. Daar hoef je niet spiritueel voor te zijn. Als Hij alles voor je is en steeds meer voor je wordt, dan is er sprake van liefde! Als Zijn stem dan klinkt in de oproep om tot de tafel van het Verbond te komen, dan veer je toch op?

Wie heeft de beste kerk?

Jezus een Teken dat wedersproken zal worden? Wat is dat? Het griekse woord betekent 'betwisten' of 'je tegen iemand verzetten' of 'weigeren om met iemand te maken willen hebben'. De persoon van de Messias zal al dit soort gevoelens oproepen. Men heeft een bepaald beeld van Hem, maar hoe anders zal Hij blijken te zijn. Daar zal ook aanstonds het gesprek over gaan. Maar eerst schuift daar een schijnbaar andere kwestie tussen.
De vrouw draait zich half om en wijst naar de Gerizim, de grote berg aan de zuidkant van Sichem; ten noorden van de stad ligt de berg Ebal.



"Daar aanbidden wij God en onze voorvaderen deden dat ook, al generaties lang. Jullie beweren dat het alleen in Jeruzalem mag." De vrouw stelt niet echt een vraag, maar Jezus voorziet die niet-gestelde vraag al en snijdt haar de pas af. Het is een afleidingsmanoeuvre, die Hij direct doorziet. Weliswaar geeft Hij antwoord, maar dat gaat het bevattingsvermogen van de vrouw te boven. Daarmee blijkt zij wel godsdienstig interessant te willen lijken, maar nog zo onkundig te zijn. Een les voor allen die willen meepraten op godsdienstig vlak, maar zelf geen deelgenoot van het heil zijn. Niet: zwijg dan maar liever. Maar: check je motivatie waarmee je jouw vragen stelt.
Er is geen 'beste' kerk. De kerk is geen doel op zich, maar een middel in Gods hand. Hebben we niet te staan naar zuiverheid? Zeker wel. Maar niet om die zuiverheid te cultiveren. We moeten er juist mee woekeren; om het dienstbaar te maken aan de uitbreiding van Gods Koninkrijk. En daar past concurrentie totaal niet bij!
De Messias was dan ook niet de meest succesvolle Leider, maar Hij kwam om de mens met God de Vader te herenigen. Snap jij het verschil? Het staat of valt met Jezus Christus; maar het gaat uiteindelijk om God de Vader. "En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden Dien, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen" (1 Kor. 15 : 28).

Hoe wil de Vader gediend worden?

Hoe wil God nu gediend worden? Zijn onze godsdienstige verrichtingen nu een hindernis om God te dienen, of een instrument en stimulans? Met de laatste woorden van vers 21 lijkt Jezus zowel Jeruzalem als Gerizim van tafel te vegen. Hoe zit het dan met de beloften voor Jeruzalem die nog uitstaan? Nou, die blijven rechtovereind staan.
Maar waar Jezus op doelt is dat we van het heiligdom geen cultus moeten maken, maar een ontmoetingsplek. Sterker nog: God Zelf zal er een ontmoetingsplek maken, want Hij roept Zijn gemeente rondom Zijn Woord. Waar twee of drie in Mijn Naam samen zijn, ben Ik in het midden. En, opdat wij vast zullen geloven – en onze twijfel steekt telkens weer irritant de kop op – roept Hij ook rondom Zijn Tafel, om onze zwakke zielen te spijzigen en te laven. Zo doet God dat.
Daar kun je misschien avonden over debatteren, of het niet anders kan en waarom het nou zó precies moet. Maar zo heeft het God goed gedacht. Niet wij maken de dienst uit, maar Hij. Daarom doet Gerizim er niet toe; daarom doet ten diepste Jeruzalem er ook niet toe (ondanks de nog uitstaande beloften). God is niet aan tijd of plaats gebonden. Hij wil aanbeden worden in Geest en waarheid. En wat dat betekent zullen we morgen zien.
Zie je dat de mens niet centraal staat, met al zijn godsdienstigheid? Ook niet met al zijn zondekennis en dogmatische knowhow. God is niet gediend van wat wij allemaal aan boord denken te hebben. Hij wil gediend zijn en Hij schept er een behagen in om zwakke zielen te versterken met een eenvoudige stukje brood en een eenvoudig beetje wijn. Tekenen die iets vertellen, laten zien en smaken. Iets vertellen, waar woorden tekort schieten. Maar wat alles te maken heeft met: Wie is Jezus voor jou? De Vader liet duidelijk horen dat Hij een behagen schept in Zijn Zoon en Diens verlossingswerk. Schep jij ook zo'n behagen in Hem?

vrijdag 6 maart 2015

Voorbereiding HA - Aan tafel bij de Zoon en de Eigenaar

"…met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees, hetwelk hij aan het volk gaf; en zij aten.…"
1 Koningen 19 : 21b
 
"Als het nu etenstijd was, zeide Boaz tot haar: Kom hier bij, en eet van het brood, en doop uw bete in den azijn. Zo zat zij neder aan de zijde van de maaiers, en hij langde haar geroost koren, en zij at, en werd verzadigd, en hield over."
Ruth 2 : 14
 
 
Boaz nodigt Ruth bij hem aan tafel
 
Omdat de tijd van de maaltijd des HEEREN zo kort is – slechts een moment – wil ik er graag al van te voren aandacht aan besteden en met je over nadenken. Die begeerte werd gestimuleerd doordat er iets opblonk in die tekst uit de geschiedenis van Elisa's roeping. Hij slachtte niet alleen zijn koeien en verbrandde zijn gereedschap tot een offer, maar hij liet er zijn volk in delen. Met name het woord 'volk' en 'gaf' legde voor mij een diepe link naar de bediening van het Heilig Avondmaal. En ik moest terugdenken aan een preek van ds. N.P.J. Kleiberg – bij de bediening van het Heilig Avondmaal in onze gemeente – over de geschiedenis van Ruth op de akker van Boaz. Graag wil ik die lijnen met je delen.

De gastheer is de zoon van de eigenaar

Met ferme slagen hakte Elisa de ploeg aan stukken. Met oosterse handigheid legt hij een vuur aan en nadat de vlammetjes het door vonken aangestoken hooi oplikken, voedt hij ze met het hout van de ploeg. Eerst de splinters, dan de wat grotere stukken en vervolgens de grove bonken hout. Boven het knapperend vuur hangt hij de stukken vlees te braden. Zorgvuldig schroeit hij het vlees dicht. Een heerlijke geur mengt zich met de geur van vers geploegde aarde, dampende koeienlijven en de werkkleding van de arbeiders. Allen zoeken een plekje. Dit is meer dan een gewone maaltijd. Het volk – dat even te voren nog op het land bezig was, samen met Safan en Elisa – voelt de lading van het moment. Gespannen kijken ze naar Elisa. Ook vader Safan probeert de essentie van het moment te peilen, terwijl zijn blik van zijn zoon Elisa naar de profeet Elia gaat, en vice versa.
Als het vlees gaar is en de dienstmeiden de manden brood hebben gebracht, wordt het stil. Elisa dankt de hemel, de HEERE, de God van het verbond. Na het gebed weet ieder van het volk hoe de vork aan de steel zit. Zowel voor wat betreft de nieuwe toekomst van Elisa en de toekomst van de boerderij, als ook Elisa's geestelijk innerlijk. Met zorg snijdt Elisa het vlees en deelt het, samen met het brood, aan het volk uit… Diep onder de indruk nemen zij het toebedeelde deel aan en … eten.
Gastheer is Elisa, de zoon van de eigenaar van de boerderij, Safan. Het trof me dat Elisa zelf de dieren slachtte, de ploeg tot brandhout sloeg, het vlees 'zood' (braadde) en het uitdeelde. Niet vader Safan, maar zijn zoon Elisa!

De gastheer is de eigenaar zelf

Na een intiem gesprek tijdens het werk dirigeert Boaz de jonge weduwe Ruth – die met Naomi uit Moab is gekomen en nu in Bethlehem woont – naar de etenstafel op het land. Misschien wat in de schaduw van een paar bomen, zitten de maaiers dromerig voor zich uit te staren, al kauwend op hun brood en geroosterd graan. Hier en daar worden wat woorden gewisseld. Maar er worden vooral blikken gewisseld en nieuwsgierig wordt Ruth bekeken. Ze is geen werkster, geen maaister, geen bindster… en tóch hier aan tafel. Ze hoort niet bij het personeel van de gastheer en eigenaar, Boaz. Wat een gunst: ze krijgt een plek naast de gastheer. 
En kijk, hij 'langt' haar het geroosterde koren zelf! 'Langen': 'tsabat'… reiken of toesteken. Boaz wijst op de zure vinegar-saus, waarin hij en de anderen hun brood dopen. Hij geeft haar persoonlijk het speciaal voor haar geroosterde koren, terwijl hij zich naar haar overbuigt. Dat betekent, dat hij haar helemaal tegemoet komt; ze hoeft er zelf helemaal niets voor te doen. Wat een gunst… het wordt haar gewoon gegeven, om niet! 
De gastheer is de eigenaar zelf, maar hij schaamt zich niet om met het gewone volk de maaltijd te gebruiken en zo gemeenschap met hen te hebben. Vriendelijk kijkt Boaz de kring rond; en meer dan eens blijft zijn blik hangen op het ootmoetig gebogen hoofd van Ruth, de Moabitische. Deze heidense vrouw gevoelt de diepe eer en haar eigen onwaardigheid. Opeens kruisen hun blikken elkaar… even maar. Maar voordat Ruth haar ogen weer neerslaat heeft Boaz de diepe dankbaarheid kunnen peilen, die hem raakt en met vreugde vervult.

De gastheer is zowel de Eigenaar als Zijn Zoon

Zondag staat er ook een maaltijd aangericht. Zondag is er ook brood en is er wijn. Zondag is er ook een gastheer. Niet de vriend van de Bruidegom, de predikant, maar de Bruidegom Zelf. Hij en de Vader zijn Eén. En de Heilige Geest roept de Zijnen op: "Komt, want alle dingen zijn gereed".
Ik bij de Zoon van de Eigenaar aan tafel? Ik…? Met welk recht? Geen enkel. Maar dat was ook niet wat er in de uitnodiging stond, afgelopen zondag!
"De Meester is daar en Hij roept u." Het waren de woorden van Martha tegen Maria (Joh. 11:28). Wonderlijk dat juist aan de Avondmaalstafel woorden van een vrouw worden geciteerd! Rake woorden! Ware woorden. Hij roept U! Om Hem moet het gaan. "Sta op en eet, want de weg zou voor u teveel zijn", had Hij tegen Elia gezegd. En Hij zegt het ook tot jou en mij, wanneer je Hem volgt in je leven.
De Meester nodigt je; maar Zijn Vader niet minder! Wat een diepe woorden klinken er aan deze tafel: "Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten…" Als jij daar mag zitten, misschien wel net als Ruth, met deemoedig of ootmoedig gebogen hoofd vanwege het gevoel van onwaardigheid, bedenk dan dat de Gastheer Zich grotelijks verheugt over de aanzittenden; ook over jou. Dat je met jouw gang naar de tafel hebt beleden:
…wij komen niet tot het Avondmaal om daarmee te betuigen dat wij in onszelf volkomen en rechtvaardig zijn. Integendeel, omdat wij ons leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken, belijden wij daarmee dat wij midden in de dood liggen.
Zulke offers zijn de HEERE welgevallig; Psalm 51 (waarover we gisteren nadachten) eindigt zo treffend: "Dan zult Gij lust hebben aan de offeranden der gerechtigheid, aan brandoffer en een offer, dat gans verteerd wordt; dán zullen zij varren (wél) offeren op Uw altaar!"
Met tere zorg heeft Hij de tafel toebereid, de tekenen zo geschikt, dat ze tot stichting, tot verzekering en tot geestelijke voeding zullen dienen. Hij breekt het brood en 'langt' het ons… en wij eten. Hij deelt de beker der dankzegging rond… en wij drinken. Net als bij Elisa. En zij aten (en dronken) – net als bij Boaz – en werden verzadigd en… hielden over… Wat zou dat laatste jou te zeggen hebben?