Posts tonen met het label Elisa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Elisa. Alle posts tonen

vrijdag 6 maart 2015

Voorbereiding HA - Aan tafel bij de Zoon en de Eigenaar

"…met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees, hetwelk hij aan het volk gaf; en zij aten.…"
1 Koningen 19 : 21b
 
"Als het nu etenstijd was, zeide Boaz tot haar: Kom hier bij, en eet van het brood, en doop uw bete in den azijn. Zo zat zij neder aan de zijde van de maaiers, en hij langde haar geroost koren, en zij at, en werd verzadigd, en hield over."
Ruth 2 : 14
 
 
Boaz nodigt Ruth bij hem aan tafel
 
Omdat de tijd van de maaltijd des HEEREN zo kort is – slechts een moment – wil ik er graag al van te voren aandacht aan besteden en met je over nadenken. Die begeerte werd gestimuleerd doordat er iets opblonk in die tekst uit de geschiedenis van Elisa's roeping. Hij slachtte niet alleen zijn koeien en verbrandde zijn gereedschap tot een offer, maar hij liet er zijn volk in delen. Met name het woord 'volk' en 'gaf' legde voor mij een diepe link naar de bediening van het Heilig Avondmaal. En ik moest terugdenken aan een preek van ds. N.P.J. Kleiberg – bij de bediening van het Heilig Avondmaal in onze gemeente – over de geschiedenis van Ruth op de akker van Boaz. Graag wil ik die lijnen met je delen.

De gastheer is de zoon van de eigenaar

Met ferme slagen hakte Elisa de ploeg aan stukken. Met oosterse handigheid legt hij een vuur aan en nadat de vlammetjes het door vonken aangestoken hooi oplikken, voedt hij ze met het hout van de ploeg. Eerst de splinters, dan de wat grotere stukken en vervolgens de grove bonken hout. Boven het knapperend vuur hangt hij de stukken vlees te braden. Zorgvuldig schroeit hij het vlees dicht. Een heerlijke geur mengt zich met de geur van vers geploegde aarde, dampende koeienlijven en de werkkleding van de arbeiders. Allen zoeken een plekje. Dit is meer dan een gewone maaltijd. Het volk – dat even te voren nog op het land bezig was, samen met Safan en Elisa – voelt de lading van het moment. Gespannen kijken ze naar Elisa. Ook vader Safan probeert de essentie van het moment te peilen, terwijl zijn blik van zijn zoon Elisa naar de profeet Elia gaat, en vice versa.
Als het vlees gaar is en de dienstmeiden de manden brood hebben gebracht, wordt het stil. Elisa dankt de hemel, de HEERE, de God van het verbond. Na het gebed weet ieder van het volk hoe de vork aan de steel zit. Zowel voor wat betreft de nieuwe toekomst van Elisa en de toekomst van de boerderij, als ook Elisa's geestelijk innerlijk. Met zorg snijdt Elisa het vlees en deelt het, samen met het brood, aan het volk uit… Diep onder de indruk nemen zij het toebedeelde deel aan en … eten.
Gastheer is Elisa, de zoon van de eigenaar van de boerderij, Safan. Het trof me dat Elisa zelf de dieren slachtte, de ploeg tot brandhout sloeg, het vlees 'zood' (braadde) en het uitdeelde. Niet vader Safan, maar zijn zoon Elisa!

De gastheer is de eigenaar zelf

Na een intiem gesprek tijdens het werk dirigeert Boaz de jonge weduwe Ruth – die met Naomi uit Moab is gekomen en nu in Bethlehem woont – naar de etenstafel op het land. Misschien wat in de schaduw van een paar bomen, zitten de maaiers dromerig voor zich uit te staren, al kauwend op hun brood en geroosterd graan. Hier en daar worden wat woorden gewisseld. Maar er worden vooral blikken gewisseld en nieuwsgierig wordt Ruth bekeken. Ze is geen werkster, geen maaister, geen bindster… en tóch hier aan tafel. Ze hoort niet bij het personeel van de gastheer en eigenaar, Boaz. Wat een gunst: ze krijgt een plek naast de gastheer. 
En kijk, hij 'langt' haar het geroosterde koren zelf! 'Langen': 'tsabat'… reiken of toesteken. Boaz wijst op de zure vinegar-saus, waarin hij en de anderen hun brood dopen. Hij geeft haar persoonlijk het speciaal voor haar geroosterde koren, terwijl hij zich naar haar overbuigt. Dat betekent, dat hij haar helemaal tegemoet komt; ze hoeft er zelf helemaal niets voor te doen. Wat een gunst… het wordt haar gewoon gegeven, om niet! 
De gastheer is de eigenaar zelf, maar hij schaamt zich niet om met het gewone volk de maaltijd te gebruiken en zo gemeenschap met hen te hebben. Vriendelijk kijkt Boaz de kring rond; en meer dan eens blijft zijn blik hangen op het ootmoetig gebogen hoofd van Ruth, de Moabitische. Deze heidense vrouw gevoelt de diepe eer en haar eigen onwaardigheid. Opeens kruisen hun blikken elkaar… even maar. Maar voordat Ruth haar ogen weer neerslaat heeft Boaz de diepe dankbaarheid kunnen peilen, die hem raakt en met vreugde vervult.

De gastheer is zowel de Eigenaar als Zijn Zoon

Zondag staat er ook een maaltijd aangericht. Zondag is er ook brood en is er wijn. Zondag is er ook een gastheer. Niet de vriend van de Bruidegom, de predikant, maar de Bruidegom Zelf. Hij en de Vader zijn Eén. En de Heilige Geest roept de Zijnen op: "Komt, want alle dingen zijn gereed".
Ik bij de Zoon van de Eigenaar aan tafel? Ik…? Met welk recht? Geen enkel. Maar dat was ook niet wat er in de uitnodiging stond, afgelopen zondag!
"De Meester is daar en Hij roept u." Het waren de woorden van Martha tegen Maria (Joh. 11:28). Wonderlijk dat juist aan de Avondmaalstafel woorden van een vrouw worden geciteerd! Rake woorden! Ware woorden. Hij roept U! Om Hem moet het gaan. "Sta op en eet, want de weg zou voor u teveel zijn", had Hij tegen Elia gezegd. En Hij zegt het ook tot jou en mij, wanneer je Hem volgt in je leven.
De Meester nodigt je; maar Zijn Vader niet minder! Wat een diepe woorden klinken er aan deze tafel: "Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten…" Als jij daar mag zitten, misschien wel net als Ruth, met deemoedig of ootmoedig gebogen hoofd vanwege het gevoel van onwaardigheid, bedenk dan dat de Gastheer Zich grotelijks verheugt over de aanzittenden; ook over jou. Dat je met jouw gang naar de tafel hebt beleden:
…wij komen niet tot het Avondmaal om daarmee te betuigen dat wij in onszelf volkomen en rechtvaardig zijn. Integendeel, omdat wij ons leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken, belijden wij daarmee dat wij midden in de dood liggen.
Zulke offers zijn de HEERE welgevallig; Psalm 51 (waarover we gisteren nadachten) eindigt zo treffend: "Dan zult Gij lust hebben aan de offeranden der gerechtigheid, aan brandoffer en een offer, dat gans verteerd wordt; dán zullen zij varren (wél) offeren op Uw altaar!"
Met tere zorg heeft Hij de tafel toebereid, de tekenen zo geschikt, dat ze tot stichting, tot verzekering en tot geestelijke voeding zullen dienen. Hij breekt het brood en 'langt' het ons… en wij eten. Hij deelt de beker der dankzegging rond… en wij drinken. Net als bij Elisa. En zij aten (en dronken) – net als bij Boaz – en werden verzadigd en… hielden over… Wat zou dat laatste jou te zeggen hebben?

donderdag 26 februari 2015

Wat mag het volgen van Jezus je kosten?

"Zo keerde hij weder van achter hem af, en nam een juk runderen, en slachtte het, en met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees, hetwelk hij aan het volk gaf; en zij aten. Daarna stond hij op, en volgde Elia na, en diende hem."
1 Koningen 19 : 21

Actie Kerkbalans had enige jaren terug de slogan "Wat is de kerk je waard?"
Een variant hierop is de slogan voor vandaag: "Wat mag het volgen van Jezus je kosten?



Vandaag wil ik ter afsluiting van deze serie over Elia dit vers behandelen. Maar voor de komende twee weken, wanneer in onze gemeente het Avondmaal zal worden gevierd, wil ik deze tekst in drie delen dagelijks terug laten keren. Enkele dagen zullen we stilstaan bij Elisa's radicale reactie door te breken met zijn verleden en daarbij behandelen we aspecten uit andere Bijbelteksten die hierbij verband houden. Vervolgens, rond de Avondmaalszondag zullen we stilstaan bij Elisa's maaltijd. Tenslotte willen we in de week van nabetrachting ingaan op Elisa nieuwe wandel, waarbij Elisa volgde en diende.

Elisa keert Elia de rug toe

Nadat Elia hem heeft toegestaan afscheid te nemen, keert Elisa zich om. Hoe zullen zijn knechten hem hebben aangekeken? Wat zal er door Elisa zijn heengegaan? Toen hij die morgen opstand, kon hij niet vermoeden hoe zijn dag – en daarmee zijn hele leven – zo'n enorme wending zou krijgen. Ook een manager met leiderschapscapaciteiten, zoals Elisa ongetwijfeld zal zijn geweest, kent momenten die hem uit het lood slaan. Zijn directe helderheid van geest merk je wel uit zijn reactie om afscheid te nemen van zijn huisgenoten. Ook uit de nu volgende offermaaltijd kun je concluderen dat hij een organisator van formaat is.
Deze daadkracht mag aan Elia troost en moed geven. De HEERE toont hem als met een illustratie dat Elisa een krachtige opvolger zal zijn. Elia kan met een gerust hart gaan afbouwen (hoewel het nog lang zo ver niet is!). Wat kan het een troost zijn voor vaders die een eigen bedrijf hebben, als ze zien dat hun zoon of dochter de zaken prima kan voortzetten wanneer zij moeten terugtreden. Wat is het ook voor ouders een zegen en troost als ze merken dat, wanneer de kinderen volwassen worden, zij zelfstandig in de weg des HEEREN willen gaan.
De focus is in dit bijbelvers op Elisa gericht, maar nog even wil ik naar Elia kijken. Ik zie hem Elisa nastaren; een milde glimlacht speelt om zijn lippen als hij Elisa geestdriftig aan het werk ziet slaan. Elke handeling brengt Elisa dichter bij Elia; straks zal hij hem metterdaad volgen. Elke handeling van Elisa laat aan Elia zien dat Elisa hem wel de rug toekeerde, maar niet om hem te verlaten. Elisa is niet de rijke jongeling die het allemaal teveel kostte en bedroefd heenging. Nee, Elisa maakt alles in gereedheid. Het gaat niet zoals bij Petrus en Andreas of de zonen van Zebedeüs, die in de evangeliën direct alles lijken neergegooid te hebben om Jezus te volgen (al lees je misschien niet alles dat ze wellicht toch ter afscheid deden), maar het gaat er wel van komen. Dan zal Elisa zich weer omdraaien en zijn rug naar zijn BV keren.

Elisa keert het carrière de rug toe

De koeien, waarmee hij daarstraks nog had geploegd en die hij vertrouwelijk toesprak om ze aan te sporen de ploeg te trekken, worden losgemaakt van hun juk. Als het goed is houdt een boer van zijn dieren. Jesaja riep: "Een os kent zijn bezitter, en een ezel de krib zijns heren" (Jesaja 1), maar dat is zeker ook andersom zo: de boer kent zijn os en zijn ezel van haver tot gort. Als een dier lijdt, lijdt de boer. Ik heb het zelf gezien, toen een koe een ontstoken uier had, hoe de vader van mijn vriendje hem met zorg behandelde. Eveneens zag ik onlangs het verdriet bij de boer en zijn zoons, toen hun koe een dood kalfje baarde.
En juist deze geliefde dieren neemt Elisa en slacht ze. Dat moet hem aan het hart gegaan zijn. Of hij het zelf heeft gedaan, of zijn knechten, het is ingrijpend geweest; ook een derving voor het bedrijf van zijn vader. Want ik vermoed dat Elisa wel meehielp maar nog geen eigendommen in de zaak had.
Dat zou wel allemaal van hem worden in de (nabije) toekomst. Hier doodt hij een deel van zijn carrière. Hij slaat de ploeg daarna aan stukken en maakt er een vuur mee, waarboven hij het vlees braadt. Als Elisa bij het twaalfde juk koeien was, dan zullen zijn broers en zijn vader wellicht bij een van de andere jukken hebben gestaan. Ze zien het gebeuren en verwonderd zullen ze hebben gevraagd wat dat allemaal te betekenen heeft. Vader Safat moet toch ook zijn geraakt door dit verlies van trekdieren en werktuig. Echter, er staat geen enkel woord over protest. De aanwezigheid van Elia zal zeker voldoende zeggenschap hebben gehad. Obadje, die Elia ongedacht ontmoette, herkende hem ook direct. Ook vader Safat zal Elia hebben herkend. Gezamenlijk wordt een afscheidsmaaltijd genuttigd. Een maaltijd die tegelijk ook offer was. De kanttekenaren schrijven: "Hiermede gaf hij te verstaan dat hij zijn voorgaande beroep van het land te bouwen verliet, nemende met dezen maaltijd tegelijk zijn afscheid van zijn vrienden en maagschap." Heel letterlijk en tegelijk heel symbolisch verbrandde Elisa zijn 'schepen' achter zich. Nu nog de laatste band die hem met zijn oude leven verbond.

Elisa keert zijn wortels de rug toe

Nadat Elisa 'het volk' (het personeel van zijn vaders, alsmede zijn gezinsleden) te eten gaf, en zij dat opaten, staat er: "Daarna stond hij op, en volgde Elia na, en diende hem." Vanaf nu verlaat hij ook zijn gezin, zijn ouders. Hij maakt zich los van hun zorg en bescherming, maar hij ontzegt ook zijn ouders zijn zorg en bescherming. Een andere taak roept. Zoals de discipelen hun netten verlieten en Jezus volgde, zo verliet Elisa zijn land, zijn dieren en zijn hele familie. Ja heel zijn carrière en gerief zegde hij op en ging een – in onze ogen – ongewisse toekomst tegemoet. Een toekomst met weinig luxe, weinig gerief, weinig geld en overvloed. Maar het rijke aan deze weg was dat het de weg was die God voor hem had uitgekozen. In Zijn dienst heb je nooit gebrek. Wij kijken vaak naar of het wat oplevert. God spreekt vooral over dat bij Hem geen gebrek is! Dat is een visie-verschil. Moet je maar eens over nadenken!
Vader Safat kijkt hen na: Elia en Elisa. Daar gaat zijn zoon, de nieuwe Elia. Zal hij hem ooit nog terugzien? Toch troost het hem dat het de HEERE is, die hem meeneemt. In Zijn zorg en nabijheid is Safats zoon veilig en geborgen. Voor zover een vader dat kan, laat hij hem met een gerust hart gaan. In de verte turend slaat hij een arm om de schouders van zijn vrouw en trekt haar dicht tegen zich aan. "Daar gaat hij…" Moeder knikt. "M'n jongen", mompelt ze terwijl een traan over haan wang biggelt. Wat zullen ze hem doen? Want wie Elia volgt, zal even als hem hoon en tegenstand oogsten. Maar wie Elia volgt mag evenals hij ook in de kracht van de Allerhoogste gaan. Dat troost vader en moeder. Zo kunnen ze hun kind loslaten; teruggeven aan de HEERE der heirscharen.


Zo je niet al op eigen benen staat (volwassen bent en op jezelf woont) dan zul je dat over enige jaren doen, zo God het geeft. Misschien een goed moment om eens over na te denken wat het met je ouders doet, als ze je moeten loslaten. Ze kunnen je niet eindeloos bij de hand nemen. En dat zou je niet willen ook. Zij trouwens ook niet! Het is gezond dat je zelfstandig wordt. Maar dat neemt niet weg dat het ouders soms met zorg vervult. Niet dat je aan je twijfelen, maar… ja, menselijke zorgen. Tegelijkertijd weten ze dat als jij samen met de HEERE gaat, het goed is. Dan troost hen dat en hebben zij er vrede mee. Diezelfde God die met jou meegaat/meeging, blijft ook bij hen.
En nu nog dit: Elisa moest alles opgeven. Hij had weinig bedenktijd. Wat ga jij van je leven maken? Mag het ook een dankoffer voor de HEERE zijn? Een liefelijke reuk voor Hem? Wat mag de dienst aan de HEERE je eigenlijk kosten? Zou je er alles voor over hebben? Hij is het zo waard, echt! Dan heb je misschien geen rijkdom en overdaad, maar wel 'geen gebrek'. En dat is een rijkdom van een hele andere orde!


Psalm 119 : 83 en 84
Wat vreê heeft elk, die Uwe wet bemint!
Zij zullen aan geen hinderpaal zich stoten.
Ik, HEER, die al mijn blijdschap in U vind,
Hoop op Uw heil met al Uw gunstgenoten;
'k Doe Uw geboôn oprecht en welgezind;
Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten.

Mijn ziel bewaart Uw trouw getuigenis;
Dat heb ik lief, ook doe ik Uw bevelen.
Uw woord kan mij, ofschoon ik alles mis,
Door zijnen smaak, èn hart èn zinnen strelen.
Gij weet mijn weg, en hoe mijn wandel is;
'k Wil niets daarvan voor U, mijn God, verhelen.

zaterdag 21 februari 2015

Veni, vidi, vici of Yalak, matsa, shalak

"Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem."
1 Koningen 19 : 19a


Johannes de Doper in zijn kamelenharen mantel, geschilderd ca. 1515 door Matthias Grunewald


Caesar bezigde in 47 voor Christus de slogan 'ik kwam, ik zag en ik overwon'. Het is de kretologie van een arrogant personage, dat niet bedenkt dat zijn koninkrijk altijd eindig is. Hoe goed een winkelketen, een multinational of een dictator ook lijkt te zijn, er zit een einde aan je macht en machtsgebied. Zelfs als anderen dat over je zeggen: 'hij kwam, hij zag en hij overwon'. Toch hebben slogans de kracht iets kort en bondig en daarmee onuitwisbaar te zeggen. Kenmerkend. In onze tekst zou je ook zo'n kreet kunnen zien: Yalak, Matsa, Shalak, 'hij ging, hij vond en hij…" Ja wat? Overwon? Nee, hij wierp weg.


Hij ging

Daar gaat Elia. God kijkt hem na, vanaf de Horeb. Voetje voor voetje daalt Elia het slingerpad af, langs de woeste berg. Enige tijd later ziet Hij een kleine profeet gaan in de diepte. Steeds verder gaat Elia, de weg die hij enige tijd geleden was gekomen, tot hij slechts een stipje is. Maar God laat hem niet alleen gaan; Hij gaat mee en is erbij! Dwars door de woestijn, op weg naar een andere woestijn, die van Damascus. Immers, dat was Gods opdracht. God stuurde Elia naar Damascus om daar Hazaël, het eerste wapen van Zijn wraak, te zalven (om daarmee Zijn plan de activeren).
Maar zoals het gaat met iemand die de afvoer van zijn gootsteen wil repareren en er eerst een of meer opvangbakken onder zet, zo begint Elia met de tweede opvangbak: Elisa. Of zo je wilt, een achtervang. Immers, wie van het zwaard van Hazaël ontkwam, zou door Jehu worden gevangen; en wie bij Jehu door de vingers glipte, zou Elisa tegenkomen.
De weg die Elia hier gaat, gaat hij ongetwijfeld niet op eigen houtje. Dit moet hebben gepast in Gods zondaarslievend plan: het oordeel wordt nog uitgesteld. Elia gaat, maar… zou hij de reikwijdte van zijn opdracht hebben beseft? Ging hij werkelijk met het doel om zo wraak te kunnen realiseren over Achab (en meer nog over Izébel)?
Elia is geen lieverdje; wie met 21e-eeuwse ogen naar zijn slachting bij de Karmel kijkt, zal wellicht beelden van ISIS op zijn netvlies krijgen. Echter wie zo kijkt, vergist zich. Elia is geen wraakgierig despoot, maar met heilige toorn vervuld over het breken van Gods verbond. De straf die hij had uit te voeren, was Gods oordeel. Maar dat betekent niet dat hij erbij heeft staan lachen. Nee, Elia is in díe zin geen lieverdje, dat hij over het algemeen een onverschrokken geest heeft (behalve in deze episode). Straks zal hij onverschrokken naar Achab (en Izébel) gaan en hen aankondigen dat en hoe zij zullen sterven. Echter, in de beschrijving van Achabs laatste dagen blijkt dat Elia voor Achab toch een zeker gevoel van barmhartigheid overhield. Hij waarschuwde hem dus uit bewogenheid. En dat gevoel werd gevoed door God, Die – zo zal blijken aan het einde van 1 Koningen 21 – nog genadetijd geeft aan Achab, na diens zonde tegen Naboth.

Hij vond

Hoe verder Elia naar het noorden trok, hoe meer hij zich bewust werd weer in het schootsveld van Achab te komen. Dat vervulde hem echter niet met angst, maar met moed. Hij had niet zomaar een opdracht op zak! Het was een opdracht van de Allerhoogste. Hoe Elia zal hebben gedacht weet ik niet; ook niet of God nog een niet in de Bijbel vermelde nuance aanbracht in Zijn opdracht; feit is echter wel dat Elia regelrecht naar Abel-mehola ging.
Ook liep hij Elisa niet stomtoevallig tegen het lijf. Er staat 'hij vond Elisa'. Hoewel dat woord ook 'ontmoeten', 'tegenkomen' of zelfs 'toevallig vinden' kan betekenen, heeft het hier toch de lading van 'het gezochte verkrijgen of vinden'. Ook kan het nog de betekenis hebben van 'leren' of 'ontwerpen' of 'voldoen aan een voorwaarde'. Er zal bij die ontmoeting zeker een stuk uitleg zijn gegeven, hoewel we dat niet lezen. Het lijkt ook een hele rare handeling: Elia liep op Elisa toe – terwijl die ingespannen aan het ploegen was met een serie ploegende ossen – en wierp hem zomaar zijn mantel om.
Wat Elisa betreft zal deze ontmoeting plots en onverwacht zijn geweest. Elisa wordt vaak als een kleine jongen afgeschilderd, maar hij is een manager, die het in zich heeft om met twaalf juk ossen tegelijk te ploegen, weliswaar geholpen door zijn onderhorige knechten. Die bedrijvigheid stagneert plots als daar de profeet Elia opduikt. Iedereen weet dat Elia opnieuw gezocht wordt. Als aan de grond genageld staren ze naar de man met zijn ruige haardos en woeste baard, die gekleed gaat in een ruwe kamelenharen mantel, bijelkaargehouden door een leren gordel. En die loopt op gesandaalde voeten.
Ik stel me zo voor dat Elia over een pad liep, dat dwars door de akker van Elisa's vader ging. Plots verlaat hij het pad, baant zich een weg over de harde kluiten van de losgewoelde aarde. En terwijl de koeien zwetend wachten tot ze met een zweep in beweging worden gezet, kijken ze loom naar die markante figuur, die hen daar zomaar passeert. Achter hen blijft hij staan. De koeien horen het geluid van Elia's stem; ze zullen achteromkijkend het tafereel niet begrijpend hebben staan aankijken. Blij met een moment rust bij dit zware werk. De een snuffelt wat langs de grond, voor zich: niets eetbaars. De ander zwiept met haar staart, om de lastige steekvliegen weg te jagen en schudt even wild met haar kop. Een derde loeit vermoeid, om wat contact met de andere ossen te maken. Verder blijft het ijzig stil. Wat de koeien echter niet weten, is dat Elia gevonden heeft wat hij zocht: zijn door God gekozen opvolger. Dit is hem: Elisa.
Zullen ze elkaar ooit eerder hebben gezien? Uit de woorden van Gods opdracht op Horeb zou je kunnen concluderen dat Elia wist wie Elisa was, zoals hij wist wie Jehu was (Achabs generaal) en wie Hazaël was (Benhadads (of Hadadezers) generaal). Wat die laatste betreft: de zieke Benhadad stuurde zijn dienaar Hazaël met geschenken naar Elisa, toen hij had gehoord dat die Elia's opvolger was (2 Koningen 8) en sprak hem met dezelfde achting aan.


Hij wierp weg

Achter de koeien gebeurt plots iets wonderlijks. De ruige zonderling maakt zijn riem los, trekt de mantel ertussenuit en laat hem van zijn schouders glijden. Niet omdat hij het zo heet heeft; de koeien zouden er wat voor over hebben gehad om zo ook de warmte van zich af te werpen. Nee, Elia neemt zijn mantel en gooit hem om de schouders van de verwonderd, enigszins wantrouwend kijkende Elisa.
En dan legt Elia rustig uit waarom hij dit doet en wat er nu eigenlijk gebeurt. Nee, ik lees het niet. Zoals er zo veel niet te lezen is in deze geschiedenis. Maar hier zal vrijwel zeker niets verder gezegd zijn. Dit gebaar is zo symbolisch voor een oosterling, dat de boodschap direct duidelijk is. Met dit gebaar werpt Elia niet alleen zijn mantel van zich, maar ook zijn roeping. Die mantel is symbool van zijn roeping.
Een mantel van kamelenhaar is tegenwoordig een abominable duur kledingstuk (www.elegance-paris.nl/group/0/product/8131429/Damesmode-Detail.4397.0.html). Nou, zo chique zal Elia hem niet gehad hebben. Het was die mantel, waarmee hij zich omwond, toen God aan hem verscheen. En die mantel, die later, bij Elia's hemelvaart definitief van zijn schouders zal vallen, waarna Elisa hem voorgoed gaat dragen.
Over Johannes de Doper staat dat hij zal gaan in de geest van Elia. Ook hij zal in de woestijn verblijven, sprinkhanen en wilde honing eten en… een mantel dragen van kamelenhaar. Die mantel droeg hij als allerlaatste profeet. Wellicht werd die door Herodes' handlanger verachtelijk in de prullenbak gegooid. Daarna kwam de opperste Profeet, Die een linnen lijfrok droeg, die uit één stuk was geweven. En Hij verwierf het heil en de zaligheid, waardoor Hij reine, witte klederen kan omwerpen om de schouders van zondaren: de klederen des heils en de mantel der gerechtigheid.
De overeenkomst tussen Elia en Johannes de Doper is deze (lees het op www.bijbelseplaatsen.nl/plaatsen/P/Profetenmantel/1303/ ): Elia moest het volk Israël terugroepen van de afschuwelijke afgoderij van de Baäldienst. Johannes de Doper moest eeuwen later het volk terugroepen van het vereren en dienen van de goden van de Kanaänieten.


Later, op de berg der verheerlijking zal Elia opnieuw zijn te herkennen aan zijn mantel. Maar hier in onze tekst legt hij hem op symbolische wijze van zich en om de schouders van Elisa. Hij ging, hij vond en hij wierp weg. Niet achteloos, maar met een verrukt en gelukkig gevoel dat de HEERE doorgaat en Elia's taak zal worden voortgezet. Er is toekomst voor het volk, wanneer er weer nieuwe profeten worden geroepen. En wees eerlijk, krijgen wij als christenen eigenlijk niet allen de profetenmantel omgeworpen. Niet om predikant te worden zo zeer, maar om onze roeping naar de wereld en naar de kerk te verstaan. Onverschrokken!


Gezang 121 vers 1, 2 en 3

God roept ons, broeders, tot de daad,
Zijn werk wacht; treedt dan aan,
en weest gereed om elke weg,
die Hij u wijst, te gaan.
Wij weten dat, wat komen mag,
toch hij slechts wint, die waagt,
en, wie zichzelve geven wil,
door 't donker vlammen draagt.

God roept, en in Hem is de kracht,
die onze zwakheid staalt.
Dit is de vreugd, dat Hij het doel
en onze vaart bepaalt.
Dat Hij ons over grenzen heen
laat zien het groot gezicht
van aller mensen broederschap
in 't ene, godd'lijk licht.

God roept, en wat de mensen scheidt,
dat zij geen scheiding meer;
Zijn liefde houd' ons allen saâm
en samen met de Heer'.
Want wat er in de wereld woed',
toch is het God, Die wint,
en in een elk die Hem behoort,
het nieuwe rijk begint.

donderdag 12 februari 2015

Doorakkeren

"…en ga daar in, en zalf Hazaël ten koning over Syrië. Daartoe zult gij Jehu, den zoon van Nimsi, zalven ten koning over Israël; en Elisa, den zoon van Safat, van Abel-mehola, zult gij tot profeet zalven in uw plaats. En het zal geschieden, dat Jehu hem, die van het zwaard van Hazaël ontkomt, doden zal; en die van het zwaard van Jehu ontkomt, dien zal Elisa doden."
1 Koningen 19 : 15b-17

Abel-Mehola lag tamelijk dicht bij Jizreël, waar Achab woonde!

Kun jij God 'narekenen'? Narekenen is achteraf uitpluizen wat God bewoog en hoe Hij het precies in scene zette om Zijn plan te bereiken. Nee, mijn verstandje is niet capabel om de onpeilbaar wijze God 'na te rekenen'. Ik geef toe dat ik het soms wel wil, om grip op de situatie te krijgen. Maar eveneens geef ik toe dat het me niet lukt en ik het in zekere zin ook maar gelukkig vind dat het me niet lukt. Narekenen… Ik doe wel iets anders achteraf (en straks voor eeuwig): God aanbidden voor Zijn wijsheid, barmhartigheid en lankmoedigheid dat hij zo'n springbok als ik weet te leiden langs Zijn pad. Ik vermoed dat ik op dit punt Elia een hand kan geven.

Bij God vandaan

Gisteren zagen we al dat de HEERE Elia gewoon laat uitpraten; niet in de reden valt en ook niet achteraf gaat corrigeren. Althans… Hij gaat niet in op Elia's wens om er een punt achter te zetten. De HEERE negeert eveneens Elia's statement dat hij de enig overgeblevene is. In plaats daarvan klinkt er een opdracht. Hoe zou het hebben geklonken, daar in de stilte van de Horeb? Welke klank zou Gods stem hebben gehad? Ik vermoed dat de toon warm, begripvol en tegelijk resoluut moet zijn geweest.
God stuurt Elia bij Hem vandaan. Er zijn predikanten die het 'bij God vandaan' als cliché gebruiken. Het kan nergens vandaan komen dan bij God vandaan. Ik weet het niet zeker, maar volgens mij staat die term niet in de Bijbel. Ik vind de klank van die woorden altijd wat bezwerend en kil klinken, alsof God iets geeft dat bij Hem vandaan houdt. Het is de krampachtige bezwering van de dwaling dat wij zouden denken dat ergens uit een vergeten hoekje toch nog iets van ons vandaan moet komen. Ik ervaar het gebruik van bezwerende en rechtzinnige clichées vooral als een remonstrantse kramp om God te bewegen tot een aai over onze gereformeerde bol. Houd je verre van dat soort dingen. Mensen zullen het wel niet zo bedoelen, echter ik heb nu eenmaal een hekel aan clichées, zeker als die degelijk moeten klinken, maar buitenbijbels zijn!
Niettemin zijn er situaties waarin mensen daadwerkelijk bij God vandaan worden gestuurd. Ik denk aan Adam en Eva die worden weggestuurd. En ook Kaïn, evenals Ezau worden min of meer weggestuurd (zij het met een tijdelijk zegen). Elia wordt hier ook weggezonden; bij God vandaan. En let er dan eens op wat de HEERE als opdracht uitspreek!

Onder Gods oordeel

God gaat, zo zei ik daarnet, niet in gesprek met Elia. De opdracht die Hij heeft is het antwoord op Elia's wens om met zijn werk te stoppen. "Nee Elia, je taak zit er nog niet op," corrigeert de HEERE in liefde. "Je gaat krijgt drie nieuwe opdrachten, die zalvingen. De eerste zalving betreft Hazaël; hij wordt koning over Aram (of Syrië). De tweede zalving betreft een koning dichterbij: Jehu, de zoon van Nimsi; hij wordt koning over Israël. De derde zalving betreft Elia, de zoon van Safat; hij wordt profeet."
God licht hier een tipje van de sluier over de toekomst op. Hazaël zal zijn vader, de machtige koning van Aram, door een staatsgreep opvolgen. Hij zal het instrument zijn om Gods oordeel over Israël over Achab en diens zoon Joram uit te voeren: oordeel 1. Vervolgens zal het gehele huis van Achab worden uitgeroeid (zoals hij en zijn vrouw Izébel met Gods profeten wilde doen) door een tweede staatsgreep: de van Jehu: oordeel 2. Het laatste oordeel zal door Elia's opvolger Elisa worden voltrokken. Vers 17 is een soort Babuska van oordelen, waarbij het ene vangnet nog nauwer zal worden aangetrokken dan het voorgaande.
"Elia, ben jij op de vlucht voor Achab en Izébel? Hier volgt mijn oordeelsplan: een drievoudige slag over Israël, waarbij Achab en Izébel zullen ervaren dat wie Gods oogappel aanraak, God zelf aanraakt en in beweging doet komen!"

In Gods weg

Nu zou je door een gevoel van wraak kunnen worden getroost: Ha, wie het laatst lacht, lacht het best. Maar niets is minder waar. Elia gaat wel op weg, maar gek genoeg lezen we niet dat hij dit plan geheel zelf gaat uitvoeren. Hij gaat op weg om de derde persoon te zalven: Elisa uit Abel-Mehola (dansvloer van Abel). "Elia, je taak zit er niet op, maar ik vertel je alvast wie je opvolger zal worden: Elisa. Je was toch nog de enige die was overgebleven? Wel, in het stamgebied van Manasse tref je het bewijs aan dat jouw visie tekort schiet en te klein denkt." Wat een troost moet dat voor Elia zijn geweest! Wat is zijn vertrek vanaf Horeb een stuk heerlijker dan zijn komst ernaartoe! Hij is misschien wel een een loden last in zijn schoenen naar de Horeb gegaan, maar nu mag hij op adelaarsvleugels richting Manasse vertrekken. Nota bene tamelijk dicht bij Jizreël! Terug naar het hol van de leeuw… daar ligt de sleutel voor 'hoe het nu verder moet'.
En die andere twee opdrachten? Die heeft Elia nooit meer uitgevoerd. Zijn opvolger Elisa krijgt een ontmoeting met Hazaël (zijn naam betekent in het hebreeuws 'God heeft het gezien') in 2 Koningen 8; daar lezen we ook van de staatsgreep die Hazaël pleegt. En een hoofdstuk verder lezen we van de knecht die Elisa eropuit stuurt om Jehu te zalven. Ook hij zal middels een staatsgreep aan de macht komen. Beiden worden wel ingeschakeld in Gods plan, maar bewandelen geestelijk gezien Gods weg niet! Dat loopt dan ook dramatisch af. Het oordeel middels Hazaël en Jehu wordt nog wat opgeschort, want de HEERE betoont in het uitspreken van het oordeel nog enkele jaren lankmoedigheid! Elia daarentegen mag in Gods weg gaan, nieuwe kracht ontvangen en… doorakkeren.


'Doorakkeren'. Nergens kan men goed aangeven wat het woord betekent. Het is een verwoede ijver om een taaie klus tot een goed einde te brengen. Ik hoor er de klank van een weerbarstige akker in die moet worden geploegd. En dat woord roept associaties op met Elia's werk: werk op Gods akker. Elia wilde er het bijltje (of de ploeg) bij neerleggen, maar nu mag hij zijn opvolger gaan zalven, die… juist aan het ploegen is! Hij krijgt de kracht om 'door te akkeren'. Christenen hebben een lange adem. Eerlijk gezegd faal ik daar nog weleens in! Jij ook? Bid om kracht, om staande te blijven. Want die volhard, díe overwint!


Psalm 63 vers 3, 4 en 5

Dan zou ik, voor Uw Godd'lijk oog,
Uw deugden al mijn leven prijzen,
En in Uw naam mijn zang doen rijzen,
Mijn handen heffen naar omhoog.
 
Mijn ziel zou nieuwe kracht ontvangen,
Verzadigd, als met vet en smeer;
Mijn mond zou U vol vreugd, o HEER,
Verheffen in zijn lofgezangen. 


Wanneer ik, op mijn legersteê,
Aan U gedenk in stille nachten,
Dan peinst mijn ziel met al haar krachten,
Hoe Gij voorheen in angst en wee,
Als mij de vijand wild' omringen,
Mij vaardig zijt ter hulp geweest;
Dies zal ik nu ook, onbevreesd,
In schaduw van Uw vleug'len zingen. 


Mijn ziel kleeft U standvastig aan;
Gij ondersteunt mijn zwakke schreden;
Uw rechterhand, vol mogendheden,
Doet mij getroost en veilig gaan.

Maar dezen, die mijn ziel begeren,
Opdat ik tot verwoesting raak',
Staan bloot voor Uw geduchte wraak;
Zij zullen haast ten afgrond keren.